<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77450_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Armoedebeleid 2007-2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.aalburg.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Voorschriften armoedebeleid 2007-2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-09-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-09-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening Minimabeleid, vastgesteld 27 mei 2004.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Armoedebeleid 2007-2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Vastgesteld door de gemeenteraad op 25 september 2007</al><al>Inhoudsopgave</al><al>Inleiding</al><al>Hoofdstuk 1: Beslispunten</al><al>1.1 Nieuw/Gewijzigd beleid 1.2 Handhaving bestaand beleid 1.3
                        Communicatie</al><al>Hoofdstuk 2: Voorzieningen voor de Minima</al><al>2.1 Algemeen 2.1.1 Verstrekkingenpakket bijzondere bijstand 2.1.2 De
                        aanvraag 2.1.3 Draagkracht uit inkomen 2.1.4 Draagkracht uit vermogen 2.1.5
                        Drempelbedrag 2.1.6 Voorliggende voorzieningen</al><al>2.2 Chronisch zieken, gehandicapten 2.2.1 Voorliggende voorzieningen en
                        tegemoetkomingen 2.2.2 Doelgroep 2.2.3 Leeftijd 2.2.4 Verborgen kosten 2.2.5
                        Aanvraag 2.2.6 Bijzondere bijstand chronisch zieken en gehandicapten</al><al>2.3 Ouderen 2.3.1 De aanvraag 2.3.2 Categoriale bijzondere bijstand voor
                        personen 65 jaar en ouder</al><al>2.4 Bijzondere bijstand noodzakelijke kosten 2.4.1 Kleding 2.4.2 Schoeisel
                        2.4.3 Overbruggingsuitkering 2.4.4. Aanschaf/vervanging duurzame
                        gebruiksgoederen 2.4.5 Maaltijdvoorziening 2.4.6 Jongerentoeslag 2.4.7
                        Huishoudelijke verzorging 2.4.8 Kosten woninginrichting en/of huisraad 2.4.9
                        Verhuiskosten 2.4.10 Woonkostentoeslagen 2.4.11 Kosten alarmering 2.4.12
                        Voorziening voor opvang 2.4.13 Kinderopvang 2.4.14 Reiskosten 2.4.15
                        Advocaatkosten 2.4.16 Begrafeniskosten 2.4.17 Kosten
                        naturalisatie/legeskosten verblijfvergunning 2.4.18 Eigen bijdrage Wet
                        inburgering 2.4.19 Verstrekkingen in natura</al><al>2.5 Medische dienstverlening 2.5.1. Algemeen 2.5.2 Geneesmiddelen 2.5.3
                        Therapieën en alternatieve geneeswijzen 2.5.4 Kosten babyuitzet 2.5.5
                        Pedicure 2.5.6 Brillen en contactlenzen 2.5.7 Medische hulpmiddelen 2.5.8
                        Dieetkosten 2.5.9 Tandheelkundige hulp</al><al>2.6 Kwijtschelding gemeentelijke heffingen</al><al>2.7 Kosten schoolgaande kinderen langdurige minima 2.7.1 Vergoeding kosten
                        schoolgaande kinderen van 6 tot 18 jaar 2.7.2 Vergoeding overstap van
                        basisonderwijs naar voortgezet onderwijs</al><al>2.8 Bijdrage sociale culturele activiteiten 2.8.1 Hoogte vergoeding 2.8.2
                        Kosten die voor vergoeding in aanmerking komen</al><al>2.9 Schuldhulpverlening 2.9.1 Hulpverleningsaanbod bij schulden 2.9.2. Opzet
                        schuldhulpverlening 2.9.3 Tegemoetkoming bijzondere kosten in schulden 2.9.4
                        Tegemoetkoming bijzondere kosten in schulden bij bijzondere omstandigheden
                        2.9.5 Preventie kosten schuldhulpverlening 2.9.6 Cursus budgetteren 2.9.7
                        Bevordering saneerbaarheid</al><al>2.10 Langdurigheidstoeslag</al><al>2.11 Collectieve ziektekostenverzekering</al><al>2.12 Computers voor minima</al><al>2.13 Jeugdsportfonds</al><al>Hoofdstuk 3 Communicatie</al><al>3.1 Communicatie algemeen 3.1.1 Extern 3.1.2 Intern </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Voor u ligt de nota Armoedebeleid voor het jaar 2007/2010. Een deel van
                            het Armoedebeleid 2007/2010 is een voortzetting van het beleid, zoals
                            dit is vastgesteld in 2004. Er is een aantal redenen waarom het
                            Armoedebeleid (voorheen Minimabeleid) aan vernieuwing toe is. Zowel de
                            politieke als de maatschappelijke context is veranderd.Het mens- en
                            maatschappijbeeld wijzigt wat gevolgen heeft voor de ontwikkeling van de
                            verzorgingsstaat. Ook hebben wij de afgelopen jaren nieuwe ervaring en
                            kennis opgedaan met het Armoedebeleid die vragen om herziening.Het
                            armoedevraagstuk staat zowel landelijk als lokaal in de belangstelling.
                            Het armoedevraagstuk heeft een onzichtbare kant. Maar het wordt steeds
                            duidelijker dat kwetsbare groepen het moeilijk hebben om aan deze
                            maatschappij mee te doen. Het probleem van armoede beperkt zich ook niet
                            alleen tot het vraagstuk van een tekort aan financiële middelen, maar
                            uit zich op hele diverse levensgebieden: mensen zonder werk of die een
                            laag inkomen hebben, of met schulden, of een slechte gezondheid, of
                            opvoedingsproblemen of sociaal beperkingen hebben.Het Sociaal Beleid
                            richt zich op het activeren en meedoen van burgers, op het nemen van
                            eigenverantwoordelijkheid, op de zelfbewuste burger die zijn leven zelf
                            in handen neemt en zichzelf indekttegen risico’s. Bij kwetsbare groepen
                            zie je dat dit (mens)beeld ver weg is. De samenleving dient dan ook een
                            vangnet te bieden om mensen ook in staat te stellen mee te doen.Dat kan
                            alleen als kwetsbare groepen ook meetellen, zodat deze mensen kunnen
                            participeren in de samenleving. Dit vraagt nieuwe sociale arrangementen
                            en beleid wat verder kijkt dan een beperkte inkomensvisie en noodzaakt
                            ons om integraal beleid te voeren. Om op langere termijn effectief
                            beleid te voeren is het noodzakelijk om diverse beleidsthema’s aan
                            elkaar te verbinden. Daarvan afgeleid geldt dat ook de dienstverlening
                            aan de burgers om een integrale, maatgerichte aanpak vraagt.</al><al>In het Coalitieakkoord van het nieuwe kabinet wordt ook deze visie op
                            Armoedebeleid uitgedragen.Samen werken, samen leven is het motto. Hierin
                            wordt een nieuwe balans gezocht tussen initiatief en ontwikkeling en de
                            verantwoordelijkheid van burgers, maatschappelijke organisaties en
                            overheden voor die mensen die aan de kant van de samenleving staan of er
                            alleen voorstaan. Ook wordt gesteld dat beleidskokers verlaten dienen te
                            worden ten behoeve van de mensen om wie het gaat.De overheid moet
                            vertrouwen geven, ruimte laten, en mensen toerusten om volwaardig te
                            participeren en verantwoordelijkheid te dragen. De menselijke maat is
                            daarbij leidraad en kwaliteit staat centraal.Een overheid die
                            herkenbaar, toegankelijk en communicatief is, is het adagium. Arbeid is
                            niet alleen een middel om inkomen te verwerven maar biedt mogelijkheden
                            om mee te doen aan de samenleving en tot leidt vergroting van de
                            onderlinge betrokkenheid.Naast deze ontwikkelingen is het landelijk
                            beleid op het terrein van de sociale zekerheid van invloed op de
                            (wettelijke) ruimte die er is om lokaal beleid te voeren.In de
                            verzamelbrief van juni 2007 van het Ministerie van Sociale zaken en
                            Werkgelegenheid zijn de afspraken uit het Coalitieakkoord opgenomen.
                            Gemeenten krijgen meer ruimte voor gerichte armoedebestrijding,
                            schuldhulpverlening en inkomensondersteuning. Hiervoor zijn extra
                            middelen beschikbaar gesteld. In deze nota Armoedebeleid zijn de
                            afspraken uit het coalitieakkoord meegenomen en verder uitgewerkt.De
                            verstrekkingen in het kader van het Armoedebeleid zijn in samenspraak
                            met buro Altena tot stand gekomen. Met dit Armoedebeleid worden dezelfde
                            uitgangspunten gehanteerd binnen de gemeenten in het Land van Heusden en
                            Altena.Het Cliëntenpanel van de gemeente Aalburg heeft een informeel
                            schriftelijk advies uitgebracht aan de sector inwoners cluster Sociale
                            Zaken met betrekking tot het Armoedebeleid. Dit informele advies is
                            ambtelijk meegenomen in de totstandkoming van dit Armoedebeleid 2007-
                            2010.</al><al>In hoofdstuk 1 worden de beslispunten over het nieuw beleid en het
                            wettelijk kader voor het nieuw Armoedebeleid beschreven.</al><al>Hoofdstuk 2 biedt een overzicht van de voorgenomen voorzieningen voor de
                            Minima.</al><al>In Hoofdstuk 3 komt tot uitdrukking hoe de communicatie over de
                            minimavoorzieningen wordt ingericht.</al><al>De nieuwe beleidvoorstellen moeten echter wel gezien worden als een
                            eerste fase in het proces. Zij bieden de oplossingen die nu noodzakelijk
                            zijn. In het vervolg zullen de beleidsplannen in samenhang met de
                            beleidsontwikkelingen in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)
                            worden doorontwikkeld. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Beslispunten</titel></kop><structuurtekst><al>Een deel van het Armoedebeleid 2007/2010 komt overeen met het beleid
                            zoals is vastgesteld in 2004.Het minimabeleid is over de periode 2004
                            tot 2006 vastgelegd in aparte nota’s. Vanaf 2007 wordt het minimabeleid
                            vastgelegd in de integrale nota Armoedebeleid 2007/2010.Op grond van
                            artikel 35 van de Wet Werk en Bijstand is er recht op bijzondere
                            bijstand voor zover men, naar het oordeel van burgemeester en
                            wethouders, niet beschikt over de middelen om in de bijzondere
                            noodzakelijke kosten te voorzien.Burgemeester en wethouders hebben in
                            het kader van de bijzondere bijstand de volledige vrijheid in de
                            vaststelling van de draagkracht. Dit betekent dat het college zelf kan
                            bepalen welk deel van de middelen (inkomen en vermogen) bij de
                            vaststelling van de draagkracht in aanmerking wordt genomen. </al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.1</nr><titel>Nieuw/Gewijzigd beleid</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i0f52c300-5341-4a18-a630-ed886f181593" naam="i19093i0f52c300-5341-4a18-a630-ed886f181593.jpg" breedte="12.1cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="459px" hoogte="11.7cm"/></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.2</nr><titel>Handhaving bestaand beleid</titel></kop><structuurtekst><al>Bestaand beleid, voort te zetten in 2007/2010</al><lijst><li nr="a."><al>Ten aanzien van de bijzondere bijstand geen drempelbedrag
                                        hanteren.</al></li><li nr="b."><al>Bijzondere bijstand verlenen voor verborgen kosten ten
                                        aanzien van chronisch zieken, Gehandicapten tot een bedrag
                                        van € 200,--.</al></li><li nr="c."><al>De kosten peuterspeelzaal voor de minima onder het
                                        Armoedebeleid laten vallen.</al></li><li nr="d."><al>De maaltijdvoorziening handhaven</al></li><li nr="e."><al>De bijdrage voor het kerstpakket continueren.</al></li><li nr="f."><al>De kwijtscheldingnorm gemeentelijke heffingen hetzelfde
                                        houden als in 2006. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.3</nr><titel>Communicatie</titel></kop><structuurtekst><al>Bij het Armoedebeleid 2007/2010 gaan wij zorgen voor een groot
                                bereik van de doelgroep. Via publicatie in regionale dagbladen,
                                huisbezoeken, door middel van een formulierenbrigade zal de
                                doelgroep voorgelicht worden. Ook zal zorg gedragen worden en voor
                                adequaat informatiemateriaal over de regelingen zoals deze
                                vastgesteld worden in het Armoedebeleid 2007/2010. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen voor de Minima</titel></kop><structuurtekst><al>Inleiding</al><al>De doelgroep minima is als volgt te omschrijven:“Onder minima wordt
                            verstaan iedere inwoner van de gemeente Aalburg met een inkomen tot 120
                            % van de voor hun geldende bijstandsnorm”.</al><al>De voorzieningen voor minima kunnen als volgt uitgesplitst worden:2.1
                            Algemeen2.2 Chronisch zieken, gehandicapten en ouderen2.3 Bijzondere
                            bijstand noodzakelijke kosten2.4 Bijzondere bijstand medische kosten 2.5
                            Deelname sociaal culturele activiteiten2.6 Schuldhulpverlening2.7
                            Langdurigheidstoeslag2.8 Collectieve ziektekostenverzekering2.9
                            Kwijtschelding gemeentelijke heffingen </al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><al>Bijzondere bijstandsverlening is een belangrijk onderdeel van het
                                gemeentelijk minimabeleid om de inwoners van Aalburg te ondersteunen
                                in hun financiële positie. De groep minima bestaat uit de
                                bijstandscliënten en overigen met een laag inkomen bijv. personen
                                met een arbeidsongeschiktheidsuitkering, ook personen met een AOW of
                                andere uitkering op het minimumniveau kunnen worden gerekend tot de
                                minima (tot 120% van de geldende bijstandsnorm).</al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.1.1 Nieuw Sub-paragraaf</tussenkop><al>Naast de “Algemene” bijstand, als inkomensdeel van de Wet Werk
                                    en Bijstand (WWB), die bedoeld is voor de kosten van
                                    levensonderhoud, kan er een beroep gedaan worden op bijzondere
                                    bijstand. Dit kan als er noodzakelijke kosten zijn die anderen
                                    niet hebben.</al><al>Artikel 35 lid 1 WWB geeft aan dat voor bijzondere bijstand in
                                    aanmerking komt: Degene die als gevolg van bijzondere
                                    individuele omstandigheden wordt geconfronteerd met
                                    noodzakelijke bestaanskosten waarin de algemene bijstand niet
                                    voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan.</al><al>Het betreft hier bij uitstek een kwestie van maatwerk. Voor de
                                    verlening van bijzondere bijstand is het geen vereiste dat men
                                    algemene bijstand krachtens de Wet Werk en Bijstand ontvangt.
                                    Ook degene die uit een andere bron dan de Wet Werk en Bijstand
                                    een inkomen heeft op of iets boven minimumniveau, kan een beroep
                                    doen op bijzondere bijstand.</al><al>Kosten in het kader van de bijzondere bijstand kunnen
                                    bijvoorbeeld medische kosten zijn, zoals een bril of steunzolen.
                                    Maar ook voor bijzondere woonlasten, kosten van kinderopvang of
                                    bepaalde vormen van scholing. In dit hoofdstuk staan vele
                                    producten genoemd waarvoor bijzondere bijstand aangevraagd kan
                                    worden. Toch is dit nog geen volledige opsomming. Het is altijd
                                    mogelijk om op grond van persoonlijke omstandigheden te
                                    individualiseren. Er kan altijd een individuele situatie zijn
                                    waarin men plotseling voor hoge kosten komt te staan.
