<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77466_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-04-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 213</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-02-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De exacte publicatiedatum van deze regeling is niet meer te achterhalen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Vastgesteld door de gemeenteraad op 26 februari 2004.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                                    beperkt mogelijke inzet van middelen.</al></li><li nr="b."><al>Doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en de
                                    beoogde maatschappelijke effecten of gestelde doelen van het
                                    beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderzoeksfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college onderzoekt periodiek de doelmatigheid van (onderdelen van)
                            organisatie-eenheden van de gemeente en de uitvoering van taken door de
                            gemeente. Iedere gemeentelijke organisatie-eenheid en gemeentelijke taak
                            wordt minimaal eens in de 12 jaar in zijn geheel aan een dergelijke
                            toets onderworpen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college toetst jaarlijks de doeltreffendheid van (delen van)
                            programma’s en paragrafen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zendt jaarlijks bij de begroting voor het komende jaar een
                            onderzoeksplan ter bespreking naar de raad, met in dat plan de in dat
                            jaar te verrichten interne onderzoeken naar de doelmatigheid en de
                            doeltreffendheid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal
                            aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het object van onderzoek</al></li><li nr="b."><al>de reikwijdte van het onderzoek</al></li><li nr="c."><al>de onderzoeksmethode</al></li><li nr="d."><al>de doorlooptijd van het onderzoek</al></li><li nr="e."><al>de wijze van uitvoering</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt aangegeven welke door de raad aangewezen
                            budgetten in de productenraming van het college zijn opgenomen voor de
                            uitvoering van de onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                            Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten
                            en indien nodig aanbevelingen voor verbeteringen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college indien
                            nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan van
                            verbetering worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. Het college
                            neemt op basis van het plan van verbetering organisatorische
                            maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 maart 2004</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening onderzoeken
                            doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Aalburg 2004”.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van 26 februari 2004</al></slotformulering><ondertekening>De voorzitter, de griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Artikelgewijze toelichting</titel></kop><al><vet>Artikel 2. Onderzoeksfrequentie</vet></al><al>In artikel 2 wordt het college opgedragen onderzoek te doen naar de
                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. Hierbij wordt een
                    scheiding aangebracht tussen onderzoeken naar de doelmatigheid en onderzoeken
                    naar de doeltreffendheid.De onderzoeken naar de doelmatigheid betreffen
                    onderzoeken naar de uitvoering van het beleid en het beheer van middelen. De
                    uitvoering wordt gedaan door ten eerste de gemeentelijke organisatie, zodat deze
                    onderzoeken zich ten eerste richten op de organisatie-eenheden van de gemeente.
                    Een tweede ingang voor de doelmatigheidsonderzoeken is de procesgang. Hiervoor
                    kan men kijken naar de gemeentelijke taken. Het voordeel hiervan is dat ook de
                    doelmatigheid van de uitvoering van gemeentelijk beleid en het beheer van
                    middelen door derden worden onderzocht.Om te verzekeren dat alle onderdelen van
                    de gemeente op doelmatigheid worden onderzocht, verplicht het artikel dat ieder
                    onderdeel van de gemeente en elke gemeentelijke taak minimaal eens in de twaalf
                    jaar worden onderzocht. De onderzoeken naar de doeltreffendheid vinden plaats op
                    basis van het in de programma’s of paragrafen van de begroting geformuleerde
                    beleid. Dit beleid kan gehele begrotingsprogramma’s omvatten of delen daarvan.
