<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76942_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regeling initiatiefvoorstellen gemeente Neder-Betuwe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Neder-Betuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2004-11-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Neder-Betuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">-</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nadere regeling initiatiefvoorstellen gemeente Neder-Betuwe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 147a, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-11-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-03-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>181004-6d</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum inwerkingtreding is niet precies te achterhalen en is daarom bij benadering ingevuld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nadere regeling initiatiefvoorstellen gemeente Neder-Betuwe</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit</al><al>Datum besluit: 28 oktober 2004</al><al>De raad van de gemeente Neder-Betuwe;</al><al>gelezen het voorstel van het presidium, d.d. 20 september 2004; gelet op het
                        bepaalde in artikel 147a, lid 3 van de Gemeentewet:</al><al>BESLUIT:</al><al>De Nadere regeling initiatiefvoorstellen gemeente Neder-Betuwe als volgt
                        vaststellen:</al><al>De nadere regeling initiatiefvoorstellen geeft de overwegingen en
                        voorwaarden aan waaronder een initiatiefvoorstel in de gemeente Neder-Betuwe
                        dient te worden ingediend.</al><al>Bij het indienen van een initiatiefvoorstel staan twee vragen staan
                        centraal:</al><al>1. Een initiatiefvoorstel, ja of nee? Wanneer is een initiatiefvoorstel een
                        goed instrument voor een raadslid bij het vervullen van zijn
                        volksvertegenwoordigende en kaderstellende rol?</al><al>2. Een initiatiefvoorstel, hoe dan? Als het zinvol is een initiatiefvoorstel
                        in te dienen, waaraan moet een raadslid dan denken bij het opstellen
                        ervan?</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>1</nr><titel>Een initiatiefvoorstel: ja of nee?</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label></kop><al> Het opstellen van een initiatiefvoorstel vergt een flinke investering
                            van tijd en energie. Het is daarom verstandig van te voren goed na te
                            gaan of een initiatiefvoorstel mogelijk en wenselijk is. Onderstaande
                            vijf vragen bieden daartoe aanknopingspunten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>vraag 1</nr><titel>Onderwerpkeuze</titel></kop><al> De eerste vraag is uiteraard waar het initiatiefvoorstel ongeveer over
                            gaat. Op welk onderwerp heeft het betrekking? Gaat het over een
                            onderwerp dat de burgers bezig houdt of betreft het juist een meer
                            interne kwestie? In beide gevallen kan het indienen van een
                            initiatiefvoorstel nuttig zijn. Als een raadslid besluit een
                            initiatiefvoorstel in te dienen, dan is het van belang af te wegen
                            of:</al><al> a. hij met het desbetreffende onderwerp wil worden geassocieerd;</al><al> b. hij voldoende tijd, expertise en motivatie heeft om de gehele
                            procedure van een initiatiefvoorstel tot een goed einde te brengen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>Vraag 2</nr><titel>Aard van het op te lossen probleem</titel></kop><al> Als het onderwerp globaal is vastgesteld, moet een preciezere
                            probleemstelling worden geformuleerd. Anders gezegd: welk probleem wil
                            het raadslid aanpakken? Dikwijls is het zaak een complex en/of diffuus
                            probleem tot hanteerbare proporties terug te brengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>Vraag 3</nr><titel>Wat kan de gemeentelijke overheid doen aan de oplossing van het
                                probleem?</titel></kop><al> De derde stap is het beantwoorden van de vraag wat de gemeentelijke
                            overheid kan doen aan de oplossing van het probleem? Deze vraag valt in
                            twee deelvragen uiteen:</al><al> In hoeverre is de oplossing van het probleem überhaupt vatbaar voor
                            beïnvloeding door de overheid? Zo ja, ligt het dan op de weg van de
                            gemeentelijke overheid op dit vlak stappen te ondernemen?</al><al> Als beide vragen positief zijn beantwoord, ligt de volgende vraag voor
                            de hand.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>Vraag 4</nr><titel>Bestaat er ten aanzien van het onderwerp al gemeentelijk beleid
                                of is er beleid in ontwikkeling?</titel></kop><al> Vaak bestaat er op het vlak van het gekozen onderwerp al enig
                            gemeentelijk beleid of is dat in ontwikkeling. Ook kan er sprake zijn
                            van een grote verwevenheid met ander beleid van de gemeente. In die
                            gevallen moet het raadslid zichzelf de vraag stellen wat zijn
                            initiatiefvoorstel daaraan toevoegt. Als de toegevoegde waarde gelet op
                            het al bestaande of toekomstige gemeentelijke beleid voldoende is, ligt
                            een initiatiefvoorstel mogelijk in het verschiet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>Vraag 5</nr><titel>Alternatieven voor een initiatiefvoorstel</titel></kop><al> De laatste stap die een raadslid zet, voordat hij echt aan de slag kan
                            met zijn initiatiefvoorstel, is het beantwoorden van de vraag of er niet
                            een beter alternatief voorhanden is voor het vervullen van zijn
                            volksvertegenwoordigende rol. Kan hij niet beter een motie indienen bij
                            de begroting of de voorjaarsnota (of bij een andere geschikte
                            gelegenheid)? Of het onderwerp als agendapunt opvoeren voor een
                            commissievergadering of een plenaire raadsvergadering? Of mondelinge dan
                            wel schriftelijke vragen stellen aan het college? Deze alternatieven
                            zijn vooral relevant indien het onderwerp primair de uitoefening van een
                            collegebevoegdheid betreft.</al><al> Denkbaar is ook het ene te doen zonder het andere te laten. Soms,
                            bijvoorbeeld als het om een gevoelig onderwerp gaat, kan het namelijk
                            verstandig zijn eerst een minder zwaar instrument in te zetten. Als in
                            zo’n geval dan blijkt dat het college niet of onvoldoende bereid is de
                            zaak aan te pakken, bijvoorbeeld doordat het een aangenomen motie naast
                            zich neerlegt, is indiening van een initiatiefvoorstel te
                            overwegen.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>2</nr><titel>Een initiatiefvoorstel: hoe dan?</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label></kop><al> Als een raadslid na beantwoording van de hiervoor vermelde vragen tot
                            de conclusie komt dat indiening van een initiatiefvoorstel verstandig
                            is, dan komt het opstellen van een dergelijk voorstel aan de orde.