                                    bijvoorbeeld door ziekte of handicap, of door onvoorziene
                                    gebeurtenissen. Voor de vaststelling van de bedragen van de
                                    voorzieningen bijzondere bijstand is uitgegaan van de
                                    “Prijzengids 2007-2008" van het NIBUD.</al><al>De afgelopen 3 jaren is slechts sprake geweest van minimale
                                    aanpassingen. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.1.2 De aanvraag</tussenkop><al>Om voor bijzondere bijstand in aanmerking te komen, moet er een
                                    aanvraag ingediend worden bij de afdeling Sociale Zaken van de
                                    gemeente waar men woont. Artikel 43 lid 1 WWB bepaalt:“Het
                                    college stelt het recht op bijstand op schriftelijke aanvraag
                                    of, indien een schriftelijke aanvraag niet mogelijk is,
                                    ambtshalve vast”.Als er sprake is van een bijstandsuitkering,
                                    zijn de meeste gegevens bekend en kan de aanvrager gebruik maken
                                    van een zogenoemde verkorte aanvraagprocedure. Als de gegevens
                                    van de aanvrager niet bekend zijn zal er een inlichtingen /
                                    vragenformulier volledig moeten worden ingevuld en dienen er
                                    bewijsstukken van het inkomen en vermogen te worden overgelegd
                                    (plus overige bewijsstukken zoals een geldig
                                    identiteitsbewijs).</al><al>De bijzondere kosten moeten door betrokkene aangetoond worden
                                    door de afgifte van de originele bewijsstukken. Een leverancier
                                    kan een voorlopige rekening (pro forma nota) afgeven en deze kan
                                    dan bij de aanvraag gevoegd worden.Bijzondere bijstand dient
                                    aangevraagd te worden voordat de kosten gemaakt zijn. Dit met
                                    het oog op een adequate beoordeling van de noodzaak van de te
                                    maken kosten en de bijstandsbehoeftigheid. Indien het voor de
                                    aanvrager aantoonbaar niet mogelijk is om voor bepaalde kosten
                                    bijzondere bijstand aan te vragen voordat de kosten gemaakt zijn
                                    dan dient de aanvraag ingediend te worden binnen 1 maand nadat
                                    de aanvrager bekend is geworden met de betreffende kosten.Als
                                    het bedrag van de noodzakelijke kosten lager is dan € 25,--
                                    wordt geen aanvraag ingenomen. Aan de belanghebbende wordt in
                                    een dergelijk geval verzocht om een aantal uitgaven posten bij
                                    elkaar te sparen en pas een aanvraag in te dienen op het moment
                                    dat het totaalbedrag meer is dan € 25,--. Dit verlengt wel de
                                    termijn voor het indienen van een aanvraag. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.1.3 Draagkracht uit inkomen</tussenkop><al>Op grond van artikel 35 lid 1 WWB, hebben burgemeester en
                                    wethouders in het kader van de bijzondere bijstand eigen
                                    beleidsvrijheid in de vaststelling van de draagkracht van de
                                    belanghebbende. De vrijlatingsbepalingen op grond van artikel 34
                                    WWB (vermogen) zijn daarom niet verplicht van toepassing op de
                                    bijzondere bijstand. De wet geeft de gemeente dus meer
                                    bevoegdheden dan de Abw. Ook de vaststelling van de draagkracht
                                    in het inkomen van belanghebbende is een bevoegdheid van de
                                    gemeente. In de voorgaande jaren is dikwijls de klacht gehoord
                                    dat in het kader van de bijzondere bijstand uitsluitend wordt
                                    uitgegaan van de hoogte van het inkomen. Immers mensen met een
                                    inkomen iets hoger dan het minimum, krijgen minder huurtoeslag
                                    en krijgen geen kwijtschelding gemeentelijke belastingen, Voor
                                    deze groep wordt het redelijk geacht dat met een lager inkomen
                                    rekening wordt gehouden. Echter, in Aalburg is de grens voor
                                    bijzondere bijstand gelegd op een inkomen tot 120 % van de
                                    geldende bijstandnorm. Tot die grens is er geen draagkracht. Bij
                                    hogere inkomens wordt slechts rekening gehouden met een deel van
                                    de draagkracht, hetgeen is weergegeven in onderstaand schema.
                                    Hiermede wordt het niet verkrijgen van inkomensondersteunende
                                    verstrekkingen bij hogere inkomens gecompenseerd. Voor 2007-2010
                                    is besloten om het beleid, geschreven in de nota beleidsregels
                                    bijzondere bijstand ten aanzien van de vaststelling van de
                                    draagkracht te continueren. Dit betekent het volgende: Een deel
                                    van het inkomen dat hoger ligt dan de geldende bijstandsnorm
                                    wordt dan bestempeld als “draagkracht” en zal in mindering
                                    worden gebracht op de verstrekking.De percentages van de
                                    draagkrachtberekening zijn als volgt:Tot 120% van de geldende
                                    bijstandsnorm geen draagkrachtvan 120% tot 150% ,, ,, 35% van
                                    dit meerdere.Meer dan 150% ,, ,, 100% van dit meerdere.Bij
                                    woonkostentoeslagen, kosten van begrafenis of crematie, kosten
                                    van opname in een inrichting of detentie en de bijdrage in de
                                    aflossingen van noodzakelijke leningen, tellen de regels van de
                                    draagkrachtberekeningen niet. Het gehele bedrag hoger dan de
                                    bijstandsnorm wordt dan in mindering gebracht. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.1.4 Draagkracht uit vermogen</tussenkop><al>Naast de draagkracht is het vermogen van belang. Tot een bepaald
                                    vermogen, het zogenaamde vrij te laten vermogen, behoeft
                                    hiermede geen rekening te worden gehouden. Het buiten
                                    beschouwing te laten vermogen genoemd in artikel 34 lid 2 en 3
                                    WWB is: - voor gehuwden € 10.490,00- voor een alleenstaande
                                    ouder € 10.490,00- voor een alleenstaande €
                                    5.245,00(bijstandsnormen per 1 juli 2007)</al><al>Voor personen van 65 jaar en ouder geldt een extra vrijlating
                                    van maximaal € 3000,-- per persoon voor alle in deze nota
                                    opgenomen voorzieningen.</al><al>Personen van 65 jaar en ouder met vermogen in eigen woning
                                    kunnen in aanmerking komen voor de maaltijdvoorziening. Voor de
                                    overige verstrekkingen in het kader van het Armoedebeleid komen
                                    zij niet in aanmerking met een vermogen in eigen woning boven de
                                    in WWB artikel 34 vrijgelaten vermogensgrenzen. Het vrijgelaten
                                    vermogen in de woning per 1 januari 2007 bedraagt €
                                    44.300,--.</al><al/><tussenkop> Sub-paragraaf 2.1.5 Drempelbedrag</tussenkop><al>In artikel 35 lid 2 WWB kunnen burgemeester en wethouders
                                    bijzondere bijstand weigeren indien de kosten van de bijzondere
                                    bijstand binnen twaalf maanden een bedrag van € 115,-- niet te
                                    boven gaan. Deze bepaling is in de wet opgenomen om zgn.
                                    'kruimelvoorzieningen' tegen te gaan. Vanaf 1996 wordt in de
                                    gemeente Aalburg het drempelbedrag niet meer in mindering
                                    gebracht op de bijzondere bijstand. Dit beleid wordt voortgezet.
                                </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.1.6 Voorliggende voorzieningen</tussenkop><al>De Wet Werk en Bijstand is het sluitstuk van het sociale
                                    zekerheidsstelsel. Daarom moet altijd worden nagegaan of
                                    toereikende hulp kan worden geboden via een voorziening, die aan
                                    de Wet Werk en Bijstand voorafgaat, een zogenaamde voorliggende
                                    voorziening. Artikel 6 sub f Wet Werk en Bijstand spreekt in dit
                                    verband van:“Elke voorziening buiten de Wet Werk en Bijstand
                                    waarop de belanghebbende aanspraak kan makenof een beroep kan
                                    doen ter verwerving van middelen of ter bekostiging van
                                    specifieke uitgaven”.Belanghebbenden dienen eerst de
                                    voorliggende voorziening aan te vragen. Al bij het eerste
                                    contact te onderzoeken of er een voorliggende voorziening
                                    aanwezig is. Zo ja dan dient deze eerst te worden aangevraagd
                                    voordat bijzondere bijstand aangevraagd kan worden. Zo gaat de
                                    huurtoeslag altijd boven een woonkostentoeslag zoals de
                                    bijzondere bijstand die kent. Voor medische kosten zal altijd
                                    eerst een verzoek bij de ziektekostenverzekeraar moeten worden
                                    ingediend. Op de medische kosten waarvoor de
                                    ziektekostenverzekeraars geen vergoeding verstrekken, zal in de
                                    regel ook de bijzondere bijstand niet van toepassing zijn. Wel
                                    komen de eigen bijdragen voor vergoeding in aanmerking. Zie ook
                                    de uitgebreide tekst onder “medische dienstverlening”, verder in
                                    dit hoofdstuk.Er is pas sprake van een voorliggende voorziening
                                    als men daar daadwerkelijk gebruik van kan maken. Wanneer door
                                    eigen toedoen geen gebruik is gemaakt van een voorliggende
                                    voorziening en dit ook niet meer mogelijk is, dan geldt in veel
                                    gevallen dat sprake zal zijn van tekortschietend besef van
                                    verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Dit zal
                                    echter door een individuele overweging moeten komen vast te
                                    staan. Om te kunnen beoordelen wat de noodzakelijke kosten zijn,
                                    wordt gebruikt gemaakt van de NIBUD Prijzengids 2007-2008. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Chronisch zieken, gehandicapten</titel></kop><structuurtekst><al>InleidingVerlening van categoriale bijzondere bijstand aan personen
                                jonger dan 65 jaar is in beginsel niet mogelijk. Op deze regel is
                                een uitzondering gemaakt, namelijk voor de groep chronisch zieken en
                                gehandicapten onder de 65 jaar kan een categoriale regeling worden
                                getroffen. Dat wil zeggen dat zonder maatwerk voor een groep wordt
                                bepaald dat zij nader te benoemen kosten hebben waar in de algemene
                                bijstand niet voorziet en die de draagkracht te boven gaan. Die
                                kosten moeten wel verband houden met ziekte of handicap. Bovendien
                                zal men wel aan de gestelde inkomens- en vermogenscriteria moeten
                                voldoen.</al><al>De gemeente Aalburg verstrekt aan de chronisch zieken en
                                gehandicapten categoriale bijzondere bijstand ten bedrage van €
                                200,-- per jaar te verstrekken. Dit staat beschreven bij het kopje
                                verborgen kosten (2.2.4.) </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.2.1 Voorliggende voorzieningen en tegemoetkomingen</tussenkop><al>Voorliggende voorzieningen:Artikel 15 lid 1 WWB bepaalt dat geen
                                    recht op bijstand bestaat voor zover een beroep kan worden
                                    gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en
                                    doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend
                                    te zijn. Bij de verlening van bijzondere bijstand aan chronisch
                                    zieken en gehandicapten zijn met name de Algemene Wet Bijzondere
                                    Ziektekosten (AWBZ) en de Zorgverzekeringswet als voorliggende
                                    voorziening van belang.</al><al>Tegemoetkomingen:Vanaf 1 januari 2004 zijn de mogelijkheden om
                                    gebruik te maken van de fiscale buitengewone uitgavenaftrek (BU)
                                    aanzienlijk verruimd voor mensen met een laag inkomen. Tevens is
                                    er een regeling gekomen, het Tijdelijk Besluit Tegemoetkoming
                                    buitengewone uitgaven TBU), die erin voorziet dat
                                    niet-verzilverbare buitengewone uitgaven aan betrokkenen worden
                                    uitbetaald. De BU/TBU kan via de Belastingdienst worden
                                    aangevraagd.</al><al>In beginsel is het mogelijk dat voor feitelijke kosten in
                                    verband met chronische ziekte en handicap zowel een beroep kan
                                    worden gedaan op de bijzondere bijstand als op de BU/TBU. De BU
                                    heeft wel een drempelbedrag. Onder buitengewone uitgaven worden
                                    verstaan uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling,
                                    o.a.</al><al>- Uitgaven voor genees-, heel- en verloskundige hulp met
                                    inbegrip van farmaceutische en andere hulpmiddelen en vervoer.
                                    Hieronder vallen bijvoorbeeld ook de betaalde
                                    ziektekostenpremies (werkgevers- en werknemersdeel, nominale en
                                    aanvullende premies);- Uitgaven voor extra gezinshulp;- Uitgaven
                                    wegens een dieet;- Extra uitgaven voor kleding en beddengoed;-
                                    Uitgaven voor reizen in verband met het regelmatig bezoeken van
                                    langer dan een maand verpleegde personen uit het eigen
                                    huishouden. - Medische hulpmiddelen (inclusief medicijnen);-
                                    Vervoer (met uitzondering van vervoer voor ziekenbezoek);- Eigen
                                    bijdragen voor verblijf in een AWBZ-instelling voor 25%;- Eigen
                                    bijdrage extramurale AWBZ. Een cliënt kan bij de gemeente
                                    terecht voor bijzondere bijstand voor de kosten in verband met
                                    een chronische ziekte of handicap. Als er voor de feitelijke
                                    kosten bijzondere bijstand is verleend, kan er geen beroep door
                                    de cliënt worden gedaan op de BU/TBU. De gemeenten worden
                                    gecompenseerd voor het bedrag aan bijzondere bijstand dat zij
                                    zonder dit besluit zouden hebben kunnen verrekenen met de
                                    BU/TBU. Hiervoor is € 11 miljoen toegevoegd aan het bedrag voor
                                    de bijzondere bijstand in het Gemeentefonds. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.2.2 Doelgroep</tussenkop><al>- Personen met een ernstige handicap of aandoening zijn vaak
                                    niet in staat om te werken, daardoor bevinden ze zich in een
                                    ongunstiger financiële situatie. Deze groep ontvangt een
                                    bijstands- of een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Uit onderzoek
                                    blijkt dat volledige arbeidsongeschiktheid (80-100%) een
                                    kostenhogend effect kan hebben. Niet alleen de aard van de
                                    problematiek speelt hierbij een rol, ook het feit dat een groot
                                    deel van deze mensen (langdurig) uitgesloten is van de
                                    arbeidsmarkt en de kans op positieverbetering in de toekomst
                                    klein is, heeft invloed op het bestedingsniveau (ziekteduur).
                                    Voor onze doelgroep geldt dat geen arbeidsmedisch onderzoek meer
                                    hoeft plaats te vinden- WMO’ers jonger dan 65jaar zelfstandig
                                    wonend met een voorziening in de vorm van een rolstoel, traplift
                                    enz. is een aanvaarde doelgroep. Zij hebben een medische
                                    indicatie voor deze voorziening en hebben extra kosten in
                                    verband met kledingslijtage, extra waskosten enz. - Personen die
                                    langdurige thuiszorg hebben. Dit zijn over het algemeen ouderen.
