<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77076_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Toezicht- en handhavingsbeleid kinderopvang gemeente Nederbetuwe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Neder-Betuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Neder-Betuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rhenense Betuwse Courant 31-10-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Toezicht- en handhavingsbeleid kinderopvang gemeente Nederbetuwe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=CONVENANT KWALITEIT KINDEROPVANG">Convenant kwaliteit kinderopvang</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=REGELING WET KINDEROPVANG">Regeling Wet kinderopvang</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET KINDEROPVANG 2005">Wet kinderopvang 2005</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>D/INT/12/001751</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-32078</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-32079</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Toezicht- en handhavingsbeleid kinderopvang gemeente Nederbetuwe</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel>SAMENVATTING </titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel/></kop><structuurtekst><al> Voor u ligt de notitie 'Toezicht- en handhavingsbeleid kinderopvang
                                gemeente Neder-Betuwe'.</al><al> De verantwoordelijkheid voor het toezicht op de naleving van de
                                kwaliteitsregels in de kinderopvang ofwel de handhaving van de Wet
                                kinderopvang en de regelgeving die bij deze wet hoort, berust bij
                                het College van burgemeester en wethouders van de betreffende
                                gemeente waar de kinderopvang gevestigd is. De uitvoering van het
                                toezicht op de kwaliteit van kinderopvang ligt bij de GGD.</al><al> Omdat per 3 april 2008 gewijzigde Beleidsregels kwaliteit
                                kinderopvang en Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang
                                van kracht zijn, heeft dit heeft geleid tot nieuwe toetsingskaders
                                voor dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang.</al><al> Bij het uitvoeren van de handhavingsmaatregelen die nodig zijn op
                                het moment dat een houder van een kindercentrum niet voldoet aan één
                                of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en de Beleidsregels
                                kwaliteit kinderopvang wordt het 'Afwegingsmodel Handhaving
                                Kinderopvang' gehanteerd. In dit afwegingsmodel staan per
                                inspectiedomein alle kwaliteitsaspecten waaraan een kindercentrum
                                moet voldoen. Afhankelijk van het belang van het kwaliteitsaspect en
                                de mate waarin het kindercentrum niet voldoet aan dit
                                kwaliteitsaspect, wordt een handhavingsmaatregel opgelegd.</al><al> Jaarlijks stelt het college een jaarverslag op voor de gemeenteraad
                                en voor de Inspectie voor het Onderwijs van alle toezicht- en
                                handhavingstaken die de gemeente in een kalenderjaar in het kader
                                van de Wet kinderopvang heeft verricht. Op deze wijze kan de
                                gemeenteraad en de Inspectie voor het Onderwijs het gemeentelijke
                                toezicht op het aanbod van kinderopvang beoordelen.</al><al> Carin van den Brink</al><al> maart 2010</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.1</nr><titel>Aanleiding </titel></kop><structuurtekst><al> Op 1 januari 2005 is de Wet kinderopvang in werking getreden. Deze
                                wet regelt enerzijds de financiering van de kinderopvang, waarbij
                                het uitgangspunt is dat kinderopvang een zaak van ouders, werkgever
                                en overheid is en ook gefinancierd wordt door deze drie partijen.
                                Anderzijds regelt de wet de kwaliteit van kinderopvang. De
                                verantwoordelijkheid voor het bieden van voldoende kwaliteit is
                                nadrukkelijk bij de ondernemers in deze sector neergelegd.</al><al> De verantwoordelijkheid voor het toezicht op de naleving van de
                                kwaliteitsregels in de kinderopvang ofwel de handhaving van de Wet
                                kinderopvang en de regelgeving die bij deze wet hoort, berust bij
                                het college van burgemeester en wethouders (vanaf nu: het college)
                                van de betreffende gemeente waar de kinderopvang gevestigd is.</al><al> Voor de handhaving van de kwaliteit van de kinderopvang in
                                Neder-Betuwe wordt een door VNG opgestelde afwegingsmodel en het
                                afsprakenkader met de GGD gehanteerd.</al><al> Per 3 april 2008 zijn er gewijzigde ministeriële Beleidsregels
                                kwaliteit kinderopvang en Beleidsregels werkwijze toezichthouder
                                kinderopvang van kracht. Deze gewijzigde beleidsregels hebben geleid
                                tot nieuwe toetsingskaders voor dagopvang, buitenschoolse opvang en
                                gastouderopvang. Enkele eisen zijn gewijzigd en er zijn enkele
                                nieuwe eisen toegevoegd. Om als gemeente de nieuwe regels te kunnen
                                handhaven, dient een gemeentelijk handhavingsbeleid opgesteld te
                                worden. De VNG heeft hiervoor een nieuw afwegingsmodel (13 juni
                                2008) ontworpen. Dit model is aangepast aan de situatie van den
                                gemeente Neder-Betuwe (zie bijlage 1).</al><al> De volgende paragraven gaan in op de beleidsontwikkeling in
                                regionaal verband en welke soorten kinderopvang er zijn. In
                                hoofdstuk 2 vindt u informatie over de wettelijke regels. Het gaat
                                hierbij ondermeer over de Wet kinderopvang en de Regeling Wet
                                kinderopvang, de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang, de
                                Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang, het Tijdelijk
                                besluit innovatieve kinderopvang en de ouderparticipatieopvang.
