<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77465_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Crisismanagement (rampenplan)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2005-06-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Altena</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsblad land van Altena,
                14-07-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Instructie crisismanagement (rampenplan)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet rampen en zware ongevallen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-06-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Crisismanagement (rampenplan)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Rampenplan van de gemeente Aalburg</al><al>Vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalburg op 28
                        juni 2005</al><al>Inhoudsopgave</al><al>1 Algemeen 41.1 Uitgangspunten van het Plan Crisismanagement Inleiding 41.2
                        Overzicht hulpverlenende diensten en organisaties 51.3 Overzicht ramptypen
                        62 Leiding en coördinatie 72.1 Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings
                        Procedure (GRIP) 72.2 Bestuurlijke coördinatie (ramp of zwaar ongeval in één
                        gemeente) 72.2.1 Schema: leiding bij een ramp of zwaar ongeval in één
                        gemeente 72.2.2 Burgemeester 82.2.3 Gemeentelijk Beleidsteam (GRIP 3) 92.3
                        Bestuurlijke coördinatie (Ramp of zwaar ongeval in meer dan één gemeente)
                        102.3.1 Schema: leiding bij een ramp of zwaar ongeval in meer dan één
                        gemeente 102.3.2 Coördinerend Burgemeester 112.3.3 Regionaal Beleidsteam
                        (GRIP 4) 112.3.4 Hogere overheden 122.4 Operationele coördinatie en
                        uitvoering 132.4.1 Operationeel Leider 132.4.2 Regionaal Operationeel Team
                        142.4.3 Commando Plaats Incident 152.4.4 Actiecentra 153 Processen 163.1
                        Inleiding 163.1.1: Alarmering 173.1.2: Bron- en effectbestrijding 173.1.3:
                        Voorlichting en informatie 183.1.4: Waarschuwen van de bevolking 183.1.5:
                        Ontruimen en evacueren 193.1.7: Verkeer regelen 203.1.8: Handhaven
                        rechtsorde 203.1.9: Ontsmetten van mens en dier 213.1.10: Ontsmetten van
                        voertuigen en infrastructuur 2211: Milieu en Inzamelen besmette waren
                        223.1.12: Openbare Gezondheidszorg bij Ongevallen en Rampen(OGOR) 233.1.13:
                        Geneeskundige hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (somatisch) 233.1.14:
                        Opvang en Verzorging en voorzien in primaire levensbe-hoeften 243.1.15:
                        Registreren van slachtoffers 243.1.16: Identificeren van overleden
                        slachtoffers 253.1.17: Uitvaartverzorging 263.1.18: Waarnemen en meten
                        263.1.19: Begidsen 273.1.20: Toegankelijk en begaanbaar maken, opruimen
                        273.1.22: Nazorg 283.1.23: Strafrechtelijk onderzoek 283.1.24: Psycho
                        Sociale hulpverlening bij ongevallen en rampen(PSHOR) 293.1.25: Schade 294.
                        Bijlagen 304.1 Begrippen en afkortingen 304.2 Verspreiding van het plan
                        Crisismanagement 344.3 Risico-inventarisatie en (beleid)
                        rampbestrijdingsplannen 355. Overzicht risico’s in relatie tot de Ramptypen
                        355.1. Luchtvaartongevallen: 355.2. Ongevallen op water 355.3.
                        Verkeersongevallen op land (o.a. kettingbotsingen, busongevallen,
                        ontsporingen van of botsingen met/van reizigerstreinen) 365.4. Ongevallen
                        met brandbare /explosieve stof in open lucht 365.5. Ongevallen met giftige
                        stof in open lucht 375.6. Kernongevallen: geen kernenergiecentrale of
                        bedrijven met radioactieve stoffen 375.7. Bedreiging volksgezondheid 375.8.
                        Ziektegolf 385.9. Ongevallen in tunnels 385.10. Branden in grote gebouwen
                        385.11. Instortingen van grote gebouwen 395.12. Paniek in menigten 405.13.
                        Verstoringen openbare orde 405.14. Overstromingen 405.15. Natuurbranden
                        415.16. Extreme weersomstandigheden 415.17. Uitval nutsvoorzieningen 415.18.
                        Rampen op afstand 426. (Beleid) Rampbestrijdingsplannen 42</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.1</nr><titel>Uitgangspunten van het Plan Crisismanagement Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>De Wet rampen en zware ongevallen verplicht de gemeente een
                                rampenplan (Plan Crisismanagement) vast te stellen voor het gehele
                                gebied van de gemeente. Het plan is te karakteriseren als een
                                organisatieoverzicht en een waarschuwings- en afsprakenschema met
                                betrekking tot het optreden bij (dreigende) rampsituaties. Het plan
                                is daardoor de neerslag van het gemeentelijke beleid inzake de
                                gecoördineerde bestrijding van grootschalige incidenten, crises,
                                calamiteiten, zware ongevallen en rampen dan wel de dreiging
                                hiervan. Bestrijding van rampen en zware ongevallen of grootschalige
                                hulpverlening betekent optreden in een situatie waarin snel handelen
                                vereist is vanwege de acute bedreiging van leven, gezondheid,
                                goederen of leefomgeving. Tegelijkertijd is meestal sprake van grote
                                onduidelijkheid en onzekerheid over de aard van het voorval, de
                                ernst van het gevaar en de beste wijze van aanpak. Het gegeven dat
                                elke seconde telt, kan een bedreiging zijn voor de kwaliteit van de
                                besluitvorming, indien betrokkenen niet goed voorbereid en niet goed
                                geoefend zijn. Adequaat crisismanagement vereist, vanaf een zo vroeg
                                mogelijk stadium, continue informatievoorziening en advisering van
                                de burgemeester over wat zich afspeelt of dreigt af te spelen.
                                Bestrijding van rampen en zware ongevallen kan alleen werken, als zo
                                simpel mogelijke principes worden toegepast, die het dagelijkse
                                functioneren van de betrokken besturen en diensten als uitgangspunt
                                hebben. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met onderstaande
                                uitgangspunten. <vet>Uitgangspunten Crisismanagement </vet>Elk
                                incident kan uitgroeien tot een ramp. Crisismanagement dient in
                                staat te zijn om steeds adequaat op gebeurtenissen in te spelen, dan
                                wel situaties vóór te blijven. Dit geldt zowel voor gebeurtenissen
                                die zich in de uitvoering voordoen als voor aangelegenheden, die
                                vragen om beleidsbeslissingen. Daarom dient crisismanagement reeds
                                te beginnen vanaf het moment dat de inzet van twee of meer
                                disciplines aan de orde is. De weergegeven
                                rampbestrijdingsorganisatie in dit plan dient niet alleen tijdens
                                rampen en zware ongevallen te worden gebruikt, maar ook tijdens
                                grootschalige incidenten, crises en calamiteiten, dan wel de
                                dreiging daarvan. Voorbeelden in de afgelopen jaren hebben
                                aangetoond dat in Nederland regelmatig incidenten en crises zijn
                                geweest, niet zijnde rampen (zoals MKZ, Wilnis, Amercentrale). Dit
                                houdt overigens niet in dat bij dergelijke incidenten, calamiteiten
                                en crisis de bevoegdheden van de Wet rampen en zware ongevallen
                                altijd van toepassing zijn. <vet>Eenduidige benadering: één
                                    operationele organisatie </vet>Bij grootschalige ongevallen en
                                rampen zijn vele actoren betrokken bij de besluitvorming. Deze
                                actoren hebben verschillende verantwoordelijkheden, taken en
                                bevoegdheden. Om het geheel van acties samenhangend en effectief te
                                laten verlopen is een duidelijke structurering, leiding en
                                coördinatie daarvan noodzakelijk. Centraal in de organisatie van de
                                bestrijding van rampen en zware ongevallen staat het principe van de
                                opschaling. Ten behoeve van eenduidige opschalings- en
                                coördinatieprocedures zijn de GRIP-procedures ontwikkeld. GRIP staat
                                voor Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedures (zie
                                ook paragraaf 2.1). In de opschaling is alleen de omvang een
                                variabele factor. Indien de omvang van een incident daarom vraagt,
                                worden voor de bestrijding vanuit de regio Midden en West Brabant
                                mensen en middelen ingezet. De operationele coördinatie van de
                                uitvoering vindt over het algemeen op regionaal niveau plaats.
                                Operationeel gezien gaat het de capaciteit van de afzonderlijke
                                gemeente(n) te boven om de bestrijding van de ramp of het zware
                                ongeval te coördineren. Daarom voorziet dit plan Crisismanagement in
                                een (project)structuur waarin de burgemeester met zijn Gemeentelijke
                                Beleidsteam wordt aangevuld met een Regionaal Operationeel Team.
                                Laatstgenoemd team kent een vaste samenstelling. Het team
                                functioneert op een vaste locatie in de regio waar een goede
                                infrastructuur met optimale verbindingen aanwezig is: het Regionaal
                                Coördinatiecentrum (RCC), dat is gevestigd bij de Gemeenschappelijke
                                Meldkamer te Tilburg. In paragraaf 2.2 en 2.3 wordt een en ander
                                concreter beschreven. <vet>Eenduidige benadering: de procesmatige
                                    benadering </vet>De bestrijding van rampen en zware ongevallen
                                bestaat uit een combinatie van activiteiten die naar aard en omvang
                                afhankelijk kunnen zijn van het soort ramptype (zie paragraaf 1.3).
                                Op basis van analyse van incidentenbestrijding is in de activiteiten
                                gezocht naar een herkenbaar patroon. De ordening van activiteiten
                                heeft er vervolgens toe geleid dat bestrijding van rampen en zware
                                ongevallen kan worden ‘vertaald’ in 26 processen. Deze processen
                                zijn systematisch beschreven en worden uitgewerkt in deelplannen.
                                Dit bevordert een juiste taakafstemming en samenwerking van alle
                                eenheden in en buiten het rampterrein, ongeacht tot welke
                                dienst/sector of organisatie zij behoren. Het uitgangspunt is dat
                                ieder rampscenario een verzameling van processen is. Als nu het
                                scenario bekend is kunnen de processen die van toepassing zijn op
                                dit scenario, worden bepaald. De procesgerichte benadering is een
                                belangrijke schematische manier om structuur aan te brengen in de
                                bestrijding van rampen en zware ongevallen. De benadering kent
                                onderstaande kenmerken die in het plan en de deelplannen worden
                                uitgewerkt: - Per proces wordt een verantwoordelijke dienst of
                                organisatie aangewezen; - Belangrijke (multidisciplinaire) acties
                                binnen een bepaald proces kunnen worden aangeduid; - Relaties tussen
                                de processen worden in kaart gebracht; - Relaties tussen betrokken
                                diensten en / of organisaties worden inzichtelijk gemaakt; - Per
                                scenario kan worden bepaald welke processen van toepassing zijn.
                                Uiteindelijk zal ieder proces worden uitgewerkt in een deelplan
                                welke door het college van burgemeester en wethouders zal worden
                                vastgesteld. De deelplannen maken immers onderdeel uit van het plan
                                crisismanagement van de gemeente. <vet>Gemeentelijke
                                    verantwoordelijkheid</vet> Het vierde uitgangspunt gaat uit van
                                de gemeentelijke verantwoordelijkheid inzake rampenbestrijding. De
                                Wet rampen en zware ongevallen regelt in artikel 11 dat de
                                burgemeester het opperbevel heeft in geval van een ramp of zwaar
                                ongeval of van een ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Hierbij
                                is de burgemeester bevoegd een team van adviseurs rond zich te
                                verzamelen. De burgemeester bepaalt het beleid na advies van het
                                Gemeentelijk Beleidsteam. Het Regionaal Operationeel Team voert het
                                beleid uit van de burgemeester. Hoe ver wordt opgeschaald en hoe
                                groot de organisatie van adviseurs is, bepaalt burgemeester. De
                                burgemeester heeft het opperbevel en kan daarop ook worden
                                aangesproken. <vet>Positie en verantwoordelijkheid Openbaar
                                    Ministerie </vet>Op verzoek van het Algemeen Bestuur van de
                                Veiligheidsregio Midden- en West Brabant zal, ter bevordering van de
                                duidelijkheid over de positie van het Openbaar Ministerie bij
                                rampenbestrijding en crisisbeheersing, zo spoedig mogelijk een
                                nadere uitwerking van de afbakening van taken, bevoegdheden en
                                verantwoordelijkheden aan het plan worden toegevoegd.
                                    <vet>Verslaglegging </vet>In het Gemeentelijk Beleidsteam dan
                                wel het Regionale Beleidsteam, het Regionaal Operationeel Team
                                (ROT), het Commando Plaats Incident, Actiecentra en Opvangcentra zal
                                alle relevante informatie schriftelijk dienen te worden vastgelegd.
                                Dit maakt een snel inzicht in de stand van zaken mogelijk. Voorts
                                kan de vastlegging worden gebruikt voor een grondige en
                                systematische evaluatie en verantwoording van de rampbestrijding en
                                de nazorg. De inhoud van de vermelde gegevens is vertrouwelijk en
                                uitsluitend toegankelijk voor leden van het Beleidsteam en de
                                operationele (uitvoerende) staven. Het ter beschikking stellen van
                                gegevens uit de logboeken aan derden geschiedt uitsluitend onder
                                goedkeuring van de burgemeester. Regels omtrent de wijze van
                                verslaglegging zijn vastgelegd in een plan verslaglegging ( artikel
                                3, lid 5 sub o van de Wet rampen en zware ongevallen). </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.2</nr><titel>Overzicht hulpverlenende diensten en organisaties</titel></kop><structuurtekst><al>De kerninstanties die betrokken kunnen zijn bij de bestrijding van
                                rampen en zware ongevallen, dan wel een dreiging hiervan, zijn de
                                gemeente, de brandweer, de Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en
                                Rampen (GHOR) en de politie. De procesverantwoordelijkheid is als
                                volgt over de kerninstanties verspreid:</al><al><plaatje><illustratie id="i4c1a197e-d57a-4d49-af02-4d129f27aba3" naam="i19094i4c1a197e-d57a-4d49-af02-4d129f27aba3.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al><al>Voorts kunnen bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen het
                                Nederlandse Rode Kruis, particuliere bedrijven, organisaties van
                                vrijwilligers, waterbeheerders, Rijkswaterstaat en andere
                                overheidsorganisaties en personen worden betrokken. Al deze
                                organisaties en personen vallen eveneens onder een van de
                                hierbovengenoemde processen en werken onder de verantwoordelijkheid
                                van de betrokken kerninstanties. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.3</nr><titel>Overzicht ramptypen</titel></kop><structuurtekst><al>Rampen kunnen worden onderverdeeld in ramptypen: beschrijving van
                                gebeurtenissen en factoren die leiden tot een herkenbaar soort ramp.
                                De volgende ramptypes worden onderscheiden:</al><al>1. Luchtvaartongeval 10. Branden in grote gebouwen2. Ongeval op
                                water 11. Instortingen van grote gebouwen 3. Verkeersongevallen op
                                land 12. Paniek in menigten 4. Ongeval met brandbare/explosieve stof
                                13. Grootschalige ordeverstoringen5. Ongeval met giftige stof 14.
                                Overstroming 6. Kernongeval 15. Natuurbranden 7. Bedreiging
                                volksgezondheid 16. Extreme weersomstandigheden8. Ziektegolf 17.
                                Uitval nutsvoorzieningen 9. Ongevallen in tunnels 18. Ramp op
                                afstand</al><al>Met deze opsomming van ramptypen is slechts een ruwe indeling
                                gegeven. De feitelijke situatie tijdens een ramp hangt immers af van
                                vele en vaak onvoorziene factoren. Voorts is het aantal
                                mogelijkheden binnen eenzelfde ramptype groot, niet in de laatste
                                plaats doordat er combinaties van verschillende ramptypen kunnen
                                optreden. Voor wat betreft de risico-inventarisatie van de gemeente
                                (artikel 3, lid 3 onder a en b en lid 4 van de Wet rampen en zware
                                ongevallen) wordt verwezen naar bijlage 5.3.
                                    <vet>Rampbestrijdingsplannen </vet>Artikel 3 van de Wet rampen
                                en zware ongevallen regelt dat in elke gemeente door het college van
                                burgemeester en wethouders een rampenplan moet worden vastgesteld.
                                De burgemeester stelt voor elke ramp, waarvan de plaats, de aard en
                                de gevolgen voorzienbaar zijn, een rampbestrijdingsplan vast, waarin
                                het geheel van bij die ramp te nemen maatregelen is opgenomen (Wet
                                rampen en zware ongevallen, artikel 4). Rampbestrijdingsplannen
                                hebben betrekking op concrete rampsituaties. Een
                                rampbestrijdingsplan is dus een plan met concrete
                                bestrijdingsmaatregelen, waarbij de coördinatie tussen de
                                verschillende diensten voorop staat. De uitwerking van het
                                rampenplan in procesgerichte, scenario-onafhankelijke deelplannen
                                heeft als voordeel dat niet voor elke situatie, zoals hierboven
                                beschreven, een apart rampbestrijdingsplan behoeft te worden
                                vastgesteld. Bij elk op te stellen rampbestrijdingsplan kan immers
                                voor een niet onaanzienlijk deel worden teruggegrepen op de in
                                deelplannen uitgewerkte processen. De relevante processen kunnen nu
                                worden geordend om toegesneden te worden op elke afzonderlijke
                                situatie. Voor een overzicht van het beleid ten aanzien van het
                                vaststellen van rampbestrijdingsplannen in de gemeente wordt
                                verwezen naar bijlage 5.3. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Leiding en coördinatie</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure
                                (GRIP)</titel></kop><structuurtekst><al>Brandweer, gemeenten, GHOR en politie vormen samen de kern van de
                                rampbestrijdingsorganisaties. Deze organisaties moeten hulp verlenen
                                bij kleine incidenten tot grote rampen. De betrokken organisaties
                                dienen hiervoor op te schalen. Het opschalen vereist in principe
                                duidelijke afspraken omtrent bestuurlijke en operationele leiding en
                                coördinatie: de Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings
                                Procedure (GRIP). De opschaling behoeft niet volgafhankelijk te
                                zijn, dat wil zeggen dat eerdere GRIP-fases niet eerst doorlopen
                                behoeven te worden voordat een volgende GRIP-fase kan worden
                                gestart. Men kan dus gelijk beginnen in een bepaalde GRIP-fase. GRIP
                                0 (routine, monodisciplinair optreden) De GRIP wordt voorafgegaan
                                door de normale dagelijkse situatie en werkwijzen, hier aangeduid
                                als routine. Elke dienst werkt monodisciplinair (volgens eigen
                                regels en procedures). Het incident is puur lokaal van aard met
                                enkel een ad hoc coördinatiebehoefte bij de diensten ter plaatse,
                                ook wel motorkapoverleg genoemd. De voorlichting over het incident
                                gebeurt door elke dienst afzonderlijk, volgens de eigen procedures.
