<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77252_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Nota Welstand Blaricum</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hei en wei 12-10-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>nota Welstand Blaricum</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WONINGWET">Woningwet, art. 12a, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-10-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-10-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit nr. 2012-33</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze nota vervangt de nota Welstand Blaricum, basisnota juni 2004.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5171</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5172</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5173</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>nota Welstand Blaricum</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>.De raad der gemeente Blaricum,</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 22 september</al><al> 2009,</al><al/><al>gelet op artikel 12a eerste lid van de Woningwet,</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>een welstandsnota vast te stellen, inhoudende de volgende beleidsregels die
                        burgemeester en wethouders toepassen:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Aanleiding, doel en opbouw van de welstandsnota</titel></kop><al>Nadat enkele jaren is gewerkt met de in 2004 vastgestelde basisnota
                            'Welstand Blaricum', heeft in 2008 een evaluatie plaatsgehad. In dat
                            verband is met diverse ‘gebruikers’ van de nota gesproken: met betrokken
                            ambtenaren en de verantwoordelijke wethouder, de Welstandscommissie, de
                            Monumentencommissie, de architecten die werkzaam zijn in de gemeente
                            Blaricum en met inwoners die een bouwplantraject hebben doorlopen. De
                            bevindingen zijn bijeengebracht</al><al> in de nota ‘Evaluatie welstandsbeleid gemeente Blaricum’ d.d. 13
                            november 2008. Dat heeft geresulteerd in de voorliggende aangepaste
                            versie van de Welstandsnota. In artikel 12a van de Woningwet is bepaald
                            dat de gemeenteraad een welstandsnota vaststelt met beleidsregels waarin
                            de criteria zijn opgenomen die burgemeester en wethouders hanteren bij
                            het beoordelen van een bouwaanvraag op welstandsvereisten. Daarbij gaat
                            het om de beoordeling of het uiterlijk</al><al> en de plaatsing van een bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als
                            in</al><al> verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in
                            strijd zijn met redelijke eisen van welstand. De voorliggende
                            welstandsnota voorziet in de bedoelde criteria. Daarbij biedt het, als
                            beleidsdocument, ruimte voor nieuwe accenten en inzichten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Leeswijzer</titel></kop><al>De achtergronden van het welstandsbeleid worden in dit eerste hoofdstuk
                            geschetst. Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid is beschreven in hoofdstuk 2
                            en dient samen met een analyse van de ruimtelijke kwaliteit van de
                            gemeente als uitgangspunt van deze nota. In de hoofdstukken 3 tot en met
                            6 zijn de criteria beschreven, die ten grondslag liggen aan de
                            welstandsbeoordeling. Hierbij zijn vier categorieën onderscheiden;
                            algemene welstandscriteria (hoofdstuk 3), gebiedsgerichte
                            welstandscriteria (hoofdstuk 4), de objectgerichte welstandscriteria
                            (hoofdstuk 5) en criteria voor kleine plannen (hoofdstuk 6). Hoofdstuk 7
                            geeft een procedure aan over hoe te komen tot welstandscriteria
                            voorafgaand aan toetsing van grote bouwplannen op
                            (her-)ontwikkelingslocaties, in geval van het ontstaan van nieuwe
                            gebieden. Het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 8) geeft criteria die kunnen
                            worden gebruikt voortoetsing achteraf aan redelijke eisen van welstand
                            (bij excessen). In praktijk zal de welstandsnota niet als leesboek
                            worden gebruikt. De gemiddelde burger met bouwplannen hoeft niet de hele
                            nota te lezen. Wie wil weten welke criteria op een aanvraag van
                            toepassing zijn, zal eerst kijken of het beoogde bouwwerk valt onder de
                            veel voorkomende kleine plannen als dakkapellen en uitbouwen waarvoor
                            met criteria voor kleine plannen kan worden volstaan. Is dit niet het
                            geval, dan gelden de gebiedsgerichte criteria of de criteria voor
                            specifieke bouwwerken. Deze zijn minder vast omlijnd dan die voor veel
                            voorkomende kleine plannen, omdat het meer relatieve criteria zijn. Ze
                            laten meer ruimte over voor interpretatie. De welstandsnota is bedoeld
                            als stimulans om een betere kwaliteit te bereiken. Om deze reden is een
                            ruimtelijke analyse uitgevoerd, waarop de welstandsbeleidskaarten zijn
                            gebaseerd. Het kan voorkomen, dat de gebiedsgerichte en objectgerichte
                            welstandscriteria ontoereikend zijn voor de beoordeling, maar het
                            project wel voldoet aan redelijke eisen van welstand. Voor het geven van
                            een advies over dergelijke gevallen zijn algemene criteria opgenomen,
                            die ingaan op de bijzondere kwaliteiten van een plan. In praktijk zal
                            gelden, dat aan een plan hogere eisen worden gesteld naarmate het zich
                            meer van zijn omgeving onderscheidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Redelijke eisen van welstand</titel></kop><al>Een ieder kan in de welstandsnota opzoeken welke welstandscriteria bij
                            de welstandsbeoordeling een rol zullen spelen. De welstandscriteria zijn
                            duidelijk geformuleerd en afgeleid van de bestaande omgeving. Het
                            uitgangspunt is dat ieder de waardevolle karakteristieken van zijn eigen
                            buurt kan herkennen. Bij het ontwerpen van nieuwe gebouwen of
                            aanpassingen van bestaande bouwwerken moet daarmee rekening worden
                            gehouden. Wie bouwplannen heeft, kan al vroeg in het ontwerpproces in
                            overleg treden met de gemeente zodat snel duidelijk is of die plannen
                            kans van slagen hebben. De welstandsnota is vooral een sturend en
                            stimulerend hulpmiddel en niet zozeer een instrument om van alles te
                            verbieden. Voorkomen moet worden dat er gebouwen worden gerealiseerd die
                            afbreuk doen aan de omgeving. In zo'n geval krijgt de indiener
                            gelegenheid de plannen aan te passen. Ook dat hoort bij sturen en
                            stimuleren. De belangrijkste uitgangspunten voor het welstandsbeleid van
                            Blaricum zijn:</al><al> • Welstandstoezicht als instrument voor handhaven en versterken
                            van</al><al> ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke kwaliteit van Blaricum is voor
                            een</al><al> groot deel te vinden in het samenspel van de bebouwing met de
                            lijnen</al><al> en vlakken van de historische structuur. Behoud en kwaliteit zijn de
                            kernbegrippen voor het beheer van de ruimtelijke kwaliteit en daarmee
                            voor welstand, dat plannen voor gebouwen moet beoordelen in hun
                            omgeving.</al><al> • Openbaarheid en inzichtelijkheid. Het welstandstoezicht moet
                            objectiever en transparanter voor de burgers worden, door duidelijke
                            welstandscriteria en door een open(bare) werkwijze.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Gebruik van de welstandsnota</titel></kop><al>Er zijn objectgerichte welstandscriteria opgesteld voor bouwwerken die
                            zo</al><al> specifiek zijn dat ze, ongeacht het gebied waarin ze worden geplaatst,
                            een eigen serie welstandscriteria vergen. Dit betreft
                            langhuisboerderijen en hooibergen. De opzet van deze objectgerichte
                            beoordelingskaders is vergelijkbaar met de hierna beschreven
                            gebiedsgerichte beoordelingskaders. Ook hierbij gaat het steeds om
                            'relatieve' welstandscriteria. De bouwplannen worden altijd aan de
                            welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling de criteria
                            interpreteert in het licht van het concrete bouwplan.</al><al> Gebiedsgerichte beoordelingscriteria</al><al> Voor bouwplannen die niet met de criteria voor kleine plannen kunnen
                            worden beoordeeld is bij het opstellen van welstandscriteria een
                            gebiedsgerichte aanpak gevolgd. In Blaricum zijn zeven gebieden
                            onderscheiden die elk een eigen set aan welstandscriteria hebben
                            gekregen op basis van een beschrijving van de samenhang in en het
                            karakter van een bepaald gebied of object. Het zijn criteria waar men op
                            moet letten als men wil bouwen of verbouwen in een bepaald gebied. Met
                            deze gebiedsgerichte welstandscriteria wordt ook aangegeven in welke
                            gebieden bijzondere kwaliteiten aanwezig zijn en extra inspanningen</al><al> worden verwacht. De gebiedsgerichte welstandscriteria zijn geen
                            absolute maar relatieve criteria, die ruimte laten voor een beoordeling
                            in het licht van het concrete bouwplan.Die interpretatie kan in een
                            vroeg stadium al onderwerp van gesprek zijn met de
                            welstandscommissie.</al><al/><al>Algemene beoordelingscriteria</al><al> In een enkel geval zal het voorkomen dat de gebiedsgerichte en
                            objectgerichte welstandscriteria ontoereikend of te beperkend zijn. Het
                            kan gebeuren dat een plan wél voldoet aan redelijke eisen van welstand
                            maar niet aan de gebiedsgerichte of objectgerichte criteria. Daarom zijn
                            in de nota ook algemene criteria opgenomen, waarmee een bouwplan geheel
                            op zichzelf, op de eigen architectonische kwaliteiten kan worden
                            beoordeeld. Deze criteria kunnen niet te pas en te onpas worden
                            gebruikt. Het moet gaan om uitzonderlijke bouwwerken die op zichzelf een
                            positieve bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Ze zijn voor
                            onverwachte, experimentele of opvallende bouwwerken. Als stelregel</al><al> geldt daarbij dat er hogere eisen worden gesteld aan de
                            zeggingskracht</al><al> en de architectuur, naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn
                            omgeving onderscheidt.</al><al> Afwijken van het welstandsadvies?</al><al> Burgemeester en wethouders volgen in hun oordeel in principe het advies
                            van de welstandscommissie. Daarop zijn de volgende
                            uitzonderingsmogelijkheden:</al><al> • Afwijken op inhoudelijke grond: Burgemeester en wethouders
                            kunnen</al><al> op inhoudelijke grond afwijken van het advies van de welstandscommissie
                            indien zij tot het oordeel komen dat de welstandscommissie de van
                            toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd, of de
                            commissie naar hun oordeel niet de juiste criteria heeft toegepast.
                            Indien burgemeester en wethouders bij een reguliere
                            bouwvergunningsaanvraag op inhoudelijke grond tot een ander oordeel
                            komen dan de welstandscommissie, dan kunnen zij, voordat het besluit op
                            de vergunningaanvraag wordt genomen maar binnen de daarvoor geldige
                            afhandelingstermijn, een nader advies vragen. Het advies van deze
                            commissie gaat boven het advies van de reguliere welstandscommissie en
                            speelt een zware rol bij de verdere oordeelsvorming van burgemeester en
                            wethouders. Indien burgemeester en wethouders op inhoudelijke grond
                            afwijken van het advies van de welstandscommissie dan wel de 'second
                            opinion' wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de bouwvergunning
                            gemotiveerd. De welstandscommissie wordt hiervan op de hoogte
                            gesteld.</al><al> • Afwijken om andere redenen: Burgemeester en wethouders krijgen</al><al> volgens artikel 44 lid 1d Ww de mogelijkheid om bij strijd van een</al><al> bouwplan met redelijke eisen van welstand, toch de bouwvergunning
                            te</al><al> verlenen indien zij van oordeel zijn dat daar voor andere redenen
                            zijn,</al><al> bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking
                            wordt in de beslissing op de aanvraag van de bouwvergunning gemotiveerd.
                            De welstandscommissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. In Blaricum
                            zullen burgemeester en wethouders uiterst terughoudend zijn met het
                            gebruik van deze mogelijkheid omdat de</al><al> ruimtelijke kwaliteit niet snel ondergeschikt wordt geacht aan
                            economische of maatschappelijke belangen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Tot slot</titel></kop><al>De welstandscriteria zijn door de raad vastgesteld en voor iedereen
                            beschikbaar. De welstandscommissie beoordeelt bouwvergunningaanvragen in
                            een openbare vergadering. De agenda van de welstandscommissie is
                            openbaar. Planindieners en ontwerpers kunnen via de gemandateerd
                            ambtenaar, van de gemeente een afspraak maken met de welstandscommissie
                            om een toelichting te geven op hun bouwplan. Zij kunnen de beoordeling
                            bijwonen en een uitleg krijgen over het advies.</al><al> De vergaderingen van de welstandscommissie zijn openbaar waar alle
                            belangstellenden als toehoorder de welstandsvergadering met
                            inspreekrecht kunnen bijwonen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>2</nr><titel>Ruimtelijk kwaliteitsbeleid</titel></kop><structuurtekst><al>Blaricum is een groen en landelijk dorp met belangrijke
                            cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Voor de ruimtelijke
                            ontwikkeling is de cultuurhistorie van grote invloed geweest en ook nu
                            is het ruimtelijk beleid erop gericht om de cultuurhistorische en
                            landschappelijke waarden, waar Blaricum haar identiteit aan ontleent, te
                            behouden.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Welstandstoezicht in Blaricum, de huidige situatie</titel></kop><al>De gemeente Blaricum voert al vanaf 1912 welstandstoezicht uit. In
                            navolging van de Modelbouwverordening van de Vereniging van Nederlandse
                            Gemeenten, heeft Blaricum algemene welstandscriteria opgenomen in de
                            bouwverordening:</al><al> • de aanvaardbaarheid van het bouwwerk in relatie tot de
                            karakteristiek</al><al> van de reeds aanwezige bebouwing, de openbare ruimte, het
                            landschap</al><al> dan wel de stedenbouwkundige context;</al><al> • de massa, materiaal, maat, schaal, detaillering, materiaalkeuze
                            en</al><al> kleurstelling;</al><al> • samenhang in het bouwwerk of de bouwwerken voor wat betreft de</al><al> onderlinge relatie tussen de samenstellende delen daarvan.</al><al> Huidige werkwijze welstandscommissie</al><al> De advisering over redelijke eisen van welstand is door de gemeenteraad
                            opgedragen aan de welstandscommissie. De organisatie, samenstelling en
                            werkwijze van deze commissie is geregeld in hoofdstuk 9 van de
                            bouwverordening. Regulier vergunningsplichtige plannen worden aan de
                            welstandscommissie voorgelegd, en op verzoek van de aanvrager ook de
                            schetsontwerpen. De welstandstoets voor lichtvergunningsplichtige
                            (kleine) plannen wordt verricht door een gemandateerd ambtenaar. Wordt
                            niet voldaan aan de criteria voor kleine plannen, dan wordt het bouwplan
                            voorgelegd aan de welstandscommissie. Dat is ook het geval als twijfel
                            bestaat aan de toepasbaarheid van de criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Relevant ruimtelijk beleid</titel></kop><al>Bestemmingsplannen</al><al> Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag
                            van bouwwerken 'voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke
                            ordening'. Datgene dat door het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt
                            kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De
                            architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van
                            het bestemmingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld.
                            Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan
                            biedt invullen ten behoeve van de ruimtelijke</al><al> kwaliteit, het welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen
                            invulling binnen het bestemmingsplan. In een situatie waarin een
                            bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar het
                            bestemmingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een
                            negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige
                            of architectonische oplossing afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving
                            van het betreffende gebied.</al><al> Uiteraard moet in zo'n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie
                            leveren. Blaricum heeft tien bestemmingsplannen Voor 2013 worden alle
                            bestemmingsplannen geactualiseerd. De gemeente wil graag naar minder
                            bestemmingsplannen en zal bij de herziening van de bestemmingsplannen
                            deze relateren aan de ruimtelijke hoofdstructuur en gebiedstypering. In
                            de meest recente bestemmingsplannen</al><al> is een stedenbouwkundige paragraaf opgenomen. Een enkele</al><al> keer komt een bouwvergunningaanvraag binnen waarvoor een buitenplanse
                            ontheffingen ex art. 3.23 Wro moet worden gevoerd. In verband met de
                            vermindering van de rechtszekerheid voor de burger en de ongewenste
                            ontwikkeling van grote uitbreidingen en bijgebouwen zijn er ten aanzien
                            van artikel 3.23 Wro ontheffingen richtlijnen opgesteld. Een
                            welstandstoetsing speelt hierbij een belangrijke rol. De
                            welstandscommissie wordt om advies gevraagd bij het opstellen of
                            vaststellen van de bestemmingsplannen.</al><al> Stedenbouwkundige en beeldkwaliteitsplannen</al><al> Voor de verkenning van de ontwikkeling van uitleggebieden en
                            herontwikkelingsgebieden worden stedenbouwkundige randvoorwaarden dan
                            wel een stedenbouwkundig plan opgesteld. De stedenbouwkundige
                            randvoorwaarden worden opgesteld door een extern adviesbureau. Op dit
                            moment zijn het Masterplan en het Kwaliteitsinstrumentarium voor de
                            Blaricummermeent relevant.</al><al> Op basis daarvan zijn gebiedsgerichte welstandscriteria voor dit gebied
                            aan de welstandsnota toegevoegd. Verder zijn de ontwikkelingen van het
                            centrumgebied van de wijk Bijvanck vermeldenswaard. Hiervoor heeft de
                            gemeenteraad in 2005 het Stedenbouwkundig Programma van Eisen
                            vastgesteld. De herontwikkeling wordt gefaseerd uitgevoerd, maar voor
                            Vlek A heeft nog geen besluitvorming over de verdere uitwerking plaats
                            gevonden. De gemeente is van zins om in de toekomst bij de opstelling
                            van stedenbouwkundige plannen en randvoorwaarden ook de
                            welstandscommissie te betrekken over de esthetische gevolgen van het
                            gebruik van zo'n plan als toetsingskader. In de nota Erfafscheidingen,
                            hekken hagen, en toegangspoorten in Blaricum wordt beschreven aan welke
                            voorwaarden hekken en poorten (aan de voorzijde) moeten voldoen in het
                            Villagebied en het Dorp. Het onderdeel Verhardingen en de aanleg
                            particuliere erven komt nader aan bod in een op te stellen
                            beeldkwaliteitsplan voor de openbare ruimte en de particuliere
                            terreinen, aangezien het instrument welstandsnota zich uitsluitend op
                            bouwen richt.</al><al/><al>Afstemming op buurgemeenten</al><al> De gemeente Huizen heeft voor haar grondgebied een welstandsnota
                            vastgesteld. Voor de gebieden aangrenzend aan de gemeente Blaricum geldt
                            het volgende beleid: De grens met de gemeente Huizen doorsnijdt de wijk
                            Bijvanck en de bebouwing langs de Randweg en de Blaricummerstraat. Ten
                            aanzien van Bijvanck stelt de welstandsnota van de gemeente Huizen dat
                            binnen de eenheid van een bouwblok, rij woningen of dubbele woning bij
                            veranderingen/vernieuwingen afstemming van wezenlijk belang is.