                                Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de gemeentelijke taken en
                                verantwoordelijkheden met betrekking tot toezicht en handhaving van
                                kinderopvang.</al><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.2</nr><titel>Beleidsontwikkeling in regionaal verband </titel></kop><structuurtekst><al> Er zijn in regionaal verband afspraken gemaakt tussen de GGD
                                Rivierenland en de gemeenten in het</al><al> Kader van de Wet Kinderopvang. Deze afspraken vindt u in bijlage
                                2.</al><al> Daarnaast is in regionaal verband afgesproken dat gemeenten het
                                Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang van de VNG hanteren bij het
                                uitvoeren van de handhavingacties die nodig zijn als een houder van
                                een kindercentrum of een gastouderbureau niet voldoet aan een of
                                meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en de Beleidsregels
                                kwaliteit kinderopvang van de staatssecretaris van OCW. In dit model
                                zijn de algemene geldende regels opgenomen die wij hanteren bij het
                                overtreden van de kwaliteitseisen. De handhavingtermijnen die de VNG
                                hanteert, zijn aangepast aan de praktijkervaringen die de gemeenten
                                de afgelopen 3 jaar hebben opgedaan.</al><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.3</nr><titel>Soorten kinderopvang </titel></kop><structuurtekst><al> De kinderopvang stelt ouders in de gelegenheid de zorg voor
                                kinderen te combineren met betaalde arbeid. Terwijl ouders werken,
                                moeten zij erop kunnen rekenen, dat hun kind op een professionele
                                wijze wordt opgevangen. De kinderopvang heeft tot taak om kinderen
                                tussen 0 en 13 jaar op een verantwoorde wijze opvang te bieden.</al><al> Kinderopvang kent verschillende vormen van opvang:
                                kinderdagverblijven (KDV), buitenschoolse opvang (BSO),
                                gastouderopvang, ouderparticipatieopvang en innovatieve
                                gastouderopvang. Hieronder worden de verschillende vormen van opvang
                                toegelicht.</al><al> - Kinderdagverblijven bieden opvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar.
                                - Buitenschoolse opvang is opvang van kinderen van 4 tot en met 12
                                jaar vóór en na schooltijd en in de schoolvakanties. -
                                Gastouderopvang is een kleinschalige vorm van opvang en kan zowel
                                dagopvang als naschoolse opvang aanbieden. Gastouders mogen maximaal
                                zes kinderen tegelijkertijd (inclusief eigen kinderen) opvangen,
                                zoals op dit moment al mogelijk is bij de projecten innovatieve
                                kinderopvang. Een gastouder kan slechts op één locatie kinderen
                                opvangen. Een voorziening voor gastouderopvang kan gevestigd zijn op
                                het woonadres van de gastouder of op het woonadres van één van de
                                vraagouders. - Bij ouderparticipatieopvang worden kinderen door
                                tenminste één van de ouders van de opgevangen kinderen opgevangen.