                                Per incident is wel een primair verantwoordelijke dienst in het
                                kader van de voorlichting aangewezen. GRIP 1 (Commando Plaats
                                Incident) Het incident is lokaal van aard met een duidelijke
                                coördinatiebehoefte bij de diensten ter plaatse. Daarom wordt het
                                Commando Plaats Incident (CoPI) opgestart. De diensten werken ter
                                plaatse van het incident multidisciplinair. De burgemeester wordt
                                geïnformeerd en kan zonodig gebruik maken van zijn
                                bevelsbevoegdheden op grond van artikel 172 en 173 van de
                                Gemeentewet. De voorlichting geschiedt namens alle diensten
                                gezamenlijk door de communicatieadviseur. Deze adviseur is afkomstig
                                van de politie organisatie. Een gemeentelijk functionaris wordt
                                toegevoegd aan het Commando Plaats Incident als adviseur. Deze
                                functionaris brengt kennis in over de lokale, gemeentelijke
                                organisatie. GRIP 2 (Regionaal Operationeel Team) Ter plaatse en
                                door de actiecentra van de operationele diensten en de gemeente
                                wordt multidisciplinair samengewerkt. De nadruk ligt op het sturen
                                van de operationele processen ter plaatse van het incident, alsmede
                                het mogelijke effectgebied, het coördineren van de
                                informatievoorziening richting de bevolking en het bestuur en de
                                acties van de actiecentra. Het incident heeft een duidelijke
                                uitstraling naar de omgeving. Zowel de burgemeester(s) van de
                                betrokken gemeente(n) als de coördinerend burgemeester worden
                                geïnformeerd. De burgemeester van de betrokken gemeente kan zonodig
                                gebruik maken van zijn bevelsbevoegdheden op grond van artikel 172
                                en 173 van de Gemeentewet. Indien nodig wordt de Commissaris van de
                                Koningin en/of de Minister van Binnenlandse Zaken en
                                Koninkrijkrelaties geïnformeerd. GRIP 3 (Gemeentelijk Beleidsteam)
                                De leidinggevenden ter plaatse adviseren de burgemeester tot het
                                instellen van een Gemeentelijk Beleidsteam. Dit houdt in dat de
                                bestuurlijke component wordt opgestart op gemeentelijk niveau, de
                                voorlichting opgeschaald wordt op gemeentelijk niveau en dat de
                                leden van het Managementteam van de gemeente bijeen komen. De leden
                                van het managementteam kunnen deel uitmaken van het Gemeentelijk
                                Beleidsteam. Coördinatie naar de gemeentelijke organisatie vindt
                                plaats in het Managementteam onder leiding van de
                                gemeentesecretaris. De leden van het Managementteam geven
                                functioneel leiding aan de hoofden actiecentra. De uiteindelijke
                                eindverantwoordelijke voor de uitvoering van alle processen blijft
                                de Operationeel Leider. GRIP 4 (Regionaal Beleidsteam) De effecten
                                van het incident overschrijden de gemeentegrens; dit vraagt om
                                afstemming tussen de verschillende gemeenten. Meerdere gemeentelijke
                                beleidsteams kunnen bij het incident betrokken zijn. De bestuurlijke
                                afstemming geschiedt door de coördinerend burgemeester in het
                                Regionaal Beleidsteam. De coördinerend burgemeester wordt bijgestaan
                                door het Regionaal Operationeel Team. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Bestuurlijke coördinatie (ramp of zwaar ongeval in één
                                gemeente)</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 2.2.1 Schema: leiding bij een ramp of zwaar ongeval in één
                                    gemeente</tussenkop><al><plaatje><illustratie id="ie1baa28e-5978-4fc9-91cd-bc4caf9b732d" naam="i19095ie1baa28e-5978-4fc9-91cd-bc4caf9b732d.jpg" breedte="11.8cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="447px" hoogte="10.11cm"/></plaatje></al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.2.2 Burgemeester</tussenkop><al><vet>Positie </vet>De Wet rampen en zware ongevallen benadrukt
                                    de centrale positie van de burgemeester bij de daadwerkelijke
                                    bestrijding van een ramp. Hij is ingevolge artikel 11 van de Wet
                                    rampen en zware ongevallen belast met het opperbevel bij de
                                    bestrijding van rampen en zware ongevallen en bij het treffen
                                    van maatregelen in geval van ernstige vrees voor het ontstaan
                                    van een ramp. Degenen die aan de bestrijding van rampen en zware
                                    ongevallen deelnemen, staan onder zijn bevel. De burgemeester
                                    laat zich bijstaan door een door hem samengestelde gemeentelijke
                                    rampbestrijdingsorganisatie. Binnen deze organisatie zijn twee
                                    functionele delen te onderscheiden: het beleidsadviserende deel
                                    (Gemeentelijk Beleidsteam) en het uitvoeringscoördinerende en
                                    tevens voorwaardenscheppende deel (Regionaal Operationeel Team).
                                        <vet>Verantwoordelijkheid </vet>De burgemeester is
                                    politiek-bestuurlijk verantwoordelijk voor de bestrijding van de
                                    ramp of het zware ongeval in de gemeente. Verder zorgt de
                                    burgemeester voor een goede beleidsmatige coördinatie van alle
                                    werkzaamheden of beleidsmatige afstemming tussen allen, die om
                                    welke reden dan ook bij de bestrijding van de ramp of het zware
                                    ongeval is betrokken. De burgemeester dient besluiten tijdens of
                                    na de ramp aan de gemeenteraad te verantwoorden.
                                        <vet>Bevoegdheid </vet>In geval van oproerige beweging, van
                                    ernstige wanordelijkheden, van een ramp of een zwaar ongeval,
                                    dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de
                                    burgemeester bevoegd alle bevelen te geven die hij ter
                                    handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar
                                    nodig acht. Daarbij kan van andere dan bij de Grondwet gestelde
                                    voorschriften worden afgeweken (Gemeentewet, artikel 175).
                                    Wanneer een omstandigheid als hierboven beschreven zich voordoet
                                    kan de burgemeester algemeen bindende voorschriften geven die
                                    ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar
                                    nodig zijn. Daarbij kan van andere dan bij de Grondwet gestelde
                                    voorschriften worden afgeweken. De burgemeester maakt deze
                                    voorschriften (noodbevel/noodverordening) bekend op een door hem
                                    te bepalen wijze. De burgemeester brengt de voorschriften zo
                                    spoedig mogelijk ter kennis van de raad, van de Commissaris van
                                    de Koningin en van de Officier van Justitie, hoofd van het
                                    arrondissementsparket (Gemeentewet, artikel 176). <vet>Taken
                                    </vet>Bestuurlijke leiding De burgemeester stelt prioriteiten en
                                    geeft bestuurlijk en beleidsmatig leiding aan alle
                                    rampbestrijdingsactiviteiten. Daartoe zit hij vergaderingen van
                                    het Gemeentelijk Beleidsteam voor en voorziet in zijn vervanging
                                    op die momenten dat hij niet aanwezig kan zijn bij de
                                    beraadslagingen. De burgemeester ziet er op toe dat er
                                    coördinatie en afstemming is tussen de in te zetten diensten en
                                    geeft daartoe zonodig aanwijzingen aan de Operationeel Leider.
                                        <vet>Externe informatievoorziening </vet>De burgemeester
                                    draagt er zorg voor dat de bevolking, de hoofdofficier van
                                    justitie, de Commissaris(sen) van de Koningin en de minister van
                                    Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op passende wijze
                                    informatie wordt verschaft over de oorsprong, de omvang, de
                                    gevolgen van de ramp of het zware ongeval die de bevolking en
                                    het milieu bedreigt of treft, de maatregelen die reeds zijn of
                                    zullen worden getroffen, alsmede over de te volgen gedragslijn
                                    (Wet rampen en zware ongevallen, artikel 11a, lid 1).
                                        <vet>Interne informatievoorziening </vet>De burgemeester
                                    draagt er zorg voor dat bij de bestrijding van rampen en zware
                                    ongevallen betrokken personen op passende wijze informatie wordt
                                    verschaft over de ramp of het zware ongeval, de risico’s die hun
                                    inzet heeft voor hun gezondheid en de voorzorgsmaatregelen die
                                    in verband daarmee zijn of zullen worden getroffen (Wet rampen
                                    en zware ongevallen, artikel 11a, lid 2). <vet>Bijstand
                                    </vet>Indien naar het oordeel van de burgemeester bijstand nodig
                                    is van brandweer, politie, GHOR, provinciale diensten,
                                    rijksdiensten en/of militairen vraagt de burgemeester deze
                                    bijstand aan bij de Commissaris van de Koningin in
                                    Noord-Brabant. <vet>Afstemming </vet>De burgemeester stemt de
                                    hulpverleningsactiviteiten in zijn gemeente af op activiteiten
                                    in andere gemeenten. <vet>Evaluatie van de ramp </vet>Indien een
                                    ramp of zwaar ongeval heeft plaatsgevonden, draagt het college
                                    van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de ramp of
                                    zwaar ongeval zich heeft voorgedaan zorg voor een onderzoek van
                                    de ramp of het zware ongeval en doet het zonodig aanbevelingen
                                    om een soortgelijke ramp of zwaar ongeval voor de toekomst te
                                    voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken. Het voorgaande
                                    geldt niet als de Onderzoeksraad voor veiligheid daar onderzoek
                                    naar verricht (artikel 10g Wet rampen en zware ongevallen).
                                </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.2.3 Gemeentelijk Beleidsteam (GRIP 3)</tussenkop><al><vet>Wie stelt het in?</vet> De burgemeester stelt, eventueel op
                                    basis van advies van de diensthoofden en de Operationeel Leider,
                                    het Gemeentelijk Beleidsteam in. <vet>Wanneer? </vet>Het
                                    Gemeentelijk Beleidsteam wordt bijeen geroepen in geval zich een
                                    ramp en of zwaar ongeval in de gemeente voordoet of in geval van
                                    ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. <vet>Waar? </vet>De
                                    werklocatie van het Gemeentelijk Beleidsteam bevindt zich in een
                                    door de gemeente nader te bepalen locatie. <vet>Samenstelling
                                    </vet>De aard van de ramp of het zware ongeval is mede bepalend
                                    voor de samenstelling van het Gemeentelijk Beleidsteam. Het team
                                    is een verzameling van deskundigen die de burgemeester adviseren
                                    over het door hem te voeren beleid. Bestuursorganen of
                                    vertegenwoordigers daarvan die eigen wettelijke taken uitvoeren
                                    die in nauw verband staan met de bestrijding van rampen en zware
                                    ongevallen, zoals de officier van justitie, zullen, naast in
                                    voorkomend geval directies van bedrijven, van dit team deel uit
                                    kunnen maken. De burgemeester kan het Gemeentelijk Beleidsteam
                                    permanent of ad hoc naar eigen inzicht uitbreiden. Uitbreiding
                                    van het Gemeentelijk Beleidsteam is afhankelijk van de aard,
                                    plaats en gevolgen van de ramp of het zware ongeval. In veel
                                    gevallen zal de burgemeester met andere gezagdragers willen
                                    overleggen (bijvoorbeeld de hoofdofficier van justitie, de
                                    dijkgraaf, collega-burgemeesters) en relevante adviezen krijgen
                                    van sectorhoofden van de gemeentelijke organisatie. De ambtenaar
                                    openbare orde en veiligheid (AOV) ondersteunt de burgemeester
                                    als procesadviseur. De minimale bezetting van het Gemeentelijk
                                    Beleidsteam ziet er als volgt uit:</al><al><plaatje><illustratie id="i94ee3d08-4309-4aab-9b7d-575122a81a7c" naam="i19096i94ee3d08-4309-4aab-9b7d-575122a81a7c.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al><al><vet>Bevoegdheid en verantwoordelijkheid </vet>Door de
                                    burgemeester vindt beleidsbepaling en besluitvorming plaats. Het
                                    Gemeentelijk Beleidsteam adviseert over prioriteiten met
                                    betrekking tot de uit te voeren processen (zie hoofdstuk 3). De
                                    leden van het team kunnen zich laten ondersteunen door één of
                                    twee (eigen) materiedeskundige medewerkers. De leden van het
                                    Gemeentelijk Beleidsteam zijn verantwoordelijk voor het
                                    organisatorisch, juridisch en bestuurlijk coördineren en juist
                                    formuleren en het, namens de Operationeel Leider, uitdragen van
                                    alle beslissingen en maatregelen op het gebied van bijstand,
                                    vorderingen, noodverordeningen, communicatie en voorlichting.
                                        <vet>Taken </vet>De samenstelling van het team en de
                                    werklocatie worden bekendgemaakt. De teamleden geven gevraagde
                                    en ongevraagde (tussen de diensten afgestemde) beleidsadviezen
                                    aan de burgemeester, alsmede aan collega-leden. Voorts dragen
                                    zij namens de Operationeel Leider het geformuleerde beleid in
                                    concrete opdrachten aan de eigen diensten uit. De burgemeester
                                    bepaalt welke processen in gang dienen te worden gezet, voor
                                    zover dit nog niet is gebeurd; het Gemeentelijk Beleidsteam
                                    adviseert over de relevante processen. <vet>Ondersteuningsgroep
                                        Gemeentelijk Coördinatiecentrum </vet>Het Gemeentelijk
                                    Beleidsteam wordt onder andere bijgestaan door een team
                                    medewerkers voor de administratieve, huishoudelijke en
                                    communicatieve ondersteuning, alsmede ondersteuning bij
                                    informatieverwerking. Deze medewerkers zijn organisatorisch
                                    ondergebracht in de gemeentelijke Verbindings- en Ondersteunings
                                    Groep (VOG) Het Gemeentelijk Coördinatiecentrum is gehuisvest in
                                    een nader door de gemeente te bepalen locatie. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Bestuurlijke coördinatie (Ramp of zwaar ongeval in meer dan één
                                gemeente)</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 2.3.1 Schema: leiding bij een ramp of zwaar ongeval in meer dan één
                                    gemeente</tussenkop><al><plaatje><illustratie id="i350674c7-980f-4908-9358-469d3703390c" naam="i19097i350674c7-980f-4908-9358-469d3703390c.jpg" breedte="13.9cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="527px" hoogte="18.36cm"/></plaatje></al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.3.2 Coördinerend Burgemeester</tussenkop><al>De voorzitter van het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio,
                                    zijnde de burgemeester van de gemeente Tilburg, vervult de
                                    functie van coördinerend burgemeester. Indien deze niet
                                    beschikbaar is of indien zijn gemeente zelf getroffen is door de
                                    crisis, wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter,
                                    zijnde de burgemeester van de gemeente Breda, en de
                                    daaropvolgende plaatsvervangend voorzitter zijnde de
                                    burgemeester van de gemeente Roosendaal. De regeling ten aanzien
                                    van de coördinerend burgemeester wordt vastgelegd in een
                                    convenant. In het convenant wordt onder meer aandacht besteed
                                    aan de rol van de coördinerend burgemeester en de relatie ten
                                    opzichte van de collega burgemeesters. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.3.3 Regionaal Beleidsteam (GRIP 4)</tussenkop><al><vet>Wie stelt in? </vet>De Coördinerend Burgemeester of de
                                    burgemeester stelt op basis van advies van de dienstdoende
                                    Operationeel Leider het Regionaal Beleidsteam in.
                                        <vet>Wanneer?</vet>Ingeval van een ramp van meer dan
                                    plaatselijke betekenis in meer dan één gemeente of ernstige
                                    vrees voor het ontstaan daarvan. <vet>Waar?</vet>De Coördinerend
                                    Burgemeester en zijn Regionaal Beleidsteam zijn gevestigd in de
                                    ruimten van het Regionaal Coördinatie Centrum aan de Ringbaan
                                    West 232 te Tilburg. <vet>Samenstelling </vet>De samenstelling
                                    van het Regionale Beleidsteam is afhankelijk van de aard, de
                                    plaats en de gevolgen van het zware ongeval of de ramp. De
                                    coördinerend burgemeester zal veelvuldig overleggen met de
                                    burgemeesters van de getroffen gemeenten. De minimale bezetting
                                    van het Regionaal Beleidsteam ziet er als volgt uit:</al><al>Brandweer Regionaal Commandant van Dienst</al><al>Politie Korpschef GHOR Regionaal Geneeskundig Functionaris van
                                    Dienst (RGF)Gemeente Communicatieadviseur Secretaris
                                        (verslaglegging)<vet>Verantwoordelijkheid </vet>Onder
                                    voorzitterschap van de coördinerend burgemeester vindt met de
                                    collegaburgemeesters beleidsbepaling en besluitvorming plaats.
                                    Zij stellen de prioriteiten vast met betrekking tot de uit te
                                    voeren processen (zie hoofdstuk 3). Het Regionaal Beleidsteam is
                                    verantwoordelijk voor de coördinatie van het organisatorisch,
                                    juridisch en bestuurlijk juist formuleren en het uitdragen van
                                    alle door de bestuurders genomen beslissingen en maatregelen op
                                    het gebied van bijstand, vorderingen, noodverordeningen,
                                    communicatie en voorlichting in de getroffen gemeenten.
                                        <vet>Taken </vet>De samenstelling van het Regionaal
                                    Beleidsteam en de werklocatie worden aan de betrokkenen
                                    bekendgemaakt. Het team adviseert de coördinerend burgemeester
                                    en de afzonderlijke burgemeesters aangaande de bestrijding van
                                    rampen en zware ongevallen op strategisch-beleidsmatig niveau.
                                    Voorts vertaalt de Operationeel Leider beleidsbeslissingen in
                                    samenhangende opdrachten voor de uitvoering(scoördinatie) en
                                    draagt deze namens het Regionaal Beleidsteam uit. Daarnaast
                                    stemt het team onder leiding van de coördinerend burgemeester,
                                    de werkzaamheden van de afzonderlijke gemeentelijke actiecentra
                                    op elkaar af en worden praktische voorwaarden geschapen ten
                                    einde alle rampbestrijdingsactiviteiten integraal te kunnen
                                    beheersen. Het Regionaal Beleidsteam adviseert de Coördinerend
                                    Burgemeester inzake de logistieke coördinatie, waaronder
                                    bijstand. De behoefte aan bijstand, die wordt bepaald door het
                                    Regionaal Operationeel Team, wordt door de Operationeel Leider
                                    via het bevoegd gezag (de burgemeester) aangevraagd, voor zover
                                    dit niet op een ander niveau binnen de eigen organisaties kan
                                    plaatsvinden. <vet>Ondersteuningsteam Regionaal Coördinatie
                                        Centrum</vet> Het Regionaal Beleidsteam wordt bijgestaan
                                    door een team medewerkers voor de administratieve,
                                    huishoudelijke en communicatieve ondersteuning. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.3.4 Hogere overheden</tussenkop><lijst><li nr="a."><al>Provincie (Commissaris van de Koningin)De Commissaris
                                            van de Koningin heeft (op grond van artikel 12 van de
                                            Wet rampen en zware ongevallen) de volgende taken en
                                            bevoegdheden met betrekking tot de openbare orde en
                                            veiligheid:</al></li><li nr="b."><al>Coördineren van de bijstandsverlening ingevolge de Wet
                                            rampen en zware ongevallen, Brandweerwet, Politiewet,
                                            Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen e.d.; </al></li><li nr="c."><al>Het geven van aanwijzingen aan burgemeesters inzake het
                                            te voeren beleid bij de bestrijding van rampen en zware
                                            ongevallen en openbare orde (Politiewet);</al></li><li nr="d."><al>Uitvoeren van aanwijzingen van de Minister van
                                            Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;</al></li><li nr="e."><al>Treffen van maatregelen ten behoeve van bijzondere
                                            voorzieningen op grond van de in het provinciaal
                                            coördinatieplan aangegeven specifieke wetten;</al></li><li nr="f."><al>Inwinnen van inlichtingen, het informeren van overige
                                            bestuurlijke autoriteiten en/of het voeren van overleg
                                            conform nadere bepalingen;</al></li><li nr="g."><al>Bevorderen van afstemming informatieverschaffing en de
                                            inhoud van de te verstrekken informatie;</al></li><li nr="h."><al>Houden van toezicht op handhaving openbare orde en
                                            veiligheid;</al></li><li nr="i."><al>Het bevorderen van samenwerking;</al></li><li nr="j."><al>Het geven van aanwijzingen aan rijksheren
                                            (ambtsinstructie Commissaris van de Koningin). De
                                            Commissaris van de Koningin wordt bijgestaan door de
                                            Provinciale rampenstaf. Deze is gehuisvest in het
                                            Provinciaal Coördinatiecentrum in het Provinciehuis te
                                            ‘s-Hertogenbosch. Liaison Afhankelijk van het incident
                                            kan de Commissaris van de Koningin een liaison
                                            afvaardigen naar het Beleidsteam van een gemeente, dan
                                            wel naar het Regionaal Beleidsteam. Het kan ook zo zijn
                                            dat een liaison vanuit een gemeente of Regionaal
                                            Beleidsteam zich bij de Provinciale rampenstaf voegt. B.
                                            Landelijk (Minister van Binnenlandse Zaken en
                                            Koninkrijksrelaties) Taken en bevoegdheden De Minister
                                            van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan van
                                            zijn bevoegdheid gebruik maken in het algemeen belang om
                                            aanwijzingen te geven (aan de Commissaris van de
                                            Koningin) ten aanzien van het voor de bestrijding te
                                            voeren beleid, bijvoorbeeld bij
                                            provinciegrensoverschrijdende incidenten (artikel 13 van
                                            de Wet rampen en zware ongevallen). Overschrijding van
                                            de landsgrens verplicht de Minister van Binnenlandse
                                            Zaken en Koninkrijksrelaties daarenboven tot overleg met
                                            zijn collega van het betrokken land, alvorens
                                            aanwijzingen te geven aan de Commissaris van de
                                            Koningin. De verplichting van de burgemeester om de
                                            buurgemeenten en de Commissaris van de Koningin te
                                            informeren blijft uiteraard steeds van kracht. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Operationele coördinatie en uitvoering</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.1 Operationeel Leider</tussenkop><al><vet>Wie </vet>De functie van Operationeel Leider wordt ingevuld
                                    door een officier van de Brandweer (Regionaal Commandant van
                                    Dienst) tenzij de burgemeester anders bepaalt. De burgemeester
                                    heeft namelijk de mogelijkheid om bij bijzondere rampsituaties
                                    een andere functionaris aan te wijzen (Wet rampen en zware
                                    ongevallen, artikel 11, lid 2). In overleg met de vier
                                    hulpverlenende diensten in Midden en West Brabant (brandweer,
                                    gemeenten, GHOR en politie) is de operationele leiding in een
                                    aantal situaties op voorhand reeds voorbereid. Hierbij zijn de
                                    ramptypen uit de Leidraad Maatramp als uitgangspunt gehanteerd.
