<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77470_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatie voorwaarden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening exploitatie voorwaarden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de ruimtelijke ordening, art. 42</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-01-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-02-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Exploitatieverordening gemeente Aalburg van 29-05-1997. De exacte publicatiedatum van deze regeling is niet meer te achterhalen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatie voorwaarden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Vastgesteld door de gemeenteraad op 29 januari 2004</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Medewerking verlenen aan het in exploitatie brengen van
                                        gronden: het door of met medewerking van de gemeente treffen
                                        van voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het
                                        exploitatiegebied gelegen onroerende zaken worden
                                        gebaat.</al></li><li nr="b."><al>Exploitatiegebied: een als zodanig aangewezen gebied,
                                        waarbinnen de onroerende zaken zijn gelegen die worden
                                        gebaat door de voorzieningen van openbaar nut die door of
                                        met medewerking van de gemeente worden getroffen.</al></li><li nr="c."><al>Exploitant: de eigenaar of rechthebbende van een in het
                                        exploitatiegebied gelegen onroerende zaak die als gevolg van
                                        het door of met medewerking van de gemeente treffen van
                                        voorzieningen van openbaar nut wordt gebaat.</al></li><li nr="d."><al>Kostenbegroting: begroting van kosten en opbrengsten op
                                        basis waarvan de door een exploitant verschuldigde
                                        exploitatiebijdrage wordt vastgesteld</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor
                                onroerende zaken worden gebaat, worden gerekend: </al><al>De aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder vermelde
                                werken en werkzaamheden: </al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken met
                                        inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven;</al></li><li nr="b."><al>riolering met inbegrip van bijbehorende werken;</al></li><li nr="c."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                                        rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen, tunnels
                                        en andere rechtstreeks met de aanleg van deze voorzieningen
                                        van openbaar nut en kunstwerken verband houdende
                                        werken;</al></li><li nr="d."><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder begrepen
                                        de aanleg en de inrichting van openbare speelplaatsen en
                                        speelweiden alsmede de sierende elementen die rechtstreeks
                                        voortvloeien uit een juiste uitvoering van een verzorgd
                                        bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al>openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                                        aansluitingen;</al></li><li nr="f."><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering, voorzover
                                        het de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut betreft
                                        en voorzover de daarmee verband houdende kosten niet op
                                        andere wijze kunnen worden verhaald;</al></li><li nr="g."><al>het treffen van milieutechnisch noodzakelijke maatregelen en
                                        voorzieningen van openbaar nut ter uitvoering van een
                                        bestemmingsplan;</al></li><li nr="h."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een
                                        doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar
                                        nut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanleg van de onder 1. vermelde werken en werkzaamheden buiten
                                het exploitatiegebied, voorzover de binnen het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken hierdoor direct danwel indirect worden
                                gebaat.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1. De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam. 2. In afwijking van
                                het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders
                                besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door de
                                gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering
                                is gewaarborgd. 3. In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is
                                het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige
                                toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>1. De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam. 2. In afwijking van
                                het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders
                                besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door de
                                gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering
                                is gewaarborgd. 3. In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is
                                het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige
                                toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>1. De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam. 2. In afwijking van
                                het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders
                                besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door de
                                gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering
                                is gewaarborgd. 3. In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is
                                het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige
                                toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door de gemeenteraad een
                                kostenverhaalsbesluit vastgesteld, waarin wordt aangegeven op welke
                                wijze en tot welke omvang de aan die voorzieningen verbonden kosten
                                zullen worden verhaald. Het besluit wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat in ieder geval de
                                volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de
                                        daarin gelegen en gebate onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>een kostenbegroting verband houdende met de uitvoering van
                                        de onder b. genoemde voorzieningen van openbaar nut, zoals
                                        bedoeld in artikel 5. In afwijking van het bepaalde in de
                                        vorige volzin kan in het besluit zoals bedoeld in het eerste
                                        lid, worden bepaald dat de kostenbegroting op een later
                                        tijdstip wordt vastgesteld. Het besluit tot vaststelling van
                                        de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                                        artikel 139 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, wat betreft de
                                door de gemeente in eigendom verkregen in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken, het verhaal van kosten zo veel mogelijk
                                plaatsvindt via de gronduitgifte. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, wat betreft de
                                niet door de gemeente in eigendom verkregen en in het
                                exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken, het verhaal van
                                kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een overeenkomst zoals
                                bedoeld in artikel 7 van deze verordening. Tevens wordt bepaald dat,
                                ingeval op enigerlei wijze niet kan worden gekomen tot het aangaan
                                van een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7 van deze
                                verordening, het kostenverhaal in daarvoor in aanmerking komende
                                gevallen kan plaatsvinden door middel van de vaststelling van een
                                baatbelasting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kostenbegroting bevat in elk geval de volgende gegevens: </al></lid><lid><lidnr>1.1</lidnr><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                                exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten, te
                                weten:</al><lijst><li nr="a."><al>de inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied gelegen
                                        gronden, zijnde de waarde van de grond vermeerderd met de
                                        waarde van de opstallen die voor de verwezenlijking van de
                                        bestemming niet gehandhaafd kunnen worden, en met de kosten
                                        van vrijmaken van opstallen – met inbegrip van de zich in de
                                        grond bevindende resten, zoals funderingen, leidingen en
                                        kabels – persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit of
                                        beperkt recht, zakelijke lasten alsmede de kosten van
                                        schadevergoedingen;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van planontwikkeling, -voorbereiding, -beheer en
                                        -toezicht. Onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de
                                        kosten verband houdende met het opstellen van structuur- en
                                        bestemmingsplannen, het opstellen van planmatige
                                        uitwerkingen of wijzigingen, het vervaardigen van besluiten
                                        tot het verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan
                                        alsmede van overige planologische maatregelen voor zoveel
                                        deze nodig zijn voor het in exploitatie brengen van gronden
                                        binnen het exploitatiegebied;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen van
                                        openbaar nut, voorzover deze verband houden met het verlenen
                                        van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden
                                        binnen het exploitatiegebied, alsmede de daarmee verband