                                Aan deze vorm van opvang is geen betaalde kracht verbonden. - Bij
                                innovatieve kinderopvang mogen gastouders maximaal zes kinderen
                                tegelijkertijd (inclusief eigen kinderen) opvangen.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>2</nr><titel>Wettelijke regels</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.1</nr><titel>Wet kinderopvang en Regeling Wet kinderopvang </titel></kop><structuurtekst><al> Sinds de invoering van de Wet kinderopvang in 2005 is de
                                kinderopvang een marktgerichte sector. De wet stelt aan instellingen
                                voor kinderopvang de eis dat de houder zorg draagt voor kinderopvang
                                die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van kinderen in
                                een veilige omgeving.</al><al> In de Wet kinderopvang zijn globale eisen ('verantwoorde
                                kinderopvang') en concrete eisen opgenomen: o.a. verplichting
                                verklaring gedrag (VOG) voor personeel in de kinderopvang, een
                                risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid, het instellen van
                                een oudercommissie, etc. Wat betreft de globale eisen heeft de
                                kinderopvangbranche (houders en ouders) deze via zelfregulering
                                verder ingevuld in landelijke normen. Deze landelijke normen zijn
                                opgenomen in het Convenant kwaliteit kinderopvang. Het gaat dan
                                bijvoorbeeld over het aantal leidsters in verhouding tot het aantal
                                kinderen, eisen aan het ruimtegebruik en de
                                beroepskwalificatie.</al><al> De rijksoverheid heeft de normen uit het Convenant kwaliteit
                                kinderopvang één op één overgenomen in beleidsregels en deze normen,
                                samen met de concrete eisen uit de wet, toetsbaar uitgewerkt in
                                toetsingskaders voor de GGD. In paragraaf 2.2 worden de
                                beleidsregels nader toegelicht.</al><al> De wettelijke kwaliteitseisen hebben het karakter van basiseisen
                                waaraan elke instelling voor kinderopvang moet voldoen. In de wet is
                                in een aantal artikelen de mogelijkheid opgenomen om nadere regels
                                te stellen. Het gaat vooral om regels voor uitvoering van
                                gemeentelijke taken. Deze uitvoeringsregels zijn opgenomen in de
                                Regeling Wet kinderopvang.</al><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.2</nr><titel>Beleidsregels kwaliteit kinderopvang</titel></kop><structuurtekst><al> Zoals in paragraaf 2.1 al staat beschreven, zijn
                                kinderopvanginstellingen zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van
                                het aanbod. Hiertoe hebben aanbieders en afnemers in de kinderopvang
                                de globale eisen die de Wet kinderopvang stelt aan de branche,
                                vertaald in gedetailleerde kwaliteitseisen voor de kinderopvang. Dit
                                heeft geresulteerd in een Convenant kwaliteit kinderopvang. De eisen
                                die in het Convenant worden gesteld aan de houder van een
                                kindercentrum of gastouderbureau, hebben gediend als uitgangspunt
                                voor de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang. Deze beleidsregels
                                geven uitleg aan de globale kwaliteitsnormen van de wet. In artikel
                                57a van de Wet kinderopvang is de bevoegdheid van de minister om
                                beleidsregels vast te stellen juridisch verankerd.</al><al> Op 17 januari 2008 is een herziene versie van het convenant door de
                                marktpartijen ondertekend. Deze aangepaste kwaliteitseisen van het
                                convenant zijn overgenomen in de Beleidsregels kwaliteit
                                kinderopvang en zijn per 3 april 2008 van kracht.</al><al> Kenmerkend is dat de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang niet
                                bindend zijn. Houders van kindercentra mogen van de regels afwijken
                                als zij voor de GGD aannemelijk kunnen maken dat zij op een
                                gelijkwaardige of betere wijze verantwoorde kinderopvang aanbieden
                                en op die manier toch voldoen aan het doel van de specifieke eis
                                waarvan de houder afwijkt.</al><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.3</nr><titel>Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang</titel></kop><structuurtekst><al> De beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang zijn
                                opgesteld om een uniforme werkwijze van de toezichthouders te
                                bevorderen. Als bijlagen bij de Beleidsregels zijn per opvangsoort
                                toetsingskaders vastgesteld, waarin de kwaliteitsaspecten verder
                                zijn uitgewerkt, ingedeeld naar domeinen en voorwaarden.</al><al> Vastgelegd is naar welke kwaliteitsaspecten de toezichthouder
                                kijkt. De verschillende vormen van onderzoek vinden plaats op basis
                                van dit kader. Aan de hand van de toetsingskaders komt de
                                toezichthouder tot een oordeel over de mate waarin aan de
                                basiskwaliteitseisen van de betreffende opvangsoort wordt voldaan.