                                    Vanaf 2004 worden zij geconfronteerd met een hogere eigen
                                    bijdrage waar geen vergoeding tegenover staat.- Personen met een
                                    bijstandsuitkering (WWB/IOAZ/IOAW) die volledig
                                    arbeidsongeschikt zijn en waarvan de arbeidsongeschiktheid
                                    langdurig isGemeente Aalburg
                                    AantalArbeidsongeschiktheidsuitkeringen (80%-100%' 100WMO jonger
                                    dan 65 jaar 120Cliënten zorgaanbieders 40Bijstandscliënten
                                    5Totaal doelgroep 265 </al><al>In bovenstaande doelgroep zit wel overlap, personen met WAO,
                                    bijstandsuitkering en thuiszorg kunnen ook een voorziening in
                                    het kader van de WMO hebben. De verwachting is dat ongeveer 160
                                    personen een beroep zullen doen op de regeling chronisch zieken
                                    en gehandicapten.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.2.3 Leeftijd</tussenkop><al>Onze keuze is dat over het algemeen personen tussen de 23 en 65
                                    jaar aanspraak kunnen maken op de toeslag. Alleen voor de
                                    ouderen met langdurige thuiszorg is een uitzondering gemaakt
                                    deze ouderen kunnen ook in aanmerking komen voor de bijdrage
                                    chronisch zieken en gehandicapten.Voor de groep 65-plussers is
                                    een regeling ouderen opgenomen. Zij kunnen aanspraak maken op €
                                    125,-- per persoon via de bijdrageregeling en op de regeling
                                    duurzame gebruiksgoederen van € 250,-- voor een alleenstaande en
                                    € 300,-- voor een echtpaar zonder dat noodzaak en de besteding
                                    moet worden aangetoond.</al><al/><tussenkop> Sub-paragraaf 2.2.4 Verborgen kosten</tussenkop><al>Mensen met een chronische ziekte of handicap en ouderen hebben
                                    als gevolg van hun omstandigheden vaak méérkosten, die niet of
                                    slechts gedeeltelijk door andere regelingen worden vergoed. Het
                                    gaat dan vooral om de zogenaamde “verborgen” kosten. Beperkte
                                    mobiliteit en/of verminderde energie noodzaken betrokkenen tot
                                    het inroepen van hulp en dienstverlening van familie, buren,
                                    vrienden of andere vrijwilligers.</al><al>Bij verborgen kosten moet bijvoorbeeld gedacht worden aan:-
                                    hogere telefoon- en portikosten i.v.m. het regelen van
                                    aangelegenheden rondom de beperking of ziekte;- extra kosten in
                                    verband met voedingsmiddelen;- extra kosten in verband met
                                    energieverbruik;- extra kledingslijtage;- verhoogde
                                    (risico)premies;- extra kosten in verband met klusjes rondom
                                    huis;- lidmaatschapskosten van belangenverenigingen en/of
                                    patiëntenorganisaties. In de regeling bijzondere bijstand aan
                                    Chronisch zieken en Gehandicapten vastgesteld in 2004 is
                                    besloten om € 200,-- te verstrekken aan de doelgroep chronisch
                                    zieken en gehandicapten voor de verborgen kosten. Er hoefden
                                    hiervoor geen bonnetjes te worden overgelegd. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.2.5 Aanvraag</tussenkop><al>Categoriale bijzondere bijstand dient te worden aangevraagd. De
                                    aanvraag dient zo eenvoudig mogelijk te zijn voor de cliënt (om
                                    niet-gebruik tegen te gaan) en voor de uitvoerder (om de
                                    uitvoeringstaken zo beperkt mogelijk te laten blijven).</al><al>Van de aanvrager, die géén bijstand ontvangt worden de inkomsten
                                    steekproefsgewijs gecontroleerd. Op verzoek dient ingeleverd te
                                    worden: - laatste bankafschrift; - laatste salarisstrook.</al><al>Aan personen met een WMO voorziening en de arbeidsongeschikte
                                    bijstandsgerechtigden zal een aanvraagformulier toegezonden
                                    worden.Voor de overigen wordt op de gemeentepagina in het
                                    Kontakt een aanvraag gepubliceerd met vermelding van inkomens-
                                    en vermogensnormen. Wanneer de cliënt kan aantonen dat de
                                    ziektegerelateerde uitgaven hoger zijn dan de categoriale
                                    vergoeding, vindt een individuele beoordeling plaats van de
                                    situatie. We zullen niet alleen de kosten hierin betrekken, maar
                                    ook de noodzaak ervan en de voorliggende voorzieningen. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.2.6 Bijzondere bijstand chronisch zieken en gehandicapten</tussenkop><al>De bijzondere bijstand voor verborgen kosten ad € 200,-- ten
                                    aanzien van de onder 2.2.2 genoemde doelgroep chronisch zieken,
                                    gehandicapten zal gecontinueerd worden. Er dient te worden
                                    gezorgd voor een groter bereik van de doelgroep.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Ouderen</titel></kop><structuurtekst><al>Op grond van artikel 35 lid 3 WWB kan aan personen van 65 jaar en
                                ouder categoriale bijzondere bijstand worden verstrekt. Personen van
                                65 jaar en ouder komen niet in aanmerking voor een
                                langdurigheidstoeslag. In aanmerking komen degenen die een inkomen
                                hebben tot maximaal 120% van de voor hen geldende bijstandsnorm. De
                                hoogte van het bedrag dat wordt uitgekeerd is afhankelijk van de
                                samenstelling van de gezinssituatie, en is als volgt vastgesteld:- €
                                250,-- per jaar voor een alleenstaande;- € 300,-- per jaar voor
                                gehuwden.</al><al>Verhoudingsgewijs heeft een alleenstaande meer kosten dan de helft
                                van gehuwden.</al><al/><tussenkop> Sub-paragraaf 2.3.1 De aanvraag</tussenkop><al>Er is een apart aanvraagformulier ontwikkeld. Bij deze
                                    voorziening geldt ook dat individueel aangevraagd moet
                                    worden.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.3.2 Categoriale bijzondere bijstand voor personen van 65 jaar en
                                    ouder</tussenkop><al>Het verstrekken van categoriale bijzondere bijstand aan personen
                                    van 65 jaar en ouder, ten bedrage van € 250,-- voor een
                                    alleenstaande en € 300,-- voor gehuwden mogelijk te maken.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Bijzondere bijstand noodzakelijke kosten</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.1 Kleding</tussenkop><al>De normale aanschaf / vervanging van kleding behoort tot de
                                    algemeen noodzakelijke kosten van bestaan. Dit geldt zowel voor
                                    confectie- als maatkleding. Een afwijkende lichaamsbouw (bv.
                                    dwerggroei) is op zich geen aanleiding voor bijstandsverlening.
                                    Bijzondere omstandigheden die aanleiding geven tot plotselinge
                                    vervanging van de garderobe kunnen wel aanleiding zijn tot
                                    bijstandsverlening, bijvoorbeeld wanneer betrokkene vanwege
                                    ziekte of gebrek een andere garderobe moet aanschaffen vanwege
                                    een plotseling sterk gewijzigde lichaamsomvang. Wanneer het
                                    gewichtsverlies deel uitmaakt van een al dan niet op medisch
                                    advies gevolgd dieet, is er geen sprake van bijzondere
                                    omstandigheden. De wijziging van de garderobe vindt in deze
                                    gevallen immers geleidelijk plaats. Een bijzondere omstandigheid
                                    kan tevens voorkomen bij brand. Per persoon is dan naast de
                                    gedragen kleding nog een set kleding nodig. Op grond van het
                                    gemeentelijk beleid kan een kledingset worden vergoed. Voor 2007
                                    zijn de vergoedingsbedragen vastgesteld op een maximaal bedrag
                                    van € 175,00 voor een kind en € 300,00 voor een volwassene. Deze
                                    bedragen zijn afgeleid van de bedragen genoemd in de NIBUD
                                    Prijzengids 2007/2008. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.2 Schoeisel</tussenkop><al>Voor orthopedische of speciale schoenen geldt als algemene regel
                                    dat wanneer de ziektekostenverzekeraar geen vergoeding verstrekt
                                    er ook geen vergoeding mogelijk is via de gemeente. Indien de
                                    ziektekostenverzekeraar de noodzakelijkheid heeft vastgesteld en
                                    de kosten gaat vergoeden kan het mogelijk zijn dat de cliënt een
                                    eigen bijdrage moet betalen. Deze eigen bijdrage komt in dat
                                    geval wel voor bijzondere bijstand in aanmerking, rekening
                                    houdend met de kosten die men normaal voor aanschaf van een paar
                                    schoenen moet maken. De gebruikelijke kosten bedragen € 55,00
                                    per paar en moeten in mindering gebracht worden op de eigen
                                    bijdrage. Per jaar kunnen twee paar schoenen worden aangeschaft.
                                </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.3 Overbruggingsuitkering</tussenkop><al>Een overbruggingsuitkering kan in de volgende situaties
                                    noodzakelijk zijn:• als toeslag voor voormalig alleenstaande
                                    ouders;• 1e huurlasten bij vestiging in de gemeente waarbij ook
                                    recht is op een WWB-uitkering;• voor het eerst in een
                                    WWB-uitkering.</al><al>Toeslag voormalige alleenstaande ouders.</al><al>Indien er sprake is van een inkomensachteruitgang doordat het
                                    laatste in de bijstandsnorm begrepen kind 18 jaar wordt en het
                                    recht op kinderbijslag vervalt, kan een overbruggingstoeslag
                                    worden verleend welke bij aanvang wordt bepaald op het verschil
                                    tussen de oude en de nieuwe situatie, volgens onderstaand
                                    model:</al><al>- norm oude situatie bij: vakantietoeslag Kinderbijslag (per
                                    maand) A- norm nieuwe situatie bij: vakantietoeslag Inkomen kind
                                    (bijv. WSF, arbeid, etc.) B</al><al>De overbruggingstoeslag is het verschil tussen A en B. Om de
                                    uitvoering eenvoudig te houden wordt de toeslag eenmalig
                                    vastgesteld en wordt geen rekening gehouden met tussentijdse
                                    wijzigingen, behoudens beëindiging van de uitkering of wanneer
                                    het kind niet meer tot het huishouden behoort. Afbouw van de
                                    overbruggingstoeslag voormalig alleenstaande ouders vindt plaats
                                    na 18 maanden naar 50%. De toeslag duur maximaal 36
                                    maanden.</al><al>1e huurlasten bij vestiging in de gemeente waarbij ook recht is
                                    op een WWB-uitkering.</al><al>Bij vestiging in deze gemeente vanuit een WWB-uitkeringssituatie
                                    of vluchtelingen met recht op een WWB-uitkering wordt bijzondere
                                    bijstand voor 1e huurlasten verleend. Deze wordt verleend in de
                                    vorm van leenbijstand en wordt verrekend met het gereserveerde
                                    vakantiegeld bij beëindiging van de WWB-uitkering.</al><al>Voor het eerst in de uitkering.</al><al>De periodieke bijstandsuitkering wordt maandelijks achteraf
                                    betaalbaar gesteld. Indien de eerste periode tot de uitbetaling
                                    niet is te overbruggen, omdat er geen reserve is en er sprake is
                                    van een gewijzigd betaalritme (betaling salaris in het begin van
                                    de maand, terwijl de daarop volgende uitkering achteraf wordt
                                    betaald), dan kan er een of overbruggingsuitkering “om niet”
                                    worden verstrekt.</al><al>Indien sprake is van een tekortschietend besef van
                                    verantwoordelijkheid (bijvoorbeeld bij detentie) wordt de
                                    overbruggingsuitkering betaald als lening en zal deze
                                    terugbetaald moeten worden.</al><al>De maximale bedragen hiervoor zijn per 1-9-2007 voor een:
                                    alleenstaande € 400,00 alleenstaande ouder € 530,00 echtpaar €
                                    590,00 </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.4 Aanschaf/vervanging duurzame gebruiksgoederen</tussenkop><al>Met de invoering van de Wet Werk en Bijstand per 1 januari 2004
                                    is de mogelijkheid tot het verstrekken van categoriale
                                    bijzondere bijstand voor personen tussen 23 en 65 jaar komen te
                                    vervallen (met uitzondering van de categorie chronisch en
                                    gehandicapten).</al><al>Vanaf 2004 heeft de gemeente Aalburg een regeling bijzondere
                                    bijstand vastgesteld voor de aanschaf/vervanging van duurzame
                                    gebruiksgoederen. Bij duurzame gebruiksgoederen kan bijvoorbeeld
                                    gedacht worden aan een koelkast, wasmachine of meubilair. Om
                                    voor bijzondere bijstand voor vervanging van duurzame
                                    gebruiksartikelen in aanmerking te komen dient een aanvrager te
                                    voldoen aan de volgende voorwaarden:</al><al>1. Er dient gedurende minstens drie jaar voorafgaande aan de
                                    datum van aanvraag sprake te zijn van een bijstandsuitkering of
                                    een inkomen net iets boven bijstandsniveau (tot 120% van de
                                    bijstandsnorm)2. Het vermogen mag niet hoger zijn dan € 5.245,00
                                    (alleenstaanden) en € 10.490,00 (alleenstaande ouders en
                                    gehuwden)3. De aanschaf van een duurzaam gebruiksartikel dient
                                    aangetoond te worden middels het overleggen van bewijsstukken
                                    c.q. betalingsbewijzen4. Reservering voor deze kosten is niet
                                    noodzakelijkVoor het vervangen van duurzame gebruiksartikelen
                                    geldt als richtlijn een maximumbedrag van€ 250,00 per jaar voor
                                    een eenpersoonshuishouden en € 300,-- voor een
                                    meerpersoonshuishouden.</al><al>De bijzondere bijstand voor een duurzaam gebruiksgoed kan worden
                                    verleend in de vorm van een knipkaart. Als de knipkaart
                                    toegekend is dan volstaat het inzenden van een eenvoudig
                                    declaratieformulier of een nota van het gebruiksgoed. Het tegoed
                                    mag twee jaar gereserveerd blijven staan. In tweede jaar wordt
                                    het tegoed verhoogd met de volgende toekenning, als de cliënt
                                    nog aan de voorwaarden voldoet. Op deze manier kunnen duurdere
                                    huishoudelijke artikelen (bijv. wasmachine of bankstel)
                                    aangeschaft kan worden. Totaal kan besteed/gereserveerd worden
                                    in drie jaren € 750,-- voor een alleenstaande en € 900,-- voor
                                    een echtpaar.Er wordt hierbij niet gekeken of iemand een bedrag
                                    heeft ontvangen ten aanzien van de langdurigheidtoeslag. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.5 Maaltijdvoorziening</tussenkop><al>“Tafeltje Dekje” verzorgt voor een aantal mensen in Aalburg de
                                    maaltijdvoorziening. Door gebruik te maken van”Tafeltje Dekje”
                                    zijn ouderen in het algemeen in staat langer zelfstandig te
                                    blijven wonen. De maaltijdvoorziening is bedoeld voor ouderen
                                    boven de 55 jaar, die door ziekte en/of andere omstandigheid
                                    niet meer voor zichzelf kunnen koken, en is in bijzondere
                                    gevallen ook te benutten voor mensen jonger dan 55 jaar. Bij een
                                    inkomen van 120% van het sociaal minimum komt men voor een
                                    bijdrage in aanmerking. Maximaal worden 5 maaltijden per week
                                    verstrekt.</al><al>Nadat door het Zorgloket de noodzakelijkheid vastgesteld heeft
                                    dat gebruik gemaakt wordt van de diensten van “Tafeltje Dekje”
                                    kan bijzondere bijstand worden aangevraagd. De eventuele
                                    vergoeding is de helft van de kosten voor een warme maaltijd of
                                    diepvriesmaaltijd. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.6 Jongerentoeslag</tussenkop><al>Jongeren tussen de 18 en 21 jaar die om bijzondere reden geen
                                    dienstbetrekking hebben en ook geen ander inkomen hebben, kunnen
                                    een beroep doen op een bijstandsuitkering. Deze bijstand wordt
                                    verstrekt als algemene bijstand (de norm voor een
                                    18-jarige).</al><al>Als deze bijstandsnorm niet voldoende is voor de algemeen
                                    noodzakelijke bestaanskosten dan zal er een beroep op de ouders
                                    gedaan moeten worden om dit aan te vullen. Als de ouders niet
                                    kunnen voldoen aan de onderhoudplicht omdat de middelen van de
                                    ouders niet toereikend zijn of omdat de jongere redelijkerwijs
                                    zijn onderhoudsrecht ten opzichte van zijn ouders niet te gelde
                                    kan maken kan er een toeslag worden verstrekt in de vorm van
                                    aanvullende bijzondere bijstand.</al><al>Ten aanzien van zelfstandig wonende jongeren geldt dat de
                                    aanvullende bijzondere bijstand wordt vastgesteld op het
                                    verschil tussen de bijstand (inclusief toeslagen en verlagingen)
                                    voor een 18-jarige en de norm voor een alleenstaande van 21 jaar
                                    en ouder.</al><al>Voor een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar wordt bij de
                                    bepaling van de hoogte van de toeslag aangesloten bij de
                                    bijstandsuitkering die geldt voor een alleenstaande ouder van 21
                                    jaar en ouder. Dit, om te voorkomen dat een jonge alleenstaande
                                    ouder in financiële problemen raakt.</al><al>In een thuiswonende situatie kan er geen sprake zijn van hogere
                                    algemene bestaanskosten dan die waarin de basisnorm voorziet.