                                        houdende kosten van onderzoeken, voorbereiding en
                                        toezicht;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voorzover dit
                                        rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden kan
                                        worden toegerekend;</al></li><li nr="e."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten
                                        verminderd met renteopbrengsten;</al></li><li nr="f."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de
                                        grondexploitatie behoren te worden gebracht. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.2</lidnr><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                                exploitatie brengen van gronden verband houdende opbrengsten,
                                bestaande uit:</al><lijst><li nr="a."><al>doelsubsidies;</al></li><li nr="b."><al>verkoop van gronden;</al></li><li nr="c."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van
                                        openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via
                                        baatbelasting;</al></li><li nr="d."><al>overige bijdragen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.3</lidnr><al>De wijze van toerekening van de totale onder sub 1. en 2. van dit
                                artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan de onroerende zaken in
                                het exploitatiegebied naar de mate van de baat die de onroerende
                                zaken hebben van het samenhangend geheel van voorzieningen van
                                openbaar nut zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening. De
                                mate van baat wordt aangeduid met inachtneming van hetgeen
                                hieromtrent in artikel 6 is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan uitgegaan dat
                                het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie
                                zal worden gebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of prijswijzigingen
                                danwel andere optredende wijzigingen met betrekking tot het in
                                exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
                                aanleiding geven om de kostenbegroting te herzien. Het besluit tot
                                herziening van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                                artikel 139 van de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid, onder 1 sub a. is niet van
                                toepassing ten aanzien van de binnen een exploitatiegebied gelegen
                                en gebate gronden die als gevolg van de voorzieningen van openbaar
                                nut niet geschikt worden voor bebouwing. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Naast het bepaalde in het vierde lid wordt de raming van de in het
                                eerste lid, onder 1 sub a. bedoelde inbrengwaarde van de gronden
                                beperkt tot de gronden die zijn bestemd voor het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut, ingeval er sprake is van een
                                exploitatiegebied waarvoor geldt dat de voorzieningen van openbaar
                                nut niet in hoofdzaak gericht zijn op het geschikt maken voor
                                bebouwing van onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt het
                                gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m² grondoppervlakte. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                                verstaan de kadastrale oppervlakte van de gebate onroerende zaken,
                                waar mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                                geprojecteerde kavels (bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor
                                ligging en bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin de
                                baat van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar
                                nut tot uitdrukking komt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m² grondoppervlakte onvoldoende
                                uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen
                                verschillen in toerekening van baat, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader in de kostenbegroting zoals bedoeld in artikel
                                5, te bepalen grondslag die voorziet in de aanwezige verschillen in
                                baat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, wat betreft de in het exploitatiegebied liggende
                                onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de gemeente, indien
                                dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen met de
                                exploitant, plaats op basis van een exploitatieovereenkomst. Van de
                                exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien het afstand
                                doen van gronden, zoals bedoeld in het derde lid onder d., onderdeel
                                uitmaakt van de overeenkomst, wordt hiervan een notariële akte
                                opgemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst nadat een kostenbegroting zoals bedoeld in
                                artikel 5, is vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overeenkomst zoals bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder
                                geval bepalingen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de omvang van de door de gemeente te treffen
                                        voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde voorzieningen
                                        zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage, vastgesteld
                                        volgens de artikelen 5 en 6;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan de
                                        gemeente, voorzover die gronden zijn bestemd voor de aanleg
                                        c.q. aanpassing van voorzieningen van openbaar nut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid, kan in
                                de exploitatieovereenkomst, onverminderd het gestelde in het derde
                                lid, worden bepaald dat:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de door exploitant uit te voeren werken een
                                        aannemingsovereenkomst wordt gesloten, waarbij de gemeente
                                        als opdrachtgever en de exploitant als aannemer wordt
                                        aangemerkt, en de directievoering en het toezicht op de door
                                        de exploitant uit te voeren werken geschieden door of
                                        vanwege de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>de aanneemsom in de onder a. genoemde overeenkomst wordt
                                        vastgesteld op een pro-formabedrag van € 1,-, zulks met
                                        inachtneming van hetgeen in artikel 8, derde lid is
                                        bepaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                                kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens de
                                in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak
                                wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de in
                                artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten
                                van kadastrale uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde zoals
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub 1., onder a. van de bij de
                                exploitant in eigendom zijnde of door exploitant in eigendom te
                                verkrijgen gebate gronden, en van de gronden die zijn bestemd voor
                                het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant
                                aan de gemeente worden afgestaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond, zoals bedoeld
                                in het eerste lid, wordt door de gemeente in overeenstemming met de
                                exploitant op basis van taxatie vastgesteld. Bij het ontbreken van
                                overeenstemming wordt de waarde van de gronden vastgesteld door een
                                commissie van drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de
                                gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds
                                aangewezen deskundigen. Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde
                                deskundige geen overeenstemming verkregen, dan maken de aangewezen
                                deskundigen tezamen dit bekend aan de opdrachtgevers, waarna de
                                meest gerede partij, onder bekendmaking aan de wederpartij, de
                                kantonrechter in het kanton waartoe de gemeente behoort, kan
                                verzoeken deze deskundige te benoemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan artikel 3,
                                tweede lid, de ten laste van de exploitant komende bijdrage als
                                volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdrage zoals deze op grond van de in de artikelen 5 en
                                        6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                                        toegerekend, wordt vermeerderd met de kosten op de afstand
                                        van de in artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden
                                        vallende en de kosten van kadastrale uitmeting;</al></li><li nr="b."><al>de onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd met: i. de
                                        inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van exploitant
                                        behorende gronden. Het bepaalde in het tweede lid van dit
                                        artikel is van overeenkomstige toepassing; ii. het in de
                                        kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten zoals bedoeld in
                                        artikel 5, eerste lid, sub 1 onder b. tot en met f.,
                                        voorzover de uitvoering van de daarmee verband houdende
                                        werken en werkzaamheden voor risico en rekening komt van de
                                        exploitant. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het bepaalde in artikel 5, vierde en/of vijfde lid toepassing
                                heeft verkregen, wordt de ten laste van de exploitant komende
                                bijdrage bepaald op de voet van lid 1 en 3 van dit artikel, met dien
                                verstande dat de in het eerste lid en derde lid onder b, sub 1.
