<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77115_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Neder-Betuwe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Neder-Betuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Neder-Betuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rhenense Betuwse Courant 27-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiele verordening gemeente Neder-Betuwe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/12/10384/1357</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Personeel en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het
            financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente
            Neder-Betuwe</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit</al><al>B E S L U I T :</al><al>Vast te stellen de volgende:</al><al>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor
                        het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie
                        van de gemeente Neder-Betuwe.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>a. Planning- en controlcyclus:</al><al>De cyclische processen van de planning- en controlinstrumenten van de
                            gemeente Neder-Betuwe.</al><al>b. Financieel beheer:</al><al>het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen
                            en het uitoefenen van de rechten van de gemeente Neder-Betuwe.</al><al>c. Financiële administratie:</al><al>het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en
                            verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van
                            (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Neder-Betuwe, teneinde
                            te komen tot een goed inzicht in:</al><al>1. de financieel-economische positie;</al><al>2. het financiële beheer ;</al><al>3. de uitvoering van de begroting;</al><al>4. het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al><al>5. alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                            daarover.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>2</nr><titel>Financiële positie</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>3</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Reserves, voorzieningen en Weerstandsvermogen</titel></kop><al>1. Het college biedt eens in de vier jaar een notitie Reserves en
                            voorzieningen en Weerstandsvermogen aan.</al><al>2. De notitie behandelt:</al><al>a. de vorming en besteding van reserves;</al><al>b. de vorming en besteding van voorzieningen;</al><al>c. de actuele omvang van het weerstandsvermogen.</al><al>3. Het college rapporteert in de paragrafen Reserves en voorzieningen en
                            Weerstandsvermogen over de voortgang van het beleid inzake de omvang van
                            de reserves en voorzieningen en het weerstandsvermogen in relatie tot
                            het beleidskader.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><al>1. Het college gaat in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen in de
                            programmabegroting, programmarapportage en de jaarrekening/-verslag op
                            de voortgang van de onderhoudsplannen openbare ruimte, zoals ondermeer
                            het Wegenbeheerplan, het Gemeentelijk Riolerings Plan en Groenbeheerplan
                            in.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>1. Ten aanzien van de financieringsfunctie is het geldende
                            Treasurystatuut van toepassing.</al><al>2. Het college verschaft in de paragraaf Financiering in de
                            programmabegroting, programmarapportage en de jaarrekening/-verslag
                            inzicht in de financieringsfunctie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>Het college doet in de paragraaf Bedrijfsvoering in de
                            programmabegroting, programmarapportage en de jaarrekening in ieder
                            geval verslag over de elementen inzake de bedrijfsvoering aangaande
                            huisvesting, personeel, informatisering en automatisering en
                            financiën</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><al>1. Het college informeert in de paragraaf Grondbeleid in de
                            programmabegroting, programmarapportage en de jaarrekening over de
                            voortgang van het grondbeleid.</al><al>2. Het college geeft in de paragraaf Grondbeleid in de
                            programmabegroting een visie op het grondbeleid in relatie tot de
                            programmadoelstellingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat in de paragraaf Lokale heffingen in
                            de programmabegroting het beleid inzake lokale heffingen en mogelijke
                            beleidswijzigingen inzake lokale heffingen minmaal 1 x per 4 jaar
                            geëxpliciteerd worden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>4</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><al>a. het sturen en beheersen van activiteiten en processen in de
                            gemeente;</al><al>b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
                            activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden,
                            vorderingen en schulden, enzovoort;</al><al>c. het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het maken
                            van kostencalculaties.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><al>a. de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet
                            aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en
                            andere relevante wet- en regelgeving;</al><al>b. de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en
                            de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen, die specifieke
                            verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor:</al><al>a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie;</al><al>b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en
