<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77498_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Blaricum</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Laarder Courant De BEL 22-10-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Blaricum 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=ALGEMENE WET BESTUURSRECHT">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 108 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS">Wet op het primair onderwijs, art. 102 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS">Wet op het voortgezet onderwijs, art. 76m </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-04-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-05-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2009-22</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Onderwijs</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5189</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5190</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5191</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5192</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5193</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5194</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5195</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5196</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5197</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Blaricum</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Blaricum, gelezen het voorstel van het college van
                        17 maart 2009</al><al/><al>gelet op artikel 102 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 76m van
                        de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al/><al>gelet op de artikelen 108 en 147 van de Gemeentewet;</al><al/><al>gelet op artikelen 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al>gezien het gevoerde op overeenstemming gerichte overleg met de
                        vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen van de niet door gemeente
                        in stand gehouden scholen in de gemeente;</al><al>B E S L U I T :</al><al>1. de volgende “Verordening voorzie¬ningen huisvesting onderwijs gemeente
                        Blaricum” vast te stellen;</al><al>2. de “Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Blaricum
                        2007” in te trekken.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> a minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;</al><al> b bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair
                            onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare of
                            bijzondere school, die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een
                            gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente;</al><al> c school: school voor basisonderwijs en school voor voortgezet
                            onderwijs;</al><al> d - school voor basisonderwijs: een basisschool of een speciale school
                            voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair
                            onderwijs;</al><al> - school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor
                            voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar
                            algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en
                            voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 1, 2 en 5 van de Wet op
                            het voortgezet onderwijs;</al><al> e nevenvestiging: deel van een school dat door de minister ingevolge
                            artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 75 van de Wet
                            op het voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is
                            gebracht;</al><al> f voorziening: één van de voorzieningen in de huisvesting als bedoeld
                            in artikel 2 van deze verordening;</al><al> g programma: het programma als bedoeld in artikel 12 van deze
                            verordening;</al><al> h overzicht: het overzicht van de niet in het kader van de vaststelling
                            van het programma ingewilligde aanvragen als bedoeld in artikel 13 van
                            deze verordening;</al><al> i aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag voor bekostiging van
                            een voorziening heeft ingediend;</al><al> j aanvraag: verzoek om bekostiging van een voorziening;</al><al> k voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening in de
                            huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in
                            bijlage II van deze verordening, 15 jaren of langer noodzakelijk
                            is;</al><al> l voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening in de
                            huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in
                            bijlage II van deze verordening, niet langer dan 15 jaren noodzakelijk
                            is;</al><al> m permanent gebouw: schoolgebouw dat door de keuze van het ontwerp en
                            de aard van de constructie en materialen tenminste 40 jaren als
                            volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren;</al><al> n noodlokaal: verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp en
                            de aard van de constructie en materialen tenminste 15 jaren als
                            volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren;</al><al> o gymnastiekruimte: ruimte die geschikt is voor het onderwijs in
                            lichamelijke oefening;</al><al> p advies Onderwijsraad: een advies van de Onderwijsraad over de
                            vaststelling van het programma in relatie tot de vrijheid van richting
                            en de vrijheid van inrichting, als bedoeld in artikel 95 van de Wet op
                            het primair onderwijs en artikel 76f van de Wet op het voortgezet
                            onderwijs;</al><al> q verhuur: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde
                            onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke
                            of recreatieve doeleinden;</al><al> r gezamenlijke akte: de akte als bedoeld in artikel 110 van de Wet op
                            het primair onderwijs en 76u van de Wet op het voortgezet
                            onderwijs;</al><al> s beslissing gedeputeerde staten: de beslissing van gedeputeerde staten
                            in een geschil als bedoeld in artikel 110, tweede lid van de Wet op het
                            primair onderwijs en artikel 76u, tweede lid van de Wet op het
                            voortgezet onderwijs;</al><al> t eigendomsoverdracht: de eigendomsoverdracht als bedoeld in artikel
                            110 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 76u van de Wet op het
                            voortgezet onderwijs.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden:</al><al> a de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen
                            bestaande uit:</al><al> 1 nieuwbouw voor een school die voor het eerst voor rijksbekostiging in
                            aanmerking is gebracht, dan wel nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke
                            vervanging van een gebouw waarin een school is gehuisvest, al dan niet
                            op dezelfde locatie;</al><al> 2 uitbreiding van een gebouw waarin een school is gehuisvest;</al><al> 3 gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand gebouw ten
                            behoeve van de huisvesting van een school;</al><al> 4 het plaatsen van één of meer semi-permanente schoollokalen ten
                            behoeve van de huisvesting van een school;</al><al> 5 terrein voor zover nodig voor de realisering van een onder a sub 1
                            tot en met 4 omschreven voorziening;</al><al> 6 uitbreiding eerste inrichting met onderwijsleerpakket of met leer en
                            hulpmiddelen voor deze nog niet eerder voor bekostiging van rijks of
                            gemeentewege in aanmerking zijn gebracht;</al><al> 7 uitbreiding eerste inrichting met meubilair voor zover deze nog niet
                            eerder voor bekostiging van rijks of gemeentewege in aanmerking is
                            gebracht;</al><al> 8 medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een gebouw dat al
                            bij een andere school in gebruik is;</al><al> b aanpassingen aan gebouwen bestaande uit één of meer activiteiten
                            zoals onderscheiden in bijlage I;</al><al> c onderhoud aan gebouwen voor basisonderwijs bestaande uit één of meer
                            activiteiten zoals onderscheiden in bijlage I;</al><al> d herstel van een constructiefout bestaande uit schade aan een gebouw
                            veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals uit kosten
                            gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare materiële schade
                            onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of
                            wanprestatie;</al><al> e herstel en vervanging van schade aan een gebouw, onderwijsleerpakket
                            en leer en hulpmiddelen en meubilair als gevolg van brand, storm,