                                bedoelde vermindering beperkt is tot de inbrengwaarde van de gronden
                                die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                                en door de exploitant aan de gemeente worden afgestaan</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende kan burgemeester en wethouders verzoeken tot het
                                verlenen van medewerking met betrekking tot het in exploitatie
                                brengen van gronden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                        brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom
                                        van de in exploitatie te brengen onroerende zaken heeft
                                        verkregen of kan verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                        (bouw)werkzaamheden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen, waarbij
                                in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van
                                gemeentewege voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in artikel
                                2 van deze verordening moeten worden getroffen, wordt dit vóór de
                                beslissing op de aanvraag bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij
                                wordt een door burgemeester en wethouders vast te stellen aanduiding
                                van het exploitatiegebied en kostenbegroting aan de exploitant
                                bekendgemaakt. Het bepaalde in artikel 5, met uitzondering van het
                                bepaalde in de slotzin van het derde lid, is van overeenkomstige
                                toepassing. Tevens wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld een
                                aanvraag in te dienen bij burgemeester en wethouders voor
                                medewerking met betrekking tot het in exploitatie brengen van
                                gronden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes maanden na ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op
                                verzoek van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens
                                een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7, met dien verstande dat
                                de in artikel 7 bedoelde kostenbegroting en de daarmee verband
                                houdende aanduiding van het exploitatiegebied wordt vastgesteld door
                                burgemeester en wethouders. De kostenbegroting en de aanduiding van
                                het exploitatiegebied worden bekendgemaakt aan de exploitant. Het
                                bepaalde in artikel 5, derde lid, slotzin is niet van toepassing.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een
                                        gebied waarvoor een bestemmingsplan, gericht op de
                                        voorgenomen exploitatie van gronden, geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden zouden
                                        leiden tot strijd met de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel
                                        overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins zou leiden
                                        tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding
                                        van bebouwing en/of herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in exploitatie brengen van grond anderszins tot grote
                                        kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het
                                        doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare
                                        verlichting, riolering, etc. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden: </al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                        zijnd bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is
                                        afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van
                                        het bestemmingsplan of de herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
                                        belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                        weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                        weggenomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende
                                zaak, voor welke werken in het daarbij behorende exploitatiegebied
                                reeds een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is
                                genomen, maken burgemeester en wethouders dit aan de exploitant
                                bekend. Naast de hiervoor genoemde bekendmaking wordt aan exploitant
                                tevens een ontwerpovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7,
                                aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in
                                artikel 4 is genomen, zal, indien een exploitant een overeenkomst
                                zoals bedoeld in artikel 7 aangaat, in de overeenkomst worden
                                bepaald dat met betrekking tot de uitvoering van de in deze
                                overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut geen aanvullend
                                kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                                desbetreffende onroerende zaak zal plaatsvinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is opgenomen, niet
                                bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde overeenkomst,
                                maken burgemeester en wethouders aan exploitant bekend dat het
                                kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van een baatbelasting,
                                zulks overeenkomstig de bepalingen als opgenomen in het
                                kostenverhaalsbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die naast
                                het kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van
                                het in exploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat,
                                dan vindt de vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst
                                totstandgekomen exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen
                                van openbaar nut plaats op basis van het gestelde in deze
                                verordening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening met het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut is aangevangen, deze voorzieningen
                                niet geheel zijn voltooid en waarvoor geen kostenverhaalsbesluit of
                                afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld, vinden de bepalingen
                                van deze verordening voor dat exploitatiegebied, voorzover nodig, op
                                een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In elk geval geldt
                                daarbij dat, indien binnen dat exploitatiegebied wordt gekomen tot
                                een exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7, de
                                vaststelling van de daarin op te nemen financiële ijdrage geschiedt
                                op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                                kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5. Het besluit tot
                                vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening een
                                kostenverhaalsbesluit of afzonderlijke kostenbegroting is
                                vastgesteld, blijft de ‘Exploitatieverordening gemeente Aalburg
                                1997’ van toepassing tot twee jaren nadat de ten behoeve van dat
                                exploitatiegebied getroffen en/of te treffen voorzieningen van
                                openbaar nut geheel zijn voltooid met dien verstande dat, voorzover
                                van belang in afwijking van de Exploitatieverordening gemeente
                                Aalburg 1997, het aangaan van overeenkomsten geschiedt door
                                burgemeester en wethouders. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van een voor de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening ontvangen aanvraag tot het verlenen van medewerking aan
                                het in exploitatie brengen van gronden, waarop voor de datum van
                                inwerkingtreding van deze verordening niet is beslist, blijft de
                                ‘Exploitatieverordening gemeente Aalburg 1997’ van toepassing tot op
                                de aanvraag is beslist, met dien verstande dat, indien tot het
                                treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt besloten,
                                laatstgenoemde verordening van toepassing blijft tot twee jaren
                                nadat de te treffen voorzieningen van openbaar nut geheel zijn
                                voltooid en, voorzover van belang in afwijking van de
                                Exploitatieverordening gemeente Aalburg 1997, het aangaan van
                                overeenkomsten geschiedt door burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand
                                volgende op die waarin de bekendmaking ingevolge artikel 139 van de
                                Gemeentewet heeft plaatsgevonden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de ‘Exploitatieverordening gemeente
                                Aalburg 1997’ zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 29 mei 1997,
                                met dien verstande dat zij van toepassing blijft voor de gevallen
                                zoals bedoeld in artikel 13, tweede en derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening exploitatie
                                voorwaarden’.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente
                        Aalburg op 29 januari 2004.</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel/></kop><al><vet>Toelichting op de verordening exploitatie voorwaarden Algemeen</vet></al><al>Steeds meer wordt de gemeente geconfronteerd met het niet-volledig uit kunnen
                    voeren van actieve grondpolitiek. Dit houdt in dat naast de door de gemeente te
                    verwerven gronden, die vervolgens bouwrijp worden gemaakt en ten slotte worden
                    uitgegeven, steeds meer particuliere initiatieven tot grondexploitatie ontstaan.
                    In dergelijke situaties, waarbij zowel gemeentelijke als particuliere
                    grondexploitatie plaatsvindt, is de gemeente verantwoordelijk voor de aanleg van
                    de benodigde infrastructurele werken zoals wegen, straten, riolering, enzovoort.
                    Door middel van de actieve grondpolitiek worden deze kosten doorberekend aan de
                    netto uitgeefbare bouwterreinen. In geval van particuliere grondexploitatie is
                    een dergelijke doorberekening niet mogelijk, simpelweg vanwege het feit dat de
                    grond niet in eigendom is van de gemeente. Toch is het uit een oogpunt van
                    gelijkheid en rechtszekerheid rechtvaardig dat ook particuliere
                    grondexploitanten een (financiële) bijdrage leveren in de kosten van de
                    eerdergenoemde voorzieningen. Deze bijdrage wordt dan bepaald op basis van de
                    baat die deze (bouw)gronden hebben bij de aanleg van genoemde werken.</al><al>In artikel 42 WRO is bepaald dat de gemeenteraad een verordening behoort vast te
                    stellen die de voorwaarden bevat waaronder de gemeente medewerking verleent aan
                    het in exploitatie brengen van gronden. Deze verordening wordt
                    “Exploitatieverordening” genoemd. De verordening is gebaseerd op de volgende
                    uitgangspunten: a. Voorafgaande aan de realisatie van een bestemmingsplan moet
                    duidelijkheid ontstaan omtrent de risico’s die zijn verbonden aan het
                    niet-volledig kunnen verwerven van de desbetreffende gronden. Aan de hand van
                    deze risico’s zal door middel van een raadsbesluit moeten worden vastgesteld of,
                    en zo ja op welke wijze kostenverhaal zal plaatsvinden. Op deze wijze ontstaat
                    vooraf duidelijkheid voor alle betrokkenen. Deze werkwijze sluit aan bij de op
                    26 juli 1991 in werking getreden wijziging van de gemeentewet-oud, i.c. de
                    wijziging van de bouwgrond- en baatbelasting (Stb. 394). In deze wet wordt het
                    nemen van een bekostigingsbesluit voordat wordt aangevangen met de voorzieningen
                    van openbaar nut, verplicht gesteld. Deze verplichting is eveneens van
                    toepassing op de baat- en bouwgrondbelasting zoals opgenomen in de artikelen 221
                    respectievelijk 222 van de Gemeentewet zoals deze gold tot 1 januari 1995. Ten
                    slotte is de vaststelling van een bekostigingsbesluit ook van toepassing op de
                    baatbelasting (nieuwe stijl), die in de Gemeentewet is opgenomen ter vervanging
                    van de voorheen geldende baat- en bouwgrondbelasting (zie artikel 222 van de
                    Gemeentewet zoals dat luidt per 1 januari 1995). Het opnemen van een
                    kostenverhaalsbesluit in de exploitatieverordening verduidelijkt dan ook de
                    samenhang tussen het kostenverhaal via exploitatieovereenkomst enerzijds en het
                    verhaal op basis van een baatbelasting anderzijds. b. Op basis van het onder a.