                                    De leidende organisatie levert zowel een leider CoPI (GRIP 2)
                                    als een Operationeel Leider (GRIP 2, 3, 4). Mocht gaande een
                                    incident de calamiteit overgaan in een ander ramptype, dan wordt
                                    voortgegaan op de ingezette structuur. Bij een samenloop van
                                    ramptypen, is de “bronramp” bepalend voor de toebedeling van het
                                    operationeel leiderschap. Onderstaand zijn de ramptypes opgesomd
                                    en is per ramptype op voorhand aangegeven welke organisatie de
                                    operationele leiding heeft.</al><al>Ramptype Operationele leiding1 Luchtvaartongeval Brandweer2
                                    Ongeval op water Brandweer3 Verkeersongevallen op het land
                                    Brandweer4 Ongeval met brandbare/explosieve stof in de open
                                    lucht Brandweer5 Ongeval met giftige stof in open lucht
                                    Brandweer6 Kernongeval Brandweer7 Bedreiging volksgezondheid
                                    GHOR8 Ziektegolf GHOR9 Ongevallen in tunnels Brandweer10 Branden
                                    in grote gebouwen Brandweer11 Instorting van grote gebouwen
                                    Brandweer12 Paniek in menigten Politie13 Grootschalige
                                    ordeverstoringen Politie14 Overstromingen Politie15
                                    Natuurbranden Brandweer16 Extreme weersomstandigheden
                                    Brandweer17 Uitval nutsvoorzieningen Politie18 Ramp op afstand
                                    gemeente</al><al><vet>Positie </vet>Naast de bestuurlijke leiding ten aanzien van
                                    de wijze waarop de ramp of het zware ongeval wordt bestreden, is
                                    er de operationele leiding. Met het begrip operationele leiding
                                    wordt aangeduid, dat de Operationeel Leider ten opzichte van de
                                    (Coördinerend) Burgemeester uiteindelijk verantwoordelijk is
                                    voor de wijze waarop de ramp in concreto in onderlinge
                                    samenwerking tussen alle betrokken diensten wordt bestreden. De
                                    burgemeester is eindverantwoordelijk voor de totale
                                    rampenbestrijding. <vet>Bevoegdheid en verantwoordelijkheid
                                    </vet>De Operationeel Leider is direct verantwoordelijk voor een
                                    gecoördineerde uitvoering van de besluiten van de (Coördinerend)
                                    Burgemeester. Hij heeft de bevoegdheid tot het in opdracht van
                                    de (Coördinerend) Burgemeester geven van bindende aanwijzingen
                                    aan de daartoe aangewezen leidinggevenden van de bij de
                                    bestrijding van rampen en zware ongevallen samenwerkende
                                    zelfstandige diensten. Dit alles zonder daarbij te treden in de
                                    bevoegdheden van deze leidinggevenden van de diensten aangaande
                                    de wijze van uitvoeren van de taken. Deze bepalen wie en wat
                                    concreet ingezet zal worden en op welke wijze dit zal
                                    geschieden. <vet>Taken </vet>Advisering De Operationeel Leider
                                    adviseert de (Coördinerend) Burgemeester en informeert het
                                    (Gemeentelijk of Regionaal) Beleidsteam gevraagd en ongevraagd
                                    ten aanzien van de rampsituatie omtrent alle taakaspecten van
                                    zijn functie. Hij legt operationele plannen waarvoor een
                                    bestuurlijke beslissing noodzakelijk is, voor aan de
                                    (Coördinerend) Burgemeester. Daartoe neemt hij plaats in het
                                    (gemeentelijk of regionaal) beleidsteam. <vet>Operationele
                                        leiding </vet>De Operationeel Leider geeft leiding aan het
                                    Regionaal Operationeel Team. Hij vertaalt beleidsbeslissingen
                                    naar operationele opdrachten. Indien de Operationeel Leider
                                    plaats neemt in het Beleidsteam dan zal hij in het Regionaal
                                    Operationeel Team worden vervangen door de plaatsvervangend
                                    Operationeel Leider. <vet>Uitvoeringscoördinatie </vet>De
                                    Operationeel Leider draagt, namens de (Coördinerend)
                                    Burgemeester, zorg voor een gecoördineerde uitvoering van het
                                    gehele rampbestrijdingsproces: hij zorgt voor afstemming tussen
                                    de optredende disciplines, hij lost gerezen geschillen op of
                                    brengt deze ter kennis van de (Coördinerend) Burgemeester.
                                    Daarnaast zorgt de Operationeel Leider ervoor dat relevante
                                    gegevens worden vastgelegd en ziet er op toe dat regelmatig
                                    voortgangsrapportages worden opgesteld. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.2 Regionaal Operationeel Team</tussenkop><al><vet>Wie stelt in? </vet>De dienstdoende leidinggevenden van de
                                    operationele diensten zijn bevoegd het Regionaal Operationeel
                                    Team in te stellen. <vet>Wanneer? </vet>Het Regionaal
                                    Operationeel Team wordt ingesteld indien de coördinatie van de
                                    uitvoering ter plaatse daartoe aanleiding geeft en tevens
                                    wanneer op grotere afstand ook effecten merkbaar zijn
                                    (effectgebied). <vet>Waar? </vet>Het Regionaal Operationeel Team
                                    is gevestigd in het Regionaal Coördinatie Centrum aan de
                                    Ringbaan West 232 te Tilburg. <vet>Samenstelling </vet>Het
                                    Regionaal Operationeel Team bestaan uit vier secties: brandweer,
                                    gemeente, GHOR en politie. Onder de secties functioneren de
                                    diverse actiecentra van de betrokken organisatie. De omvang en
                                    samenstelling van het Regionaal Operationeel Team is niet groter
                                    dan noodzakelijk is voor het adequaat coördineren van de
                                    rampbestrijdingsactiviteiten. Van belang is dat elke
                                    vertegenwoordiger van een deelnemende dienst/organisatie kan
                                    bijdragen aan de noodzakelijke onderlinge afstemming, het eigen
                                    actiecentrum kan aansturen en, indien nodig, bindende
                                    aanwijzingen kan geven aan zijn vertegenwoordiger van de eigen
                                    dienst in een Commando Plaats Incident of (gemeenschappelijk)
                                    actiecentrum. Elke discipline zorgt voor voldoende assistentie
                                    om genomen besluiten te kunnen vastleggen, verwerken en
                                    doorgeven aan vertegenwoordigers van de eigen diensten. Het
                                    Regionaal Operationeel Team functioneert onder leiding van de
                                    Operationeel Leider of zijn vervanger. De kernbezetting bestaat
                                    in ieder geval uit:</al><al>(plv.) Operationeel Leider Afhankelijk van het ramptype, zie
                                    2.4.1 Brandweer Hoofd officier van dienst brandweer Secretaris
                                    (verslaglegging) Politie Algemeen Commandant
                                    Communicatieadviseur GHORHoofd Sectie GHOR Gemeente Coördinator
                                    crisismanagement (CCM)</al><al><vet>Verantwoordelijkheid </vet>Het Regionaal Operationeel Team
                                    is verantwoordelijk voor de coördinatie van het totale
                                    uitvoeringsproces. Het team vertaalt beleidsbeslissingen in
                                    samenhangende opdrachten ten behoeve van de uitvoering en schept
                                    de praktische voorwaarden teneinde alle
                                    rampbestrijdingsactiviteiten integraal te kunnen beheersen.
                                        <vet>Taken </vet>Het Regionaal Operationeel Team voorziet de
                                    (Coördinerend) Burgemeester, alsmede de leden van het
                                    (Gemeentelijke of Regionale) Beleidsteam van gevraagde en
                                    ongevraagde adviezen en stelt bij opschaling de behoefte vast en
                                    verdeelt de beschikbare middelen zodanig dat de
                                    rampbestrijdingsactiviteiten daadwerkelijk kunnen worden
                                    uitgevoerd (logistieke coördinatie). De behoefte aan bijstand,
                                    die wordt bepaald door het Regionaal Operationeel Team, wordt
                                    via het bevoegde gezag aangevraagd, voor zover dit niet op een
                                    ander niveau binnen de eigen organisatie kan plaatsvinden. Het
                                    team roept de tot de regio behorende bijstandseenheden op, voor
                                    zover dit niet binnen de eigen organisatie kan gebeuren.
                                    Daarnaast draagt het Regionaal Operationeel Team zorg voor de
                                    voorbereiding van een integraal communicatiestelsel, gericht op
                                    het verzamelen en verstrekken van relevante gegevens
                                    (informatiemanagement) betreffende de rampsituatie en de
                                    rampbestrijding ten behoeve van het (Gemeentelijk of Regionaal)
                                        <vet>Beleidsteam en de uitvoeringscoördinatie</vet>.
                                    Ondersteuningsgroep Regionaal Operationeel Team Het Regionaal
                                    Operationeel Team wordt onder andere bijgestaan door een team
                                    medewerkers voor de administratieve, huishoudelijke en
                                    communicatieve ondersteuning. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.3 Commando Plaats Incident</tussenkop><al><vet>Wie stelt in? </vet>Het Commando Plaats Incident kan worden
                                    ingesteld door de hoogst bevoegde dienstdoende en ter plaatse
                                    zijnde functionaris van de operationele diensten, dan wel
                                    volgens van tevoren ingestelde regelingen. <vet>Wanneer?
                                    </vet>Het Commando Plaats Incident wordt geformeerd indien de
                                    behoefte bestaat aan operationele leiding ter plaatse van het
                                    incident. <vet>Waar </vet>De Leider CoPI bepaalt de locatie van
                                    het Commando Plaats Incident. <vet>Positie </vet>De Leider CoPI
                                    heeft de gebiedsverantwoordelijkheid voor het zo efficiënt en zo
                                    effectief mogelijk bestrijden van de directe gevolgen van het
                                    incident. Het Commando Plaats Incident valt onder het opperbevel
                                    van de burgemeester. <vet>Samenstelling </vet>Het Commando
                                    Plaats Incident bestaat uit de volgende disciplines:</al><al>Leider Commando Plaats Incident Afhankelijk van het ramptype,
                                    zie 2.4.1 Brandweer Officier van dienstRegionaal Officier
                                    Gevaarlijke Stoffen Politie Commandant van dienst
                                    Communicatieadviseur GHORCommandant van dienst Gemeente
                                    Coördinator crisismanagement (CCM)</al><al><vet>Bevoegdheid en verantwoordelijkheid </vet>Het Commando
                                    Plaats Incident is verantwoordelijk voor de coördinatie binnen
                                    het rampterrein van alle processen die nodig zijn om de directe
                                    uitwerking van de ramp of het zware ongeval te bestrijden en is
                                    in dat kader bevoegd op de plaats van de ramp of het zware
                                    ongeval alle aanwijzingen en opdrachten voor de uitvoering van
                                    alle werkzaamheden te geven. <vet>Taken </vet>Het Commando
                                    Plaats Incident voert verkregen opdrachten uit en zorgt voor
                                    directe afstemming tussen de ingezette operationele eenheden. De
                                    Leider Commando Plaats Incident geeft op uitvoerend niveau
                                    leiding aan alle bij het incident betrokken diensten en
                                    organisaties. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.4 Actiecentra</tussenkop><al><vet>Wanneer </vet>Wanneer de inzet van de diensten meer dan
                                    routinematige ondersteuning nodig maakt besluit een daartoe
                                    aangewezen functionaris dat actiecentra worden ingericht.
                                        <vet>Waar </vet>Actiecentra zijn primair gevestigd bij de
                                    eigen dienst of sector. Bij rampen of zware ongevallen die de
                                    gemeentegrens overschrijden kan het nodig blijken dat één of
                                    meerdere actiecentra worden gevestigd in het Regionaal
                                    Coördinatie Centrum. <vet>Bevoegdheid en
                                        verantwoordelijkheid</vet> Het actiecentrum is de plaats van
                                    waaruit een dienst of organisatie(onderdeel) de eigen bijdrage
                                    aan de rampbestrijding regelt. Een actiecentrum is dus evenals
                                    het Commando Plaats Incident activiteitsgericht. In
                                    tegenstelling tot het Commando Plaats Incident is een
                                    actiecentrum echter niet tot een bepaald gebied beperkt: het
                                    werkt aan een bepaalde taak in principe in het totale gebied van
                                    de desbetreffende gemeente(n). Het actiecentrum van de
                                    betreffende dienst wordt aangestuurd door het eigen diensthoofd.
                                    Afstemming tussen de actiecentra van één dienst (zoals bij de
                                    gemeente) kan plaatsvinden in het managementteam van die dienst.
                                    Uiteindelijk staan tijdens rampen en zware ongevallen alle
                                    actiecentra onder leiding van de Operationeel Leider en onder
                                    het opperbevel van de burgemeester (zie het schema van de
                                    rampbestrijdingsorganisatie in hoofdstuk 2.2.1). <vet>Taken
                                    </vet>De actiecentra zullen naast de reguliere taken ook
                                    ondersteunende taken verrichten voor de bij de ramp- en zwaar
                                    ongevalbestrijding betrokken diensten. Actiecentra rapporteren
                                    aan hun vertegenwoordiger in het Regionaal Operationeel Team.
                                    Daartoe worden in de actiecentra alle relevante gegevens
                                    vastgelegd. <vet>Hoe </vet>Conform de in het deelplan
                                    vastgelegde afspraken. Crisismanagement bij rampen en zware
                                    ongevallen in één oogopslag</al><al><plaatje><illustratie id="ib6b7fa2e-9109-49e8-b2ad-fbcff24fe065" naam="i19098ib6b7fa2e-9109-49e8-b2ad-fbcff24fe065.jpg" breedte="14.8cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="558px" hoogte="8.94cm"/></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Nieuw Hoofdstuk</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk worden de genoemde processen (zie paragraaf 1.2)
                                behandeld. Elk proces wordt beschreven volgens eenzelfde opzet. Zo
                                wordt gekeken wie procesverantwoordelijk is, wat het doel is van het
                                proces, wat de doelgroep is, welke aandachtspunten van belang zijn
                                en met welke andere processen het genoemde proces samenhangt.
                                Hieronder wordt daarop kort ingegaan. <vet>Procesverantwoordelijk
                                </vet>Bij elk proces is de daar vermelde procesverantwoordelijke
                                dienst of organisatie de initiator, coördinator en bewaker van alle
                                noodzakelijke voorbereiding op en van een juiste en volledige
                                uitvoering van het proces. Deze dienst of organisatie is
                                eindverantwoordelijk en dus aanspreekbaar voor het proces, met een
                                verplichting tot participatie van de vermelde uitvoerenden.
                                Uitwerking van een proces in deelplannen door de
                                procesverantwoordelijke gebeurt met inschakeling van en in
                                samenwerking met de vermelde diensten of sectoren en organisaties.
                                    <vet>Doel </vet>Bij elke procesbeschrijving wordt kort
                                aangegeven wat hiermee wordt beoogd. <vet>Doelgroep </vet>Bij elke
                                procesbeschrijving is aangewezen voor welke groepen van personen (of
                                dieren) dit proces van toepassing is, zodat nauwkeuriger gekeken kan
                                worden welke uitvoeringsactiviteiten van belang zijn en welke
                                organisaties voor bijstand moeten worden ingeschakeld.
                                    <vet>Aandachtspunten </vet>Hierbij wordt kort ingegaan op enkele
                                belangrijke punten die voortvloeien uit de aard van het proces.
                            </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.1 Alarmering</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk</vet>Brandweer Midden en West
                                    Brabant. Uitvoering: alle afzonderlijke diensten.
                                        <vet>Referentie </vet>Wet rampen en zware ongevallen,
                                    artikel 3, lid 5, sub d. <vet>Doel </vet>Het zorgdragen voor een
                                    snelle alarmering van de onmiddellijk bij de hulpverlening
                                    betrokken organisaties en personen. <vet>Doelgroep </vet>Zie de
                                    betreffende deelplannen. <vet>Aandachtspunten </vet>De hoogst
                                    bevoegde leidinggevende van de operationele diensten alarmeert
                                    de burgemeester. De gemeente zorgt zelf voor de verdere interne
                                    alarmering. De Gemeenschappelijke Meldkamer verstrekt de direct
                                    benodigde informatie aan de burgemeester en aan degenen die voor
                                    de coördinatie van de bestrijding van rampen en zware ongevallen
                                    verantwoordelijk zijn. Het college van burgemeester en
                                    wethouders draagt zorg voor het uitwerken van een deelplan
                                    interne alarmering. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.2 Bron- en effectbestrijding</tussenkop><al><vet>Brandweer Midden en West Brabant </vet>Referentie
                                    Brandweerwet 1985. <vet>Doel </vet>Het voorkomen van uitbreiding
                                    en het terugdringen van de fysische oorzaak en de daarmee
                                    samenhangende fysische effecten van een ramp of een zwaar
                                    ongeval. Doelgroep - Bevolking - Dieren/vee - Het
                                    maatschappelijk leven/industrie - Bij de hulpverlening betrokken
                                    personen <vet>Aandachtspunten </vet>Onder het proces bron- en
                                    effectbestrijding valt een grote verscheidenheid aan
                                    uitvoeringsactiviteiten. Het college van burgemeester en
                                    wethouders draagt zorg voor het uitwerken van een deelplan bron-
                                    en effectbestrijding. De beschreven ramptypen (zie paragraaf
                                    1.3) zijn een handvat om de belangrijkste bron- en
                                    effectbestrijdingsactiviteiten in beeld te kunnen brengen.
                                    Wanneer bij een bepaald ramptype de bron niet kan worden
                                    bestreden, zoals bij stormbuien, windhozen, extreme sneeuwval of
                                    aardbevingen, is toch in de meeste gevallen effectbestrijding
                                    mogelijk. Zo kunnen secundaire branden worden geblust en dijken
                                    worden gedicht of versterkt. Voor de contacten met
                                    hulppotentieel van derden geldt als uitgangspunt dat zoveel
                                    mogelijk bij de dagelijkse praktijk wordt aangesloten. Dit
                                    betekent onder andere dat de diensten en bedrijven die voor hun
                                    eigen activiteiten reeds contacten met derden onderhouden, dat
                                    ook zoveel mogelijk in de voorbereiding en in de operationele
                                    situatie zullen doen. Wanneer van bestaande contacten geen
                                    sprake is, ligt contact vanuit de meest overeenkomstige
                                    dienst/discipline voor de hand. In overige gevallen is de
                                    brandweer, als procesverantwoordelijke voor de bron- en
                                    effectbestrijding, de aangewezen discipline. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.3 Voorlichting en informatie</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk</vet>Gemeente, Stafbureau, onderdeel
                                    Voorlichting <vet>Referentie </vet>Wet rampen en zware
                                    ongevallen, artikel 3 lid 5 sub e ; Besluit informatie inzake
                                    rampen. <vet>Doel </vet>Het bewust geven van hulp door
                                    informatie, gericht op doelgroepen die bedreigd worden of zich
                                    mogelijk bedreigd voelen door een dreigende ramp of een
                                    feitelijke rampsituatie. De volgende voorlichtingsaspecten
                                    dienen te worden behandeld: - Maatregelen die men moet nemen om
                                    de schadelijke gevolgen te beperken; - De te volgen gedragslijn;
                                    - De stand van zaken met betrekking tot voortgang van de
                                    hulpverlening; - Het begeleiden van de terugkeer naar de normale
                                    situatie. <vet>Doelgroep </vet>- Publiek/(verwanten van)
                                    slachtoffers - Bestuur, hulpverleners/actiecentra
                                        <vet>Aandachtspunten </vet>De informatie ten behoeve van de
                                    journalistieke berichtgeving door de publiciteitsmedia geschiedt
                                    in een daartoe ingericht perscentrum. De informatie geschiedt
                                    uitsluitend door of in opdracht van de burgemeester en wordt
                                    zonodig afgestemd op de voorlichting door provincie en/of
                                    rijksoverheid. De informatievoorziening aan bevolking, pers en
                                    bij de hulpverlening betrokken dien-sten en organisaties zal zo
                                    goed mogelijk geschieden volgens het door de burgemees-ter en
                                    wethouders vastgestelde deelplan Voorlichting in
                                    crisissituaties, waarin de wijze waarop en de uitvoering zijn
                                    aangegeven. Informatiebronnen en gebruikers kunnen als volgt in
                                    beeld worden gebracht: </al><al><plaatje><illustratie id="i3b415101-7325-4357-b202-b5480f90d790" naam="i19099i3b415101-7325-4357-b202-b5480f90d790.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="491px" hoogte="2.65cm"/></plaatje></al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.4 Waarschuwen van de bevolking</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk</vet>Brandweer Midden en West
                                    Brabant <vet>Referentie </vet>Wet rampen en zware ongevallen,
                                    artikel 3 lid 5 sub e; Brandweerwet 1985, artikel 4, lid 1.
                                        <vet>Doel </vet>Het attent maken van de bevolking op een
                                    acuut ontstane dreiging of feitelijke rampsituatie met als doel
                                    zodanige gedragsveranderingen teweeg te brengen dat materiële en
                                    immateriële schade zoveel mogelijk wordt beperkt. <vet>Doelgroep
                                    </vet>Bevolking van het bedreigde gebied <vet>Aandachtspunten
                                    </vet>In het kader van de preventieve voorlichting met
                                    betrekking tot rampsituaties draagt burgemeester en wethouders
                                    zorg voor informatie aan de bevolking over de voorbereiding op
                                    de bestrijding van rampen en zware ongevallen, het gebruik van
                                    waarschuwingssignalen en de actie(s) die daarop moeten worden
                                    genomen. Tijdens de acute fase wordt de beslissing tot het
                                    waarschuwen van de bevolking en het informeren over de situatie
                                    genomen door de burgemeester, die de Commissaris(sen) van de
                                    Koningin en collegae van buurgemeenten hiervan in kennis stelt.