                            inbraak of vandalisme.</al><al> f huur van een sportterrein voor een school of scholengemeenschap voor
                            VO ten behoeve van het onderwijs in lichamelijke oefening en huur van
                            een gymnastiekaccommodatie van derden.Voor de toepassing van deze
                            verordening worden de volgende voorzieningen onderscheiden:</al><al> a de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen
                            bestaande uit:</al><al> 1` nieuwbouw voor een school die voor het eerst voor rijksbekostiging
                            in aanmerking is gebracht, dan wel nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke
                            vervanging van een gebouw waarin een school is gehuisvest, al dan niet
                            op dezelfde locatie;</al><al> 2` uitbreiding van een gebouw waarin een school is gehuisvest;</al><al> 3` gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand gebouw ten
                            behoeve van de huisvesting van een school;</al><al> 4` het plaatsen van één of meer semi-permanente schoollokalen ten
                            behoeve van de huisvesting van een school;</al><al> 5` terrein voor zover nodig voor de realisering van een onder a sub 1
                            tot en met 4 omschreven voorziening;</al><al> 6` uitbreiding eerste inrichting met onderwijsleerpakket of met leer en
                            hulpmiddelen voor deze nog niet eerder voor bekostiging van rijks of
                            gemeentewege in aanmerking zijn gebracht;</al><al> 7` uitbreiding eerste inrichting met meubilair voor zover deze nog niet
                            eerder voor bekostiging van rijks of gemeentewege in aanmerking is
                            gebracht;</al><al> 8` medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een gebouw dat al
                            bij een andere school in gebruik is;</al><al> b aanpassingen aan gebouwen bestaande uit één of meer activiteiten
                            zoals onderscheiden in bijlage I;</al><al> c onderhoud aan gebouwen voor basisonderwijs bestaande uit één of meer
                            activiteiten zoals onderscheiden in bijlage I;</al><al> d herstel van een constructiefout bestaande uit schade aan een gebouw
                            veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals uit kosten
                            gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare materiële schade
                            onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of
                            wanprestatie;</al><al> e herstel en vervanging van schade aan een gebouw, onderwijsleerpakket
                            en leer en hulpmiddelen en meubilair als gevolg van brand, storm,
                            inbraak of vandalisme.</al><al> f huur van een sportterrein voor een school of scholengemeenschap voor
                            VO ten behoeve van het onderwijs in lichamelijke oefening en huur van
                            een gymnastiekaccommodatie van derden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bouwvoorbereiding voorzieningen</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling vergoeding voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij toekenning van de in artikel 2 genoemde voorzieningen wordt bij
                                de wijze van vaststelling van de hoogte van de bekostiging een
                                onderscheid gemaakt tussen vooraf genormeerde bedragen en bedragen
                                gebaseerd op feitelijk voorziene kosten per geval.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De genormeerde vergoedingsbedragen worden vastgesteld met
                                inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, deel A. De
                                vergoedingsbedragen die zijn gebaseerd op de feitelijke kosten
                                worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV,
                                deel B.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Deel A van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen als
                                bedoeld in artikel 2, onder a1,2,6,7 en 8. Deel B van bijlage IV is
                                van toepassing op de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder
                                a3, 4en 5, b, c, d, e en f en de kosten van bouwvoorbereiding als
                                bedoeld in artikel 3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college gegevens die
                                noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze
                                verordening;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen aan de
                                gegevensverstrekking;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de gegevensverstrekking wordt gebruik gemaakt van een door het
                                college vastgesteld formulier.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Programma en overzicht</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Aanvragen programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag voor opname van een voorziening op het programma
                                    wordt voor 1 februari voorafgaand aan het jaar van vaststelling
                                    van het betreffende programma door het bevoegd gezag ingediend
                                    bij het college. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het
                                    college vastgesteld aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aanvragen ingediend na de datum als genoemd in het eerste lid,
                                    neemt het college niet in behandeling.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de aanvraag een voorziening betreft welke niet genoemd
                                    wordt in artikel 2, besluit het college de aanvraag niet in
                                    behandeling te nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet
                                    behandelen onvolledige aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanvraag vermeldt in ieder geval:</al><al> a de naam en het adres van de aanvrager;</al><al> b de dagtekening</al><al> c de naam van de school, en voor zover van toepassing, het
                                    gebouw ten behoeve waarvan de voorziening is bestemd;</al><al> d welke voorziening wordt aangevraagd;</al><al> e de onderbouwing van de noodzaak en de om¬vang van de gewenste
                                    voorziening;</al><al> f de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
                                    voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In aanvulling op de in het eerste lid vermelde gegevens gaat de
                                    aanvraag vergezeld van:</al><al> a een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                    school, die voldoet aan de in bijlage II omschreven vereisten,
                                    tenzij het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2,
                                    onder a onderdelen 6o tot en met 8o en artikel 2, onder d, e en
                                    f;</al><al> b de aanduiding van de gewenste plaats waar de voorziening moet
                                    worden gerealiseerd, indien het een voorziening betreft als
                                    bedoeld in artikel 2, onder a onderdelen 1 tot en met 4;</al><al> c een rapportage waarin de bouwkundige noodzaak blijkt, indien
                                    het een voorziening betreft bestaande uit</al><al>1e nieuwbouw voor de gehele of gedeeltelijke vervanging van een
                                    gebouw;</al><al>2e onderhoud aan een gebouw voor basisonderwijs of van een
                                    school voor voortgezet onderwijs, of;</al><al>3e herstel van een constructiefout.</al><al> Bij de rapportage wordt gebruik gemaakt van het door het
                                    college vastgestelde formulier 'Bouwkundige opname'.</al><al> d een globaal schetsontwerp en een begroting op basis van de
                                    norm, indien de aanvraag betrekking heeft op een voorziening
                                    waarop het gestelde in artikel 4, derde lid, eerste volzin van
                                    toepassing is;</al><al> of:</al><al> een begroting van de kosten gemoeid met de uitvoering van de
                                    voorziening, indien de aanvraag betrekking heeft op een
                                    voorziening waarop het gestelde in artikel 4, derde lid, laatste
                                    volzin van toepassing is;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college stelt, indien nodig geacht, de aanvrager
                                    schriftelijk op de hoogte van het ontbreken van gegevens, als
                                    bedoeld in het eerste of tweede lid. De aanvrager krijgt 1 maand
                                    de tijd om de ontbrekende gegevens aan te vullen.</al><al> Indien de vereiste gegevens niet binnen de gestelde termijn
                                    zijn verstrekt, neemt het college de aanvraag niet in
                                    behandeling.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien een door het college in behandeling genomen aanvraag
                                    betrekking heeft op een voorziening voor een school, waarvan de
                                    beoordeling van de noodzaak mede gebaseerd is op het aantal
