<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77359_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Gooi- en Vechtstreek 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laren</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">n.v.t.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Gooi- en Vechtstreek 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=HUISVESTINGSWET">Huisvestingswet, art. 2 e.v.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-05-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-09-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 25-05-2011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Wettenbank</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek, vastgesteld d.d. 23 maart 1994. Artikel 4.5 bevat overgangsbepalingen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Gooi- en Vechtstreek 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Laren;</al><al/><al>gelezen het voorstel d.d. 17 mei 2005, nr. 2005/39, van burgemeester en
                        wethouders;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en op de artikelen 2 e.v. van de
                        Huisvestingswet</al><al> besluit:</al><al><vet>Deel I.</vet></al><al>in te trekken de bij raadsbesluit van 23 maart 1994 vastgestelde
                        Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek.</al><al/><al><vet>Deel II.</vet></al><al>Vast te stellen de volgende verordening:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>in deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> a. wet: Huisvestingswet;</al><al> b. aftoppingsgrens: het daarover bepaalde in artikel 20 van de Wet
                                op de huurtoeslag;</al><al> c. besluit: het Huisvestingsbesluit;</al><al> d. Convenant Woonruimteverdeling:de overeenkomst tussen het gewest,
                                namens de samenwerkende gemeenten, en de in de gewestgemeenten
                                actieve corporaties inhoudende afspraken over onder meer de
                                woonruimteverdeling.</al><al> e. doorstromer: de woningzoekende die een zelfstandige herbezetbare
                                woonruimte in de regio achterlaat voor verhuur of verkoop en die
                                zich op de woningmarkt begeeft.</al><al> f. economische binding: de binding van een persoon aan de regio,
                                daarin gelegen dat die persoon, met het oog op de voorziening in het
                                bestaan, een redelijk belang heeft zich in dit gebied te vestigen,
                                met dien verstande dat een economische binding in elk geval wordt
                                aangenomen ten aanzien van personen die voor de voorziening in het
                                bestaan zijn aangewezen op het duurzaam (dat is: ten minste 19 uur
                                per week) verrichten van arbeid binnen of vanuit de regio en dat ook
                                het duurzaam volgen van een dagopleiding in de regio hiermee wordt
                                gelijkgesteld;</al><al> g. eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2 van de wet
                                bepaalde;</al><al> h. GBA: gemeentelijke basisadministratie;</al><al> i. gewest: het gewest Gooi en Vechtstreek;</al><al> j. huishouden: een alleenstaande, danwel twee of meer personen die
                                een gemeenschappelijke huishouding voert resp. voeren, danwel wenst
                                resp. wensen te voeren;</al><al> k. huurprijs: de rekenhuur van artikel 5 van de Wet op de
                                huurtoeslag;</al><al> l. ingezetene: degene die, gedurende tenminste een jaar direct
                                voorafgaande aan de datum van aanvraag voor een urgentie, in de
                                basisadministratie van één van de gemeenten in de regio is
                                ingeschreven;</al><al> m. inkomen: het belastbaar inkomen bedoeld in artikel 2.3 onder a,
                                b en c van de Wet op de inkomstenbelasting 2001, dan wel, indien
                                geen aanslag is of wordt vastgesteld het loon, bedoeld in artikel 9
                                van de Wet op de loonbelasting 1964, of een op vergelijkbare wijze
                                bepaald bedrag;</al><al> n. kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woning bestemd voor
                                woon- of slaapruimte.</al><al> o. maatschappelijke binding: het daaromtrent in artikel 1 onder m
                                van de wet bepaalde, te weten de binding van een persoon aan de
                                regio, daarin gelegen dat die persoon een redelijk, met de regionale
                                samenleving verband houdend belang heeft zich in die regio te
                                vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk
                                geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die niet meer in de
                                regio woonachtig zijn, maar gedurende de voorafgaande tien jaar ten
                                minste zes jaar onafgebroken ingezetene zijn geweest van dat
                                gebied;</al><al> p. onttrekken aan de bestemming tot wonen: het slopen of het
                                gebruiken voor een ander doel dan permanente bewoning door een
                                huishouden</al><al> q. onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30
                                van de wet;</al><al> r. onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang
                                heeft en welke niet kan worden bewoond door een huishouden, zonder
