<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77601_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels garanties Gemeente Vlaardingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlaardingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">2004, 31. 17-6-2004. Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels garanties Gemeente Vlaardingen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=ALGEMENE WET BESTUURSRECHT">Algemene Wet bestuursrecht, art. 3:1, lid 2 jo titel 4.1, 4.2 en 4.3 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=BESLUITLENINGVOORWAARDEN DECENTRALE OVERHEDEN">Besluitleningvoorwaarden decentrale overheden</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=BURGERLIJK WETBOEK">Burgerlijk Wetboek, art. 3:14</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 160, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 169, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=TREASURYSTATUUT 2001">Treasurystatuut 2001, art. 8.1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET FINANCIERING DECENTRALE OVERHEDEN">Wet financiering decentrale overheden, art. 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-06-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-06-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>DCO/2006/53035</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Algemeen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>In het geval zich een situatie voordoet die vraagt om nadere regels van aanvullende of specifieke aard, dan is het college van burgemeester en wethouders bevoegd deze regels te stellen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels garanties gemeente Vlaardingen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen;
                        gelet op artikel 160 lid 1 sub e en artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet;
                        gelet op artikel 2 van de Wet financiering decentrale overheden (wet Fido),
                        het Besluit</al><al> leningvoorwaarden decentrale overheden, en artikel 8.1 van het
                        Treasurystatuut (2001) van de gemeente Vlaardingen;</al><al> gelet op artikel 3:14 van het Burgerlijk Wetboek;</al><al> gelet op artikel 3:1 lid 2jo titel 4.1, 4.2 en 4.3 van de Algemene wet
                        bestuursrecht; gelet op de algemene subsidieverordening Vlaardingen
                        2003;</al><al> overwegende dat openbare lichamen uitsluitend ten behoeve van de publieke
                        taak garanties voor geldleningen kunnen verstrekken;</al><al> overwegende dat het aanbeveling verdient om beleidsregels vast te stellen
                        inzake het verstrekken van garanties door de gemeente Vlaardingen, teneinde
                        duidelijke richtlijnen en kaders te geven aan de bevoegdheid tot
                        garantieverlening;</al><al/><al> Besluit</al><al> Vast te stellen de navolgende beleidsregels garanties gemeente
                        Vlaardingen</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label></kop><al> Garantie: een borgstelling van de gemeente Vlaardingen (als bedoeld in
                            artikel 7:850 e.v. van het Burgerlijk Wetboek) ten behoeve van een door
                            de aanvrager bij een financiële instelling aan te trekken lening en de
                            daaruit voortvloeiende verplichtingen;</al><al> Aanvraag: Verzoek om een garantie van de gemeente Vlaardingen aan het
                            college van burgemeester en wethouders;</al><al> Aanvrager: de Organisatie die de aanvraag indient.</al><al> Financiële instelling: al dan niet commerciële instellingen zoals
                            banken, leveranciers, leasemaatschappijen, waarborgfondsen die
                            bijvoorbeeld hypothecaire leningen, onderhandse leningen,
                            (consumenten)kredieten, garanties/borgstellingen of financial lease
                            kunnen verstrekken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><titel>Criteria</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Kring van rechthebbenden</titel></kop><al>1 Een garantie wordt slechts verstrekt aan maatschappelijke organisaties
                            met rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht.</al><al>2 De organisatie mag geen commerciële activiteiten ontplooien en mag
                            geen winstoogmerk hebben;</al><al>3 De Organisatie mag geen besloten karakter hebben en niet zijn gericht
                            op het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze,
                            levensbeschouwelijke of politieke aard;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inhoudelijke criteria</titel></kop><al>1 De middels de gemeentegarantie te financieren zaken moeten nodig zijn
                            in het kader van de uitvoering van de publieke taak in de gemeente
                            Vlaardingen. Dat wil zeggen dat ze moeten passen binnen en bijdragen aan
                            het gemeentelijke beleid en het openbaar belang. Tevens moet er met de
                            financiering een voor de gemeente relevant maatschappelijk doel worden
                            gediend. De gemeenteraad geeft door middel van de vaststelling van de
                            gemeentebegroting, de begrotingswijzigingen, (financiële) verordeningen
                            en beleidsnota’s het richtinggevende en budgettaire kader. Een garantie
                            wordt slechts verstrekt indien dit noodzakelijk is voor het creëren van
                            nieuwe of handhaven van maatschappelijk gewenste activiteiten. Deze
                            activiteiten dienen in overwegende mate te zijn gericht op Vlaardingen
                            en de ingezetenen van Vlaardingen en mogen niet concurrerend zijn met
                            reeds aanwezige voorzieningen.</al><al>2 De middels de gemeentegarantie te financieren zaken moeten essentieel
                            zijn voor het voortbestaan of het in voldoende mate kunnen functioneren
                            van de aanvrager (functionaliteitcriterium).</al><al>3 De te financieren zaken zijn zonder gemeentegarantie niet te
                            realiseren. De aanvrager dient aan te tonen zonder garantie van de
                            gemeente niet in staat te zijn de noodzakelijke geldlening te verwerven.