                                    leerlingen van de betrokken school op de wettelijke teldatum van
                                    1 oktober van het jaar waarin de datum genoemd in artikel 6
                                    valt, dan zendt de aanvrager het college binnen twee weken een
                                    afschrift van de jaarlijkse opgave aan de minister van het
                                    aantal leerlingen dat op de wettelijke teldatum staat
                                    ingeschreven op de school. Indien het afschrift niet binnen de
                                    termijn als bedoeld in de vorige volzin is verstrekt, neemt het
                                    college de aanvraag niet in behandeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Opgave ingediende aanvragen</titel></kop><al>Het college verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen een opgave van
                                de ingevolge artikel 6 ingediende aanvragen en geeft daarbij aan
                                welke aanvraag of aanvragen niet in behandeling worden genomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Overleg voorafgaand aan vaststelling programma en
                                overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende
                                    begroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college of de aanvrager kan verzoeken de aanvraag nader toe
                                    te lichten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>het college treedt in overleg met de aanvrager, indien de
                                    aanvraag een voorziening betreft waarop het gestelde in artikel
                                    4, derde lid, laatste volzin van toepassing is en het college
                                    van oordeel is dat de door de aanvrager overgelegde
                                    kostenbegroting dient te worden aangepast. Het college geeft in
                                    het voorstel tot vaststelling van het bedrag, het programma en
                                    het overzicht als bedoeld in paragraaf 2.3, onder vermelding van
                                    de redenen, aan wanneer er in het overleg geen overeenstemming
                                    is bereikt over de hoogte van het geraamde bedrag. Het college
                                    geeft in dit voorstel tevens de hoogte van het geraamde bedrag
                                    aan, waarvan voor de aangevraagde voorziening wordt uitgegaan
                                    bij de toepassing van het gestelde in paragraaf 2.3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voordat het college het programma en het overzicht vaststelt,
                                    worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg in de
                                    gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen inhoud
                                    van dat voorstel naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De bevoegde gezagsorganen worden tenminste twee weken voor de
                                    door het college vastgestelde datum schriftelijk in kennis
                                    gesteld van het tijdstip van het overleg en de voorgenomen
                                    inhoud van het voorstel.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg als
                                    bedoeld in het eerste lid, kunnen vóór de in het tweede lid
                                    bedoelde datum hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken aan het
                                    college. Het college stelt de deelnemers aan het overleg hiervan
                                    in kennis.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college maakt een verslag van de in het overleg door de
                                    bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen, van de
                                    tijdig ingediende, schriftelijk kenbaar gemaakte zienswijzen en
                                    van de reactie van het college op deze zienswijzen. Het verslag
                                    wordt toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Een bevoegd gezag of college dat advies wenst van de
                                    Onderwijsraad over het voorstel met betrekking tot de
                                    voorgenomen inhoud van het programma, in relatie tot de vrijheid
                                    van richting en de vrijheid inrichting, maakt dit kenbaar
                                    tijdens het overleg als bedoeld in het eerste lid. Dit gebeurt
                                    aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van
                                    de onderwerpen waarover het advies van de Onderwijsraad wordt
                                    verwacht. Hierbij wordt tevens het verband aangegeven tussen
                                    deze onderwerpen en de vrijheid van richting en de vrijheid van
                                    inrichting.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De bevoegde gezagsorganen en burgemeester en wethouders worden
                                    tijdens het overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen
                                    naar voren te brengen over een verzoek om advies van de
                                    Onderwijsraad. Het schriftelijke verzoek om advies en de
                                    daarover naar voren gebrachte zienswijzen maken deel uit van het
                                    verslag van het overleg als bedoeld in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Het college is belast met de indiening van een verzoek om advies
                                    bij de Onderwijsraad. Daarbij zorgt het ervoor dat de
                                    Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor de
                                    beoordeling van het verzoek, waaronder het schriftelijk verslag
                                    van het overleg.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies
                                    wordt zo spoedig mogelijk door het college toegezonden aan de
                                    bevoegde gezagsorganen. Indien het geheel of gedeeltelijk
                                    opvolgen van het advies van de Onderwijsraad zou leiden tot een
                                    of meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van
                                    het programma, dan worden de bevoegde gezagsorganen door het
                                    college bij de toezending van het afschrift van het advies
                                    uitgenodigd voor een nader overleg. In alle andere gevallen
                                    beoordeelt het college of nader bestuurlijk overleg over het
                                    advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft
                                    dit aan bij toezending van het afschrift van het advies van de
                                    Onderwijsraad.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt zo spoedig
                                    mogelijk plaats na toezending van het advies van de
                                    Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen. Het college maakt
                                    van dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het verslag als
                                    bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Vaststelling bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Tijdstip vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast voor de
                                    vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Dit
                                    bekostigingplafond kan worden gesplitst in afzonderlijke
                                    bedragen per onderwijssoort of per voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld op uiterlijk
                                    31 december van het jaar waarin de datum genoemd in artikel 6
                                    valt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inhoud programma</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aangevraagde voorzieningen waarmee in het jaar volgend op het
                                    jaar van vaststelling van het programma een aanvang kan worden
                                    gemaakt, komen, voor zover het college heeft vastgesteld dat
                                    geen van de in de Wet op het primair onderwijs en Wet op het
                                    voortgezet onderwijs opgenomen weigeringsgronden van toepassing
                                    is, in aanmerking voor plaatsing op het programma. Bij deze
                                    vaststelling past het college de regels toe met betrekking
                                    tot:</al><al> a de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I;</al><al> b de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;</al><al> c de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen als bedoeld in
                                    bijlage III.</al><al> Van de voor plaatsing op het programma in aanmerking komende
                                    voorzieningen neemt het college, aan de hand van de
                                    urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V, uitsluitend