                            Daarbinnen is er bij aanpassingen van individuele woningen veel mogelijk
                            wat betreft vorm, kleur- en materiaalgebruik. Bij de aanpak van totale
                            projecten is het wenselijk</al><al> om de oriëntatie in de wijk en de herkenbaarheid per buurt en straat te
                            vergroten door introductie van afwijkende architectuurvormen, kleur- en
                            materiaalgebruik. In de Blaricumse welstandsnota is er voor gekozen voor
                            wat betreft de ligging, architectuur, massa en materiaal en kleurgebruik
                            per cluster hetzelfde te laten zijn. Dit sluit aan bij de nota van de
                            gemeente Huizen. Daar waar de gemeente Huizen kiest voor introductie van
                            afwijkende architectuurvormen, kleur- en materiaal gebruik wordt in de
                            gemeente Blaricum echter vastgehouden aan de algemene eis dat
                            architectuur, massa en materiaal en kleurgebruik per massa hetzelfde
                            zijn. Langs de Blaricummerstraat gaat de gemeente Huizen vooral uit van
                            behoud. De regels in deze welstandsnota voor het Blaricumse gaan
                            eveneens uit van behoud. Daarnaast sluit de kern Blaricum nauw aan op de
                            kern Laren. Met name voor enkele wegen betekent dit dat zij vallen
                            binnen het welstandsregime van Laren</al><al> en Blaricum. Gedacht kan worden aan De Torenlaan, Eemnesserweg en</al><al> Noolseweg. De regels van Villagebied sluiten evenwel aan op de regels
                            zoals die worden gesteld in de Larense welstandsnota voor het
                            villagebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Cultuurhistorie, monumenten en monumentenbeleid</titel></kop><al>Blaricum is in de tiende eeuw als kerkdorp gesticht. Het kleinschalige
                            en agrarische karakter is lang behouden. Voor de toekomst ligt de nadruk
                            op het behoud van het historisch karakter, de cultuur en natuur.</al><al/><al>Monumenten</al><al>In 1963, 1984 en 1996 zijn de monumentale gebouwen en structuren in de
                            gemeente geïnventariseerd. Het oude dorp van Blaricum met de oude
                            boerderijen, dorpsachtige bebouwing, hagen en kronkelende klinkerwegen
                            is door het Rijk aangewezen als beschermd gezicht. Binnen de gemeente
                            Blaricum zijn 73 objecten als Rijksmonument aangewezen. De gemeente
                            heeft 78 objecten opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst
                            (situatie september 2009). Daarnaast zijn er in de verschillende
                            bestemmingsplannen gebieden en objecten aangegeven die beeldbepalend of
                            beeldondersteunend zijn of die cultuurhistorische waarden,
                            landschappelijke waarde en/of natuurwaarden hebben. In bijlage 2 is een
                            lijst opgenomen met monumenten en beeldbepalende of karakteristieke
                            panden. De Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Holland biedt
                            informatie over de betekenis die aan verschillende cultuurhistorische
                            waarden wordt toegekend.</al><al/><al>Het monumentenbeleid</al><al>De gemeente heeft in 1983 een expliciet monumentenbeleid vastgesteld. In
                            2006 is een gewijzigde gemeentelijke monumentenlijst vast gesteld. Er
                            vindt nog onderzoek plaatst naar uitbreiding van de beeldbepalende
                            panden en een uitbreiding van het van rijkswege beschermd dorpsgezicht
                            met een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht. Verder wordt de
                            monumentenverordening aangepast.</al><al> Monumentencommissie</al><al> De welstandstoets vindt plaats in het kader van de Woningwet (Ww) voor
                            de afgifte van bouwvergunningen. Als de bouwactiviteit de wijziging van
                            een monument betreft, dient er ook een vergunning in het kader van de
                            Monumentenwet te worden aangevraagd. Voor advisering over de
                            monumentenvergunning heeft B&amp;W een aparte adviescommissie ingericht,
                            de gemeentelijke monumentencommissie. Deze commissie vergadert ongeveer
                            tien keer per jaar en de samenstelling en werkwijze is geregeld in de
                            gemeentelijke monumentenverordening. Om de afstemming tussen de twee
                            commissies te bevorderen woont een lid van de monumentencommissie ook de
                            welstandsvergaderingen bij. Op grond van artikel 44 van de Woningwet
                            moet een bouwvergunning worden geweigerd indien een vergunning ingevolge
                            de Monumentenwet 1988 of een provinciale of gemeentelijke
                            monumentenverordening is vereist en deze niet is verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Analyse ruimtelijke kwaliteit</titel></kop><al>Om de specifieke ruimtelijke kwaliteiten van de gemeente te onderzoeken,
                            de relatie die de bebouwing aangaat met de openbare ruimte en het
                            landschap te onderzoeken is een analyse gemaakt die zijn weerslag heeft
                            gevonden in de kaartbeelden op de volgende pagina's. Uit deze analyse
                            van de ruimtelijke kenmerken van zowel het landschap, de openbare ruimte
                            als de bebouwing, is een visie op het gebied voortgekomen waarbij de
                            belangrijkste kenmerken van de samenhang tussen de bebouwde omgeving en
                            het landschap centraal staan.</al><al> Globale gebiedstypering</al><al> De gemeente Blaricum ligt aan de rand van het Gooi, direct grenzend aan
                            Laren, Eemnes en Huizen. Blaricum wordt gekenmerkt door veel individuele
                            bebouwing als villa's en (voormalige) boerderijen en seriematige
                            bebouwing in de uitbreidingswijk op ongeveer twee kilometer afstand van
                            de historische kern. Belangrijke kenmerken zijn:</al><al> • gelegen op de overgang tussen de hooggelegen, reliëfrijke Gooise</al><al> stuwwallen en de lage, vlakke Eemvallei;</al><al> • woongebieden lopen naadloos over in aangrenzende gemeenten;</al><al> • A27 vormt een grens en doorsnijdt de gemeente;</al><al> • kern van (voormalige) boerderijen en dorpsachtige bebouwing met rond
                            de erven kronkelende paden en wegen in een spinnenwebachtig, organisch
                            gegroeid wegenpatroon;</al><al> • om de kern lanen en wegen met villa's, landhuizen en ruime
                            middenstandswoningen;</al><al> • aan de noordoostkant kleinschalige seriematige uitbreidingen;</al><al> • op ongeveer twee kilometer afstand van het dorp een grote
                            uitbreidingswijk, grenzend aan Huizen met een meanderende
                            hoofdstructuur;</al><al> • aan de zuidwestkant gelegen in bos en heidegebied;</al><al> • weidegebieden en Gooi- en Eemmeer aan de noordoostkant van de
                            gemeente.</al><al> Historie</al><al> Blaricum is in de tiende eeuw als kerkdorp gesticht en is tot diep in
                            de twintigste eeuw een landbouwdorp geweest dat nog geheel functioneerde
                            volgens het middeleeuwse systeem van grondgebruik.</al><al> • op gemeenschappelijke weidegronden in de Eemvallei (de Meenten)</al><al> werd het vee gehouden;</al><al> • op hoger gelegen gronden (de Engen) was akkerbouw mogelijk en werd
                            traditioneel boekweit en rogge verbouwd;</al><al> • schapen zorgden voor mest voor de akkerbouw en graasden op de
                            heidevelden, die zich hierdoor steeds verder uitbreidden;</al><al> • de bebouwing van het dorp bestond voor het grootste deel uit
                            boerderijen;</al><al> • tussen de erven lagen weilanden en boomgaarden;</al><al> • op zandgronden ontstonden door de veedriften een spinneweb-achtige,
                            organische structuur.</al><al> Historische structuur</al><al> Belangrijke kenmerken van de historische structuur zijn:</al><al> • Blaricum op de grens tussen bos en weide;</al><al> • op zandgronden een spinnewebachtige structuur en enkele doorlopende
                            radiaalwegen naar omliggende dorpen;</al><al> • bebouwing ligt geconcentreerd bij elkaar, wel met een ruime
                            onderlinge afstand;</al><al> • buiten de kern ligt nauwelijks bebouwing.</al><al> Ontwikkelingen in de twintigste eeuw</al><al> In de loop van de negentiende eeuw trad er verdichting in het dorp op.
                            Oude percelen werden daartoe verdeeld, weiden en akkers verkaveld.
                            Ondanks de verdichtingen, die hebben plaatsgevonden, is de kern van
                            Blaricum nog zeer goed behouden gebleven. Boerenerven, weilanden en
                            akkertjes wisselen elkaar af. Een aantal wegen is nog steeds een zandpad
                            en de bebouwing is nog redelijk authentiek. Vanaf het einde van de
                            negentiende eeuw hebben vanwege de ongerepte schoonheid van het Gooi
                            veel internationaal bekende kunstenaars, maar ook wetenschappers,
                            filosofen, vrijdenkers, wereldverbeteraars en intellectuelen van
                            allerlei aard zich in Blaricum gevestigd. Deze mensen wisten de weg te
                            vinden naar goede en dikwijls internationaal bekende architecten en
                            tuinarchitecten. Een en ander leidde tot een gebouwde omgeving waarvan
                            de architectonische waarde ver boven het gemiddelde van een Nederlands
                            dorp uitsteekt. De typische Gooise landhuisarchitectuur leent zijn
                            ontstaan daaraan en aan de stijl van de Saksische boerenhoeve en de
                            Engelse landhuisbouw. Daarnaast hebben vanaf de twintiger jaren de
                            modernen als Rietveld, Elling,</al><al> Hein Salomonson en Hausbrand verscheidene huizen in Blaricum gebouwd.
                            Ook de tuinen met omringende groenopstand en hagen langs de
                            erfafscheidingen in deze omgeving zijn van bijzondere ruimtelijke
                            kwaliteit. Bijzonder in de ontwikkeling van Blaricum is de vestiging in
                            1900 van de Stichting Internationale Broederschap, opgericht door
                            Professor Van Rees en dominee Kylstra. Ze hadden een groot terrein aan
                            de Torenlaan waar de leden in hun onderhoud moesten voorzien door middel
                            van landarbeid en enige bedrijvigheid. Aanvankelijk werden de leden
                            ondergebracht in een groot gemeenschapshuis en later in kleine houten
                            woningen. In 1904 is het Broederschap uiteengevallen. Diverse
                            koloniehuizen aan de Torenlaan en Noolseweg herinneren aan die
                            bijzondere periode. Aanvankelijk werd er in hoofdzaak langs de
                            uitvalswegen en bestaande zandpaden gebouwd, maar later werden ze ook
                            langs nieuw aangelegde wegen gebouwd. Langs de bestaande uitvalswegen is
                            veelal een soort lintbebouwing ontstaan. Op een aantal plaatsen zijn de
                            gebieden tussen de uitvalswegen verkaveld. De grote bouwstroom heeft pas
                            na de Tweede Wereldoorlog plaatsgevonden. Ter plaatse van akkers is er
                            verder verdicht. In de jaren zeventig is ook de grote uitbreidingswijk
                            Bijvanck gebouwd. Aansluitend wordt in de Blaricummermeent gebouwd.</al><al> Cultuurhistorie</al><al> Blaricum heeft veel cultuurhistorisch waardevolle gebieden.</al><al> • de kern van Blaricum heeft zeer hoge cultuurhistorische waarde;</al><al> • delen van het aangrenzende villagebied zijn cultuurhistorisch
                            zeer</al><al> waardevol;</al><al> • tussen de bebouwing liggen veel kleine akkertjes en weilandjes die
                            voor het landelijke beeld van Blaricum heel waardevol zijn.</al><al> Structuur</al><al> Hoofdpunten in de structuur zijn:</al><al> • drie noord-zuid lopende wegen (Schapendrift, Franse Pad/Melkweg
                            en</al><al> Meentweg, die evenwijdig lopen tussen de zandgrond van het Gooi en</al><al> de veengebieden van de Eemvallei;</al><al> • tussen deze hoofdwegen ligt een radiaalstructuur van slingerende
                            paden;</al><al> • steeds worden twee of drie boerenerven al dan niet met weiland
                            ingesloten door dit fijnmazige padennet;</al><al> • bebouwing in het dorp neemt vanaf het centrum geleidelijk af in
                            dichtheid;</al><al> • kern van het dorp is slechts kenbaar door verdichting in de
                            bebouwing;</al><al> • weids zicht op open plekken in het bos (de heidevelden), het Gooi- en
                            Eemmeer en het open weidegebied;</al><al> • bebouwing is op meerdere plekken geconcentreerd met eigen entrees,
                            daartussen bos, heide en weide;</al><al> • weinig landmarks, slechts twee kerken;</al><al> • twee centra, in het dorp en in Bijvanck.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Conclusies voor de welstandsnota</titel></kop><al>Blaricum is rijk aan kwaliteit. Deze ligt enerzijds in het historische
                            karakter, maar is anderzijds ook te vinden in de meer recente
                            ontwikkelingen. In het algemeen kan worden gesteld, dat in het verleden
                            de toon is gezet en deze in de loop der jaren is vastgehouden. De
                            gegroeide kwaliteit van de historische kern is voortgezet in opzet en
                            architectuur van de villaparken en later, zij het misschien iets minder
                            uitbundig, vastgehouden in de uitbreidingen. De zorgvuldige inrichting
                            van het overgrote deel van de openbare ruimte en het niveau van de
                            architectuur dienen te worden gecontinueerd. Welstand dient hier op in
                            te spelen zonder de mogelijkheden voor vernieuwing uit het oog te
                            verliezen.</al><al> Behoud van kwaliteit</al><al> Voor het behoud en waar mogelijk versterken van de kwaliteit van
                            Blaricum zijn de volgende punten van belang:</al><al> • behoud van de historisch waardevolle samenhang tussen gebouwen en
                            openbare ruimte, zowel in de kern met zijn middeleeuwse structuur als in
                            het buitengebied en de nieuwe woongebieden;</al><al> • de kwaliteit van de historische gebouwen vormt het referentiepunt
                            voor nieuwe architectuur, waarbij met name de villa's uit de eerste
                            helft van de twintigste eeuw moeten worden genoemd waarvan de
                            architectonische kwaliteit ver boven het gemiddelde van Nederland
                            is;</al><al> • de beleving van hoofdlijnen is van belang en gebouwen dienen vooral
                            het beeld dat wordt gevormd door de hoofdlijnen te ondersteunen;</al><al> • de schaal en maat van gebouwen zijn in samenhang met de plaats in de
                            structuur en de maat van de kavel;</al><al> • groen en de inrichting van de openbare ruimte zijn van een
                            vergelijkbaar belang als de gebouwen.</al><al> Gebiedsindeling</al><al> Op basis van de ruimtelijke analyse kunnen samenhangende gebieden
                            worden onderscheiden. Deze gebieden zijn weergegeven op de
                            welstandskaart. De kaart geeft een overzicht van de gebiedsindeling op
                            basis van overeenkomsten in functionele, stedenbouwkundige en/of
                            architectonische kenmerken voor de gemeente Blaricum. Daarnaast is
                            aansluiting gezocht bij de begrenzing van het beschermd dorpsgezicht,
                            bij de grenzen van het bestemmingsplan Villagebieden en er is rekening
                            gehouden met de planvorming in de Blaricummermeent.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>3</nr><titel>Algemene welstandscriteria</titel></kop><structuurtekst><al>De algemene welstandscriteria die in deze paragraaf worden genoemd
                            richten zich op de zeggingskracht en de kwaliteit van het
                            architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele
                            kwaliteitsprincipes. De algemene welstandscriteria zijn gebaseerd op de
                            notitie 'Architectonische kwaliteit, een notitie over
                            architectuurbeleid' van prof. ir Tj. Dijkstra.</al><al> De algemene welstandscriteria liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag
                            aan elke planbeoordeling omdat ze het uitgangspunt vormen voor de
                            uitwerking van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria.