                                    Door het Regionaal Operationeel Team zal het te waarschuwen
                                    gebied worden vastgesteld. Voor het waarschuwen wordt gebruik
                                    gemaakt van het sirenenet. Als aanvulling hierop kan worden
                                    gedacht aan: - Het gebruik van geluidswagens (met vastgestelde
                                    tekst); - Onderbreken van uitzendingen van landelijke, regionale
                                    en/of lokale omroepen; - Uitdelen van vlugschriften; -
                                    Waarschuwen bij strategisch belangrijke instanties. In gevallen
                                    van onverwijlde spoed is de Commandant van de Brandweer Midden
                                    en West Brabant bevoegd op eigen gezag de bevolking door middel
                                    van sirenes te waarschuwen en een eerste gedragsadvies via
                                    Omroep Brabant te verspreiden. Hiervan wordt de burgemeester
                                    terstond in kennis gesteld. Waarschuwing van de bevolking zal
                                    primair geschieden door de Brandweer Midden en West Brabant,
                                    volgens het daartoe door het college van burgemeester en
                                    wethouders vastgestelde deelplan Waarschuwen van de bevolking,
                                    waarin de wijze van uitvoering is aangegeven. Hierbij wordt
                                    rekening gehouden met de aanwezigheid van buitenlanders
                                    (tolken), recreanten en mindervaliden (gehoorgestoorden).
                                    Afstemming vindt plaats met de informatievoorziening aan de
                                    bevolking en de pers, zoals beschreven in het daartoe door het
                                    college van burgemeester en wethouders vastgestelde deelplan
                                    Voorlichting in crisissituaties. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.5 Ontruimen en evacueren</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Politie Midden en West Brabant
                                        <vet>Referentie </vet>Wet rampen en zware ongevallen,
                                    artikel 3, lid 5, sub f; noodverordeningen. <vet>Doel
                                    </vet>Ontruimen: Het voor een korte tijd, op advies van de
                                    parate diensten, hun verblijfplaats doen verlaten, ten einde de
                                    mogelijke schadelijke gevolgen van een ramp of een zwaar ongeval
                                    (of dreiging daarvan) voor de betrokkenen zoveel mogelijk te
                                    voorkomen, dan wel te beperken. <vet>Evacueren</vet>Het op last
                                    van de overheid verplaatsen van groepen personen, ten einde de
                                    mogelijke schadelijke gevolgen van een ramp of een zwaar ongeval
                                    (of dreiging daarvan) zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te
                                    beperken. <vet>Doelgroep </vet>- Alle personen die in het
                                    bedreigde gebied verblijven - Dieren/vee - Bijzondere
                                    (kunst)objecten die zich in het bedreigde gebied bevinden
                                        <vet>Aandachtspunten </vet>De verplaatsing van personen
                                    binnen de gemeente geschiedt onder verantwoordelijkheid van de
                                    burgemeester. Verplaatsing van personen buiten de gemeente
                                    geschiedt eerst na verkregen toestemming van de Commissaris van
                                    de Koningin, eveneens onder verantwoordelijkheid van de
                                    burgemeester. Van verplaatsing van personen buiten de gemeente
                                    worden de burgemeesters van de doorvoer- en opnemingsgemeenten
                                    tijdig ingelicht. De bevolking zal door middel van berichtgeving
                                    via radio en/of televisie op de hoogte worden gebracht tot het
                                    besluit van evacuatie waarbij duidelijk zal worden aangegeven: -
                                    Evacuatiegebied; - Wijze van evacuatie (ontruiming, transport,
                                    routering, etc.); - Tijdstip van start evacuatie; -
                                    Opvanglocatie(s). Het college van burgemeester en wethouders
                                    draagt zorg voor de uitwerking van de verplaatsing van de
                                    bevolking in een deelplan Ontruimen en evacueren, waarin is
                                    voorzien in de personele bezetting, alsmede de wijze waarop en
                                    de uitvoering zijn aangegeven. Het college van burgemeester en
                                    wethouders houdt daarbij rekening met het feit dat de gemeente
                                    als doorvoer-, afvoer- of opnemingsgemeente kan fungeren. Voor
                                    personen die niet op korte en middellange termijn kunnen
                                    terugkeren naar het ontruimde gebied zal voor (tijdelijke)
                                    herhuisvesting worden zorggedragen. De overheid begeleidt
                                    zelfredzaamheid; specifieke groepen niet-zelfredzamen worden bij
                                    evacuatie ondersteund (ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, e.d.).
                                </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.6 Afzetten en afschermen</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Politie Midden en West Brabant
                                        <vet>Referentie </vet>Politiewet 1993. <vet>Doel </vet>Het
                                    afzetten van wegen en/of het afschermen van objecten en
                                    terreinen met als doel zorgdragen voor ongestoorde
                                    rampbestrijdings- en hulpverleningsactiviteiten. <vet>Doelgroep
                                    </vet>- Bevolking - Bij de hulpverleningsactiviteiten betrokken
                                    personen <vet>Aandachtspunten </vet>De taken en de opschaling
                                    van de inzet van de politie bepalen zich onder andere tot ‘hulp
                                    verlenen aan hen die deze behoeven’, het zich
                                    voorwaardenscheppend opstellen ten behoeve van de andere
                                    hulpdiensten en het toezicht op in- en uitgaand verkeer, met
                                    dien verstande dat uitgaand verkeer vrije doorgang heeft en
                                    binnenkomend verkeer wordt gecontroleerd op de noodzaak tot
                                    toegang. Afzetten en het bewaken van het rampterrein zal zeer
                                    snel dienen te geschieden, o.a. in verband met sporenonderzoek.
                                    De toegangscontrole moet strak zijn en duidelijk zijn geregeld.
                                    Op het rampterrein wordt het gebied, waarbinnen sprake is van
                                    intensieve hulpverlening, het hulpverleningsgebied genoemd. Dit
                                    gebied is door de binnengrensrampterrein afgebakend van de rest
                                    van het rampterrein. Vanuit een gebied rond het
                                    hulpverleningsgebied wordt de hulpverlening intensief
                                    ondersteund: het ondersteuningsgebied. In dit gebied moet zonder
                                    gevaar kunnen worden opgetreden. De omvang van het
                                    ondersteuningsgebied wordt vooral bepaald door de
                                    manoeuvreerruimte die de eenheden nodig hebben om hun taken uit
                                    te voeren. Het hulpverleningsgebied en het ondersteuningsgebied
                                    vormen samen het rampterrein. Dit terrein moet afgeschermd zijn
                                    van de omgeving. Dat vereist een duidelijke grens: de
                                    buitengrens-rampterrein. Het kan voor het optreden van de
                                    politie nodig zijn de toegang tot het rampterrein af te zetten
                                    ruim voor de afscherming daarvan plaatsvindt. Daartoe kan rond
                                    het rampterrein een veiligheidszone worden ingesteld waarbinnen
                                    het optreden, evenals in het ondersteuningsgebied, veilig kan
                                    plaatsvinden. Deze zone vormt dan een buffer tussen het
                                    rampterrein en de verdere omgeving om adequaat herstel van de
                                    openbare veiligheid op het rampterrein veilig te stellen. Naast
                                    het verkeer over de weg zal er in het door het college van
                                    burgemeester en wethouders vastgestelde deelplan ook aandacht
                                    dienen te worden besteed aan water-, spoorweg- en luchtverkeer.
                                </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.7 Verkeer regelen</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Politie Midden en West Brabant
                                        <vet>Referentie </vet>Politiewet 1993. <vet>Doel </vet>Het
                                    voorkomen, dan wel oplossen van verkeersopstoppingen of
                                    -stremmingen, zowel binnen als buiten rampterrein. Dit geldt
                                    zeker wanneer verkeersproblemen leiden tot onveilige situaties
                                    of tot stagnatie van de bestrijding van rampen en zware
                                    ongevallen. <vet>Doelgroep </vet>- Bij de hulpverlening
                                    betrokken personen - Bevolking - Overige belanghebbenden
                                        <vet>Aandachtspunten </vet>In geval de normale gang van het
                                    verkeer door de ramp of het zware ongeval ingrijpend wordt
                                    verstoord, zal omleiding van het verkeer noodzakelijk zijn. Bij
                                    vergroting van de inzet van hulpverlenende diensten, zullen
                                    ontsnappingsroutes/vluchtwegen voor verkeer van de plaats van
                                    het incident bewerkstelligd moeten worden. Het is van belang
                                    grote stromen verkeer in een zo vroeg mogelijk stadium weg te
                                    houden van het rampterrein en de aan- en afvoerroutes. Daartoe
                                    dient zo snel mogelijk een verkeerscirculatieplan te worden
                                    opgesteld. Naast het regelen van verkeersstromen over de weg zal
                                    ook aandacht dienen te worden besteed aan water-, spoorweg- en
                                    luchtverkeer. Bij afzetten/afschermen, alsmede bij maatregelen
                                    om het verkeer te regelen, zal de politie in contact treden met
                                    het Actiecentrum Voorlichting om het publiek van informatie te
                                    voorzien. Het college van burgemeester en wethouders draagt er
                                    zorg voor dat de maatregelen met betrekking tot
                                    afzetten/afschermen worden vastgelegd in een deelplan. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.8 Handhaven rechtsorde</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Politie Midden en West Brabant
                                        <vet>Referentie </vet>Politiewet 1993. <vet>Doel </vet>Het,
                                    in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming
                                    met de rechtsregels, ervoor zorgdragen dat de openbare orde en
                                    de rechtsorde daadwerkelijk worden gehandhaafd en dat hulp wordt
                                    verleend aan hen die dat behoeven. <vet>Doelgroep </vet>Alle
                                    personen in het bedreigde gebied <vet>Aandachtspunten </vet>Het
                                    begrip handhaving van de rechtsorde valt uiteen in twee
                                    onderling samenhangende onderdelen: het handhaven van de
                                    openbare orde en de strafrechtelijke handhaving van de
                                    rechtsorde. Bij het handhaven van de openbare orde en bij de
                                    hulpverlening staat de politie onder gezag van de burgemeester.
                                    Onder handhaving van de openbare orde wordt verstaan de zorg
                                    voor de naleving van regels, bij niet naleving waarvan de orde
                                    en rust in het openbare leven wordt verstoord. De handhaving van
                                    de openbare orde omvat zowel de daadwerkelijke voorkoming en
                                    beëindiging van zich concreet voordoende of dreigende
                                    verstoringen van de openbare orde, als de algemene, bestuurlijke
                                    voorkoming van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en
                                    rust in de gemeente. Wanneer de politie optreedt in het kader
                                    van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, is de
                                    officier van justitie het bevoegd gezag. De strafrechtelijke
                                    handhaving van de rechtsorde omvat de daadwerkelijke voorkoming,
                                    opsporing, beëindiging, vervolging en berechting van strafbare
                                    feiten. Voor een goede beleidsafstemming is het driehoeksoverleg
                                    de aangewezen plaats. Bij het overschrijden van een gemeente- of
                                    arrondissementsgrens kan nader overleg tussen commissaris van de
                                    koningin en de procureur-generaal nodig zijn. De taak
                                    ‘hulpverlening aan degenen die deze behoeven’ moet in samenhang
                                    worden gezien met de opdracht aan de politie de rechtsorde te
                                    handhaven, de daaruit voortvloeiende aanwezigheid en
                                    bereikbaarheid van de politie en het vertrouwen dat de burger,
                                    zeker ten tijde van rampsituaties, in de politie stelt. Met deze
                                    taak wordt bedoeld dat ieder die daadwerkelijk hulp behoeft in
                                    eerste en in laatste instantie een beroep kan doen op de
                                    politie, indien en zolang andere hulpverleningsfaciliteiten
                                    ontbreken. Bovenstaande aandachtspunten worden vastgelegd in een
                                    door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde
                                    deelplan. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.9 Ontsmetten van mens en dier</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Brandweer Midden en West
                                    Brabant <vet>Referentie </vet>Brandweerwet 1985, artikel 4, lid
                                    1, sub g. <vet>Doel </vet>Het zo snel mogelijk ontsmetten van
                                    mens en dier om de gevolgen van chemische, biologische en/of
                                    radioactieve besmetting (inwendig, en/of uitwendig) te
                                    voorkomen, dan wel te beperken. <vet>Doelgroep </vet>Bij de
                                    hulpverlening betrokken personen Bevolking Dieren/vee
                                    Aandachtspunten In eerste instantie is er keuze tussen twee
                                    wijzen van ontsmetten. De bevolking wordt geadviseerd zich thuis
                                    te douchen en de kleren/woonomgeving te reinigen (bij lichte
                                    besmetting). <vet>Voordeel</vet>: - (Collectieve) voorlichting
                                    volstaat. Nadeel:- Het risico van voortduring/uitbreiding van de
                                    besmetting is reëel aanwezig.</al><al>Daarnaast is het mogelijk dat georganiseerde ontsmetting in
                                    ontsmettingscentra plaatsvindt (bij hogere besmettingsniveaus).
                                        <vet>Voordelen</vet>:- De mate van individuele besmetting
                                    kan beter worden vastgesteld; - De (beperkt) aanwezige middelen
                                    kunnen efficiënt worden ingezet; - Verdere verspreiding van de
                                    besmetting kan beter worden tegengegaan; - Aan individuele
                                    zorgbehoeften kan beter worden tegemoetgekomen, variërend van
                                    huisvesting tot psychosociale nazorg.<vet>Nadelen</vet>:-
                                    Vereist een omvangrijke organisatie; - Het collectieve karakter
                                    kan weerstand oproepen. Inwendige ontsmetting van mensen is een
                                    vorm van medisch-inhoudelijk handelen. Bij inwendige ontsmetting
                                    van gewonden staat de medische hulpverlening op de eerste
                                    plaats. Rekening zal worden gehouden met ontsmetting van
                                    persoonlijke bezittingen, huisdieren en andere zaken van
                                    gevoelswaarde. Voorts zal rekening worden gehouden met de opvang
                                    en afvoer van afvalproducten t.g.v. de ontsmetting. Bovenstaande
                                    zal worden vastgelegd in een door het college van burgemeester
                                    en wethouders vastgestelde deelplan. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.10 Ontsmetten van voertuigen en infrastructuur</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Brandweer Midden en West
                                    Brabant <vet>Referentie </vet>Brandweerwet 1985, artikel 4, lid
                                    1, sub g. <vet>Doel </vet>Het voorkomen van uitbreiding van
                                    radioactieve, chemische en/of biologische besmetting, alsmede
                                    het in stand houden van de hulpverleningsketen naar en van het
                                    ongevals-/ rampterrein. <vet>Doelgroep </vet>Bij de
                                    hulpverlening betrokken hulpverleningsmaterieel Indien mogelijk,
                                    het ontsmetten van infrastructuur ter plaatse van het brongebied
                                        <vet>Aandachtspunten </vet>Bij ontsmetten van voertuigen
                                    kunnen ‘wasstraten’ of vergelijkbare voorzieningen wor-den
                                    aangebracht. Ontsmettingslocaties voor hulpverleningsmaterieel
                                    bevinden zich op c.q. vanaf de uit-gangsstelling tot in het
                                    rampterrein. Besmetting van personen, voertuigen en materieel
                                    kan bij lokale problemen soms wor-den beperkt door de
                                    ‘infrastructuur’ te ontsmetten. Voor zover dit kan plaatsvinden
                                    tij-dens de fase waarin de hulpverlening aan mensen in het
                                    besmette gebied nog plaats-vindt, gaat de hoogste prioriteit uit
                                    naar aan- en afvoerwegen, alsmede naar knooppun-ten en locaties
                                    waarvan de hulpverlening gebruik maakt. Bij ontsmetting met
                                    water ontstaat het probleem van besmet afvalwater. Dit moet
                                    zo-veel mogelijk worden opgevangen c.q. weggehouden worden van
                                    riolering, bodem en oppervlaktewater. Bij een radiologisch
                                    ongeval met een kernenergiecentrale zal de burgemeester, zo
                                    mogelijk vóór de lozing van radioactief materiaal, direct tot
                                    preventieve beschermende maatregelen besluiten. Zodra het
                                    Ministerieel Beleidsteam bijeen is gekomen zal dit team de
                                    eindverantwoordelijkheid voor de bestuurlijke coördinatie op
                                    zich nemen. Het college van burgemeester en wethouders draagt
                                    zorg voor het uitwerken van het deelproces ontsmetten van
                                    voertuigen en infrastructuur in een deelplan. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.11 Milieu en Inzamelen besmette waren</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Gemeente, sector Grondgebied,
                                    afdeling VROM <vet>Doel </vet>Het zorgen voor de kwaliteit en
                                    handhaving van het milieu en het voorkomen van verdere
                                    besmetting. <vet>Referentie </vet>Wet milieubeheer, Wet
                                    bodembescherming, Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
                                        <vet>Doelgroep </vet>- Bevolking - (Agrarische) bedrijven -
                                    Winkeliers - Bij de hulpverlening betrokken
                                    personen/organisaties (w.o. de afdeling milieu van de politie,
                                    vanwege het strafrechtelijk onderzoek) - Diensten/organisaties
                                    die werkzaam zijn op het gebied van de voedsel- en
                                    drinkwaterproductie en -distributie. <vet>Aandachtspunten
                                    </vet>In eerste instantie melden de eenheden die zijn ingezet,
                                    reeds bij een vermoeden van besmette waren, dit aan de Inspectie
                                    voor de Gezondheidsbescherming (=Keuringsdienst van Waren).
                                    Inzameling van besmette waren is voornamelijk een logistiek
                                    proces voor de bescherming van de volksgezondheid. Indien het
                                    besluit is genomen om besmette waren in te zamelen kan worden
                                    gekozen voor het inleveren van waren door het publiek op
                                    bepaalde punten. Ook is het mogelijk dat opsporingsambtenaren
                                    van de Inspectie voor de Gezondheidsbescherming overgaan tot
                                    gerichte inbeslagneming. Bij incidenten met lokale of regionale
                                    oorsprong en uitstraling, valt het proces onder de
                                    verantwoordelijkheid van de lokale overheid/overheden. Bij
                                    incidenten met een oorsprong buiten het lokale/regionale gebied
                                    en met provinciale, nationale of internationale uitstraling,
                                    valt het proces onder verantwoordelijkheid van de centrale
                                    overheid, met participatie door de lokale overheden. Om het
                                    milieu op een juiste en zo volledig mogelijke wijze te
                                    beschermen wordt van de (eerstelijns)eenheden verwacht dat zij
                                    milieubeperkende maatregelen treffen en contact zoeken met
                                    milieudeskundigen. Het college van burgemeester en wethouders
                                    draagt er zorg voor dat de uitwerking van het proces milieu en
                                    inzamelen van besmette waren wordt vastgelegd in een deelplan.
                                    Volgens de Wet Milieubeheer dienen bedrijven aan het bevoegd
                                    gezag een vergunning te vragen om hun activiteiten te mogen
                                    uitoefenen. Bij de vergunningverlening worden voorschriften
                                    gesteld waar het bedrijf zich aan moet houden. Het bevoegd gezag
                                    dat de vergunning verleent is er ook verantwoordelijk voor dat
                                    de wet en de vergunningsvoorschriften worden nageleefd. Om de
                                    handhavingstaak uit te voeren kan het bevoegd gezag gebruik
                                    maken van bestuursrechtelijke- en strafrechtelijke sancties.
                                </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.12 Openbare Gezondheidszorg bij Ongevallen en
                                    Rampen(OGOR)</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijke </vet>GHOR Midden en West Brabant
                                        <vet>Doel </vet>Het voorkomen of wegnemen van de bedreiging
                                    van de volksgezondheid (onder andere door besmetting en
                                    ziekten), door het geven van adviezen, voorlichting of het
                                    verstrekken van medicatie. <vet>Referentie </vet>Wet op de
                                    collectieve preventie volksgezondheid; Wet bestrijding
                                    infectieziekten en opsporing van ziekteoorzaken; Kwaliteitswet
                                    zorginstellingen. Doelgroep - Bevolking - Bij de hulpverlening
                                    betrokken personen <vet>Aandachtspunten </vet>Het college van
                                    burgemeester en wethouders draagt zorg voor het uitwerken in een
                                    deelplan waarin aandacht is voor het vaststellen van de aard,
                                    omvang en graad van de bedreigingen en eventuele besmettingen.