                            Een garantie wordt niet verleend indien de aanvrager zonder
                            onoverkomelijke bezwaren zonder gemeentegarantie een geldlening kan
                            verkrijgen bij een financiële instelling. Een rentevoordeel ten opzichte
                            van een lening bij een financiële instelling zonder gemeentegarantie is
                            op zichzelf onvoldoende reden om een garantie te verlenen. Eerst dienen
                            eigen middelen, subsidiegelden en middelen van sponsoren etc. door de
                            aanvrager te worden benut (vangnetcriterium).</al><al>4 Er wordt slechts een garantie verleend voor een geldlening die dient
                            ter financiering van een (on)roerende zaak. Een garantie wordt niet
                            verleend indien de te financieren (on)roerende zaken niet voldoende
                            zekerheid bieden voor verhaal van rente en aflossing van de te
                            verstrekken garantie. In het geval de te financieren zaak een onroerende
                            zaak is, zal aan de gemeente het recht van (eerste) hypotheek worden
                            verleend en voor roerende zaken zal een recht van pand wordt verleend.
                            Dit gebeurt op kosten van de aanvrager.</al><al>5 De geldlening waarvoor de garantie wordt afgegeven mag uitsluitend
                            worden aangewend voor de financiering van het in de aanvraag genoemde
                            object dan wel voor de in de aanvraag aangegeven
                            financieringsbehoefte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Waarborgfonds</titel></kop><al>1 Indien voor een garantieverlening een beroep kan worden gedaan op een
                            voorliggende voorziening in de vorm van een (nationaal) waarborgfonds
                            (bijvoorbeeld Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw, Waarborgfonds
                            voor de Zorgsector, Stichting Waarborgfonds Sport, Waarborgfonds
                            Kinderopvang), dan dient de aanvraag bij het desbetreffende fonds te
                            worden ingediend. Door de gemeente wordt in dat geval geen garantie
                            verleend.</al><al>2 Indien de aanvraag van een instelling door een waarborgfonds wordt
                            afgewezen, is dit een reden voor afwijzing door de gemeente, tenzij de
                            reden van de afwijzing van het waarborgfonds is dat de aanvraag niet
                            onder de reikwijdte van het fonds valt.</al><al>3 Specifiek voor sport geldt dat er kan worden samengewerkt met de
                            Stichting Waarborgfonds Sport (SWS). De SWS biedt slechts een garantie
                            van maximaal 50%. Zonder medewerking van de SWS wordt in beginsel geen
                            garantie verstrekt door de gemeente. Door de gemeente wordt, naast de
                            eigen garantievoorwaarden, aansluiting gezocht bij de
                            garantievoorwaarden van de SWS.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Financiële criteria</titel></kop><al>1 De financiële positie en prognoses van de aanvrager moeten zodanig
                            zijn dat rente en aflossing betaald kunnen blijven worden. De prognoses
                            van de bedrijfsvoering van de aanvrager moeten zijn gebaseerd op reële
                            verwachtingen.</al><al>2 Het college van burgemeester en wethouders informeert in ieder geval
                            de gemeenteraad en neemt pas een beslissing op de aanvraag nadat de raad
                            in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van
                            het college te brengen in het geval het een niet bij de begroting
                            vastgestelde afzonderlijke verplichting betreft inzake een garantie
                            groter dan 200.000 euro.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De aanvraag tot garantieverlening</titel></kop><al>1 De aanvraag dient voor het aangaan van verplichtingen met betrekking
                            tot de gevraagde garantie volledig en schriftelijk te worden ingediend
                            bij het college van burgemeester en wethouders.</al><al>2 De aanvraag dient voorzien te zijn van:</al><al>3 (a) een exemplaar van de statuten, (b) een opgave van de
