<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR77038_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening 1998</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekjournaal</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening 1998</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>MONUMENTENVERORDENING 1998</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>monument:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak, die van algemeen belang is vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de
                      wetenschap of cultuurhistorische waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein, dat van algemeen belang is vanwege een aanwezige zaak als bedoeld
                      onder 1;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>beschermd gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de
                  bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is
                  aangewezen;</al></li><li nr="c."><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de
                  overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen
                  zaken/terreinen;</al></li><li nr="d."><al>beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge
                  de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;</al></li><li nr="e."><al>kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap,
                  kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat
                  uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de
                  eredienst;</al></li><li nr="f."><al>beschermde beeldbepalende zaak: aan de openbare weg gelegen (deel van een)
                  onroerende beeldbepalende zaak, die qua schoonheid van algemeen belang is vanwege
                  het stedenbouwkundig-, architectonisch- en/of landschappelijk beeld, maar niet
                  overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument kan worden
                  geregistreerd;</al></li><li nr="g."><al>gemeentelijke lijst beeldbepalende zaken: de lijst waarop zijn vermeld de
                  overeenkomstig deze verordening geregistreerde beeldbepalende zaken.</al></li><li nr="h."><al>monumentencommissie: de door het college ingestelde commissie of aangewezen
                  instantie, met als taak de werkzaamheden, die beschreven zijn in de “Verordening
                  regelende de taak, de samenstelling en de werkwijze van de
                  monumentencommissie”;</al></li><li nr="i."><al>bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar
                  de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument;</al></li><li nr="j."><al>bomen en/of bossages: bomen en/of bossages, die op de lijst “monumentale bomen”
                  zijn geplaatst en waarvoor in beginsel geen kapvergunning wordt afgegeven, tenzij
                  sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, noodtoestand of
                  andere uitzonderlijke situatie;</al></li><li nr="k."><al>beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht: groepen van onroerende zaken, die
                  van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke- of
                  structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke- of cultuurhistorische waarde
                  en in welke groepen zich een of meer monumenten dan wel beeldbepalende zaken
                  bevinden, die geregistreerd zijn op de rijks- of gemeentelijke monumentenlijst dan
                  wel lijst van beeldbepalende zaken. </al></li><li nr="l."><al>gemeentelijke lijst beschermde stads- of dorpsgezichten: de lijst waarop zijn
                  vermeld de overeenkomstig deze verordening geregistreerde beschermde gemeentelijke
                  stads- of dorpsgezichten: </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument/beeldbepalend pand</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van
              het monument/beeldbepalende zaak. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BESCHERMDE GEMEENTELIJKE MONUMENTEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de registratie op
              de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende,
                een monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen, vragen
                zij advies aan de monumentencommissie en horen de eigenaar. In spoedeisende gevallen
                kan het vragen van dit advies achterwege blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen, dat voor de aanwijzing van een monument
                als beschermd gemeentelijk monument bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monument aanwijzen, voeren zij
                overleg met de eigenaar. Indien een aangewezen kerkelijk monument de wezenlijke
                belangen van de godsdienstuitoefening verliest, wordt het geacht te zijn aangewezen
                als beschermd gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3
                van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening
                van de provincie Noord-Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijn advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van
                het verzoek van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen twaalf weken na ontvangst van het
                advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de
                adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Mededeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen
                die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger staan en aan de ingeschreven
                hypothecaire schuldeisers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken de aanwijzing op de in de gemeente gebruikelijke
                wijze bekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders registreren het beschermde gemeentelijke monument op de
                gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de
                aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het
                beschermde gemeentelijke monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een