                            In praktijk zullen die uitwerkingen meestal voldoende houvast bieden
                            voor de planbeoordeling. In bijzondere situaties wanneer de
                            gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend
                            zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene
                            welstandscriteria.</al><al> Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan is aangepast
                            aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, maar het bouwwerk zelf zo
                            onder de maat blijft dat het op den duur zijn omgeving negatief zal
                            beïnvloeden. Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de gebiedsgerichte en
                            objectgerichte criteria, dus van de bestaande of toekomstige omgeving
                            maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen voldoet kan de
                            welstandscommissie burgemeester en wethouders toch positief adviseren,
                            door bij de motivatie terug te grijpen op de algemene criteria. In de
                            praktijk betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond van de
                            algemene welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere
                            schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden
                            aangetoond. Het niveau van 'redelijke eisen van welstand' ligt dan
                            uiteraard hoog, het is immers redelijk dat er hogere eisen worden
                            gesteld aan de zeggingskracht en de architectonische kwaliteit naarmate
                            een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Relatie tussen vorm, gebruik en constructie</titel></kop><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
                            verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik
                            ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast
                            ook zijn eigen samenhang en logica heeft. Een bouwwerk wordt primair
                            gemaakt om te worden gebruikt. Hoewel het welstandstoezicht slechts is
                            gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van het bouwwerk
                            niet los worden gedacht van de eisen vanuit het gebruik en de
                            mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige
                            constructie te maken. Gebruik en constructie staan aan de wieg van
                            iedere vorm. Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt
                            is aan het gebruik of de constructie. Ook wanneer andere aspecten dan
                            gebruik en constructie de vorm tijdens het ontwerpproces gaan domineren,
                            mag worden verwacht dat de uiteindelijke verschijningsvorm een
                            begrijpelijke relatie houdt met zijn oorsprong. Daarmee is tegelijk
                            gezegd dat de verschijningsvorm méér is dan een rechtstreekse optelsom
                            van gebruik en constructie. Er zijn daarnaast andere factoren die hun
                            invloed kunnen hebben zoals de omgeving en de associatieve betekenis van
                            de vorm in de sociaal-culturele context. Maar als de vorm in tegenspraak
                            is met het gebruik en de constructie dan verliest zij daarmee aan
                            begrijpelijkheid en integriteit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Relatie tussen bouwwerk en omgeving</titel></kop><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
                            verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de
                            openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere
                            eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de
                            omgeving groter is. Bij het oprichten van een gebouw is sprake van het
                            afzonderen en in bezit nemen van een deel van de algemene ruimte voor
                            particulier gebruik. Gevels en volumes vormen zowel de externe
                            begrenzing van de gebouwen als ook de wanden van de openbare ruimte die
                            zij gezamenlijk bepalen. Het gebouw is een particulier object in een
                            openbare context, het bestaansrecht van het gebouw ligt niet in het
                            eigen functioneren alleen maar ook in de betekenis die het gebouw heeft
                            in zijn stedelijke of landschappelijke omgeving. Ook van een gebouw dat
                            contrasteert met zijn omgeving mag worden verwacht dat het zorgvuldig is
                            ontworpen en de omgeving niet ontkent. Waar het om gaat is dat het
                            gebouw een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en
                            de te verwachten ontwikkeling daarvan. Over de wijze waarop dat bij
                            voorkeur zou moeten gebeuren kunnen de gebiedsgerichte welstandscriteria
                            duidelijkheid verschaffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context</titel></kop><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
                            verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en
                            uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in
                            de bestaande maatschappelijke realiteit. Voor vormgeving gelden in
                            iedere cultuur bepaalde regels, net zoals een taal zijn eigen
                            grammaticale regels heeft om zinnen en teksten te maken. Die regels zijn
                            geen wetten en moeten ter discussie kunnen staan. Maar als ze worden
                            verhaspeld of ongeïnspireerd gebruikt, wordt een tekst verwarrend of
                            saai. Precies zo wordt een bouwwerk verwarrend of saai als de regels van
                            de architectonische vormgeving niet bewust worden gehanteerd. Als vormen
                            regelmatig in een bepaald verband zijn waargenomen krijgen zij een
                            zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en constructie,
                            bepaalde associaties op. Pilasters in classicistische gevels verwijzen
                            naar zuilenstructuren van tempels, transparante gevels van glas en
                            metaal roepen associaties op met techniek en vooruitgang. In iedere
                            bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat
                            eerder of elders reeds aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt
                            verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral
                            in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en
                            geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele
                            ontwikkelingen, zodat concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in
                            de bestaande maatschappelijke realiteit. Zorgvuldig gebruik van
                            verwijzingen en associaties betekent onder meer dat er een bouwwerk
                            ontstaat dat integer is naar zijn tijd doordat het op grond van zijn
                            uiterlijk in de tijd worden geplaatst waarin het werd gebouwd of
                            verbouwd. Bij restauraties is sprake van herstel van elementen uit het
                            verleden, maar bij nieuw- of verbouw in bestaande (monumentale) omgeving
                            betekent dit dat de wijzigingen of geheel in lijn moeten zijn met het
                            bestaande uiterlijk of dat duidelijk moet zijn wat authentiek is en wat
                            nieuw is toegevoegd. Een ontwerp kan worden geïnspireerd door een
                            bepaalde tijdsperiode, maar dat is iets anders dan het imiteren van
                            stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden. Associatieve
                            betekenissen zijn van groot belang om een omgeving te 'begrijpen' als
                            beeld van de tijd waarin zij is ontstaan, als verhaal van de
                            geschiedenis, als representant van een stijl. Daarom is het zo
                            belangrijk om ook bij nieuwe bouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om
                            te gaan, zij vormen immers de geschiedenis van de toekomst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Evenwicht tussen helderheid en complexiteit</titel></kop><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
                            verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de
                            aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. Een belangrijke eis
                            die aan een ontwerp voor een gebouw mag worden gesteld is dat er
                            structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt
                            houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men
                            vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en
                            materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote
                            hoeveelheid visuele informatie die de gebouwde omgeving geeft, te
                            reduceren tot een bevattelijk beeld. Het streven naar helderheid mag
                            echter niet ontaarden in simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemer
                            blijven prikkelen en intrigeren en zijn geheimen niet direct prijsgeven.
                            Er mag best een beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger
                            worden gedaan. Van oudsher worden daarom helderheid en complexiteit als
                            complementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken.
                            Complexiteit in de architectonische compositie ontstaat vanuit de
                            stedenbouwkundige eisen en het programma van eisen voor het bouwwerk.
                            Bij een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn helderheid
                            en complexiteit tegelijk aanwezig in evenwichtige en spanningsvolle
                            relatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Schaal en maatverhoudingen</titel></kop><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
                            verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat
                            beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Ieder
                            bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of de betekenis
                            van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen
                            hun eigen grenzen geleed zijn maar worden onherkenbaar en
                            ongeloofwaardig als ze er uitzien alsof ze bestaan uit een verzameling
                            losstaande kleine plannen. De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van
                            groot belang voor de belevingswaarde ervan, maar vormen tegelijk één van
                            de meest ongrijpbare aspecten bij het beoordelen van ontwerpen. De
                            waarnemer ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een
                            bouwwerk, maar wáárom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte
                            aangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere,
                            valt nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat de kracht van een
                            compositie groter is naarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhang
                            en hiërarchie vertonen. Mits bewust toegepast kunnen ook spanning en
                            contrast daarin hun werking hebben. De afmetingen en verhoudingen van
                            gevelelementen vormen tezamen de compositie van het gevelvlak. Hellende
                            daken vormen een belangrijk element in de totale compositie. Als
                            toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een
                            zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of de
                            vlakverdeling, verstoren zij het beeld niet alleen van het object zelf
                            maar ook van de omgeving waarin dat is geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Materiaal, textuur, kleur en licht</titel></kop><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
                            verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het
                            bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving
                            of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.</al><al> Door middel van materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een
                            bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt
                            zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is
                            tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en
                            ambachtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid maakt de keuze
                            moeilijker en het risico van een onsamenhangend beeld groot. Als
                            materialen en kleuren teveel losstaan van het ontwerp en daarin geen
                            ondersteunende functie hebben maar slechts worden gekozen op grond
                            decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan het
                            afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld
                            het geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren geen
                            ondersteuning geeft aan de architectonische vormgeving of wanneer het
                            gebruik van materialen en kleuren een juiste interpretatie van de aard
                            en ontstaansperiode van het bouwwerk in de weg staat.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>4</nr><titel>Gebiedsgerichte welstandscriteria</titel></kop><structuurtekst><al>Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte
                            welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt
                            voor de kleine en middelgrote bouwplannen die zich voegen binnen de
                            bestaande ruimtelijke structuur van Blaricum. Deze criteria zijn
                            gebaseerd op de identiteit van de gemeente en de architectonische
                            kwaliteit en de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de bestaande situatie
                            worden aangetroffen. Deze criteria geven aan hoe een bouwwerk 'zich moet
                            gedragen' om in zijn omgeving niet teveel uit de toon te vallen, en
                            welke</al><al> gewaardeerde karakteristieken uit de omgeving in het ontwerp moeten
                            worden gebruikt.</al><al/><al>Gebiedsindeling</al><al> In de gemeente Blaricum kunnen op basis van overeenkomsten in
                            functionele, stedenbouwkundige en/of architectonische kenmerken zes
                            deelgebieden worden onderscheiden. Per welstandsgebied is een
                            samenhangend beoordelingskader opgesteld, waarin de volgende onderdelen
                            aan de orde komen:</al><al> • Een korte beschrijving van het gebied, waarbij aandacht wordt
                            besteed</al><al> aan de ontstaansgeschiedenis, de stedenbouwkundige of landschappelijke
                            omgeving, een typering van de bouwwerken en het materiaal- en
                            kleurgebruik en de detaillering.</al><al> • Een samenvatting van het beleid, de te verwachten en/of gewenste</al><al> ontwikkelingen en de waardering voor het gebied op grond van de
                            belevingswaarde en eventuele bijzondere cultuurhistorische,
                            stedenbouwkundige of architectonische werken.</al><al> • De aanvullende beleidsinstrumenten die de gemeente inzet in het
                            gebied.</al><al> • Het voor het gebied geldende welstandsniveau.</al><al> • De welstandscriteria, steeds onderverdeeld in criteria betreffende
                            de</al><al> relatie met de omgeving van het bouwwerk, de massa, de opbouw en
                            de</al><al> detaillering.</al><al> Welstandsniveaus</al><al> Het vaststellen van het welstandsniveau is cruciaal voor het opstellen
                            van de welstandscriteria. Het welstandsniveau moet aansluiten bij het
                            gehanteerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen.
                            In Blaricum zijn drie welstandsniveaus toegepast:</al><al> • beschermen: het door het Rijk aangewezen beschermde
                            dorpsgezicht;</al><al> • verbeteren: het welstandsgebied waar extra inspanning ten
                            behoeve</al><al> van de ruimtelijke kwaliteit gewenst is;</al><al> • handhaven: het welstandsgebied waar de basiskwaliteit moet
                            worden</al><al> gehandhaafd. In Blaricum is geen welstandsvrij gebied aangewezen. De
                            gemeente wenst in alle gebieden tenminste een basiskwaliteit te
                            handhaven.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Gebied 1: Beschermd dorpsgezicht</titel></kop><al>Beschrijving</al><al> Bij besluit van 15 maart 1967 is een deel van Blaricum aangewezen tot
                            Beschermd Dorpsgezicht. Daarbij zijn de volgende zaken van belang. De
                            boerderijen die thans in de kom van het dorp worden aangetroffen, zijn
                            schijnbaar willekeurig gesitueerd. Elk van de erven van twee of drie
                            hoeven is door paden omsloten. De veelheid van de op deze om de erven
                            slingerende paden is bepalend voor het typische patroon van het
                            wegenstramien. Niet alleen deze aanleg is karakteristiek, ook de
                            erfbeplanting, die met name bestaat uit geschoren linden voor het
                            woongedeelte van het huis, en fraaie hulsthagen langs de
                            wrfafscheidingen, verleent aan een dorpskern een eigen aspect. Het is
                            van algemeen belang te achten dit enige nog overgebleven goede voorbeeld
                            van een oude Gooise boerderijenaanleg ook voor de toekomst te behouden.
                            De boerderijen in het beschermd dorpsgezicht, dateren voor het merendeel
                            uit de 17e,18e en 19e eeuw. Van bijzondere betekenis en bepalend voor
                            het landelijk karakter van de oude kern is voorts het aan de
                            noordoostzijde van de William Singerweg gelegen weiland. De aanwezigheid
                            ervan in de dorpsstructuur is een historisch element. Een drietal hoeven
                            van oudheidkundige waarde aan de zuid-oostijde van het Franse pad is
                            opgenomen in het beschermd dorpsgezicht; Franse pad 8-10, Franse pad 12
                            en Kerklaan 7-9.</al><al> De kenmerkende stedenbouwkundige structuur, met de vrijstaande,
                            enigszins teruggeplaatste gebouwen, is in het bestemmingsplan
                            vastgelegd. In het kader van welstand is van belang dat de terughoudende
                            en tegelijkertijd zorgvuldige architectuur zorgt voor een dorps karakter
                            in het beschermd gezicht van Blaricum. De bebouwing is voorts
                            georiënteerd op de weg, hoewel de voorgevel niet altijd evenwijdig aan
                            de weg staat. De bebouwing is individueel en afwisselend, waarbij ook de
                            nokrichting en goothoogte wisselt. De panden hebben verder een
                            traditionele en eenvoudige opbouw en de gevels hebben een duidelijke
                            geleding. Op-, aan- en uitbouwen zoals bijvoorbeeld dakkapellen zijn
                            bescheiden van omvang, waardoor de hoofdmassa duidelijk herkenbaar
                            blijft. De architectonische uitwerking is zeer zorgvuldig en gevarieerd.
