<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77091_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Neder-Betuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Neder-Betuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rhenense Betuwse Courant 03-07-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wmo verordening 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING">Wet maatschappelijke ondersteuning</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-08-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/13/18070</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Besluit maatschappelijke ondersteuning Wmo gemeente Neder-betuwe 2010</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt "</al><al>De Verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Neder-Betuwe" van</al><al>1 januari 2007.</al><al>Artikel 41 bevat een hardheidsclausule.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>1 In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                            verstaan onder:</al><al>a Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning;</al><al>b Besluit: Besluit maatschappelijke ondersteuning Wmo gemeente
                            Neder-Betuwe waarin door het college (jaarlijks) nadere regels worden
                            gesteld ten aanzien van de voorwaarden waaronder een voorziening wordt
                            verstrekt en de bijbehorende financiële bedragen;</al><al>c Beleidsregels Wmo: door het college vastgestelde
                            (uitvoerings)richtlijnen algemene, collectieve en individuele
                            voorzieningen en verstrekkingen Wmo;</al><al>d Doelgroep Wmo:</al><al>- mantelzorgers en vrijwilligers;</al><al>- mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en</al><al>- mensen met een psychosociaal probleem;</al><al>e Compensatiebeginsel: opdracht aan het college om de doelgroep Wmo door
                            het treffen van voorzieningen een zodanige uitgangspositie te
                            verschaffen, dat zij in aanvaardbare mate zelfredzaam zijn en in staat
                            tot maatschappelijke participatie;</al><al>f College: burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe;</al><al>g Beperkingen: moeilijkheden die een persoon heeft met het uitvoeren van
                            activiteiten;</al><al>h Persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte of
                            gebrek, inclusief chronisch psychische en psychosociale problemen,
                            aantoonbare beperkingen ondervindt bij de maatschappelijke
                            participatie;</al><al>i Aanvrager; een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g,
                            onderdeel 5 en 6 van de wet.</al><al>j Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in
                            artikel 1, lid 1, onder b. van de wet;</al><al>k Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk,
                            zintuiglijk en financieel vermogen om maatschappelijk te
                            participeren;</al><al>l Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het
                            maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een huishouden, het
                            normale gebruik van de woning; het zich in en om de woning verplaatsen;
                            het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij
                            regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen; het ontmoeten
                            van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om
                            op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven;</al><al>m Algemeen gebruikelijke voorziening: naar geldende maatschappelijke
                            normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een
                            persoon als de aanvrager behorend;</al><al>n Algemene voorziening: een voorziening die niet algemeen gebruikelijk
                            is, maar wel voor iedereen die er behoefte aan heeft beschikbaar is. De
                            voorziening wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een
                            beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate
                            oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt;</al><al>o Collectieve voorziening: een voorziening die, in de regel, individueel
                            wordt verstrekt maar door meerdere personen tegelijk kan worden
                            gebruikt. Voor deze voorziening geldt een normale aanvraagprocedure met
                            een beschikking waartegen bezwaar en beroep mogelijk is.</al><al>p Individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt
                            aangeboden indien een algemene voorziening of collectieve voorziening
                            geen adequate oplossing biedt. Voor deze voorziening geldt een normale
                            aanvraagprocedure met een beschikking waartegen bezwaar en beroep
                            mogelijk is.</al><al>q Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten: een door het college van
                            burgemeester en wethouders vast te stellen bijdrage, die bij
                            respectievelijk de verstrekking van een voorziening in natura of in de
                            vorm van een persoonsgebonden budget (een eigen bijdrage) of een
                            financiële tegemoetkoming (een eigen aandeel) voor rekening van de
                            aanvrager komt;</al><al>r Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen,
                            in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt
                            verstrekt;</al><al>s Persoonsgebonden budget: een geldbedrag, waarmee de aanvrager een of
                            meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in
                            deze verordening en het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Neder-Betuwe te stellen regels van toepassing zijn.</al><al>Onder het persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden valt tevens de
                            vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste
                            lid, van de Wet op de loonbelasting 1964;</al><al>t Vergelijkbaar en toereikend persoonsgebonden budget: vergelijkbaar