                belanghebbende wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede, derde en vierde lid, alsmede artikel 4, eerste en tweede lid,
                zijn van overeenkomstige toepassing op de wijziging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en wethouders van
                ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3,
                tweede, derde en vierde lid, alsmede artikel 4, eerste lid, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en datum van wijzigen worden op de gemeentelijke monumentenlijst
                aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing intrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede en derde lid, en artikel 4, eerste en tweede lid, zijn van
                overeenkomstige toepassing op de intrekking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven
                aan de Monumentenwet 1988 of de monumentenverordening van de provincie
                Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.</al><al>Paragraaf 2 Vergunningen tot wijziging of afbraak van beschermde gemeentelijke
                monumenten</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument of beschermde gemeentelijke
                zaak te beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders of in strijd met
                bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschermd gemeentelijk monument of beschermde beeldbepalende zaak af te
                    breken, te verstoren, te verplaatsen, te vervreemden of in enig opzicht te
                    wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een beschermd gemeentelijk monument of beschermde beeldbepalende zaak te
                    herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het
                    wordt ontsierd of in gevaar gebracht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><al>De aanvraag van de vergunning als bedoeld in artikel 9, tweede lid, wordt ingediend
              bij burgemeester en wethouders en moet de volgende gegevens bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>tekeningen of foto’s van de bestaande situatie;</al></li><li nr="c."><al>tekeningen of foto’s van de beoogde situatie.</al></li></lijst><al>Burgemeester er wethouders kunnen ter beoordeling van de aanvraag nadere gegevens
              van de aanvrager verlangen, waaronder de resultaten van een bouwhistorisch
              onderzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr></kop><al>De aanvraag voor een vergunning bedoeld in artikel 9 wordt niet verleend wanneer één
              of meer van de volgende criteria in het geding zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>Architectonische waarde. Onder deze waarde vallen:</al></li><li nr="·"><al>de bouwstijl of bouwtrant, </al></li><li nr="·"><al>de functionele en/of typologische ontwikkeling daarvan, </al></li><li nr="·"><al>de esthetische kwaliteiten (massa, ruimtelijke indeling, verhoudingen in de
                  gevels, bijzondere of zeldzame detaillering, materiaal- en kleurgebruik),</al></li><li nr="·"><al>de interieurwaarden, </al></li><li nr="·"><al>de voorbeeldwaarde van het object in het oeuvre van de architect of kunstenaar
                  en/of in de plaatselijke, regionale of landelijke architectuurgeschiedenis, </al></li><li nr="·"><al>de constructiewijze van het bouwwerk. </al></li><li nr="b."><al>Stedenbouwkundige waarde. Onder deze waarde vallen:</al></li><li nr="·"><al>de betekenis van het object in een cultuurhistorisch opzicht belangrijk
                  stedenbouwkundig of landschappelijk concept, </al></li><li nr="·"><al>de beeldbepalende betekenis in een historisch gegroeid stedelijk of
                  landschappelijk gebied, </al></li><li nr="·"><al>het belang van het object vanwege de wijze van verkaveling, inrichting en
                  voorzieningen, </al></li><li nr="·"><al>de bijzondere betekenis voor het aanzien van een streek, stad, dorp of wijk
                  (oriëntatiepunt), </al></li><li nr="·"><al>de bijzondere kwaliteit van de bebouwing en de ruimtelijke relatie met
                  groenvoorzieningen, wegen, wateren en/of bodemgesteldheid.</al></li><li nr="c."><al>Cultuurhistorische waarde. Onder deze waarde vallen:</al></li><li nr="·"><al>de betekenis van het object als uitdrukking van een culturele,
                  sociaal-economische, technische of geestelijke ontwikkeling,</al></li><li nr="·"><al>als uitdrukking van een geografische, landschappelijke of bestuurlijke
                  ontwikkeling, </al></li><li nr="·"><al>vanwege een plaatselijke, regionaal of landelijk historisch gegeven.</al></li><li nr="d."><al>Gaafheid/herkenbaarheid. Onder deze waarde vallen:</al></li><li nr="·"><al>de gaafheid van het exterieur en/of interieur van het object, </al></li><li nr="·"><al>het belang als onderdeel van een complex, waarvan de samenstellende delen een
                  gaaf en herkenbaar visueel karakter hebben, </al></li><li nr="·"><al>het belang als onderdeel van een stedelijke, dorpse of landschappelijke omgeving
                  met een gave structuur en een herkenbaar visueel karakter.</al></li><li nr="e."><al>Zeldzaamheid. Onder deze waarde vallen:</al></li><li nr="·"><al>het belang vanwege zijn zeldzaamheid in architectuur-historisch, bouwtechnisch,
                  typologisch of functioneel opzicht en/of zijn bijzondere ouderdom.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Advies van de monumentencommissie en beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders vragen op grond van de Monumentenverordening 1998
                advies aan de monumentencommissie voordat zij beslissen op de aanvraag als bedoeld
                in artikel 10.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat een beslissing wordt genomen op de aanvraag wordt deze twee weken ter
                inzage gelegd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na de tervisielegging termijn wordt de adviesaanvraag aan de monumentencommissie
                gezonden, vergezeld van de ingekomen zienswijzen. De commissie brengt binnen vier
                weken na de adviesaanvraag schriftelijk advies uit aan burgemeester en wethouders.