                                    Daarom gaat het bij het verstrekken van een toeslag om
                                    zelfstandig wonende jongeren en dient beoordeeld te worden of
                                    het zelfstandig wonen van de jongere noodzakelijk is. Woont de
                                    jongere op het moment van de aanvraag reeds een jaar of langer
                                    zelfstandig, dan staat de noodzakelijkheid van het zelfstandig
                                    wonen vast. In alle andere gevallen dient de noodzaak op grond
                                    van de individuele omstandigheden te worden beoordeeld.</al><al>Nadat de noodzakelijkheid van de kosten is vastgesteld, wordt
                                    bekeken of het onderhoudsrecht te gelde kan worden gemaakt. Een
                                    jongere kan bijvoorbeeld geen onderhoudsrecht te gelde maken
                                    wanneer:</al><al>- er sprake is van een ernstig verstoorde relatie met de
                                    ouders;- de ouders geen of onvoldoende draagkracht hebben, of:-
                                    de jongere alleen of samen met een partner, de zorg heeft voor
                                    één of meer kinderen; - beide ouders overleden zijn.</al><al>De bijzondere bijstand ter aanvulling op de rijksnorm dient,
                                    voor zover mogelijk, op grond van artikel 61 WWB door de
                                    gemeente op de onderhoudsplichtige ouders te worden verhaald.
                                    Van verhaal wordt afgezien indien het instellen van verhaal zou
                                    leiden tot een ongewenste ontwrichting van de gezinssituatie dan
                                    wel zou leiden tot ongewenste gevolgen voor de betreffende
                                    jongere. Een indicatie van een hulpverlenende instantie dient
                                    hieraan ten grondslag te liggen. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.7 Huishoudelijke verzorging.</tussenkop><al>Voor huishoudelijke hulp kan men terecht bij de verschillende
                                    thuiszorgorganisaties. Het Zorgloket stelt de noodzakelijkheid
                                    van de huishoudelijke hulp vast.Voor de kosten van
                                    huishoudelijke verzorging is een eigen bijdrage verschuldigd,
                                    afhankelijk van het inkomen. Deze eigen bijdrage komt voor
                                    bijzondere bijstand in aanmerking indien sprake is van een norm
                                    inkomen op minimumniveau. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.8 Kosten woninginrichting en/of huisraad.</tussenkop><al>Algemeen:</al><al>De algemeen noodzakelijke kosten van bestaan dienen in beginsel
                                    te worden bestreden uit eigen middelen (inkomen en vermogen).
                                    Dit geldt ook voor de aanschaf, vervanging of reparatie van
                                    noodzakelijke gebruiksgoederen met een duurzaam karakter, zoals
                                    een wasmachine, meubels, inrichtingskosten, babyuitzet.</al><al>Indien de belanghebbende tenminste beschikt over een inkomen op
                                    het niveau van het sociaal minimum, kan 5% van het inkomen
                                    gereserveerd worden voor noodzakelijke gebruiksgoederen.</al><al>Voorliggende voorzieningen:</al><al>Stadsbank Midden Nederland</al><al>Indien men niet heeft kunnen reserveren dan dient in beginsel te
                                    worden doorverwezen voor een geldlening naar de Kredietbank of
                                    naar een commerciële bank (bij een niet-uitkeringsgerechtigde).
                                    Verwijzing hoeft niet plaats te vinden indien vooraf duidelijk
                                    is dat de Kredietbank geen lening zal verstrekken (zonder een
                                    borgstelling).</al><al>Gespreide betaling achteraf dient in principe plaats te vinden
                                    via een lening bij een bank. Aangezien financiering door middel
                                    van een lening bij duurzame gebruiksgoederen zeer gebruikelijk
                                    is, zal de bijstandsverlening een aanvullende rol moeten blijven
                                    spelen, ook al is er sprake van door bijzondere omstandigheden
                                    veroorzaakte extra noodzakelijke uitgaven. Als er een
                                    voorliggende voorziening benut kan worden dient hiervan gebruik
                                    gemaakt te worden. Slechts indien een lening bij een (krediet)
                                    bank niet mogelijk is kan een beroep worden gedaan op de WWB
                                    (artikel 51 WWB).</al><al>Voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen kan
                                    bijzondere bijstand worden verleend in de vorm van:- borgtocht;-
                                    een geldlening;- een bedrag om niet.</al><al>Indien een aanvraag voor bijzondere bijstand in de kosten van
                                    aanschaf of vervanging van duurzame gebruiksgoederen wordt
                                    ingediend, dienen er wel originele bonnetjes/nota’s en/of
                                    betaalbewijzen te worden overgelegd.</al><al>Wanneer belanghebbende een inkomen heeft hoger dan de van
                                    toepassing zijnde WWB-norm dan gelden de regels van de
                                    draagkrachtberekening niet. Het gehele bedrag hoger dan de
                                    bijstandsnorm wordt in mindering gebracht.</al><al>Voor personen die drie jaar lang reeds een inkomen op
                                    bijstandsniveau of net boven bijstandsniveau (120% van de norm)
                                    hebben geldt een aparte regeling. Hiervoor wordt verwezen naar
                                    paragraaf 2.4.4 (aanschaf vervanging duurzame
                                    gebruiksartikelen)</al><al>Borgstelling/geldlening voor duurzame gebruiksgoederen</al><al>Alvorens de gemeente zelf tot een geldlening overgaat dient vast
                                    te staan dat de belanghebbende de benodigde geldlening niet kan
                                    verkrijgen via de normale kredietverlenende instanties. Artikel
                                    51 WWB biedt de mogelijkheid om bijzondere bijstand te verlenen
                                    in de vorm van een borgstelling. Voor het verlenen van een
                                    borgstelling kan slechts aanleiding zijn wanneer is komen vast
                                    te staan dat zonder tussenkomst van de gemeente als borg, de
                                    lening door de kredietverlenende instantie niet zal worden
                                    verstrekt.</al><al>Onder borgstelling wordt verstaan het sluiten van een
                                    overeenkomst tussen de gemeente Aalburg en de Stadsbank Midden
                                    Nederland, waarbij de gemeente zich verbindt de aflossingen en
                                    bijkomende kosten van de Kredietbank van een belanghebbende te
                                    voldoen, wanneer laatstgenoemde in gebreke blijft. De
                                    borgstelling wordt verleend op basis van bijzondere
                                    bijstand.</al><al>Geldlening door de gemeente</al><al>Indien er geen gebruik kan worden gemaakt van een geldlening bij
                                    kredietverlenende instanties kan er bijzondere bijstand in de
                                    vorm van een geldlening worden verstrekt.</al><al>Indien de kosten/uitgaven niet voorzienbaar zijn geweest en de
                                    mogelijkheden om te reserveren door bijzondere omstandigheden
                                    niet aanwezig waren en de aanschaf van een duurzaam gebruiksgoed
                                    toch noodzakelijk wordt geacht, kan bijzondere bijstand worden
                                    verleend in de vorm van een geldlening. Duurzame
                                    gebruiksgoederen in de vorm van om niet In zeer uitzonderlijke
                                    situaties kan van het bovenstaande worden afgeweken en op grond
                                    van zeer bijzondere omstandigheden bijstand om niet worden
                                    verstrekt. Te denken valt aan situaties waarbij belanghebbende
                                    in een schuldhulpverleningstraject is opgenomen bij de Stadsbank
                                    Midden Nederland.</al><al>Hoogte lening</al><al>Bedragen per 1 september 2007 voor een complete sobere
                                    inrichting:</al><al>- alleenstaande (kamerbewoning) € 2.000,00- alleenstaande
                                    (zelfstandig gehuisvest) € 4.500,00 - gezin van twee volwassenen
                                    € 6.000,00 - plus voor elk volgend gezinslid € 600,00 Bij een
                                    gedeeltelijke inrichting kunnen de bedragen van de Nibud
                                    prijzengids gehanteerd worden. Bij het verstrekken van een
                                    lening of borgstelling dient door de belanghebbende een akte van
                                    schuldbekentenis te worden ondertekend.</al><al>Looptijd geldlening bij de gemeente</al><al>De looptijd van een lening is in beginsel 36 maanden. Na drie
                                    jaren regelmatige en volledige aflossing wordt het restant van
                                    de lening kwijtgescholden.</al><al>Aflossingsregels</al><al>De hoogte van de aflossingsbedragen wordt voor personen met een
                                    inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm (ongeacht de
                                    samenstelling van dit inkomen) vastgesteld op tenminste 5% van
                                    de som van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, inclusief de
                                    geldende gemeentelijke toeslag. Dit komt neer op de volgende
                                    aflossingsbedragen:- alleenstaanden € 40,00 - alleenstaande
                                    ouders € 52,50- gehuwden € 60,00</al><al>Het surplus van het inkomen boven de bijstandsnorm wordt in z’n
                                    geheel aangewend. De totaal door de belanghebbende te betalen
                                    bedragen worden zo vastgesteld dat men ten minste beschikt over
                                    de beslagvrije voet.</al><al>Indien het aflossingsbedrag van de lening bij de Kredietbank
                                    hoger is dan de hierboven genoemde aflossingsbedragen kan er
                                    gedurende de aflossingstermijn extra bijzondere bijstand worden
                                    verleend.</al><al>Premies op grond van het premiebeleid en arbeidskostenvergoeding
                                    worden niet als inkomen aangemerkt. Op grond van artikel 51
                                    tweede lid WWB kunnen de aflossingsbedragen en/of de duur van de
                                    aflossing gewijzigd worden afhankelijk van de omstandigheden van
                                    persoon en gezin</al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.9 Verhuiskosten</tussenkop><al>De kosten verhuizing behoren in beginsel tot de incidenteel
                                    voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan
                                    waarvoor, behoudens bijzondere omstandigheden, geen
                                    afzonderlijke bijstand wordt verstrekt. Men wordt geacht voor
                                    dergelijke kosten te reserveren dan wel een betalingsregeling te
                                    treffen.Wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden en
                                    onvoorzienbare situaties, waardoor reservering niet mogelijk
                                    was, kan bijzondere bijstand worden verleend. Van een
                                    noodzakelijke verhuizing is sprake indien daaraan een medische
                                    of sociale indicatie ten grondslag ligt. Bij een verhuizing om
                                    medische en/of sociale omstandigheden zal in een aantal gevallen
                                    de WMO aangemerkt kunnen worden als voorliggende voorziening.Een
                                    medische noodzaak kan worden vastgesteld naar aanleiding van een
                                    medisch advies van een behandelend specialist of van de
                                    GGD.</al><al>Een eventuele sociale noodzaak dient te worden vastgesteld na
                                    onderzoek door de zorgconsulent. Bij sociale omstandigheden kan
                                    o.a. worden gedacht aan de volgende situaties:</al><al>- na scheiding verhuist belanghebbende naar een andere woning;-
                                    er is sprake van een onhoudbare woonsituatie.</al><al>Bijzondere bijstand vergoedt de goedkoopste toereikende
                                    oplossing. Waar men de gelegenheid heeft om de verhuizing zelf
                                    te regelen (bv. met inschakeling van familie of kennissen) kan
                                    worden volstaan met de huur van een busje en een
                                    kilometervergoeding. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan
                                    inschakeling van een verhuisbedrijf nodig zijn. Dit dient altijd
                                    vooraf beoordeeld te worden door de gemeente.</al><al>Verhuizing naar een andere gemeente: Algemeen uitgangspunt is
                                    dat de vertrekgemeente de noodzakelijke verhuiskosten vergoedt
                                    en de nieuwe gemeente de inrichtingskosten beoordeelt.Bij
                                    noodzakelijke verhuizing is veelal sprake van een periode waarin
                                    voor twee woningen woonlasten verschuldigd zijn. Deze periode
                                    dient zo kort mogelijk te worden gehouden. Soms heeft men echter
                                    te maken met opzegtermijnen en met een periode om de verhuizing
                                    te regelen. Een acceptabele periode om de nieuwe woning te
                                    betrekken is maximaal 3 weken. Voor de overlappende periode kan
                                    bijzondere bijstand worden verstrekt voor de huur (incl.
                                    administratiekosten) van de nieuwe woning. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.10 Woonkostentoeslagen</tussenkop><al>Huurtoeslag</al><al>Wanneer iemand een woning huurt bestaat er onder bepaalde
                                    voorwaarden recht op een bijdrage in de huur. Tot en met 2005
                                    werd deze bijdrage in de vorm van huursubsidie verstrekt door
                                    het Ministerie van VROM. Vanaf 1 januari 2006 datum is het
                                    mogelijk om een huurtoeslag aan te vragen via de
                                    Belastingdienst. Dit is een bijdrage van de overheid in de
                                    huurlasten. Om in aanmerking te komen voor een huurtoeslag dient
                                    een aanvrager te voldoen aan de volgende voorwaarden:</al><al>- de aanvrager dient 18 jaar of ouder te zijn of minderjarig en
                                    getrouwd;- de aanvrager en eventuele medebewoners hebben de
                                    Nederlandse nationaliteit of beschikken over een geldige
                                    verblijfsvergunning;- iedereen die op het adres van de aanvrager
                                    woont dient op dit adres ingeschreven te staan bij de gemeente;-
                                    de aanvrager dient te beschikken over een zelfstandige
                                    woonruimte met een eigen toegangsdeur, eigen toilet en keuken;-
                                    de huurlasten van de aanvrager mogen niet lager zijn dan €
                                    202,95 en niet hoger dan- € 621,78. Voor jongeren gelden
                                    aangepaste normen;- de woning moet passend zijn voor de situatie
                                    van de aanvrager, dus niet te ruim of niet te duur; - het
                                    inkomen van de aanvrager mag niet te hoog zijn. De
                                    inkomensgrenzen zijn afhankelijk van de persoonlijke situatie.
                                    Deze grenzen zijn op te vragen bij de Belastingdienst.</al><al>De huurtoeslag wordt door de Belastingdienst per maand vooraf
                                    uitbetaald als voorschot. Alle wijzigingen dienen de betrokkenen
                                    zelf door te geven aan de belastingdienst. Het kan voorkomen dat
                                    iemand gedurende het jaar te maken krijgt met een inkomensdaling
                                    tot het minimumniveau, en deze persoon geen recht heeft op een
                                    huurtoeslag. In dat geval kan een beroep gedaan worden op een
                                    woonkostentoeslag. Deze woonkostentoeslag wordt toegekend in
                                    afwachting van de definitieve huurtoeslag en wordt
                                    verrekend/teruggevorderd als de huurtoeslag is toegekend. Indien
                                    geen recht op een huurtoeslag bestaat dan wordt de
                                    woonkostentoeslag om niet verleend.</al><al>Bij ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid (huurtoeslag
                                    niet aanvragen of wijzigingen niet tijdig doorgeven) is er ook
                                    geen recht op een woonkostentoeslag.</al><al>Voor vragen omtrent het recht op huurtoeslag is er een Hulp en
                                    Informatiepunt (H.I.P.), bij Woonlinie te Woudrichem en Meander
                                    te Werkendam.</al><al>Kosten eigen woning</al><al>Huiseigenaren komen niet in aanmerking voor de huurtoeslag. Als
                                    de woonlasten liggen tussen de grenzen van de huurtoeslag, kan
                                    een woonkostentoeslag worden verstrekt. Het inkomen van
                                    belanghebbende dient te liggen op bijstandsniveau. De inkomsten
                                    boven de bijstandnorm worden voor 100% in mindering
                                    gebracht.Deze toeslag is doorlopend en wordt jaarlijks opnieuw
                                    berekend. Tot de woonlasten worden gerekend:</al><al>- de hypotheekrente (geen aflossing);- eigenaars deel onroerend
                                    zaakbelasting (OZB);- premie brand- en opstalverzekering;-
                                    waterschapslasten;- erfpacht;- rioolrecht;- groot onderhoud
                                    (voor- / naoorlogs); - onderhoud centrale verwarming.</al><al>Op deze woonkostentoeslag wordt de belastingteruggave in verband
                                    met hypotheekrente aftrek in mindering gebracht.Eventuele
                                    premies of subsidies op de woning worden ook van de toeslag
                                    afgetrokken.</al><al>Hoge huren</al><al>Bewoont men een woning met woonkosten (huur of lasten eigen
                                    woning) boven de grens van de huurtoeslag (€ 621,78), dan dient
                                    de belanghebbende een goedkopere woning te zoeken (behoudens
                                    individuele omstandigheden).</al><al>Uitgangspunt is dat dan voor maximaal één jaar een
                                    woonkostentoeslag kan worden verleend. Als men alles heeft
                                    gedaan om andere woonruimte te krijgen, doch dat is buiten de
                                    schuld van belanghebbende niet gelukt, kan verlenging van deze
                                    termijn worden overwogen.</al><al>Berekening toeslag</al><al>De woonkostentoeslag wordt berekend volgens de
                                    berekeningssystematiek van de huurtoeslag. Deze berekening is
                                    terug te vinden op www.toeslagen.nl. Eventuele inkomsten boven
                                    de toepasselijke bijstand worden volledig op de berekende
                                    toeslag in mindering gebracht (draagkracht 100%).</al><al>Te overleggen bewijsstukken</al><al>De huurspecificatie en de toe- of afwijzing van de
                                    huurtoeslag.Bij eigen woning: overzicht hypotheekrente, van de
                                    te betalen premies en aanslagen en van eventueel ontvangen
                                    toeslagen / subsidies. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.11 Kosten alarmering</tussenkop><al>Het kan nodig zijn, dat men om medische of sociale redenen wordt
                                    aangesloten op aan alarmeringssysteem. Het Zorgloket stelt de
                                    indicatie voor de noodzaak van aanleg van alarmering. De eigen
                                    bijdrage komt voor vergoeding via de bijzondere bijstand in
                                    aanmerking.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.12 Voorzieningen voor opvang</tussenkop><al>Tijdelijke opvang</al><al>Het kan voorkomen, dat iemand door plotselinge onvoorziene
                                    omstandigheden geen onderdak heeft en letterlijk op straat
                                    staat. Bijvoorbeeld bij brand of als terugkeer naar de woning
                                    niet mogelijk is wegens bovenmatige agressie. Veelal lukt het
                                    dan om tijdelijk inwoning te vinden bij familie of andere
                                    bekenden.</al><al>Indien inwoning bij familie of andere bekenden niet mogelijk is,
                                    kan het soms nodig zijn dat men voor een aantal dagen in een
                                    pension, hotel of opvanghuis wordt ondergebracht. Bij de
                                    beoordeling van de noodzaak speelt naast de eigen middelen en
                                    mogelijkheden de gezinssituatie een rol.</al><al>Voorwaarden</al><al>Het verblijf in pension, hotel of opvanghuis dient zo kort
                                    mogelijk te duren. Men dient met spoed stappen te ondernemen om
                                    vervangende woonruimte te vinden.</al><al>De kosten</al><al>Aan verblijf in pension of hotel zijn extra woonkosten
                                    verbonden. Hiervoor kan, als geen adequate huisvesting
                                    voorhanden is, bijzondere bijstand worden verleend.Uitgangspunt
                                    is de normale toepasselijke bijstandsnorm. Hiervan ontvangt men
                                    zelf een bedrag ter hoogte van het zak- en kleedgeld bij
                                    verblijf in een inrichting.</al><al>Het resterende deel wordt beschouwd als bijdrage in de kosten.