                            Het materiaalen kleurgebruik is traditioneel.</al><al> Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al> Behoud is het kernwoord voor het welstandsbeleid in het beschermd
                            gezicht van Blaricum. De terughoudende maar tegelijkertijd zorgvuldige
                            architectuur van de historische bebouwing is de referentie bij de
                            beoordeling. Aanpassingen en nieuwbouw dienen op een vergelijkbaar
                            niveau te worden uitgevoerd.</al><al> Aanvullend beleid</al><al> De kern van Blaricum is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Extra
                            welstandscriteria, die specifiek gelden voor kleine plannen staan
                            beschreven op de volgende pagina's. Dat betreft UMTS-masten, die conform
                            de Beleidsnota Antenne-installaties, Blaricum (2008), niet toegelaten
                            zijn in het Beschermd Dorpsgezicht.</al><al/><al>Welstandsniveau</al><al> Voor het Beschermd Dorpsgezicht is het welstandsbeleid gericht op het
                            beschermen van de cultuurhistorisch waardevolle dorpse bebouwing en
                            boerderijen in de bijzondere historische structuur.</al><al/><al>Ligging</al><al> • het dorpse karakter van het gebied, met de Gooise
                            boerderijaanleg,</al><al> wordt behouden;</al><al> • de gebouwen volgen in ligging de hoofdstructuur.</al><al> Massa</al><al> • gebouwen zijn individueel en afwisselend;</al><al> • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm bestaande uit een onderbouw
                            van één en een enkele keer twee lagen met een hellende kap;</al><al> • op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als
                            toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa;</al><al> • bij aanpassingen aan gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw</al><al> duidelijk herkenbaar blijven.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al> • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd;</al><al> • fijne detaillering wordt benadrukt in kleine elementen als
                            gootklossen, lijsten, speklagen en sluitstenen;</al><al> • traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen vormen
                            het</al><al> uitgangspunt;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen zijn in maat schaal en stijl zorgvuldig
                            afgestemd op het hoofdvolume.</al><al> Materiaal- en kleurgebruik</al><al> • het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel;</al><al> • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen eventueel gecombineerd met</al><al> natuursteen, pleisterwerk of houten delen;</al><al> • daken zijn afgedekt met gegolfde, gebakken pannen of met
                            natuurriet;</al><al> • kozijnen, deuren en dergelijke zijn van hout;</al><al> • het houtwerk is geschilderd in de voor het dorp traditionele
                            kleuren:</al><al> heldergroene luiken, licht okerkleurige kozijnen en wit en groen
                            raamhout.</al><al> Kleine plannen</al><al> In dit deelgebeid zijn geen UMTS-masten toegelaten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Gebied 2: Villagebied</titel></kop><al>Beschrijving</al><al> In dit gebied liggen verspreid langs wegen en paden landelijke villa's,
                            landhuizen en ruime middenstandswoningen. De woningen zijn veelal
                            centraal op de kavel gesitueerd. De ligging van de gebouwen is
                            terughoudend. Ze staan op wisselende afstand van de wegen en paden en
                            hebben vaak een ruime onderlinge afstand op grote groene kavels die
                            worden afgewisseld met bospercelen, open akkertjes en weilandjes. Samen
                            met de bescheiden en tegelijkertijd zorgvuldige architectuur zorgt dit
                            voor een landelijk en dorps karakter. De villagebieden van Blaricum
                            lopen naadloos in de villagebieden van Laren en Huizen. De aanwezige
                            bebouwing is individueel en afwisselend, in samenhang met de afmetingen
                            van de kavel. Daarbij is sprake van een afwisseling in
                            architectuurstijlen. Elke tijdsperiode heeft sporen achtergelaten',
                            waarmee sprake is van een enorme rijkdom aan bouwstijlen, die bovendien
                            nog steeds verder wordt aangevuld. Relatief weinig woningen zijn per
                            twee gekoppeld, drie of meer geschakelde woningen zijn zeldzaam in dit
                            gebied. Vrijwel alle woningen hebben een eenvoudige</al><al> opbouwbestaande uit één tot twee bouwlagen en zijn vaak voorzien</al><al> van een kap. Rieten kappen met een golvende noklijn en dakvoet komen
                            daarbij regelmatig voor. Platte daken daarentegen komen ook voor in het
                            gebied. De architectonische uitwerking is zorgvuldig en bescheiden met
                            ontwerpaandacht voor alle details. Het materiaal- en kleurgebruik is
                            traditioneel en afgestemd op het karakter van het gebied. Binnen het
                            villagebied zijn diverse panden met een hoge cultuurhistorische waarde
                            aanwezig. Het gebied kent ook enige nieuwbouw. De nieuwe bebouwing benut
                            veelal de mogelijkheden die het bestemmingsplan ter plaatse biedt en dat
                            leidt tot een zekere schaalvergroting van de bebouwing en minder
                            terughoudend van uitstraling. Binnen de villagebieden van Blaricum
                            kunnen verschillende deelgebieden onderscheiden worden. De deelgebieden
                            vertonen in ruimtelijke opzet sterke overeenkomsten. Naast deze
                            overeenkomsten, hebben de deelgebieden echter ook eigen onderscheidende
                            kenmerken ten aanzien van de situering, ondergrond en opbouw.</al><al>Bron: Villaparken, Nota van Uitgangspunten, 2007, R OI</al><al> 1. Noordwestelijk deelgebied</al><al> De woningen binnen het gebied vormen uitlopers van de lintbebouwing van
                            verschillende ontsluitingsroutes, zoals de Naarderweg. De gebouwen staan
                            op wisselende afstand van de wegen en paden en hebben vaak een ruime
                            onderlinge afstand. De woningen hebben veelal een eenvoudige opbouw,
                            bestaande uit één tot twee bouwlagen met een kap. Rieten kappen met een
                            golvende noklijn en dakvoet komen daarbij regelmatig voor. In dit
                            deelgebied komen ook enkele panden met een plat dak voor, waaronder Huis
                            Hildebrand van Rietveld. Het gebied heeft een zeer groen en bosrijk
                            karakter door de groene kavels en bermen, de erfafscheidingen van hagen,
                            struiken en bomen en door het aanwezige hoogteverschil.</al><al/><al>Bebouwing in het noordwestelijk deelgebied</al><al>2. Middengebied inclusief bebouwing rondm Huizerweg</al><al> De oorspronkelijke uitvalswegen met lintbebouwing liggen vrijwel
                            parallel aan de in het landschap aanwezige hoogtelijnen. Tussen de wegen
                            met de aanwezige lintbebouwing is in de loop der tijd het gebied
                            ingevuld met villa-achtige bebouwing. In vergelijking met het
                            noordwestelijk gelegen deelgebied, heeft dit deelgebied kleinere kavels
                            en een hogere bebouwingsdichtheid. Aan de Huizerweg zijn naast
                            vrijstaande woningen ook twee-onder-een-kapwoningen en enkele
                            geschakelde woningen gesitueerd. De sfeer en opzet van de Huizerweg met
                            kruisende wegen is vergelijkbaar met het gebied tussen de Torenlaan en
                            de Naarderweg. De kavels in dit deel zijn echter iets minder ruim. Dit
                            is echter inherent aan de woningtypes op deze kavels en situering als
                            lintbebouwing. Centraal staat het behoud van de verscheidenheid in
                            woningtypen (vrijstaand, geschakeld, twee-aaneen) en het behoud van
                            doorzichten of groene tussenruimten tussen de bebouwing.</al><al/><al>Bebouwing in het middengebied</al><al> Bijzonder in dit gebied zijn enkele woningen aan of nabij de Huizerweg,
                            die tot stand zijn gekomen volgens een samenhangend plan uit de jaren
                            twintig, van architect Harry Elte. Kenmerkend zijn de lage bakstenen
                            gevels, de steile rieten kappen, (met gebogen kapschilden) en de
                            roedenraampjes.</al><al/><al>Panden van architect Harry Elte aan Huizerweg en Dwarslaan</al><al> Rond 1900 zijn in het gebied nabij de Torenlaan-Noolseweg-Zwaluwenweg
                            diverse koloniehuizen gerealiseerd voor het Internationale Broederschap,
                            een Christen-anarchistische beweging opgericht door professor Van Rees
                            en dominee Kylstra. Het gaat daarbij om cottage-achtige huisjes/hutten
                            met een houtconstructie, veelal met hout bekleed en met rieten
                            zadeldaken. Maar er zijn ook koloniehuizen met baksteen en pannendaken.
                            Diverse koloniehuizen zijn ontworpen door de architect Theo Rueter,
                            zoals ‘De Weitekorrel’ (Torenlaan 19) en ‘Drukkerij Vrede’ (Torenlaan
                            29-31).</al><al>Koloniehuizen aan de Torenlaan 17 en Torenlaan 21</al><al>3. Deelgebied rondom Mauvezand</al><al> De kavels in het deelgebied variëren in grootte en in situering en zijn
                            niet allemaal gesitueerd aan wegen. Enkele percelen bevinden zich achter
                            de kavels aan de wegen, waardoor een vrij ongestructureerd kavelpatroon
                            is ontstaan. De variatie in wegen, verkaveling, functies, (agrarisch en
                            recreatief) en de situering van het natuurreservaat Mauvezand, zorgen
                            voor een afwisselend beeld in het deelgebied. Centraal staat het behoud
                            van zowel het groene, dichtbeboste karakter van de openbare ruimte als
                            van de particuliere kavels en het behoud van doorzichten of groene
                            tussenruimten tussen de bebouwing.</al><al/><al>Bebouwing in het deelgebied rondom Mauvezand</al><al>4. Zuidelijk deelgebied</al><al> Dit deelgebied maakte in het verleden deel uit van het landelijk gebied
                            en is in de loop der tijd verkaveld naar een woongebied. Het is een
                            halfopen gebied, waardoor het deelgebied het karakter heeft van een
                            dorpsrand. Het deelgebied vormt de overgang naar de open en vlakke
                            polders van de Eemvallei. In het deelgebied is wonen de voornaamste
                            functie. Centraal staat het behoud van de aanwezige doorzichten en
                            groene tussenruimten</al><al> tussen de woningen.</al><al/><al>Bebouwing in het zuidelijk deelgebied</al><al>5. Crailo</al><al> Afzonderlijk van de rest van het gebied ligt het deelgebied Crailo. Dit
                            deelgebied is in het meest westelijke gedeelte van de gemeente
                            gesitueerd, enigszins los van andere bebouwing in Blaricum. De Prins
                            Hendriklaan is één van de toegangswegen van Blaricum en dit is ook te
                            zien in het profiel van de weg: de weg heeft het uiterlijk van een
                            groene laan. Er zijn vrijwel uitsluitend vrijstaande woningen gesitueerd
                            op ruime kavels met een groot oppervlak. Garages zijn veelal aanwezig op
                            de kavels. Het gehele woongebied heeft een groen karakter door een
                            combinatie van openbaar groen en het groen op de woonkavels. Hierdoor is
                            een groot deel van de woningen verscholen achter het "groen" en ligt uit
                            het zicht vanaf de openbare weg. Hierbij is van belang dat de
                            karakteristiek van het plangebied mede is ontstaan door de verschillen
                            in bouwstijlen.</al><al/><al>Bebouwing in Crailo</al><al> In de nota Erfafscheidingen, hekken hagen, en toegangspoorten in
                            Blaricum wordt beschreven aan welke voorwaarden hekken en poorten (aan
                            de voorzijde) moeten voldoen in het Villagebied. Daarbij kunnen
                            hekwerken als erfafscheidingen aan de voorzijde tot 2 m hoog worden
                            gebouwd, middels ontheffing van het bestemmingsplan, onder voorwaarden
                            ten aanzien van de plaatsing en uitvoering. Een voorbeeld van deze
                            voorwaarden is dat het hek op 1,5 m van de erfgrens wordt geplaatst.
                            Hekken van 1 m langs de erfgrens zijn (bouw)vergunningsvrij en deze
                            worden dan ook niet getoetst aan de welstandsnota (met uitzondering van
                            de excessenregeling). Verder worden ook poorten hoger dan 1 m worden
                            getoetst, met dien verstande dat poorten tot 1 m (bouw)vergunningsvrij
                            zijn en niet aan welstandscriteria worden getoetst.</al><al/><al>Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al> Kwaliteit staat voorop in het villagebied, dat vanwege de
                            architectonische waarde van veel panden uit de beginjaren van de
                            twintigste eeuw van grote cultuurhistorische waarde is. Er is sprake van
                            een gebouwde omgeving waarvan de architectonische waarde ver boven het
                            gemiddelde van een Nederlands dorp uitsteekt. Deze ligt mede in het
                            groene karakter van het gebied, maar ook in de verscheidenheid in
                            bouwstijlen. Bij aanbouwen en wijzigingen dient de stijl en de schaal
                            van oude panden te worden gerespecteerd, waarbij men niet verplicht is
                            deze na te bootsen. Bij nieuwbouw dient de toon die is gezet met de
                            kwaliteit van deze gebouwen als uitgangspunt, waarbij ook met
                            eigentijdse middelen een kwalitatieve bijdrage aan de ruimtelijke
                            karakteristiek kan worden geleverd.</al><al/><al>Welstandsniveau</al><al> In het villagebied in Blaricum is het welstandsbeleid gericht op het
                            verbeteren en in standhouden van de landschappelijk ingepaste bebouwing
                            met een zorgvuldige en bescheiden architectonische uitwerking en
                            verschillen in toegepaste bouwstijlen.</al><al/><al>Ligging</al><al> • het landelijke en groene karakter van het gebied behouden;</al><al> • gebouwen staan vrij op de kavel en hebben een grote onderlinge
                            afstand.</al><al/><al>Massa</al><al> • gebouwen zijn individueel en afwisselend;</al><al> • gebouwen hebben een opbouw die bestaande uit een onderbouw van</al><al> één tot twee lagen met een hellende kap als duidelijke
                            beëindiging,</al><al> dan wel plat afgedekt;</al><al> • op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als
                            toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa;</al><al> • bij aanpassingen aan gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw</al><al> duidelijk herkenbaar blijven;</al><al> • in het Middengebied inclusief bebouwing rondom Huizerweg is
                            behoud</al><al> van de verscheidenheid in woningtypen (vrijstaand, geschakeld,
                            tweeaaneen) van belang.</al><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al> • de architectonische uitwerking is zorgvuldig, bescheiden en
                            gevarieerd;</al><al> • ontwerpaandacht voor alle details;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen zijn in maat, schaal en stijl
                            zorgvuldig</al><al> afgestemd op het hoofdvolume;</al><al> • In het deelgebied Crailo wordt eenvormigheid voorkomen en worden</al><al> verschillende bouwstijlen toegepast.</al><al/><al>Materiaal- en kleurgebruik</al><al> • het materiaal- en kleurgebruik is ingetogen;</al><al> • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen eventueel gecombineerd met</al><al> natuursteen, pleisterwerk of houten delen;</al><al> • daken zijn gedekt met gebakken pannen, leien, natuurriet of
                            zink;</al><al> • het houtwerk is geschilderd in gedekte kleuren, met respect voor
                            de</al><al> cultuurhistorische waarden.</al><al/><al>Kleine plannen</al><al> In afwijking van de criteria voor Erf- of perceelafscheidingen, voldoen
                            in dit</al><al> deelgebied de erf- of perceelafscheidingen aan onderstaande
                            criteria.</al><al> Hekken hoger dan 1 m, met een maximum van 2 m:</al><al> • Het hekwerk wordt 1,5 m terug geplaatst ten opzichte van de
                            erfgrens.</al><al> • Deze ruimte tot de erfgrens in te planten met een haag.</al><al> • Geen gemetselde muren of penanten toepassen.</al><al> • Een minimale transparantie van 80% toepassen.</al><al> • In een gedekte, donkere kleur (zwart of donkergroen).</al><al> Poorten hoger dan 1 m:</al><al> • De poort wordt minimaal 1,5 m teruggeplaatst ten opzichte van de
                            erfgrens.</al><al> • De poort heeft verwantschap met de architectuur van het gebouw.</al><al> • Gemetselde penanten in lijn met hekwerk (=1,5 m teruggeplaatst) mogen
                            tot maximaal 2 m hoogte.</al><al> • De poort minimaal 50% transparant maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Gebied 3: Dorp</titel></kop><al>Beschrijving</al><al> Aan de noordoostkant van de kern van Blaricum ligt deze kleinschalige
                            en zorgvuldig ontworpen uitbreiding met korte rijtjes woningen uit de
                            jaren '20 tot '70. De seriematig gebouwde woningen in korte rijtjes
                            hebben dezelfde zorgvuldige architectonische uitwerking als in de rest
                            van de kern. Samen met de ruime tuinen, heggen en grasbermen met bomen
                            maakt dat het gebied goed aansluit bij het dorpsachtige karakter van het
                            beschermde dorpsgezicht. De woningen hebben een eenvoudige opbouw die
                            bestaat uit een onderbouw van één of twee lagen met een zadeldak waarbij
                            de nokrichting overwegend evenwijdig aan de straat loopt. De Kerklaan
                            vormt hierop een uitzondering. Herhaling en vaak ook spiegeling van de
                            individuele woning is bij de rijen het uitgangspunt. De architectonische
                            uitwerking is zorgvuldig en fijn. Dit wordt benadrukt in de
                            profileringen van de kozijnen, gootklossen en windveren, de
                            roedeverdeling in de ramen en de gemetselde lateien. Het materiaal- en
                            kleurgebruik is traditioneel. Gevels zijn van baksteen. De daken zijn
                            gedekt met rode of donkergrijze gebakken pannen. Kozijnen zijn in een
                            lichte tint geschilderd. In dit deelgebied is ook het Sportterrein
                            Oostermeent aanwezig. Er zijn medio 2009 plannen in voorbereiding om ter
                            plaatse woningbouw te realiseren. Daarbij wordt uitgegaan van maximaal
                            30 woningen in zowel de koop- als de huursector. De ruimtelijke
                            randvoorwaarden van deze ontwikkeling zijn nog onvoldoende
                            uitgekristalliseerd, zodat de herontwikkeling niet in de
                            voorliggende</al><al> welstandsnota is opgenomen. In een vervolgstadium van de planvorming
                            zullen aanvullende welstandscriteria worden opgesteld, zoals bedoeld in
                            hoofdstuk 7 van deze nota. In de nota Erfafscheidingen, hekken hagen, en
                            toegangspoorten in Blaricum wordt beschreven aan welke voorwaarden
                            hekken en poorten (aan de voorzijde) moeten voldoen in dit deelgebied
                            'Dorp". Daarbij kunnen hekwerken als erfafscheidingen aan de voorzijde
                            tot 2 m hoog worden gebouwd, middels ontheffing van het bestemmingsplan,
                            onder voorwaarden ten aanzien van de plaatsing en uitvoering. Een
                            voorbeeld van deze voorwaarden is dat het hek op 1,5 m van de erfgrens
                            wordt geplaatst. Hekken van 1 m langs de erfgrens zijn
                            (bouw)vergunningsvrij en deze worden dan ook niet getoetst aan de
                            welstandsnota (met uitzondering van de excessenregeling). Verder worden
                            ook poorten hoger dan 1 m worden getoetst, met dien verstande dat
                            poorten tot 1 m (bouw)vergunningsvrij zijn en niet aan welstandscriteria
                            worden getoetst.</al><al/><al>Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al> De kwaliteit van dit kleinschalige gebied zit in de zorgvuldige en
                            fijne architectuur van de seriematige woningen. Op-, aan- en uitbouwen
                            dienen zorgvuldig ingepast te worden in de op herhaling gebaseerde
                            architectuur. De stijl van de panden dient daarbij te worden
                            gerespecteerd.</al><al/><al>Welstandsniveau</al><al> In de kleinschalige seriematige uitbreidingen van het dorp in Blaricum
                            met zijn zorgvuldige en fijne architectonische uitwerking is het
                            welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in stand houden van deze
                            karakteristieken.</al><al/><al>Ligging</al><al> • het dorpse karakter van het gebied behouden;</al><al> • de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel;</al><al> • woningen zijn georiënteerd op de weg.</al><al/><al>Massa</al><al> • rijwoningen hebben een sterke onderlinge samenhang;</al><al> • gebouwen hebben een opbouw die bestaande uit een onderbouw van</al><al> één tot twee lagen met een zadeldak;</al><al> • op-, aan- en uitbouwen zijn bij voorkeur per woningtype van
                            hetzelfde</al><al> model;</al><al> • bijgebouwen zijn ondergeschikt.</al><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al> • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en fijn;</al><al> • de fijne detaillering wordt benadrukt in kleine elementen als
                            gootklossen, gemetselde lateien en roedeverdelingen;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen zijn in stijl en afwerking afgestemd op
                            het</al><al> hoofdvolume.</al><al/><al>Materiaal- en kleurgebruik</al><al> • het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel en per rij in
                            samenhang;</al><al> • gevels zijn van baksteen;</al><al> • hellende daken zijn voorzien van rode of donkergrijze gebakken
                            pannen;</al><al> • kozijnen zijn bij voorkeur van hout en geschilderd in een lichte
                            tint;</al><al/><al>Kleine plannen</al><al> In afwijking van de criteria voor Erf- of perceelafscheidingen, voldoen
                            in dit</al><al> deelgebied de erf- of perceelafscheidingen aan onderstaande
                            criteria.</al><al> Hekken hoger dan 1 m, met een maximum van 2 m:</al><al> • Het hekwerk wordt 1,5 m terug geplaatst ten opzichte van de
                            erfgrens.</al><al> • Deze ruimte tot de erfgrens in te planten met een haag.</al><al> • Geen gemetselde muren of penanten toepassen.</al><al> • Een minimale transparantie van 80% toepassen.</al><al> • In een gedekte, donkere kleur (zwart of donkergroen).</al><al> Poorten hoger dan 1 m</al><al> • De poort wordt minimaal 1,5 m teruggeplaatst ten opzichte van de
                            erfgrens.</al><al> • De poort heeft verwantschap met de architectuur van het gebouw.</al><al> • Gemetselde penanten in lijn met hekwerk (=1,5 m teruggeplaatst) mogen
                            tot maximaal 2 m hoogte.</al><al> • De poort minimaal 50% transparant maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Gebied 4: Bijvanck en de Bouwvenen</titel></kop><al>Beschrijving</al><al> Bijvanck is een grote uitbreidingswijk uit de jaren '70 waarvan een
                            deel in de gemeente Huizen ligt. Beide delen sluiten naadloos op elkaar
                            aan. De ruimtelijke opbouw is typerend voor die tijd, een groene wijk
                            met een bijna hiërarchieloos stratenpatroon. De wijk bestaat uit
                            woonbuurten die gegroepeerd rondom het centrumgebied zijn gelegen. Het
                            centrumgebied vormt zowel ruimtelijk als functioneel het hart van de
                            wijk. Om het centrumgebied Bijvanck dienst te laten doen als wijkcentrum
                            voor een groter gebied, is herstructurering van het gebied gewenst. De
                            woonbuurten worden onderling door de groenstructuur van elkaar
                            gescheiden. De verschillende clusters binnen de woonbuurten bestaan
                            steeds uit één woningtype van eenzelfde architectuur. Elk cluster vormt
                            als het ware een compositie, terwijl verschillende clusters samen ook
                            weer zorgvuldig in elkaar grijpen tot een woonbuurt. De meeste woningen
                            bestaan uit twee bouwlagen met kap. De woningen hebben niet altijd een
                            duidelijke voor- of achterzijde. Dit is mede het gevolg van diepe
                            voortuinen die vaak afgeschermd zijn door hoge hagen. Veel achtertuinen
                            van de woningen grenzen aan de openbare weg of openbare ruimte. De
                            woningen staan veelal in een gestaffelde of rechte rooilijn die de
                            contouren van de wegen volgt. Dit is een typische karakteristiek van
                            deze wijk. Bij de grondgebonden woningen is sprake van afwisselende
                            kapvormen en dakvlakken. Regelmatig zijn voorts uitbouwen, bergingen en
                            carports onder een doorlopende kap opgenomen aan de voorzijde van de
                            woningen. Op een aantal plaatsen verspringen de rooilijnen (zoals aan de
                            Stobbe) waardoor aan de voorzijde van de woning, in plaats van aan de
                            achterzijde, de grootste buitenruimte aanwezig is (diepe voortuinen).