                                    voorzieningen op in het programma voor zover het bedrag dan wel
                                    de deelbedragen als bedoeld in artikel 11, eerste lid,
                                    toereikend zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op voorstel van het overleg als bedoeld in artikel 10, kan het
                                    college de raad verzoeken bij de vaststelling van het programma
                                    af te mogen wijken van de urgentiecriteria als bedoeld in
                                    bijlage V.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ten aanzien van de in het programma opgenomen voorzieningen
                                    wordt, voor zover van toepassing, door het college
                                    aangegeven:</al><al> a het genormeerde bedrag dat ingevolge de bijlage IV, deel A
                                    voor de betreffende voorziening beschikbaar wordt gesteld;</al><al> b het geraamde bedrag gemoeid met de uitvoering van de
                                    voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                    volzin;</al><al> c de voorwaarden betreffende ingebruikneming of
                                    buitengebruikstelling van gebouwen of lokalen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inhoud overzicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het overzicht bevat de aangevraagde voorzieningen die, gelet op
                                    het bepaalde in artikel 12, eerste lid, niet in het programma
                                    zijn opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ten aanzien van elk van de in het overzicht opgenomen
                                    voorzieningen wordt aangegeven waarom deze niet in het programma
                                    zijn opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bekendmaking besluit vaststelling bekostigingsplafond,
                                    programma en overzicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De bekendmaking van de besluiten tot vaststelling van het
                                    bekostigingsplafond, het programma en het overzicht geschiedt zo
                                    spoedig mogelijk na de datum van vaststelling door toezending
                                    door het college en na de vaststelling van de begroting door de
                                    raad, door toezending door het college van de besluiten aan de
                                    aanvragers. Tegelijkertijd met de bekendmaking doet het college
                                    schriftelijk mededeling over de besluiten aan de overige
                                    bevoegde gezagsorganen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De besluiten als bedoeld in het eerste lid worden tegelijkertijd
                                    met de bekendmaking ter inzage gelegd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Uitvoering programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overleg wijze van uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college treedt in overleg met de aanvrager over de wijze van
                                    uitvoering van de op het programma geplaatste voorziening. In
                                    dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor de
                                    uitvoering van de voorziening. Daarbij worden, voor zover van
                                    toepassing, afspraken gemaakt over:</al><al> a het bouwheerschap als bedoeld in de Wet op het primair
                                    onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al> b het tijdstip van indiening van het bouwplan en de begroting
                                    door de aanvrager;</al><al> c een andere wijze van uitvoering van het besluit met
                                    inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag;</al><al> d de wijze waarop het college toepassing geeft aan de toetsing
                                    van het bouwplan en de begroting, alsmede aan de toetsing in
                                    verband met wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en
                                    omstandigheden als bedoeld in artikel 16;</al><al> e de controle op en het afleggen van verantwoording over de
                                    besteding van de beschikbaar te stellen middelen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien het overleg betrekking heeft op de uitvoering van een
                                    voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin,
                                    dan geeft de aanvrager aan op welke wijze de aanbesteding van de
                                    uitvoering zal plaatsvinden. Daarbij worden, voor zover van
                                    toepassing, gezien de aard van de voorziening, de gestelde
                                    richtlijnen als bedoeld in bijlage IV, deel B in acht
                                    genomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De inhoud van de afspraken of de constatering dat het overleg
                                    niet tot overeenstemming heeft geleid, legt het college
                                    schriftelijk vast in een verslag, dat het binnen vier weken na
                                    afloop van het overleg ter kennis van de aanvrager brengt.
                                    Indien de aanvrager schriftelijk instemt met het verslag of
                                    binnen twee weken na ontvangst nog niet schriftelijk heeft
                                    gereageerd, wordt er, afhankelijk van de inhoud van het
                                    vastgestelde verslag, geacht overeenstemming of geen
                                    overeenstemming te zijn bereikt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 16,
                                    vierde lid, neemt het college zo spoedig mogelijk een beslissing
                                    over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan
                                    nemen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Indien in het overleg geen overeenstemming als bedoeld in het
                                    derde lid is bereikt, deelt het college binnen vier weken nadat
                                    het verslag is vastgesteld, dit schriftelijk mee aan de
                                    aanvrager. Daarbij wordt aangegeven dat de bekostiging van de
                                    uitvoering van de voorziening geen aanvang zal nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Instemming bouwplannen en begroting, tijdstip aanvraag,
                                    toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en
                                    omstandigheden, overlegging offertes</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 15, derde lid is
                                    bereikt en voorafgaand aan het verlenen van een bouwopdracht,
                                    dient de aanvrager met inachtneming van de hierover gemaakte
                                    afspraken de bouwplannen, twee offertes en een aanduiding van
                                    het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang dient te nemen,
                                    ter goedkeuring in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Binnen zes weken na ontvangst van de stukken beslist het college
                                    over de instemming met de bouwplannen, de desbetreffende
                                    begroting en het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang
                                    neemt. Het college kan, onder mededeling daarvan aan de
                                    aanvrager, deze termijn verlengen met drie weken. Indien niet
                                    binnen deze termijn is besloten, wordt geacht instemming te zijn
                                    verleend met de bouwplannen en de begroting geacht en vangt de
                                    bekostiging aan op het door de aanvrager aangegeven
                                    tijdstip.</al><al> Het college deelt de beslissing over het bouwplan, de
                                    desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de bekostiging
                                    een aanvang neemt zo spoedig mogelijk na de datum van de
                                    beslissing schriftelijk mee aan de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het
                                    college eveneens vast of de feiten en omstandigheden waarin de
                                    school verkeert ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten
                                    tijde van de vaststelling van het programma, al dan niet
                                    ingrijpend zijn gewijzigd. Bij een naar oordeel van het college
                                    ingrijpende wijziging van de feiten en omstandigheden komt de
                                    voorziening alsnog niet voor bekostiging in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De instemming met de bouwplannen, de instemming met de
                                    begroting, de toetsing of voldaan wordt aan de bij of krachtens
                                    de wet gestelde voorschriften en de toetsing of er sprake is van