                Indien een bouwhistorisch onderzoek noodzakelijk wordt geacht, hetgeen bij de
                ontvankelijkheid dient te worden bepaald, kan de termijn met ten hoogste vier weken
                worden verlengd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij overschrijding van de in het derde lid genoemde termijnen wordt de
                monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na ontvangst van het advies
                van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 13 weken na ontvangst van de
                aanvraag van de vergunning. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het vijfde lid genoemde termijn van 13
                weken met ten hoogste dertien weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis
                geven binnen de in het vijfde lid genoemde termijn van 13 weken.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het vijfde of zesde lid, wordt
                de vergunning geacht te zijn verleend.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften verbinden in
                het belang van de monumentenzorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kerkelijk monument</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders geven met betrekking tot een beschermd kerkelijk monument
              of een geen beschikking ingevolge de bepalingen van artikel 9, tweede lid, dan in
              overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het een beschikking betreft,
              waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding
              zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien;</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is
                    verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 9,
                    tweede lid, niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben
                    gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;</al></li><li nr="d."><al>niet binnen 52 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de
                monumentencommissie.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>BESCHERMDE RIJKSMONUMENTEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Vergunningen tot wijziging van beschermde rijksmonumenten.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van de aanvraag om vergunning voor
                een beschermd rijksmonument met de naar voren gebrachte zienswijzen, zoals bedoeld
                in artikel 12, tweede lid, van de Monumentenwet 1988 en het advies van de
                Rijksdienst voor de Monumentenzorg aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen vier weken
                na de datum van verzending van het verzoek om advies aan de monumentencommissie.
                Indien een bouwhistorisch onderzoek noodzakelijk wordt geacht kan de termijn met ten
                hoogste vier weken worden verlengd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijnen wordt de
                monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMDE STADS OF DORPSGEZICHTEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>De aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht en de
              registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een stads- of dorpsgezicht aanwijzen als
                beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen, leggen
                zij het concept-aanwijzingsbesluit vier weken ter visie en vragen zij, met de
                ingebrachte zienswijzen, advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen
                kan het vragen van advies achterwege blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezichten betreffen dat is aangewezen op
                grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de
                monumentenverordening van de provincie Noord Brabant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van
                het verzoek van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen twaalf weken na ontvangst van het
                advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de
                adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders registreren het beschermde gemeentelijke stads- of
                dorpsgezicht op de lijst gemeentelijke beschermde stads of dorpsgezichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De lijst gemeentelijke beschermde stads of dorpsgezichten bevat de plaatselijke
                aanduiding, de datum van aanwijzing, de gebiedsaanwijzing van het beschermde stads-
                of dorpsgezicht en een beschrijving van de daarin vervatte cultuurhistorische
                waarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>De artikelen 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat aan
              artikel 8, derde lid, nog wordt toegevoegd artikel 35 van de Monumentenwet 1988.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt, ter bescherming van een beschermd gemeentelijk stads- of
                dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke
                Ordening dat de aanwezige cultuurhistorische waarden beschermd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd gemeentelijk stads- of
                dorpsgezicht wordt door burgemeester en wethouders bepaald, met in achtneming van
                artikel 19, lid 3, in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in
                de zin van het eerste lid kunnen worden aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens burgemeester en wethouders een ontwerp van een als in artikel 19, lid 1
                bedoeld bestemmingsplan vaststellen, vragen zij de monumentencommissie advies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van
                het verzoek van burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezichten is het verboden een bouwwerk
                ingevolge de bepalingen van de woningwet en de bouwverordening geheel of
                gedeeltelijk af te breken zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester
                en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen sloopvergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een aanschrijving van
                burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid zijn, totdat een
                beschermend bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, de artikelen 10 tot en met
                13 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>BEELDBEPALENDE ZAKEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>De aanwijzing en registratie op de gemeentelijke lijst "Beeldbepalende
              zaken".</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek van belanghebbenden,
                besluiten zaken aan te wijzen als "Beeldbepalende zaken".</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen, vragen
                zij advies aan de monumentencommissie en horen de eigenaar. In spoedeisende gevallen
                kan dit advies achterwege blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens burgemeester en wethouders een kerkelijke beeldbepalende zaak aanwijzen,