                                De kwaliteitsaspecten die de toezichthouder beoordeelt zijn voor de
                                dagopvang en de buitenschoolse opvang ingedeeld naar de volgende
                                domeinen: - Ouders - Personeel - Veiligheid en gezondheid -
                                Accommodatie en inrichting - Groepsgrootte en
                                beroepskracht-kind-ratio - Pedagogisch beleid en praktijk - Klachten
                                De kwaliteitsaspecten die de toezichthouder beoordeelt voor de
                                gastouderopvang, zijn ingedeeld naar de volgende domeinen: - Ouders
                                - Personeel - Veiligheid en gezondheid - Accommodatie en inrichting
                                - Pedagogisch beleid en praktijk - Kwaliteit gastouders en
                                opvangwoning - Kwaliteit gastouderbureau - Klachten Elk domein kent
                                verschillende voorwaarden, criteria waarop wordt getoetst of wordt
                                voldaan aan de kwaliteitsvoorschriften van de Wet kinderopvang en de
                                Beleidsregels kwaliteit kinderopvang.</al><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.4</nr><titel>Tijdelijk besluit innovatieve kinderopvang</titel></kop><structuurtekst><al> De Wet kinderopvang biedt in artikel 87 de mogelijkheid tot het
                                aanwijzen van innovatieve vormen van kinderopvang. De regels voor
                                deze experimentele vorm van kinderopvang zijn opgenomen in het
                                Tijdelijk besluit innovatie kinderopvang. Het Tijdelijk besluit
                                maakt het mogelijk experimenten op te zetten met een looptijd van
                                ten hoogste vier jaar met een mogelijke verlenging van twee
                                jaar.</al><al> Innovatieve gastouderopvang is naar aard en inhoud gastouderopvang
                                in de zin van de Wet kinderopvang. Het Tijdelijk besluit bevat een
                                opsomming van onderdelen van de Wet kinderopvang waarvan kan worden
                                afgeweken.</al><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.5</nr><titel>Ouderparticipatieopvang </titel></kop><structuurtekst><al> Indien opvang in een kindercentrum door tenminste één van de ouders
                                van de opgevangen kinderen geschiedt, worden voor toepassing van
                                artikel 50, eerste lid, ouders gelijkgesteld met personeel en
                                beroepskrachten (art. 57 Wk). Voor ouderparticipatieopvang gelden de
                                kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en Beleidsregels kwaliteit,
                                met uitzondering van de eisen voor gekwalificeerd personeel en de
                                verplichte oudercommissie.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>3</nr><titel>Gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot
                            toezicht en handhaving kinderopvang </titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.1</nr><titel>Melding en registratie in het kinderopvangregister </titel></kop><structuurtekst><al> Sinds de invoering van de Wet kinderopvang is het college verplicht
                                om een register bij te houden van de in de gemeente gevestigde
                                kindercentra. Alle kindercentra zijn, voordat de exploitatie van
                                start kan gaan, verplicht zich aan te melden bij het college, zodat
                                ze kunnen worden opgenomen in het kinderopvangregister (art. 45 lid
                                1 Wk). Met het wetsvoorstel gastouderopvang, ingangsdatum 1 januari
                                2010, wordt zowel een voorziening voor gastouderopvang (de
                                gastouder) als gastouderbureau (verder: GOB) object van toezicht en
                                handhaving. Deze objecten van toezicht en handhaving moeten worden
                                ingeschreven in het Landelijk Register. Inschrijving in dit register
                                van beide objecten van toezicht gebeurt door de gemeente. De
                                aanvraag voor inschrijving voor zowel GOB als voor een bij dit
                                bureau aangesloten voorziening voor gastouderopvang, wordt gedaan
                                door het GOB.</al><al> Voor franchiseorganisaties geldt dat elke franchiseondernemer zich
                                in de gemeente van vestiging moet melden voor opname in het
                                register. Het gaat hierbij om franchiseondernemers die als
                                bemiddelaar voor gastouderopvang werken. Dit geldt dus ook voor
                                gastouders die als zelfstandige op basis van een franchiseformule
                                werken. Gastouders moeten zich ook laten registreren.</al><al> Er is één landelijk register kinderopvang. Dit vervangt de 445
                                individuele gemeentelijke registers. Het register zorgt niet alleen
                                voor meer professionaliteit, maar helpt ook de Belastingdienst om
                                misbruik te voorkomen. Alle bestaande kindercentra en centra voor
                                buitenschoolse opvang (bso) worden vóór 1 juli 2010 automatisch
                                opgenomen in het landelijk register. Gastouderbureaus die in 2009
                                geregistreerd zijn in gemeentelijke registers worden vóór 1 juli
                                2010 automatisch opgenomen in een voorlopig register. De
                                inschrijving van bestaande gastouderbureaus is slechts voorlopig,
                                omdat zij aan nieuwe kwaliteitseisen moeten voldoen. De definitieve