                            houdt in dat de aanvrager dezelfde ondersteuning moet kunnen inkopen als
                            de aanvrager die kiest voor zorg in natura. Toereikend betekent dat de
                            aanvraag minimaal moet kunnen voldoen aan de wettelijke verplichtingen,
                            zoals het minimumloon;</al><al>u Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een
                            voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de
                            aanvrager;</al><al>v Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen
                            voorziening, voorzover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die
                            persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een
                            dergelijke voorziening;</al><al>w Huisgenoot: iedere persoon met wie de aanvrager duurzaam
                            gemeenschappelijk een woning bewoont, tenzij er sprake is van een
                            aantoonbare commerciële relatie;</al><al>x Budgethouder: een persoon aan wie als gevolg van deze verordening een
                            persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college
                            verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget
                            verschuldigd is.</al><al>y Gebruikelijke zorg: hulp bij het huishouden door één of meerdere
                            huisgenoten van de persoon met beperkingen, behorend tot diens
                            leefeenheid, die is staat zijn het het huishoudelijke werk te
                            verrichten, omdat zij geen last ondervinden van medische, psychische
                            en/of sociale problemen;</al><al>z Leefeenheid: een eenheid bestaande uit gehuwden die al dan niet samen
                            met één of meer minderjarige ongehuwden duurzaam een huishouden voeren,
                            dan wel bestaande uit een ongehuwde meerderjarige die met één of meer
                            minderjarige ongehuwden duurzaam een huishouden voert. Onder gehuwden
                            worden hierbij ook verstaan ongehuwd samenwonenden en andere volwassenen
                            die met elkaar en/of kinderen samenwonen.</al><al>2 Bij de bepaling van het inkomen wordt in deze verordening en de hierop
                            gebaseerd regelgeving zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de wijze
                            waarop de Belastingdienst het verzamelinkomen op grond van de Wet op de
                            Inkomstenbelasting vaststelt.</al><al>3 Onder de overige begrippen in deze verordening dient te worden
                            verstaan wat er in de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene Wet
                            Bijzondere Ziektekosten of de voormalige Wet voorzieningen gehandicapten
                            wordt/werd verstaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Primaat van voorzieningen</titel></kop><al>1 Ter compensatie van beperkingen die een persoon, behorend tot de
                            doelgroep Wmo, ondervindt kan het college collectieve- en/of individuele
                            voorzieningen toekennen.</al><al>2 De chronologische volgorde van de in artikel 2 lid 1 genoemde
                            voorzieningen is tevens het primaat voor het toekennen van een
                            voorziening.</al><al>3 Indien een algemene voorziening aanwezig en toereikend is, wordt geen
                            of een gedeeltelijke voorziening als bedoeld in artikel 2 lid 1
                            toegekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Toekenning en weigering van voorzieningen</titel></kop><al>1 Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover</al><al>a deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het
                            voeren van het huishouden, het verplaatsen in en om de woning, het zich
                            lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen
                            en op basis daarvan sociale verbanden aangaan op te heffen of te
                            verminderen;</al><al>b deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate
                            voorziening kan worden aangemerkt.</al><al>c deze in overwegende mate op het individu is gericht.</al><al>2 Geen voorziening wordt toegekend</al><al>a indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen
                            gebruikelijk is;</al><al>b indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente
                            Neder-Betuwe</al><al>c voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van
                            aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan
                            het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt
                            aangevraagd;</al><al>d voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager
                            voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt.</al><al>e indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft
                            reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze verordening
                            voorafgaande verordening(en), is verstrekt en de normale
                            afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij
                            de eerder vergoede of versterkte voorziening verloren is gegaan als
                            gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te
                            rekenen.</al><al>3 Verbindende voorwaarden</al><al>a Aan het toekennen van een voorziening kan het college voorwaarden
                            verbinden, die er op gericht zijn de beperkingen die de aanvrager
                            ervaart geheel of gedeeltelijk op te heffen dan wel te verminderen.</al><al>b Het niet nakomen van de aan de toekenning verbonden voorwaarden als
                            bedoeld in lid 3a, kan leiden tot aanpassing of stopzetting van de
                            voorziening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>2</nr><titel>Vorm van te verstrekken individuele voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Keuzevrijheid</titel></kop><al>Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura, als