                voeren zij overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Beeldbepalende zaken, die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in artikel
                6 van de Monumentenwet of die zijn geplaatst op een lijst van monumenten, op grond
                van een monumentenverordening van de provincie Noord-Brabant, of die geplaatst zijn
                op de monumentenverordening 1998 worden door burgemeester en wethouders niet op de
                in dit artikel bedoelde lijst geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Termijn advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van
                het verzoek van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen twaalf weken na ontvangst van het
                advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de
                adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Mededeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 21, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen
                die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger staan en aan de ingeschreven
                hypothecaire schuldeisers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken de aanwijzing op de in de gemeente gebruikelijke
                wijze bekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Registratie op de lijst van beeldbepalende zaken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders registreren de beschermde beeldbepalende zaak op “de
                lijst van beeldbepalende zaken”.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De lijst van beeldbepalende zaken bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van
                de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van
                het beschermde deel van de beeldbepalend zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een
                belanghebbende wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 22, tweede en derde lid, alsmede artikel 23, eerste en tweede lid, zijn
                van overeenkomstige toepassing op de wijziging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en wethouders van
                ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 22,
                tweede en derde lid, alsmede artikel 23, eerste lid, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en datum van wijzigen worden op de lijst van beeldbepalende zaken
                aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing intrekken.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 22, tweede en derde lid, en artikel 23, eerste en tweede lid, zijn van
                  overeenkomstige toepassing op de intrekking.</al></li><li nr="3."><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven
                  aan de Monumentenwet 1988, de monumentenverordening van de provincie Noord-Brabant
                  of de monumentenverordening 1998.</al></li><li nr="4."><al>De intrekking wordt op de lijst van beeldbepalende zaken aangetekend.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Vergunningen tot wijziging of afbraak van beeldbepalende zaken.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders vragen de monumentencommissie advies, indien een
                bouwvergunning wordt aangevraagd voor een vervangend bouwplan of voor wijziging van
                een op de lijst "Beeldbepalende zaken" geplaatst onroerend goed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders vragen in het onder lid 1 voorkomende geval tevens de
                welstandscommissie advies ten aanzien van de welstandsaspecten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij hun beraadslagingen betrekken zowel de monumentencommissie als de
                welstandscommissie ten aanzien van de in lid 1 bedoelde aanvrage tevens de
                beschrijving welke hoort bij het beeldbepalende zaak.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>SCHADEVERGOEDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning tot wijziging,
                    afbraak, verwijdering of vervreemding van een gemeentelijk
                    monument/beeldbepalende zaak te verlenen als bedoeld in artikel 9, tweede lid,
                    van deze verordening.</al></li><li nr="b."><al>voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een vergunning tot
                    wijziging, afbraak, verwijdering of vervreemding van een gemeentelijk monument
                    schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of geheel te zijnen laste
                    behoort te blijven kent de gemeenteraad hem op zijn aanvraag een naar
                    billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de behandeling van de verzoeken zijn de bepalingen van de Algemene wet
                bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij, die handelt in strijd met artikel 9 van deze verordening, wordt gestraft met
              een geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Opsporingsbevoegdheid</titel></kop><al>De opsporing van de in artikel 9 strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel
              141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan
              hen die door burgemeester en wethouders met de zorg voor de naleving van deze
              verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing
              zijn vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Binnentreden</titel></kop><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit vereist, wordt hierbij
              de machtiging verstrekt al dan niet besloten ruimten en plaatsen, met uitzondering van
              woningen, desnoods tegen de wil van rechthebbende, bewoner of gebruiker, te betreden,
              aan hen die en voor zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het toezicht op
              de naleving van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op de beschermde gemeentelijke
                monumenten en beeldbepalende zaken treedt zij in werking op .. juli 1998.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentenverordening van de gemeente Loon op Zand, vastgesteld bij besluit van
                de gemeenteraad van 24 juni 1992, voor zover het betreft bepalingen over
                gemeentelijke monumenten, vervallen op .. juli 1998.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten, treedt
                zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de
                Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De monumentenverordening van de gemeente Loon op Zand, vastgesteld bij besluit van
                de gemeenteraad van 24 juni 1992 voor zover het betreft bepalingen over beschermde
                rijksmonumenten, vervallen op de datum waarop het derde lid toepassing vindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Monumentenverordening 1998".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand
            van 25 juni 1998.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening>secretaris,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>