                            Niet alleen bij deze verspringingen, maar ook in enkele clusters komen
                            deze grote diepe voortuinen voor (zoals aan de Koggewagen of Veurhuis).
                            De woningen die rond de Stern, Karekiet en de Maten zijn gelegen, zijn
                            zogenaamde kwadrantwoningen. Dit woningtype bestaat uit een kubusvormige
                            basis met daarin vier woningen. De (zij)tuinen van de woningen zijn
                            rondom de woning gelegen en worden door groenstroken gescheiden van de
                            weg. De tuinen zijn niet zo diep (gemiddeld 3 m-6 m), waardoor er weinig
                            ruimte is voor uitbreiding van de woning of voor bijgebouwen. Omdat er
                            weinig ruimte is en die ruimte bovendien overal grenst aan openbaar
                            gebied, zijn er beperkte mogelijkheden voor erfbebouwing. Uitzondering
                            op de grondgebonden woningen zijn de flatgebouwen langs de
                            ontsluitingsroute Viersloot, 't Uilebord en de Noord, (nabij het
                            winkelcentrum). De flatgebouwen zijn op dit moment 3 bouwlagen hoog en
                            zijn onlangs opgetopt met een 4e bouwlaag.</al><al/><al>Kapvormen</al><al> De diversiteit aan kapvormen in de Bijvanck bestaat uit zadeldaken,
                            afgeknotte zadeldaken, dwarskappen en lessenaarsdaken. Platte daken
                            komen uitsluitend bij de flatgebouwen aan de Uilebord en de Noord voor
                            en bij de woningen aan de Wetering. De dakvlakken lopen vaak door over
                            de aanbouwen/ bergingen aan zowel de voor- als de achterzijde of over
                            carports en garages. Ook is er regelmatig sprake van asymmetrische
                            dakvlakken. De diversiteit in kapvormen en de manier waarop deze
                            doorlopen zijn gerelateerd aan de clustering van de woningen. De
                            diversiteit is karakteristiek voor de Bijvanck en hangt sterk samen met
                            tijdsgeest waarin de wijk is gebouwd. Het is een kwaliteit van de wijk
                            die behouden moet blijven.</al><al/><al>Erfbebouwing</al><al> De grote diversiteit aan woningtypen en hoe deze op het perceel
                            geplaatst zijn, zorgt ervoor dat er ook een grote diversiteit aan
                            erfbebouwing (aan- en uitbouwen, bijgebouwen) is en kan ontstaan. In het
                            bestemmingsplan is veelal aan één zijde van de woning, doorgaans de
                            gevel waar de entree is, de mogelijkheid voor het oprichten van
                            erfbebouwing opgenomen. Het gaat dan met name om uitbreidingen van de
                            woningen in de vorm van aan- en uitbouwen (één bouwlaag, met eventueel
                            een kap) en bijgebouwen (bijvoorbeeld een schuurtje).</al><al/><al>De Bouwvenen</al><al> De Bouwvenen is een op zichzelf staand en deels autovrij buurtje met
                            een groen binnengebied aan de zuidoostkant van de kern van Blaricum. De
                            ontsluiting en het parkeergelegenheid ligt aan de buitenrand van de
                            buurt. De woningen in deze uitbreidingswijken zijn gegroepeerd in
                            buurtjes en hebben niet altijd een duidelijk onderscheid tussen achter-
                            en voorzijde. Veel achtertuinen grenzen aan de openbare weg of openbare
                            ruimte. De woningen staan in een rechte of gestaffelde rooilijn. De
                            overheersende opbouw is twee lagen met kap. De woningen zijn eenvoudig
                            tot gedifferentieerd van opzet waarbij afwisselende dakvlakken en
                            vooruitbouwen, bergingen en carports onder een doorlopende kap
                            voorkomen. De detaillering is zorgvuldig en in het algemeen eenvoudig.
                            Gevels zijn van baksteen veelal in combinatie met plaatmateriaal of
                            houten delen. Daken zijn gedekt met gebakken pannen. Het kleurgebruik is
                            terughoudend.</al><al> Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al> Behouden van herhaling van dezelfde woning per erf is het uitgangspunt.
                            De afwisselende openbare ruimte die tevens een functie heeft als
                            verblijfsruimte is het meest van belang voor deze wijken. De</al><al>afwisselende plaatsing en veelal gedifferentieerde opbouw van de
                            woningen versterken dit beeld. Met name bij de woningen die
                            gedifferentieerd van opbouw zijn hebben kleine wijzigingen en
                            toevoegingen een beperkte invloed op het beeld. Met name aan de zijde
                            die in het zicht ligt dienen op-, aan- en uitbouwen goed ingepast worden
                            in stijl van de panden en de op herhaling gebaseerde architectuur.</al><al> Welstandsniveau</al><al> Het welstandsbeleid voor deze uitbreidingswijk is gericht op het
                            handhaven van de afwisseling van buurten, herhaling van woningen en
                            zorgvuldige architectonische uitwerking.</al><al> Ligging</al><al> • woningen maken deel uit van een ontworpen stedenbouwkundig
                            patroon;</al><al> • de individuele woning binnen een cluster of blok is deel van het
                            geheel en voegt zich hier naar;</al><al> • rooilijnen zijn per cluster in samenhang.</al><al> Massa</al><al> • woningen hebben in principe per cluster dezelfde opbouw;</al><al> • de opbouw van de woningen bestaat uit een onderbouw van één tot</al><al> twee lagen met een (a-symmetrisch) zadeldak, maar ook plat
                            afgedekt</al><al> komt voor;</al><al> • bijgebouwen en op-, aan- en uitbouwen zijn bij voorkeur per
                            cluster</al><al> van hetzelfde model.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al> • ontwerpaandacht voor alle details;</al><al> • herhaling in het cluster is leidraad voor het woningontwerp;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen zijn in stijl en afwerking afgestemd op
                            de</al><al> architectuur van het hoofdvolume.</al><al> Materiaal- en kleurgebruik</al><al> • materiaal- en kleurgebruik is per cluster in samenhang;</al><al> • het kleurgebruik is terughoudend.</al><al> Kleine plannen</al><al> In afwijking van de criteria voor Aan- of uitbouwen, voldoen in dit
                            deelgebied de aan- of uitbouwen aan de achtergevel en de niet openbaar
                            gelegen zijgevel aan onderstaande criteria.</al><al> - aan- of uitbouwen aan de achterzijde mogen in de perceelsgrens worden
                            gebouwd. In afwijking van de criteria voor Bijgebouwen of overkappingen,
                            voldoen in dit deelgebied de bijgebouwen of overkappingen aan de
                            achterkant en de niet openbaar gelegen zijkant aan onderstaande
                            criteria.</al><al> - bijgebouwen of overkappingen aan de achterzijde mogen in de
                            perceelsgrens worden gebouwd.</al><al> In afwijking van de criteria voor Dakkapellen, voldoen in dit
                            deelgebied de dakkapellen aan de voorkant en de openbaar gelegen zijkant
                            aan onderstaande criteria.</al><al> - hoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, minder
                            dan 1,5 m. In afwijking van de criteria Erf- of perceelsafscheidingen,
                            voldoet in het (deel)gebied Bijvanck de erf- of perceelsafscheidingen
                            aan de onderstaande criteria:</al><al> - erf- of perceelsafscheidingen aan de achterzijde mogen in de
                            perceelsgrens worden gebouwd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Gebied 5: Ter Gooiziekenhuis locatie Blaricum</titel></kop><al>Beschrijving</al><al> Aan de zuidzijde van de Prins Hendriklaan, in het meest westelijke
                            puntje van de gemeente, is het Ter Gooiziekenhuis locatie Blaricum
                            gesitueerd. Behalve een ziekenhuis, bevindt zich in het complex ook een
                            huisartsenpost en een apotheek. Dit grootschalig complex is gelegen
                            nabij de A1 en bestaat uit samengestelde blokvormige volumes met een
                            sterke horizontale geleding. De verschillende volumes waar het gebouw
                            uit bestaat zijn afwisselend van hoogte variërend. De entree en
                            trappenhuizen zijn verbijzonderd en vormgegeven als aparte volumes of
                            voorzien van een nadrukkelijke luifel. De architectonische uitwerking is
                            sober. Het complex heeft een doorlopende gevelritmiek met een sterke
                            horizontale geleding. De zandkleurige bakstenen gevels worden in hoogte
                            afgewisseld door doorlopende horizontale raambanden. De daken zijn plat.
                            Het omliggende terrein is groen en glooiend en heeft zorgvuldig
                            ingepaste parkeerplaatsen. De groene rand rondom het complex en de
                            situering van de entree zorgt ervoor dat het ziekenhuis vanaf de Prins
                            Hendriklaan vrijwel niet waarneembaar is.</al><al> Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al> De waarde van de gebouwen op dit terrein is vooral gelegen in het
                            functionele aspect. Gezien de groene rand rondom zal de inzet voor het
                            welstandsbeleid zijn gericht op de hoofdverschijningsvorm en een
                            terughoudende vormgeving en kleurstelling. Het Ter Gooiziekenhuis
                            locatie Blaricum heeft het voornemen uit te breiden met een bruto
                            vloeroppervlak van 8.000-10.000 m².</al><al> Welstandsniveau</al><al> Handhaven van de karakteristieken van de grootschalige complexmatige
                            bebouwing van het Ter Gooiziekenhuis locatie Blaricum is uitgangspunt
                            van het welstandsbeleid.</al><al> Ligging</al><al> • het groene karakter van het gebied behouden;</al><al> • gebouwdelen vormen een samenhangende compositie;</al><al> • bebouwing staat vrij op het terrein;</al><al> • bij wijzigingen en toevoegingen aansluiten op oriëntatie en
                            ontsluiting.</al><al> Massa</al><al> • bouwmassa's zijn gevarieerd en eenvoudig van opbouw;</al><al> • bouwmassa's hebben een sterke onderlinge samenhang;</al><al> • entreepartijen en trappenhuizen zijn vormgegeven als accenten.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al> • de architectonische uitwerking is sober;</al><al> • gevels hebben een sterke horizontale geleding;</al><al> • de hoofdmassa heeft een doorlopende gevelritmiek;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op
                            het</al><al> hoofdvolume.</al><al/><al>Materiaal- en kleurgebruik</al><al> • het materiaal- en kleurgebruik is terughoudend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Gebied 6: Blaricummermeent</titel></kop><al>Beschrijving</al><al> Binnen de Blaricummermeent is een zo groot mogelijke diversiteit in
                            eenheid nagestreefd. De eenheid is gezocht in het materiaalgebruik, de
                            diversiteit in onder andere kapvormen en verspringende rooilijnen. In
                            deelgebied Delta is eigentijds gebouwd, het merendeel van de woningen
                            (75%) heeft platte daken. In deelgebied Stroom is klassieker gebouwd,
                            daar heeft het merendeel van de woningen (75%) kappen. De richting van
                            de verkaveling volgt de oude verkavelingstructuur. De rijtjeshuizen en
                            twee-onder-éénkapwoningen lopen mee in de lijn van de verkaveling. De
                            vrijstaande typen zijn wel op de zon georiënteerd. Om te voorkomen dat
                            er lange monotone rijen van dezelfde woningen ontstaan, is gevarieerd in
                            de dakhoogte en in kappen. Kleine variaties in detaillering bij
                            twee-onder-één-kap-woningen geven identiteit aan de woning.
                            Appartementengebouwen zijn geïnspireerd op de villa. Villa's vormen een
                            consistent bouwvolume, zo mogelijk samengesteld uit verschillende
                            deelvolumen. Deelvolumen en kappen vormen een eenheid. Repetitie van
                            gevelopeningen (loggia's) et cetera. in de gevel is tot een minimum
                            beperkt. Villa's hebben maximaal één centrale entree. De architectuur
                            van de appartementen moet passen bij het dorpse karakter. Alle woningen,
                            met uitzondering van de appartementen, zijn ontsloten aan de
                            woonstraten. Het is van belang dat woningen die grenzen aan
                            structuurdragers, zoals de rivier, de Stichtseweg en de centrale as, een
                            representatieve zijde hebben aan de kant van het structuurdragende
                            element.</al><al> Materiaal en kleur</al><al> De collectieve beeldkenmerken voor de bebouwing in de Meent worden
                            gevormd door materiaal-/kleurkeuzes en -uitsluitingen. Deze kenmerken
                            gelden voor 90% van de woon(woonwerk)bebouwing. Van de bebouwing kan 10%
                            zich aan deze beeldkwaliteitskenmerken onttrekken. Dit zijn de
                            dissonanten, bedoeld om een spanning in het bebouwingsbeeld te bereiken.
                            De materialen die gebruikt worden hebben een natuurlijke uitstraling en
                            kleur. Te denken valt aan baksteen, hout, zink, natuursteen et cetera.
                            Voor 90% van de bebouwing is baksteen het basismateriaal voor de gevel.