                    genoemde uitgangspunt wordt de wijze van toerekening van baat via de methoden
                    van exploitatieovereenkomst en baatbelasting zo veel mogelijk op elkaar
                    afgestemd. Dit betekent, dat de in de exploitatieverordening opgenomen
                    systematiek van baattoerekening is aangepast en gerelateerd aan de fiscale
                    verhaalsmethode. c. Het onder a. genoemde uitgangspunt brengt met zich mee dat
                    de exploitatieovereenkomst zowel op initiatief van de gemeente als op basis van
                    een verzoek van exploitant kan worden aangegaan. Gelet op de thans opgenomen
                    werkwijze zal een aanvraag tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst in de
                    regel alleen nog voorkomen in situaties waarbij incidentele voorzieningen moeten
                    worden getroffen, vaak speciaal ten behoeve van exploitant. In de meeste overige
                    gevallen zal immers steeds sprake zijn van de werking van een
                    kostenverhaalsbesluit. d. De opsomming van de verschillende voorzieningen van
                    openbaar nut is uitgebreid met die werken die als gevolg van onder meer de
                    milieuwetgeving noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bestemmingsplan.
                    Tot slot wordt opgemerkt dat de verordening is aangepast aan de gevolgen van de
                    invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur per 7 maart 2002.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting.</vet></al><al><vet>Afdeling I: Algemene bepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet></al><al>De exploitatieverordening is van toepassing indien medewerking wordt verleend
                    aan het in exploitatie brengen van gronden. Hieronder wordt verstaan: het van
                    gemeentewege treffen van voorzieningen van openbaar nut, waardoor een onroerende
                    zaak wordt gebaat. Met deze definitie wordt aangesloten bij de definitie van de
                    baatbelasting. Dit betekent, dat ook in gevallen waarbij voorzieningen worden
                    getroffen waardoor een reeds bebouwde onroerende zaak wordt gebaat, het sluiten
                    van een exploitatieovereenkomst mogelijk is.</al><al><vet>Artikel 2. Voorzieningen van openbaar nut</vet></al><al>In de omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut is, gelet op de
                    vigerende jurisprudentie, de aanleg van rioolwaterzuiveringsinstallaties niet
                    opgenomen. Dergelijke inrichtingen worden – vanwege het doel van deze werken –
                    niet gerekend tot die werken welke nodig zijn voor het in exploitatie brengen
                    van gronden. Als voorzieningen van openbaar nut worden verder aangemerkt het
                    uitvoeren van bodemonderzoek en -sanering, voorzover dit betrekking heeft op de
                    ondergrond van voorzieningen van openbaar nut en voorzover de daarmee verband
                    houdende kosten niet op een andere wijze kunnen worden verhaald. Hierbij moet
                    met name worden gedacht aan het verhaal van kosten bodemsanering, zoals onder
                    meer is bepaald in de Wet bodembescherming. Ingeval kostenverhaal op derden
                    echter niet (geheel) mogelijk is, is het redelijk om de ten laste van de
                    gemeente blijvende nettokosten te verhalen via een gemeentelijke en particuliere
                    grondexploitatie. Dit geldt ook voor de maatregelen die op basis van de
                    vigerende milieuwetgeving nodig zijn voor de realisatie van bestemmingsplannen.
                    Gedacht moet worden aan het treffen van geluidwerende voorzieningen, maar ook
                    aan het verwijderen van bedrijvigheid die stankoverlast of andersoortige hinder
                    veroorzaakt. Ten slotte is aangegeven dat ook werken die als zogenaamde
                    bovenwijkse voorzieningen worden beschouwd, kunnen worden aangemerkt als
                    voorzieningen van openbaar nut, voorzover deze werken direct danwel indirect
                    baat opleveren voor de in het exploitatiegebied liggende onroerende zaken. De
                    kosten van bovenwijkse voorzieningen worden in de regel via een fondsopslag in
                    de kostprijs verwerkt. Het is daarbij van belang dat een dergelijke omslag van
                    kosten steeds op een juiste wijze beleidsmatig wordt onderbouwd. Dit kan
                    bijvoorbeeld, indien de gemeente beschikt over een structuurplan, reeds
                    geschieden bij de vaststelling van het structuurplan. De beleidsmatige
                    onderbouwing kan echter zonder bezwaren tevens plaatsvinden op basis van een
                    beleidsnota, waarin de toerekening van de kosten van bovenwijkse voorzieningen
                    over de diverse toekomstige en eventuele bestaande bestemmingsplannen wordt
                    onderbouwd.</al><al><vet>Afdeling II: Exploitatie op initiatief van de gemeente</vet></al><al><vet>Artikel 3. Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</vet></al><al>Hoewel het sluiten van een exploitatieovereenkomst nimmer zal kunnen en mogen
                    worden afgedwongen, wordt in dit artikel bepaald dat de eerdergenoemde
                    voorzieningen van openbaar nut alleen door of met medewerking van de gemeente
                    kunnen worden aangelegd. Het primaat met betrekking tot de aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut ligt dus bij de gemeente. In sommige gevallen zal
                    een particuliere exploitant in staat en bereid kunnen zijn tot het zelfstandig
                    treffen van dergelijke voorzieningen van openbaar nut op de gronden die in
                    eigendom zijn van de exploitant. Aangezien het daarbij steeds gaat om openbare
