<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77354_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hei en wei 09-07-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Blaricum 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=ALGEMENE WET BESTUURSRECHT">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 222 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET OP DE RUIMTELIJKE ORDENING">Wet op de Ruimtelijke Ordening, art. 42 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-04-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit 2006/30</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt Exploitatieverordening gemeente Blaricum 1995, vastgesteld op 7 september 1995. Artikel 12 bevat een overgangsbepaling.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5180</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking aan het in
            exploitatie brengen van gronden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Blaricum,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders</al><al/><al>gelet op artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, artikel 222
                        Gemeentewet en de Algemene Wet Bestuursrecht,</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>1. in te trekken de Exploitatieverordening gemeente Blaricum 1995</al><al>2. vast te stellen de volgende verordening houdende de voorwaarden waaronder
                        de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van
                        gronden.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder</al><al> a. medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden: het door of
                            met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar
                            nut, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaken
                            gebaat worden;</al><al> b. exploitatiegebied: een als zodanig door de gemeenteraad aangewezen
                            gebied, dat gebaat is door de aanleg van voorzieningen van openbaar
                            nut;</al><al> c. exploitant: de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
                            recht of anderszins rechthebbende van een in het exploitatiegebied
                            gelegen onroerende zaak welke door het treffen van voorzieningen van
                            openbaar nut gebaat is;</al><al> d. exploitatieovereenkomst: de overeenkomst, onder welke naam dan ook
                            gesloten, waarin de gemeente met een exploitant de voorwaarden
                            overeenkomt waaronder de gemeente voorzieningen van openbaar nut zal
                            treffen of daaraan medewerking zal verlenen;</al><al> e. aangevuld bekostigingsbesluit: een besluit van de gemeenteraad
                            waarin niet alleen overeenkomstig artikel 222 Gemeentewet, wordt
                            besloten in welke mate de aan de voorzieningen verbonden lasten zullen
                            kunnen worden verhaald op een daarbij aangeduid gebied, maar waarin ook
                            een omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut en een begroting
                            van kosten en opbrengsten is opgenomen;</al><al> f. voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied
                            gelegen onroerende zaken gebaat worden: onder meer:</al><al> 1. riolering, met inbegrip van bijbehorende werken;</al><al> 2. wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                            rijwielpaden, straatmeubilair, waterpartijen, watergangen, bruggen,
                            tunnels en andere rechtstreeks met de aanleg en inrichting van deze
                            voorzieningen en kunstwerken verband houdende werken;</al><al> 3. plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder begrepen de
                            aanleg en inrichting van openbare speelplaatsen en speelweiden alsmede
                            de sierende elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al><al> 4. openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                            aansluitingen;</al><al> 5. waterhuishoudkundige voorzieningen, met inbegrip van
                            drainagevoorzieningen;</al><al> g. afstand van gronden aan de gemeente: eigendomsoverdracht van gronden
                            aan de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kosten van exploitatie</titel></kop><al>Voor de berekening ten behoeve van de begroting van kosten en ten
                            behoeve van de vaststelling van exploitatiebijdragen, wordt onder de
                            kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van grond begrepen:</al><al>1. De inbrengwaarde van alle binnen het exploitatiegebied gelegen
                            gronden, zijnde:</al><al> a. de waarde van de grond;</al><al> b. de waarde van de opstallen, die voor de verwezenlijking van de
                            bestemming niet gehandhaafd kunnen worden;</al><al> c. de kosten van het vrijmaken van de gronden van opstallen;</al><al>d. de kosten van vrijmaken van de grond van zich in de grond bevindende
                            resten, zoals funderingen, leidingen en kabels, en van persoonlijke
                            rechten en lasten, eigendom, bezit of beperkt recht, zakelijke lasten,
                            alsmede de kosten van schadevergoedingen.</al><al> 2. De kosten van aanleg binnen een exploitatiegebied door de gemeente
                            van de onder artikel 1, onder f omschreven voorzieningen van openbaar
                            nut.</al><al> 3. De kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten het
                            exploitatiegebied voor zover de binnen het exploitatiegebied liggende
                            onroerende zaken door deze voorzieningen direct dan wel indirect gebaat
                            zijn.</al><al> 4. De kosten van:</al><al> a. het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken ten behoeve
                            van voorzieningen van openbaar nut met inbegrip van het egaliseren,
                            ophogen en afgraven;</al><al> b. het verrichten van bodemonderzoek en -sanering, voorzover het de
                            ondergrond van voorzieningen van openbaar nut betreft en voorzover
                            verhaal bij derden van de daarmee verband houdende kosten niet in de
                            rede ligt;</al><al> c. in verband met de milieuwetgeving of milieutechnisch noodzakelijke
                            maatregelen en voorzieningen ter uitvoering van een
                            bestemmingsplan;</al><al> d. de verwerving van de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut
                            buiten het exploitatiegebied;</al><al> e. het slopen van opstallen op de ondergrond van voorzieningen van
                            openbaar nut buiten het exploitatiegebied;</al><al> f. alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het verlenen
                            van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden, in ieder
                            geval:</al><al> 1. de kosten van planontwikkeling, planvoorbereiding en planbeheer en
                            plantoezicht. Onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de kosten
                            verband houdende met het opstellen van structuurplannen en
                            bestemmingsplannen, het opstellen van planmatige uitwerkingen of
                            wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het verlenen van
                            vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van overige planologische
                            maatregelen voorzover deze nodig zijn voor het in exploitatie brengen
                            van gronden binnen het exploitatiegebied;</al><al> 2. de kosten verband houdende met onderzoeken, voorbereiding en
                            toezicht ten behoeve van de voorzieningen van openbaar nut voorzover
                            deze verband houden met het in exploitatie brengen van gronden binnen
                            het exploitatiegebied;</al><al> 3. de kosten van het gemeentelijk apparaat, voorzover die rechtstreeks
                            aan het in exploitatie brengen van gronden kunnen worden
                            toegerekend;</al><al> 4. de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd
                            met renteopbrengsten;</al><al> 5. de kosten van tijdelijk beheer van de ondergrond van voorzieningen
                            van openbaar nut, zijnde de kosten die tengevolge van een noodzakelijk
                            actief verwervingsbeleid worden gemaakt en niet dan wel niet geheel door
                            middel van tijdelijke verhuur worden gedekt;</al><al> 6. overige kosten, die in beginsel ten laste van de grondexploitatie
                            behoren te worden gebracht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>In exploitatie brengen op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voordat op initiatief van de gemeente met het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut in een exploitatiegebied wordt
                                aangevangen, wordt door de gemeenteraad een aangevuld
                                bekostigingsbesluit voor dat exploitatiegebied vastgesteld en
                                bekendgemaakt op de wijze zoals bedoeld in artikel 139
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het aangevuld bekostigingsbesluit bevat in ieder geval de volgende
                                onderdelen:</al><al> a. aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de daarin
                                gelegen onroerende zaken die gebaat zijn door de aanleg van
                                voorzieningen van openbaar nut;</al><al> b. aanduiding van de mate waarin de kosten, verband houdende met
                                het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                gronden, op de genothebbenden van de in het vorige lid bedoelde
                                onroerende zaken kunnen worden verhaald;</al><al> c. omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren voorzieningen
                                van openbaar nut en daarmee verband houdende werkzaamheden;</al><al> d. de bepaling dat, in geval met een exploitant niet tot
                                overeenstemming kan worden gekomen over een exploitatieovereenkomst,
                                kostenverhaal zal kunnen plaatsvinden door middel van heffing van
                                baatbelasting;</al><al> e. een begroting van de ten laste van de onroerende zaken in het
                                exploitatiegebied komende kosten, verband houdende met het verlenen
                                van medewerking aan het in exploitatie brengen van grond, en van de
                                ten gunste van het in exploitatie nemen van gronden komende
                                opbrengsten. De opbrengsten bestaan uit:</al><al> 1. subsidies;</al><al> 2. verkoop van gronden;</al><al> 3. bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar
                                nut, hetzij via overeenkomst hetzij via baatbelasting;</al><al> 4. overige bijdragen. Van deze begroting maakt eveneens deel uit de
                                wijze van toerekening van de totale kosten en opbrengsten aan de
                                onroerende zaken in het exploitatiegebied, zoveel mogelijk naar de
                                mate van het profijt dat de onroerende zaken hebben van het
                                samenhangend geheel van voorzieningen van openbaar nut.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In het aangevuld bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de
                                begroting als bedoeld in het tweede lid onder e later door de
                                gemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting kan door de
                                gemeenteraad periodiek worden herzien. De begroting wordt
                                bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in artikel 139
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Voor de berekening van de in het tweede lid onder e bedoelde kosten
                                wordt ervan uitgegaan dat het exploitatiegebied in zijn geheel door
                                de gemeente in exploitatie zal worden gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijze van toerekening naar mate van profijt</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de toerekening van het profijt wordt als rekeneenheid gebruikt
                                het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m2 grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte wordt verstaan de kadastrale oppervlakte
                                van de onroerende zaken, waar mogelijk ingedeeld naar de in een
                                bestemmingsplan opgenomen geprojecteerde kavels (bouw)grond,
                                vermenigvuldigd met factoren voor ligging en bestemming en
                                objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin het profijt van de van
                                gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar nut tot
                                uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m2 grondoppervlakte geen