                            financiële tegemoetkoming of als persoonsgebonden budget. Het college
                            stelt vast in welke situaties de bij wet verplichte keuze tussen een
                            voorziening in natura en een persoonsgebonden budget niet wordt geboden
                            aan de hand van de in het Besluit maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Neder-Betuwe neergelegde criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorziening in natura</titel></kop><al>Indien een voorziening in natura wordt verstrekt is de
                            bruikleenovereenkomst, huurovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst
                            tussen de leverancier of de gemeente en de aanvrager van
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><al>Bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming zijn de voorwaarden
                            uit het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Neder-Betuwe van
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Persoonsgebonden budget</titel></kop><al>1 Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in de artikelen 6 lid 1
                            en 6a van de wet, zijn volgende voorwaarden van toepassing</al><al>a een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van
                            individuele voorzieningen;</al><al>b de omvang van het persoonsgebonden budget wordt, met uitzondering van
                            het persoonsgebonden budget voor vergoeding van een arbeidsverhouding
                            als bedoeld in artikel 5 lid 2 van de Wet op de loonbelasting 1964,
                            afgeleid van de tegenwaarde van de in de betreffende situatie te
                            verstrekken voorziening in natura;</al><al>c het persoonsgebonden budget wordt, indien noodzakelijk, aangevuld met
                            een vergoeding voor aanvullende kosten, zoals vastgelegd in het Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Neder-Betuwe;</al><al>d de wijze waarop het de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt
                            vastgesteld wordt door het college vastgelegd in het Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Neder-Betuwe;</al><al>e op het persoonsgebonden budget is de Overeenkomst persoonsgebonden
                            budget gemeente Neder-Betuwe van toepassing.</al><al>2 De toekenning, omvang en looptijd van het te verstrekken
                            persoonsgebonden budget worden in de beschikking opgenomen.</al><al>3 Bij de beschikking wordt een programma van eisen verstrekt waarin
                            aangegeven is aan welke vereisten de met het de hoogte van de
                            voorziening anders dan in natura te verwerven voorziening dient te
                            voldoen.</al><al>4 Na het nemen van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget
                            overgemaakt op een door de aanvrager opgegeven rekeningnummer, tenzij
                            hiertegen overwegende bezwaren bestaan.</al><al>5 Het college bepaalt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning hoe
                            wordt gecontroleerd dat het verstrekte persoonsgebonden budget besteed
                            is aan het doel waarvoor het verstrekt is. De budgethouder is verplicht
                            om op verzoek van het college per omgaande de gevraagde documenten te
                            verstrekken. Vervolgens wordt door het college beoordeeld of er
                            aanleiding bestaat om het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk
                            terug te vorderen of te verrekenen.</al><al>6 Na ontvangst van de in lid 5 bedoelde stukken of als de gevraagde
                            stukken door de budgethouder niet worden overgelegd wordt door het
                            college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget
                            geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><al>1 Bij het verstrekken van voorzieningen zoals bedoeld in deze
                            verordening is de aanvrager een eigen bijdrage verschuldigd of wordt de
                            financiële tegemoetkoming afgestemd op het inkomen.</al><al>2 Het college legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning de
                            omvang van de eigen bijdrage en het eigen aandeel vast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>3</nr><titel>Hulp bij het huishouden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vormen van hulp bij het huishouden</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen ten gevolge van
                            ziekte of gebrek bij het voeren van een huishouden, te verstrekken
                            voorziening kan bestaan uit:</al><al>a een algemene voorziening waaronder vrijwillige thuishulp door
                            welzijnsinstellingen of anderszins;</al><al>b hulp bij het huishouden in natura;</al><al>c een persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een
                            arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de
                            loonbelasting 1964, te besteden aan hulp bij het huishouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Aanspraak op de voorziening</titel></kop><al>1 Een aanvrager kan voor de in artikel 9 onder a vermelde voorziening in
                            aanmerking komen indien het voor hem / haar onmogelijk is om zelf een of
                            meer huishoudelijke taken uit te voeren en de algemene hulp in het
                            huishouden dit snel en adequaat kan oplossen, aangezien deze
                            persoon</al><al>a aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek heeft; of</al><al>b problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg heeft.</al><al>2 Een aanvrager kan voor de in artikel 9 onder b en c vermelde
                            voorzieningen in aanmerking komen indien</al><al>a de in artikel 9 onder a genoemde voorziening onvoldoende tot een
                            oplossing leidt; of</al><al>b de in artikel 9, onder a genoemde voorziening niet beschikbaar
                            is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Gebruikelijke zorg</titel></kop><al>In afwijking van het gestelde in artikel 10 komt een aanvrager niet in