                    voorzieningen, zal deze particuliere uitvoering alleen dan mogelijk zijn, indien
                    garanties aanwezig zijn voor met name de kwaliteit van de uitvoering. De door de
                    gemeente te stellen kwaliteitseisen zullen overeen moeten komen met die eisen
                    die zij zichzelf steeds stelt bij de aanleg van dergelijke voorzieningen. Wel
                    zijn garanties nodig in de vorm van tijdige uitvoering, kwaliteitseisen,
                    garantieregeling in geval van wanprestatie, overdracht van voorzieningen van
                    openbaar nut aan gemeente, enzovoort. Dergelijke aanvullende eisen zijn
                    opgenomen in artikel 7, vierde lid van deze verordening. De uitvoering van
                    openbare voorzieningen door de exploitant zal niet betekenen dat geen financiële
                    bijdrage aan de gemeente is verschuldigd. Ook indien wordt gekomen tot het zelf
                    uitvoeren van bepaalde werken, is het redelijk dat alsnog een financiële
                    bijdrage wordt verleend in de kosten van onder meer planvoorbereiding, ambtelijk
                    apparaat, bovenwijkse voorzieningen alsmede in de (extra) kosten van
                    voorbereiding en toezicht. In het derde lid van dit artikel alsmede in artikel
                    8, derde lid is hiervoor een regeling opgenomen.</al><al><vet>Artikel 4. Vaststelling kostenverhaalsbesluit</vet></al><al>Kostenverhaal bij bouwgrondexploitatie is in de meeste gevallen aan de orde bij
                    de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan. In de meeste gevallen gaat de
                    gemeente ervan uit alle gronden in een dergelijk plan te zullen verwerven. Deze
                    gronden zullen vervolgens bouwrijp worden gemaakt en worden uitgegeven. Steeds
                    meer wordt, vaak pas lopende de realisatie van een bestemmingsplan, duidelijk
                    dat niet alle gronden in eigendom zullen kunnen worden verkregen. Ter voorkoming
                    van problemen met betrekking tot het kunnen uitvoeren van kostenverhaal
                    (bijvoorbeeld voorzieningen zijn reeds twee jaar geleden getroffen) en in het
                    belang van de rechtszekerheid is de bepaling opgenomen dat voordat met de
                    uitvoering van werken wordt begonnen, door de gemeenteraad wordt bepaald volgens
                    welke strategie de te maken kosten worden verhaald. Daarbij wordt via een
                    kostenbegroting aangegeven welke voorzieningen worden getroffen en wat de omvang
                    zal zijn van het gebied dat door deze voorzieningen zal worden gebaat. In
                    sommige gevallen kan dit baatgebied afwijken van het gebied zoals dat is bepaald
                    via de gangbare exploitatieopzet. Belangrijk bij het nemen van een
                    kostenverhaalsbesluit is de strategie die toegepast zal gaan worden bij het
                    verhaal van kosten. Uitgangspunt zal daarbij blijven dat de gemeente de voorkeur
                    uitspreekt voor het zelf aankopen en vervolgens uitgeven van deze gronden. Mocht
                    dit niet lukken, dan zullen de particuliere exploitanten in eerste instantie een
                    exploitatieovereenkomst voorgelegd krijgen, waarmee op basis van
                    wilsovereenstemming tot kostenverhaal kan worden gekomen. Mocht men hiertoe niet
                    bereid zijn, dan zal in het besluit worden aangegeven dat aanvullend
                    kostenverhaal via baatbelasting kan plaatsvinden. Onder baatbelasting wordt in
                    deze verordening verstaan: de baatbelasting (nieuwe stijl) die ter vervanging
                    van de tot 1 januari 1995 geldende baat- en bouwgrondbelasting in de Gemeentewet
                    is opgenomen (zie artikel 222 van de Gemeentewet zoals dat luidt na de
                    inwerkingtreding van de Invoeringswet van de wet materiële belastingbepalingen
                    Gemeentewet (Stb. 1994, 420)). Hiermee zal dan tevens zijn voldaan aan de in
                    artikel 222 Gemeentewet opgenomen verplichting tot het vaststellen van een
                    bekostigingsbesluit. Het kostenverhaalsbesluit wordt bekendgemaakt
                    overeenkomstig artikel 139 Gemeentewet. Op grond van het bepaalde in het tweede
                    lid, sub c. maakt de kostenbegroting onderdeel uit van het
                    kostenverhaalsbesluit. In de praktijk is het niet in alle gevallen mogelijk de
                    begrotingscijfers ten tijde van de vaststelling van het kostenverhaalsbesluit
                    geheel gereed te hebben. Om deze reden is onder c. bepaald dat de
                    kostenbegroting ook later kan worden vastgesteld. In dat geval dient de
                    kostenbegroting nog afzonderlijk te worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel
                    139 van de Gemeentewet.</al><al><vet>Artikel 5. De kostenbegroting</vet></al><al>In de kostenbegroting zijn opgenomen de kosten en opbrengsten verband houdende
                    met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden.
                    Benadrukt is dat er een directe relatie aanwezig dient te zijn tussen de
                    verschillende kosten- en opbrengstelementen en het exploitatiegebied. Gezien de
                    diversiteit van de werken en werkzaamheden is het niet mogelijk een limitatieve
                    opsomming van de met de medewerking verband houdende kosten te geven. Dit zal
                    van geval tot geval kunnen verschillen. De wijze van toerekening zal
                    plaatsvinden op basis van de baat die alle in het exploitatiegebied opgenomen
                    onroerende zaken zullen hebben van de te treffen voorzieningen van openbaar nut.