                    Ook kan het paragrafen van de begroting en jaarstukken of delen daarvan
                    omvatten. De cyclus van 12 jaar is afgestemd op het aantal programma’s en
                    paragrafen binnen de begroting.</al><al><vet>Artikel 3. Onderzoeksplan</vet></al><al>De beslissing over wat er in een bepaald jaar moet worden onderzocht is aan het
                    college. Vanzelfsprekend zal de raad willen weten wat de plannen zijn, en ook
                    gelegenheid willen hebben om deze te bespreken en als hij dat nodig acht daarop
                    invloed uit te oefenen. Hierin voorziet het onderzoeksplan. Het onderzoeksplan
                    moet een volledig beeld geven van de voorgenomen onderzoeken, zij het uiteraard
                    nog globaal. De onderzoeken in het onderzoeksplan worden per onderzoek
                    uitgewerkt. Het onderzoeksplan wordt aangeboden aan de raad De raad kan het ter
                    bespreking agenderen, maar het wordt door het college vastgesteld. In de
                    verordening kan worden aangegeven wat in een onderzoeksplan in ieder geval moet
                    worden opgenomen. De onderwerpen genoemd in het tweede lid kunnen als volgt
                    worden toegelicht:</al><lijst><li nr="a."><al>Het object van een onderzoek wordt dusdanig omschreven dat duidelijk
                            aangegeven is wat de afbakening van het onderzoek is. Daarbij worden bij
                            de doelmatigheidsonderzoeken duidelijk de scheidslijnen aangegeven ten
                            aanzien van de te onderzoeken procedures en instrumenten. Bij de
                            doeltreffendheidonderzoeken worden duidelijk de scheidslijnen met andere
                            beleidsvelden aangegeven.</al></li><li nr="b."><al>De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in beginsel uit over alle
                            organen, organisatie-eenheden en instellingen waarvoor de gemeente
                            bestuurlijk verantwoordelijk is of waarvan de activiteiten geheel of in
                            belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. De reikwijdte kan in
                            het onderzoeksplan worden ingeperkt door het aangeven van het te
                            onderzoeken tijdsvak en de te onderzoeken organen, organisatie-eenheden
                            en instellingen. De reikwijdte van onderzoeken moet van te voren
                            duidelijk worden aangegeven. Aangegeven moet worden welk tijdvak wordt
                            onderzocht en welke organisatie-eenheden en niet gemeentelijke
                            instellingen bij het onderzoek worden betrokken.</al></li><li nr="c."><al>Hier wordt aangegeven welke methoden gebruikt zullen worden
                            (benchmarking, enquête, enzovoorts).</al></li><li nr="d."><al>Dit betreft een inschatting van de duur van het onderzoek, eventueel
                            onderverdeeld in fasen.</al></li><li nr="e."><al>Onderzoeken kunnen in opdracht van het college worden uitgevoerd door
                            het ambtelijke apparaat (al of niet met inbreng van deskundigheid van
                            derden) of door derden. Indien de ambtelijke organisatie de onderzoeken
                            uitvoert, zullen in de onderzoeksopzet waarborgen dienen te worden
                            ingebouwd, waarmee de onafhankelijkheid van de analyse en/of adviezen
                            ter verbeteringen wordt gegarandeerd. Dat betekent dat het onderzoek mag
                            worden uitgevoerd door functionarissen die in hun dagelijks werk
                            betrokken zijn bij het onderzoeksobject. De analyse en de aanbevelingen
                            tot verbetering moeten echter zoveel als mogelijk onafhankelijk tot
                            stand komen en uitgevoerd worden door functionarissen die niet in hun
                            dagelijks werk betrokken zijn bij het onderzoeksobject.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4. Rapportage en gevolgtrekking</vet></al><al>Met de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeente de transparantie van het
                    gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke verantwoording daarover te
                    versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan ook neergelegd in
                    rapporten voor de raad, zoals voorgeschreven in artikel 213a, tweede lid, van de
                    Gemeentewet. De rapporten dienen volgens artikel 197 tweede lid van de
                    Gemeentewet te worden gevoegd bij de jaarrekening en het jaarverslag. Het
                    betreft uiteraard de verslagen die lopende het verslagjaar zijn afgerond. Dat
                    sluit echter geenszins uit dat de raad, als hij dat wenst, de rapporten ontvangt
                    zodra ze zijn vastgesteld.Het ligt voor de hand om in de
                    bedrijfsvoeringsparagraaf te rapporteren over de stand van zaken bij de lopende
                    interne onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde
                    bestuur.Systematische aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid impliceert
                    ook het doel om te leren, om te denken over en te streven naar verbetering.
                    Daarom is in deze verordening opgenomen dat evaluatie en aanbevelingen voor
                    verbetering onderdeel zijn van de rapportage, en dat zo nodig door middel van
                    een plan van verbetering het vervolgtraject moet worden ingezet. De
                    bedrijfsvoering is een zaak van het college. Het is dan ook het college dat
                    maatregelen moet nemen tot verbetering. Het college moet een plan van
                    verbetering opstellen en uitvoeren. Het plan van verbetering wordt uiteraard ook
                    ter kennisgeving aan de raad gestuurd.</al><al><vet>Artikel 5. Inwerkingtreding</vet></al><al>Volgens de Gemeentewet moet deze verordening per 7 maart 2003 zijn vastgesteld.
                    De raad heeft bij raadsbesluit, en gebruikmakend van de maximale mogelijkheden
                    van de Gemeentewet, het vaststellen van de verordening met maximaal een jaar
                    uitgesteld.</al><al><vet>Artikel 6. Citeertitel</vet></al><al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening kan worden verwezen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>