                            aanmerking voor hulp bij het huishouden indien deze persoon deel
                            uitmaakt van een leefeenheid waarin een of meer huisgenoten wel in staat
                            zijn het huishoudelijk werk te verrichten.</al><al>Dit is van toepassing zolang er geen onevenredig beroep wordt gedaan op
                            de draaglast en draagkracht van de aanvrager en zijn huisgenoten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Omvang van de hulp bij het huishouden</titel></kop><al>1 De omvang van de hulp bij het huishouden wordt bepaald door de aard
                            van de beperkingen en de (gezins)situatie van de persoon met
                            beperkingen.</al><al>2 De omvang van de toe te kennen hulp bij het huishouden wordt
                            uitgedrukt in hele en halve uren per week</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Omvang van het persoonsgebonden budget </titel></kop><al>Het bedrag per uur, zoals genoemd in artikel 12, dat in de vorm van een
                            persoonsgebonden budget wordt verstrekt, wordt jaarlijks door het
                            college vastgesteld en vastgelegd in het Besluit maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Neder-Betuwe.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>4</nr><titel>Woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vormen van woonvoorzieningen</titel></kop><al>Ter compensatie van beperkingen bij het voeren van een huishouden kan
                            het college, de volgende woonvoorzieningen verstrekken</al><al>a een algemene woonvoorziening;</al><al>b een woonvoorziening in natura;</al><al>c een persoonsgebonden budget te besteden aan een woonvoorziening;</al><al>d een financiële tegemoetkoming in de kosten van een
                            woonvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Primaat algemene woonvoorzieningen en recht op individuele
                                woonvoorzieningen</titel></kop><al>1 Een aanvrager kan voor de in artikel 14, onder a vermelde voorziening
                            in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond
                            van ziekte of gebrek een aanpassing aan de woning noodzakelijk maken en
                            de algemene woonvoorziening dit snel en adequaat kan oplossen.</al><al>2 Een aanvrager kan voor de in artikel 14, onder b, c, en d vermelde
                            voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen
                            op grond van ziekte of gebrek een aanpassing aan de woning en de
                            voorziening in het 1e lid onvoldoende tot een oplossing leidt of niet
                            beschikbaar is.</al><al>3 De in lid 1 en 2 genoemde beperkingen moeten in een direct
                            oorzakelijke verband staan met de bouwkundige of woontechnische staat
                            van de woning zelf, waaronder begrepen de toegankelijkheid van de
                            woning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Soorten individuele woonvoorzieningen</titel></kop><al>De in artikel 14 onder b, c, en d genoemde voorzieningen kunnen bestaan
                            uit</al><al>a een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en
                            herinrichtingskosten;</al><al>b een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening
                            (woningaanpassing);</al><al>c een voorziening in natura niet bouwkundige of niet woontechnische
                            woonvoorziening;</al><al>d een uitraasruimte;</al><al>e een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting
                            gedurende maximaal 6 maanden;</al><al>f een financiële tegemoetkoming in de kosten van huurderving gedurende
                            maximaal 6 maanden;</al><al>g een financiële tegemoetkoming voor de kosten van reparatie, keuring en
                            onderhoud van een voorziening;</al><al>h een financiële tegemoetkoming voor het verwijderen van een voorziening
                            uit een huurwoning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Recht op een woonvoorziening</titel></kop><al>1 Een aanvrager kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 16 onder
                            a, b, en c in aanmerking komen wanneer aantoonbare beperkingen als
                            gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning
                            belemmeren.</al><al>2 Een aanvrager kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 16 onder
                            b en g in aanmerking komen wanneer blijkt dat verhuizing binnen een
                            redelijke termijn van 6 maanden niet mogelijk is of niet de goedkoopst
                            adequate voorziening is.</al><al>3 Een aanvrager kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 16,
                            onder d in aanmerking komen wanneer sprake is van een aantoonbare
                            gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen
                            het zich kunnen afzonderen leidt tot een situatie waarin deze persoon
                            tot rust kan komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Primaat van de losse woonunit</titel></kop><al>Indien een bouwkundige woonvoorziening bestaat uit een aanbouw aan of
                            een aanzienlijke verbouwing van een woning die niet het eigendom is van
                            een verhuurder, die bereid is de aangepaste woning blijvend ter
                            beschikking te stellen van personen die op basis van aantoonbare
                            beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek behoefte hebben aan een
                            dergelijke woning, kan het college een herplaatsbare losse woonunit
                            verstrekken indien daartegen geen bezwaren van overwegende aard
                            bestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Uitsluitingen</titel></kop><al>De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op</al><al>a het treffen van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens,
                            kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij
                            kamerverhuur;</al><al>b het treffen van voorzieningen in AWBZ instellingen en/of woongebouwen,
                            die specifiek gericht zijn op mensen met beperkingen en waarvan verwacht
                            mag worden dat reeds voorzieningen zijn getroffen in de
                            gemeenschappelijke ruimten of dat voorzieningen bij nieuwbouw of
                            renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen worden
                            meegenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Hoofdverblijf</titel></kop><al>1 Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de aanvrager zijn
                            hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de
                            voorziening wordt getroffen.</al><al>2 In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een
                            woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één
                            woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een op grond
                            van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen erkende
                            instelling.</al><al>3 De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente
                            waar de aan te passen woning staat.</al><al>4 De woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de in het
                            tweede lid bedoelde woonruimte met een door het college in het Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Neder-Betuwe vastgesteld
                            maximumbedrag.</al><al>5 Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan het middels een
                            woonvoorziening bewerkstelligen dat de aanvrager de woonruimte, de
                            woonkamer en een toilet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Aanvullende begrenzing recht op woonvoorzieningen</titel></kop><al>De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk kan
                            geweigerd worden indien</al><al>a de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van
                            een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale
                            gebruik van de woning ten gevolg van ziekte of gebrek geen aanleiding
                            bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was;</al><al>b de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op
                            dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren
                            schriftelijk toestemming is verleend door het college;</al><al>c deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten
                            anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra
                            trapleuningen;</al><al>d de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van
                            leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze
                            voorziening noodzakelijk zou zijn en daarmee geen sprake is van een
                            onverwacht intredende noodzaak;</al><al>e de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen, uitsluitend voor
                            zo ver de aanvraag een verhuiskostenvergoeding betreft;</al><al>f de aanvrager verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet
                            geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden;</al><al>g de aanvrager verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere
                            instelling gericht op het verstrekken van zorg;</al><al>h in de verlaten woonruimte geen problemen bestonden met het normale
                            gebruik van de woning;</al><al>i de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning
                            voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;</al><al>j de woonruimte in aanmerking kan komen voor renovatie, waarbij de
                            stijging van de maandelijkse huurprijs, voor de aanvrager, niet hoger is
                            dan de maximale maandelijkse eigen bijdrage die zou zijn verschuldigd
                            als de aanvraag was toegekend;</al><al>k voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een
                            hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Terugbetaling bij verkoop</titel></kop><al>De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening een woonvoorziening
                            heeft ontvangen bestaande uit een aanbouw die leidt tot waardestijging
                            van de woning, dient bij verkoop van deze woning binnen een periode van
                            10 jaar na gereedmelding van de voorziening, deze verkoop van de woning
                            onverwijld aan het college te melden. De meerwaarde van de woning dient
                            volgens het in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Neder-Betuwe door het college vastgelegde afschrijvingsschema te worden
                            terugbetaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>5</nr><titel>Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Vormen van vervoersvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het zich lokaal
                            verplaatsen te verstrekken voorziening kan bestaan uit</al><al>1 a 1 een algemene vervoersvoorziening;</al><al>2 een collectieve vervoersvoorziening;</al><al>b een vervoersvoorziening in natura;</al><al>c een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                            vervoersvoorziening.</al><al>2 Het college stelt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Neder-Betuwe nadere regels en de hoogte van de financiële
                            bedragen vast als bedoeld in het 1e lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Het recht op een collectieve voorziening</titel></kop><al>Een aanvrager kan voor de in artikel 23 lid 1 sub a2 vermelde
                            voorziening in aanmerking komen indien aantoonbare beperkingen op grond
                            van ziekte of gebrek het onmogelijk maken om</al><al>a gebruik te maken van het openbaar vervoer of</al><al>b het openbaar vervoer te kunnen bereiken;</al><al>c gebruik te maken van een algemene vervoersvoorziening als bedoeld in