                                    Meestal zal dat niet toereikend zijn en kan voor de meerkosten
                                    bijzondere bijstand worden verleend. Eigen inkomsten worden
                                    volledig verrekend. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.13 Kinderopvang</tussenkop><al>Wet Kinderopvang:</al><al>Op 1 januari 2005 is de Wet Kinderopvang in werking getreden.
                                    Volgens deze Wet sluiten ouders zelf een contract af met de
                                    kinderopvangorganisatie en betalen zelf de opvangkosten. Bij de
                                    werkgever(s) kan een tegemoetkoming en bij de Belastingdienst
                                    kinderopvangtoeslag worden aangevraagd. Voor specifieke
                                    doelgroepen die geen werkgevers hebben, is de gemeente
                                    verantwoordelijk voor het financieel ontbrekende
                                    werkgeversdeel.</al><al>Deze doelgroepen zijn:</al><al>• Ouders met een uitkering in het kader van de WWB, IOAW/IOAZ of
                                    Anw én die een re-integratieproject volgen;•
                                    Niet-uitkeringsgerechtigden, die als werkzoekende geregistreerd
                                    zijn bij het CWI én die een re-integratieproject volgen;•
                                    Nieuwkomers die een inburgeringsprogramma volgen;• Oudkomers die
                                    – verplicht – een inburgeringscursus volgen;• Jongeren tot 18
                                    jaar, die een scholing of een opleiding volgen en die algemene
                                    bijstand op grond van de WWB ontvangen of die zo’n uitkering
                                    kunnen ontvangen;• Studenten die een studie / opleiding volgen
                                    en die ingeschreven zijn bij een school of
                                    onderwijsinstelling.</al><al>De gemeentelijke doelgroepen kunnen met behulp van het
                                    aanvraagformulier de tegemoetkoming bij de gemeente
                                    aanvragen.</al><al>De kinderopvang moet worden afgenomen bij een geregistreerde
                                    instelling voor kinderopvang om in aanmerking te komen voor een
                                    bijdrage van de Belastingdienst en gemeente.</al><al>Kinderopvang op sociaal / medische gronden</al><al>In 2005 en 2006 behoren gezinnen met een sociaal medische
                                    indicatie tot de gemeentelijke doelgroepen. In de loop van 2007
                                    wordt besloten of de huidige situatie – waarbij de gemeente
                                    verantwoordelijk is voor de financiering van kinderopvang – voor
                                    deze doelgroep wordt gecontinueerd en/of de doelgroep onder een
                                    ander wettelijk regime komt, zoals de WMO of de Wet
                                    Kinderopvang.Bij wijziging wordt de WMO of de Wet Kinderopvang
                                    aangemerkt als voorliggende voorziening voor de bijzondere
                                    bijstand.</al><al>Gezinnen die behoren tot de doelgroep sociaal/medische
                                    geïndiceerde hebben indien zij tevens behoren tot één van de
                                    andere gemeentelijke doelgroepen recht op een gemeentelijke
                                    tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. Gezinnen die
                                    alléén in aanmerking komen voor sociaal-medische indicatie,
                                    kunnen een beroep doen op de bijzondere bijstand bij de
                                    gemeente. Per individueel geval wordt er gekeken of kinderopvang
                                    noodzakelijk is.</al><al>Overblijfkosten op school</al><al>De kosten van het overblijven van een kind (tussen de middag) op
                                    school worden aangemerkt als algemeen noodzakelijke kosten. Dit
                                    betekent dat de belanghebbende deze kosten moet voldoen uit zijn
                                    algemene bijstandsuitkering. Slechts in bijzondere gevallen kan
                                    voor deze kosten bijzondere bijstand worden verstrekt, bijv. als
                                    de alleenstaande ouder werkt of een opleiding volgt in het kader
                                    van een trajectplan.</al><al>Kosten peuterspeelzaal/kinderopvangAlleenstaande ouders met
                                    kinderen van 0 tot 2 jaar en alleenstaanden en echtparen met
                                    kinderen van 2 tot 4 jaar met een inkomen op het sociaal minimum
                                    komen voor vergoeding, van de kosten reguliere kinderopvang
                                    en/of kosten peuterspeelzaal, in aanmerking. De vergoeding wordt
                                    verstrekt voor 2 dagdelen per week per kind per plaatsing.De
                                    belanghebbende kan rechtstreeks via de kinderopvanginstelling of
                                    de peuterspeelzaal aanvragen zonder tussenkomst van de
                                    gemeente.De instelling declareert de kosten van opvang bij de
                                    gemeente. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.14 Reiskosten</tussenkop><al>ervoerskosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van
                                    bestaan, waarin een belanghebbende in principe zelf dient te
                                    voorzien.</al><al>Vervoer naar en van ziekenhuis</al><al>Per 1 januari 2004 worden de kosten ten behoeve van het vervoer
                                    van en naar het ziekenhuis alleen nog door de zorgverzekeraar
                                    vergoed als het liggend vervoer is. Tevens is er vergoeding
                                    mogelijk voor vervoer naar en van het ziekenhuis bij
                                    nierdialysepatiënten, radiotherapie- en chemokuurpatiënten,
                                    visueel gehandicapten en rolstoelgebruikers. Voor de eigen
                                    bijdrage kan bijzondere bijstand worden verleend.</al><al>Bezoeken aan gezinslid in inrichting of detentie</al><al>Voor de reiskosten van het bezoeken van gezinsleden en in
                                    sommige gevallen andere naaste familieleden die buiten de
                                    gemeente in een inrichting (bv. ziekenhuis of
                                    verpleeginrichting) verblijven, kan bijzondere bijstand worden
                                    verleend. Dat geldt ook als een gezinslid gedetineerd is.</al><al>De hoogte van de bijzondere bijstand is gebaseerd op de kosten
                                    van openbaar vervoer, bij een frequentie van maximaal tweemaal
                                    per week. Van dit maximum kan worden afgeweken als daartoe zeer
                                    dringende redenen aanwezig zijn. De volgende bewijsstukken
                                    dienen te worden overgelegd: verklaring van inrichting of
                                    justitie en vervoersbewijzen.</al><al>Vervoerskosten scholing</al><al>Als WWB-cliënten een scholing dienen te volgen, en voor hun
                                    opleiding zijn aangewezen op een school/instituut buiten de
                                    woonplaats, kunnen zij hiervoor bijzondere bijstand aanvragen
                                    voor de vervoerskosten. Indien men meer dan 5 kilometer moet
                                    reizen om een school/instituut te bezoeken komt men in
                                    aanmerking voor vergoeding van de kosten van openbaar
                                    vervoer.</al><al>Als de opleiding gerelateerd is aan een re-integratieproject
                                    kunnen de kosten vergoed worden uit het werkdeel van de WWB.
                                    Deze vervoerskosten worden volgens de huidige afspraken
                                    uitbetaald aan de cliënten, indien zij de vervoersbewijzen
                                    overleggen. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.15 Advocaatkosten</tussenkop><al>Soms is het nodig dat men een advocaat inschakelt of het Bureau
                                    voor Rechtshulp. Hieraan zijn kosten verbonden. Op grond van de
                                    Wet op de Rechtsbijstand kan men om toevoeging van een advocaat
                                    vragen. Dat wordt beoordeeld door de Raad voor Rechtsbijstand.
                                    Als dat verzoek om toevoeging wordt gehonoreerd, is men een
                                    eigen bijdrage verschuldigd, die inkomensafhankelijk is. Daar
                                    kunnen nog andere kosten bijkomen, zoals administratiekosten en
                                    griffiekosten.Als toevoeging plaatsvindt, wordt aangenomen dat
                                    de te voeren procedure noodzakelijk is. Er dient wel een causaal
                                    verband te zijn met de (toekomstige)bijstandsverlening en de te
                                    voeren procedure. In dat geval kunnen de eigen bijdrage en de
                                    bijkomende kosten voor bijzondere bijstand in aanmerking komen.
                                    Hierbij dienen de betalingsbewijzen en een brief van de advocaat
                                    overgelegd te worden.</al><al>Kosten van rechtshulp waarvoor bijstand is verleend, en die
                                    vervolgens via de gerechtelijke procedure aan de belanghebbende
                                    worden vergoed, dienen aan de sociale dienst te worden
                                    terugbetaald.Kosten, die samenhangen met een veroordeling van de
                                    belanghebbende in de proceskosten van de tegenpartij, komen niet
                                    voor bijstandsverlening in aanmerking. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.16 Begrafeniskosten</tussenkop><al>De kosten van lijkbezorging behoren tot de algemeen
                                    noodzakelijke kosten van het bestaan van de overledene, indien
                                    deze tot het overlijden periodieke bijstand voor levensonderhoud
                                    ontving en de kosten niet uit diens nalatenschap kunnen worden
                                    voldaan. In het algemeen is het zo dat degene die opdracht geeft
                                    tot begrafenis/crematie ook de daarmee verband houdende kosten
                                    voor zijn rekening neemt. Als iemand overlijdt en hij of zij
                                    laat onvoldoende geld achter om daar een begrafenis of crematie
                                    van te betalen, moet de directe familie deze kosten betalen. In
                                    de regel behoren de kosten van een standaardbegrafenis of
                                    crematie voor de nabestaanden tot de bijzondere noodzakelijke
                                    kosten van het bestaan.</al><al>Onder directe familie wordt verstaan:• de echtgenoot;• de
                                    geregistreerde partner;• de ouders;• de kinderen, de
                                    aangetrouwde kinderen;• de schoonouders en stiefouders.Normaal
                                    gesproken betaalt de directe familie de kosten van de begrafenis
                                    of crematie uit de erfenis. Is er weinig geld, dan wordt het
                                    tekort verdeeld over de erfgenamen. Het kan gebeuren dat een
                                    direct familielid te weinig geld heeft om zijn gedeelte te
                                    betalen. In deze situatie kan men bijzondere bijstand aanvragen.
                                    Kosten kunnen worden vergoed tot een maximum bedrag van €
                                    3.250,--. voor een begrafenis en€ 2.500,-- voor een crematie in
                                    Nederland. Voor de kosten van een begrafenis of crematie in het
                                    buitenland wordt geen tegemoetkoming verstrekt. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.17 Kosten van naturalisatie/legeskosten
                                    verblijfsvergunning</tussenkop><al>NaturalisatiekostenDe kosten van naturalisatie worden aangemerkt
                                    als kosten die in aanmerking komen voor een vergoeding
                                    bijzondere kosten. Het gaat hierbij om kosten die een
                                    vreemdeling met een verblijfstatus moet maken om het
                                    Nederlanderschap te verkrijgen. De kosten van naturalisatie
                                    bedragen voor 1 persoon € 351 en voor een gezin € 446.</al><al>Legeskosten verblijfsvergunning</al><al>Vreemdelingen die nog niet tot Nederland zijn toegelaten kunnen
                                    een verzoek doen voor afgifte van een verblijfsvergunning. De
                                    kosten hiervan liggen tussen € 188 en € 830. Deze legeskosten
                                    zijn verschuldigd aan het Ministerie van Justitie. De kosten van
                                    leges behoren tot de noodzakelijke kosten voor de vreemdeling
                                    die in Nederland wil verblijven, omdat de legeskosten nodig zijn
                                    ter verkrijging van de verblijfsvergunning.Vreemdelingen die
                                    rechtmatig in Nederland verblijven (op grond van art. 1 Besluit
                                    gelijkstelling vreemdelingen WWB, Ioaw, Ioaz en WWIK jo. Art. 8,
                                    onder a tot en met e, of l. van de Vreemdelingenwet 2000) komen
                                    voor een vergoeding bijzondere bijstand voor de legeskosten in
                                    aanmerking. Voor de asielgerechtigde zijn de legeskosten voor
                                    een verblijfsvergunning een harde noodzaak. Zonder
                                    verblijfsvergunning mag men niet in Nederland verblijven. De
                                    bijzondere bijstand wordt om niet verstrekt. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.18 Eigen bijdrage Wet inburgering</tussenkop><al>Een inburgeringsplichtige in het kader van de Wet inburgering
                                    (Wi) krijgt in sommige gevallen een inburgeringsvoorziening
                                    aangeboden door de gemeente. In die gevallen is de betrokkene
                                    een eigen bijdrage verschuldigd. Deze bedraagt € 270,--. De
                                    eigen bijdrage wordt niet zondermeer aangemerkt als bijzondere
                                    noodzakelijke kosten. Slechts indien er sprake is van een
                                    samenloop van kosten van de eigen bijdrage met andere
                                    noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere individuele
                                    omstandigheden, kan een tegemoetkoming verstrekt worden.