                                    Informeren/voorlichten over te nemen (preventieve) medisch
                                    milieukundige maatregelen van bestuur, bevolking en
                                    hulpverleners. Verstrekken van collectieve, preventieve
                                    (profylactische) medicatie. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.13 Geneeskundige hulpverlening bij Ongevallen en Rampen
                                    (somatisch)</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>GHOR Midden en West Brabant
                                        <vet>Referentie </vet>Wet rampen en zware ongevallen,
                                    artikel 3, lid 5, sub g; Wet geneeskundige hulpverlening bij
                                    rampen; Wet ambulancevervoer; Kwaliteitswet zorginstellingen;
                                    Wet beroepen individuele gezondheidszorg. <vet>Doel </vet>Het
                                    garanderen van snelle en hoogwaardige geneeskundige hulp direct
                                    na het ontstaan van een ramp of een zwaar ongeval. Het gaat hier
                                    om een keten van samenhangende en georganiseerde medische en
                                    paramedische handelingen, vanaf het opsporen van gewonden,
                                    eerste hulp, het stabiliseren, vervoersgereed maken en het
                                    transport naar een ziekenhuis of behandelcentrum met als
                                    uiteindelijk doel het minimaliseren van ziektelast en sterfte
                                    van slachtoffers. <vet>Doelgroep </vet>Gewonde (ambulante)
                                    slachtoffers <vet>Aandachtspunten </vet>Allen die aan de civiele
                                    geneeskundige hulpverlening op het rampterrein deelnemen staan
                                    onder de operationele leiding van de Regionaal Geneeskundig
                                    Functionaris (en dus uiteindelijk onder die van de Operationeel
                                    Leider). In de geneeskundige hulpverleningsketen worden
                                    onderscheiden: - Reddingscapaciteit: aantal gewonden dat per uur
                                    kan worden bevrijd/geborgen. - Eerste Hulpcapaciteit: aantal
                                    gewonden dat per uur de benodigde geneeskundige hulp kan worden
                                    verleend, inclusief vervoersgereed maken. - Medische
                                    transportcapaciteit: aantal gewonden dat per uur op geschikte
                                    wijze kan worden vervoerd. - Medische Behandelcapaciteit: aantal
                                    gewonden dat per uur volgens de geldende medische inzichten in
                                    een ziekenhuis kan worden behandeld. Indien sprake is van een
                                    groot aantal gewonden, wordt een onderscheid gemaakt tussen een
                                    hoofd- en een nevenketen. De hoofdketen is gericht op gewonden
                                    die wegens de ernst van hun verwondingen zo snel mogelijk in een
                                    ziekenhuis moeten worden opgenomen. De nevenketen, indien
                                    aanwezig, is bedoeld voor (ambulante) gewonden die in een
                                    behandelcentrum kunnen worden geholpen om vervolgens naar huis
                                    terug te keren of om te worden opgevangen in een opvangcentrum.
                                    Naarmate het gewondenvervoer grootschaliger wordt ontstaat de
                                    behoefte, naast coordinatie door de Gemeenschappelijke
                                    Meldkamer, aan een vooruitgeschoven post ter plaatse, een
                                    ambulancestation (Ambustat). Bovenstaande wordt vastgelegd in
                                    een door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde
                                    deelplan. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.14 Opvang en Verzorging en voorzien in primaire
                                    levensbe-hoeften</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Gemeente, sector Inwoners
                                        <vet>Referentie </vet>Wet rampen en zware ongevallen,
                                    artikel 3, lid 5, sub h en j. <vet>Doel </vet>- Het opvangen en
                                    verzorgen van daklozen, evacués en behandelde gewonden,
                                    inclusief dieren, voor de periode dat de getroffenen nog niet
                                    naar hun huizen kunnen terugkeren. - Het voorzien in
                                    (tijdelijke) huisvesting, voedsel/drinken, kleding en
                                    dergelijke. <vet>Doelgroep </vet>- (Licht) gewonden -
                                    Daklozen/evacués - Dieren <vet>Aandachtspunten </vet>Het college
                                    van burgemeester en wethouders draagt zorg voor het uitwerken
                                    van een deelplan waarin in aandacht wordt besteed aan de
                                    volgende aandachtspunten. Op het rampterrein wordt een
                                    onderscheid gemaakt tussen gewonden die verder moeten worden
                                    behandeld in een ziekenhuis en gewonden die na behandeling naar
                                    een opvangcentrum, dan wel naar huis kunnen terugkeren. De
                                    burgemeester draagt er zorg voor dat de gewonden/slachtoffers
                                    die niet gehospitaliseerd behoeven te worden, het rampterrein zo
                                    spoedig mogelijk kunnen verlaten of daarvan worden afgevoerd en
                                    worden ondergebracht in opvangcentra. Het opvangen en verzorgen
                                    van daklozen, evacués, behandelde gewonden en dieren/ vee zal zo
                                    goed mogelijk geschieden volgens het door de burgemeester en
                                    wethouders vastgestelde deelplan Opvang en verzorging en
                                    voorzien in primaire levensbehoeften, waarin de wijze waarop en
                                    de uitvoering zijn aangegeven. Deze bedoelde verplaatsingen
                                    worden direct aan het Centraal Registratie- en Informatiebureau
                                    (CRIB) gemeld (zie proces 15). Bij de zorg voor de
                                    nutsvoorzieningen is het uitgangspunt dat deze zorg zo lang
                                    mogelijk berust bij de nutsbedrijven. Deze hebben daartoe
                                    beschermingsplannen opgesteld. De distributie van levensmiddelen
                                    en maaltijden vindt plaats in uitdeellokalen. De distributie kan
                                    ook plaatsvinden in opvangcentra. Voor het bereiden van
                                    maaltijden worden instellingen met groot keukenvermogen
                                    ingeschakeld (restaurants, bejaarden- en verzorgingstehuizen,
                                    bedrijven, etc.). In tweede instantie wordt gezocht naar
                                    terugkeer naar een zo normaal mogelijke situatie, onderkomen bij
                                    familie/vrienden, in hotels, noodonderkomens of ter beschikking
                                    gestelde woningen. In buitengewone omstandigheden kan de
                                    Minister van Economische Zaken besluiten om
                                    distributiemaatregelen af te kondigen. Ten aanzien van de
                                    drinkwatervoorziening kan gebruik worden gemaakt van de
                                    maatregelen die in het kader van de nooddrinkwatervoorziening
                                    zijn getroffen. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.15 Registreren van slachtoffers</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Gemeente, sector Inwoners
                                        <vet>Referentie </vet>Wet rampen en zware ongevallen,
                                    artikel 3, lid 5, sub n. <vet>Doel </vet>Het verzamelen,
                                    groeperen en verifiëren van informatie over slachtoffers,
                                    alsmede het verstrekken van algemene informatie aan de
                                    (Coördinerend) Burgemeester en het Gemeentelijk (of Regionaal)
                                    Beleidsteam. Via dit team komt deze informatie beschikbaar voor
                                    het actiecentrum voorlichting ten behoeve van het publiek en de
                                    pers en zij die bij de hulpverlening zijn betrokken.
                                        <vet>Doelgroep </vet>- Familie/relaties van slachtoffers -
                                    (Overheids)organisaties <vet>Aandachtspunten </vet>Het Centraal
                                    Registratie- en Informatiebureau (CRIB) is belast met: - Het
                                    verzamelen en registreren van alle van belang zijnde gegevens
                                    over slachtoffers (doden, gewonden, vermisten, verplaatsten en
                                    daklozen); - Het verifiëren van deze gegevens in de
                                    bevolkingsadministratie; - Het informeren van verwanten van
                                    slachtoffers; Het verschaffen van inlichtingen aan de
                                    (Coördinerend) Burgemeester, het Gemeentelijk Beleidsteam (bij
                                    een calamiteit/ramp in één gemeente) dan wel het Regionaal
                                    Beleidsteam (bij een ramp in meer dan één gemeente) en op
                                    aanwijzing of vanwege de (Coördinerend) Burgemeester, aan andere
                                    instanties; Het Centraal Registratie en Informatiebureau zal bij
                                    voorkeur in een locatie in de directe nabijheid van en met een
                                    directe verbinding naar de bevolkingsadministratie worden
                                    gehuisvest. Het college van burgemeester en wethouders draagt
                                    zorg voor de uitwerking in een deelplan Registreren van
                                    slachtoffers, waarin is voorzien in de werkwijze, personele
                                    bezetting, alsmede de inrichting van het Centraal Registratie en
                                    Informatiebureau. <vet>Registratieplaatsen </vet>De
                                    registratieplaatsen kunnen op de volgende manier in beeld worden
                                    gebracht: </al><al><plaatje><illustratie id="i682aa0b1-b7cd-4dc3-bf1e-673bf4929caf" naam="i19100i682aa0b1-b7cd-4dc3-bf1e-673bf4929caf.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.16 Identificeren van overleden slachtoffers</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>olitie Midden en West Brabant
                                        <vet>Referentie </vet>Politiewet 1993. <vet>Doel </vet>Het
                                    vaststellen van de identiteit van de overleden slachtoffers.
                                        <vet>Doelgroep </vet>• Familie/relaties van overleden
                                    slachtoffers • Officier van Justitie • CRIB (Centraal
                                    Registratie- en Informatiebureau) • Actiecentrum Voorlichting
                                        <vet>Aandachtspunten </vet>Het college van burgemeester en
                                    wethouders draagt zorg voor het vaststellen van een deelplan
                                    waarin de onderstaande aandachtspunten zijn opgenomen. Vanaf het
                                    rampterrein worden de overledenen voor identificatie, lijkschouw
                                    en kisting naar de morgue overgebracht. De identificatie
                                    geschiedt door de politie onder verantwoordelijkheid van het
                                    Openbaar Ministerie. Vanaf de morgue worden de overledenen
                                    vervoerd naar de chapelle ardente, waar zij worden opgebaard.
                                    Het is van belang de plaats van lichamen en voorwerpen
                                    nauwkeurig vast te stellen en te registreren. Nader justitieel
                                    onderzoek kan dit vereisen. De registratie kan echter
                                    conflicteren met de daadwerkelijke rampbestrijding door onder
                                    andere de veiligheidsvoorschriften die bij de redding gelden, de
                                    omvang van de ramp de risico’s, het besmettingsgevaar, en
                                    dergelijke. Identificatie is een taak van de politie. Bij
                                    massa-identificatie of wanneer slachtoffers van een ramp of
                                    zwaar ongeval moeilijk zijn te identificeren kan gebruik worden
                                    gemaakt van het Rampen Identificatie Team (RIT) van het Korps
                                    Landelijke Politiediensten. Het Rampen Identificatie Team
                                    beschikt over technische middelen die niet in elke regio
                                    aanwezig zijn. De leider van de bergingsploeg van het Rampen
                                    Identificatie Team bezit de kwaliteit van Hulpofficier van
                                    Justitie, waardoor het noodzakelijke vervoer van stoffelijke
                                    overschotten (gebonden aan regels van de Wet op de
                                    Lijkbezorging) op elk gewenst moment in de loop van het proces
                                    kan plaatsvinden. Slachtoffers worden naar een plaats buiten het
                                    rampterrein gebracht ter identificatie (morgue). Daarna worden
                                    de overleden slachtoffers naar een plaats gebracht waar zij
                                    kunnen worden opgebaard (chapelle ardente). De politie
                                    informeert de burgemeester zo snel mogelijk met betrekking tot
                                    de namen van de slachtoffers (ten behoeve van de voorlichting).
                                    Het vrijgeven van namen van overleden slachtoffers gebeurt niet
                                    dan nadat de familie van de slachtoffers is geïnformeerd. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.17 Uitvaartverzorging</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Gemeente, sector Inwoners
                                        <vet>Referentie </vet>Wet op de lijkbezorging. <vet>Doel
                                    </vet>Het garanderen dat (grote aantallen) overleden
                                    slachtoffers op zorgvuldige wijze ter aarde worden besteld,
                                    ondanks tijdsdruk, gebrek aan begraafmogelijkheden en gevaren
                                    voor de volksgezondheid. <vet>Doelgroep </vet>Familie/relaties
                                    van de overleden slachtoffers <vet>Aandachtspunten </vet>Waar
                                    mogelijk wordt de normale gang van zaken gevolgd, namelijk dat
                                    de uitvaartverzorging wordt overgelaten aan de nabestaanden.
                                    Slechts wanneer dit niet mogelijk is (door te grote aantallen of
                                    een gevaar voor de gezondheid) zal de uitvaartverzorging
                                    collectief plaatsvinden. Bij bepaalde ramptypen, bijvoorbeeld
                                    bij epidemieën, kan uit medisch hygiënische overwegingen worden
                                    gekozen voor lijkverbranding. Waar mogelijk houdt men rekening
                                    met de wens van de overledene. Een codicil bezit echter geen
                                    rechtskracht. In rampsituaties zal hier veelal dan ook geen
                                    rekening mee kunnen worden gehouden. Op basis van de Wet op de
                                    Lijkbezorging is overleg tussen de burgemeester en de officier
                                    van justitie noodzakelijk. In het kader van de nazorg voor de
                                    nabestaanden kan het van groot belang zijn dat de overheid een
                                    algemene rouwdienst organiseert. Bovenstaande aandachtspunten
                                    worden in een door het college van burgemeester en wethouders
                                    vastgesteld deelplan nader uitgewerkt. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.18 Waarnemen en meten</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Brandweer Midden en West
                                    Brabant <vet>Referentie </vet>Brandweerwet 1985, artikel 4
                                        <vet>Doel </vet>Het verkennen, georganiseerd verzamelen en
                                    analyseren van (meet)gegevens en monsters over de aard, ernst en
                                    omvang van een gevaarstoestand, om beslissingen over de
                                    veiligheid van de bevolking en de hulpverleners te kunnen nemen.
                                        <vet>Doelgroep </vet>- Bevolking - Bij de hulpverlening
                                    betrokken organisaties en personen <vet>Aandachtspunten
                                    </vet>Een regionaal gasmeetplan, welke onderdeel uitmaakt van
                                    het door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde
                                    deelplan, is één van de onderdelen van de regionale
                                    Waarschuwings- en Verkenningsdienstorganisatie waarin
                                    organisatorisch en technisch is uitgewerkt op welke wijze door
                                    middel van meetploegen in ongevalsituaties snel en betrouwbaar
                                    een beeld kan worden gevormd van de actuele situatie
                                    (concentratie van gevaarlijke stoffen, stralingsintensiteiten)
                                    en ontwikkelingen daarin. De brandweer meet voornamelijk op
                                    acute risico’s. De lange termijn effecten worden door de GHOR
                                    aangegeven. Uitvoering gebeurt door gespecialiseerde meetploegen
                                    van de brandweer in samenwerking met de Gemeenschappelijke
                                    Meldkamer, een WVD-deskundige van de brandweer, overige
                                    (stralings)deskundigen en/of instellingen. Metingen bij
                                    ongevallen met gevaarlijke stoffen worden zowel ter plaatse van
                                    het incident als in het benedenwindse gebied uitgevoerd. Door
                                    het Regionaal Operationeel Team worden alle binnenkomende
                                    meetuitslagen verzameld en ter interpretatie doorgegeven aan de
                                    WVD-deskundige. Hij bepaalt het aantal meetploegen, de
                                    meetlocaties, de te gebruiken meetapparatuur en de mogelijke
                                    ontmoetingspunten met de gaswolk. Indien nodig worden
                                    aanvullende meetopdrachten verstrekt. De burgemeester wordt zo
                                    snel mogelijk geadviseerd met betrekking tot: - de acute
                                    veiligheid - gezondheidsrisico’s - het milieu; en welke
                                    processen daarbij zijn betrokken Zeker in de eerste fase van de
                                    hulpverlening zullen besluiten op grond van globale schattingen
                                    moeten worden genomen. Na ongeveer een half uur kunnen door de
                                    eerste meetresultaten actuele gegevens uit het bedreigde gebied
                                    in de besluitvorming worden meegewogen. De meetresultaten zullen
                                    verder belangrijk zijn bij het besluit tot het opheffen van het
                                    alarm in de gealarmeerde gebieden. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.19 Begidsen</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Politie Midden en West Brabant
                                        <vet>Referentie </vet>Politiewet 1993. <vet>Doel </vet>Het
                                    zorgdragen voor de begeleiding van transporten om de weg te
                                    wijzen en vrije doorgang bij knelpunten te verzorgen.
                                        <vet>Doelgroep </vet>Bij de hulpverlening betrokken
                                    organisaties/personen <vet>Aandachtspunten </vet>De politie
                                    draagt zorg voor toegangsroutes voor hulpverlenende diensten en
                                    ontsnappingsroutes/ vluchtwegen voor verkeer van de plaats van
                                    de ramp of het zware ongeval naar elders. In veel gevallen
                                    zullen de optredende hulpverlenende diensten behoefte hebben aan
                                    politiebegeleiding, vooral waar zij in chaotischer of
                                    gevaarlijker situaties hun werk zullen moeten doen. Begidsing
                                    geschiedt over het algemeen door surveillance-eenheden of (in
                                    combinatie met) speciale eenheden. Begidsing geschiedt over het
                                    algemeen tot op de uitgangsstelling. De uitgangsstelling zal dan
                                    ook op een goed bereikbare plaats dienen te worden gesitueerd,
                                    om zo het aantal tussenschakels en het gebruik van
                                    (politie)potentieel te minimaliseren. De wijze waarop uitvoering
                                    wordt gegeven aan de hierboven genoemde aandachtspunten wordt
                                    vastgelegd in een door het college van burgemeester en
                                    wethouders vastgestelde deelplan. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.20 Toegankelijk en begaanbaar maken, opruimen</tussenkop><al/><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Brandweer Midden en West
                                    Brabant <vet>Referentie </vet>Brandweerwet 1985. <vet>Doel
                                    </vet>Het toegankelijk maken van wegen en terreinen die niet
                                    meer of in onvoldoende mate bruikbaar zijn voor de
                                    rampenbestrijders door instortingen of aardverschuivingen dan
                                    wel door andere (natuurlijke) blokkades. <vet>Doelgroep </vet>-
                                    Bij de hulpverlening betrokken personen - Bevolking
                                        <vet>Aandachtspunten </vet>Dit proces, waarvan de uitwerking
                                    wordt vastgelegd in een door het college van burgemeester en
                                    wethouders vastgestelde deelplan, betreft niet al die
                                    werkzaamheden die daarna moeten plaatsvinden om alle functies in
                                    de infrastructuur in de oorspronkelijke situatie te herstellen.
                                    In de eerste fase zal met name de brandweer zelf blokkades die
                                    de bron- en effectbestrijding belemmeren, (laten) verwijderen,
                                    zeker zolang nog niet voldoende bronbestrijding heeft
                                    plaatsgevonden. Buiten het rampterrein zal veelal geen sprake
                                    zijn van blokkades in de zin van puin (van instortingen) of
                                    anderszins. Het toegankelijk/begaanbaar maken van aan- en
                                    afvoerwegen naar en van het rampterrein zal hier veelal bestaan
                                    uit het verwijderen van obstakels als auto’s, omheiningen en
                                    dergelijke. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.21 Verzorging en logistiek rampbestrijdingspotentieel</tussenkop><al/><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Brandweer Midden en West
                                    Brabant <vet>Referentie </vet>Wet rampen en zware ongevallen,
                                    artikel 4, lid 1, sub k. <vet>Doel </vet>Verzorging: het geheel
                                    van activiteiten die erop gericht zijn personele en materiële
                                    middelen (logistiek) voor de rampbestrijding beschikbaar te
                                    stellen, te beheren, te verzorgen en op peil te houden.
                                        <vet>Doelgroep </vet>Direct bij de hulpverlening betrokken
                                    organisaties en personen <vet>Aandachtspunten </vet>De met de
                                    bestrijding van rampen en zware ongevallen belaste diensten en
                                    organisaties dragen in beginsel zelf zorg voor de bevoorrading
                                    en aanvulling van de door hen in dit kader benodigde materialen.
                                    Alle logistieke aanvragen, welke niet door de eigen dienst of
                                    organisatie kunnen worden gehonoreerd of waarin niet kan worden
                                    voorzien, worden ingediend bij het Regionaal Operationeel Team.
                                    Het Regionaal Operationeel Team draagt als dan zorg voor de
                                    logistieke voorziening. Het transport van bovengenoemde
                                    logistieke voorzieningen wordt gecoördineerd door de sectie
                                    brandweer in het Regionaal <vet>Operationeel Team. </vet>Voor
                                    een efficiënte en effectieve aanpak van de hulpverlening en in
                                    verband met mogelijke schaarste, is het noodzakelijk dat de
                                    totale verzorging en logistieke bijstand wordt gecoördineerd.