                                inschrijving volgt nadat de GGD heeft vastgesteld dat ze aan de
                                nieuwe eisen voldoen. Nieuwe kindercentra en gastouderbureaus worden
                                eveneens pas in het register ingeschreven na een positieve
                                beoordeling door de GGD.</al><al> Gastouders</al><al> Ook gastouders (bestaand en nieuw) worden ingeschreven in het
                                Landelijk Register. Vanaf 1 januari 2010 ontvangen ouders alleen nog
                                een vergoeding als hun gastouder en gastouderbureau voor het einde
                                van dat jaar zijn ingeschreven in het Landelijk Register
                                Kinderopvang. Zowel gastouders als gastouderbureaus moeten voldoen
                                aan hogere eisen om in dit register opgenomen te worden Het
                                gastouderbureau moet gastouders hiervoor tijdig aanmelden bij de
                                gemeente waar de gastouderopvang plaatsvindt. Alleen dan kunnen
                                gastouders vóór 1 januari 2011 worden opgenomen in het Landelijk
                                register Kinderopvang, na goedkeuring door de GGD.</al><al> Binnen 10 weken na melding moet de procedure van aanvraag melding
                                tot informeren door de gemeente aan houder en GGD over wel/geen
                                opname landelijk register, afgerond zijn.</al><al> Wijziging en verwijdering van gegevens uit het register</al><al> De houder dient elke wijziging van de gegevens die opgenomen staan
                                in het register mee te delen aan het college (art. 47 Wk). De houder
                                wordt vervolgens schriftelijk op de hoogte gesteld van opname van de
                                (gewijzigde) gegevens in het register.</al><al> Het college heeft zelf ook de mogelijkheid om wijzigingen in het
                                register aan te brengen, indien is gebleken dat de opgenomen
                                gegevens niet overeenstemmen met de werkelijke situatie. Ook van
                                deze wijziging wordt de houder schriftelijk op de hoogte gesteld
                                (art. 8 Regeling Wk).</al><al> Het college kan overgaan tot verwijdering van gegevens uit het
                                register als de houder daartoe een verzoek over heeft ingediend of
                                als is gebleken dat de houder het kindercentrum niet langer
                                exploiteert. Daarnaast kan het college tot verwijdering van gegevens
                                overgaan, indien uit het inspectieonderzoek blijkt dat de houder
                                naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de
                                kwaliteitseisen van de wet, respectievelijk de Beleidsregels
                                kwaliteit (art. 9 Regeling Wet kinderopvang).</al><al> Niet-gemelde kinderopvang</al><al> Houders van kindercentra die zich niet bij de gemeente hebben
                                gemeld voor registratie plegen in principe een economisch delict in
                                de zin van de Wet Economische Delicten. Het actief strafrechtelijk
                                opsporen van niet-gemelde kinderopvang hoort niet tot de taak van de
                                toezichthouder.</al><al> Krijgt de gemeente echter een signaal dat in haar gemeente
                                kinderopvang of gastouderopvang plaatsvindt zonder dat de houder in
                                het register is opgenomen dan kan de gemeente de GGD opdracht geven
                                een zogenaamde voorselectie te doen. De GGD moet in dat geval
                                onderzoeken of er sprake is van kinderopvang of gastouderopvang in
                                de zin van art 1, eerste lid van de Wk.</al><al> Weigert de houder mee te werken aan het onderzoek, en bestaat het
                                vermoeden dat opvang in de zin van de Wet kinderopvang plaats vindt,
                                kan aangifte gedaan worden bij de politie.</al><al> Tot slot</al><al> Elke opneming (inclusief elke wijziging in de gegevens) in het
                                register wordt openbaar bekend gemaakt in</al><al> een lokaal verspreid dag-, nieuwe- of huis-aan-huisblad. Het
                                register ligt kosteloos voor een ieder ter</al><al> inzage op het gemeentehuis en is gepubliceerd op de website van de
                                gemeente Neder-Betuwe (www.nederbetuwe.nl).</al><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.2</nr><titel>Toezicht en uitvoering </titel></kop><structuurtekst><al> Zoals in paragraaf 1.1 al is vermeld, is het college volgens de Wet
                                kinderopvang verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van
                                de kwaliteitsregels in de kinderopvang.</al><al> In de wet is vastgelegd dat het toezicht op naleving feitelijk is
                                neergelegd bij de GGD. Om de gemeentelijke verantwoordelijkheden te
                                kunnen waarmaken, zijn er schriftelijke afspraken met de GGD gemaakt
                                over de uitvoering van het toezicht. Deze afspraken worden indien
                                nodig jaarlijks geactualiseerd.</al><al> Benoemen toezichthouder</al><al> Het college ziet toe op de naleving van de kwaliteitseisen van de
                                Wet kinderopvang, de Regeling Wet kinderopvang en de Beleidsregels
                                kwaliteit kinderopvang (art. 61 lid 1 Wk).</al><al> Voor het uitvoeren van het toezicht benoemt het college ambtenaren
                                van de GGD als toezichthouder en maakt hiervan melding in een lokaal
                                verspreid dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad (art. 61 lid 2 Wk).