                            bestuurssamenstelling, (c) tekeningen en technische omschrijving als het
                            een garantstelling betreft in verband met het aangaan van een geldlening
                            voor de aankoop of verbouwing van een onroerende zaak, (d) een document
                            waaruit blijkt dat het onderpand vrij is van pand of hypotheek, (e) de
                            laatst bekende taxatiewaarde van het onderpand voor de OZB in het geval
                            het gaat om een bestaande onroerende zaak;</al><al>4 De aanvraag dient eveneens voorzien te zijn van (f) de jaarrekeningen
                            van de laatste drie boekjaren, (g) een exploitatiebegroting waarin rente
                            en aflossing van de geldlening zijn verwerkt, (h) meerjarenbegroting (i)
                            een gespecificeerde opstelling van de wijze van financiering van de
                            voorgenomen investering en (g) de conceptleningsovereenkomst dan wel een
                            offerte met de leningsvoorwaarden met/van de beoogde financiële
                            instelling.</al><al>5 Een aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het college van
                            burgemeester en wethouders niet de zekerheid heeft dat de investeringen
                            zullen plaatsvinden, de aanvrager zal voldoen aan de aan de
                            garantieverlening verbonden verplichtingen, aan de betalingsverplichting
                            van rente en aflossing naar behoren zal worden voldaan en de aanvrager
                            in het kader van de aanvraag juiste of volledige gegevens heeft
                            verstrekt. Ook kan het college van burgemeester en wethouders een
                            aanvraag weigeren in het geval het weerstandsvermogen van de gemeente
                            niet toereikend is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Looptijd en hoogte geldlening</titel></kop><al>1 De looptijd van de geldlening waarvoor de garantie wordt verstrekt mag
                            niet langer zijn dan de verwachte technische of economische levensduur
                            (als deze korter is) van het object waarvoor de financiering wordt
                            aangewend. Voorts zal het bedrag waarvoor de garantie wordt verleend
                            niet hoger zijn dan de economische waarde van het object.</al><al>2 Gedurende de looptijd van de geldlening vindt een volledige aflossing
                            plaats waardoor het financiële risico van de gemeente jaarlijks
                            vermindert met een bedrag dat gelijk is aan het bedrag aan aflossing,
                            begrepen in de betaling van rente en aflossing in het betreffende
                            jaar.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><titel>Verplichtingen van de aanvrager</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Algemene verplichtingen</titel></kop><al>1 De aanvrager is verplicht om het object waarvoor de garantie is
                            verstrekt met al zijn toebehoren te verzekeren of verzekerd te houden
                            tegen (brand- en storm)schade, verlies en diefstal en zodanige andere
                            risico’s. Burgemeester en wethouders behouden zich het recht voor om
                            nadere eisen te stellen aan de door de aanvrager af te sluiten
                            verzekering(en).</al><al>2 De aanvrager is verplicht het object waarvoor de garantie is verstrekt
                            met al zijn toebehoren in behoorlijke staat te onderhouden en in stand
                            te houden.</al><al>3 Het object waarvoor de garantie is verstrekt met al zijn toebehoren
                            mag niet zonder schriftelijke toestemming van het college van
                            burgemeester en wethouders door de aanvrager van aard of bestemming
                            worden veranderd, vervreemd, met andere hypotheken of andere zakelijke
                            lasten hoe ook genaamd worden bezwaard, noch geheel of gedeeltelijk in
                            verhuur of gebruik worden gegeven. Burgemeester en wethouders behouden
                            zich het recht voor om aan voornoemde toestemming voorwaarden te