                                    Ongeveer acht uur na het begin van de ramp is de brandweer in
                                    staat het totale logistieke proces te coördineren. Dit houdt
                                    onder andere in dat de brandweer ter plaatse van de ramp alle
                                    maaltijden en dranken verzorgt ten behoeve van alle bij de
                                    bestrijding van rampen en zware ongevallen betrokken personen,
                                    alsmede ten behoeve van de in de uitgangsstellingen aanwezige
                                    menskracht. Het college van burgemeester en wethouders draagt
                                    zorg voor het uitwerken in een deelplan Verzorging en logistiek
                                    rampbestrijdingspotentieel waardoor de logistieke voorziening
                                    van de met de bestrijding van rampen en zware ongevallen belaste
                                    diensten en organisaties is verzekerd. De verzorging richt zich
                                    onder andere op de aanvoer en distributie op het gebied van: -
                                    Levensmiddelen; - Uitrusting, gebruiksmiddelen; - Benzine, olie
                                    en smeermiddelen; - Uitrusting in tijdelijke bruikleen; -
                                    Genees- en verbandmiddelen, blusmiddelen. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.22 Nazorg</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Gemeente, gemeentesecretaris
                                        <vet>Referentie </vet>Wet rampen en zware ongevallen,
                                    artikel 4, lid 1, sub l. <vet>Doel </vet>Het voorzien in nazorg,
                                    zorgen voor zo spoedig mogelijke terugkeer naar de oude
                                    situatie, dan wel zo goed mogelijk aanpassen aan de gewijzigde
                                    omstandigheden. Daarnaast ook leren van het incident door dit te
                                    evalueren. Uitwerking van bovengenoemde punten zal plaatsvinden
                                    in een door het college van burgemeester en wethouders
                                    vastgesteld deelplan. <vet>Doelgroep </vet>Een ieder die bij de
                                    ramp betrokken is. <vet>Aandachtspunten </vet>Onder nazorg wordt
                                    verstaan het terugbrengen van elk facet van het maatschappelijk
                                    leven naar de toestand van vóór het incident. Daaronder vallen
                                    zowel de hulp bij het verwerken van traumatische ervaringen van
                                    slachtoffers en hulpverleners, als ook het “opruimen van de
                                    rommel”: herstellen wat kan worden hersteld en vervangen wat
                                    verloren is gegaan. Onder nazorg valt ook de
                                    politiek-bestuurlijke nazorg: verantwoording afleggen van het
                                    gevoerde beleid en evaluatie van “leermomenten”. De
                                    gemeentesecretaris (systeemverantwoordelijk) geeft, na opdracht
                                    van de burgemeester als de voorzitter van het beleidsteam, de
                                    aanzet voor het plan van aanpak voor de nazorg na de ramp. Dat
                                    zal hij/zij samen met het gemeentelijk beleidsteam regelen,
                                    gewoonlijk tegen het eind van de repressieve fase. De
                                    burgemeester bepaalt wanneer wordt teruggegaan naar de reguliere
                                    bevoegdheden. De gemeentesecretaris kan in de nazorgfase zijn
                                    coördinerende bevoegdheden uitoefenen. Overigens dienen de
                                    gebruikelijke regels en reguliere afdelingen van de gemeente zo
                                    snel mogelijk weer aan bod te komen, waarbij de
                                    gemeentesecretaris coördineert. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.23 Strafrechtelijk onderzoek</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Politie Midden en West
                                    Brabant/officier van justitie <vet>Referentie </vet>Politiewet
                                    1993. <vet>Doel </vet>Het opsporen van strafbare feiten.
                                        <vet>Doelgroep </vet>Niet van toepassing
                                        <vet>Aandachtspunten </vet>Het opperbevel bij de bestrijding
                                    van rampen en zware ongevallen berust bij de burgemeester. De
                                    burgemeester is tevens belast met de handhaving van de openbare
                                    orde in de gemeente. De politie staat bij handhaving van de
                                    openbare orde en bij de hulpverlening onder gezag van de
                                    burgemeester. De bemoeienis van de officier van justitie met de
                                    bestrijding van rampen en zware ongevallen richt zich in de
                                    eerste plaats op de beantwoording van de vraag of er een
                                    strafbaar feit ten grondslag ligt aan het ontstaan van de ramp
                                    en of er bij de ramp op andere wijze sprake is van strafbare
                                    feiten. De officier kan aanwijzingen geven aan de politie met
                                    het oog op opsporing en vervolging van strafbare feiten. Daartoe
                                    worden reeds tijdens de rampbestrijding feiten verzameld. Het
                                    onderzoek wordt zodanig verricht dat de daadwerkelijke
                                    hulpverlening niet onnodig in het gedrang komt. Afstemming met
                                    de diensten die zich primair richten op de bestrijding van de
                                    ramp of het zware ongeval is derhalve noodzakelijk. Daarnaast
                                    geschiedt bij een ramp of een zwaar ongeval strafrechtelijk
                                    onderzoek naar delicten zoals het niet naleven van
                                    noodverordeningen en delicten die in de sfeer van de ramp
                                    plaatsvinden zoals plundering en dergelijke. Voorts heeft de
                                    hulpofficier van justitie een rol op grond van de Wet op de
                                    lijkbezorging. Om conflicten tussen het strafrechtelijk
                                    onderzoek en de bestrijding van rampen en zware ongevallen te
                                    voorkomen, alsmede om afstemming van de prioriteiten in de
                                    taakuitoefening van de politie te verkrijgen, zal overleg langs
                                    reguliere weg plaatsvinden, dat wil zeggen via het
                                    driehoeksoverleg. Bovenstaande aandachtspunten worden vastgelegd
                                    in een door het college van burgemeester en wethouders
                                    vastgesteld deelplan. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.24 Psycho Sociale hulpverlening bij ongevallen en
                                    rampen(PSHOR)</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>GHOR Midden en West Brabant
                                        <vet>Referentie </vet>Wet rampen en zware ongevallen,
                                    artikel 4, lid 1, sub h. <vet>Doel </vet>De doelstelling van de
                                    psychosociale hulpverlening is tweeledig. In de acute fase
                                    beoogt het herstel van de getroffenen te bevorderen en zodoende
                                    bij te dragen aan het voorkomen van verwerkingsproblemen en
                                    –stoornissen. Het tweede doel is het bevorderen van vroegtijdige
                                    herkenning en zonodig starten van adequate behandeling van
                                    eenmaal opgetreden verwerkingsproblemen en –stoornissen.
                                        <vet>Doelgroep </vet>- Slachtoffers - Hulpverleners
                                        <vet>Aandachtspunten </vet>Omdat in de beginfase moeilijk is
                                    vast te stellen welke traumatische ervaringen een individu heeft
                                    opgedaan, zal de psychosociale zorg tijdens een ramp
                                    voornamelijk een collectief karakter dragen. Individuele
                                    hulpverlening volgt in de nazorgfase. Hulp die direct na het
                                    voorval wordt geboden biedt het beste perspectief om de
                                    ervaringen zo goed mogelijk te verwerken. De hulp varieert van
                                    een troostend woord, groepsgesprekken, het verstrekken van
                                    inlichtingen over de verblijfplaats/toestand van
                                    familieleden/bekenden, toelichting op hetgeen zich tijdens het
                                    incident heeft afgespeeld, tot bijvoorbeeld het begeleiden van
                                    een rouwdienst bij de uitvaartverzorging. De wijze waarop de
                                    psychosociale hulpverlening is georganiseerd wordt vastgelegd in
                                    een door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde
                                    deelplan. <vet>Psychisch getraumatiseerden kunnen op
                                        verschillende plaatsen worden aangetroffen: </vet>in het
                                    rampterrein door reddingsploegen/hulpverleners, tijdens het
                                    evacuatieproces, in opvang- en verzorgingscentra of bij
                                    registratie-informatiecentra. Ook kunnen zij zich spontaan
                                    melden of aangemeld worden op locaties in de
                                    hulpverleningsketen, bij andere geneeskundige instanties of
                                    ziekenhuizen. Psychosociale zorg voor de hulpverleners maakt een
                                    belangrijk, maar op zichzelf staand onderdeel uit van dit
                                    proces. Hoewel (professionele) hulpverleners kunnen worden
                                    voorbereid op wat hen bij een ramp of zwaar ongeval te wachten
                                    staat, verdient het dringend aanbeveling in de tweede lijn een
                                    ‘apart circuit’ vrij te houden voor (tussentijdse) hulp aan de
                                    hulpverleners zelf, niet in de laatste plaats om een adequate
                                    hulpverleningsorganisatie in stand te houden. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.25 Schade</tussenkop><al><vet>Procesverantwoordelijk </vet>Gemeente, sector Middelen
                                        <vet>Referentie </vet>Wet rampen en zware ongevallen,
                                    artikel 4, lid 1, sub m. <vet>Doel </vet>Schaderegistratie en
                                    -afhandeling is vooral van belang om, waar mogelijk tijdens de
                                    rampbestrijding, een juist en zo volledig mogelijk beeld te
                                    krijgen van de schade. <vet>Doelgroep </vet>- Overheid -
                                    Gedupeerden - Verzekeraars <vet>Aandachtspunten </vet>Dit proces
                                    start reeds tijdens de acute rampbestrijding en loopt door tot
                                    in de nazorgfase. Tijdens de bestrijding houdt schadeafhandeling
                                    in het beperken van schade, het voorkomen van vervolgschade, het
                                    starten met schaderegistratie (inclusief foto’s of videobeelden)
                                    en het regelmatig geven van een totaalbeeld aan het Gemeentelijk
                                    Beleidsteam (calamiteit/ramp in één gemeente) dan wel het
                                    Regionaal Beleidsteam (ramp in meer dan één gemeente). Voor de
                                    organisatie en coördinatie van de schaderegistratie en
                                    -afhandeling wordt een bureau Centrale Registratie Afhandeling
                                    Schade (CRAS) opgezet waarin overheid, verzekeraars en
                                    betrokkenen samenwerken. Hier vindt centrale registratie plaats.
                                    Het bureau doet geen toezeggingen over herstel of vergoeding van
                                    de schade, maar beperkt zich tot registratie. In het kader van
                                    veiligheid en sporenzekering wordt, bij de taxatie van de schade
                                    aan gebouwen, het rampterrein slechts betreden na overleg met de
                                    Leider Commando <vet>Plaats Incident </vet>Aan de hand van de
                                    informatie die beschikbaar komt door registratie van de schade
                                    kunnen tevens prioriteiten worden gesteld met betrekking tot de
                                    herstelwerkzaamheden. Het registreren van de schade zal zo goed
                                    mogelijk geschieden volgens het door de burgemeester en
                                    wethouders vastgestelde deelplan Schade, waarin de wijze waarop
                                    en de uitvoering zijn aangegeven. 3.1.26: Verbindingen
                                        <vet>Procesverantwoordelijk </vet>Brandweer Midden en West
                                    Brabant <vet>Referentie </vet>Wet rampen en zware ongevallen,
                                    artikel 4, lid 1, sub e. <vet>Doel </vet>Het waarborgen van
                                    optimale verbindingen ten behoeve van de communicatie tussen
                                    Gemeentelijk Coördinatiecentrum, Regionaal Coördinatiecentrum,
                                    Provinciaal Coördinatiecentrum, Nationaal Coördinatiecentrum, de
                                    (gemeentelijke of regionale) actiecentra en de eenheden en
                                    functionarissen in het veld. Doelgroep Bij de hulpverlening
                                    betrokken organisaties/personen <vet>Aandachtspunten
                                    </vet>Vooral de operationele diensten gebruiken dagelijks
                                    bepaalde verbindingsmiddelen en verbindingsprocedures. Ook
                                    tijdens rampen en zware ongevallen zullen zij deze zoveel
                                    mogelijk blijven gebruiken, als het enigszins kan in de
                                    gebruikelijke werkomgeving. De nadruk zal liggen op mondelinge
                                    communicatie, ondersteund door schriftelijke. Als gebruik van de
                                    openbare voorzieningen niet mogelijk is kan voor de
                                    lijnverbindingen gebruik worden gemaakt van het Nationaal
                                    Noodnet. Iedere dienst is verantwoordelijk voor de eigen
                                    verbindingen. Vanaf de inwerkingtreding van het Commando Plaats
                                    Incident is de brandweer verantwoordelijk voor de coördinatie
                                    van de interdisciplinaire verbindingen. De gemeente zorgt voor
                                    voldoende verbindingsmiddelen ten behoeve van (de bereikbaarheid
                                    van) het Gemeentelijk Beleidsteam en de (eventuele) actiecentra.
                                    Hierbij moet onder meer gedacht worden aan het in stand houden
                                    van reguliere/openbare telefoonnetten, als aan aansluiting(en)
                                    op het Nationaal Noodnet en eventueel draadloze
                                    verbindingsmiddelen. De gemeente draagt zorg voor de bekendheid
                                    hiervan bij de Brandweer Midden en West Brabant. Bovenstaande
                                    aandachtspunten worden vastgelegd in een door het college van
                                    burgemeester en wethouders vastgesteld deelplan Verbindingen.
                                </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bijlagen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Begrippen en afkortingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Actiecentrum </vet>:De plaats van waaruit een dienst of
                                organisatie de eigen bijdrage aan de rampbestrijding regelt.
                                Ambulancestation (AMBUSTAT) De plaats in het rampterrein waar het
                                gewondenvervoer naar ziekenhuizen wordt geregeld. De term
                                ‘ambulance-opstelplaats’ wordt ook gebruikt. AOV Ambtenaar Openbare
                                orde en Veiligheid, belast met de planvorming van de
                                rampbestrijdingsorganisatie en procesadviseur voor het gemeentelijk
                                beleidsteam. <vet>Behandelcentrum </vet>Een plaats waar lichtgewonde
                                slachtoffers van een ongeval/ramp, die niet in een ziekenhuis
                                behoeven te worden opgenomen, worden bijeengebracht voor medische
                                behandeling. <vet>Besmetting </vet>De situatie, waarin de bevolking
                                of haar omgeving is getroffen door een infectieziekte, een
                                besmettelijke ziekte of een epidemie, alsook de neerslag en/of
                                absorptie van radioactief materiaal, biologische of chemische
                                (strijd)middelen of andere (industriële) chemische producten op en
                                door personen, dieren, gebouwen, terreinen, materieel en
                                voedingsmiddelen, waaronder drinkwater. <vet>Bijstand
                                </vet>Aanvullend potentieel van buiten de eigen dienst, aangevraagd
                                door het bevoegd gezag. <vet>Binnengrens-rampterrein
                                </vet>Begrenzing van het hulpverleningsgebied, alleen toegankelijk
                                voor bij de rampbestrijding betrokken diensten. <vet>Buitengewone
                                    omstandigheden</vet> Oorlog, oorlogsgevaar of een ramp in
                                vredestijd van zodanige omvang dat voor de bestrijding van de ramp
                                de normale bevoegdheden niet toereikend zijn.
                                    <vet>Buitengrens-rampterrein </vet>De uiterste begrenzing van
                                het rampterrein waarbinnen de Leider Commando Plaats Incident zijn
                                bevoegdheden uitoefent. <vet>Centraal Registratiebureau Afhandeling
                                    Schade (CRAS) </vet>Een taakgroep van schade registratoren die
                                zich door actief en passief informatie vergaren richt op het op een
                                centrale plaats verkrijgen van een totaaloverzicht van ontstane
                                schade. <vet>Centraal Registratie- en Informatiebureau (CRIB)
                                </vet>Het bureau dat gegevens verzamelt omtrent doden, gewonden,
                                vermisten en verplaatste personen, deze gegevens registreert en op
                                aanwijzingen van het bevoegd gezag aan belanghebbenden verstrekt.
                                    <vet>Chapelle Ardente </vet>De plaats waar de overleden
                                slachtoffers van een ramp worden opgebaard (rouwkapel).
                                    <vet>Coördinerend burgemeester </vet>De burgemeester die namens
                                haar/zijn collega’s belast is met de aansturing van de met de
                                operationele leiding belaste functionaris. <vet>Coördinator
                                    Crisismanagement </vet>De vertegenwoordiger namens de gemeenten
                                in het Commando Plaats Incident en/of het Regionaal Operationeel
                                Team. <vet>Driehoeksoverleg </vet>Het overleg tussen de
                                burgemeester, de officier van justitie en het plaatselijke hoofd van
                                de politie, dat gericht is op beleidsafstemming in het kader van de
                                openbare orde en veiligheid. <vet>Eerste hulpcapaciteit (EHC)
                                </vet>Het aantal gewonden aan wie per uur de benodigde eerste hulp
                                kan worden verleend, inclusief het vervoersgereed maken.
                                    <vet>Evacuatie </vet>Het op last van de overheid verplaatsen van
                                groepen personen, ten einde de mogelijke schadelijke gevolgen van
                                een ramp of een zwaar ongeval (of de dreiging daarvan) zoveel
                                mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. <vet>GAGS
                                </vet>Gezondheidskundig Adviseur Gevaarlijke Stoffen. Deskundige
                                vanuit de GHOR op het gebied van de advisering over te nemen
                                maatregelen en risicocommunicatie op gezondheidskundig vlak bij de
                                aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. <vet>Gemeentelijk Beleidsteam
                                    (GBT) </vet>Beleidsadviserend team waarbinnen, ten tijde van een
                                ramp of een zwaar ongeval in één gemeente, onder voorzitterschap van
                                de burgemeester, beleidsvoorbereiding en beleidscoördinatie
                                plaatsvindt. <vet>Gemeentelijk Coördinatiecentrum (GCC) </vet>De
                                plaats waar de burgemeester en het Gemeentelijk Beleidsteam zijn
                                ondergebracht. <vet>Geneeskundige hulpverleningsketen </vet>De keten
                                van samenhangende en georganiseerde medische en paramedische
                                handelingen, vanaf het opsporen van de gewonden, eerste hulp,
                                transport, tot het moment dat verdere behandeling in een ziekenhuis
                                niet meer nodig is. <vet>GHOR </vet>Geneeskundige Hulpverlening bij
                                Ongevallen en Rampen. <vet>GRIP </vet>Gecoördineerde Regionale
                                Incidentenbestrijdings Procedures. <vet>Hulpverleningsgebied
                                </vet>Dat deel van het rampterrein waarop de hulpverlening zich
                                concentreert, omdat daar sprake is van een waarneembare of te
                                verwachten schade aan de gezondheid van grote aantallen personen of
                                aan grote materiële belangen. <vet>Logboek </vet>Een losbladig boek,
                                waarin per actiecentrum op chronologische volgorde alle inkomende en
                                uitgaande berichten en voorvallen/beslissingen worden vastgelegd.
                                    <vet>Logistiek </vet>1. De verwerving, opslag, beheer, onderhoud
                                en de uitgifte van klasse I t/m V-goederen. 2. Alle voorbereidingen
                                en handelingen die nodig zijn om het potentieel voor de bestrijding
                                van ongevallen en rampen zo doeltreffend mogelijk in te zetten en te
                                bevoorraden. <vet>Medische behandelcapaciteit (MBC) </vet>Het aantal
                                gewonden van urgentieklasse I en II, dat per uur volgens de geldende
                                medische inzichten in een ziekenhuis kan worden behandeld.
                                    <vet>Medische transportcapaciteit (MTC) </vet>Het aantal
                                gewonden dat per uur op geschikte wijze kan worden vervoerd.
                                    <vet>Morgue/mortuarium </vet>De plaats buiten het rampterrein
                                waarheen de stoffelijke resten van slachtoffers worden overgebracht
                                ter identificatie, lijkschouwing en kisting. <vet>Noodverordening
                                </vet>Op grond van artikel 176 Gemeentewet door de burgemeester
                                gegeven algemeen verbindende voorschriften, die nodig zijn ter
                                handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar.
                                    <vet>OGOR </vet>Openbare Gezondheidszorg bij Ongevallen en
                                Rampen <vet>Ondersteuning </vet>Het geheel van secretariële,
                                logistieke en verbindingstechnische voorzieningen, dat ten doel
                                heeft een (Gemeentelijk of Regionaal) Beleidsteam, alsmede een
                                Regionaal Operationeel Team te laten functioneren.
                                    <vet>Ondersteuningsgebied </vet>Het deel van het rampterrein dat
                                nodig is om het optreden in het hulpverleningsgebied mogelijk te
                                maken. <vet>Ontruiming </vet>Het voor een korte tijd, op advies van
                                de parate diensten, hun verblijfplaats doen verlaten, ten einde de
                                mogelijke schadelijke gevolgen van een ramp of een zwaar ongeval (of
                                de dreiging daarvan) voor de betrokkenen zoveel mogelijk te
                                voorkomen, dan wel te beperken. Operationeel Leider (OL) De
                                functionaris die door het bevoegd gezag is aangewezen om de
                                operationele leiding uit te oefenen. Hij adviseert de (Coördinerend)
                                Burgemeester over operationele aangelegenheden. Beleidsbeslissingen
                                vertaalt hij binnen het Regionaal Operationeel Team in operationele
                                opdrachten en hij coördineert de uitvoering daarvan.
                                    <vet>Operationele leiding</vet> De bevoegdheid tot het in
                                opdracht van de burgemeester geven van bindende aanwijzingen aan
                                commandanten/hoofden van de bij de rampbestrijding samenwerkende
                                zelfstandige diensten, zonder daarbij te treden in de bevoegdheden
                                van de commandanten/ hoofden van de diensten aangaande de wijze van
                                uitvoeren van taken. <vet>Opperbevel </vet>Duidt op twee
                                samenhangende noties: enerzijds de politieke en bestuurlijke
                                verantwoordelijkheid, anderzijds de zeggenschap over ieder die aan
                                de (ramp)bestrijding deelneemt, zulks in het bijzonder met het oog
                                op een goede coördinatie. <vet>Opvangcentrum </vet>De plaats waar
                                niet-gewonde en (behandelde) lichtgewonden worden ondergebracht in
                                afwachting van de mogelijkheid tot terugkeer naar de eigen
                                woongelegenheid of onderbrenging elders. <vet>Perscentrum </vet>De
                                plaats waar onder verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag
                                informatie wordt verstrekt aan de publiciteitsmedia. <vet>Plan
                                    Crisismanagement </vet>Het rampenplan van de gemeente.