                            verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt
                            voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids-
                            en beheersorganen is gewaarborgd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari
                            2005 en hiermede vervalt de “Verordening op de uitgangspunten voor het
                            financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de
                            inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Neder-Betuwe”,
                            vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 15 januari 2004.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeente Neder-Betuwe”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 22 december 2005.</ondertekening><ondertekening> de griffier,</ondertekening><ondertekening> A.J.D. Fukkink</ondertekening><ondertekening> de voorzitter</ondertekening><ondertekening> ir. A.P. Heidema</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><titel>Artikelsgewijze toelichting op de Financiële verordening (art. 212
                        Gemeentewet)</titel></kop><al> Algemeen</al><al> In de verordening wordt alleen aangegeven welke onderwerpen vastgelegd worden
                    en welke procesafspraken hierover te maken zijn. Inhoudelijke zaken worden
                    minimaal geregeld in de verordening. In de verordening wordt bijvoorbeeld
                    aangegeven, dat eens in de vier jaar een betreffende notitie vastgesteld wordt
                    door de raad.</al><al> Artikel 1 Definities</al><al> Dit artikel bevat definities die terugkomen in de verordening.</al><al> Artikel 2 Kaders planning en controlcyclus</al><al> Eén van de zaken, die in de financiële verordening terugkomen is de planning en
                    controlcyclus. Het gaat hierbij om de vaste planning- en controldocumenten:</al><al> - programmabegroting</al><al> - programmarapportage (= bestuurs- of tussentijdse rapportage aan de raad)</al><al> - programmaverslag/rekening</al><al> In dit verband speelt budgetverantwoordelijkheid ook een rol. De vraag is in
                    hoeverre het college bevoegd is met het heralloceren van financiële
                    middelen.</al><al> In artikel 2 is aangegeven, dat het college eens in de vier jaar een notitie
                    Planning- en Controlcyclus opstelt, waarin de raad keuzes inzake de
                    uitgangspunten van de planning- en controlcyclus voorgelegd zullen worden.</al><al> Artikel 3 Interne controle</al><al> De verordening geeft in artikel 3 aan het college de opdracht voor de
                    inrichting van de financiële organisatie verschillende maatregelen te treffen op
                    het gebied van interne controle, bijvoorbeeld een adequate
                    functiescheiding.</al><al> Artikel 4 Waardering en afschrijving vaste activa</al><al> De verordening moet volgens artikel 212 van de Gemeentewet in elk geval
                    bevatten de ‘regels voor waardering en afschrijving activa’. De verordening
                    stelt de regels voor de waardering en afschrijving van de vaste activa. Deze
                    worden verplicht ingedeeld in immateriële vaste activa, materiele vaste activa
                    en financiële vaste activa. De immateriële vaste activa worden verdeeld in de
                    kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en de kosten
                    verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio. De
                    materiele vaste activa worden onderverdeeld in materiele vaste activa met
                    economisch nut en materiele vaste activa met alleen maatschappelijk nut.</al><al> Aangezien het algemeen uitgangspunt is, dat de financiële verordening vooral
                    bedoeld is om procesafspraken vast te leggen en inhoudelijke zaken in separate
                    beleidsnotities, is het wenselijk een beleidsnotitie Afschrijvingsbeleid op te
                    stellen. In deze notitie kunnen op basis van het Besluit Begroting en
                    Verantwoording (BBV) regels voor de waardering en afschrijving van activa en
                    beoogde afschrijvingstermijnen vastgelegd worden. In deze notitie kan worden
                    aangegeven, dat het gewenst is dat investeringen met maatschappelijk nut
                    geactiveerd worden in verband met het egaliseren van kosten.</al><al> Een dergelijke notitie werd door de raad vastgesteld op 25 juni 2003.</al><al> Artikel 5 Kostprijsberekening</al><al> In artikel 5 is de grondslag voor de bepaling van heffingen en tarieven
                    neergelegd, zoals dat door artikel 212, lid 2, letter b Gemeentewet wordt geëist
                    De grondslag voor de hoogte van heffingen en tarieven is namelijk politieke
                    besluitvorming door de raad op basis van de geraamde hoeveelheden en de geraamde
                    kostprijzen. Uitgangspunt is een systeem van integrale kostentoerekening en
                    kostendekkende tarieven.</al><al> Artikel 6 Financieringsfunctie</al><al> De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Gezien de operationele kwetsbaarheid van deze functie bevat
                    artikel 212 het expliciete voorschrift, dat de verordening een onderdeel over de
                    financieringsfunctie heeft. Het vigerende beleidskader is het Treasurystatuut,
                    dat op 9 januari 2003 door de raad is vastgesteld.</al><al> Artikel 7 Registratie bezittingen, activa en vermogen</al><al> Voor een goed beeld van de financiële positie is een volledige registratie eens
                    in de vier jaar van de gemeentelijke bezittingen met economische waarde
                    onontbeerlijk. In het kader van het bepalen van de omvang van de zogeheten
                    stille reserves (zoals de gemeentelijke panden, woningen en groen) is een
                    dergelijke registratie gewenst. De omvang van de stille reserves maakt deel uit
                    van de weerstandscapaciteit van de gemeente, de financiële buffer. In het kader