                                    Overigens, voordat een bijdrage verstrekt wordt in de kosten van
                                    de eigen bijdrage, wordt eerst nagegaan in hoeverre via andere
                                    kanalen een vergoeding kan worden ontvangen. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.4.19 Verstrekkingen in natura</tussenkop><al>Vanaf 1996 wordt in onze gemeente jaarlijks een
                                    levensmiddelenpakket, aan de inwoners op het sociaal minimum,
                                    verstrekt. De Wet Werk en Bijstand geeft de mogelijkheid om
                                    goederen in natura te verstrekken.De vergoeding van het pakket
                                    bedraagt maximaal € 75,--.Het pakket wordt eenmaal per jaar aan
                                    het einde van het jaar verstrekt </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.5</nr><titel>Medische dienstverlening</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 2.5.1 Algemeen</tussenkop><al>Vanaf 1 januari 2006 is in Nederland een nieuw zorgstelsel
                                    ingevoerd. In het nieuwe zorgstelsel heeft iedereen dezelfde
                                    verzekering, ziekenfonds of particuliere ziektekostenverzekering
                                    bestaat niet meer. Iedere Nederlander is verplicht om zich tegen
                                    het basispakket te verzekeren. In de keuze van aanvullende
                                    pakketten is men vrij. De nieuwe zorgverzekering heeft in grote
                                    lijnen dezelfde verzekering als het ziekenfondspakket en de
                                    meeste particuliere verzekeringen. Ook betaalt iedereen dezelfde
                                    premie voor de nieuwe zorgverzekering.</al><al>Om te zorgen dat iedereen de zorgpremie kan betalen is er de
                                    zorgtoeslag. De zorgtoeslag is een bedrag dat iemand met een
                                    inkomen beneden de door de Belastingdienst vastgestelde
                                    inkomensgrens helpt om de kosten van de zorgverzekering te
                                    betalen. De zorgtoeslag wordt uitbetaald door de
                                    Belastingdienst.</al><al>Kosten van medische dienstverlening komen in beginsel voor
                                    rekening van de zorgverzekeraar. Vergoedt de zorgverzekeraar de
                                    kosten niet, dan is in het algemeen een vergoeding via de
                                    bijzondere bijstand ook niet mogelijk. Een uitzondering hierop
                                    is de situatie dat het wel om noodzakelijke kosten gaat, maar de
                                    voorziening om budgettaire redenen buiten het pakket van de
                                    verzekering is gehouden. Dat dient dus uit de stukken of uit
                                    verkregen informatie te blijken. Over de vraag of een
                                    voorziening noodzakelijk is, wordt advies ingewonnen bij de GGD
                                    of een andere medisch adviseur. Wanneer de kosten van de
                                    voorziening waarvoor een tegemoetkoming wordt gevraagd minder
                                    bedragen dan€ 250,00 en indien de noodzaak van deze voorziening
                                    op voorhand reeds redelijkerwijze is vast te stellen, wordt geen
                                    medisch advies opgevraagd. Dit omdat de kosten van de te
                                    verstrekken voorziening in een dergelijke situatie niet in
                                    verhouding staan tot de kosten van het medisch onderzoek.Bij een
                                    aanvraag om een periodieke verstrekking wordt in beginsel altijd
                                    een medisch advies opgevraagd, omdat op voorhand niet valt in te
                                    schatten over welke termijn een tegemoetkoming verstrekt gaat
                                    worden en omdat het totaal te verstrekken bedrag in het
                                    merendeel van de gevallen hoger zal zijn dan € 250,00.</al><al>Iedere Nederlander heeft voor 1 maart 2006 een definitieve keuze
                                    moeten maken ten aanzien van de ziektekostenverzekeraar en het
                                    te verzekeren pakket. Vanaf 1 mei 2006 heeft de gemeente Aalburg
                                    een collectieve zorgverzekering plus aanvullend
                                    ziektekostenpakket voor minima / uitkeringsgerechtigden met een
                                    inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. Als aanvullend pakket is
                                    besloten tot de zorg extra aanvullende verzekering bij het VGZ.
                                    Via de bijzondere bijstand kan de verzekerde met een inkomen tot
                                    120% van de bijstandsnorm een tegemoetkoming in de premiekosten
                                    ontvangen van de gemeente.</al><al>Aanvullende pakketten op de basisverzekering:</al><al>Aan bijstandsgerechtigden en bekende minima is geadviseerd het
                                    collectief aanvullende ziektekostenpakket af te sluiten via de
                                    gemeente Aalburg.</al><al>De deelnemer betaalt zelf de premie voor de basisverzekering
                                    plus het aanvullende pakket aan het VGZ middels inhouding op de
                                    uitkering of via machtiging tot automatische afschrijving op de
                                    bankrekening. Voor de meerkosten van de premie van het
                                    collectief aanvullend ziektekostenpakket kunnen cliënten met een
                                    inkomen tot 120% van de bijstandsnorm periodieke bijzondere
                                    bijstand per maand aanvragen. De periodieke bijzondere bijstand
                                    per maand bedraagt vanaf 1 januari 2007€ 13,50 per maand.</al><al>Indien om bijzondere bijstand voor medische kosten worden
                                    verzocht, wordt bij de vaststelling van de hoogte van de
                                    bijzondere bijstand met de verstrekkingen uit deze aanvullende
                                    pakketten rekening gehouden, ook als de aanvrager ze niet heeft
                                    afgesloten. Bijv. de cliënt neemt geen deel in de collectie
                                    verzekering en heeft alleen een basisverzekering of als extra
                                    alleen een basis aanvullende verzekering afgesloten bij de
                                    zorgverzekeraar . Het basispakket en het collectief aanvullend
                                    ziektekostenpakket (Zorg Extra Aanvullend) zijn voorliggende
                                    voorzieningen ten opzichte van de WWB. Indien om bijzondere
                                    bijstand wordt verzocht voor kosten die niet door deze
                                    voorliggende voorziening worden vergoed dient de
                                    noodzakelijkheid te worden onderzocht. Voor kosten die binnen de
                                    voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt
                                    kan geen bijstand worden verstrekt (artikel 15 lid 1 WWB).</al><al>Indien slechts een deel van de kosten vergoed wordt middels het
                                    basispakket of het aanvullend pakket dan komt een eigen bijdrage
                                    voor deze kosten in aanmerking voor bijzondere bijstand. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.5.2 Geneesmiddelen</tussenkop><al>Voor geneesmiddelen geldt het algemene uitgangspunt dat deze
                                    niet via de bijzondere bijstand worden vergoed. Hierop kan een
                                    uitzondering worden gemaakt, als:</al><al>a. belanghebbende bijzondere baat heeft bij een geneesmiddel dat
                                    niet in het pakket zit enb. er geen alternatief is dat wel door
                                    de zorgverzekeraar wordt vergoed.</al><al>GGD advies moet hierover uitsluitsel geven.</al><al>NB. Voor zgn. zelfmedicatie, zoals bij apotheker en drogist
                                    verkrijgbare hoestdrank, vitamines, voedingssupplementen e.d.,
                                    wordt geen bijstand verstrekt. Deze kosten worden beschouwd als
                                    algemene bestaanskosten vergelijkbaar met de kosten van gezonde
                                    voeding, waarvan wordt verondersteld dat deze uit het eigen
                                    inkomen kunnen worden bekostigd.</al><al/><tussenkop> Sub-paragraaf 2.5.3 Therapieën en alternatieve geneeswijzen</tussenkop><al>Als voor deze behandelingen een eigen bijdrage moet worden
                                    betaald, kan deze via de bijzondere bijstand worden vergoed. Het
                                    gaat daarbij om o.a. de volgende behandelingen en
                                    therapieën:</al><al>- acupunctuur ; - antroposofie;- podotherapie;- fysiotherapie en
                                    oefentherapie; - ergotherapie;- camouflagetherapie; -
                                    homeopathie; - therapeutisch kamp;- psychotherapie; -
                                    herstellingsoorden.</al><al>Als de zorgverzekeraar geen vergoeding geeft dan is slechts
                                    bijzondere bijstand mogelijk als er een bijzondere medische
                                    noodzaak is. Naast een verklaring van de behandelend arts is een
                                    advies van de GGD een vereiste.Kosten van psychotherapeutische
                                    behandelingen, die niet door voorliggende voorzieningen worden
                                    gedekt, worden in het algemeen niet tot de bijzondere
                                    noodzakelijke kosten van het bestaan gerekend.</al><al/><tussenkop> Sub-paragraaf 2.5.4 Kosten babyuitzet</tussenkop><al>De kosten van een babyuitzet behoren tot de incidenteel
                                    voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van bestaan, die uit
                                    het beschikbare inkomen dienen te worden bekostigd.
                                    Bijstandsverlening in deze kosten is in beginsel niet mogelijk,
                                    aangezien men geacht wordt voor dergelijke kosten te reserveren
                                    of een betalingsregeling te treffen. Een lening bij een
                                    (Krediet) bank wordt aangemerkt als voorliggende
                                    voorziening.</al><al>Op grond van bijzondere omstandigheden kan van bovenstaande
                                    afgeweken worden. Een bijzondere omstandigheid is bijvoorbeeld
                                    het langdurig ontbreken van reserveringsruimte in het inkomen,
                                    vanwege in het verleden (vóór de zwangerschap) afgesloten
                                    geldleningen voor andere noodzakelijke uitgaven.</al><al>De babyuitzet wordt tot de duurzame gebruiksgoederen gerekend.
                                    Daarom wordt bijzondere bijstand in deze kosten in beginsel in
                                    de vorm van een geldlening verstrekt. Voor de totale kosten
                                    wordt een maximum bedrag gehanteerd van € 510,45 (NIBUB
                                    prijzengids 2007 - 2008). De bevallingskosten en de kosten van
                                    de kraamzorg worden volledig vergoed door de zorgverzekeraar via
                                    de basisverzekering en de zorg extra aanvullende verzekering
                                    vanaf 1 januari 2007. Dus hiervoor kan geen bijzondere bijstand
                                    worden verstrekt. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.5.5 Pedicure</tussenkop><al>Met name bij chronisch zieken, gehandicapten kan periodieke
                                    behandeling door een pedicure medisch noodzakelijk zijn indien
                                    ook de gezondheidssituatie niet goed is.Indien de cliënt nota’s,
                                    betaalbewijzen of een verklaring van een medisch specialist
                                    overlegt van de pedicurekosten, kan de medische noodzaak worden
                                    vastgesteld. Bij twijfel of bijzondere omstandigheden kan de
                                    medische noodzaak worden vastgesteld via een GGD-advies. Wanneer
                                    de medische noodzakelijkheid is vastgesteld kunnen de kosten
                                    worden vergoed. Bij aanvraag dient een afsprakenkaart te worden
                                    overgelegd om de frequentie te kunnen vaststellen. Maximaal
                                    worden 9 behandelingen per jaar vergoed. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.5.6 Brillen en contactlenzen</tussenkop><al>Via de zorgverzekeraar wordt bij de zorg extra aanvullende
                                    verzekering een vergoeding verstrekt voor contactlenzen of
                                    brillenglazen en montuur. Voor de voor eigen rekening blijvende
                                    kosten van de brillenglazen kan bijzondere bijstand verleend
                                    worden. Voor het montuur wordt maximaal € 75,-- bijzondere
                                    bijstand verstrekt.</al><al>Eénmaal per 3 kalenderjaren worden de kosten van een
                                    brilmontuur, brillenglazen of contactlenzen vergoed.</al><al>Indien de verzekerde binnen de gestelde periode van 3
                                    kalenderjaren nieuwe brillenglazen of contactlenzen moet
                                    aanschaffen omdat de sterkte gewijzigd is, worden deze
                                    brillenglazenof contactlenzen ook volgens deze
                                    vergoedingsregeling vergoed.</al><al>Men is vrij om voor contactlenzen te kiezen, onder het
                                    voorbehoud dat de vergoeding nooit meer mag zijn dan die voor
                                    een bril onder dezelfde omstandigheden. In dat geval zal bij de
                                    leverancier dus moeten worden nagevraagd wat een bril zou hebben
                                    gekost.</al><al>Beoordeling van de bijzondere bijstandsaanvraag kan zo nodig aan
                                    de hand van de pro forma nota plaatsvinden, onder de voorwaarde
                                    dat achteraf de definitieve nota wordt overgelegd. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.5.7 Medische hulpmiddelen</tussenkop><al>Bij medische hulpmiddelen kan men bijvoorbeeld denken aan:
                                    hoortoestellen (incl. batterijen), steunzolen, steunkousen,
                                    pruiken, protheses enz. Gaat het om hulpmiddelen die langdurig
                                    noodzakelijk zijn, dan is de zorgverzekeraar de aangewezen
                                    instantie.</al><al>Als belanghebbende een eigen bijdrage moet betalen voor deze
                                    hulpmiddelen, kan daarvoor bijzondere bijstand worden verleend.
                                    Voor de eigen bijdrage in de kosten van batterijen voor een
                                    gehoorapparaat kan een vergoeding worden verstrekt.</al><al>Voldoet men niet aan de voorwaarden van de zorgverzekeraar en
                                    wordt dus geen vergoeding verstrekt, dan kan - behoudens zeer
                                    dringende redenen - ook geen bijzondere bijstand worden
                                    verleend. Voor de beoordeling is dan GGD advies noodzakelijk.
                                </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.5.8 Dieetkosten</tussenkop><al>Algemeen:</al><al>Dieetkosten behoren, voor zover de kosten van het normale
                                    voedingspakket worden overschreden, tot de bijzondere
                                    noodzakelijke kosten van het bestaan, mits het volgen van een
                                    dieet medisch gezien noodzakelijk is.</al><al>Voorliggende voorzieningen:</al><al>Er zijn twee soorten dieetkosten, te weten kosten voor
                                    dieetpreparaten en kosten voor dieetproducten. Dieetpreparaten
                                    zijn preparaten die ten opzichte van normale voeding zowel een
                                    gewijzigde chemische samenstelling als een gewijzigde fysische
                                    vorm hebben. Er bestaat alleen aanspraak in het geval van een
                                    ernstige slikstoornis, passagestoornis, voedselallergie of
                                    stofwisselingsstoornis. Deze preparaten worden door de AWBZ
                                    vergoed.</al><al>Dieetproducten zijn producten die alleen wat betreft de
                                    chemische samenstelling gewijzigd zijn (bijvoorbeeld een zoutarm
                                    dieet). De meerkosten van dieetproducten ten opzichte van een
                                    normaal eetpatroon kunnen vergoed worden via de bijzondere
                                    bijstand.</al><al>Vaststelling noodzaak:</al><al>Voor de bepaling van de medische noodzaak en de duur van gebruik
                                    van dieetproducten is een GGD -advies vereist. In dit advies
                                    dient de GGD de eventuele meerkosten aan te geven. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.5.9 Tandheelkundige hulp</tussenkop><al>Algemeen</al><al>Tandheelkundige hulp behoort tot de bijzondere noodzakelijk
                                    kosten van het bestaan wanneer de medische noodzaak vast staat
                                    voor die tandheelkundige kosten die geheel of gedeeltelijk
                                    binnen het basispakket en het (collectief) aanvullend
                                    ziektekostenpakket van de zorgverzekering vallen.</al><al>Voorliggende voorzieningen</al><al>Als voorliggende voorziening geldt de basisverzekering en het
                                    (collectief) aanvullend ziektekostenpakket via de
                                    zorgverzekeraar. Van iedere belanghebbende wordt verwacht dat
                                    hij/zij een collectief aanvullend ziektekostenpakket (waaronder
                                    tegen tandheelkundige kosten) verzekert, en een pakket afsluit
                                    waarbij geen sprake is van eigen risico.</al><al>Is men niet aanvullend ziektekostenpakket verzekerd, dan is
                                    bijstandsverlening voor de kosten van tandheelkundige hulp in
                                    principe alleen mogelijk voor het deel van de kosten dat ook
                                    voor vergoeding via de bijzondere bijstand in aanmerking zou
                                    komen, indien men zich wel verzekerd zou hebben voor de
                                    gevraagde tandheelkundige kosten.</al><al>Noodzaak:</al><al>Eigen bijdragen voor medisch noodzakelijke kosten komen voor
                                    vergoeding via de bijzondere bijstand in aanmerking. Wanneer het
                                    om een eigen bijdrage gaat behoeft geen medisch advies te worden
                                    opgevraagd. De noodzaak is dan al door de
                                    ziektekostenverzekeraar vastgesteld. Sommige bijzondere
                                    verrichtingen worden niet gedekt door de zorgverzekeraar.
                                    Dergelijke kosten blijven, tenzij sprake is van dringende
                                    redenen, voor eigen rekening. Een reden kan zijn dat niet
                                    behandelen ernstige gevolgen heeft voor de gezondheid van
                                    belanghebbende. GGD advies is noodzakelijk.</al><al>Kronen, inlays, stifttanden, bruggen, implantaten en
                                    protheses</al><al>Als er sprake is van een medische noodzaak, kan in deze gevallen
                                    wel bijzondere bijstand worden toegekend. Als het ziekenfonds
                                    grotendeels vergoedt, is de medische noodzaak vastgesteld en is
                                    geen GGD advies noodzakelijk. Alleen in het geval van zeer
                                    dringende redenen (acute noodzaak) kan hiervan worden afgeweken.