                                Benoeming geeft de toezichthouder de bevoegdheid om met of zonder
                                toestemming, onder bepaalde voorwaarden, een woning binnen te treden
                                waar een kindercentrum of gastouderbureau is gevestigd.</al><al> Momenteel worden juridische mogelijkheden van aanpassing van
                                artikel 61 lid 1 Wk onderzocht. Het gaat om de mogelijkheid ook
                                andere personen dan ambtenaren, die voldoen aan de vereiste
                                kwalificatie te benoemen als toezichthouder.</al><al> Nieuw melding kindercentrum/ gastouderbureau</al><al> Binnen 10 weken na een melding door de houder onderzoekt de
                                toezichthouder of de exploitatie van het kindercentrum of
                                gastouderbureau redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming
                                met de kwaliteitseisen genoemd in hoofdstuk 3, paragraaf 2 en 3 van
                                de Wet kinderopvang (Regeling Wk art, 10).</al><al> Jaarlijkse inspectie en incidenteel onderzoek</al><al> De toezichthouder onderzoekt jaarlijks of elk kindercentrum of
                                gastouderbureau aan de kwaliteitseisen voldoet (art. 62 lid 2 Wk).
                                Ook kan de toezichthouder incidenteel onderzoek uitvoeren (art. 63
                                lid 3 Wk).</al><al> Nadat de toezichthouder zijn bevindingen in een inspectierapport
                                heeft vastgelegd, krijgt de houder de gelegenheid zijn zienswijze
                                over het rapport kenbaar te maken. De zienswijze wordt in een
                                bijlage bij het inspectierapport opgenomen. Binnen 3 weken na
                                vaststelling wordt het rapport openbaar gemaakt en een afschrift
                                wordt voor ouders en personeel ter inzage gelegd (art. 63 lid 4 en 5
                                Wk).</al><al> Voor de te hanteren werkwijze voor het uitvoeren van het onderzoek
                                heeft de minister op grond van artikel 64 Wet kinderopvang
                                'Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang' vastgesteld
                                (zie ook paragraaf 1.5).</al><al> Het inspectierapport bevat een advies aan de gemeente om al dan
                                niet handhavend op te treden.</al><al> In het 'Overzicht bevindingen toezichthouder per inspectiedomein'
                                in het inspectierapport beschrijft de toezichthouder per domein de
                                context van de voorwaarden waar de houder niet aan voldoet.</al><al> De gemeente kan de aangegeven verzwarende of verzachtende
                                omstandigheden, de inspanning van de houder, etc. mee laten wegen
                                bij het beoordelen van de te nemen handhavingsactie.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.3</nr><titel>Gemeentelijk ingrijpen, handhaven en sanctioneren </titel></kop><structuurtekst><al/><al> Indien blijkt dat de houder van een kindercentrum niet voldoet aan
                                één of meer kwaliteitseisen moet de gemeente een handhavingstraject
                                starten. De bevoegdheid om handhavend op te treden ligt bij het
                                college en is gemandateerd aan de manager van de afdeling Onderwijs
                                en Welzijn. Hierover later meer.</al><al> Het college kan een keuze maken uit de volgende wettelijke
                                maatregelen om naleving van de kwaliteitseisen af te dwingen: -
                                Aanwijzing (door college) of bevel (door toezichthouder) -
                                Bestuursdwang - Last onder dwangsom - Exploitatieverbod -
                                Uitschrijving uit register - Bestuurlijke boete In de meeste
                                gevallen moet het college eerst een aanwijzing opleggen alvorens tot
                                een zwaarder handhavingsmiddel wordt overgegaan. In spoedeisende
                                gevallen heeft de toezichthouder de mogelijkheid om een bevel op te
                                leggen. Voorwaarde voor het opleggen van een bevel is dat de
                                toezichthouder van oordeel is dat de tekortkomingen bij een
                                kindercentrum of gastouderbureau zodanig zijn dat het nemen van
                                maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden.</al><al> De gemeente kan, voordat de eerste juridische stap van aanwijzing
                                wordt gezet, overwegen eerst een schriftelijke waarschuwing te
                                geven. Ook kan overwogen worden eerst op basis van mondelinge
                                overreding de houder te bewegen de overtreding te herstellen. Zowel
                                de waarschuwing als de mondelinge overreding hebben geen juridische
                                status en betekenen een uitstel van het sanctioneringtraject. Bij de
                                keuze van de te nemen maatregelen moeten motieven van de overtreder
                                worden meegenomen.</al><al> Alle maatregelen en de daarbij horende procedures staan beschreven
                                in de handreiking 'Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang' (zie
                                bijlage 1). De gemeente Tiel hanteert dit afwegingsmodel bij het
                                uitvoeren van de handhavingsacties als blijkt dat een houder van een
                                kindercentrum niet voldoet aan een of meer kwaliteitseisen van de
                                Wet kinderopvang en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang.</al><al> In het afwegingsmodel zijn prioriteiten gesteld. De zwaarte van de
                                prioriteit komt tot uiting in de hersteltermijnen van de aanwijzing.