                                    <vet>Proces </vet>Een combinatie of aaneenschakeling van
                                hulpverlenings- en/of rampbestrijdingsactiviteiten, die naar aard en
                                intensiteit afhankelijk zijn van het ramptype.
                                    <vet>Procesverantwoordelijkheid </vet>De verantwoordelijkheid
                                van een diensthoofd/commandant voor de door zijn dienst/organisatie
                                voor te bereiden en uit te voeren hulpverlenings- of
                                rampbestrijdingsactiviteiten c.q. taken. <vet>Provinciaal
                                    Coördinatiecentrum (PCC) </vet>De plaats waar de commissaris van
                                de Koningin en zijn provinciale rampenstaf zijn gezeteld.
                                    <vet>Provinciale Rampenstaf </vet>Het door de Commissaris van de
                                Koningin samengestelde orgaan dat hem bijstaat bij zijn
                                coördinerende en bijstand regelende taak in de bestrijding van
                                rampen en zware ongevallen. <vet>PSGHOR </vet>Psycho Sociale
                                Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen <vet>Ramp </vet>Een
                                gebeurtenis:</al><lijst><li nr="1."><al>waardoor een ernstige verstoring van de openbare veiligheid
                                        is ontstaan, waarbij het leven en de gezondheid van vele
                                        personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige
                                        mate worden bedreigd of zijn geschaad, en</al></li><li nr="2."><al>waarbij een gecoördineerde inzet van diensten en
                                        organisaties van verschillende disciplines is vereist om de
                                        dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te
                                        beperken. </al></li></lijst><al><vet>Rampbestrijdingsplan </vet>Het samenstel van maatregelen dat
                                voorbereid is voor het geval zich een ramp voordoet die naar plaats,
                                aard en gevolgen voorzienbaar is. (Met “plaats” wordt niet slechts
                                één gebied bedoeld, maar ook een object of een traject (spoorweg,
                                weg). Rampenplan (Plan Crisismanagement) Een per gemeente opgesteld
                                organisatieplan waarin in algemene zin is aangegeven hoe in geval
                                van een ramp of een dreigende ramp gehandeld dient te worden ten
                                einde tot een doelmatig bestrijden van de ramp en de gevolgen
                                daarvan te komen. <vet>Rampterrein </vet>Het door de
                                opperbevelhebber aangewezen gedeelte van een gemeente waarbinnen
                                bijzondere regimes gelden ten aanzien van de handhaving en het
                                herstel van openbare veiligheid en openbare orde. <vet>Ramptypen
                                </vet>Beschrijving van gebeurtenissen en factoren die leiden tot een
                                herkenbare soort ramp (zie 1.3). <vet>Reddingscapaciteit (RC)
                                </vet>Het aantal gewonden dat per uur kan worden bevrijd/geborgen.
                                    <vet>Regionaal Beleidsteam (RBT) </vet>Een team van adviseurs
                                dat bij een ramp die meer dan één gemeente treft ter beschikking
                                staat van de coördinerend burgemeester. De leden van het team
                                adviseren de coordinerend burgemeester op grond van hun
                                deskundigheid ten aanzien van besluitvorming, beleidsbepaling en
                                beleidscoördinatie. <vet>Regionaal Coördinatiecentrum (RCC) </vet>De
                                plaats van waaruit het Regionaal Operationeel Team opereert, alsmede
                                de plaats waar de coördinerende burgemeester en het Regionaal
                                Beleidsteam, inclusief de Operationeel Leider, zijn ondergebracht
                                (bij gemeentegrensoverschrijdende incidenten). Het Regionaal
                                Coördinatiecentrum bevindt zich in het kantoor van de
                                Gemeenschappelijke Meldkamer te Tilburg. <vet>Regionaal Gasmeetplan
                                </vet>Voorbereid plan voor het uitvoeren van metingen door
                                meetploegen van de Waarschuwings- en Verkenningsdienst (WVD) van de
                                brandweer. De uitvoering vindt plaats onder leiding van de
                                WVD-deskundige. <vet>Regionaal Officier Gevaarlijke Stoffen
                                    (ROGS)</vet> Deskundige van de brandweer op het gebied van het
                                optreden bij aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. <vet>Regionaal
                                    Operationeel Team (ROT) </vet>Een team van vertegenwoordigers
                                van de betrokken diensten/organisaties dat onder leiding van de
                                Operationeel Leider, dan wel zijn plaatsvervanger, een
                                gecoördineerde uitvoering van de rampbestrijding bevordert. <vet>RGF
                                </vet>Regionaal Geneeskundig Functionaris <vet>Triage </vet>De
                                indicatiestelling en urgentie-indeling voor de afvoer en behandeling
                                van de gewonden. Er zijn hiervoor vier urgentieklassen voor
                                behandeling vastgesteld. <vet>Uitgangsstelling </vet>De plaats waar
                                het bij de rampbestrijding in te zetten potentieel wordt
                                samengetrokken, van waaruit het wordt ingezet en waarheen het na de
                                werkzaamheden terugkeert. <vet>Urgentieklassen </vet>De medische
                                behandelurgentie van bepaalde gewonden als resultaat van triage. De
                                classificatie geschiedt aan de hand van de toestand van de
                                Ademhaling (A), het Bewustzijn (B) en de Circulatie (C). De
                                urgentieklassen zijn: - Urgentieklasse 1 (A, B, C-instabiele
                                slachtoffers): Gewonden wier leven onmiddellijk wordt bedreigd door
                                een obstructie van de ademwegen en/of door stoornissen van de
                                ademhaling en/of circulatie. - Urgentieklasse 2 (A, B, C-stabiele
                                slachtoffers te behandelen binnen 6 uur): Gewonden wier leven na
                                enkele uren wordt bedreigd door een obstructie van de ademwegen,
                                stoornissen van de ademhaling en/of circulatie of die gevaar lopen
                                op ernstige infecties of invaliditeit, wanneer zij niet binnen 6 uur
                                na oplopen van het letsel behandeld worden. - Urgentieklasse 3 (A,
                                B, C-stabiele slachtoffers): Gewonden die niet bedreigd worden door
                                een ademwegenobstructie, stoornissen van de ademhaling en/of
                                circulatie, ernstige infectie of invaliditeit. Daarnaast bestaat een
                                urgentieklasse 4. Deze kan in principe alleen onder
                                oorlogsomstandigheden worden gehanteerd: - Urgentieklasse 4 (A, B,
                                C-instabiele slachtoffers): Gewonden, waarbij onder de gegeven
                                omstandigheden de ademweg niet kan worden vrijgemaakt en
                                vrijgehouden, de ademhaling niet kan worden vrijgesteld, bloedingen
                                niet tot staan kunnen worden gebracht en shock niet toereikend kan
                                worden bestreden. <vet>Veiligheidszone </vet>Een gebied rond het
                                rampterrein dat de politie in staat stelt het rampterrein af te
                                zetten/ schermen. <vet>Verkeerscirculatieplan </vet>Het document
                                waarin het gebruik van wegen binnen een bepaald gebied wordt
                                geregeld. Het plan bevat onder meer gegevens over wegen en bruggen,
                                voorgeschreven routes en circulatie, kritieke punten. Het plan wordt
                                voor zover nodig uitgegeven als bijlage bij een operationele
                                opdracht. <vet>Waarschuwings- en verkenningsdienst </vet>Technische
                                eenheid voor het doen van waarnemingen bij nucleaire en chemische
                                ongevallen, het verzamelen van meetgegevens en het afbakenen van
                                besmette gebieden. Toelichting: De WVD kent de volgende onderdelen
                                en plannen: - De WVD-deskundige die de leiding heeft bij het
                                meetplan; - Een aantal meetploegen; - Een aantal vaste meetposten
                                van het landelijk meetnet nucleaire incidenten (LMNI); - Een
                                regionaal officier ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen; - Een
                                regionaal gasmeetplan; - Een plan voor waarschuwen en alarmering
                                bevolking. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2</nr><titel>Verspreiding van het plan Crisismanagement</titel></kop><structuurtekst><al>Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de
                                verspreiding van het plan en de bijbehorende deelplannen dan wel
                                gedeelten daarvan, aan functionarissen en instanties die bij de
                                bestrijding van rampen en zware ongevallen kunnen worden betrokken.
                                In de verzendlijst wordt aantekening gehouden van de verspreiding
                                van het plan Crisismanagement en de daarbij behorende deelplannen
                                dan wel gedeelten daarvan. Het college van burgemeester en
                                wethouders draagt tevens zorg voor de verspreiding van wijzigingen
                                en aanvullingen op het plan en de daarbij behorende deelplannen. Ter
                                vaststelling / 1e toetsing c.q. ter kennisname - Gedeputeerde Staten
                                - Commissaris van de Koningin <plaatje><illustratie id="i5a9531a5-a4c7-4c4e-bfba-95de8ff13665" naam="i19101i5a9531a5-a4c7-4c4e-bfba-95de8ff13665.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.3</nr><titel>Risico-inventarisatie en (beleid) rampbestrijdingsplannen</titel></kop><structuurtekst><al>Op grond van artikel 3, eerste lid van de Wet rampen en zware
                                ongevallen (WRZO), zoals deze luidt na de inwerkingtreding van de
                                Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding (WKR), dient het college
                                van burgemeester en wethouders ten minste één keer per vier jaar een
                                rampenplan vast te stellen, waarin risico’s worden geïnventariseerd,
                                de organisatie, de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden in het
                                kader van de rampenbestrijding worden beschreven en het beleid ten
                                aanzien van het vaststellen van rampenbestrijdingsplannen wordt
                                vastgelegd. De organisatie, de verantwoordelijkheden en de
                                bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding worden omschreven
                                in dit plan crisismanagement. In deze bijlage wordt invulling
                                gegeven aan de wettelijke vereisten betreffende risicoinventarisatie
                                en het beleid ten aanzien van het vaststellen van
                                rampbestrijdingsplannen. Voor de risico-inventarisatie worden de 18
                                maatramptypen uit de Leidraad Maatramp als uitgangspunt gekozen.
                                Niet alle ramptypen komen in even grote mate voor in de gemeente
                                Aalburg. In 2003 is op basis van een model van de “oude” regio Breda
                                een inventarisatie van risico’s opgesteld aan de hand van de 18
                                verschillende ramptypen. De resultaten van deze inventarisatie zijn
                                geactualiseerd en deze vormen tezamen met de gegevens uit het
                                landelijke Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS) en
                                het provinciale Risico Informatie Systeem (RIS) de
                                risico-inventarisatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet rampen en
                                zware ongevallen. In het RRGS zijn gegevens opgenomen met betrekking
                                ramptypen 4, 5 en 6. In het RIS zijn naast de gegevens uit het RRGS
                                ook gegevens opgenomen betreffende de overige ramptypen, met
                                uitzonderingen van de ramptypen 7, 8, 16, 17 en 18. </al><al><plaatje><illustratie id="i7398e60f-df95-46f8-bf18-7e62e1078733" naam="i19102i7398e60f-df95-46f8-bf18-7e62e1078733.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al><al><vet>Toelichting</vet>: De gemeente wordt gekenmerkt door 7
                                woonkernen met omliggend open gebied, voornamelijk bestaande uit
                                gronden met agrarische bestemming. Het grondgebruik door industrie
                                en bedrijvigheid is beperkt en vindt plaats in een nauwelijks
                                risicovolle omvang. Land- en tuinbouwbedrijven, handelsondernemingen
                                en kleinschalige industrie in de gemeente zijn onderwerp van
                                inventarisatie voor de indeling in risicocategorieën geweest.</al><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overzicht risico’s in relatie tot de Ramptypen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.1</nr><titel>Luchtvaartongevallen</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente heeft zelf geen vliegvelden. In de omgeving ligt
                                vliegbasis Gilze en Rijen ( hemelsbreed 25 km) met een standplaats
                                voor helikopters. Het Land van Heusden en Altena waaronder het
                                grondgebied van de gemeente Aalburg is aangewezen als oefen- en
                                laagvlieggebied voor dit type vliegtuigen. Dit geeft mogelijk een
                                lichte verhoging van het risico op (beperkte) luchtvaartongevallen.
                                Deze ongevallen ontstaan meestal plotseling. Er zal dan vanuit de
                                normale ongevalbestrijding opgeschaald moeten worden. Het ontstaan
                                van ruimtevaartongevallen is veelal voorspelbaar. In dat geval is
                                het mogelijk de rampenbestrijdingsorganisatie tijdig te activeren.
                                    <vet>Mogelijke effecten: </vet>Relatief veel dodelijke
                                slachtoffers, vooral brandwonden en mechanisch letsel, relatief veel
                                telefonische informatieverzoeken, en mogelijke aanwezigheid van
                                gevaarlijke stoffen </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.2</nr><titel>Ongevallen op water</titel></kop><structuurtekst><al>Vervoer over water / verblijf aan het water (o.a. passagiersschepen,
                                veerponten, waterrecreatie etc.)</al><al><plaatje><illustratie id="ifc89dd23-40b9-4415-810f-32dbb191ac8c" naam="i19103ifc89dd23-40b9-4415-810f-32dbb191ac8c.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al><al><vet>Toelichting: </vet>Op de rivieren en het kanaal is de
                                beroepsvaart betrekkelijk gering. Er zijn geen tel-lingen
                                uitgevoerd, maar schepen beladen met gevaarlijke stoffen of tankers
                                met brandbare vloeistoffen bevaren slechts incidenteel de onder 1, 2
                                en 3 genoemde wa-teren bevaren. Bij aanvaringen gaat het vooral om
                                de hoeveelheid motorbrandstof ( diesel). Het ontstekingsgevaar van
                                deze stof is bij aanvaringen beperkt. Met name in de zomerperiode
                                moet rekening gehouden worden met dagrecreatie langs de oevers en
                                passagiersschepen met dagtoeristen ( tot ong. 100 personen). </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.3</nr><titel>Verkeersongevallen op land (o.a. kettingbotsingen, busongevallen,
                                ontsporingen van of botsingen met/van reizigerstreinen)</titel></kop><structuurtekst><al>a. Op de weg</al><al><plaatje><illustratie id="i93bdfc8b-a8a6-4d94-8ad9-f7630d6a6bb6" naam="i19104i93bdfc8b-a8a6-4d94-8ad9-f7630d6a6bb6.jpg" breedte="8.4cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="319px" hoogte="1.24cm"/></plaatje></al><al>Toelichting: De beide wegen zijn niet aangewezen als routes voor
                                transport van brandbare gas-sen, giftige gassen of giftige
                                vloeistoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen bestaat
                                hoofdzakelijk uit tankautotransport met motorbrandstoffen. b. Op het
                                spoorGeen spoorlijnen aanwezig in de eigen gemeente of buurgemeente.
                                Mogelijke effecten: Vooral mechanisch letsel, moeilijke
                                bereikbaarheid rampterrein, verkeersstremmingen, relatief veel
                                telefonische informatieverzoeken (verkeersongevallen). </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.4</nr><titel>Ongevallen met brandbare /explosieve stof in open lucht</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente Aalburg kent een aantal risicovolle situaties die bij
                                dit ramptype vermeld moeten worden: (ingedeeld op voorlopige
                                gegevens ministerie)</al><al><plaatje><illustratie id="ic528f6de-ecb8-4dfd-bbef-04a229d3d80e" naam="i19105ic528f6de-ecb8-4dfd-bbef-04a229d3d80e.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="491px" hoogte="2.65cm"/></plaatje></al><al>Mogelijke effecten: Bij een dreigende explosie, bijvoorbeeld wanneer
                                al brand is ontstaan, kan ontruiming aan de orde zijn in het
                                bedreigde gebied. Mensen die zich bevinden in het effectgebied van
                                een plotseling ongeval met brandbare of explosieve stof kunnen
                                gewond raken door rondvliegende brokstokken (met name glas), door
                                hitte (straling) of door de drukgolf en instorting. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.5</nr><titel>Ongevallen met giftige stof in open lucht</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="id4220ffc-f952-40a7-82f1-441d0601ba54" naam="i19106id4220ffc-f952-40a7-82f1-441d0601ba54.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al><al>Toelichting: Alhoewel in de gemeente Aalburg geen bedrijf in
                                aanmerking komt voor registratie in verband met de aanwezigheid van
                                een bepaalde hoeveelheid giftige stof, kunnen ongevallen met deze
                                stoffen voorkomen. Diverse wetten op het gebied van de
                                milieubescherming en planologie hebben onder meer als doel de
                                bevolking te beschermen tegen het vrijkomen van genoemde stoffen.
                                Men probeert dit enerzijds door de kans op vrijkomen te verkleinen
                                en de hoeveelheid vrijkomende stof te beperken, anderzijds door
                                ruimte te creëren tussen bevolking en bedrijven met (geringe
                                hoeveelheid) gevaarlijke stoffen. In geval van calamiteiten zal de
                                uitstraling tot de geringste slachtoffercategorie beperkt blijven
                                volgens de Effectwijzer, die door het Ministerie van BZK is
                                uitgegeven. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.6</nr><titel>Kernongevallen: geen kernenergiecentrale of bedrijven met
                                radioactieve stoffen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Toelichting: </vet>Een kernongeval waardoor straling vrijkomt
                                of dreigt vrij te komen die tot een verhoogd risico leidt of kan
                                leiden voor mens of milieu, is niet geheel ondenkbaar. Het ongeval
                                in de kerncentrale Tsjernobyl (1986) geeft aan, dat de effecten op
                                zeer grote afstand merkbaar kunnen zijn. Voorkoming of vermindering
                                van een verhoogd stralingsrisico voor mens of milieu vraagt een
                                gecoördineerde inzet van diensten en organisaties op gemeentelijk,
                                provinciaal en rijksniveau. Van de gemeente zal voornamelijk
                                bijstand verwacht worden bij de uitvoering van de voorschriften en
                                maatregelen, waartoe op rijksniveau is beslist. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.7</nr><titel>Bedreiging volksgezondheid</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Toelichting: </vet>Een mogelijke oorzaak kan het eten van
                                verontreinigd voedsel of drinken van vervuild water zijn. In het
                                algemeen is er bij drinkwater geen directe bedreiging voor de
                                volksgezondheid, omdat er enige tijd verloopt voordat het water de
                                gebruikers bereikt. De consument kan tijdig gewaarschuwd worden over
                                het gebruik van het leidingwater, waardoor er gelegenheid is om
                                noodvoorzieningen te treffen. Voorlichting verdient speciale
                                aandacht. Een voedselvergiftiging of een epidemie of pandemie (o.a.
                                griep) komt in zijn algemeenheid onaangekondigd, maar een
                                grootschalige en plotselinge uitbraak is zeldzaam. Besmette
                                producten met een hoge gebruiksgraad vormen de grootste
                                risicocategorie. Bijna altijd wordt een groot beroep gedaan op de
                                gezondheidsvoorzieningen. Samenwerking met de GHOR is van essentieel
                                belang. Mogelijke effecten: Belangrijk is dat dit ramptype een
                                aanzienlijke omvang kan aannemen zonder dat er werkelijk (veel)
                                ziektegevallen zijn. Feitelijk of vermeende, maar min of meer
                                concrete aanwijzingen van een acuut gevaar voor de volksgezondheid
                                kunnen reeds grote onrust veroorzaken. Snel onderzoek naar oorzaken,
                                verschijnselen en mogelijkheden om de klachten te duiden, te
                                beperken, etc. is nodig. Dit vergt bijna altijd gerichte
                                voorlichting / publiciteit. Bij uitstoot van gevaarlijke stoffen kan
                                er nog op grote afstand reden zijn voor ongerustheid. Bij
                                omvangrijke of beladen gebeurtenissen van dit type moet dus gerekend
                                worden op initiële onzekerheid over de precieze aard; veel
                                gecoördineerd onderzoekswerk en een grote publiciteits- en
                                voorlichtingsinspanning. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.8</nr><titel>Ziektegolf</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Toelichting: </vet>Dit ramptype betreft een golf van
                                gezondheidsklachten met soms een onbekende oorzaak. Typerend
                                verschil met het type Bedreiging volksgezondheid is, dat in het
                                geval van de ziektegolf vrij plotseling een behoorlijk aantal
                                ernstige gezondheidsklachten optreedt. Bij het eerstgenoemde
                                ramptype behoeft er nog niemand feitelijk ziek te zijn. Ziektegolf
                                vergt een forse curatieve inspanning en zorg voor zieken. De
                                coördinatie ligt dan ook bij de GHOR, de witte kolom in de
                                rampenbestrijdingsorganisatie. Mogelijke effecten: Ernstige en acute
                                gezondheidseffecten zijn gebleken bij de legionella-affaire
                                (West-Friese Flora, 1999). Door een besmetting van olijfolie in
                                Spanje (1981) vielen veel doden en werden duizenden mensen ziek. In
                                beide gevallen ging het overigens om effecten die over grote delen
                                van het land gespreid waren. Lokaal geconcentreerde ziektegolven
                                zijn eveneens mogelijk, alsmede uiteraard een in grote delen van het
                                land tegelijk voorkomende (griep)epidemie. In dergelijke gevallen is
                                naast hulpverlening aan ernstig zieken een publieksvoorlichting
                                nodig over aanbevolen gedrag en zelfstandig te nemen maatregelen.