                                afhankelijkheid van wezenlijke voor¬zie¬ningen buiten die
                                woon¬ruimte;</al><al> s. regio: het grondgebied van de gemeenten Blaricum, Bussum,
                                Wijdemeren, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp;</al><al> t. regionale urgentiecommissie: de commissie die in de regio het
                                advies uitbrengt inzake de toekenning van urgentie, als bedoeld in
                                deze verordening;</al><al> u. regionale volkshuisvestingscommissie (RVC): het
                                portefeuillehoudersoverleg van het gewest belast met
                                intergemeentelijke beleidsvorming en afstemming op het terrein van
                                de volkshuisvesting zoals nader aangegeven in artikel 8 van het
                                geweststatuut;</al><al> v. starter: de woningzoekende die zich vanuit een onzelfstandige
                                woonsituatie op de woningmarkt begeeft; tevens dient hieronder te
                                worden verstaan de in de regio ingezetene woningzoekende die in een
                                proces van echtscheiding verkeert respectievelijk in een proces van
                                ontbinding van de duurzame samenwoning;</al><al> w. statushouder: persoon van wie de asielaanvrage uitmondt in een
                                geldige status tot verblijf (verblijfsvergunning) in Nederland en
                                voor wie dientengevolge dezelfde rechten en plichten als
                                Nederlanders gelden;</al><al> x. urgente: het daaromtrent in hoofdstuk 2 van deze verordening
                                bepaalde;</al><al> y. van binding vrijgestelden: gepensioneerden, arbeidsongeschikten,
                                langdurig werklozen, remigranten zonder economische binding, van
                                echt gescheidenen zonder economische binding, wettelijk erkende
                                vluchtelingen aan wie de verblijfsstatus is toegekend en
                                maatschappelijk gebondenen;</al><al> z. vestiger: de woningzoekende die niet in de regio woonachtig is,
                                dan wel korter dan 1 jaar woonachtig is in de regio, met ofwel een
                                economische binding ofwel een maatschappelijke binding ofwel van
                                binding vrijgesteld;</al><al> aa. woningen: zelfstandige woonruimte die valt onder de
                                werkingsfeer van de Huurprijzenwet Woonruimte en bestemd is voor
                                verhuur voor onbepaalde tijd;</al><al> bb. woonduur voor doorstromers: de periode welke is verstreken
                                sinds de datum waarop een doorstromer zijn huidige woning (als
                                huurder dan wel eigenaar) in één van de gewestgemeenten heeft
                                betrokken;</al><al> cc. woonduur voor starters: de leeftijd van de starter minus 18
                                jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Woningzoekenden die in een proces van ontbinding van de
                                    duurzame relatie verkeren</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor ingezetenen van de regio die in een echtscheidingsprocedure
                                    verkeren, en zich op de woningmarkt begeven, geldt het
                                    starterscriterium als bedoeld in artikel 1.1 onder v, indien
                                    hiervan blijkt uit een echtscheidingsconvenant of een voorlopige
                                    voorziening terzake;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor ingezetenen van de regio, die hun duurzame
                                    samenwoningsrelatie beëindigen, en zich op de woningmarkt
                                    begeven, geldt eveneens het starterscriterium als bedoeld in
                                    artikel 1.1 onder v, indien hiervan blijkt uit de
                                    afstandsverklaring van de gezamenlijke woning zoals die bij de
                                    verhuurder van de gezamenlijke woning is overgelegd, dan wel uit
                                    een gewijzigde eigendomsakte c.q. notariële akte bij eigen
                                    woningbezit;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het gestelde onder lid 1 en lid 2 blijft van kracht gedurende
                                    een termijn van maximaal 1 jaar vanaf het afsluiten van het
                                    echtscheidingsconvenant of de voorlopige voorziening dan wel de
                                    afstandsverklaring van de gezamenlijke woning en eindigt in
                                    ieder geval op de datum van bijschrijving in het register van de
                                    burgerlijke stand. Vanaf die datum is de persoon/personen aan
                                    wie de woning is toegewezen 'doorstromer' en de persoon/personen
                                    aan wie de woning niet is toegewezen 'starter'. De persoon die
                                    een tijdelijke oplossing heeft gevonden buiten de regio wordt
                                    vanaf die datum een ‘vestiger’.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Inschrijving als urgent woningzoekende</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Register van urgent woningzoekenden</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het aanleggen en
                                bijhouden van een register van woningzoekenden met een
