<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77056_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Havenverordening Meppel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Meppel</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-06-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Meppel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad, 05-06-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Havenverordening Meppel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-12-28</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2, 14, 15</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>183718</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Havenreglement gemeente Meppel</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vastgesteld op 7 juni 2001 en in werking getreden op 14 juni 2001 en sindsdien gewijzigd.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Havenverordening Meppel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Nr.VI/12</al><al> De R a a d der gemeente Meppel;</al><al> gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 31 mei 2001, nr.
                        VI/12; gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al> b e s l u i t: vast te stellen de: HAVENVERORDENING MEPPEL </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 1</label><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Toepassingsgebied </titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op openbare wateren in eigendom en
                            beheer bij de gemeente Meppel welke op een bij deze verordening
                            behorende kaart nader zijn aangegeven en die, al dan niet met enige
                            beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn,
                            alsmede op de daarbij behorende werken als kadeterreinen, oevers,
                            steigers, trappen, bruggen en andere kunstwerken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen </titel></kop><al>a. bedrijfsvaartuig: een vaartuig, daaronder begrepen een object te
                            water, niet-zijnde een binnenschip, hoofdzakelijk gebruikt of bestemd
                            voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep dan wel voor de
                            uitoefening van sociaal-culturele activiteiten.</al><al>b. binnenschip: een schip gebruikt of bestemd voor bedrijfsmatig
                            goederenvervoer, alsmede sleep- en duwboten.</al><al>c. havengebied: het openbaar water genaamd Buitenhaven, deel
                            Meppelerdiep ter hoogte van de loswal Meursingeweg, deel Drentsche
                            Hoofdvaart ter hoogte van de Paradijskade, Schuttevaerhaven, Sethehaven,
                            Zijtak Meppelerdiep, haven Rogat en de Hoogeveensevaart, inclusief de
                            Sluisgracht en de Stoombootkade, een en ander met inbegrip van de
                            aangrenzende oevers, kaden, steigers, kampeerterreinen en openbare
                            terreinen.</al><al>d. havenmeester: de door het college als zodanig benoemde ambtenaar,
                            alsmede diens plaatsvervanger(s).</al><al>e. jachthaven: een haven waar overwegend gelegenheid wordt gegeven voor
                            het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van pleziervaartuigen. </al><al>f. ligplaats innemen: het aanleggen met een schip aan een kade, laad- en
                            losplaats of steiger; het zich binnen 12 meter vanaf de oeverlijn van de
                            kade ophouden met het doel om personen of goederen van of aan boord te
                            nemen.</al><al> g. openbaar water: alle wateren in het havengebied die, al dan niet met
                            enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk
                            zijn.</al><al> h. passagiersschip: een binnenschip dat is bestemd of wordt gebruikt
                            voor het bedrijfsmatig vervoer van personen.</al><al>i. pleziervaartuig: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt
                            gebruikt voor niet-bedrijfsmatige, dat wil zeggen sportieve of
                            recreatieve doeleinden.</al><al> j. schipper: degene die over een schip het gezag heeft of degene die
                            hem vervangt of als zodanig optreedt of degene die het schip
                            daadwerkelijk bestuurt.</al><al> k. schip: elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder
                            waterverplaatsing en een watervliegtuig dat feitelijk wordt gebruikt of
                            geschikt is om te gebruiken of geschikt is om te worden gebruikt als
                            middel tot verplaatsing te water; onder schip wordt mede verstaan
                            drijvende werktuigen, zoals kranen, baggermolens, pontons of materieel
                            van soortgelijke aard, alsmede woonboten, glijboten en ponten.</al><al> l. vaartuig: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende
                            werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten.</al><al> m. vaarweg: elk voor het openbaar verkeer met schepen openstaand
                            water.</al><al>n. woonschip: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat
                            uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt als, of te oordelen naar zijn
                            constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot een
                            als hoofdverblijf geldend dag- of nachtverblijf van één of meer
                            personen.</al><al>o. historisch vaartuig: een vaartuig dat aanvankelijk is gebouwd als
                            bedrijfsvaartuig, dat een leeftijd heeft van minimaal 50 jaar en dat qua
                            uiterlijk zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat van bouw en