                                Voor zover een ziektegolf gepaard gaat met een nog voortdurend
                                (onbekend?) gevaar voor de volksgezondheid zijn mogelijk additioneel
                                de effecten aan de orde van het ramptype ‘Bedreiging van de
                                volksgezondheid’. Elke regio zal voorbereid moeten zijn op een
                                voorlichtingsinzet en een grote belasting voor de curatieve zorg.
                            </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.9</nr><titel>Ongevallen in tunnels</titel></kop><structuurtekst><al>Er zijn in de gemeente Aalburg geen tunnels voor auto, trein- of
                                metroverkeer</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.10</nr><titel>Branden in grote gebouwen</titel></kop><structuurtekst><al>Belangrijk bij dit ramptype is het aantal aanwezige personen of de
                                aanwezigheid van verminderd zelfredzame personen. Hierna volgen de
                                overzichten van gebouwen met een grootschalige publieksfunctie,
                                gebouwen met grotere aantallen verminderd zelfredzame personen
                                alsmede overzichten van scholen en peuterspeelzalen /
                                kinderdagverblijven: Gebouwen met een grootschalige publieksfunctie
                                ( o.a. buurthuis, discotheek, gebedshuis, sporthal, bibliotheek,
                                zaal ) Hierbij gaat het om gebouwen met een publieksfunctie, daarbij
                                wordt een minimum aantal gehanteerd van 250 personen.
                                        <plaatje><illustratie id="id0c80a94-5add-42f5-958f-02d2e2c831c9" naam="i19107id0c80a94-5add-42f5-958f-02d2e2c831c9.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al><al>Gebouwen met verminderd zelfredzame personen</al><al><plaatje><illustratie id="ib01289af-2c8f-4a9a-befe-4af544042e02" naam="i19108ib01289af-2c8f-4a9a-befe-4af544042e02.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al><al>Scholen</al><al><plaatje><illustratie id="ie21f7a08-e0d8-4d5a-a624-cdb0f72f6505" naam="i19109ie21f7a08-e0d8-4d5a-a624-cdb0f72f6505.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al><al>Peuterspeelzalen / kinderdagverblijven </al><al><plaatje><illustratie id="i8594d942-9b12-4c36-9759-0ac163d3cc3c" naam="i19110i8594d942-9b12-4c36-9759-0ac163d3cc3c.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al><al>Toelichting De omvang van een ramp zal vrijwel direct groot zijn.
                                Bij verdere ontwikkeling komen redding, hulpverlening,
                                brandbestrijding en ontruiming tegelijk aan de orde. De eigen
                                verantwoordelijkheid dient tot uiting te komen in een alarmerings-,
                                ontruimings- en evacuatieplan. Mogelijke effecten Veel slachtoffers
                                met brandwonden en/of ademhalingsklachten, zeer veel overige
                                aanwezigen, gevaar voor veiligheid van redders / hulpverleners.
                            </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.11</nr><titel>Instortingen van grote gebouwen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Toelichting: </vet>Gebouwen of bouwwerken kunnen plotseling
                                instorten door fouten in de constructie of het materiaal, als deze
                                zwaarder dan normaal belast worden. Te denken valt aan de
                                aanwezigheid van veel personen op bijv. balkons, tribunes,
                                verdiepingsvloeren, aan extreme weersomstandigheden als grote
                                windbelasting, zwaar sneeuwdek, aan explosies of grondverzakking. De
                                omvang van de ramp is vrijwel direct maximaal. De reddingscapaciteit
                                is de bepalende factor bij het bevrijden van slachtoffers. De
                                brandweer, bhv’ers en andere (geneeskundige) hulpverleners zullen op
                                de vindplaats samenwerken om slachtoffers optimale kansen te bieden.
                                Behalve aan mogelijk instorting als gevolg van brand en/of explosie
                                of beschadiging van een gebouw als gevolg een verkeersongeval moet
                                hierbij vooral worden gedacht aan het verschijnsel van aardbevingen.
                                Uitgaande van de Effectwijzer valt de regio Midden en West Brabant,
                                waaronder dus ook de gemeente Aalburg. voor aardbevingen in
                                categorie VII van de Mercallischaal. Deze schaal heeft als
                                symptomen: scha-de aan vele gebouwen, schoorstenen die afbreken,
                                golven in vijvers, kerkklokken die geluid geven. Voor de grote
                                gebouwen wordt verwezen naar het overzicht onder nummer 10.
                                    <vet>Mogelijke effecten: </vet>Veel slachtoffers met mechanisch
                                letsel, lastige bereikbaarheid incidentlocatie. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.12</nr><titel>Paniek in menigten</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente Aalburg heeft een aantal jaarlijkse festiviteiten. De
                                bezoekersaantallen zijn echter relatief beperkt, als we uitgaan van
                                een drempelwaarde van 5.000 personen. In het volgende staatje zijn
                                de meest relevante jaarlijks terugkerende festiviteiten
                                opgenomen:</al><al><plaatje><illustratie id="i57d30fd6-37a2-4325-96ef-cc553d20bde1" naam="i19111i57d30fd6-37a2-4325-96ef-cc553d20bde1.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al><al>Toelichting: Onder paniek in menigten wordt verstaan een complex van
                                verschillende gedragingen van grote groepen mensen die direct in hun
                                bestaan bedreigd worden. Als de (vermeende) bedreiging optreedt in
                                een beperkte ruimte door bijv. brand of ongeregeldheden, dan zullen
                                mensen trachten zich aan dit gevaar te onttrekken, zonder acht te
                                slaan op de gevolgen. Het ontstaan van paniek kan beperkt worden
                                door in de evenementenvergunningen preventieve maatregelen voor te
                                schrijven, die erop gericht zijn voldoende vluchtwegen te maken en
                                het publiek in te lichten en te begeleiden. Paniek in een menigte
                                treedt vaak op als gevolg van een incident en staat daarom als
                                ramptype zelden op zichzelf. Vooral een samenloop met brand,
                                instorting of uitval van stroom in het donker ligt voor de hand.
                                Mogelijke effecten: Mechanisch letstel, (enkele tientallen tot
                                honderden) gewonden, zeer veel overige aanwezigen </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.13</nr><titel>Verstoringen openbare orde</titel></kop><structuurtekst><al>Toelichting De gemeente Aalburg kent geen terugkerende festiviteiten
                                waarbij grootscheepse verstoring van de openbare orde te verwachten
                                is. Dit ramptype dat o.a. risicosportwedstrijden, demonstraties,
                                politieke manifestaties, massale vechtpartijen en grootschalige
                                plunderingen omvat, is de laatste decennia niet voorgekomen, hetgeen
                                niet wil zeggen dat ze niet zullen kunnen plaatsvinden. Voor het
                                uitbreken van grootschalige ordeverstoringen bestaan meestal wel een
                                aantal aanwijzingen. Bij deze ca-lamiteiten ligt geneeskundige
                                hulpverlening aan verspreide slachtoffers/gewonden voor de hand,
                                evenals opvang/verzorging van bijv. demonstranten en gestrande
                                (ramp)toeristen. De hulpverleningsactiviteiten worden primair
                                verricht door de (lokale) parate diensten als politie, brandweer en
                                GHOR. Strafrechtelijk onderzoek kan door het Openbaar Ministerie
                                ingesteld worden. Mogelijke effecten: Agressie jegens gezag in
                                algemeen en politie in het bijzonder, beperkt mechanisch letsel,
                                grote materiële schade aan straatmeubilair en particuliere
                                eigendommen (winkeliers) , zeer veel overig aanwezigen </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.14</nr><titel>Overstromingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Toelichting: </vet>Overstromingen ontstaan door natuurlijke of
                                mechanische oorzaken of een combinatie daarvan. Bij natuurlijke
                                oorzaken valt te denken aan overstromingen door hoge
                                rivierwaterstanden en het vollopen van lager gelegen gebieden door
                                dijkdoorbraak. Overstromingen door natuurlijke oorzaken zijn tot op
                                zekere hoogte voorspelbaar; zo ook de kans op een dijkdoorbraak als
                                gevolg van het hoge rivierwater. Na een overstroming zal het verkeer
                                in het getroffen gebied snel lam gelegd zijn. Afhankelijk van de
                                grootte en de diepteligging van het gebied kan het uren tot dagen
                                duren, voordat levensbedreigende waterstanden bereikt worden.
                                Naarmate de tijd verstrijkt, neemt de kans op dodelijke slachtoffers
                                door onderkoeling of uitputting fors toe. De materiële schade zal
                                enorm zijn. Snelle redding is essentieel als evacuatie niet vóór de
                                ramp heeft plaatsgevonden. Een waarschuwings- en alarmerings- en
                                hulpverleningstraject is met het waterschap afgesproken, vastgelegd
                                in een draaiboek dijkbewaking. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.15</nr><titel>Natuurbranden</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Toelichting</vet>: Door het ontbreken van grote oppervlakten
                                natuurgebied in de gemeente, zal bedreiging van de bevolking door
                                branden nihil zijn. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.16</nr><titel>Extreme weersomstandigheden</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Toelichting: </vet>Weersomstandigheden vormen een bijzondere
                                categorie: zij zijn redelijk voorspelbaar. Bij sommige
                                weersomstandigheden is een snelle reactie meer geboden dan bij
                                andere. Bij zware storm kunnen snel problemen ontstaan: acuut
                                reageren is essentieel. Bij extreme kou of hitte ontstaan de
                                problemen geleidelijker: er is meer tijd om te reageren. Bij
                                hittegolven en langdurige droogte is sprake van een ruime
                                vooraankondigings- en aanloopperiode. Wel kan in het geval van smog
                                het overschrijden van een bepaalde drempel leiden tot een
                                plotselinge toeneming van gezondheidsklachten. Stormen, windhozen,
                                hagelbuien, sneeuwval en ijzel zijn weertypen die als zodanig
                                voorspeld kunnen worden. Toch moet men ervan uitgaan, dat er geen
                                vooraankondiging is van de ernst en de plaats van de verschijnselen.
                                Dit hangt samen met doorgaans plaatselijke uitschieters Mogelijke
                                effecten: <plaatje><illustratie id="i7526c9e0-43bb-4ea6-a49f-06738234c472" naam="i19112i7526c9e0-43bb-4ea6-a49f-06738234c472.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.17</nr><titel>Uitval nutsvoorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Toelichting: </vet>Elektriciteit Door stroomuitval wordt het
                                verkeer en de communicatie bemoeilijkt. Een langdurige en
                                grootschalige uitval van de elektriciteitsvoorziening heeft zeer
                                ernstige gevolgen. Dat betekent uitval van apparaten in woningen (
                                cv), kantoren, agrarische bedrijven en industrie; pompen van
                                rioleringen; verkeerslichten, toegang en kassa’s van win-kels en
                                banken; brandstofpompen bijv. tankstations.</al><al>Gas Een langdurige uitval van de gasvoorziening heeft verstrekkende
                                gevolgen: cv’s, gaskooktoestellen, boilers vallen uit; bakkerijen en
                                andere bedrijven kunnen niet meer werken. Er zal zo mogelijk
                                uitgeweken worden naar elektrische apparatuur, waardoor de
                                stroomvoorziening in gevaar kan komen. De gevolgen zijn uiteraard
                                ernstiger bij koud weer.</al><al>Water De effecten van uitval van watervoorziening staan onder type
                                VII. Bij volledige en langdurige uitval zijn de problemen groter,
                                met diverse hygiënische risico’s ( o.a. wc’s)</al><al>Verkeer De invloed van verkeersbelemmeringen op het maatschappelijk
                                leven is groot door verstoring van brandstofaanvoer, uitval
                                elektriciteit, slecht weer.</al><al>Communicatie Uitval van communicatievoorzieningen zal in veel
                                gevallen gepaard gaan met verstoring van datacommunicatie bij banken
                                en bedrijven, problemen in de regeling van gas- en watervoorziening,
                                het wegvallen van diverse beveiligings- en alarmeringssystemen.
                                Naast de voor de hand liggende verstoringen van het maatschappelijk
                                leven, zijn er derhalve directe gezondheids- en
                                veiligheidsrisico’s.</al><al>Mogelijke effecten<plaatje><illustratie id="i368d2960-7903-402e-a045-7c8183c27ff6" naam="i19113i368d2960-7903-402e-a045-7c8183c27ff6.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.18</nr><titel>Rampen op afstand</titel></kop><structuurtekst><al>Sommige rampen zijn rampen op afstand. Een specifiek geval van
                                rampen op afstand is het repatriëren of opvangen van slachtoffers
                                van een ramp elders. Daarbij kan men in eerste instantie denken aan
                                het repatriëren van ‘eigen’ burgers die in het buitenland in
                                problemen zijn geraakt (bijvoorbeeld door een bus- of
                                vliegtuigongeluk of burgeroorlog). Ook zou het opvangen van burgers
                                uit een andere regio of (zelfs) uit het buitenland onder dit
                                ramptype kunnen worden gebracht. Het gaat bij dit ramptype om
                                coördinatie van de informatievoorziening en
                                hulpverleningsactiviteiten vanuit Nederland en om de opvang en
                                verdere verzorging van slachtoffers die weer in Nederland zijn
                                aangekomen. Het kan daarbij gaan om doden (hulp bij identificatie),
                                gewonden en anderszins getroffenen. <vet>Mogelijke effecten:
                                </vet>Het grootste gevaar dat bij dit type loert is onderschatting.
                                Immers, de directe gevolgen van de ramp, de zichtbare fysieke
                                effecten (grootschalige verwoesting en aanzienlijk aantallen
                                slachtoffers) ontbreken. De maatschappelijke ontwrichting van een
                                dergelijke ramp kan echter zeer omvangrijk zijn en diep ingrijpen in
                                de lokale gemeenschap. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>(Beleid) Rampbestrijdingsplannen</titel></kop><structuurtekst><al>Op grond van artikel 3, lid 4 van de Wet rampen en zware ongevallen
                            dient in het rampenplan te worden vastgelegd wat het beleid is ten
                            aanzien van het vaststellen van rampbestrijdingsplannen. Het repressief
                            bestrijden van een ramp of zwaar ongeval is slechts een onderdeel van de
                            totale veiligheidsketen. De gemeente Aalburg streeft ernaar om rampen en
                            zware ongevallen niet alleen te bestrijden, maar ook om deze waar
                            mogelijk te voorkomen (pro actie en preventie) of om de ramp of zwaar
                            ongeval zo vroeg mogelijk adequaat te kunnen bestrijden (preparatie).
                            Daarom wordt ook op de andere onderdelen van de veiligheidsketen
                            geïnvesteerd. Met name aan het verstrekken van gebruiksvergunningen, het
                            handhaven van de bouwregelgeving, het opleiden en oefenen van de
                            brandweer en van andere gemeentelijke rampbestrijdingsfunctionarissen en
                            het ontwikkelen van aanvalsplannen en bereikbaarheidskaarten wordt volop
                            aandacht besteed. Mede gelet op deze aanpak en het beperkte risico dat
                            binnen de gemeente aanwezig is heeft de gemeente Aalburg voor het
                            volgende beleid betreffende het vaststellen van rampbestrijdingsplannen
                            gekozen. De gemeente Aalburg is voornemens om rampbestrijdingsplannen
                            vast te stellen indien voldaan is aan de volgende criteria: a. Object /
                            bedrijf is VR-plichtig (VR=veiligheidsrapportage); b. Object / bedrijf
                            is een PBZO-bedrijf (PBZO: Preventie Beleid Zware Ongevallen); c.
                            Incidenten / calamiteiten in het object / bedrijf zijn naar verwachting
                            niet afdoende te bestrijden door middel van: - bedrijfshulpverlening; -
                            standaardprocedures operationele diensten; - aanvalsplannen en/of
                            bereikbaarheidskaarten; d. Er zijn vergelijkbare bedrijven in de regio
                            waarvoor op advies en geïnitieerd door de Veiligheidsregio Midden- en
                            West Brabant een rampbestrijdingsplan is vastgesteld.Op dit moment zijn
                            er binnen de gemeente Aalburg geen objecten of bedrijven waarvoor op
                            basis van deze criteria een rampbestrijdingsplan vastgesteld moet
                            worden. De gemeente Aalburg heeft overigens de intentie om zoveel
                            mogelijk aan te sluiten bij het beleid dat binnen de Veiligheidsregio
                            Midden en West Brabant ontwikkeld wordt.</al><al>Het beleid van de Veiligheidsregio ziet er als volgt uit. In 2005 wordt
                            door de regionale brandweer een volgorde vastgesteld waarin de nog op te
                            stellen rampbestrijdingsplannen zullen worden vervaardigd. In 2006 zal
                            conform deze vastgestelde volgorde verdere uitvoering worden gegeven aan
                            de vervaardiging van de rampbestrijdingsplannen. Hierbij zullen de
                            BRZO-bedrijven prioriteit krijgen. Na 2010 komen instellingen aan bod
                            die net onder de BRZO grenswaarde vallen (95% van het
                            hoeveelheidscriteria).</al><al>De formele verantwoordelijkheid voor rampbestrijdingsplannen ligt bij de
                            burgemeester, terwijl de uitvoering en de regie over de uitvoering voor
                            het grootste gedeelte in handen is van de regionale brandweer. Het
                            ramptype Overstromingen is in “Maatramp/LOP MWB 2003” volledig
                            uitgewerkt. Kijkend naar ervaringen met overstromingen in de jaren 90 is
                            het capaciteitsniveau voor Midden- en West-Brabant aangegeven. Gelet op
                            het feit dat een relatief groot deel van MWB verder onder het gemiddelde
                            waterpeil ligt dan in de overstroomde gebieden in Limburg, kunnen de
                            gevolgen voor de regio aanzienlijk groter van omvang zijn. Bovendien
                            beschrijft “Maatramp/LOP MWB 2003” dat de veiligheidsvoorzieningen en
                            maatregelen een verantwoordelijkheid zijn van waterschappen, provincie
                            en rijkswaterstaat. Voor dit ramptype zullen de hulpverleningsdiensten
                            tot nadere uitwerking met deze instanties moeten komen met betrekking
                            tot uniforme opzet van rampbestrijdingsplannen. Ook de regierol van de
                            brandweer bij dit ramptype zal ingekaderd dienen te worden in de
                            rampenbestrijdingsstructuur. In 2009, of zoveel eerder als mogelijk,
                            wordt een rampbestrijdingsplan voor de vaarwegen ter vaststelling
                            voorbereid.Actualiseren van de risico-inventarisatie Het Besluit
                            kwaliteitscriteria planvorming rampenbestrijding vereist dat de
                            risicoinventarisatie van de gemeenten actueel wordt gehouden en dat het
                            rampenplan een beschrijving bevat van de situaties waarin, de wijze
                            waarop en de frequentie waarmee de risico-inventarisatie wordt aangepast
                            aan de gewijzigde omstandigheden. De risico-inventarisatie is voor een
                            groot aantal ramptypen een momentopname. Er zijn talloze situaties die
                            kunnen wijzigen en die direct of indirect invloed hebben op de
                            risico-inventarisatie. Zaken die moeten leiden tot het actualiseren van
                            de risico-inventarisatie zijn o.a.: a. Wijzigingen in ruimtelijke
                            ordening zoals nieuwe bedrijventerreinen en nieuwe woongebieden; b.
                            Wijzigingen in het gebruik en de bedrijfsvoering van bestaande objecten
                            / bedrijven; c. Incidenten in het land met soortgelijke risico-objecten
                            als in de gemeente Aalburg; d. Aanbevelingen in inspectierapporten; e.
                            Ontwikkeling en wijziging in het beleid van de Veiligheidsregio Midden
                            en West Brabant. Binnen de gemeenten Aalburg zijn enkele functionarissen
                            direct betrokken bij het inventariseren van risico s. Het betreft met
                            name de Ambtenaar Openbare Orde en Veiligheid (in het kader van het
                            rampenplan), de beleidsmedewerker milieu van de afdeling VROM (in het
                            kader van het RRGS en het RIS) en de commandant brandweer (vanwege de
                            link van pro-actie, preventie naar preparatie en repressie). Deze
                            functionarissen zullen minimaal twee keer per jaar bijeenkomen om deze
                            risicoinventarisatie door te lichten en te waar nodig en mogelijk te
                            actualiseren. <plaatje><illustratie id="i449fd1fa-5d01-46af-89d1-664e60d5b7c7" naam="i19114i449fd1fa-5d01-46af-89d1-664e60d5b7c7.jpg" breedte="13cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="492px" hoogte="9.59cm"/></plaatje></al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>