                                    Er dient altijd rekening te worden gehouden met de goedkoopst
                                    adequate voorziening.</al><al>Orthodontische behandelingen</al><al>Orthodontische behandelingen (= beugels) voor jongeren tot 18
                                    jaar worden door de zorgverzekeraar gedeeltelijk vergoed via
                                    zorg extra aanvullende verzekering.</al><al>De resterende eigen bijdrage kan via de bijzondere bijstand
                                    worden betaald. Bij de aanvraag dient het behandelingsplan en
                                    het (positieve) besluit van de zorgverzekeraar te worden
                                    overgelegd, om inzicht te krijgen in noodzaak, behandelingsduur
                                    en hoogte van de kosten. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.6</nr><titel>Kwijtschelding gemeentelijke heffingen</titel></kop><structuurtekst><al>De kwijtschelding gemeentelijke heffingen wordt uitgevoerd door de
                                afdeling Financiën en regels voor kwijtschelding wordt vastgesteld
                                door het Ministerie van Financiën.Sinds 1999 hanteert de gemeente
                                Aalburg een kwijtscheldingsnorm van 100% voor de gemeentelijke
                                belastingen. Om het gebruik van kwijtscheldingsmogelijkheden voor
                                onze burgers te optimaliseren heeft de gemeente in de afgelopen
                                jaren een actief beleid gevoerd om mensen met een minimuminkomen te
                                informeren over de kwijtscheldingsmogelijkheden. Bij de aanslag van
                                de gemeentelijke heffingen wordt een flyer meegestuurd waarin de
                                burgers van de mogelijkheden van kwijtschelding op de hoogte worden
                                gebracht. Naast een actief lokaal kwijtscheldingsbeleid informeert
                                de gemeente haar burgers inmiddels ook over
                                kwijtscheldingsmogelijkheden voor regionale belastingen zoals
                                waterschapsbelasting. Het waterschap Rivierenland is inmiddels het
                                eerstelijnsaanspreekpunt voor kwijtschelding van waterschapslasten
                                en gemeentelijke heffingen. Met het waterschap Rivierenland is
                                hiervoor een overeenkomst gesloten.De informatie aan de burgers over
                                kwijtschelding lijkt op dit moment afdoende. Voor de berekening van
                                de kwijtschelding wordt het inkomen en het vermogen getoetst wat op
                                het moment van de aanvraag om kwijtschelding op de afschrift
                                bank/girorekening staat. De bedragen voor de vaste lasten
                                (huur/gas/water/licht), kinderbijslag, ziekenfonds, vergoedingen van
                                declaraties en/of andere aannemelijke bedragen die op het moment van
                                aanvraag op de rekening staat, worden buiten beschouwing gelaten.
                            </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.7</nr><titel>Kosten schoolgaande kinderen langdurige minima</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 2.7.1 Vergoeding kosten schoolgaande kinderen van 6 tot en met 17
                                    jaar</tussenkop><al>Jaarlijks kan een tegemoetkoming bijzondere kosten worden
                                    verstrekt in de kosten van schoolgaande kinderen van 6 tot 18
                                    jaar aan de belanghebbende die tenminste drie jaren
                                    aaneengesloten een inkomen heeft op het minimumniveau.De
                                    tegemoetkoming bedraagt maximaal € 125,-- per kind. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.7.2 Vergoeding overstap basisonderwijs naar voortgezet
                                    onderwijs</tussenkop><al>Gezinsleden van personen met een inkomen op minimumniveau die
                                    een overstap maken van de basisschool naar het voortgezet
                                    onderwijs komen in aanmerking van een éénmalige vergoeding van€
                                    375,-- </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.8</nr><titel>Bijdrageregeling sociaal/culturele
                                activiteiten/schoolkosten</titel></kop><structuurtekst><al>Deelname aan sociaal/culturele activiteiten maakt eveneens onderdeel
                                uit van het Minimabeleid. Het is het sluitstuk van de plaatselijke
                                sociale voorzieningen. Kosten die op geen enkele andere wijze
                                vergoed kunnen worden, dus ook niet via de bijzondere bijstand,
                                kunnen hieruit vergoed worden. Cliënten met een minimuminkomen
                                kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding</al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.8.1 Hoogte vergoeding</tussenkop><al>Per 1 januari 2007 is de hoogte van de vergoeding per gezinslid
                                    € 125,--. De bijdrage wordt verleend per gezinslid zonder eigen
                                    inkomsten of inkomsten op het minimumniveau. Per gezin wordt het
                                    totale bedrag berekend en niet afgerekend per individueel lid.
                                    De bijdrage per gezinslid wordt verhoogd met € 50,-- per jaar
                                    per kind indien het kind deelneemt aan activiteiten van
                                    verenigingen en instellingen zoals genoemd in punt 3.6.3 in de
                                    tabel maatschappelijke activiteiten. Aangezien de WWB
                                    categoriale verstrekkingen niet toestaat, wordt voorgesteld het
                                    oude systeem van individuele aanvraag en het steekproefsgewijs
                                    controleren van bonnetjes enz. te handhaven.Vanaf 2004 is de
                                    deelname maatschappelijke activiteiten gekoppeld aan het bestand
                                    van de kwijtschelding. Dit betekent dat voor cliënten die
                                    kwijtschelding ontvangen automatisch een aanvraagformulier
                                    deelname maatschappelijke activiteiten toegezonden wordt. De
                                    draagkrachtberekening wordt met betrekking tot het inkomen op
                                    dezelfde manier berekend als de kwijtschelding omdat bij de
                                    kwijtschelding ook rekening wordt gehouden met een huurbedrag en
                                    betaalde zorgverzekering. Dit geeft een realistischer beeld.
                                    Voor de verdere richtlijnen ten aanzien van de deelname
                                    maatschappelijke activiteiten wordt aangesloten bij de regels
                                    van de bijzondere bijstand (bijv. vermogen). Voor 65 jaar en
                                    ouder geldt een extra vermogensvrijlating van € 3000,-- per
                                    persoon. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.8.2 Kosten die voor vergoeding in aanmerking komen</tussenkop><al>Toekenning deelname maatschappelijke activiteiten kan o.a. voor
                                    de volgende kosten: • bibliotheek;• sportverenigingen;•
                                    zwembad;• lidmaatschap verenigingen;• schoolreisje/ schoolkamp;•
                                    schoolgeld/ ouderbijdrage;• bijdrage muziekonderwijs;•
                                    lidmaatschap scouting;• deelname aan vrijwilligerswerk;•
                                    volwassenen educatie;• indirecte schoolkosten;• entree kosten en
                                    reiskosten voor bezoeken musea en tentoonstellingen;• kosten
                                    theater- en bioscoopbezoek.</al><al>Voor ouderen en arbeidsgehandicapten komen ook onderstaande
                                    kosten voor een bijdrage in aanmerking:</al><al>• abonnement op dagblad of weekblad;• abonnement
                                    kabelaansluiting;• telefoonabonnement/ADSL aansluiting;•
                                    NS-kortingskaart;• aansluiting kerktelefoon.Bij bovenstaande
                                    lijst met kosten wordt opgemerkt dat het geen limitatieve
                                    opsomming is en dat, bij kosten die niet in bovenstaande lijst
                                    staan, de afweging gemaakt dient te worden of de betreffende
                                    kosten wel of niet onder deelname maatschappelijke activiteiten
                                    vallen. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.9</nr><titel>Schuldhulpverlening</titel></kop><structuurtekst><al>Algemeen uitgangspunt is dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor
                                het (tijdig) betalen van vaste lasten en andere rekeningen. Indien
                                er schulden ontstaan, dient men zelf een oplossing te vinden om daar
                                uit te komen.</al><al>Toch kan soms sprake zijn van een zo problematische situatie dat men
                                er op eigen kracht niet meer uitkomt. In dat geval kan de
                                schuldhulpverlening die de gemeente biedt, in samenwerking met
                                andere instellingen, soms een oplossing zijn.</al><al>De schuldproblematiek kan niet altijd worden opgelost. De
                                mogelijkheden zijn niet onbeperkt en de persoonlijke omstandigheden,
                                de motivatie en de financiële mogelijkheden van belanghebbende zijn
                                bepalend voor de vraag of de hulp kan worden verleend. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.9.1 Hulpverleningsaanbod bij schulden</tussenkop><al>Om te komen tot een effectieve aanpak van schuldenproblematiek
                                    heeft de gemeente, in samenwerking met andere instanties, de
                                    volgende mogelijkheden:</al><al>- preventieve hulp;- budgetbeheer;- schuldhulpverlening via
                                    gemeente;- schuldhulpverlening kredietverlenende instantie(s);-
                                    een beroep op de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).
                                </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.9.2 Opzet schuldhulpverlening</tussenkop><al>Het aantal verzoeken om schuldhulpverlening blijft stijgen. De
                                    gemaakte afspraken met de Stadsbank Midden Nederland en het
                                    Algemeen Maatschappelijk Werk blijken niet meer adequaat te
                                    werken. Doordat de wachttijden oplopen raken steeds meer
                                    schuldenaren verder in de problemen. Voor het wegwerken van de
                                    wachtlijst schuldhulpverlening is besloten om de tijdelijke
                                    subsidie schuldhulpverlening van € 10.993,-- te gebruiken. De
                                    bedoeling is dat de wachtlijst eind 2007 is weggewerkt.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.9.3 Tegemoetkoming bijzondere kosten in schulden</tussenkop><al>In artikel 13 lid 1 onder f van de Wet Werk en Bijstand is
                                    bepaald dat schulden in het algemeen niet behoren tot de
                                    noodzakelijke kosten waarvoor een tegemoetkoming bijzondere
                                    kosten kan worden verleend.</al><al>De belanghebbende met schulden dient zich in eerste instantie te
                                    wenden tot het Meldpunt Schuldhulpverlening bij het Algemeen
                                    Maatschappelijk Werk Juvans (AMW). Het AMW neemt daarna contact
                                    op met de Stadsbank om de mogelijkheid van kredietverstrekking
                                    door de Stadsbank te laten onderzoeken.</al><al>Wanneer na onderzoek van de Stadsbank blijkt dat
                                    kredietverstrekking via de Stadsbank niet mogelijk is en als er
                                    sprake is van een dringende noodzaak om tot betaling van de
                                    schulden over te gaan, wordt een tegemoetkoming verstrekt. Een
                                    dergelijke tegemoetkoming wordt verstrekt in de vorm van een
                                    lening. De aflossing van geldlening vindt plaats met
                                    inachtneming van de in deze nota genoemde aflossingregels.De
                                    aflossing van de door de gemeente verstrekt geldlening wordt
                                    opgeschort tot het moment waarop de lening bij de Stadsbank is
                                    afgelost, onder de voorwaarde dat de belanghebbende stipt en
                                    volledig aan zijn aflossingsverplichtingen bij deze bank
                                    voldoet.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.9.4 Tegemoetkoming bijzondere kosten in schulden bij bijzondere
                                    omstandigheden</tussenkop><al>Slechts als er sprake is van een zeer dringende reden kan een
                                    tegemoetkoming in de vorm van een lening worden verstrekt.
                                    Bijvoorbeeld dat door een wettelijke sanctie- of
                                    invorderingsmaatregel het besteedbaar inkomen beneden de grens
                                    van beslagvrije voet uitkomt. Deze tegemoetkoming wordt als
                                    geldlening verleend. Soms kan door de Stadsbank geen krediet
                                    worden verleend, omdat het inkomen door beslaglegging of
                                    maatregel (sanctie) sterk is verminderd. In principe kan met een
                                    vermindering van inkomen geen rekening worden gehouden, als deze
                                    het gevolg is van een maatregel in verband met het schenden van
                                    uitkeringsverplichtingen. Bij het treffen van een maatregel
                                    wordt immers al rekening gehouden met de persoonlijke en
                                    financiële omstandigheden van persoon of gezin.Evenmin kan extra
                                    bijstand worden verstrekt voor schulden, die zijn ontstaan in
                                    een periode waarin beslag is gelegd op het inkomen.
                                    Beslaglegging is altijd het gevolg van tekortschietend
                                    verantwoordelijkheidsbesef: zo’n invorderingsmaatregel kan
                                    immers voorkomen worden door zelf initiatief te nemen tot een
                                    aflossingsregeling.</al><al>Zeer dringende omstandigheden zijn ook bijvoorbeeld dreigende
                                    uithuiszetting of energieafsluiting, incidenteel kan een
                                    tegemoetkoming bijzondere kosten worden verleend, als een andere
                                    oplossing niet mogelijk is. Deze tegemoetkoming wordt verstrekt
                                    in de vorm van een geldlening.Schulden die kunnen uitmonden in
                                    ontruiming van de woning of tot afsluiting van de energie,
                                    kunnen tot grote problemen leiden. Doorgaans kan de Stadsbank in
                                    een dergelijke situatie een oplossing bieden. Als dat niet het
                                    geval is, is er in de regel sprake van een situatie waarin de
                                    belanghebbende over onvoldoende middelen beschikt om de lening
                                    terug te betalen. In zo’n geval kan, als de individuele
                                    omstandigheden daar aanleiding toe geven, een tegemoetkoming om
                                    -niet worden verleend. Dit is slechts eenmaal mogelijk.Aan deze
                                    vorm van verstrekking van een tegemoetkoming worden extra
                                    voorwaarden verbonden. In de praktijk zal het er op neerkomen
                                    dat het AMW in dergelijke gevallen adviseert om de voorwaarde
                                    van budgetbeheer op te leggen.</al><al>In individuele gevallen kan het voorkomen dat iemand een
                                    bepaalde periode niet heeft beschikt over voldoende
                                    bestaansmiddelen. Dat kan zijn omdat men een periode minder
                                    ontving dan het wettelijk geldende minimum. Ook kan het
                                    voorkomen dat men te maken had met kosten, waarvoor, indien deze
                                    zouden zijn aangevraagd, een tegemoetkoming bijzondere kosten om
                                    niet zou zijn verleend.In deze omstandigheden kan een
                                    tegemoetkoming bijzondere kosten verstrekt worden in de vorm van
                                    een verstrekking om niet.Hierbij moet echter worden opgemerkt
                                    dat eerst nagegaan moet worden in hoeverre aan de belanghebbende
                                    alsnog een uitkering algemene bijstand kan worden toegekend over
                                    de betreffende periode. Slechts indien vastgesteld is dat dit
                                    niet mogelijk is, kan een tegemoetkoming bijzondere kosten
                                    verstrekt worden.De periode waarbij teruggegaan kan worden voor
                                    verstrekking van algemene bijstand dan wel een tegemoetkoming
                                    bijzondere kosten bedraagt maximaal 12 maanden.</al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.9.5 Preventie kosten schuldhulpverlening</tussenkop><al>Een tegemoetkoming bijzondere kosten van maximaal € 250,-- voor
                                    schulden in preventieve zin kan worden verleend als er
                                    onvoldoende middelen aanwezig zijn en waarbij de kans groot is
                                    dat er in de toekomst nieuwe schulden ontstaan. Deze
                                    mogelijkheid is direct verbonden aan ‘persoonlijk budgetbeheer’
                                    door de Stadsbank.Het principe van budgetbeheer is dat op advies
                                    van het AMW iemands vermogen en inkomen wordt beheerd door de
                                    Stadsbank. Het algemeen maatschappelijk werk (AMW) draagt
                                    daarbij zorg voor de financiële begeleiding.De Stadsbank
                                    verzorgt de periodieke betalingsverplichtingen en reserveert
                                    voor incidentele betalingsverplichtingen; daarnaast ontvangt de
                                    cliënt een vast bedrag voor dagelijkse uitgaven.Het doel van
                                    budgetbeheer is een nieuwe schuldsituatie te voorkomen.