                            uitrusting wordt gehouden en in gebruik is voor permanente
                            bewoning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2a</nr><titel>Vergunningen en ontheffingen</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op beslissingen
                            op aanvragen om vergunningen en ontheffingen ingevolge deze
                            verordening</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 2</label><titel>Openbare orde en veiligheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Openbare orde </titel></kop><al>Iedere schipper die zich met zijn vaartuig op het openbaar water
                            bevindt, is verplicht de</al><al>aanwijzingen van de havenmeester of een andere daartoe bevoegde
                            ambtenaar en de sluis/brugwachter, ter handhaving van de</al><al>openbare orde en veiligheid, op te volgen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel> Drijvende voorwerpen </titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het college houtvlotten,
                            balken,</al><al>bomen, planken of visbunnen in de openbare wateren te hebben
                            liggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onbeheerd drijvende vaartuigen </titel></kop><al>De havenmeester of een andere daartoe bevoegde ambtenaar is bevoegd
                            onbeheerd drijvende vaartuigen welke in openbaar water</al><al>worden aangetroffen, te meren, te verhalen en in bewaring te nemen voor
                            rekening en</al><al>risico van de rechthebbende(n).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zeilplanken e.d. </titel></kop><al>1. Op openbaar water is het verboden te varen met een zeilplank of
                            waterscooter, dan</al><al>wel zich met waterski’s voort te bewegen.</al><al>2. Het college kan ontheffing verlenen van het gestelde in het
                            eerste</al><al>lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden
                            verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Gebruik van vaartuigen </titel></kop><al>1. Het is verboden een vaartuig als opslagplaats, bedrijfsruimte of
                            voor</al><al>handelsdoeleinden te gebruiken.</al><al>2. Het college kan ontheffing verlenen van het gestelde in het
                            eerste</al><al>lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden
                            verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Opleggen van vaartuigen </titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het college in het
                            havengebied</al><al>een vaartuig op te leggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Het bouwen, herstellen, droogzetten en slopen van vaartuigen
                            </titel></kop><al>1. Het is verboden in openbaar water vaartuigen te bouwen, te doen
                            bouwen, te</al><al>verbouwen of te doen verbouwen of daaraan herstelwerkzaamheden te
                            verrichten of te</al><al>doen verrichten.</al><al>2. Het in het vorige lid vervatte verbod geldt niet voor:</al><al>a. het uitvoeren van noodreparaties;</al><al>b. het uitvoeren van kleine onderhoudswerkzaamheden die worden
                            uitgevoerd op</al><al>een door de havenmeester aan te wijzen plaats.</al><al>3. Het is verboden vaartuigen te slopen of droog te zetten op andere dan
                            door het college aangewezen plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Het breken van ijs </titel></kop><al>1. Het is verboden ijs in openbaar water te breken.</al><al>2. Het in het vorige lid bedoelde verbod geldt niet:</al><al>a. voor het losmaken van ijs rond vaartuigen;</al><al>b. voor hem, die handelt in opdracht of met toestemming van de
                            havenmeester of een andere daartoe bevoegde ambtenaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Baggeren </titel></kop><al>1. Het is verboden in openbaar water te baggeren of naar voorwerpen te
                            vissen of te</al><al>zoeken;</al><al>2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:</al><al>a. voor diegenen die door het college zijn aangewezen voor het
                            verrichten van de in het vorige lid bedoelde werkzaamheden.</al><al>b. voor hem, die handelt in opdracht of met toestemming van de
                            havenmeester of een andere daartoe bevoegde ambtenaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Gebruik aggregaat </titel></kop><al>1. Het is verboden om aggregaten te gebruiken voor het opwekken van
                            energie.</al><al>2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                            gestelde verbod, indien ter plaatse van de aangewezen ligplaats geen of
                            onvoldoende walvoorzieningen zijn aangebracht voor het verkrijgen van de
                            benodigde energie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Hond aan boord </titel></kop><al>Schippers die een hond of honden aan boord van hun vaartuig hebben,
                            zijn, indien ambtenaren die belast zijn met de zorg voor de nakoming van
                            de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften dit
                            verlangen, verplicht om deze hond of honden bij het betreden van het
                            vaartuig door die ambtenaren en gedurende hun verblijf aan boord vast te
                            leggen en vastgelegd te houden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 3</label><titel>Het meren en innemen van een ligplaats</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Het innemen van een ligplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ligplaats vaartuigen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1. Het college stelt de plaatsen vast waar de verschillende