                                urgentie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Behandeling van verzoeken om toekennen van urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Degene die wegens een noodsituatie met voorrang voor een woning
                                    in aanmerking wenst te komen kan daartoe een schriftelijk
                                    verzoek indienen bij burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen ten behoeve van de in het
                                    eerste lid bedoelde verzoeken een model aanvraagformulier vast
                                    en bepalen welke gegevens bij het verzoek moeten worden
                                    overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders vermelden op een verzoek als bedoeld
                                    in het eerste lid de datum van ontvangst.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen zo spoedig mogelijk, doch
                                    uiterlijk binnen 8 weken, na de datum van ontvangst op een
                                    verzoek als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Criteria t.a.v. de aanvrager van een urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanvrager van een urgentie moet voldoen aan de navolgende
                                    criteria:</al><al> ingezetene in de regio zijn dan wel vestiger zijn, te
                                    onderscheiden in woningzoekende</al><al> a. met een economische binding; of</al><al> b. met een maatschappelijke binding; of</al><al> c. die van binding zijn vrijgesteld;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanvrager dient 18 jaar of ouder te zijn.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De aanvrager van de urgentie voor het huishouden moet de
                                    Nederlandse nationaliteit bezitten of over een geldige
                                    verblijfstitel in Nederland beschikken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Toekennen van urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kennen op een verzoek als bedoeld in
                                    artikel 2.2 lid 1 de gevraagde urgentie slechts toe op basis van
                                    uitgangspunten en criteria als nader bepaald in artikel 2.6.en
                                    artikel 2.7;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Alvorens een besluit te nemen winnen burgemeester en wethouders
                                    over het verzoek als bedoeld in artikel 2.2. lid 1, het advies
                                    in van de regionale urgentiecommissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van hun besluit
                                    aan de in het tweede lid bedoelde commissie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders besluiten tot het toekennen
                                    van een of meer urgentie(s) schrijven zij de naam van de
                                    verzoeker in het register in als bedoeld in artikel 2.1.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Een urgentie heeft een geldigheid van drie maanden vanaf de
                                    datum van toezending van het besluit tot toekenning;</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De urgentie geeft voorrang op de kandidaten die volgens het
                                    convenant woonruimteverdeling voor een woning in aanmerking
                                    zouden komen;</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De urgentie dient in principe gebruikt te worden om te
                                    reflecteren op aangeboden woningen in de gehele regio, tenzij
                                    burgemeester en wethouders, op grond van de omstandigheden van
                                    verzoeker, een beperkter gebied hebben aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Verlenging geldigheid urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een verzoek om verlenging van de geldigheid van een urgentie
                                    wordt schriftelijk gericht aan het college van burgemeester en
                                    wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Alvorens een besluit te nemen winnen burgemeester en wethouders
                                    over het verzoek als bedoeld in artikel 2.2. lid 1, het advies
                                    in van de regionale urgentiecommissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Verlenging van de geldigheid van een urgentie wordt alleen
                                    verleend indien:</al><al> de urgent woningzoekende binnen de geldigheidstermijn van drie
                                    maanden van de toegekende urgentie in voldoende mate heeft
                                    gereageerd op het aanbod van beschikbaar komende woningen die
                                    zijn afgestemd op de aard van de urgentie én de urgent
                                    woningzoekende geen aangeboden woning(en) ongegrond heeft
                                    geweigerd;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Randvoorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een urgentieverklaring wordt alleen toegekend indien sprake is
                                    van een noodsituatie die het noodzakelijk maakt dat direct dan
                                    wel op zeer korte termijn -uiterlijk binnen 3 maanden- een
                                    (andere) woning beschikbaar komt, ter voorkoming van ernstige
                                    schade voor het welzijn van aanvrager, die het rechtstreeks
                                    gevolg is van de woonsituatie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De individuele situatie van de aanvrager is uitgangspunt voor de