                                    Randvoorwaarde daarbij is, dat er bij de start voldoende
                                    middelen zijn voor toekomstige betalingen, om zodoende ‘schoon’
                                    te kunnen starten.</al><al>De tegemoetkoming wordt om niet verleend. Toekenning is slechts
                                    mogelijk op advies van de Stadsbank. De belanghebbende kan de
                                    Stadsbank machtigen om namens hem/haar te verzoeken om deze
                                    verstrekking. Bij een positief Stadsbank advies wordt de
                                    tegemoetkoming zonder nader onderzoek toegekend. De
                                    tegemoetkoming wordt altijd rechtstreeks aan de Stadsbank
                                    betaalbaar gesteld. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.9.6 Cursus budgetteren</tussenkop><al>De kosten van deelname aan de cursus budgetteren komen, na
                                    indicatie door het AMW Juvans, in aanmerking voor een
                                    tegemoetkoming bijzondere kosten. In het kader van preventie kan
                                    het zinvol zijn dat belanghebbenden die te kampen hebben met
                                    schulden, een budgetteringscursus volgen. Indien het AMW een
                                    dergelijke cursus, bijvoorbeeld ‘leren omgaan met geld’, nodig
                                    acht, wordt een tegemoetkoming om niet verstrekt voor de kosten
                                    van deze cursus. Bij een positief AMW advies wordt de
                                    tegemoetkoming zonder nader onderzoek toegekend. De
                                    tegemoetkoming wordt altijd rechtstreeks aan de betreffende
                                    onderwijsinstelling betaalbaar gesteld. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 2.9.7 Bevordering saneerbaarheid</tussenkop><al>Een groot aantal schuldsituaties blijkt op dit moment nog niet
                                    saneerbaar, vanwege de omvang van de schuldenlast. Moeilijkheid
                                    daarbij is dat diverse schuldeisers niet akkoord gaan met een
                                    aanbod van betaling ineens van de schuldenlast, tegen finale
                                    kwijting van het resterende deel. De gemeente, in haar
                                    hoedanigheid als uitvoerder van sociale voorzieningen en als
                                    instantie aan wie de belanghebbende plaatselijke belastingen
                                    verschuldigd is, is ook zo’n schuldeiser. Hoewel sinds de
                                    inwerkingtreding van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen
                                    (WSNP) sneller een akkoord in het minnelijke traject wordt
                                    bereikt, blijft het probleem aanwezig.De gemeente heeft de
                                    mogelijkheid om op verzoek van de belanghebbende af te zien van
                                    terugvordering wegens het regelen of saneren van schulden. In
                                    een aantal situaties kan het gewenst zijn deze mogelijkheid te
                                    hanteren, doch in de richtlijnen tegemoetkoming bijzondere
                                    kosten worden hier geen aanvullende bepalingen over opgenomen.
                                    Dit wordt per individuele situatie beoordeeld.Om de
                                    saneerbaarheid te bevorderen kan op basis van deze richtlijnen
                                    uitsluitend finale kwijting verleend worden voor vorderingen van
                                    de gemeente die betrekking hebben op verstrekte tegemoetkomingen
                                    bijzondere kosten (in het verleden verstrekte
                                    leenbijstand).Voorwaarde om met een saneringsvoorstel akkoord te
                                    gaan is dat de gedragscode schuldregeling van de Nederlandse
                                    Vereniging van Volkskrediet (NVVK) is gehanteerd. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.10</nr><titel>Langdurigheidstoeslag</titel></kop><structuurtekst><al>De langdurigheidstoeslag is een door gemeenten, op grond van artikel
                                35 lid 3 van de WWB, jaarlijks uit te keren bedrag aan personen met
                                langdurig een minimum inkomen en geen arbeidsmarktperspectief.</al><al>In het coalitieakkoord is bepaald dat het Ministerie van Sociale
                                Zaken en Werkgelegenheid de langdurigheidstoeslag dereguleert. De
                                gemeenten leggen vast onder welke voorwaarden burgers recht hebben
                                op langdurigheidstoeslag.In gemeente Aalburg komen in aanmerking de
                                personen tussen 23 en 65 jaar voor een langdurigheidstoeslag indien
                                zij:</al><al>- gedurende een ononderbroken periode van 60 maanden een inkomen
                                hebben dat niet hoger is dan de bijstandsnorm en geen vermogen als
                                bedoeld in artikel 34 WWB heeft;- gedurende 60 maanden geen
                                inkomsten uit of in verband met arbeid hebben ontvangen, of naar het
                                oordeel van het college gelet op de zeer geringe hoogte van de
                                inkomsten uit of in verband met arbeid en door de zeer geringe duur
                                van deze arbeid in redelijkheid niet gesproken kan worden van de
                                aanwezigheid van arbeidsmarktperspectief; - naar oordeel van het
                                college in deze periode in voldoende mate hebben getracht algemeen
                                geaccepteerde arbeid te verkrijgen en aanvaarden;- arbeidsongeschikt
                                zijn met een arbeidsongeschiktheidspercentage vanaf 35%-45% en
                                zonder arbeidsmarktperspectief met een inkomen tot de
                                bijstandsnorm;- binnen een periode van twaalf maanden niet voor een
                                langdurigheidstoeslag in aanmerking zijn gekomen</al><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:</al><al>Voor een alleenstaande: € 336,00Voor een alleenstaande ouder: €
                                430,00Voor gehuwden : € 478,00</al><al>Gedurende een periode van 60 maanden bij geringe inkomsten en zeer
                                geringe duur van de arbeid kan vanaf 1 januari 2006
                                langdurigheidstoeslag verstrekt worden. Als geringe inkomsten kunnen
                                worden beschouwd de vrij te laten onkostenvergoeding voor
                                vrijwilligerswerk van € 764,-- per jaar.Bij inkomsten uit of in
                                verband met arbeid in de periode van 60 maanden van € 764,-- per
                                jaar heeft men recht op langdurigheidstoeslag. De totale genoten
                                inkomsten over 60 maanden mogen niet meer bedragen dan € 3820,--.
                            </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.11</nr><titel>Collectieve ziektekostenverzekering voor de minima</titel></kop><structuurtekst><al>Begin december 2005 is door alle Zorgverzekeraars bekend gemaakt
                                welk basispakket en welke aanvullende pakketten verzekerd kunnen
                                worden, en wat de kosten hiervan zijn. Vanaf 1 januari 2006 is de
                                nieuwe Zorgverzekeringswet in werking getreden.In het nieuwe
                                zorgstelsel heeft iedereen dezelfde verzekering, ziekenfonds of
                                particulier bestaat niet meer. Iedere Nederlander is verplicht om
                                zich tegen het basispakket te verzekeren. Met de invoering van het
                                nieuwe Zorgverzekeringswet is door veel gemeenten besloten om een
                                collectieve regeling met een ziektekostenverzekeraar te treffen om
                                zeker te stellen dat de minima verzekerd zijn en blijven, en werden
                                zo gunstig mogelijke premieafspraken gemaakt voor de minima middels
                                een collectieve premiekorting.</al><al>Door het college van de gemeente Aalburg is in februari 2006
                                besloten dat het voor de minima een minimuminkomen mogelijk moet
                                worden gemaakt om een beter aanvullend ziektekostenpakket af te
                                sluiten bij het VGZ. Dit collectieve ziektekostenpakket bevat de
                                basisverzekering en zorg extra aanvullende verzekering. De
                                premiekorting is 5% op het basispakket en 20% op de aanvullende
                                verzekeringen en wordt direct door het VGZ.</al><al>Tevens is besloten om periodieke bijzondere bijstand van € 10,46 per
                                deelnemer te verlenen aan de belanghebbenden met een minimuminkomen
                                voor de collectieve zorgverzekering en het extra aanvullende pakket.
                                Voorstel om de gemeentelijke bijdrage te wijzigen in € 13,50 per
                                maand per 1 januari 2007.</al><al>Voor de ziektekosten die niet onder het basispakket en het
                                collectief aanvullende ziektekostenpakket vallen, kan een beroep op
                                bijzondere bijstand gedaan worden. Iedere aanvraag zal hierbij
                                beoordeeld worden op de aard en de noodzaak van de kosten. Indien
                                dit noodzakelijk geacht wordt zal advies van de GGD gevraagd worden.
                            </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.12</nr><titel>Computers voor minima</titel></kop><structuurtekst><al>In 2004 is besloten om personen van 23 tot 65 jaar die een
                                zelfstandige huisvesting voeren en tenminste drie aaneengesloten
                                jaren een minimuminkomen ontvangt en geen vermogen boven de in
                                artikel 34 WWB genoemde vermogencriteria heeft, komt eenmaal per
                                drie kalenderjaren in aanmerking voor computerapparatuur ten behoeve
                                van een schoolgaand kind van 7 tot 18 jaar. Bij meerdere kinderen
                                vindt er slechts één verstrekking plaats.Naast deze verstrekking aan
                                gezinnen op het minimumniveau met schoolgaande kinderen kan ook
                                computerapparatuur verstrekt worden aan de bijstandsgerechtigde die
                                minimaal een jaar werkloos is en met wie een trajectplan ingevolge
                                de WWB-re-integratieverordening is aangegaan dat gericht is op
                                uitstroom. Per 1 oktober 2007 de doelgroep uitbreiden met de
                                inburgeringsplichtige die een traject volgt op grond van de Wet
                                Inburgering.</al><al>De doelstelling van het beschikbaar stellen van de
                                computerapparatuur is: 1. het voorkomen/verminderen van een
                                kennisachterstand bij kinderen;2. het benutten als onderdeel van een
                                re-integratieproject voor moeilijk plaatsbare werkzoekenden;3, de
                                inburgering soepeler te laten verlopen omdat de opdrachten voor de
                                inburgering grotendeels op de computer gemaakt moeten worden.</al><al>De computerapparatuur wordt verstrekt in de vorm van bruikleen.
                                Daartoe dient de belanghebbende een bruikleenovereenkomst te
                                ondertekenen. Na 36 maanden onafgebroken aflossing wordt de
                                computerapparatuur eigendom.De aflossing is € 15,-- per maand bij
                                een minimuminkomen.</al><al>In 2004 is besloten dat maximaal een bedrag van € 1000,-- verstrekt
                                wordt voor computerapparatuur.Omdat de prijzen van computers en
                                randapparatuur dit bedrag te wijzigen en vast te stellen op €
                                750,-maximaal. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.13</nr><titel>Jeugdsportfonds</titel></kop><structuurtekst><al>Vanaf 2006 heeft de Provincie Noord Brabant een subsidieregeling
                                Jeugdsportfondsen 2006 – 2007.Daarmee wil de provincie stimuleren
                                dat gemeenten initiatieven nemen om kinderen uit arme gezinnen te
                                laten deelnemen aan sportactiviteiten. Het geld is bestemd om aan te
                                sluiten bij het Brabants Jeugdsportfonds en voor het bekostigen van
                                verstrekkingen. De subsidieregeling gaat uit van cofinanciering:
                                voorwaarde is dat de gemeente zelf een even hoog bedrag beschikbaar
                                stelt. Voorwaarde voor subsidie was dat werd aangesloten bij het
                                Jeugdsportfonds.</al><al>Vanaf 1 mei 2007 gaat de gemeente Aalburg aansluiten bij het
                                Jeugdsportfonds Noord Brabant. Door aan te sluiten bij het
                                Jeugdsportfonds willen we een toename realiseren van het aantal
                                kinderen met financieel minder draagkrachtige ouders dat gaat
                                meedoen aan georganiseerde sportactiviteiten</al><al>We verwachten dat met deze maatregel een groot aantal kinderen lid
                                zal worden van een sportvereniging. Dit is niet alleen goed voor de
                                betreffende kinderen, maar het draagt ook bij aan versterking van de
                                positie van de sportclubs. De financiële toekenningen aan de
                                kinderen komen immers direct terecht in de kas van de betreffende
                                sportverenigingen.Het blijkt dat in het algemeen kinderen uit
                                gezinnen van minima minder vaak deelnemen aan sportactiviteiten.
                                Vooral bij allochtone kinderen is dat het geval. De oorzaak hiervan
                                is vaak het ontoereikende inkomen van de ouders. Vanuit
                                verschillende invalshoeken is sporten bij een club belangrijk: •
                                gezondheid: meer bewegen;• sociale ontwikkeling: samen bezig zijn
                                met anderen;• zinvolle tijdsbesteding: tegengaan hangjongeren;•
                                integratie: sporten in clubverband bevordert de integratie van
                                kinderen van vluchtelingen. </al><al>Doelgroep en inkomensgrenzen</al><al>De gemeente kan zelf de criteria vaststellen tot welke leeftijden en
                                bij welke inkomensgrenzen een bijdrage verstrekt wordt. In ons geval
                                ligt het voor de hand om aan te sluiten bij de criteria die we in
                                ons minimabeleid hanteren. Dat houdt in een inkomensgrens tot 120%
                                van het sociaal minimum en leeftijden van 6 tot en met 17 jaar.</al><al>Hoogte uitkering</al><al>De toekenning bedraagt maximaal € 225 per kind. We verwachten dat
                                jaarlijks maximaal 40 kinderen voor deze regeling in aanmerking
                                zullen komen.</al><al>Intermediairs</al><al>Het Jeugdsportfonds werkt met intermediairs. In elke gemeente wordt
                                een aantal intermediairs gezocht. Dit is een taak van de gemeenten.
                                Bij de intermediair kunnen ouders een verzoek doen voor een
                                toekenning. De intermediair kan ook zelf initiatief nemen richting
                                de ouders. De verstrekking vindt in natura plaats, via de
                                intermediair.</al><al>De intermediair beoordeelt of het kind aan de criteria voldoet en
                                dient de aanvraag digitaal in bij het Jeugdsportfonds, zonder
                                tussenkomst van de gemeente. De intermediair geeft daarbij aan van
                                welke club het kind lid wil worden. Het Jeugdsportfonds maakt
                                vervolgens de contributie rechtstreeks over naar de sportclub. Ook
                                sportkleding, schoeisel etc. kan vergoed worden. Niet contant, maar
                                via de intermediair of eventueel via een waardebon/voucher die bij
                                een aantal te selecteren sportzaken in onze regio kan worden
                                ingediend.</al><al>De intermediair volgt op afstand dat het kind daadwerkelijk gaat
                                deelnemen aan de sportactiviteiten. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Communicatie</titel></kop><structuurtekst><al>Er dient te worden zorg gedragen voor een groter bereik van de doelgroep
                            van het Minimabeleid en een zo eenvoudig mogelijk aanvraagprocedure en
                            vlotte toekenning.De informatieverstrekking betreffende het
                            Armoedebeleid en de communicatie hierover geschiedt via de volgende
                            kanalen: </al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Communicatie algemeen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.1 Extern</tussenkop><al>Extern wordt op de volgende wijze informatie verspreid over het
                                    Armoedebeleid 2007/2010 en vindt communicatie hierover
                                    plaats:</al><al>- Schriftelijke communicatie; - Bijstands- en WMO-cliënten via
                                    persoonlijk bericht;- Mondelinge communicatie via persoonlijk
                                    contact of telefoon;- Gebruik van intermediairs;- Bijzondere
                                    Bijstandsgids; - Folder bijdrageregeling sociaal culturele
                                    activiteiten;- Actuele informatie via de gemeentepagina in Het
                                    Kontakt;- Via mailing; - Persberichten via het Brabants Dagblad;
                                    - Verspreiding van landelijk ontwikkelde posters;- Informatie
                                    verspreiden via de gemeentegids;- Organiseren bijeenkomsten;-
                                    Gemeentepagina op internet;- Webapplicatie “Bereken je recht”
                                    aanschaffen;- Actief benaderen van de doelgroep via huisbezoek;-
                                    Project stille armoede in samenwerking met kerken, gemeente en
                                    maatschappelijk werk;- Informatie verspreiden via de pastorale
                                    bezoeken van de diaconie;- Verkorte aanvraagformulieren
                                    ontwikkelen/gebruiken. </al><tussenkop> Sub-paragraaf 3.1.2 Intern</tussenkop><al>De communicatie in het kader van het Armoedebeleid moet niet
                                    alleen naar buiten gericht zijn, maar ook naar binnen. Een ieder
                                    die bij de gemeente Aalburg te maken heeft met het Armoedebeleid
                                    en de uitvoering hiervan dient optimaal geïnformeerd te zijn. De
                                    volgende middelen worden hiervoor o.a. gebruikt:</al><al>Informatiebijeenkomsten;Schriftelijke
                                    ondersteuning;Werkoverleg;- Verkorte interne procedures
                                    ontwikkelen. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>