                            verbinden.</al><al>4 De aanvrager dient een besluit tot statutenwijziging dan wel een
                            besluit tot ontbinding of opheffing van de aanvrager ter goedkeuring aan
                            het college van burgemeester en wethouders voor te leggen.</al><al>5 Door de aanvrager mogen zonder voorafgaande toestemming van het
                            college van burgemeester en wethouders geen (andere) geldleningen worden
                            afgesloten of verstrekt alsmede garanties, in welke vorm dan ook, voor
                            door derden aan te gane geldleningen worden afgegeven. Burgemeester en
                            wethouders behouden zich het recht voor om aan voornoemde toestemming
                            voorwaarden te verbinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Jaarrekening en begroting</titel></kop><al>1 De aanvrager is verplicht onmiddellijk na het vaststellen van de
                            begroting voor een nieuw exploitatiejaar de begroting van dat jaar in te
                            dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Binnen drie
                            maanden na het einde van ieder exploitatiejaar moeten de jaarstukken met
                            het controleverslag, alsmede alle bescheiden die burgemeester en
                            wethouders nodig achten ter beoordeling van het financiële beheer van de
                            aanvrager, bij het college van burgemeester en wethouders worden
                            ingediend.</al><al>2 In het geval de gemeente op grond van haar garantieverplichtingen
                            betalingen heeft verricht, behoeven de hierboven genoemde stukken de
                            goedkeuring van het college van burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Informatieverplichtingen</titel></kop><al>1 De aanvrager dient op eerste aanvraag van het college van burgemeester
                            en wethouders alle verlangde inlichtingen te verstrekken en inzage te
                            geven in alle boeken en bescheiden, waarvan burgemeester en wethouders
                            inzage nodig achten voor de beoordeling van het financiële beheer van de
                            aanvrager;</al><al>2 De aanvrager dient terstond aan burgemeester en wethouders die
                            inlichtingen te verstrekken, waarvan zij redelijkerwijs mag verwachten
                            dat die van belang zijn voor de garantstelling.</al><al>3 De aanvrager is in ieder geval verplicht aan het eind van ieder
                            kalenderjaar aan het college van burgemeester en wethouders een
                            overzicht te verstrekken van het saldo van de geldlening waarvoor de
                            garantie is verleend per 1 januari en 31 december van dat kalenderjaar
                            alsmede een overzicht van de door de aanvrager in dat kalenderjaar
                            feitelijk verrichte betalingen aan aflossing en rente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Instemmingverplichting</titel></kop><al>De aanvrager dient expliciet akkoord te gaan met de
                            garantieverplichtingen als omschreven in deze beleidsregels. Met de
                            aanvrager zal hiertoe een garantieovereenkomst worden aangegaan waarin
                            deze voorwaarden en, eventueel op grond van artikel 13 gestelde
                            aanvullende of specifieke voorwaarden, nader zijn bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kosten en risicovergoeding</titel></kop><al>Alle kosten die voortvloeien uit de garantieverlening door de gemeente
                            zijn voor rekening van de aanvrager. Door de gemeente wordt een
                            risicovergoeding in rekening gebracht in verband met het verlenen van de
                            garantie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Terugbetaling in het geval van door de gemeente uit hoofde van de
                                garantstelling verrichte betalingen</titel></kop><al>Indien door de gemeente op grond van de garantstelling betalingen zijn
                            verricht dienen deze op eerste aanzegging van het college van
                            burgemeester en wethouders aan haar te worden terugbetaald. De