                    Dit geldt derhalve zowel voor de gronden die bestemd zijn voor gemeentelijke
                    gronduitgifte, als de gronden die bestemd zijn voor particuliere exploitatie. De
                    mate van baat kan daarbij onderling variëren als gevolg van verschillen in
                    ligging, bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid van de desbetreffende
                    onroerende zaak. Het uitgangspunt bij de opstelling van de kostenbegroting zal
                    steeds zijn dat het totale gebied door de gemeente in exploitatie zal worden
                    gebracht. Hiermee wordt de afstemming bereikt met de uitgangspunten die zijn
                    neergelegd in de gemeentelijke exploitatieopzet. Opgemerkt wordt dat de in
                    artikel 5 opgenomen eisen gelden voor zowel een kostenbegroting behorende bij
                    een kostenverhaalsbesluit, als een begroting die naar aanleiding van een
                    aanvraag om medewerking (gebaseerd op afdeling III van de
                    Exploitatieverordening) wordt vastgesteld. Uitgangspunt voor de opstelling van
                    de kostenbegroting is dat de inbrengwaarde van alle gebate onroerende zaken en
                    de gronden bestemd voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, in de
                    kostenbegroting wordt opgenomen. Deze inbrengwaarde kan daarmee ook betrekking
                    hebben op onroerende zaken die wel door de voorzieningen gebaat worden maar niet
                    als gevolg van die voorzieningen geschikt worden voor bebouwing. Hierbij kan
                    bijvoorbeeld worden gedacht aan bestaande te handhaven bebouwing binnen een
                    exploitatiegebied. Op grond van het gestelde in het vierde lid wordt bereikt dat
                    de inbrengwaarde van deze gronden niet in de kostenbegroting behoeft te worden
                    opgenomen. De aanduiding “geschikt worden voor bebouwing” is afkomstig van de
                    tot 1 januari 1995 geldende bouwgrondbelasting en maakte onderdeel uit van de
                    drie voor deze belastingen bestaande rechtsgronden (nl. het geschikt worden voor
                    bebouwing, het beter geschikt worden voor bebouwing alsmede het in een
                    voordeligere positie komen te verkeren van onroerende zaken als gevolg van de te
                    treffen voorzieningen). Naast de toepassing in de grondexploitatie is de
                    Exploitatieverordening eveneens van toepassing op het verhaal van kosten van
                    baatopleverende voorzieningen die geen onderdeel uitmaken van de
                    grondexploitatie. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om de herinrichting van
                    centrumgebieden of de aanleg van riolering in het buitengebied. In het vijfde
                    lid is bepaald dat de inbrengwaarde van de gebate objecten niet in de
                    kostenbegroting behoeft te worden opgenomen, indien de te treffen voorzieningen
                    in hoofdzaak niet gericht zijn op het geschikt maken voor bebouwing van
                    onroerende zaken. Wel is het mogelijk de inbrengwaarde van de tot voorzieningen
                    van openbaar nut bestemde gronden in de begroting op te nemen. De toepassing van
                    het vierde en vijfde lid kan met zich meebrengen dat de in de beide artikelleden
                    beschreven situaties zich gelijktijdig kunnen voordoen. Dit zal het geval zijn,
                    indien er sprake is van bijvoorbeeld de aanleg van niet tot de grondexploitatie
                    behorende voorzieningen voor onder meer bestaande bebouwing.</al><al><vet>Artikel 6. Grondslag voor toerekening baat</vet></al><al>Om de aansluiting te verkrijgen met de systematiek van vaststelling van de
                    kostprijs bij gronduitgifte is gekozen voor de rekeneenheid van de vierkante
                    meter grondoppervlakte van de gebate onroerende zaken (zowel bebouwd als
                    onbebouwd). Met toepassing van liggings, bestemmings- en gebruiksfactoren is het
                    mogelijk in nagenoeg alle gevallen te komen tot een verantwoorde baatomslag ter
                    bepaling van de omvang van de exploitatiebijdrage. Ingeval de
                    grondoppervlaktemethode in bepaalde gevallen niet tegemoetkomt aan de aanwezige
                    baatverschillen, biedt de verordening de mogelijkheid tot vaststelling van een
                    afwijkende grondslag. Omdat de omslagmethode onderdeel uitmaakt van de
                    kostenbegroting, dient ook een afwijkende grondslag in de begroting te worden
                    vermeld.</al><al><vet>Artikel 7. Inhoud exploitatieovereenkomst</vet></al><al>In dit artikel wordt ervan uitgegaan dat, in navolging van het reeds genomen
                    kostenverhaalsbesluit, het sluiten van een exploitatieovereenkomst als eerste en
                    centrale methode van kostenverhaal is aan te merken. Benadrukt wordt dat het
                    sluiten van een exploitatieovereenkomst – evenals iedere andere overeenkomst –
                    is gebaseerd op wilsovereenstemming. Dit betekent, dat een exploitant niet kan
                    worden verplicht tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst. De bevoegdheid
                    tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst ligt, ingevolge artikel 160,
                    eerste lid onder e van de (herziene) Gemeentewet, bij burgemeester en
                    wethouders. In dit kader wordt voorts verwezen naar artikel 169, vierde lid van
                    de (herziene) Gemeentewet: burgemeester en wethouders dienen de raad vooraf in
                    te lichten over de uitoefening van de bevoegdheid tot het aangaan van een
                    overeenkomst, in het geval de raad daarom verzoekt of indien het aangaan van die
                    overeenkomst ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In dit laatste
                    geval nemen burgemeester en wethouders geen besluit dan nadat de raad zijn
                    wensen en bedenkingen terzake aan burgemeester en wethouders ter kennis heeft
                    kunnen brengen. Hoewel de kostenbegroting later kan worden vastgesteld, dient in
                    alle gevallen de in een overeenkomst opgenomen exploitatiebijdrage te worden
                    vastgesteld op basis van de kostenbegroting. Om deze reden is in artikel 7,
                    tweede lid bepaald dat burgemeester en wethouders pas kunnen besluiten tot het
                    aangaan van een exploitatieovereenkomst, nadat de desbetreffende kostenbegroting
                    is vastgesteld. De vaststelling van de kostenbegroting geschiedt, als onderdeel
                    van het kostenverhaalsbesluit, door de gemeenteraad. Gezien het bepaalde in
                    artikel 10, eerste lid van de Exploitatieverordening geldt deze voorwaarde ook
                    ingeval de overeenkomst totstandkomt op basis van een aanvraag, met dien
                    verstande dat ingeval er sprake is van een aanvraag, de kostenbegroting dan
                    wordt vastgesteld door burgemeester en wethouders. Indien wordt overgegaan tot
                    het sluiten van een exploitatieovereenkomst, bevat artikel 7 een aantal
                    voorwaarden waaraan deze overeenkomst in alle gevallen moet voldoen. Naast de
                    vaststelling van een financiële bijdrage is in voorkomende gevallen de bepaling
                    opgenomen dat gronden die bestemd zijn als ondergrond voor voorzieningen van
                    openbaar nut, via deze overeenkomst worden afgestaan aan de gemeente. In de
                    situatie dat er sprake is van een overdracht van gronden, is in het eerste lid
                    de bepaling opgenomen dat van de overeenkomst een notariële akte wordt
                    opgemaakt. In het vierde lid zijn aanvullende bepalingen opgenomen, die kunnen
                    worden toegepast indien de werken geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd door
                    de particuliere exploitant.</al><al><vet>Artikel 8. Vaststelling exploitatiebijdrage</vet></al><al>Essentieel bij de vaststelling van de financiële bijdrage is het feit dat
                    overeenkomstig artikel 5, tweede lid de kostentoerekening is opgesteld, met het
                    uitgangspunt dat het totale exploitatiegebied door de gemeente in zijn geheel in
                    exploitatie zal worden gebracht. Dit betekent, dat in de kostenbegroting
                    gerekend wordt met een gemiddelde prijs van de inbrengwaarde van alle gronden
                    (ook die van de particuliere eigenaren). Op deze wijze komt een gemiddelde
                    kostprijs tot stand, die daarna – waar nodig – zal worden gecorrigeerd voor