                                De hersteltermijn in het afwegingsmodel wordt aangegeven in een
                                bandbreedte. Na het verstrijken van een hersteltermijn dient de
                                overtreding beëindigd te zijn. Ter controle hiervan kan de handhaver
                                schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel de GGD de opdracht
                                geven voor een herinspectie.</al><al> Mandatering</al><al> Indien het nodig is om een handhavingsactie te staken, is het van
                                belang dat er binnen de gestelde termijnen gehandeld wordt. Om de
                                procedure efficiënt te laten verlopen, is het hoofd van de afdeling
                                Onderwijs en Welzijn gemandateerd door het College met betrekking
                                tot hoofdstuk 3 paragraaf 2, en hoofdstuk 4 paragraaf 1 en 2 van de
                                Wet kinderopvang.</al><al> Samenvatting handhavingstraject: 1. In principe start het
                                gemeentelijke handhavingstraject direct na ontvangst van het
                                definitieve inspectierapport van de GGD.</al><al> 2. Op basis van het 'Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang' wordt
                                bepaald welke maatregel genomen wordt.</al><al> 3. In dit Afwegingsmodel zijn ook de hersteltermijnen vastgelegd.
                                De eerste (juridische) stap is meestal het opleggen van een
                                aanwijzing, fase 1.</al><al> 4. In geval de GGD al een bevel heeft gegeven, kan het bevel
                                beschouwd worden als fase 1. In dit geval kan de gemeente de
                                aanwijzing overslaan en direct overgaan naar fase 2: een andere
                                maatregel opleggen.</al><al> 5. De gemeente kan in bijzondere gevallen, voordat de eerste
                                juridische stap van aanwijzing wordt gezet, overwegen eerst een
                                schriftelijke waarschuwing te geven of op basis van een mondelinge
                                overreding de houder te bewegen de overtreding te herstellen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.4</nr><titel>Handhaving ten opzichte van ouders </titel></kop><structuurtekst><al> Deze nota heeft betrekking op de handhaving ten opzichte van de
                                houders van kindercentra. In het kader van de Wet Kinderopvang heeft
                                de gemeente voor vastgestelde doelgroepen nog een taak in het mede
                                bekostigen van de kinderopvang. Deze taak is neergelegd bij de
                                afdeling Werk en Inkomen. Ook in dat kader kan handhaving aan de
                                orde komen. Voor een volledig overzicht wordt dit ook in deze nota
                                benoemd.</al><al> Als een ouder bepaalde verplichtingen niet nakomt, kan een
                                bestuurlijke boete worden opgelegd. Het gaat hierbij om de
                                verplichting om desgevraagd binnen een redelijke termijn alle
                                gegevens te verstrekken van de ouder en zijn partner die van belang
                                zijn voor de beoordeling op de aanspraak op de tegemoetkoming door
                                de gemeente. Het gaat hierbij ook om de verplichting om gegevens te
                                verstrekken aan het college die kunnen leiden tot de vaststelling
                                van een lagere tegemoetkoming, onmiddellijk na het bekend worden van
                                die gegevens. De bestuurlijke boete mag ten hoogste € 2.269,—
                                bedragen.</al><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.5</nr><titel>Integrale handhaving</titel></kop><structuurtekst><al> Houders van kindercentra hebben niet alleen te maken met regels die
                                voortvloeien uit de Wet kinderopvang, maar moeten ook voldoen aan
                                tal van andere regels waarvan het toezicht bij de gemeente berust.
                                Uit oogpunt van efficiency kan het de aanbeveling verdienen om de
                                handhaving integraal uit te voeren samen met de brandweer en bouw-
                                en woningtoezicht. Zo ontstaat een beter beeld van de mate waarin
                                wetten worden nageleefd en wordt voorkomen dat de wijze, waarop
                                regels worden uitgevoerd, verschillend worden geïnterpreteerd.