                                    beoordeling van de urgentieaanvrager;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De eigen verantwoordelijkheid van de woningzoekende voor het
                                    ontstaan en het oplossen van de eigen woonsituatie staat
                                    voorop;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De aanvrager dient aan te geven op welke wijze(n) hij geprobeerd
                                    heeft het probleem op te lossen;</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Een vestiger dient voorts aan te tonen dat zijn woonprobleem
                                    uitsluitend in deze regio opgelost kan worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Urgentiecriteria</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een woningzoekende komt voor een urgentieverklaring in
                                    aanmerking, indien hij voldoet aan een of meer van de onder lid
                                    2 t/m 8 opgenomen criteria en per criterium aan alle daarbij
                                    gestelde en van toepassing zijnde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Medische gronden.</al><al>Voorwaarden:</al><al> a. er moet sprake zijn van een medische problematiek waarop de
                                    huidige woonsituatie een zeer ernstige, negatieve invloed heeft
                                    en die binnen de huidige woonsituatie redelijkerwijs niet
                                    oplosbaar is;</al><al> b. de beoordeling van de medische situatie geschiedt door een
                                    regionaal optredend medisch deskundige, wiens advies wordt
                                    gevraagd door het regionaal urgentiebureau die dat verwerkt in
                                    haar rapportage aan de regionale urgentiecommissie als bedoeld
                                    in artikel 2.4. lid 2 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Dakloosheid ten gevolge van brand en andere calamiteiten.</al><al>Voorwaarde:</al><al> a. de woning dient blijvend onbewoonbaar te zijn en de
                                    woningzoekende kan niet zelf in andere woonruimte voorzien.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Dakloosheid van een ouder met minderjarige kind(eren).</al><al>Voorwaarden:</al><al> a. de ouder kan bij een scheiding, dan wel na beëindiging van
                                    opname in een psychiatrische inrichting, niet over woonruimte
                                    beschikken voor hem/haar en zijn/haar minderjarig(e)
                                    kind(eren);</al><al> b. de andere ouder kan het kind/de kinderen van aanvrager
                                    aantoonbaar evenmin huisvesten;</al><al> c. de aanvrager moet aantonen dat redelijkerwijze niet van hem
                                    of haar kan worden gevergd dat de echtelijke woning wordt
                                    opgeëist.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Financiële ontwrichting.</al><al>Voorwaarden:</al><al> a. er dient sprake te zijn van een onvoorziene en niet aan
                                    aanvrager te wijten financiële ontwrichting van het huishouden
                                    waarvoor geen oplossing (in financiële zin) is, zodat de huidige
                                    woonlasten niet (meer) kunnen worden opgebracht.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Geweld.</al><al>Voorwaarden:</al><al> a. er moet sprake zijn van zeer ernstige overlast in de vorm
                                    van geweld of reële bedreiging die tot gevolg heeft dat
                                    aanvrager niet langer in de huidige woonruimte kan blijven wonen
                                    en direct elders geen (tijdelijke) onderdak beschikbaar is;</al><al> b. het geweld of de bedreiging moet aantoonbaar zijn, zo
                                    mogelijk door een rapport van de politie.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Sociale indicatie.</al><al>Voorwaarden:</al><al> a. er moet sprake zijn van zeer ernstige problemen met
                                    betrekking tot de huidige woonsituatie én</al><al> b. er moet sprake zijn van een situatie waarin de aanvrager in
                                    samenhang met zeer ernstige woonproblemen niet meer in staat
                                    dreigt te zijn zelfstandig te functioneren in gezin (of als
                                    alleenstaande) en/of maatschappij.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Status van een urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De urgentie betekent een voorrangspositie ten opzichte van
                                    andere woningzoekenden conform het bepaalde in artikel 6 van het
                                    Convenant Woonruimteverdeling en voorts in die zin dat dit de
                                    gestelde leeftijdseisen bij alle woningen overstijgt tenzij de
                                    woningen bestemd zijn voor specifieke doelgroepen als ouderen en
                                    lichamelijk gehandicapten, blijkende uit aangebrachte fysieke
                                    kenmerken of wanneer het specifiek benoemde jongerencomplexen
                                    betreft.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Om met een urgentieverklaring voor woningtoewijzing in
                                    aanmerking te komen moet het desbetreffende huishouden voldoen
                                    aan de volgende eisen:</al><al> a. de in de advertentie gestelde inkomenseisen;</al><al> b. het in de advertentie gestelde woningtype moet overeenkomen
                                    met het woningtype zoals dat vermeld is op de