                    verschillen in ligging, enzovoort. Het zal duidelijk zijn dat de particuliere
                    exploitant op deze prijs de waarde van de hem toebehorende gronden (zowel ten
                    behoeve van de exploitatie als ten behoeve van de aanleg van voorzieningen van
                    openbaar nut) in mindering zal mogen brengen. Omdat deze vermindering kan
                    afwijken van de eerdergenoemde gemiddelde grondinbrengprijs, is een regeling
                    nodig voor bindende vaststelling van deze inbrengwaarde. In het derde lid is
                    bepaald op welke wijze de financiële bijdrage wordt vastgesteld, indien de
                    exploitant overgaat tot het geheel of gedeeltelijk zelf uitvoeren van
                    voorzieningen van openbaar nut. In een dergelijke situatie blijft de financiële
                    bijdrage in de regel beperkt tot de kosten die de gemeente maakt of zal maken in
                    verband met de planuitvoering, voorbereiding, -beheer en -toezicht, maar ook met
                    betrekking tot voorzieningen die voor het totale plan gelden danwel een
                    bovenwijks karakter hebben. De omslag van deze voor rekening van de gemeente
                    blijvende kosten vindt plaats overeenkomstig de in artikel 5 en 6 beschreven
                    methode, onder verrekening van de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak
                    van exploitant behorende gronden. Daarnaast vindt een vermindering plaats van de
                    daarin opgenomen kosten voor voorzieningen, voorzover deze voorzieningen door de
                    exploitant worden gerealiseerd. Als gevolg van de het bepaalde in artikel 5,
                    vierde en vijfde lid dient de wijze van berekening van de exploitatiebijdrage in
                    die situaties dienovereenkomstig te worden aangepast. Aan artikel 8 is een
                    vierde lid toegevoegd, waarin is bepaald dat, indien de in artikel 5, vierde
                    en/of vijfde lid beschreven situatie toepassing heeft verkregen, de wijze van
                    berekening van de bijdrage wordt gehandhaafd, met dien verstande dat de
                    correctie van de inbrengwaarde is beperkt tot de gronden die zijn bestemd voor
                    het treffen van voorzieningen en door de exploitant aan de gemeente in eigendom
                    worden afgestaan.</al><al><vet>Afdeling III: Exploitatie op verzoek van exploitant</vet></al><al><vet>Artikel 9. De aanvraag</vet></al><al>Naast het door de gemeente zelf treffen van voorzieningen van openbaar nut kan
                    het voorkomen dat een particuliere exploitant de gemeente verzoekt tot het
                    treffen van voorzieningen. Vaak zullen dit dan incidentele op zichzelf staande
                    voorzieningen zijn, die specifiek betrekking hebben op de onroerende zaak van
                    een of enkele exploitanten. Gedacht moet hierbij bijvoorbeeld worden aan de
                    situatie waarin een bedrijf de gemeente verzoekt op basis van artikel 19 WRO mee
                    te werken aan de uitbreiding van de winkelruimte door middel van een wijziging
                    van een bestemmingsplan. In dergelijke gevallen kan het voorkomen dat van
                    gemeentewege wordt gewezen op de noodzaak van uitbreiding van parkeergelegenheid
                    en bijvoorbeeld de aanleg van een in- en uitvoegstrook vanaf de openbare weg.
                    Dergelijke voorzieningen kunnen onder de werking van afdeling III van deze
                    verordening worden gebracht. Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering
                    gemeentebestuur (Stb. 2002, 111) berust de bevoegdheid tot het aangaan van
                    overeenkomsten bij burgemeester en wethouders. Om die reden is dan ook bepaald
                    dat aanvragen om medewerking dienen te worden gericht aan burgemeester en
                    wethouders, alsmede dat door burgemeester en wethouders op de aanvraag wordt
                    beslist. In het derde lid van dit artikel is de bepaling opgenomen dat, indien
                    een aanvraag voor een bouwvergunning (eventueel gecombineerd met een verzoek om
                    vrijstelling ex artikel 19 WRO) wordt ingediend waarbij in geval van verlenen
                    van een vrijstelling c.q. bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van
                    openbaar nut moeten worden uitgevoerd, dit voordat over de bouwaanvraag wordt
                    beslist, aan de aanvrager bekend wordt gemaakt. De exploitant (aanvrager) zal
                    daarbij tevens een afschrift ontvangen van de door burgemeester en wethouders
                    vast te stellen kostenbegroting en de daarmee verband houdende aanduiding van
                    het exploitatiegebied. De bekendmakingseis zoals opgenomen in artikel 139
                    Gemeentewet is in dit kader, nu er geen sprake is van een kostenverhaalsbesluit,
                    niet van toepassing. Aan de hand van deze gegevens is aanvrager in staat
                    voorafgaand aan de beslissing over de bouwaanvraag een financiële afweging te
                    maken van de aan deze exploitatie verbonden kosten. De aanvrager wordt op dat
                    moment in staat gesteld alsnog een aanvraag in te dienen tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst.</al><al><vet>Artikel 10. Beslissing op de aanvraag</vet></al><al>Aangegeven is dat de medewerking tot het treffen van voorzieningen alleen kan
                    worden verleend door middel van het sluiten van een overeenkomst op basis van
                    artikel 7 van de verordening. Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering
                    gemeentebestuur berust de bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij
                    burgemeester en wethouders. In het eerste lid is bepaald dat een overeenkomst
                    eerst kan worden aangegaan, nadat burgemeester en wethouders een kostenbegroting
                    en de aanduiding van het exploitatiegebied hebben vastgesteld. De vastgestelde
                    kostenbegroting en aanduiding van het exploitatiegebied worden aan de exploitant
                    bekendgemaakt. Omdat er geen sprake is van een kostenverhaalsbesluit, is de
                    bekendmakingseis zoals opgenomen in artikel 139 Gemeentewet, niet van
                    toepassing. De kostenbegroting kan derhalve onderdeel uitmaken van een
                    kostenverhaalsbesluit, in welk geval de vaststelling van die begroting geschiedt
                    door de gemeenteraad. Indien er sprake is van een aanvraag (in welke situatie
                    dus geen kostenverhaalsbesluit is genomen), geschiedt de vaststelling van de
                    kostenbegroting en de aanduiding van het exploitatiegebied door burgemeester en
                    wethouders. Daarnaast is een viertal facultatieve gronden opgenomen, waaronder
                    de medewerking kan worden geweigerd. Tevens is een mogelijkheid tot aanhouding
                    van de aanvraag opgenomen in gevallen waarin de procedure van de
                    vaststelling/goedkeuring van een onderliggend bestemmingsplan nog niet is
                    afgerond. Ten slotte is de bepaling opgenomen dat, ingeval een aanvraag is
                    ontvangen voor een gebied waarvoor reeds een kostenverhaalsbesluit is genomen
                    door de gemeenteraad, laatstgenoemd besluit aan de exploitant bekend wordt
                    gemaakt. Deze bekendmaking zal mede inhouden, dat de gemeenteraad reeds eerder
                    heeft aangegeven dat de onderhavige onroerende zaak wordt gebaat door het
                    treffen van voorzieningen van openbaar nut en het om die reden gerechtvaardigd
                    is dienaangaande kostenverhaal toe te passen. Derhalve zou ook zonder het
                    insturen van een aanvraag de gemeente reeds op eigen initiatief zijn gekomen met
                    een exploitatieovereenkomst. Een en ander betekent, dat de reeds voorgenomen
                    aanbieding van een ontwerp-exploitatieovereenkomst direct kan plaatsvinden,
                    gebaseerd op de kostenbegroting behorende bij het vastgestelde
                    kostenverhaalsbesluit.</al><al><vet>Afdeling IV : Relatie gronduitgifte en andere
                        kostenverhaalsinstrumenten</vet></al><al><vet>Artikel 11. Relatie baatbelasting</vet></al><al>In het eerste lid wordt uit een oogpunt van rechtszekerheid aangegeven, dat in
                    een te sluiten exploitatieovereenkomst de bepaling wordt opgenomen dat met
                    betrekking tot de uitvoering van die werken geen aanvullend fiscaal verhaal zal
                    plaatsvinden. Een dergelijke bepaling is niet in strijd met de Grondwet (i.c.