                            De kleur kan gekozen worden uit een kleurschema, waarbij witte en gele
                            bakstenen zijn uitgesloten. Van de bebouwing bestaat 10% niet uit
                            baksteen, maar een afwijkend materiaal dat wel voldoet aan de
                            duurzaamheidseisen. Daken: In deelgebied Stroom is circa 75% van de
                            woon(woonwerk)bebouwing uitgerust met een kapconstructie die donker is
                            van kleur, bijvoorbeeld met zwarte of antracietkleurige pannen of met
                            een leien, zinken of rieten dakbedekking. Circa 25% heeft platte daken.
                            In deelgebied Delta is het percentage omgekeerd: circa 75% van de
                            bebouwing heeft daar platte daken en circa 25% heeft kappen.</al><al> Gevels: Aandachtspunt zijn de openingen in de gevel: deze dienen niet
                            te klein te zijn. Gevel- en gevel/dakopeningen komen beter tot hun recht
                            als kozijnen een terughoudende kleur hebben. Kozijnen zijn daarom bij
                            voorkeur donker van kleur. De kozijnen worden bij voorkeur gemaakt van
                            hout of aluminium, niet van kunststof. De Blaricummermeent streeft een
                            origineel kwaliteitsdoel na. In het plangebied is daarom geen ruimte
                            voor 'boerderettes' en retro (het nabouwen van oudere bouwstijlen). Wel
                            kunnen bestaande bouwstijlen worden gebruikt als inspiratie voor
                            hedendaagse en originele architectuur.</al><al/><al>Bedrijvenpark</al><al> Er zijn natuurlijke materialen gebruikt, die mooi verouderen, zoals
                            natuursteen, hout, glas, begroeide gevels et cetera. De bouwvolumes zijn
                            maximaal vier lagen hoog.Per volume is een overheersend materiaal
                            gebruikt zodat een sterke identiteit per gebouw ontstaat. Er zijn alleen
                            materialen gebruikt met natuurlijke kleuren, geen kleurtoepassingen.
                            Reclame-uitingen vormen een integraal onderdeel van de
                            architectuur.</al><al> Richting de woonbebouwing in de Meent openen de gebouwen zich meer;
                            richting de A27 zijn de gebouwen meer gesloten. Langs de A27 is het
                            percentage kleinschalige traditionele hallen het grootst. Meer naar het
                            westen toe neemt het aantal representatieve kantoorvilla's toe en worden
                            de gebouwen transparanter. Het bedrijvenpark dient in totaal een
                            kwaliteit uit te stralen door terughoudende, sprekende gebouwen, niet
                            door gebouwen die individueel roepen om aandacht. Geen uitstulpingen aan
                            de gebouwen, maar uitkragingen die onderdeel zijn van de
                            architectuur.</al><al> Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al> Kwaliteit is gecreëerd door diversiteit in architectuur en
                            woningtypologie en eenheid in materiaalgebruik. De supervisor beoordeelt
                            plannen en concepten samen met de procesmanager (c.q. projectleiding),
                            en adviseert de procesmanager wanneer deze aan de welstandscommissie
                            kunnen worden voorgelegd. De supervisor bereidt discussies voor en
                            bewaakt het niveau daarvan. De beeldkwaliteit voor De Blaricummermeent
                            als geheel is vastgelegd in het Kwaliteitsinstrumentarium, dat onderdeel
                            uitmaakt van het Masterplan De Blaricummermeent. De gebiedscriteria zijn
                            gebaseerd op het Kwaliteitsinstrumentarium. De Blaricummermeent wordt
                            gefaseerd (in deelplannen) ontwikkeld. Op deelplanniveau wordt het
                            Kwaliteitsinstrumentarium verder uitgewerkt in
                            Kwaliteitshandboeken.</al><al> Welstandsniveau</al><al> In De Blaricummermeent is het welstandsbeleid gericht op het creëren
                            van diversiteit in architectuur en eenheid in materiaalgebruik.</al><al> Ligging</al><al> • woningen maken deel uit van een ontworpen stedenbouwkundig
                            patroon;</al><al> • gebouwen zijn in het algemeen georiënteerd op de weg;</al><al> • rooilijnen zijn per cluster in samenhang.</al><al> Massa</al><al> • woningen hebben in principe per cluster dezelfde opbouw;</al><al> • gebouwen hebben een opbouw die bestaande uit een onderbouw van</al><al> één tot twee lagen met een hellende kap als duidelijke
                            beëindiging,</al><al> dan wel zijn plat afgedekt;</al><al> • op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als
                            toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa;</al><al> • de openingen in de gevel dienen niet te klein te zijn.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al> • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd;</al><al> • ontwerpaandacht voor alle details;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen zijn in maat, schaal en stijl
                            zorgvuldig</al><al> afgestemd op het hoofdvolume;</al><al> • voor wat betreft de bedrijven, vormen Reclame-uitingen een
                            integraal</al><al> onderdeel van de architectuur.</al><al> Materiaal- en kleurgebruik</al><al> • materiaal- en kleurgebruik is per cluster in samenhang;</al><al> • het materiaal- en kleurgebruik heeft een natuurlijke uitstraling,
                            zoals</al><al> baksteen, hout, zink en natuursteen;</al><al> • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen: witte en gele baksteen is
                            uitgesloten;</al><al> • Van de bebouwing bestaat 10% niet uit baksteen, maar een
                            afwijkend</al><al> materiaal;</al><al> • daken, voor zover niet plat, zijn gedekt met gebakken pannen die
                            donker zijn van kleur, bijvoorbeeld met zwarte of antracietkleurige
                            pannen of met een leien, zinken of rieten dakbedekking;</al><al> • het houtwerk is geschilderd in donkere kleuren. De kozijnen worden
                            niet van kunststof gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Gebied 7: Buitengebied</titel></kop><al>Beschrijving</al><al> Het buitengebied van de gemeente bestaat uit meerdere delen, waar
                            weinig bebouwing staat. Deels betreft het agrarische gronden, zoals
                            polder De Kampen, ten oosten van de A27. Dit is een grootschalig
                            weidegebied waarbij behalve de boerderij de Meenthorst verspreid enkele
                            schuurtjes en stallen staan, waarvan de kwaliteit vanuit welstand gezien
                            vraagtekens oproept. Direct ten westen van de Goyergracht Noord, tegen
                            de gemeentegrens is eveneens sprake van agrarische gronden, waarbij aan
                            de kant van de Eemnesserweg verspreide bebouwing aanwezig is. De
                            Blaricummer Eng is van oudsher in gebruik als akkerbouwgrond. Nu wordt
                            er boekweit, rogge en maïs geteeld en is het gebied gemengd met bos. Aan
                            de randen staat enige bebouwing. Camping en begraafplaats bevinden zich
                            in het gebied. Daarnaast gaat het in de gemeente Blaricum om bos- en
                            natuurgebieden, zoals de Groeve Oostermeent en de Blaricumerheide.
                            Tevens is aan de noordkant het Strand Voorland Stichtsebrug aanwezig,
                            met een recreatieve betekenis voor de watersport. De nu aanwezige
                            bebouwing is bescheiden van schaal, eenvoudig van opzet en
                            architectonische uitwerking. Het terughoudend materiaal- en kleurgebruik
                            maakt dat het past in de landelijke omgeving</al><al> Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al> Het buitengebied heeft een waardevol landschappelijk karakter en kent
                            niet of nauwelijks bebouwing. Eemmeer is een stiltegebied en is deels
                            niet toegankelijk. Het gebied heeft belangrijke natuurwaarde. Bouwen is
                            nauwelijks toegestaan.</al><al/><al>Aanvullend beleid</al><al> In delen van het buitengebied zijn, conform de Beleidsnota
                            Antenneinstallaties, Blaricum (2008), geen UMTS-masten toegelaten.</al><al> Welstandsniveau</al><al> Handhaven van de karakteristieken van de bebouwing met zijn eenvoudige
                            opzet en terughoudend materiaal- en kleurgebruik is de inzet voor het
                            welstandsbeleid.</al><al> Ligging</al><al> • het groene en landschappelijke karakter van het gebied behouden;</al><al> • gebouwen liggen vrij op het kavel.</al><al> Massa</al><al> • gebouwen zijn individueel;</al><al> • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al> • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en terughoudend;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig
                            afstemmen op het hoofdvolume.</al><al> Materiaal- en kleurgebruik</al><al> • het materiaal- en kleurgebruik is terughoudend.</al><al> Kleine plannen</al><al> In de landschappelijk waardevolle gebieden, open gebieden en
                            beeldbepalende gebieden (De Kampen, Warandapark, Gooisch
                            Natuurreservaat), de beschermde natuurgebieden (Blaricummerheide, ’t
                            Harde, Warandapark) en de natuurbeschermingsgebieden binnen dit
                            deelgebeid zijn geen UMTS-masten toegelaten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>5</nr><titel>Objectgerichte welstandscriteria</titel></kop><structuurtekst><al>In deze paragraaf worden de objectgerichte welstandscriteria genoemd
                            voor bouwwerken die zo specifiek zijn dat ze, ongeacht het gebied waarin
                            ze worden geplaatst, een eigen serie welstandscriteria vergen. De opzet
                            van deze objectgerichte beoordelingskaders is vergelijkbaar met de
                            gebiedsgerichte beoordelingskaders. Ook hierbij gaat het steeds om
                            'relatieve' welstandscriteria. De bouwplannen worden altijd aan de
                            welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling de criteria
                            interpreteert in het licht van het concrete bouwplan (dit in
                            tegenstelling tot de criteria voor de kleine bouwplannen in de volgende
                            paragraaf, die vrijwel 'absoluut' zijn, waardoor ambtelijke beoordeling
                            mogelijk is). Ook voor de specifieke bouwwerken is het vaststellen van
                            het elstandsniveau</al><al> van belang. Het moet aansluiten bij het gehanteerde ruimtelijk
                            kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. In theorie zijn voor de
                            specifieke bouwwerken vier welstandsniveaus mogelijk: 'beschermen' bij
                            de beschermde objecten, dat wil zeggen de door het Rijk, de provincie of
                            de gemeente aangewezen monumenten, 'verbeteren' bij de welstandsobjecten
                            waarbij extra inspanning ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit
                            gewenst is, 'handhaven' de welstandsobjecten waarbij de basiskwaliteit
                            moet worden gehandhaafd en 'vrij' bij de welstandsvrije objecten. Hoe
                            hoger het welstandsniveau hoe hoger de</al><al> gewenste kwaliteit.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Langhuisboerderijen</titel></kop><al>Beschrijving</al><al> De Langhuisboerderijen in Blaricum staan voornamelijk in de kern van
                            het dorp en de gebieden met verspreide bebouwing eromheen. De
                            boerderijen zijn afwisselend en georiënteerd op de weg, hoewel de
                            voorgevel niet altijd evenwijdig aan de weg staat. Ze hebben een
                            traditionele en eenvoudige opbouw van één laag met kap. De
                            architectonische uitwerking is doelmatig, zeer zorgvuldig en gevarieerd.
                            Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel. Vrijwel alle boerderijen
                            in Blaricum zijn van het type langhuisboerderij en, waarbij er deuren in
                            de zijgevels zijn gelegen. De onderste daklijn is meestal ter plaatse
                            van deze deuren (zijbaander) verhoogd. In vele gevallen is de noklijn
                            van de stallen lager dan de van het woongedeelte. Het woongedeelte heeft
                            ook een rijkere architectonische uitwerking. De daken zijn gedekt met
                            gebakken pannen of natuurriet. De vensters zijn klein en onderverdeeld
                            met roeden. Op de erven komen bijgebouwen als schuren en hooibergen
                            voor. Hulst- en meidoornhagen dienen ook nu nog veelal als
                            erfafscheiding. De grote en nieuwere langhuisboerderijen uit de late 19e
                            en begin 20e eeuw zijn strakker vormgegeven dan de oudere boerderijen:
                            rechthoekige langhuisboerderijen met doorgaande zadeldaken, gedekt met
                            pannen.</al><al> Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al> Behoud van de uiterlijke vorm is het kernwoord voor het welstandsbeleid
                            voor de Langhuisboerderijen van Blaricum. Daarnaast is de maat, schaal
                            en vorm van de gevelinvullingen van belang. De terughoudende maar
                            tegelijkertijd zorgvuldige architectuur van deze historische bebouwing
                            is een belangrijke kwaliteit in het dorpsbeeld. Aanpassingen en
                            nieuwbouw dienen op een vergelijkbaar niveau te worden uitgevoerd.</al><al> Welstandsniveau</al><al> Voor de cultuurhistorisch waardevolle langhuisboerderijen in Blaricum
                            is het welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in stand houden van
                            de karakteristieken van deze objecten.</al><al> Ligging</al><al> • het dorpse karakter van het gebied behouden, daarbij is een
                            heldere</al><al> ordening van verschillende gebouwen en traditionele erfbeplanting
                            op</al><al> het erf belangrijk;</al><al> • per kavel is er één hoofdmassa;</al><al> • de gebouwen volgen in ligging grofweg de hoofdstructuur.</al><al> Massa</al><al> • panden zijn individueel en afwisselend;</al><al> • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm waarbij het woongedeelte
                            veelal hoger is dan het achterhuis (stalgedeelte);</al><al> • gebouwen hebben een opbouw bestaande uit een onderbouw van één</al><al> en laag met een zadeldak;</al><al> • zijgevels hebben kleine vensters en eventueel staldeuren;</al><al> • op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als
                            toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa;</al><al> • bij aanpassingen aan gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw</al><al> duidelijk herkenbaar blijven.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al> • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd;</al><al> • het verschil tussen voorhuis en achterhuis (stalgedeelte) van het
                            hoofdgebouw in architectonische uitwerking benadrukken;</al><al> • fijne detaillering wordt benadrukt in kleine elementen als
                            kozijnen,</al><al> dakgoten, daklijsten, windveren, raamhout en roedeverdeling;</al><al> • traditioneel Hollandse houten kozijnen en raamhout en
                            profileringen</al><al> vormen het uitgangspunt;</al><al> • bijgebouwen als schuren zijn eenvoudiger maar net zo zorgvuldig
                            gedetailleerd als de hoofdmassa;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen zijn in maat schaal en stijl zorgvuldig
                            afgestemd op het hoofdvolume.</al><al> Materiaal- en kleurgebruik</al><al> • het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel;</al><al> • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen eventueel gecombineerd met</al><al> pleisterwerk of houten delen;</al><al> • daken zijn afgedekt met gebakken pannen of met natuurriet;</al><al> • Het houtwerk is geschilderd in traditionele kleuren als
                            bijvoorbeeld</al><al> groen voor deuren en luiken, licht oker voor kozijnen en wit en
                            groen</al><al> voor de ramen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Hooibergen</titel></kop><al>Beschrijving</al><al> De hooiberg is vanouds een agrarisch bedrijfsgebouw voor de opslag van
                            hooi en granen. Maar ook een wijkplaats voor dieren. In Blaricum komen
                            enkele hooibergen voor en dat zijn vooral hooibergen met vier roeden
                            (staanders) gebouwd, al komen ook andere vormen voor. Oorspronkelijk
                            waren de roeden vierkant en van eikenhout. Later werden de roeden ook
                            van beton of ijzer gemaakt en werden ook ronde roeden toegepast. Er is
                            bij een hooiberg sprake van een verstelbaar dak, met een hijsmechanisme.