                                    nieuwe feiten en omstandigheden kunnen achterwege blijven, als
                                    dat naar het oordeel van het college niet noodzakelijk is gezien
                                    de inhoud van de in het programma opgenomen voorziening. Het
                                    college doet hiervan mededeling aan de aanvrager in het overleg
                                    als bedoeld in artikel 15.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde
                                    begroting blijft achterwege indien het de uitvoering betreft van
                                    een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, eerste
                                    volzin.</al><al> De beslissing van het college als bedoeld in het tweede lid
                                    betreft dan uitsluitend de beoordeling van het bouwplan.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Nadat het college met het bouwplan van een voorziening als
                                    bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin heeft ingestemd,
                                    overlegt de aanvrager met inachtneming van de hierover gemaakte
                                    afspraken als bedoeld in artikel 15, tweede lid, aan het college
                                    de aan de aanvrager uitgebrachte offertes voor de uitvoering van
                                    de voorziening. Het college beslist binnen vier weken na
                                    ontvangst van de offertes over het bedrag dat definitief
                                    beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de voorziening
                                    en over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan
                                    nemen.</al><al> De aanvrager wordt binnen twee weken na de datum van deze
                                    beslissing hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Voor de
                                    vaststelling van het definitieve bedrag is de offerte met de
                                    laagste prijsstelling bepalend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aanvang bekostiging</titel></kop><al>Het college kan bij de beslissing als bedoeld in artikel 16, tweede
                                lid of artikel 16 zesde lid over het tijdstip waarop de bekostiging
                                een aanvang neemt, bepalen dat de beschikbaarstelling van de gelden
                                in termijnen plaatsvindt. De beschikbaarstelling van de gelden
                                geschiedt dan telkens op een zodanig tijdstip dat de aanvrager kan
                                voldoen aan de financiële verplichtingen voortkomend uit de
                                realisering van de op het programma geplaatste voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt, indien
                                    de aanvrager niet vóór 1 oktober van het jaar volgend op de
                                    vaststelling van het programma een bouwopdracht heeft verleend,
                                    dan wel een koop , huur of erfpachtovereenkomst heeft gesloten
                                    en een afschrift hiervan niet voor 15 oktober daaropvolgend aan
                                    het college is gezonden. De in eerste volzin bedoelde
                                    bouwopdracht is onherroepelijk en vermeldt de aanvangsdatum van
                                    het werk en de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen,
                                    waarbinnen het werk wordt opgeleverd.</al><al> De in de eerste volzin bedoelde overeenkomsten zijn
                                    onherroepe¬lijk. Een huur of erfpachtovereenkomst vermeldt de
                                    datum van inwerkingtreding, alsmede de duur van de overeenkomst.
                                    Een koopovereenkomst vermeldt de datum van aankoop.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                    overschrijding van de termijn als bedoeld in het eerste lid
                                    veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden die niet aan de
                                    aanvrager zijn toe te rekenen en de aanvrager voor 1 september
                                    een verzoek tot verlenging van de termijn, als bedoeld in het
                                    eerste lid, bij het college heeft ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek tot
                                    verlenging van de termijn. Indien het verzoek wordt ingewilligd,
                                    wordt in het besluit aangegeven tot welke datum de termijn als
                                    bedoeld in het eerste lid wordt verlengd.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanvragen met spoedeisend karakter</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag tot bekostiging van een voorziening in de
                                    huisvesting die gelet op de voortgang van het onderwijs geen
                                    uitstel kan lijden, kan worden ingediend bij het college.
                                    Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college
                                    vastgesteld aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een spoedaanvraag kan worden ingediend als sprake is van een in
                                    gebreke zijnde voorziening die een ernstige belemmering vormt
                                    voor de goede voortgang van het onderwijs c.q. de voortgang van
                                    het onderwijs direct in gevaar brengt;</al><al> - onomstotelijk is veroorzaakt door een calamiteit, waarvan
                                    herstel geen uitstel kan dulden;</al><al> - niet te wijten is aan nalatenschap en/of in eigen gebreke
                                    blijven van de aanvrager;</al><al> - onvoorzien is gebleken en waarvan herstel geen uitstel kan
                                    dulden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de aanvraag een voorziening betreft welke niet voldoet
                                    aan de criteria gesteld in artikel 19 lid 2, besluit het college
                                    de aanvraag niet in behandeling te nemen. Het besluit om de
                                    aanvraag niet te behandelen wordt zo spoedig mogelijk aan de
                                    aanvrager bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inhoud aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanvraag bevat in ieder geval de gegevens zoals vermeld in
                                    artikel 7, eerste lid. In aanvulling daarop dient de aanvrager
                                    de volgende gegevens te verstrekken:</al><al> a een nadere aanduiding van de omstandigheden die de
                                    voorziening in de huisvesting spoedeisend maken;</al><al> b de reden waarom de voorziening in de huisvesting niet kon
                                    worden aangevraagd in het kader van een nog vast te stellen
                                    programma;</al><al> c een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                    school, welke voldoet aan de in bijlage II omschreven vereisten,
                                    tenzij het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2
                                    onder a, onderdelen 6 t/m 8 en artikel 2 onder d, e en f;</al><al> d een begroting van de kosten gemoeid met de uitvoering indien
                                    het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 4, derde lid,
                                    laatste volzin.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien naar het oordeel van het college één of meer gegevens als
                                    bedoeld in het eerste lid ontbreken, wordt dit zo spoedig
                                    mogelijk na datum van indiening van de aanvraag schriftelijk
                                    medegedeeld aan de aanvrager. De aanvrager wordt in de
                                    gelegenheid gesteld de ontbrekende gegevens binnen twee weken na
                                    ontvangst van de mededeling in te dienen bij het college. Indien
                                    de aanvrager de vereiste ontbrekende gegevens niet binnen de in
                                    de vorige volzin bedoelde termijn heeft verstrekt, besluit het
                                    college de aanvraag niet te behandelen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Beoordeling aanvraag; uitvoering besluit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Tijdstip beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de
                                    aanvraag of binnen vier weken nadat de aanvullende gegevens zijn
                                    verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. Binnen twee weken na
                                    de datum van de beslissing wordt de aanvrager hiervan
                                    schriftelijk in kennis gesteld door het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien een beschikking niet binnen vier weken kan worden
                                    gegeven, stelt het college de aanvrager daarvan in kennis en
                                    noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking
                                    wel tegemoet kan worden gezien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inhoud beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aangevraagde voorziening wordt toegewezen als het college
                                    heeft vastgesteld dat het treffen van de voorziening, gelet op
                                    de voortgang van het onderwijs, geen uitstel kan lijden en geen
                                    van de in de Wet op het primair onderwijs en Wet op het
                                    voortgezet onderwijs opgenomen weigeringsgronden van toepassing
                                    is. Bij deze vaststelling past het college de regels toe met
                                    betrekking tot:</al><al> a de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I;</al><al> b de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;</al><al> c de oppervlakte en indeling van gebouwen als bedoeld in
                                    bijlage III.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De beslissing van het college kan een gedeelte van de gewenste
                                    voorziening dan wel een andere dan de gevraagde voorziening
                                    omvatten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college vermeldt welk genormeerd bedrag ingevolge het
                                    bepaalde in bijlage IV, deel A voor de toegewezen voorziening
                                    beschikbaar wordt gesteld, dan wel wat het geraamde bedrag is
                                    indien het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 4,
                                    derde lid, laatste volzin. Bij de beschikking stelt het college
                                    vast voor welke datum een bouwopdracht moet zijn verleend, dan
                                    wel een koop-, huur-, of erfpachtovereenkomst moet zijn
                                    gesloten, en voor welke datum een afschrift daarvan aan het
                                    college moet zijn toegezonden. Binnen twee maanden na de datum
                                    van de beschikking door het college moet een bouwopdracht zijn
                                    verleend, dan wel een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst zijn
                                    gesloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Uitvoering beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Na bekendmaking van de beslissing als bedoeld in artikel 21
                                    eerste lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het
                                    college zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de
                                    wijze van uitvoering.</al><al> Het bepaalde in de artikelen 15, 16 en 17 is daarbij van
                                    overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van
                                    de termijn, genoemd in artikel 16, tweede lid, eerste volzin,
                                    een termijn van drie weken geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Vervallen aanspraak bekostiging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien niet voor de in artikel 22, derde lid bedoelde datum een
                                    bouwopdracht wordt gegeven, dan wel een koop , huur of
                                    erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift daarvan is
                                    gezonden aan het college, vervalt de aanspraak op bekostiging.
                                    Ten aanzien van de inhoud van een bouwopdracht, dan wel koop ,
                                    huur of erfpachtovereenkomst is het bepaalde in artikel 18,
                                    eerste lid van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanspraak op vergoeding vervalt niet, indien de
                                    overschrijding van de datum veroorzaakt wordt door bijzondere
                                    omstandigheden, die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen,
                                    en de aanvrager uiterlijk voor de in lid 1 bedoelde datum een
                                    schriftelijk gemotiveerd verzoek heeft ingediend bij het college
                                    tot verlenging van de termijn.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Dit verzoek schort het vervallen van de aanspraak op vergoeding
                                    op totdat het college op het verzoek beslist. Indien het college
                                    het verzoek inwilligt, noemt het college een nieuwe datum waarop
                                    de aanspraak op vergoeding vervalt. Indien het college het
                                    verzoek afwijst, geldt de datum van de beslissing op het verzoek
                                    als vervaldatum, met dien verstande dat deze datum niet voor de
                                    oorspronkelijke vervaldatum kan vervallen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bekostiging bouwvoorbereiding</titel></kop><structuurtekst><al>Vervallen</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Medegebruik en verhuur</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.1</nr><titel>Medegebruik ten behoeve van onderwijs of educatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Aanduiding omstandigheden</titel></kop><al>Het college kan overgaan tot vordering van een gedeelte van een
                                gebouw of terrein, bestemd voor het basisonderwijs en voortgezet
                                onderwijs, indien:</al><al> a er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een
                                school berekend volgens het gestelde in bijlage III, delen A en B en
                                het bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld in artikel
                                6 of 19 voor medegebruik of uitbreiding heeft ingediend;</al><al> b het bevoegd gezag van een school een aanvraag voor een andere
                                huisvestingsvoorziening heeft ingediend en door medegebruik aan de
                                behoefte aan huisvesting kan worden voorzien;</al><al> c er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een
                                andere school of een instelling als bedoeld in de Wet educatie en
                                beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de voor die school of
                                instelling gangbare berekeningswijze;</al><al> d er sprake is van leegstand in een lesgebouw van een school;</al><al> e er sprake is van leegstand in gymnastiekruimte van een
                                school.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Omschrijving leegstand</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Er is sprake van leegstand in een lesgebouw:</al><al> a wanneer het betreft een gebouw van een school voor
                                    basisonderwijs, indien uit de vergelijking van het aantal
                                    vierkante meters bruto-vloeroppervlakte zoals berekend op basis
                                    van bijlage III, deel B en de capaciteit van het gebouw in
                                    vierkante meters bruto-vloeroppervlakte zoals vastgesteld op
                                    basis van bijlage III, deel A, blijkt dat er ten minste een
                                    aantal vierkante meters bruto-vloeroppervlakte ter grootte van
                                    de in bijlage III, deel C genoemde drempelwaarde niet nodig is
                                    voor de daar gevestigde school of scholen.</al><al> b wanneer het betreft een gebouw van een school voor voortgezet
                                    onderwijs, indien uit de vergelijking van de ruimtebehoefte
                                    zoals berekend op basis van bijlage III, deel B en de capaciteit
                                    van het gebouw zoals vastgesteld op basis van bijlage III, deel
                                    A blijkt dat er een overschot is aan vierkante meters
                                    bruto-vloeroppervlakte tenzij het bevoegd gezag op basis van het
                                    lesrooster of de lesroosters voor het lopende of eerstkomende
                                    schooljaar aantoont dat er binnen het overschot aan vierkante
                                    meters bruto-vloeroppervlakte geen sprake is van onderbenutting
                                    van de onderwijsruimten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Er is sprake van leegstand in een gymnastiekruimte:</al><al> a wanneer het een gebouw betreft dat wordt gebruikt door een of
                                    meerdere scholen voor basisonderwijs, indien de som van het
                                    aantal klokuren gebruik dat door het college wordt vergoed
                                    minder is dan 40 klokuren;</al><al> b wanneer het een gebouw betreft van een school voor voortgezet
                                    onderwijs, indien uit de berekening op basis van bijlage III,
                                    deel B blijkt dat de benutting van het gebouw lager is dan 40
                                    lesuren, tenzij het bevoegd gezag op basis van het lesrooster of
                                    de lesroosters voor het lopende of eerstkomende schooljaar
                                    aantoont dat dit niet het geval is.</al><al> c wanneer het een gebouw betreft dat gebruikt wordt voor