                                geschikte grondslag blijkt te zijn, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader door de gemeenteraad te bepalen grondslag, welke
                                voorziet in de aanwezige verschillen in profijt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten verband houdende met
                                het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                gronden het bedrag dat volgens de in de begroting als bedoeld in
                                artikel 3, tweede lid onder e uitgewerkte wijze aan zijn onroerende
                                zaak wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van
                                de gronden bestemd voor de aanleg en/of aanpassing van voorzieningen
                                van openbaar nut vallende en de kosten van kadastrale uitmeting, en
                                verminderd met de inbrengwaarde van de bij de exploitant in eigendom
                                zijnde en voor exploitatie bedoelde gronden en van de gronden welke
                                zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut en
                                door exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De waarde van de in het eerste lid bedoelde grond die door de
                                exploitant is ingebracht wordt door de gemeente en de exploitant
                                gezamenlijk door middel van taxatie vastgesteld. Indien hierover
                                geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt deze waarde
                                vastgesteld door een commissie van drie deskundigen, van wie één aan
                                te wijzen door de gemeente, één door de exploitant en een derde door
                                de beide reeds aangewezen deskundigen of, indien zij het daarover
                                niet eens kunnen worden, door de terzake bevoegde
                                kantonrechter.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de exploitant zelf conform artikel 6, derde lid, onder e
                                voorzieningen van openbaar nut aanlegt bestaat de
                                exploitatiebijdrage uit de bijdrage, zoals deze op grond van het
                                eerste lid van dit artikel wordt bepaald, verminderd met de kosten
                                van de door exploitant uit te voeren werkzaamheden, voorzover deze
                                kosten corresponderen met de begroting van kosten zoals bedoeld in
                                artikel 3, tweede lid, onder e.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het verhaal van kosten verband houdende met het verlenen van
                                medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden vindt plaats
                                met inachtneming van de voorgaande artikelen. Van de
                                exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien de
                                exploitatieovereenkomst mede een grondtransactie betreft, is dit een
                                notariële akte.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst op initiatief van de gemeente slechts nadat
                                een aangevuld bekostigingsbesluit is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De exploitatieovereenkomst bevat in ieder geval bepalingen
                                over:</al><al> a. de aard, omvang en kwaliteit van de door de gemeente of
                                exploitant aan te leggen voorzieningen van openbaar nut</al><al> b. het tijdvak waarbinnen deze voorzieningen worden
                                uitgevoerd;</al><al> c. de ten laste van de exploitant komende bijdrage als bedoeld in
                                artikel 5, eerste lid;</al><al> d. in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de gemeente,
                                voorzover die gronden zijn bestemd voor de aanleg of aanpassing van
                                voorzieningen van openbaar nut, en in deze gevallen het verrichten
                                van onderzoek naar bodemverontreiniging op kosten van
                                exploitant;</al><al> e. in gevallen waarbij burgemeester en wethouders besluiten de
                                gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door de gemeente aan te
                                leggen voorzieningen van openbaar nut aan de exploitant op te
                                dragen: deze opdracht en de waarborging van een tijdige en
                                kwalitatief goede uitvoering;</al><al> f. een betalingsregeling;</al><al> g. in voorkomende gevallen een taakverdeling;</al><al> h. in voorkomende gevallen een regeling voor gewijzigde
                                omstandigheden, wanprestatie, aansprakelijkheid en
                                faillissement.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>In exploitatie brengen op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel> Indiening aanvraag voor medewerking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een belanghebbende kan bij burgemeester en wethouders een aanvraag
                                indienen voor medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                gronden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op
                                aanvraag van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens
                                een exploitatieovereenkomst als bedoeld in artikel 6, met dien
                                verstande dat artikel 6, tweede lid in dat geval niet van toepassing
                                is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><al> a. een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen
                                onroerende zaken;</al><al> b. gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de in exploitatie te
                                brengen onroerende zaken is of kan worden;</al><al> c. gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                (bouw)werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning, eventueel in combinatie met een aanvraag voor
                                vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij in geval van verlening van de
                                vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van
                                openbaar nut moeten worden getroffen, wordt hiervan zo spoedig
                                mogelijk, doch in ieder geval voor de beslissing op de aanvraag
                                mededeling gedaan aan de aanvrager. Daarbij zal een zo nauwkeurig