                            Van oudsher betreft het vooral hooibergen met een rieten kap. Bij latere
                            aanpassingen en nieuwe hooibergen zijn veelvuldig zinken golfplaten
                            toegepast. De hooiberg is een open constructie.</al><al> Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al> Behoud van de uiterlijke vorm is het kernwoord voor het welstandsbeleid
                            voor de hooibergen van Blaricum. Aanpassingen en nieuwbouw dienen op een
                            vergelijkbaar niveau te worden uitgevoerd.</al><al> Welstandsniveau</al><al> Voor de cultuurhistorisch waardevolle hooibergen in Blaricum is het
                            welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in stand houden van de
                            karakteristieken van deze objecten.</al><al> Ligging</al><al> • de hooibergen liggen op het (voormalige) erf, achter de brandmuur van
                            de boerderij.</al><al> Massa</al><al> • de hoofdvorm is vierkant, rechthoekig of een andere veelhoek.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al> • de roeden vormen een herkenbaar onderdeel van het bouwwerk.</al><al> Materiaal- en kleurgebruik</al><al> • de roeden worden in hout, ijzer of beton uitgevoerd;</al><al> - het dakvlak wordt in riet of een ander materiaal in grijze of
                            donkere</al><al> tint uitgevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>6</nr><titel>Criteria voor kleine plannen</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk worden de criteria gegeven voor de welstandstoets van
                            enkele veel voorkomende kleine plannen. In tegenstelling tot alle eerder
                            beschreven relatieve welstandscriteria gaat het in deze paragraaf om
                            vrijwel absolute, objectieve criteria die de planindiener vooraf
                            maximale duidelijkheid geven. De criteria voor kleine plannen kunnen
                            gezien worden als een verzameling standaard oplossingen die in elk geval
                            geen bezwaren zullen oproepen. Licht-vergunningplichtige plannen die aan
                            deze criteria voldoen worden in principe niet aan de welstandscommissie
                            voorgelegd maar beoordeeld door een ambtenaar van het team Vergunningen,
                            die daartoe door burgemeester en wethouders is gemandateerd. Alleen als
                            zo'n bouwplan niet aan de criteria voor kleine plannen voldoet of
                            wanneer er sprake is van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaan
                            aan de toepasbaarheid van deze criteria, wordt het</al><al> plan aan de welstandscommissie voorgelegd. De welstandscommissie maakt
                            in dergelijke gevallen tevens gebruik van de gebiedsgerichte, de
                            objectgerichte en de algemene welstandscriteria. Van zo'n bijzondere
                            situatie is in ieder geval sprake bij de aangewezen monumenten en
                            beeldbepalende en beeldondersteunende panden en het beschermde
                            dorpsgezicht.</al><al> Criteria voor kleine plannen zijn gegeven voor:</al><al> • aan- of uitbouwen;</al><al> • bijgebouwen of overkappingen;</al><al> • dakkapellen;</al><al> • kozijn- of gevelwijzigingen;</al><al> • erf- of perceelafscheidingen;</al><al> • reclame-uitingen;</al><al> • UMTS-masten.</al><al> Indien een bouwwerk dat valt onder de bovengenoemde categorieën
                            niet</al><al> bouwvergunningsvrij is moet een bouwvergunning worden aangevraagd. In
                            dat geval treedt het bestemmingsplan in eerste instantie regelend op
                            voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Als het bouwplan
                            past binnen het bestemmingsplan wordt het bouwplan door een door
                            burgemeester en wethouders gemandateerde ambtenaar getoetst aan de
                            criteria voor kleine plannen. Voldoet het plan aan deze criteria dan
                            geeft deze ambtenaar namens burgemeester en wethouders het positieve
                            welstandsoordeel. Voldoet het bouwplan niet aan deze criteria of is er
                            sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat aan de
                            toepasbaarheid van de criteria, dan wordt het bouwplan aan de
                            welstandscommissie (dan wel een namens haar gemandateerd lid)
                            voorgelegd. De welstandscommissie zal in deze gevallen met inachtneming
                            van de gestelde criteria voor kleine plannen en met de gebiedsgerichte,
                            de objectgerichte of de algemene welstandscriteria beoordelen of het
                            bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Op deze manier kunnen
                            licht-bouwvergunningsplichtige bouwwerken die in eerste instantie niet
                            voldoen aan de criteria voor kleine plannen alsnog door de
                            welstandscommissie bezien worden in relatie tot de context van het
                            gebied waar het bouwplan wordt geplaatst. In het Beschermde Dorpsgezicht
                            en bij de door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen
                            beschermde monumenten zijn de elders vergunningsvrije</al><al> bouwwerken, vergunningplichtig. Dat betekent dat altijd een
                            bouwvergunning moet worden aangevraagd. Gelet op de bijzondere waarden
                            die in het geding zijn in het Beschermde Dorpsgezicht, worden alle
                            aanvragen in dit gebied voorgelegd aan de welstandscommissie.</al><al/><al>Voor- en achterkantbenadering</al><al> Er wordt onderscheid gemaakt tussen voor- en achterkant. Voorkant is
                            de</al><al> voorgevel en de zijgevel, voor zover gelegen aan de weg of openbaar
                            groen. Achterkant is de achtergevel en de zijgevel die niet aan de weg
                            of openbaar groen grenst.</al><al/><al>Standaarplan</al><al> Een aanvraag voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand
                            als deze identiek is aan een in hetzelfde bouwblok gerealiseerd
                            bouwwerk, dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund. Het bouwwerk voldoet ook aan redelijke eisen
                            van welstand als het bouwwerk overeenkomstig het ontwerp van de
                            architect is, die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel
                            uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven. Informatie
                            over de standaardplannen is verkrijgbaar bij het Team Vergunningen van
                            de gemeente.</al><al/><al>Bouwvergunning en welstandstoetsing</al><al> De toepassing van welstandstoetsing is gekoppeld aan de
                            bouwvergunningsplicht. Onder bepaalde voorwaarden mag zonder
                            bouwvergunning worden gebouwd. Deze wordt dan ook niet preventief
                            getoetst aan redelijke eisen van welstand. In uitzonderingsgevallen,
                            wanneer een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen
                            van welstand kan de gemeente achteraf met behulp van de Excessenregeling
                            ingrijpen. De eigenaar wordt dan verzocht het uiterlijk van het bouwsel
                            aan te passen, ondanks het feit dat het bouwvergunningsvrij is. Voldoet
                            een aanvraag niet aan de voorwaarden voor de lichte bouwvergunning, dan
                            is een reguliere bouwvergunning vereist. Het bouwplan zal door de
                            welstandscommissie worden getoetst aan redelijke eisen van welstand aan
                            de hand van de criteria voor kleine plannen, gebiedsgerichte,
                            objectgerichte en de algemene welstandscriteria.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Aan- en uitbouwen</titel></kop><al>Criteria voor een aan- of uitbouw aan de achterkant en niet openbaar
                            gelegen zijgevel </al><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen daarvan
                            vrijstelling te verlenen. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd
                            met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden
                            wordt voldaan:</al><al> A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in
                            hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of</al><al> B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al> C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al/><al>Maat en plaats</al><al> • gebouwd aan:</al><al> a) de oorspronkelijke achtergevel op meer dan 1 m van de weg of</al><al> het openbaar groen, of</al><al> b) een niet naar de weg of het openbaar groen gekeerde oorspronkelijke
                            zijgevel op meer dan 1 m van het voorerf en meer dan 1 m van het
                            naburige erf</al><al> • niet hoger dan:</al><al> a) 4 m, gemeten vanaf het aansluitend terrein</al><al> b) 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van die woning</al><al> of dat woongebouw, en</al><al> c) de woning of het woongebouw</al><al> • breedte:</al><al> a) aan tussenwoning aan de achtergevel niet breder dan de
                            oorspronkelijke gevel</al><al> b) aan hoekwoning aan de achtergevel niet breder dan de oorspronkelijke
                            gevel plus maximaal 3.25 m mits meer dan 1 m van het naburige erf</al><al> c) aan de zijgevel mag niet meer dan 2.25 m uitsteken</al><al> • minder dan 3.25 m diep</al><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al> • rechthoekig</al><al> • gevelgeleding en dakvorm afgestemd op het hoofdgebouw</al><al> • geen doorgetrokken dakvlakken vanaf de kap van het hoofdgebouw</al><al> • materiaal- en kleurgebruik van de zichtbare delen overeenkomstig het
                            hoofdgebouw</al><al> Aanvullende criteria</al><al> • de aan- of uitbouw voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in
                            het gebiedsgerichte beoordelingskader</al><al> • alle aanvragen in het Beschermde Dorpsgezicht worden voorgelegd aan
                            de welstandscommissie</al><al/><al>Criteria voor een aan- of uitbouw aan de voorkant en openbaar gelegen
                            zijgevel </al><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen daarvan
                            vrijstelling te verlenen. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd
                            met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden
                            wordt voldaan:</al><al> A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in
                            hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of</al><al> B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al> C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al/><al>Maat en plaats</al><al>• gebouwd aan:</al><al> a) de oorspronkelijke voorgevel op meer dan 1 m van de weg of het</al><al> openbaar groen, of</al><al> b) een naar de weg of het openbaar groen gekeerde oorspronkelijke</al><al> zijgevel op meer dan 1 m van het voorerf en meer dan 1 m van het
                            naburige erf,</al><al> • niet hoger dan:</al><al> a) 4 m, gemeten vanaf het aansluitend terrein</al><al> b) 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van die woning
                            of</al><al> dat woongebouw, en</al><al> c) de woning of het woongebouw</al><al> • breedte:</al><al> a) aan de zijgevel mag niet meer dan 2.25 m uitsteken</al><al> b) aan de voorgevel: 40% van de gevel</al><al> • diepte:</al><al> a) aan de zijgevel minder dan 3,25 m diep</al><al> b) aan de voorgevel minder dan 1 m diep</al><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al>• rechthoekig;</al><al> • plat afgedekt;</al><al> • aan de voorgevel vormgegeven als een erker met een gemetselde</al><al> borstwering;</al><al> • gevelgeleding afgestemd op de gevelgeleding van het hoofdgebouw;</al><al> • materiaal- en kleurgebruik van de zichtbare delen overeenkomstig het
                            hoofdgebouw.</al><al/><al>Aanvullende criteria</al><al> • de aan- of uitbouw voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in
                            het</al><al> gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • alle aanvragen in het Beschermde Dorpsgezicht worden voorgelegd aan
                            de welstandscommissie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Bijgebouwen of overkappingen</titel></kop><al>Criteria voor een bijgebouw of overkapping aan de achterkant en niet
                            openbaar gelegen zijkant</al><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen daarvan
                            vrijstelling te verlenen. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd
                            met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden
                            wordt voldaan:</al><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in
                            hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of</al><al> B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al> C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al> Maat en plaats</al><al>• gebouwd op:</al><al> a) het achtererf op meer dan 1 m van de weg of het openbaar</al><al> groen, tenzij geïntegreerd in de erfafscheiding, of</al><al> b) een niet naar de weg of het openbaar groen gekeerd zijerf op
                            meer</al><al> dan 1 m van het voorerf</al><al> • goot of boeibord niet hoger dan 3 m, gemeten vanaf het
                            aansluitend</al><al> terrein.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al>• rechthoekig;</al><al> • dakhelling overeenkomstig de dakhelling van het hoofdgebouw;</al><al> • materiaal overeenkomstig het hoofdgebouw of uitgevoerd in metselwerk
                            of hout;</al><al> • kleur overeenkomstig het hoofdgebouw of uitgevoerd in donkere
                            kleurtinten.</al><al> Aanvullende criteria</al><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • Alle aanvragen in het Beschermde Dorpsgezicht worden voorgelegd aan
                            de welstandscommissie.</al><al> Criteria voor een bijgebouw of overkapping aan de voorkant en openbaar
                            gelegen zijkant</al><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen daarvan
                            vrijstelling te verlenen. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd
                            met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden
                            wordt voldaan:</al><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in
                            hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of</al><al> B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al> C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al> Maat en plaats</al><al>• gebouwd op:</al><al> a) het voorerf op meer dan 1 m van de weg of het openbaar groen,</al><al> of</al><al> b) een naar de weg of het openbaar groen gekeerd zijerf op meer</al><al> dan 1 m van het voorerf en op meer dan 1 m van de weg of openbaar</al><al> groen;</al><al> • goot of boeibord niet hoger dan 3 m, gemeten vanaf het
                            aansluitend</al><al> terrein.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al>• rechthoekig en geen opvallende details;</al><al> • dakhelling overeenkomstig de dakhelling van het hoofdgebouw;</al><al> • materiaal overeenkomstig het hoofdgebouw of uitgevoerd in
                            metselwerk</al><al> of hout;</al><al> • kleur overeenkomstig het hoofdgebouw of uitgevoerd in donkere
                            kleurtinten;</al><al> • geen opvallend kleurgebruik;</al><al> • detaillering overeenkomstig het hoofdgebouw.</al><al> Aanvullende criteria</al><al> • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • alle aanvragen in het Beschermde Dorpsgezicht worden voorgelegd aan
                            de welstandscommissie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Dakkapellen</titel></kop><al>Criteria voor een dakkapel aan de achterkant en niet openbaar gelegen
                            zijkant</al><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegenverzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen daarvan
                            vrijstelling te verlenen. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd
                            met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden
                            wordt voldaan:</al><al> A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in
                            hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of</al><al> B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al> Maat en plaats</al><al>• de onderzijde meer dan 0,5 m en niet meer dan 1 m boven de dakvoet,
                            horizontaal gemeten;</al><al> • hoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, minder
                            dan 1,60 m;</al><al> • bovenzijde meer dan 0,8 m onder de daknok, verticaal gemeten;</al><al> • zijkanten meer dan 0,75 m van de zijkanten van het dakvlak;</al><al> • de breedte is niet meer dan 70% van de breedte van het dakvlak;</al><al> • de dakkapel bevindt zich niet onder of boven een andere
                            dakkapel;</al><al> • de dakkapel strekt zich maximaal uit over één verdieping;</al><al> • bij meerdere dakkapellen op hetzelfde bouwblok regelmatige
                            rangschikking op een horizontale lijn, dus niet boven elkaar
                            gerangschikt.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al>• voorzien van een plat dak of voorzien van een aangekapte
                            natuurrieten</al><al> dak bij plaatsing op een rieten kap;</al><al> • zijwanden ondoorzichtig;</al><al> • materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen van de
                            dakkapel zijn gelijk aan de gevels, kozijnen en profielen van het
                            hoofdgebouw.</al><al> Aanvullende criteria</al><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria voor dakkapellen in
                            het gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • alle aanvragen in het Beschermde Dorpsgezicht worden voorgelegd aan
                            de welstandscommissie.</al><al> Criteria voor een dakkapel aan de voorkant en openbaar gelegen
                            zijkant</al><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen daarvan
                            vrijstelling te verlenen. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd
                            met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden
                            wordt voldaan:</al><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in
                            hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of</al><al> B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al> Maat en plaats</al><al>• de de onderzijde meer dan 0,5 m en niet meer dan 1 m boven de dakvoet,
                            horizontaal gemeten;</al><al> • hoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, minder
                            dan 1,3 m;</al><al> • bovenzijde meer dan 1 m onder de daknok, verticaal gemeten;</al><al> • zijkanten meer dan 1 m van de zijkanten van het dakvlak;</al><al> • de breedte is niet meer dan 50% van de breedte van het dakvlak
                            de</al><al> dakkapel bevindt zich niet onder of boven een andere dakkapel;</al><al> • de dakkapel strekt zich maximaal uit over één verdieping;</al><al> • bij meerdere dakkapellen op hetzelfde bouwblok regelmatige
                            rangschikking op een horizontale lijn.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al>• voorzien van een plat dak of voorzien van een aangekapte
                            natuurrieten</al><al> dak bij plaatsing op een rieten kap;</al><al> • zijwanden ondoorzichtig;</al><al> • materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen van de
                            dakkapel zijn gelijk aan de gevels, kozijnen en profielen van het
                            hoofdgebouw.</al><al> Aanvullende criteria</al><al> • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria voor dakkapellen
                            in</al><al> het gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • alle aanvragen in het Beschermde Dorpsgezicht worden voorgelegd aan
                            de welstandscommissie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Kozijn- of gevelwijzigingen</titel></kop><al>Criteria voor een kozijn- of gevelwijziging aan de achterkant en niet
                            openbaar gelegen zijgevel</al><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen daarvan
                            vrijstelling te verlenen. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd
                            met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden
                            wordt voldaan:</al><al> A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in
                            hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of</al><al> B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al> C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al> Maat en plaats</al><al>• maatvoering afgestemd op hoofdgebouw.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al>• kleur- en materiaalgebruik afgestemd op de gevel.</al><al> Aanvullende criteria</al><al> • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • Alle aanvragen in het Beschermde Dorpsgezicht worden voorgelegd aan
                            de welstandscommissie. </al><al> Criteria voor een kozijn- of gevelwijziging aan devoorkant en openbaar
                            gelegen zijgevel</al><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen daarvan
                            vrijstelling te verlenen. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd
                            met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden
                            wordt voldaan:</al><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in
                            hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of</al><al> B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al> C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al> Maat en plaats</al><al>• maatvoering afgestemd op hoofdgebouw.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al>• kleur- en materiaalgebruik en afgestemd op de gevel;</al><al> • terughoudend met het gebruik van kunststof, alleen toepasbaar indien
                            dimensioneringen en aansluitingen zijn afgestemd op de gevel;</al><al> • detaillering afgestemd op de gevel en de kozijnen;</al><al> • indien er (nog) samenhang en ritmiek aanwezig is in het
                            straatbeeld</al><al> mag dit door een incidentele gevelwijziging niet worden verstoord.</al><al> Aanvullende criteria</al><al> • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • alle aanvragen in het Beschermde Dorpsgezicht worden voorgelegd aan
                            de welstandscommissie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Erf- of perceelafscheidingen</titel></kop><al>Criteria voor erf- of perceelafscheidingen</al><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen daarvan
                            vrijstelling te verlenen. Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd
                            met redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande voorwaarden
                            wordt voldaan:</al><al> A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in
                            hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of</al><al> B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al> C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al> Maat en plaats</al><al>• niet hoger dan 1 m, of</al><al> • niet hoger dan 2 m en gebouwd:</al><al> a) meer dan 1 m achter de voorgevelrooilijn, en</al><al> b) meer dan 0,6 m van de weg of openbaar groen;</al><al> • inrijhekken, toegangspoorten en looppoorten niet hoger dan 2 m;</al><al> • erfafscheidingen zijn niet langer dan de halve perceelsdiepte;</al><al> • carports en pergola's tellen mee met bij de lengtebepaling indien
                            zij</al><al> aan de schutting vastzitten.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al>• de erfafscheiding, inrijhekken, toegangspoorten en looppoorten is
                            ondergeschikt en afgestemd in vormgeving aan het hoofdgebouw of aan het
                            doel (dragen van beplanting);</al><al> • erfafscheiding hoger dan 1 m, inrijhekken, toegangspoorten en
                            looppoorten zijn voor ten minste 50% transparant;</al><al> • erfafscheiding bestaande uit dichte constructies is bij voorkeur
                            slechts</al><al> drager van (camouflerende) beplanting;</al><al> • materiaal erfafscheiding overeenkomstig een eventuele aangrenzende
                            erfafscheiding, overeenkomstig het hoofdgebouw, het aangrenzende
                            hoofdgebouw of uitgevoerd in metselwerk of hout of ander natuurlijk en
                            niet snel verwerend materiaal.</al><al> • kleur van erfafscheiding, inrijhekken, toegangspoorten en looppoorten
                            afgestemd op het hoofdgebouw, het aangrenzende hoofdgebouw of uitgevoerd
                            in donkere kleurtinten;</al><al> • geen opvallend kleurgebruik.</al><al> Aanvullende criteria</al><al> • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • alle aanvragen in het Beschermde Dorpsgezicht worden voorgelegd aan
                            de welstandscommissie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Reclame-uitingen</titel></kop><al>Reclame is een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een
                            dienst. Reclames op borden, lichtreclames en spandoeken of vlaggen
                            vormen een belangrijk en beeldbepalend element van de openbare ruimte.