                            terugbetaling van de door de gemeente gedane betalingen vindt plaats met
                            vergoeding van de dan geldende wettelijke rente, te berekenen vanaf het
                            tijdstip dat door de gemeente uit hoofde van de garantstelling
                            betalingen zijn verricht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><al>In het geval zich een situatie voordoet die vraagt om nadere regels van
                            aanvullende of specifieke aard, dan is het college van burgemeester en
                            wethouders bevoegd deze regels te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze beleidsregels treden in werking op de dag na die van hun
                            bekendmaking in het gemeenteblad</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Vastgesteld in de vergadering van 1 juni 2004</ondertekening><ondertekening> Secretaris, Burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> Dit besluit is bekendgemaakt op: 17juni 2004</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><titel>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BELEIDSREGELS GARANTIES GEMEENTE
                        VLAARDINGEN</titel></kop><al>Artikel 1. Kring van rechthebbenden</al><al>Garanties worden slechts verstrekt aan niet-commerciële organisaties of
                    instellingen met rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht die niet streven
                    naar winst. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de algemene
                    subsidieverordening gemeente Vlaardingen. Ook aan een niet- commerciële
                    instelling die nauw is gelieerd aan een commerciële instelling met dezelfde of
                    vergelijkbare activiteiten, wordt in beginsel geen garantie verleend. Hiermee
                    wordt voorkomen dat indirect garant wordt gestaan voor de gelieerde commerciële
                    instelling.</al><al>Ingevolge de geldende wetgeving mag een gemeentegarantie slechts worden verleend
                    indien aantoonbaar is dat dit past binnen de uitoefening van de publieke taak.
                    In deze beleidsregels vindt de publieke taak van de gemeente Vlaardingen met
                    betrekking tot garanties haar kaders en grenzen in de gemeentebegroting (waarbij
                    met name de programmabegroting van belang is m.b.t. de afbakening van de
                    publieke taak), de begrotingswijzigingen, (financiële) verordeningen en
                    beleidsnota’s als vastgesteld door de gemeenteraad.</al><al>De organisatie of instelling mag geen besloten karakter hebben en niet zijn
                    gericht op het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze,
                    levensbeschouwelijke of politieke aard.</al><al/><al>Artikel 2. Inhoudelijke criteria</al><al>De middels de gemeentegarantie te financieren zaken moeten passen binnen en
                    bijdragen aan het gemeentelijke beleid en het openbaar belang. De gemeenteraad
                    geeft door middel van de vaststelling van de programmabegroting, de
                    begrotingswijzigingen, (financiële) verordeningen en beleidsnota’s de
                    grenzen/kaders aan van de publieke taak. Een garantie wordt slechts verstrekt
                    voor het creëren van nieuwe of handhaven van maatschappelijk gewenste
                    activiteiten die niet concurrerend zijn met reeds aanwezige voorzieningen en die
                    passen binnen/vallen onder de publieke taak van de gemeente Vlaardingen. Dit
                    betekent dat een gemeentegarantie niet wordt verleend indien in de door de
                    aanvrager middels de garantie beoogde zaken of activiteiten al op andere wijze
                    in belangrijke mate is voorzien.</al><al>Het garantiebeleid is er onder andere op gericht de financiële risico’s van de
                    gemeente zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent onder meer dat uitgangspunt
                    is dat in beginsel geen garanties worden verleend, tenzij zonder
                    gemeentegarantie het voortbestaan van de aanvrager in het geding is. Om voor een
                    garantie in aanmerking te komen moeten de middels de gemeentegarantie te
                    financieren zaken essentieel zijn voor het voortbestaan of het in voldoende mate