                                    categorieën vaartuigen ligplaats mogen innemen of hebben in het
                                    havengebied.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De plaatsen worden aangegeven op een kaart.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per plaats kunnen voorschriften worden gegeven over:</al><al>- het aantal;</al><al>- de soort;</al><al>- openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en
                                    het aanzien van de gemeente</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in geval van festiviteiten of andere bijzondere
                                    gelegenheden een periode van maximaal zeven (7) aaneengeslotend
                                    dagen vaststellen waarin het niet is toegestaan ligplaats in te
                                    nemen in aangewezen gedeelten van het havengebied</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ligplaatsverbod </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het is verboden zonder vergunning van het college een ligplaats
                                    te hebben of in te nemen met een vaartuig op een plaats welke
                                    niet voor dat soort vaartuig door het college is
                                    aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet indien de verkeerssituatie dan wel het
                                    aanvragen van een vergunning aan het college tot het aanleggen
                                    aan een door het college hiertoe aangewezen aanlegplaats
                                    noodzaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Dit verbod geldt niet ten aanzien van bemande open roei- en
                                    visboten die telkens niet langer dan een aaneengesloten etmaal
                                    in een openbaar water ligplaats kiezen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Dit verbod geldt niet ten aanzien van pleziervaartuigen die in
                                    een openbaar water dat particulier eigendom is, binnen een
                                    afstand van tien meter van de oever ligplaats kiezen, met dien
                                    verstande dat dit ligplaats kiezen aldaar door niet meer dan
                                    twee vaartuigen tegelijk geschiedt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het in het eerste tot en met het vierde lid bepaalde geldt niet
                                    voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                    door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatwerken, de Provinciale
                                    omgevingsverordening Drenthe of de Woonschepenverordening van
                                    toepassing zijn.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is het verboden zonder
                                    vergunning van het college een ligplaats te hebben of in te
                                    nemen met een historisch vaartuig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><al>1. Onverminderd het krachtens het derde lid van artikel 14 bepaalde
                                kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen
                                geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                                veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.</al><al>2. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.</al><al>3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in
                                de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, de
                                Provinciale omgevingsverordening Drenthe of de
                                Woonschepenverordening van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Meldingsplicht en verblijfsduur vaartuigen</titel></kop><al> 1. De schipper die met zijn vaartuig een ligplaats in de havens
                                wenst in te nemen, is verplicht zich direct na aankomst met dit
                                vaartuig in de havens te melden bij de havenmeester.</al><al>2. Van een toegewezen ligplaats mag niet langer dan twee
                                aaneengesloten maanden gebruik gemaakt worden, waarbij deze termijn
                                door de havenmeester met ten hoogste nog eens twee maanden kan
                                worden verlengd. Binnen drie maanden na het verlaten van de
                                ligplaats mag niet opnieuw een ligplaats worden ingenomen, tenzij er
                                binnen de toegstane termijn bedrijfsmatige activiteiten van
                                herhaaldelijke aard plaatsvinden. </al><al>3. Het college kan ontheffing verlenen van het gestelde in het
                                tweede lid.</al><al>4. Het in het eerste lid genoemde gebod is van toepassing op alle
                                vaartuigen, behoudens pleziervaartuigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verbod te water te laten en op de wal te trekken </titel></kop><al>1. Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                pleziervaartuig vanaf een openbaar terrein in openbaar water te
                                laten of op de wal te trekken.</al><al>2. Dit verbod geldt niet:</al><al>a. in de door het college aangewezen jachthavens;</al><al>b. ten aanzien van kano’s, kleine opblaasbare boten zonder hulpmotor
                                en zeilplanken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Woon- en nachtverblijf anders dan op een woonschip</titel></kop><al>1. Het is verboden een schip of vaartuig, dat geen woonschip is,
                                permanent als woon- en nachtverblijf te gebruiken.</al><al>2. Het in het eerste lid vervatte verbod omvat niet het verblijf op