                                    basisonderwijs of voor voortgezet onderwijs, indien de som van
                                    de berekeningswijzen genoemd onder a en b een aantal klokuren
                                    lager dan 40 oplevert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Nalaten vordering; volgorde van vorderen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve van
                                    medegebruik indien het bevoegd gezag de leegstand van het gebouw
                                    waarin het beoogde medegebruik dient plaats te vinden in gebruik
                                    heeft gegeven aan een andere school of scholen ten behoeve van
                                    het onderwijs aan die school of scholen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien het
                                    gebruik van die andere school of scholen kan plaatsvinden in de
                                    aan die scholen reeds ter beschikking staande
                                    huisvestingscapaciteit.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet
                                    wordt:</al><al> a als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat in
                                    gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag, tenzij
                                    uit oogpunt van doelmatigheid het vorderen van leegstand in een
                                    ander gebouw een betere oplossing biedt;</al><al> b vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin een
                                    school van dezelfde richting is gehuisvest en</al><al> c vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat het
                                    dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de school ten behoeve
                                    waarvan de vordering plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan, indien de bij de vordering betrokken bevoegde
                                    gezagsorganen daarmee instemmen, in een individueel geval van de
                                    in het derde lid opgenomen volgorde afwijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering
                                    van leegstand in een lesgebouw of gymnastiekruimte, voert het
                                    college daarover overleg met het bevoegd gezag waarvan de
                                    leegstand gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de
                                    huisvesting is bestemd. Dit overleg maakt deel uit van het
                                    overleg als bedoeld in artikel 10.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Na de vaststelling van het programma als bedoeld in artikel 11,
                                    doet het college schriftelijk mededeling van de vordering aan
                                    het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt. Van deze mededeling
                                    kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in het overleg te
                                    kennen geeft geen bezwaar tegen de vordering te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering
                                    in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 19, voert
                                    het college daarover zo spoedig mogelijk overleg met het bevoegd
                                    gezag waarvan gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor
                                    de huisvesting is bestemd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na het overleg als bedoeld in het vorige
                                    lid, doet het college schriftelijk mededeling van de vordering
                                    aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt. Van deze
                                    mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in het
                                    overleg te kennen geeft geen bezwaar tegen de vordering te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De schriftelijke mededeling van het college als bedoeld in de
                                    tweede en vierde lid, bevat in ieder geval:</al><al> a de naam van de school en het bevoegd gezag ten behoeve
                                    waarvan wordt gevorderd;</al><al> b een aanduiding van het aantal leerlingen of aantal leerlingen
                                    ten behoeve waarvan gevorderd wordt of, indien het betreft het
                                    onderwijs in lichamelijke oefening, het aantal klokuren dat
                                    gevorderd wordt;</al><al> c een aanduiding van het gebouw waarop de vordering betrekking
                                    heeft;</al><al> d een aanduiding van het aantal en het type ruimten dat
                                    gevorderd wordt;</al><al> e de periode waarvoor gevorderd wordt en de ingangsdatum van
                                    het medegebruik.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al>De bevoegde gezagsorganen die het betreft stellen in onderling
                                overleg, met inachtneming van de wettelijke bepalingen, een
                                vergoeding voor het medegebruik vast. Indien dit overleg niet tot
                                overeenstemming leidt, geldt het bepaalde in bijlage IV, deel
                                C.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.2</nr><titel>Medegebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of
                                recreatieve doeleinden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Aanduiding omstandigheden</titel></kop><al>Het college kan overgaan tot vordering indien:</al><al> a er sprake is van leegstand van een lesgebouw of een
                                gymnastiekruimte zoals bedoeld in artikel 30 dan wel dat het buiten
                                de reguliere lestijden niet in gebruik is;</al><al> b er sprake is van onderbenutting van een sportveld van een school
                                voor voortgezet onderwijs, blijkend uit het lesrooster van de school
                                of scholen die dat sportveld voor het onderwijs gebruiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Alvorens over te gaan tot vordering voert het college overleg
                                    met het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In dat overleg komt in ieder geval aan de orde:</al><al> a voor welke activiteit of activiteiten gevorderd wordt;</al><al> b of die activiteit of activiteiten zich verdragen met het
                                    onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school;</al><al> c welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om te voorkomen
                                    dat het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school hinder
                                    van het medegebruik ondervindt;</al><al> d wat naar de mening van het college en het bevoegd gezag een
                                    redelijke vergoeding voor het medegebruik is;</al><al> e de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs een aanvang
                                    kan nemen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Na afloop van het overleg, als bedoeld in het eerste lid, doet
                                    het college schriftelijk mededeling van de vordering tot
                                    medegebruik aan het bevoegd gezag. Indien het overleg heeft
                                    geleid tot afspraken, bevat de mededeling in ieder geval die
                                    afspraken. Voor het overleg niet tot overeenstemming heeft
                                    geleid, bevat de mededeling de beslissing van het college over
                                    deze punten. Indien het bevoegd gezag in het overleg te kennen
                                    geeft geen bezwaar te hebben tegen de vordering, kan van de
                                    schriftelijke mededeling als hier bedoeld worden afgezien.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.3</nr><titel>Verhuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Toestemming door het college</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voordat het bevoegd gezag een huurovereenkomst sluit, vraagt het
                                    toestemming voor de verhuur aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verzoek om toestemming wordt schriftelijk gedaan en bevat
                                    een aanduiding van de huurder en de bestemming van de te
                                    verhuren ruimte.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college verleent geen toestemming indien:</al><al> a de bestemming van de te verhuren ruimte in strijd is met
                                    bepalingen daaromtrent uit de Wet op het primair onderwijs en
                                    Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al> b de te verhuren ruimte onmiddellijk nodig is voor een
                                    school.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Einde gebruik gebouwen en terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onderhoud</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Nadat een het bevoegd gezag een gebouw of terrein niet meer nodig
                                heeft voor de huisvesting van een school, wordt het gebruik ervan zo