                                Bovendien neemt de ‘toezichtlast’ voor ondernemers af. Invoering van
                                een volledig integraal handhavingsbeleid vergt verregaande studie en
                                afstemming dan in het kader van opstelling van deze nota mogelijk
                                is.</al><al> Om pragmatische redenen kiest de gemeente Neder-betuwe er op dit
                                moment voor om op het registratieformulier kinderopvang en op de
                                website van de gemeente Neder-Betuwe aan de houders kenbaar te maken
                                welke andere wet- en regelgeving zij in acht moeten nemen.</al><al> Bij een binnengekomen melding vindt tussen de vakafdelingen
                                gegevensuitwisseling plaats.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.6</nr><titel>Jaarverslag Wet kinderopvang</titel></kop><structuurtekst><al> De Minister van OCW houdt toezicht op de rechtmatigheid en
                                doeltreffendheid van de uitvoering van de wettelijke taken door het
                                college (art. 68 Wk). Het zogenaamde tweedelijnstoezicht wordt onder
                                gezag van de Minister van OCW uitgevoerd door de Inspectie voor het
                                Onderwijs (voorheen door de Inspectie Werk en Inkomen).</al><al> Het college stelt jaarlijks voor 1 mei een verslag vast van alle
                                toezicht- en handhavingstaken die de gemeente in een kalenderjaar in
                                het kader van de Wet kinderopvang heeft verricht (art. 12 lid 1
                                Regeling Wk). Het verslag bevat een overzicht en geeft inzicht in: -
                                De uitgevoerde onderzoeken door de toezichthouder, gespecificeerd
                                naar onderzoek. - De situaties die aanleiding hebben gegeven tot een
                                incidenteel onderzoek. - De wijze waarop de onderzoeken zijn
                                uitgevoerd. - De onderzoeksresultaten. - De wijze waarop handhaving
                                van de kwaliteitseisen heeft plaatsgevonden. Het college zendt het
                                verslag naar de gemeenteraad en naar de minister. De minister stelt
                                jaarlijks een verslag op van de werkzaamheden in het kader van het
                                tweedelijntoezicht van het voorafgaande kalenderjaar (art. 70 Wk).
                                Het verslag wordt naar de Tweede Kamer gestuurd</al><al> Het gemeentelijke jaarverslag heeft dus twee belangrijke
                                functies:</al><al> 1. De beoordeling van het gemeentelijke toezicht op het aanbod van
                                kinderopvang.</al><al> 2. De verzameling van aanvullende informatie ten aanzien van de
                                effectiviteit van het systeem van het eerstelijntoezicht Wet
                                kinderopvang.</al><al> Geraadpleegde bronnen</al><al> Handhavingsbeleid kinderopvang gemeente Tiel, januari 2009</al><al> Handreiking voor een transparant handhavingsbeleid, VNG, 2008</al><al> www.ocw.nl</al><al> www.vng.nl</al><al/></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al> Aldus vastgesteld door college van burgemeester en wethouders</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel/></kop><al> 1. Afwegingsmodel handhavingsbeleid gemeente Neder-Betuwe.</al><al> 2. Afspraken tussen de GGD Rivierenland en de (regio)gemeenten Rivierenland in
                    het kader van de Wet Kinderopvang.</al><al> 3. Aanhangsel gemeentelijk handhavingsbeleid kinderopvang. Bijlage 3.
                    Aanhangsel gemeentelijk handhavingsbeleid kinderopvang Vanaf 1 januari 2010 zijn
                    de wettelijke kwaliteitseisen (vanuit onder meer de Wet kinderopvang en de
                    beleidsregels kwaliteit kinderopvang) voor gastouderbureaus aangepast. Tevens
                    zijn gastouders als object van toezicht en handhaving toegevoegd. Op dit moment
                    zijn beide aanpassingen nog niet in het handhavingsbeleid van de gemeente
                    Neder-Betuwe doorgevoerd. Dit laat echter onverlet dat in voorkomende gevallen
                    er wel gehandhaafd moet worden op basis van de geldende wet- en regelgeving.
                    Hierbij zal zoveel mogelijk aansluiting gezocht worden met het handhavingsbeleid
                    van de gemeente Neder-Betuwe.</al><al> Gemeenten hebben de bevoegdheid volgens de wet gemotiveerd af te wijken van het
                    handhavingadvies van de GGD.</al><al><extref doc="/cvdr/images/Neder-Betuwe/i151157.pdf">Bijlage 1 Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang Gemeente Neder-Betuwe</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Neder-Betuwe/i151158.pdf">Bijlage 2 Afspraken gemeenten-GGD</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>