                                    urgentiebeschikking.'</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Doorhalen van de inschrijving</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders halen de naam van de urgent
                                woningzoekende in het register als bedoeld in artikel 2.1 door,
                                indien:</al><al> a. de urgent woningzoekende daarom heeft verzocht;</al><al> b. de urgent woningzoekende na afgifte van de toegekende urgentie
                                een woning in gebruik heeft genomen;</al><al> c. de urgent woningzoekende binnen een termijn van drie maanden na
                                afgifte van de toegekende urgentie niet heeft gereageerd op het
                                aanbod van beschikbaar komende woningen die zijn afgestemd op de
                                aard van de urgentie;</al><al> d. de urgent woningzoekende een aangeboden woning ongegrond heeft
                                geweigerd;</al><al> e. de urgentie is toegekend op basis van gegevens waarvan de
                                aanvrager wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of
                                onvolledig waren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Nadere bepalingen omtrent urgentiecommissie</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt -gecoördineerd door
                                middel van de RVC- nadere regelen vast waarin de taak,
                                samenstelling, werkwijze en bevoegdheden van de in artikel 2.4. lid
                                2 bedoelde commissie worden vastgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Deelname aan aanbiedingssysteem</titel></kop><al>De urgent woningzoekende dient, om voor een woning in aanmerking te
                                komen, te reflecteren op een woning die volgens het convenant
                                woonruimteverdeling wordt aangeboden, tenzij sprake is van een acute
                                noodsituatie. In dat geval kunnen burgemeester en wethouders
                                rechtstreeks bemiddelen bij een eigenaar van woonruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Bemiddeling</titel></kop><al>Voor woningzoekenden die beschikken over een urgentieverklaring als
                                bedoeld in dit hoofdstuk kunnen burgemeester en wethouders bij
                                eigenaren van woningen waarmee geen convenant is afgesloten actief
                                bemiddelen, opdat voor hen een passende woning ter beschikking komt
                                binnen de bij urgentietoekenning gestelde termijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>Relatie tussen woning en huisvestingsproblematiek</titel></kop><al>De in artikel 2.2 lid 1 bedoelde voorrang en de in artikel 2.10.
                                bedoelde bemiddeling beperken zich uitsluitend tot toewijzing van
                                een woning die passend is in verband met de specifieke
                                huisvestingsproblematiek die aan de urgentietoekenning ten grondslag
                                ligt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op alle
                                woningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Vergunningsvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en
                                    wethouders een woning geheel of gedeeltelijk aan de bestemming
                                    tot woning te onttrekken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder het onttrekken aan de bestemming tot woning wordt in deze
                                    verordening verstaan het slopen of het gebruiken voor een ander
                                    doel dan bewoning. Onder onttrekking wordt mede verstaan het
                                    samenvoegen met andere woning en het omzetten van een
                                    zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 is een vergunning voor de
                                    onttrekking van een woning aan de bestemming tot woning niet
                                    vereist indien de sloop van de woning als bedoeld in lid 2
                                    plaatsvindt met het oog op vervangende woningbouw zodanig dat
                                    het aantal te slopen woningen gelijk is aan dan wel kleiner is
                                    dan het aantal nieuw te bouwen woningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Aanvragen van een onttrekkingsvergunning</titel></kop><al>De aanvraag om een woonruimte-onttrekkingsvergunning als bedoeld in
                                artikel 3.2 wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en
                                wethouders en vermeldt:</al><al> a. naam en adres van de eigenaar;</al><al> b. de personalia van de bewoner(s);</al><al> c. de huur- of koopprijs van het pand;</al><al> d. een exacte aanduiding van de te onttrekken vertrekken van het
                                pand;</al><al> e. het beoogde gebruik van (de onttrokken delen van) het pand na de
                                onttrekking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Ongenoegzaamheid van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Als de ingevolge artikel 3.3 in te dienen gegevens niet volledig
                                    zijn, stellen burgemeester en wethouders aanvrager schriftelijk
                                    in de gelegenheid om de benodigde ontbrekende gegevens alsnog
                                    binnen vier weken in te dienen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als de aanvullende gegevens niet tijdig worden ingediend c.q.