                    van het eigendomsrecht is het eveneens wenselijk een dergelijke registratie op
                    te starten.</al><al> Artikel 8 Reserves, voorzieningen en Weerstandsvermogen</al><al> Voor wat betreft de paragrafen Reserves en voorzieningen en Weerstandsvermogen
                    geldt het beleidskader Notitie Reserves en Voorzieningen, laatstelijk
                    vastgesteld door de raad op 25 juni 2003. Een herziening, waarin ook het
                    Weerstandsvermogen zal worden betrokken, wordt voorbereid. In de notitie wordt
                    een aantal normen inzake de omvang van de Algemene Reserve, de direct
                    beschikbare weerstandscapaciteit en de totale weerstandscapaciteit
                    aangegeven.</al><al> Deze notitie dient eens in de vier jaar te worden herzien.</al><al> Artikel 9 Onderhoud kapitaalgoederen</al><al> In de paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen wordt de raad een aantal kaders
                    aangeboden inzake het onderhoud van materiele vaste activa (bijvoorbeeld wegen,
                    groen, riolering, verlichting, speelplaatsen en gebouwen). Basis hiervoor is een
                    aantal onderhoudsplannen, zoals het Wegenbeheerplan, het Groenbeheerplan, het
                    Gemeentelijk Rioleringsplan, het Verlichtingsplan, het Speelplaatsenplan en het
                    Gebouwenbeheerplan. Deze plannen bevatten voldoende beleidskaders, die de raad
                    zoals gebruikelijk onder ogen krijgt.</al><al> Artikel 10 Financiering</al><al> Zie de toelichting bij artikel 6 Financieringsfunctie.</al><al> Artikel 11 Bedrijfsvoering</al><al> De paragraaf Bedrijfsvoering zal de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten
                    aanzien van de bedrijfsvoering bevatten. Daarbij kan gedacht worden aan de
                    zogeheten middelenfuncties zoals: huisvesting, personeel, informatisering en
                    automatisering en financiën</al><al> Als uitgangspunt wordt gehanteerd, dat bedrijfsvoering het domein van het
                    college is.</al><al> Artikel 12 Grondbeleid</al><al> Volgens het BBV dient de paragraaf Grondbeleid tenminste de volgende informatie
                    te bevatten: een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisering van de
                    doelstellingen van de programma’s, die opgenomen zijn in de begroting, een
                    aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid voert, een actuele
                    prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie, een
                    onderbouwing van de geraamde winstneming en de beleidsuitgangspunten voor de
                    reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van de grondzaken.</al><al> Een Notitie Grondbeleid Gemeente Neder-Betuwe werd op 4 maart 2004 door de raad
                    vastgesteld.</al><al> Via de paragraaf Grondbeleid in de programmabegroting, de bestuursrapportages
                    en de programmarekening/verslag wordt de raad geïnformeerd over het
                    grondbeleid.</al><al> Artikel 13 Lokale heffingen</al><al> Het BBV en artikel 212 van de Gemeentewet geven aan, dat de paragraaf Lokale
                    heffingen tenminste bevat: de geraamde inkomsten, het beleid t.a.v. lokale
                    heffingen zoals grondslagen van prijzen en van tarieven voor rechten, een
                    overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, een aanduiding van de lokale
                    lastendruk, en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.</al><al> Op dit moment kent de gemeente Neder-Betuwe geen notitie Lokale heffingen
                    waarin een samenhangende visie op de uitgangspunten inzake Lokale heffingen
                    wordt gegeven. Wel zijn in de programmabegroting 2005 onder de paragraaf Lokale
                    heffingen de voornoemde gegevens opgenomen.</al><al> Artikel 14 Administratie</al><al> In artikel 14 worden de kaders aangegeven voor de inrichting van administraties
                    van de gemeente. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden
                    vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen. Deze
                    verordening regels niet – inherent aan het dualisme – de regels en activiteiten,
                    die daarvoor in de uitvoering nodig zijn. Dat is een taak van het college, dat
                    deze zaken wel in een besluit zal moeten vastleggen voor de aansturing van de
                    ambtelijke organisatie.</al><al> Artikel 15 Financiële administratie</al><al> Een belangrijk onderdeel van de administratie is de financiële administratie.
                    Het Rijk stelt eisen aan de verantwoordingsinformatie van gemeente. In het
                    Besluit Begroting en Verantwoording zijn onder andere waarderingsgrondslagen,
                    balansindeling en verplicht op te leveren financiële gegevens vastgelegd. Vanuit
                    de financiële administratie moeten gegevens worden aangeleverd voor de
                    financiële verantwoordingsinformatie aan de raad, maar ook aan Gedeputeerde
                    Staten in hun rul als toezichthouder, het Rijk, de Europese Unie, etc.</al><al> Artikel 16 Financiële organisatie</al><al> In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële
                    organisatie gegeven, waaraan het college bij het stellen van regels voor de
                    ambtelijke organisatie invulling moet geven. De uitgangspunten vormen de kaders
                    voor het college, waaraan hij zich moet houden.</al><al> In de onderdelen a en b worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan
                    organisatieonderdelen van de gemeente en de toewijzing van functies aan
                    functionarissen.</al><al> Artikel 17 Inwerkingtreding</al><al> De financiële verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1
                    januari 2005 en moet binnen twee weken na vaststelling door het college aan
                    Gedeputeerde Staten worden verzonden (artikel 214 Gemeentewet).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>