                                spoedig mogelijk beëindigd, doch uiterlijk op de datum genoemd in de
                                door het college en het bevoegd gezag ondertekende gezamenlijke akte
                                of de datum zoals vastgesteld door gedeputeerde staten bij de
                                beslissing inzake een geschil over de totstandkoming van een
                                gezamenlijke akte.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien er, naar het oordeel van het college, mogelijk sprake is van
                                achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein bedoeld in het
                                eerste lid, dat tot de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag
                                behoort, wordt, voordat de eigendomsoverdracht plaatsvindt, een
                                staat van onderhoud opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van het college
                                na overleg met het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd
                                gezag. In dat overleg wordt, indien van toepassing, vastgesteld welk
                                deel van het onderhoud alsnog door het bevoegd gezag wordt
                                uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan het college betaald
                                wordt. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, stellen
                                partijen vast welke handelwijze gevolgd wordt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien dit
                                naar het oordeel van het college niet nodig is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Gebruik en vergoeding gymnastiekruimte voor basisonderwijs en
                            (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit;
                                inroostering gebruik</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs verstrekt
                                jaarlijks voor 1 april voorafgaande aan het volgende schooljaar een
                                opgave van de voor dat schooljaar voor de school gewenste
                                onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte. Deze opgave bevat de
                                volgende gegevens:</al><al> a. de gewenste omvang van het onderwijsgebruik uitgedrukt in een
                                aantal klokuren;</al><al> b. de aanduiding van de gymnastiekruimte- of ruimten waarin het
                                gebruik wordt gewenst;</al><al> c. de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een schoolweek
                                wordt gewenst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van een
                                gymnastiekruimte als bedoeld in het eerste lid wordt beschouwd als
                                een aanvraag in de zin van artikel 19, met dien verstande dat op de
                                afhandeling van een dergelijke aanvraag het bepaalde in dit artikel
                                van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college stelt jaarlijks voor 1 mei voorafgaande aan het
                                daaropvolgende schooljaar op basis van de ingediende aanvragen een
                                voorstel tot inroostering vast van het onderwijsgebruik door scholen
                                voor basisonderwijs van de op het grondgebied van de gemeente
                                gelegen gymnastiekruimten. Hiertoe wordt het gewenste
                                onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de
                                gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit van 26
                                klokuren per week per gymnastiekruimte.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college neemt bij de vaststelling van het voorstel tot
                                inroostering het volgende in acht:</al><al> a. de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik
                                van een gymnastiekruimte, zoals opgenomen in bijlage I, deel B;</al><al> b. het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand
                                gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte wordt voor
                                de betreffende school het eerste ingeroosterd voor die
                                gymnastiekruimte;</al><al> c. het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk
                                ingeroosterd in één gymnastiekruimte.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor
                                basisonderwijs de volgende gegevens:</al><al> a. het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd in een
                                gymnastiekruimte;</al><al> b. de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de tijden
                                gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt;</al><al> c. een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per
                                gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één
                                gymnastiekruimte plaatsvindt;</al><al> d. voor het gewenste aantal klokuren hoger is dan het aantal
                                klokuren dat ingevolge de beleidsregel bekostiging gymnastiekruimte
                                voor basisonderwijs voor bekostiging door de gemeente in aanmerking
                                komt, wordt vermeld hoeveel klokuren voor rekening komen van het
                                bevoegd gezag van de school. Het college neemt het aantal klokuren
                                als bedoeld in dit lid onder d slechts op in het voorstel tot
                                inroostering voor zover daarvoor nog capaciteit beschikbaar is,
                                nadat rekening is gehouden met het totale klokuurgebruik dat voor
                                bekostiging door de gemeente in aanmerking komt.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het voorstel tot inroostering wordt door het college voor 15 mei na
                                vaststelling toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen voor
                                basisonderwijs. De bevoegde gezagsorganen kunnen voor 1 juni
                                reageren op het voorstel tot inroostering.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen stelt
                                het college voor 15 juni de definitieve inroostering vast van het
                                gebruik van de gymnastiekruimten voor het volgende schooljaar.
                                Indien het college daarbij afwijkt van een of meer in het overleg
                                als gedoeld in het zesde lid naar voren gebrachte reacties, dan
                                wordt dit gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering ontvangen de
                                betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke mededeling van
                                het college over de inroostering in de beschikbare gymnastiekruimten
                                van de onder hun bevoegd gezag staande school of scholen voor het
                                volgende schooljaar. Deze mededeling is te beschouwen als een
                                beslissing in de zin van artikel 22 en, indien van toepassing, een
                                beslissing in de zin van artikel 32, vierde lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening
                            gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op
                            basis van de in bijlage IV, deel A opgenomen prijsindexen en systematiek
                            van prijsbijstelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Citeertitel, inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening voorzieningen
                                huisvesting onderwijs gemeenten Blaricum 2009;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 mei 2009;</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 april 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>M.-J. Ahne mevrouw J.N. Zwart - Bloch</ondertekening><ondertekening>wnd. griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Bijlagen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i69795.pdf">Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Bijlage I</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i69796.pdf">Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Bijlage I toelichting</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i69797.pdf">Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Bijlage II</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i69798.pdf">Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Bijlage II toelichting</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i69799.pdf">Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Bijlage III</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i69800.pdf">Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Bijlage III toelichting</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i69801.pdf">Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Bijlage IV</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i69802.pdf">Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Bijlage V</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i69803.pdf">Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Bijlage V toelichting</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>