                            lid 1 sub a1;</al><al>d een algemene vervoersvoorziening onvoldoende aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Het primaat van het algemene en collectief vervoer</titel></kop><al>1 Een aanvrager kan alleen voor de in artikel 23 lid 1 onder b en c
                            vermelde voorziening in aanmerking komen indien:</al><al>a aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van
                            een algemeen of collectief systeem als bedoeld onder artikel 23 lid 1
                            onder a onmogelijk maken;</al><al>b een algemeen of collectief systeem als bedoeld in artikel 23 lid 1
                            onder a niet aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen</titel></kop><al>1 Indien het inkomen van een ongehuwde aanvrager of het gezamenlijk
                            inkomen van de gehuwde aanvrager meer bedraagt dan de in het Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Neder-Betuwe voor de diverse
                            categorieën genoemde inkomensgrenzen, wordt het bezit van een
                            personenauto algemeen gebruikelijk geacht, zodat een auto of een met een
                            auto vergelijkbare voorziening en de daarmee samenhangende gebruiks- en
                            onderhoudskosten niet in aanmerking komen voor verstrekking of
                            vergoeding.</al><al>2 Indien het inkomen van een ongehuwde aanvrager of het gezamenlijk
                            inkomen van de de gehuwde aanvrager meer bedraagt dan de in het Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Neder-Betuwe voor de diverse
                            categorieën genoemde inkomensgrenzen, wordt deze geacht zelfredzaam te
                            zijn in de kosten van vervoer als bedoeld in artikel 23 lid 1 onder a in
                            de directe leefomgeving.</al><al>3 Indien het inkomen van de ouder(s) / verzorger(s) van de aanvrager
                            jonger dan 18 jaar meer bedraagt dan de in het Besluit maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Neder-Betuwe voor de diverse categorieën genoemde
                            inkomensgrenzen, wordt(en) de ouder(s) / verzorger(s) geacht zelfredzaam
                            te zijn in de kosten van vervoer als bedoeld in artikel 23 lid 1 onder a
                            in de directe leefomgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Omvang in gebied en in kilometers</titel></kop><al>1 Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de
                            vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie
                            uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon-
                            en leefomgeving in het kader van het leven van alledag.</al><al>2 In afwijking op het gestelde in het eerste lid kan rekening worden
                            gehouden met de vervoersbehoefte buiten de directe woon- of leefomgeving
                            in een situatie waarin een bovenregionaal contact alleen door de
                            aanvrager zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de aanvrager
                            noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen.</al><al>3 De te verstrekken collectieve vervoersvoorziening, in combinatie met
                            algemene vervoersvoorzieningen, zal maatschappelijke participatie
                            bevorderen door middel van lokale verplaatsingen met een maximum omvang
                            van 500 zones per kalenderjaar.</al><al>4 De persoon die als gevolg van aantoonbare beperkingen op grond van
                            ziekte of gebrek geen gebruik kan maken van een voorziening als bedoeld
                            onder artikel 23 onder a komt in aanmerking voor de in artikel 23, onder
                            b en c vermelde voorziening die maatschappelijke participatie door
                            middel van lokale verplaatsingen met een maximum omvang per jaar van
                            1500 kilometer met een bandbreedte tot 2000 kilometer mogelijk
                            maakt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>6</nr><titel>Verplaatsen in en rond de woning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Vormen van rolstoelvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het verplaatsen
                            in en om de woning dan wel voor sportbeoefening te verstrekken
                            voorziening kan bestaan uit</al><al>a een algemene voorziening waaronder een algemene
                            rolstoelvoorziening;</al><al>b een rolstoelvoorziening in natura;</al><al>c een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                            rolstoelvoorziening;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Primaat algemene rolstoelvoorziening bij incidenteel
                                gebruik</titel></kop><al>Een aanvrager kan voor de in artikel 28, onder a en b vermelde
                            voorziening in aanmerking komen indien aantoonbare beperkingen op grond
                            van ziekte of gebrek incidenteel zittend verplaatsen in en rond de
                            woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond
                            van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of een andere wettelijke
                            regeling geen adequate oplossing bieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Sporthulpmiddelen</titel></kop><al>1 Een aanvrager, die zonder hulpmiddelen niet in staat is tot
                            sportbeoefening, kan voor de kosten van aanschaf een sporthulpmiddel,
                            waaronder een sportrolstoel, in aanmerking voor het persoonsgebonden
                            budget.</al><al>2 Het persoonsgebonden budget wordt slechts verstrekt, indien de sport
                            recreatief, als amateur, in verenigingsverband wordt beoefend.</al><al>3 Op het persoonsgebonden budget voor een sporthulpmiddel zijn de
                            bepalingen van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Neder-Betuwe van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Aanspraak op rolstoelvoorzieningen voor AWBZ-bewoners</titel></kop><al>In uitzondering op het gestelde in artikel 29 komt een persoon die
                            verblijft in een op grond van artikel 5 van de Wet toelating
