<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77213_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2011​</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amersfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amersfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsberichten</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikelen 220 tot en met 220i</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-10-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>3212059</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels m.b.t. de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen 2008</al><al>Beleidsregels aanwijzing belastingplichtige 2009</al><al>Regeling met betrekking tot de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen 2008</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening onroerende-zaakbelastingen 2010-1 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich hebben voorgedaan voor 1 januari 2011.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2011​</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening</vet></al><al/><al>Reg.nr. 3554477</al><al>De raad van de gemeente Amersfoort;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 oktober 2010,
                        sector DIA/PD </al><al>(nr. 3567557);</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2011</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                    woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                    recht of persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik
                                    heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen
                                    op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken (Stb. 1994,
                            874)</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaken vastgestelde waarde
                            voor het tijdvak waarbinnen het in artikel 1 bedoelde kalenderjaar
                            valt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van Hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken,
                            wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met
                            overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de
                            artikelen 17, 18 en 20 tweede lid, en 22, derde lid, van de Wet
                            waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij het bepalen van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet
                                reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde
                                waarde, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig
                                        geëxploiteerde cultuurgrond daaronder mede begrepen de open
                                        grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die
                                        bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                        gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                        gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen. Voor zover de ondergrond
                                        daarvan bestaat uit de onder a bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken, die in hoofdzaak zijn bestemd voor de
                                        openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en
                                        ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende
                                        zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken, die deel uitmaken van een op
                                        de voet van de Natuurschoonwet 1928 (Stb. 1989, 252)
                                        aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde
                                        lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden, met
                                        uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde
                                        eigendommen;</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                        heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die
                                        door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke
                                        zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van
                                        natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer
                                        per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden
                                        beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                        publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de
                                        delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                        ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                        werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                        afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                        werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                        gebouwde eigendommen zijn aan te merken.</al></li><li nr="j."><al> onroerende zaken, voor zover die bestemd zijn te worden
                                        gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                        uitzondering van onroerende zaken of delen daarvan die
                                        worden gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder worden begrepen alle zodanige
                                        gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn
                                        geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten
                                        dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente,
                                        zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden,
                                        monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;</al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                        beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander met
                                        uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                        dienen als woning.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste
                                lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting, geldt niet
                                voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de gebruikersbelasting 0,1718%</al></li><li nr="b."><al>bij de eigenarenbelasting </al><lijst><li nr="1."><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
                                            0,0951%</al></li><li nr="2."><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                                            dienen 0,2104%</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag van de belasting wordt per aanslagregel naar beneden afgerond
                            op gehele euro’s.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Belastingaanslagen van minder dan € 10,- worden niet opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid wordt het totaal
                            van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            onroerende zaakbelastingen of andere heffingen € 5.000,- of meer
                            bedraagt, moet het verschuldigde bedrag worden betaald uiterlijk op de
                            laatste dag van de maand volgend op de maand welke in de dagtekening is
                            vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            onroerende zaakbelastingen of andere heffingen minder dan € 5.000,-
                            bedraagt, moet het verschuldigde bedrag worden betaald in vier gelijke
                            termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
                            maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het voorafgaande lid, geldt, ingeval het
                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen minder dan € 5.000,-
                            bedraagt en zolang het verschuldigde bedrag door middel van automatische
                            betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kan
                            worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht
                            termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand
                            volgend op de maand die in de dagtekening is vermeld. Eventuele
                            afrondingsverschillen moeten in de laatste termijn worden betaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De 'Verordening onroerende-zaakbelastingen 2010' van 24 november
                                2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij met
                                betrekking tot de heffing van toepassing blijft op de belastbare
                                feiten die zich voordien hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening
                                onroerendezaakbelastingen 2011'.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2010.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>PUBLICATIEDATUM: 24 november 2010</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>