                    kunnen functioneren van de aanvrager. De aanvrager dient aan te tonen zonder
                    gemeentegarantie geen geldlening te verkrijgen. De aanvrager dient allereerst
                    gebruik te maken van eigen middelen, eventuele subsidiegelden en middelen van
                    derden alvorens een garantie zal worden verleend.</al><al>Artikel 2 lid 4 bepaald dat de aanvrager de gemeente, ter meerdere zekerheid,
                    een hypotheek- of pandrecht dient te verlenen. Een garantie wordt niet verleend
                    indien de te financieren (on)roerende zaak niet voldoende zekerheid biedt voor
                    verhaal van rente en aflossing van de te verstrekken garantie. Dit betekent dat
                    in beginsel door de gemeente m.b.t. een onroerende zaak een recht van eerste
                    hypotheek zal worden verlangd.</al><al/><al>Artikel 3. Waarborgfonds</al><al>In het geval door de aanvrager voor de garantie een beroep kan worden gedaan op
                    een waarborgfonds wordt door de gemeente geen garantie verstrekt. De gemeente
                    kan eventueel wel een zogenaamde achtervangfunctie hebben. Dit is bijvoorbeeld
                    het geval bij de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw. De directe
                    financieringsrisico’s zijn dan voor het betreffende waarborgfonds.</al><al>In het geval het betreffende waarborgfonds niet garant wil staan voor de aan te
                    trekken geldlening en de aanvraag afwijst zal ook de gemeente geen garantie
                    verlenen. Dit tenzij de reden voor afwijzing is dat de aanvraag (deels) niet
                    onder de reikwijdte van het betreffende waarborgfonds valt en het waarborgfonds
                    om die reden geen garantie kan verlenen (een deel van) de aan te trekken
                    geldlening. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een garantie gevraagd word voor
                    een activiteit die niet valt onder de reikwijdte van het betreffende
                    waarborgfonds maar ook bijvoorbeeld indien het betreffende waarborgfonds een
                    maximaal bedrag heeft waarvoor het zich per afzonderlijk project garant kan
                    stellen.</al><al>Specifiek met betrekking tot de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) geldt dat
                    zij slechts garant staat voor maximaal 50% van de door de aanvrager aan te
                    trekken geldlening. Zonder medewerking van de gemeente is het voor de aanvrager
                    derhalve niet mogelijk een voor 100% gegarandeerde geldlening te verkrijgen. In
                    artikel 3 lid 3 is om die reden bepaald dat in het geval van sport de gemeente
                    garant staat als a: de SWS de aanvrager een garantie zal verlenen en b:</al><al>de aanvrager aan alle (overige) gemeentelijke garantievoorwaarden voldoet. De
                    gemeente zoekt, naast de gemeentelijke garantievoorwaarden, tevens aansluiting
                    bij de garantievoorwaarden van de SWS. Te denken valt hierbij aan aanvullende
                    vereisten van de SWS als bijvoorbeeld een sporttechnische keuring.</al><al/><al>Artikel 4. Financiële criteria</al><al>In het Treasurystatuut is bepaald dat garantieverlening uit hoofde van de
                    publieke taak uitsluitend plaatsvindt nadat de gemeenteraad op zorgvuldige wijze
                    geïnformeerd is over de financiële positie van de krediet- of
                    garantie-ontvangende partij. In de verordening artikel 212 Gemeentewet is
                    inmiddels bepaald dat het college de raad in ieder geval informeert en pas een
                    besluit neemt nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                    bedenkingen ter kennis van het college te brengen als bedoeld in artikel 169 lid
                    4 Gemeentewet, voor zover het betreft niet bij begroting vastgestelde
                    afzonderlijke verplichtingen inzake waarborgen en garanties groter dan 200.000
                    euro.</al><al/><al>Artikel 5. De aanvraag tot garantieverlening</al><al>Afdeling 4.1.1. van de Awb, bepalingen omtrent ‘de aanvraag’, is van
                    overeenkomstige toepassing.</al><al>In lid 5 is een aantal weigeringsgronden aangegeven. Deze weigeringsgronden zijn
                    niet limitatief. Er kunnen andere gronden zijn die naar de mening van
