<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77501_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet kinderopvang 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2005-01-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Laarder Courant De BEL Raadsbesluit
                13-01-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet kinderopvang 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET KINDEROPVANG">Wet kinderopvang, art. 25</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">burgemeester</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-12-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-02-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2004/58</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening kinderopvang, vastgesteld op 29 oktober 1996.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet kinderopvang 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Blaricum,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders</al><al/><al>gelet op artikel 25 van de Wet kinderopvang en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en
                        de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van
                        kinderopvang bij verordening te regelen;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>1. De Verordening Wet Kinderopvang (Vwk) 2005 conform vast te stellen.</al><al>2. In afwijking van artikel 22 lid 2 van de Tijdelijke referendumwet deze
                        verordening op grond van artikel 25 lid 1 van de Tijdelijke referendumwet
                        drie dagen na publicatie in werking te laten treden. Na publicatie van de
                        verordening blijft een termijn van zes weken gelden dat het besluit aan een
                        referendum kan worden onderworpen.</al><al>3. Met ingang van 1 januari 2005 de Blaricumse verordening kinderopvang niet
                        van toepassing te laten zijn op de kinderopvang, wel op de
                        peuterspeelzalen.</al><al>4. In te stemmen met het aanwenden van de stelpost nieuw beleid ad €
                        2.500,-- van het produkt “Kinderopvang/Peuterspeelzalen” in de begroting
                        2005 voor de uitvoering van de Wet Kinderopvang.</al><al/><al>Blaricum, 23 december 2004</al><al/><al/><al>M. Walrave drs. W.H.C. Ton</al><al>griffier a.i. voorzitter</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> a. het college: het college van burgemeester en wethouders;</al><al> b. de wet: de Wet kinderopvang;</al><al> c. Awb: Algemene wet bestuursrecht</al><al> d. de begripsbepalingen in artikel 1 en 2 van de Wet kinderopvang zijn
                            ook van toepassing op deze verordening.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Vaststelling noodzaak van kinderopvang op grond van sociaal-medische
                            indicatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op
                                grond van een sociaal-medische indicatie als bedoeld in artikel 23
                                van de wet bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><al> a. naam en adres van de ouder;</al><al> b. indien van toepassing: naam van de partner en, indien dit een
                                ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de
                                partner;</al><al> c. naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de
                                aanvraag betrekking heeft;</al><al> d. overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen
                                besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een
                                door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld
                                aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede
                                ondertekend door de partner.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst
                                van alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het
                                college stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond
                            van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval:</al><al> a. de geldigheidsduur van de indicatie;</al><al> b. de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een
                            sociaal-medische indicatie vast te stellen indien:</al><al> a. de ouder en de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van
                            kinderopvang ontvangt of kan ontvangen;</al><al> of</al><al> b. de ouder of de partner niet behoort tot de personen als bedoeld in
                            artikel 6, eerste lid, onderdeel k of l van de wet.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Te verstrekken gegevens bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang
                                bevat:</al><al> a. naam, adres en sofi-nummer van de ouder;</al><al> b. indien van toepassing: naam en sofi-nummer van de partner en,
                                indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres
                                van de partner;</al><al> c. naam, geboortedatum en sofi-nummer van het kind of de kinderen
                                waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft;</al><al> d. een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau
                                dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt
                                aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per
                                uur en de aanvangsdatum van de opvang;</al><al> e. gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de
                                ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de
                                wet;</al><al> f. overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen
                                besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede
                                ondertekend door de partner.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In geval van co-ouderschap vragen beide ouders een tegemoetkoming
                                aan voor hun eigen deel van de kosten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien er sprake is van een uitbreiding van het aantal uren
                                kinderopvang, dient een aanvullende aanvraag voor een tegemoetkoming
                                in de extra kosten van kinderopvang te worden ingediend.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Verlening van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst
                                van alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het
                                stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigeringsgrond</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet behoort
                                tot de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De weigeringsgronden van artikel 4:35 van de Awb zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ingangsdatum van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de
                                aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst is
                                genomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de
                                tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de
                                kinderopvang zal plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een
                                tegemoetkomingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming
                                voor een andere periode verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Omvang van de kinderopvang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren
                                kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid verleent het college bij een ouder
                                als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid,
                                onderdeel a, van de wet de tegemoetkoming voor het aantal uren
                                kinderopvang dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is
                                voor de combinatie van arbeid en zorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van
                            kinderopvang bevat in ieder geval:</al><al> a. de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen de ouder
                            behoort;</al><al> b. de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de
                            tegemoetkoming betrekking heeft;</al><al> c. de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de
                            kinderopvang plaatsvindt;</al><al> d. de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor de
                            tegemoetkoming wordt verleend;</al><al> e. de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald en
                            het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend;</al><al> f. de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;</al><al> g. de verplichtingen van de ouder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De bevoorschotting van de tegemoetkoming</titel></kop><al>De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse
                            termijnen uitbetaald.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ouder verstrekt binnen vier weken na afloop van de periode
                                waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een overzicht
                                van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college stelt de tegemoetkoming binnen acht weken na ontvangst
                                van het overzicht van de kosten vast.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De tegemoetkoming kan op grond van artikel 4:46 lid 2 Awb lager
                                worden vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk worden beschouwd,
                                worden op grond van artikel 4:46 lid 3 Awb bij de vaststelling van
                                de tegemoetkoming buiten beschouwing gelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken
                            betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Verplichtingen van de ouder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ouder of de partner doet het college onmiddellijk na het bekend
                                worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van
                                inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van
                                een lagere tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De ouder of partner verstrekt desgevraagd aan het college, binnen
                                een door het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens en
                                inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de
                                hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Intrekken of wijzigen van een besluit</titel></kop><al>Op grond van artikel 4:48 en 4:49 Awb kan een beschikking tot verlening
                            van de tegemoetkoming worden gewijzigd of worden ingetrokken. De
                            beleidsregels terugvordering WWB en Wet kinderopvang zijn van
                            overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Indien de beschikking tot verlening of het vaststellen van de
                            tegemoetkoming is ingetrokken of ten nadele van de ouder is gewijzigd,
                            wordt dit bedrag teruggevorderd op grond van artikel 38 van de wet. De
                            beleidsregels terugvordering WWB en Wet kinderopvang zijn met ingang van
                            1 januari 2005 overeenkomstig van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Opschorten van de betaling</titel></kop><al>Op grond van artikel 4:56 Awb kan het college besluiten de betaling van
                            de tegemoetkoming op te schorten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In verband met het opleggen van een boete zijn de artikelen 77 tot
                                en met 84 van de wet van toepassing. Het college kan een boete
                                opleggen van maximaal € 2.269,- indien een ouder de
                                inlichtingenverplichting niet nakomt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college stelt nadere regels omtrent het opleggen van een
                                boete.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onder toepassing van artikel 25 van de Tijdelijke referendumwet en
                                artikel 149 van de Gemeentewet treedt deze verordening in werking 3
                                dagen na haar bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor paragraaf 2, de sociaal medische indicatie, geldt dat deze in
                                werking treedt vanaf het moment dat artikel 23 van de Wet
                                kinderopvang in werking treedt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Voor de gevallen waarin deze verordening niet voorziet kan het college
                            nadere regels stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet kinderopvang (VWk)
                            2005.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Besloten in de vergadering van 23-12-2004.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>