                                    ook in tweede instantie niet voldoen aan de eisen, genoemd in
                                    artikel 3.3, nemen burgemeester en wethouders het verzoek niet
                                    in behandeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Besluitvormingstermijn</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken op een verzoek
                                om vergunning als bedoeld in artikel 3.2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Afwegingscriterium</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning als bedoeld in
                                artikel 3.2 tenzij het belang van het behoud of de samenstelling van
                                de woningvoorraad groter is dan het met het onttrekken aan de
                                bestemming tot bewoning gediende belang en het belang van het behoud
                                of de samenstelling van de woningvoorraad niet door het stellen van
                                voorwaarden of voorschriften voldoende kan worden gediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Compensatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verbinden aan het verlenen van een
                                    onttrekkingsvergunning de voorwaarde van het naar keuze van
                                    vergunninghouder hetzij bieden van compensatie door het
                                    toevoegen aan de woningvoorraad van andere, vervangende
                                    woning(en), welke naar hun oordeel gelijkwaardig zijn aan de te
                                    onttrekken woning(en), hetzij de voorwaarde van het bieden van
                                    een financiële compensatie, overeenkomstig het bepaalde in lid
                                    2.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen richtlijnen vaststellen tot
                                    het beschikbaar stellen van vervangende woningen c.q. heffing
                                    van een financiële bijdrage bij onttrekking van woningen</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Verdere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Het Convenant Woonruimteverdeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders komen met de besturen van de
                                    toegelaten instellingen een Convenant voor de
                                    Woonruimteverdeling overeen. Dit Convenant vormt een aanvulling
                                    op deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De overeenkomsten als bedoeld in het 1e lid worden ter
                                    goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en
                                    wethouders en ter kennis gebracht van het
                                    portefeuillehoudersoverleg volkshuisvesting/woonruimtezaken van
                                    het gewest Gooi en Vechtstreek.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De inhoud van de in het 1e lid bedoelde overeenkomsten wordt in
                                    ruime mate door burgemeester en wethouders bij de ingezetenen en
                                    andere belangstellenden bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders komen met de besturen van de
                                    toegelaten instellingen een Convenant voor de
                                    Woonruimteverdeling overeen. Dit Convenant vormt een aanvulling
                                    op deze verordening. Burgemeester en wethouders komen met de
                                    besturen van de toegelaten instellingen een Convenant voor de
                                    Woonruimteverdeling overeen. Dit Convenant vormt een aanvulling
                                    op deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De overeenkomsten als bedoeld in het 1e lid worden ter
                                    goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en
                                    wethouders en ter kennis gebracht van het
                                    portefeuillehoudersoverleg volkshuisvesting/woonruimtezaken van
                                    het gewest Gooi en Vechtstreek.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De inhoud van de in het 1e lid bedoelde overeenkomsten wordt in
                                    ruime mate door burgemeester en wethouders bij de ingezetenen en
                                    andere belangstellenden bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Overleg bij wijziging</titel></kop><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze
                                verordening plegen burgemeester en wethouders -gecoördineerd door
                                middel van het portefeuillehoudersoverleg
                                volkshuisves-ting/woonruimtezaken van het gewest- overleg met de in
                                de gemeente werkzame, ingevolge artikel 70, eerste lid, of artikel
                                72, eerste lid, van de Woningwet (Stb 1991, 439) toegelaten
                                instellingen en met andere daarvoor naar hun oordeel in aanmerking
                                komende organisaties die binnen de gemeente op het gebied van de
                                woonruimteverdeling werkzaam zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Status toelichting</titel></kop><al>De bij deze verordening behorende toelichting op de regionale
                                huisvestingsverordening wordt geacht onlosmakelijk deel uit te maken
                                van de verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Verzoeken om toekennen van urgentie welke zijn ingediend vóór 1
                                    juli 2005 worden afgedaan op de voet van het bepaalde in de
                                    huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2000.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aanvragen tot verlening van een onttrekkingsvergunning welke
                                    zijn ingediend vóór 1 juli 2005 worden afgedaan op de voet van
                                    het bepaalde in de huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek
                                    2000.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de
                                Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie.</al><al/><al><vet>Deel III.</vet></al><al>te bepalen, dat dit besluit in werking treedt op 8 juli 2005.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Laren in zijn openbare
                        vergadering van 22 juni 2005.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> C.C.W. van Rooijen drs. E.J. Roest</ondertekening><ondertekening> Raadsgriffier, loco voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>