                            zorginstellingen erkende instelling uitsluitend voor een rolstoel in
                            aanmerking indien hij geen recht heeft op een rolstoel, verstrekt op
                            grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>7</nr><titel>Het verkrijgen van voorzieningen en het motiveren van
                            besluiten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Aanvraag en gebruik aanvraagformulier</titel></kop><al>Een aanvraag van een voorziening kan schriftelijk of elektronisch worden
                            ingediend. Voor de aanvraag van een voorziening stelt het college een
                            formulier ter beschikking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Relatie met de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</titel></kop><al>De aanvraag dient te worden ingediend bij het Zorgloket van de gemeente
                            Neder-Betuwe, in welk loket zowel aanvragen voor voorzieningen inzake de
                            wet alsook aanvragen zorg in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
                            kunne worden ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Inlichtingen en onderzoek, advies en beschikking</titel></kop><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de
                            beoordeling van het recht</al><al>op een voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend</al><al>a op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te
                            bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen;</al><al>b op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een daartoe
                            aangewezen deskundige te doen bevragen en/of te onderzoeken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Extern advies</titel></kop><al>1 Onafhankelijk extern advies wordt gevraagd als:</al><al>a de aard van de beperking(en) in combinatie met de kennis, kunde en
                            ervaring van de consulent(en) daartoe aanleiding geeft;</al><al>b er van de aanvrager onvoldoende (medische) gegevens beschikbaar
                            zijn;</al><al>c de gevraagde voorziening, naar verwachting, om medische redenen zal
                            worden afgewezen;</al><al>d. het college dat voor het overige wenst.</al><al>2 Bij de advisering zoals genoemd in het eerste lid wordt door de
                            adviseur gebruik gemaakt van de systematiek zoals neergelegd in de
                            International Classification of Functions, Disabilities and Impairments,
                            de zogenaamde ICF classificatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Beschikking</titel></kop><al>In de beschikking wordt gemotiveerd aangegeven waarom een aanvrager wel
                            of niet voor de voorziening in aanmerking komt en wat de voorziening
                            voor de persoon met beperkingen bijdraagt aan de bevordering van de
                            zelfstandigheid en deelname aan het maatschappelijk verkeer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Samenhangende afstemming</titel></kop><al>Om de verkrijging van (individuele) voorzieningen samenhangend af te
                            stemmen op de situatie van de aanvrager doet het college onderzoek naar
                            de situatie van de aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Wijzigingen in de situatie</titel></kop><al>Degene aan wie een voorziening is verstrekt, is verplicht aan het
                            college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan
                            redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op
                            het recht op een voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Intrekking van een voorziening</titel></kop><al>1 Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening,
                            geheel of gedeeltelijk intrekken indien</al><al>a niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze
                            verordening;</al><al>b op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens
                            zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een
                            andere beslissing zou zijn genomen.</al><al>2 Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of
                            persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de
                            tegemoetkoming of het budget, uiterlijk binnen zes maanden, na
                            uitbetaling niet of niet geheel is aangewend voor de bekostiging van de
                            voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Ingeval het recht op een, in eigendom verstrekte, voorziening is
                            ingetrokken, kan op basis daarvan</al><al>a de uitbetaalde financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden
                            budget worden teruggevorderd;</al><al>b de in eigendom verstrekte voorziening worden teruggevorderd;</al><al>c alle kosten verbonden aan de toekenning en/of het gebruik van de
                            voorziening worden teruggevorderd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van
                            de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Neder-Betuwe geldende bedragen
                            verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens
                            het Centraal Bureau voor de Statistiek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per twee per
                            jaar geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt
                            deze verordening aangepast. Het college zendt hiertoe telkens na twee
                            jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een
                            verslag over de doeltreffendheid en de effectiviteit van de verordening
                            in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.</al><al>De Verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Neder-Betuwe van</al><al>1 januari 2007 wordt met ingang van 1 januari 2010 ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Wmo verordening 2010</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al> Vastgesteld door gemeenteraad</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>