                    burgemeester en wethouders een weigering rechtvaardigen.</al><al/><al>Artikel 6. Looptijd en hoogte van de geldlening</al><al/><al>Artikel 7 en 8. Algemene verplichtingen (van de aanvrager)</al><al>In artikel 7 lid 1 is voor het object waarvoor de garantie is verstrekt een
                    verzekeringsplicht opgenomen voor de aanvrager. De aanvrager dient de
                    betreffende (on)roerende zaak onder meer te verzekeren tegen schade, verlies en
                    diefstal. Dit betreft in ieder geval een verplichte verzekering tegen brand- en
                    stormschade, maar ook iedere andere geëigende verzekering ter dekking van
                    voormelde risico’s. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld (i.g.v. een roerende
                    zaak) aan een verzekering ter dekking van transportschade.</al><al/><al>Artikel 9. informatieverplichtingen (van de aanvrager)</al><al>De aanvrager dient terstond aan burgemeester en wethouders die inlichtingen te
                    verstrekken, waarvan zij redelijkerwijs mag verwachten dat die van belang zijn
                    voor de garantstelling. Dit betekent mede dat de aanvrager verplicht is het
                    college tijdig te informeren in het geval sprake is van een (te verwachten)
                    betalingsachterstand bij de kredietverstrekker.</al><al/><al>Artikel 10. lnstemmingverplichting</al><al>De aanvrager dient expliciet akkoord te gaan met de voorwaarden als opgenomen in
                    deze beleidsregels alsmede met eventueel door het college op grond van artikel
                    13 gestelde aanvullende of specifieke regels of voorwaarden. Met de aanvrager
                    zal hiertoe een garantieovereenkomst worden aangegaan.</al><al/><al/><al>Artikel 11. Kosten en risicovergoeding</al><al>Alle kosten die voortvloeien uit de garantieverlening door de gemeente zijn voor
                    rekening van de aanvrager. Te denken valt hierbij aan de kosten in verband met
                    het verlenen van een hypotheek of pand, maar ook aan bijvoorbeeld de
                    accountantskosten die voortvloeien uit de controlevoorschriften na
                    garantieverstrekking waar de aanvrager aan dient te voldoen. Voor het verlenen
                    van de garantie zal een risicovergoeding in rekening worden gebracht. Deze
                    risicovergoeding is in het geval van volkshuisvestingsprojecten door de raad bij
                    besluit van 1 december 1993 vooralsnog bepaald op 0,75% van de hoofdsom van de
                    lening bij (her)financiering ten behoeve van nieuwbouw en ten behoeve van eerste
                    aankoop van onroerende danwel roerende zaken en 0,50% van de hoofdsom van de
                    lening bij (her)financiering ten behoeve van verbetering van onroerende zaken en
                    ten behoeve van vervanging roerende zaken.</al><al>In het geval van gemeentegaranties voor aan te gane geldleningen ter
                    financiering van alle andere aan te gane vaste geldleningen ter financiering van
                    alle andere projecten dan volkshuisvestingsprojecten is door de raad bij besluit
                    van 20 februari 1996 vooralsnog een risicovergoeding bepaald ter grootte van
                    0,75% van de hoofdsom van de lening bij (her)financiering van ten behoeve van de
                    eerste aankoop van onroerende danwel roerende zaken en 0,50% van de hoofdsom van
                    de lening bij (her)financiering ten behoeve van verbetering van onroerende zaken
                    en ten behoeve van vervanging van roerende zaken.</al><al/><al>Artikel 12. Terugbetaling in het geval van door de gemeente uit hoofde van de
                    garantstelling verrichte betalingen.</al><al/><al>Artikel 13. Slotbepaling</al><al>Het college is bevoegd om, naast de in deze beleidsregels opgenomen voorwaarden,
                    nadere regels te stellen van aanvullende of specifieke aard. Deze bepaling biedt
                    het college de mogelijkheid om in het individuele geval, indien het college dit
                    noodzakelijk acht, nadere regels of voorwaarden te stellen. In het geval door
                    het college aanvullende regels of voorwaarden worden gesteld zullen deze
                    voorwaarden worden opgenomen in de met de aanvrager aan te gane
                    garantieovereenkomst.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>