                            In gebieden met commerciële functies zijn reclames op zijn plaats en
                            verhogen ze de visuele aantrekkingskracht van de omgeving, hoewel daar
                            een kritische grens aan verbonden is. In andere gebieden zijn (bepaalde)
                            reclame-uitingen ongewenst. Voor de toepassing van de richtlijnen maakt
                            het verschil in welk gebied de reclame wordt aangebracht. Er is
                            onderscheid gemaakt tussen Beschermd Dorpsgezicht, winkelgebieden,
                            woongebieden en parken/sportterreinen en landelijk gebied. Voor het
                            plaatsen van een op de grond staande reclamezuil is een lichte
                            bouwvergunning vereist. Voor de overige reclame-uitingen binnen de
                            bebouwde kommoet een vergunning worden aangevraagd in het kader van de
                            gemeentelijke APV. Een welstandsbeoordeling maakt deel uit van deze
                            vergunningenprocedure.</al><al> Criteria voor reclame-uitingen aan de gevel in het Beschermd
                            Dorpsgezicht</al><al> Een reclame-uiting aan de voorgevel, de zijgevel of de achtergevel is
                            ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de
                            onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al> • reclame-uitingen zijn uitgevoerd in traditionele vormen, materialen
                            en</al><al> kleuren, zoals bijvoorbeeld uithangborden, belettering van
                            kroonlijsten</al><al> of luifels boven entree of etalagepartijen;</al><al> • reclame-uitingen zijn bescheiden van maat en schaal;</al><al> • reclame is op een harmonieuze manier opgenomen in de
                            architectuur</al><al> van het pand.</al><al> Criteria voor reclame-uitingen aan de gevel in winkelgebieden</al><al> Een reclame-uiting aan de voorgevel, de zijgevel of de achtergevel is
                            ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de
                            onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al> Maat en plaats</al><al>• geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand
                            plaatsvinden respectievelijk worden verkocht;</al><al> • maximaal één reclame-uiting tegen de gevel en één reclame-uiting</al><al> loodrecht op de gevel;</al><al> • plaatsing loodrecht op, of evenwijdig en vlak aan, de gevel;</al><al> • geen reclame aangebracht op bouwlagen met een woonbestemming of</al><al> bouwlagen met een bedrijfsbestemming zonder publieksfunctie;</al><al> • geen reclame-uitingen die het uitzicht op de openbare ruimte of
                            het</al><al> open landschap ernstig belemmeren;</al><al> • indien er een afbakening is tussen de onderbouw en het bovenste
                            gedeelte van de gevel, bijvoorbeeld door een luifel, dan vormt deze
                            afbakening de uiterste plaats van de reclame;</al><al> • reclame op luifels mag niet hoger zijn dan de halve
                            borstweringshoogte</al><al> boven de luifel, met een maximum totale hoogte van 0,30 m;</al><al> • reclame moet qua afmeting passen binnen de contouren van het
                            gebouw;</al><al> • reclame op daken en dergelijke is niet mogelijk;</al><al> • horizontale reclames hebben maximaal een lengte van eenderde van
                            de</al><al> gevelbreedte;</al><al> • loodrecht op de gevel staande reclames moeten afgestemd zijn op
                            de</al><al> schaal van de gevel en gezien worden in het verlengde van het
                            vroegere</al><al> uithangbord;</al><al> • loodrecht op de gevel staande reclames mogen het zicht op andere</al><al> panden, gezien in de langsrichting van de weg, niet belemmeren;</al><al> • loodrecht op de gevel staande reclame is niet hoger dan 0,50 m
                            en</al><al> steekt niet meer dan 0,80 m uit de gevel.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al>• aan de voorgevel: reclame-uiting als zelfstandig element
                            vormgeven,</al><al> waarbij de vorm, maatvoering, detailleringen en kleur zijn
                            afgestemd</al><al> op en harmoniëren met de oorspronkelijke gevel;</al><al> • aan de voorgevel: de aanwezige samenhangende ritmiek mag niet worden
                            verstoord;</al><al> • reclame-uitingen waar mogelijk integreren in de architectuur en
                            beperken tot het hoogst noodzakelijke;</al><al> • grote reclame-uitingen dienen een architectonisch onderdeel te vormen
                            van de totale compositie van de gevel;</al><al> • geen mechanisch bewegende delen;</al><al> • geen lichtcouranten, lichtobjecten of lichtreclame;</al><al> • geen daglichtreflecterende reclame;</al><al> • geen aangelichte reclame.</al><al> Aanvullende criteria</al><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader.</al><al> Criteria voor reclame-uitingen aan de gevel in woongebieden</al><al> Een reclame-uiting aan de voorgevel, de zijgevel of de achtergevel
                            voldoet ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan
                            onderstaande criteria wordt voldaan.</al><al> Maat en plaats</al><al>• voor woningen met praktijk aan huis is een beperkte onverlichte naams-
                            of beroepsaanduiding toegestaan;</al><al> • aan een buurtwinkel is een beperkte verlichte reclame-uiting
                            toegestaan, mits dat niet hinderlijk is voor de omgeving.</al><al> Aanvullende criteria</al><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader.</al><al> Criteria voor reclame-uitingen aan de gevel in parken, sporttereinnen
                            en landelijk gebied</al><al> In deze gebieden zijn geen reclame- uitingen mogelijk. Voor
                            sportcomplexen wordt een uitzondering gemaakt ten behoeve van (sponsor)
                            reclame. Een reclame-uiting aan de voorgevel, de zijgevel of de
                            achtergevel voldoet ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan
                            onderstaande criteria wordt voldaan.</al><al> Maat en plaats</al><al>• reclame-uitingen op sportcomplexen dient op het complex gericht te
                            zijn;</al><al> • reclame-uitingen op sportcomplexen is niet zichtbaar vanaf de
                            openbare weg.</al><al> Aanvullende criteria</al><al> • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader. </al><al> Criteria voor reclame-uitingen aan de gevel los van de gevel</al><al> Een reclame-uiting los van de gevel voldoet ieder geval aan redelijke
                            eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan.</al><al> Maat en plaats</al><al>• geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand
                            plaatsvinden respectievelijk worden verkocht;</al><al> • maximaal één reclame-uiting per erf;</al><al> • plaatsing bij de entree van het erf of op een parkeerplaats;</al><al> • geen reclame-uitingen die het uitzicht op de openbare ruimte of
                            het</al><al> open landschap ernstig belemmeren.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al>• reclame-uiting als zelfstandig element vormgeven, waarbij de
                            maatvoering en detailleringen zijn afgestemd op en harmoniëren met het
                            hoofdgebouw;</al><al> • reclame beperken tot het hoogst noodzakelijke;</al><al> • geen mechanisch bewegende delen;</al><al> • geen lichtcouranten, lichtobjecten of lichtreclame;</al><al> • geen daglichtreflecterende reclame;</al><al> • geen aangelichte reclame.</al><al> Aanvullende criteria</al><al> • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.7</nr><titel>UMTS Masten</titel></kop><al>Mobiel bellen is niet meer weg te denken uit onze samenleving. Het
                            plaatsen van zend- en ontvangstinstallaties en het meewerken aan een
                            landelijk dekkend netwerk van installaties is daarmee noodzakelijk. Maar
                            de antenneinstallaties zijn van ver zichtbaar en van invloed op de
                            ruimtelijke kwaliteit. De gemeente Blaricum vindt het van belang hier
                            terughoudend mee om te blijven gaan en dat de antenne-installaties op
                            een stedenbouwkundig en maatschappelijk verantwoorde wijze worden
                            ingepast. Daartoe zijn in de Beleidsnota antenne-installaties, Blaricum
                            (2008) richtlijnen opgesteld voor de toelaatbaarheid van de
                            installaties. Zo is plaatsing van antennemasten niet toegestaan in
                            beeldbepalende gebieden, landschappelijk waardevolle gebieden, het
                            Beschermd dorpsgezicht, beschermende natuurgebieden en
                            milieubeschermingsgebieden. Verder is in de betreffende beleidsnota
                            bepaald dat bij voorkeur sprake dient te zijn van een solitaire mast
                            (maximaal 40 m hoog) en dat de plaatsing van antennemasten in beginsel
                            is toegestaan op nietwoongebouwen van 15 m of hoger, waarbij de
                            masthoogte maximaal 7 m mag bedragen. Tevens dienen de bijbehorende
                            schakelkasten uit het zicht te worden geplaatst.</al><al> Universal Mobile Telecommunications System (UMTS) is de beoogde
                            opvolger van het gsm-netwerk. Het digitale UMTS-netwerk heeft meer
                            capaciteit en kan grote hoeveelheden data, in kleine digitale pakketjes,
                            snel versturen. Een antenne-installatie is het geheel van antennes,
                            antennedrager, bedrading en techniekkasten. Een antenne-installatie kan
                            uit meerdere antennes bestaan. Er is dus een onderscheid tussen een
                            antenne en een antenne-installatie. Voor gsm en UMTS bestaat een
                            antenne-installatie over het algemeen uit drie antennes en de
                            bijbehorende apparatuur. Het grootste deel van deze UMTS-antennes zal
                            worden geplaatst op of bij de geplaatste gsm antenne-installaties.
                            Hierdoor zal de toename van het aantal antenne-installaties beperkt</al><al> blijven.</al><al> Bouwvergunning en welstandstoetsing</al><al> De toepassing van welstandstoetsing is gekoppeld aan de
                            bouwvergunningsplicht. Dit hangt af van de hoogte van de installatie en
                            het vermogen van de antenne. Voor het plaatsen van masten voor
                            antenne-installaties die minder dan 5 m hoog zijn, is onder bepaalde
                            voorwaarden geen bouwvergunning nodig. Als een antenne van minder dan 5
                            m op een monument wordt geplaatst of in het Beschermd Dorpsgezicht,
                            gelden dezelfde regels als voor het plaatsen van antennes van 5 tot 40
                            meter. Ook moet dan een monumentenvergunning worden aangevraagd.</al><al/><al>Antennes van 5 tot 40 m</al><al> Voor het plaatsen van antennes van 5 tot 40 m hoog geldt een lichte
                            bouwvergunning. Dit betekent dat de gemeente binnen zes weken moet
                            beslissen of de vergunning wel of niet wordt verleend. De criteria voor
                            een lichte bouwvergunning zijn iets minder uitgebreid dan voor een
                            reguliere bouwvergunning.</al><al/><al>Antennes hoger dan 40 m</al><al> Voor alle masten voor antenne-installaties die hoger zijn dan 40 m is
                            een reguliere bouwvergunning nodig. De enige uitzondering hierop zijn de
                            antennes voor het communicatiesysteem voor politie, brandweer en
                            ambulances (C2000). Deze installaties zijn bouwvergunningvrij.</al><al> De antennes waarvoor geen bouwvergunning nodig is, wordt niet
                            preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. In
                            uitzonderingsgevallen, wanneer een bouwwerk in ernstige mate in strijd
                            is met redelijke eisen van welstand kan de gemeente achteraf met behulp
                            van de Excessenregeling ingrijpen. De eigenaar wordt dan verzocht het
                            uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het
                            bouwvergunningsvrij is.</al><al/><al>Criteria voor een UMTS-mast</al><al> Een UMTS-mast voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand
                            als aan onderstaande criteria wordt voldaan:</al><al> Architectonische uitwerking</al><al>• kleur van mast in gedekte kleuren, geen opvallend kleurgebruik;</al><al> • bij plaatsing op gebouwen wordt de antennemast door camouflage aan
                            het zicht onttrokken;</al><al> • bijbehorende schakelkasten worden uit het zicht geplaatst.</al><al> Aanvullende criteria</al><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • UMTS-masten worden te allen tijde aan de welstandscommissie
                            voorgelegd;</al><al>op basis van de gebiedscriteria kunnen nadere eisen worden gesteld.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>7</nr><titel>Welstandscriteria bij (her)ontwikkelingsprojecten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Toelichting</titel></kop><al>De welstandsnota bevat geen welstandscriteria voor grotere</al><al> (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en
                            karakteristiek doorbreken. Dergelijke welstandscriteria kunnen namelijk
                            niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan
                            aan ten grondslag ligt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>Het opstellen van welstandscriteria voor (her)ontwikkelingsprojecten
                            vormt een vast onderdeel van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De
                            criteria worden opgesteld door de stedenbouwkundige of de supervisor, in
                            overleg met de welstandscommissie. De gemeenteraad stelt de
                            welstandscriteria vervolgens vast ter aanvulling op de welstandsnota.
                            Voor dergelijke aanvullingen op de welstandsnota geldt dat de inspraak
                            wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de
                            stedenbouwkundige planvoorbereiding. De welstandscriteria moeten zijn
                            vastgesteld voordat de planvorming van deconcrete bouwplannen start en
                            worden bekend gemaakt aan alle potentiële opdrachtgevers in het
                            gebied.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>8</nr><titel>Welstandscriteriaexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr><titel>Toetsing achteraf</titel></kop><al>Als voor een vergunningplichtig bouwwerk geen bouwvergunning is
                            aangevraagd, dan wel het bouwwerk na realisering afwijkt van de
                            tekeningen waarop de bouwvergunning is afgegeven, krijgt de eigenaar de
                            gelegenheid om (alsnog of opnieuw) een vergunning aan te vragen voor het
                            gerealiseerde bouwwerk. Als deze aanvraag van een bouwvergunning moet
                            worden geweigerd, bijvoorbeeld vanwege een negatief welstandsadvies, dan
                            kunnen burgemeester en wethouders degene die tot het opheffen van de
                            situatie bevoegd is, aanschrijven om binnen een door hen te bepalen
                            termijn de strijdigheid op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2</nr><titel>Excessenregeling bij vergunningsvrije bouwwerken</titel></kop><al>Ook bouwwerken waarvoor geen bouwvergunning hoeft te worden aangevraagd
                            moeten aan minimale welstandseisen voldoen. Volgens artikel 13.a Ww
                            kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar van een bouwwerk dat 'in
                            ernstige mate in strijd s met redelijke eisen van welstand' aanschrijven
                            om die strijdigheid op te heffen. Volgens datzelfde wetsartikel moeten
                            de criteria hiervoor in de welstandsnota zijn opgenomen. Deze
                            'excessenregeling' is niet bedoeld om de plaatsing van het bouwwerk
                            tegen te gaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3</nr><titel>Criteria bij excessen</titel></kop><al>De gemeente Blaricum hanteert bij het toepassen van deze
                            excessenregeling het criterium dat er sprake moet zijn van een
                            buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident
                            is en die ernstig afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van en
                            gebied. Vaak heeft dit betrekking op:</al><al> • het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn
                            omgeving;</al><al> • het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden
                            bij</al><al> aanpassing van een bouwwerk;</al><al> • armoedig materiaalgebruik;</al><al> • toepassing van felle of contrasterende kleuren;</al><al> • de opdringerige reclames, of</al><al> • de opdringerige verlichting of reflecties, of</al><al> • een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie
                            daarvoor de gebiedsgerichte welstandscriteria).</al><al> Vergunningsvrije bouwwerken die voldoen aan de welstandscriteria voor
                            veel voorkomende kleine plannen zijn in elk geval niet in strijd met
                            redelijke eisen van welstand.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>B</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>Op een aanvraag om bouwvergunning, vrijstelling of toestemming</al><al> anderszins, die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze
                            beleidsregels</al><al> van kracht worden en waarop op genoemd tijdstip nog niet is
                            beschikt,</al><al> zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals
                            deze</al><al> luidden vóór de vaststelling van de onderhavige beleidsregels, tenzij
                            de</al><al> aanvrager de wens te kennen geeft dat de onderhavige beleidsregels</al><al> worden toegepast.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad der gemeente</ondertekening><ondertekening>Blaricum, d.d. 24 september 2009</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Bijlagen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i178238.pdf">Welstandsnota Blaricum Bijlage 2 West</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i178239.pdf">Welstandsnota Blaricum Bijlage 1 Oost</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i178240.pdf">Welstandsnota Blaricum inclusief begrippenlijst en overzicht monumenten</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>