                                mogelijke raming van de voor rekening van de exploitant komende
                                kosten, verband houdende met het in exploitatie brengen van gronden,
                                worden verstrekt. Tevens zal daarbij aan de aanvrager de gelegenheid
                                worden gegeven tot het indienen van een aanvraag voor
                                medewerking.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Burgemeester en wethouders reageren op de aanvraag voor medewerking,
                                hetzij met een weigering hetzij met de aanbieding van een
                                conceptovereenkomst, binnen zes maanden na de dag waarop het verzoek
                                is ontvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanhouding verzoek</titel></kop><al>De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden: a ingeval de
                            procedure tot goedkeuring van een van toepassing zijnd bestemmingsplan
                            of een herziening daarvan nog niet is afgerond, tot vier weken na het
                            onherroepelijk worden van (het betreffende deel van) het bestemmingsplan
                            of de herziening daarvan; b ingeval voorzienbaar is dat de in artikel 9
                            genoemde belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                            weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                            weggenomen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Weigeringsgronden voor een exploitatieovereenkomst</titel></kop><al>De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft in
                            ieder geval niet te worden verleend, indien:</al><al> a. de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied
                            waarvoor een bestemmingsplan geldt;</al><al> b. de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de daartoe
                            benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden tot strijd met
                            het bestemmingsplan of de Woningwet;</al><al> c. het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                            bestemmingsplan, anderszins zou</al><al>d. leiden tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding van
                            bebouwing of herinrichting;</al><al> e. het in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot ten
                            laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen van openbaar
                            nut of tot bezwaren ten aanzien van het doeltreffend voorzien in
                            watervoorziening, openbare verlichting, riolering en andere
                            voorzieningen van openbaar nut;</al><al> f. exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van aanleg
                            van voorzieningen van openbaar nut;</al><al> g. exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet wil
                            onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging, dan wel de
                            bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><al>In een gebied waarvoor een aangevuld bekostigingsbesluit is genomen,
                            zal, indien de exploitant een exploitatieovereenkomst aangaat, in de
                            overeenkomst worden bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering van de
                            in deze overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen
                            aanvullend kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                            betreffende onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitzonderingsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 2, onder 1, en de artikelen 3, 5, en 6 van
                                deze verordening is niet van toepassing voor voorzieningen van
                                openbaar nut van ondergeschikt belang, zoals een uitweg op de
                                openbare weg of een aansluiting op het openbare riool. In dergelijke
                                gevallen besluiten burgemeester en wethouders onder welke
                                voorwaarden deze voorzieningen van openbaar nut door of met
                                medewerking van de gemeente zullen worden aangelegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 2, onder 1, voor zover geen betrekking
                                hebbend op de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut, en
                                artikel 5, eerste en tweede lid van deze verordening kan buiten
                                toepassing blijven ten aanzien van</al><al> a. een exploitatiegebied dat in de naaste toekomst niet of niet
                                geheel voor bebouwing in aanmerking komt;</al><al> b. de in een exploitatiegebied gelegen gronden die in de naaste
                                toekomst niet voor bebouwing in aanmerking komen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Ten aanzien van exploitatiegebieden waarvoor geldt dat vóór het moment
                            van inwerkingtreding van deze verordening een bekostigingsbesluit is
                            genomen of de voorzieningen van openbaar nut reeds in uitvoering zijn,
                            vinden de bepalingen van deze verordening voor dat exploitatiegebied,
                            voor zover nodig op een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In
                            ieder geval stelt de gemeenteraad in die gevallen een begroting van
                            kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 3, tweede lid onder e,
                            vast, en wordt deze begroting bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in
                            artikel 139 Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van
                                bekendmaking op de wijze als bedoeld in artikel 139
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de “Exploitatieverordening gemeente
                                Blaricum 1995”, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 7 september
                                1995.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Exploitatieverordening
                            gemeente Blaricum 2006”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Blaricum, 27 april 2006</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>T.W. Zwemmer drs. W.H.C.Ton</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Bijlagen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i74439.pdf">Exploitatieverordening Toelichting</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>