                                een vrachtschip, dat daadwerkelijk als zodanig wordt gebruikt, mits
                                en zover het verblijf in het openbaar water rechtstreeks verband
                                houd met het laden of lossen van goederen, dan wel het verblijf
                                beperkt is tot een enkele overnachting of tot zon- en
                                feestdagen.</al><al>3. Het in het eerste lid vervatte verbod geldt evenmin ten aanzien
                                van een sleepboot, voor zover deze wordt gebruikt voor verplaatsing
                                van een vrachtschip, als bedoeld in het tweede lid.</al><al>4. Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op
                                historische vaartuigen waarvoor een vergunning als bedoeld in
                                artikel 15, eerste lid, is verleend.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Voorschriften ten aanzien van het meren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Het meren </titel></kop><al>1. De schipper is verplicht ervoor te zorgen dat de touwen en
                                trossen of draden van zijn vaartuig met de meergelegenheid zodanig
                                zijn verbonden dat aan andere vaartuigen bij de doorvaart van
                                bruggen of van de gebruikelijke vaarweg geen hinder kan worden
                                veroorzaakt.</al><al>2. De schipper is verplicht ervoor zorg te dragen dat zijn vaartuig
                                zolang het een ligplaats inneemt, deugdelijk is vastgemaakt.</al><al>3. Het vastmaken mag niet anders geschieden dan aan de daartoe
                                bestemde middelen of aan vaartuigen welke aan zodanige middelen zijn
                                vastgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Beveiligingsmaatregelen bij het meren </titel></kop><al>Waar geen remmingwerken aanwezig zijn, is de schipper verplicht door
                                het</al><al>aanbrengen van stootwillen of op een andere wijze ervoor zorg te
                                dragen, dat tengevolge</al><al>van het meren van zijn vaartuig geen schade aan enig eigendom van
                                derden kan worden</al><al>veroorzaakt.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 4</label><titel>Instandhouding en bescherming kaden en werken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Uitvoeren en behouden van werken </titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het college in, op, onder of
                            over</al><al>de vaarweg en de kaden enig werk uit te voeren en te behouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken en oevers </titel></kop><al>1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te
                            brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde vaarten,
                            havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,
                            oeverbegroeiing, bruggen, zetten duikers, pompen, waterleidingen,
                            gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.</al><al>2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 350
                            Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Verboden handelingen </titel></kop><al>1. Het is verboden:</al><al>a. het gebruik van enig werk te belemmeren of te beletten.</al><al>b. op de vaarweg, met inbegrip van de daaraan grenzende gronden, vaste
                            stoffen te werpen of te laten vallen.</al><al>c. bij het doorvaren van bruggen of sluizen met enig voorwerp te steken
                            of te haken in daarvoor niet bestemde hout- of ijzerwerken.</al><al>d. over bruggen te lopen of te rijden, voordat zij geheel gesloten en
                            vastgezet zijn, of over de</al><al>sluisdeuren te lopen voordat zij gesloten zijn.</al><al>e. met voertuigen te rijden over sluismuren, sluisdeuren en
                            sluisterreinen voor zover deze hiervoor niet zijn bestemd.</al><al>f. de voor een brug aanwezige afsluitbomen te openen of zich op het
                            afgesloten gedeelte te</al><al>begeven wanneer de afsluiting niet geheel is geopend.</al><al>g. zich op enig werk te begeven, waartoe de toegang op een voor ieder
                            blijkbare wijze is</al><al>verboden.</al><al>h. zonder daartoe door de havenmeester of een andere daartoe bevoegde
                            ambtenaar te zijn aangezocht, bruggen te draaien, te openen of te
                            sluiten, sluisdeuren te openen of te sluiten, schuiven te lichten of
                            andere werkzaamheden</al><al>van deze ambtenaren te verrichten.</al><al>i. in of langs de haven andere goederen of voorwerpen neer te leggen dan
                            welke moeten worden ingescheept of zijn ontladen, of goederen te laten
                            liggen, na verloop van de door de bevoegde ambtenaren voor de lading of
                            wegvoering bepaalde termijn.</al><al>j. in openbaar water te zoeken en te vissen naar stenen of andere
                            gezonken voorwerpen.</al><al>2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                            bepaalde. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden
                            verbonden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 5</label><titel>Het laden en het lossen op de kade</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Verboden handelingen </titel></kop><al>1. Het is verboden:</al><al>a. op de kaden goederen te laten liggen na verloop van de door de
                            bevoegde ambtenaar voor</al><al>inlading of wegvoering bepaalde termijn.</al><al>b. op de kaden tot op een afstand van 5 meter van de kademuren of
                            beschoeiing materialen op te slaan welke een belasting van 2 ton per m2