                    privilegeverbod bij belastingen), omdat de wijze van toerekening via
                    exploitatieovereenkomst overeenstemt met de wijze van toerekening bij een
                    eventueel toe te passen fiscaal verhaal. Aan de andere kant is het uit een
                    oogpunt van rechtszekerheid gewenst dat, indien een exploitant niet bereid is
                    tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst, hem wordt meegedeeld dat
                    overeenkomstig het eerder genomen kostenverhaalsbesluit de gemeenteraad kan
                    overgaan tot het instellen van een baatbelasting.</al><al><vet>Artikel 12. Relatie andere overeenkomsten</vet></al><al>Steeds meer komt het voor dat door de gemeente overeenkomsten worden gesloten
                    met meerdere marktpartijen tot samenwerking in een bepaald project. We spreken
                    dan van een publiek-private samenwerking (PPS). Dergelijke overeenkomsten
                    omvatten naast elementen van kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut
                    vaak nog totaal andere elementen. Ter voorkoming van onnodig complexe contracten
                    worden deze elementen vaak alle tezamen in één overeenkomst opgenomen. In dit
                    artikel is bepaald dat het sluiten van dergelijke overeenkomsten geen bezwaar
                    behoeft op te leveren, mits de vaststelling van de door exploitant verschuldigde
                    exploitatiebijdrage maar geschiedt op basis van het gestelde in deze
                    exploitatieverordening.</al><al><vet>Afdeling V: Overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 13. Overgangsbepalingen</vet></al><al>De overgangsbepaling in het eerste lid is bedoeld voor die situaties waarbij op
                    het moment van inwerkingtreding van de exploitatieverordening reeds een aanvang
                    is gemaakt met de uitvoering van voorzieningen van openbaar nut. Artikel 4 gaat
                    ervan uit dat het nemen van een kostenverhaalsbesluit moet plaatsvinden voordat
                    met de aanleg van voorzieningen van openbaar nut wordt aangevangen. Bepaald is
                    dat de verordening ook van toepassing is in exploitatiegebieden waarin op de
                    datum van inwerkingtreding de te treffen voorzieningen van openbaar nut niet
                    zijn voltooid, en voor welke gebieden geen kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld
                    in artikel 4 is genomen. Hetzelfde geldt voor exploitatiegebieden waarvoor geen
                    kostenverhaalsbesluit maar, indien de voorheen geldende exploitatieverordening
                    daarin voorzag, een afzonderlijke kostenbegroting (op grond van het in de
                    voorheen geldende verordening opgenomen overgangsrecht) is vastgesteld. De
                    toepassing van de bepaling in het eerste lid zal bijvoorbeeld aan de orde zijn
                    in exploitatiegebieden waarvoor vóór de datum van inwerkingtreding van de
                    verordening een bekostigingsbesluit (zoals bedoeld in artikel 222 van de
                    Gemeentewet) ten behoeve van een mogelijk in te stellen baatbelasting is
                    vastgesteld. Daarnaast voorziet de bepaling in het eerste lid erin dat de
                    verordening ook kan worden toegepast voor in uitvoering zijnde
                    exploitatiegebieden waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van de
                    verordening niet reeds een bekostigingsbesluit was vastgesteld. Om in dergelijke
                    situaties (bij het ontbreken van een kostenverhaalsbesluit of afzonderlijke
                    kostenbegroting) toch te kunnen komen tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst, is bepaald dat de regels van deze verordening op een zo
                    veel mogelijk aan deze afwijking aangepaste wijze van toepassing zijn. Hierbij
                    geldt in ieder geval, dat de hoogte van de in de overeenkomst op te nemen
                    bijdrage wordt bepaald op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                    kostenbegroting die voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen. In navolging op
                    het gestelde in artikel 4, eerste lid dient ook de vast te stellen
                    kostenbegroting bekend te worden gemaakt overeenkomstig artikel 139 Gemeentewet.
                    In het tweede lid is bepaald dat de exploitatieverordening zoals deze gold voor
                    de inwerkingtreding van de onderhavige verordening, van toepassing blijft voor
                    exploitatiegebieden waarvoor eerder een kostenverhaalsbesluit of, voorzover (het
                    overgangsrecht van) de voorheen geldende verordening daarin voorzag, een
                    afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld. Dit heeft tot gevolg dat op basis
                    van dergelijke kostenverhaalsbesluiten of afzonderlijke kostenbegrotingen te
                    sluiten overeenkomsten worden gebaseerd op de bepalingen zoals opgenomen in de
                    voorheen geldende exploitatieverordening. De duur van de toepassing is bepaald
                    tot twee jaren nadat de getroffen en/of te treffen voorzieningen van openbaar
                    nut geheel zijn voltooid. Deze termijn komt overeen met de termijn waarbinnen
                    uiterlijk tot een baatbelasting zoals bedoeld in artikel 222 van de Gemeentewet,
                    dient te worden besloten. Ten aanzien van voor de datum van inwerkingtreding van
                    de onderhavige exploitatieverordening ontvangen aanvragen tot het verlenen van
                    medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden waarop niet voor de
                    inwerkingtreding is beslist, is voor de behandeling van de aanvraag de
                    exploitatieverordening zoals deze gold voor de inwerkingtreding van de
                    onderhavige verordening, van toepassing. De duur van de toepassing is bepaald
                    totdat op de aanvraag is beslist. In het geval de beslissing leidt tot het
                    treffen van voorzieningen, is de duur van de toepassing bepaald tot twee jaren
                    nadat de te treffen voorzieningen geheel zijn voltooid. Ook in dat geval geldt
                    dat een op basis van een zodanige aanvraag te sluiten overeenkomst wordt
                    gebaseerd op de bepalingen zoals opgenomen in de voorheen geldende
                    exploitatieverordening. Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering
                    gemeentebestuur berust de bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij
                    burgemeester en wethouders. In het tweede en derde lid is dienaangaande bepaald
                    dat, voorzover van belang in afwijking van de voorheen geldende
                    exploitatieverordening, het aangaan van overeenkomsten in alle gevallen is
                    voorbehouden aan burgemeester en wethouders.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>