                            te boven gaan.</al><al>c. op de kaden vaste of verplaatsbare los- en laadinrichtingen, zoals
                            kranen, transporteurs of</al><al>dergelijke toestellen, werken of inrichtingen te hebben of in gebruik te
                            nemen.</al><al>d. op de kaden te lossen of te laden door middel van drijvende kranen,
                            transporteurs of dergelijke drijvende toestellen, werken of
                            inrichtingen.</al><al>e. goederen te laden of te lossen op de kaden op zodanige wijze dat
                            daardoor naar het oordeel van de havenmeester het laden en lossen van
                            andere goederen belemmerd of verhinderd wordt.</al><al>f. op de kaden hooi, stro, riet of andere lichtontvlambare stoffen op te
                            slaan.</al><al>2. De verboden als bedoeld in het eerste lid onder c. en d. gelden niet
                            voor toestellen, werken of inrichtingen die onmiddellijk vóór het lossen
                            of laden van een vaartuig worden aangevoerd en onmiddellijk ná het
                            lossen of laden worden verwijderd.</al><al>3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                            gestelde. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden
                            verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Het laden en lossen van gevaarlijke stoffen </titel></kop><al>Behoudens op door het college aan te wijzen plaatsen is het verboden
                            de</al><al>kaden te gebruiken voor het laden en lossen van ontplofbare, licht
                            ontvlambare,</al><al>schadelijke, hinderlijke en giftige stoffen. Aan deze aanwijzingen
                            kunnen voorschriften</al><al>worden verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Het laden en lossen van zand en andere stoffen </titel></kop><al>Het is de schipper van een vaartuig verboden aan de kaden zand, ijzer,
                            puin, graan,</al><al>steenkolen, turfstrooisel, of soortgelijke stoffen te lossen of te
                            laden, op zodanige wijze dat</al><al>die stoffen op enigerlei wijze in het water geraken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Reiniging kade </titel></kop><al>De schipper is verplicht ervoor zorg te dragen dat, nadat zijn vaartuig
                            is geladen en gelost,</al><al>de kade wordt gereinigd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 6</label><titel>Het stellen van nadere regels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Het stellen van nadere regels </titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde
                            in deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 7</label><titel>Straf- en toezichtbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Strafbepaling </titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, wordt
                            gestraft met</al><al>hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede
                            categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Toezicht </titel></kop><al>1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                            deze verordening is belast de havenmeester.</al><al>2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening belast de door het college aangewezen
                            personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Binnentreden </titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van</al><al>de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke
                            strekken tot handhaving</al><al>van de openbare orde of (verkeers-) veiligheid of bescherming van het
                            leven of de</al><al>gezondheid van personen, zijn bevoegd zich te allen tijde aan boord van
                            een vaartuig te</al><al>begeven en alle plaatsen en ruimten te betreden zonder toestemming van
                            de</al><al>rechthebbende(n) op het vaartuig.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 8</label><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Intrekking oude regeling </titel></kop><al>Ingetrokken worden:</al><al>a. de Pleziervaartuigenverordening, vastgesteld op 2 januari 1998;</al><al>b. de artikelen 5.3.2 tot en met 5.3.5 van de Algemene Plaatselijke
                            Verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Overgangsrecht </titel></kop><al>1. Vergunningen die zijn verleend onder de werking van de
                            Pleziervaartuigenverordening en die van kracht zijn op het moment van
                            inwerkingtreding van deze verordening, worden aangemerkt als
                            vergunningen krachtens deze verordening.</al><al>2. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                            een aanvraag om vergunning op grond van de Pleziervaartuigenverordening
                            is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening
                            toegepast.</al><al>3. Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag om
                            vergunning krachtens de Pleziervaartuigenverordening wordt beslist met
                            toepassing van deze verordening.</al><al>4. Voor zover niet in strijd met de inhoud van deze verordening blijft
                            het door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde
                            Havenreglement van kracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Inwerkingtreding </titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerstvolgende dag na die waarop
                            zij is bekend gemaakt.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 juni 2001,</ondertekening><ondertekening> De voorzitter, De secretaris,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>