                            Hierbij zijn drie stappen te onderscheiden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>Stap 1</nr><titel>Wat moet er in het initiatiefvoorstel?</titel></kop><al> In het verlengde van de vijf bij punt 1 gestelde vragen komt het
                            raadslid voor de vraag te staan, wat de inhoud van zijn
                            initiatiefvoorstel moet zijn. Met name de aangescherpte probleemstelling
                            uit vraag 2 kan daarbij dienstig zijn.</al><al> Betrekkelijk eenvoudig is de optie dat hij een initiatiefvoorstel
                            indient om in de raad (en mogelijk ook met burgers en maatschappelijke
                            organisaties) een discussie over een bepaald probleem te voeren. Deze
                            optie is meer gericht op het proces. Daarbij hoeven niet direct
                            oplossingen aangedragen te worden. Oplossingen zouden eventueel voorwerp
                            van een vervolgvoorstel kunnen zijn.</al><al> Ingewikkelder is het wanneer het raadslid ook uitgewerkte voorstellen
                            voor inhoudelijke oplossingen wil aanreiken. Daarbij kan het gaan
                            om:</al><al> • gemeentelijke regelgeving;</al><al> • feitelijk beleid (voorzover het tot de bevoegdheid van de raad
                            behoort);</al><al> • een verzoek aan het college ten aanzien van de uitoefening van zijn
                            bevoegdheden;</al><al> • een combinatie van de vorige drie mogelijke onderwerpen.</al><al> Als een raadslid overweegt een initiatiefvoorstel in te dienen dat een
                            verzoek inhoudt aan het college met betrekking tot een van zijn
                            bevoegdheden lijkt het raadzaam een goede afweging te maken tussen het
                            indienen van een initiatiefvoorstel en de eerder genoemde alternatieven
                            die de raad ten dienste staan (motie, vragen).</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>Stap 2</nr><titel>Andere praktische voorbereidingen</titel></kop><al> Als de contouren van het initiatiefvoorstel zijn getrokken, kan het
                            eigenlijke werk bijna beginnen. Daarbij moet het raadslid zich nog wel
                            afvragen of hij het voorstel in zijn eentje (of met één of meer
                            fractiegenoten of misschien met raadsleden van andere partijen samen)
                            schrijft of dat hij hulp van buiten inroept. Daarbij kan gedacht worden
                            aan bijvoorbeeld ambtenaren, deskundigen van belangengroepen, groepen
                            burgers, de steunfractie of (geestverwante) raadsleden van andere
                            gemeenten die al een soortgelijk voorstel hebben ingediend. Met name in
                            het kader van de vertegenwoordigende rol van het raadslid kan het
                            inschakelen van externen een zeker positief effect sorteren.</al><al> Verder is het zaak om in dit stadium (of nog eerder) na te denken over
                            zaken als:</al><al> • de te volgen tactiek (is een breed politiek draagvlak vooraf gewenst
                            of juist niet vanwege de profilering);</al><al> • het tijdschema (handig voor de formele procedure en voor externe
                            communicatie);</al><al> • relevante communicatieve aspecten (persbericht, berichten op website,
                            persconferentie).</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>Stap 3</nr><titel>Het schrijven van het initiatiefvoorstel</titel></kop><al> Een initiatiefvoorstel bestaat in het algemeen uit een ontwerpbesluit,
                            een toelichting en een aanbiedingsbrief. Deze drie onderdelen behoeven
                            elk de nodige aandacht.</al><al> Het ontwerpbesluit</al><al> De kern van het initiatiefvoorstel is het ontwerpbesluit. Dit
                            ontwerpbesluit bevat deelbesluiten van zowel inhoudelijke als
                            procedurele aard. De inhoudelijke besluiten betreffen één of meer van de
                            drie eerder genoemde onderwerpen: regelgeving, feitelijk (raads)beleid
                            en verzoeken aan het college. De procedurele aspecten betreffen:</al><al> a. de verdere tenuitvoerlegging van de besluiten (meestal opgedragen
                            aan het college);</al><al> b. de datum van inwerkingtreding van de besluiten;</al><al> c. de eventuele evaluatie van de besluiten;</al><al> d. de eventuele datum van buitenwerkingtreding van de besluiten
                            (horizonbepaling).</al><al> Kenmerk van (de onderdelen van) een ontwerpbesluit is dat de
                            formulering voldoende precies moet zijn om geen onduidelijkheid te laten
                            bestaan bij de uitvoerende instanties en anderen aan wie het besluit
                            iets opdraagt. Verder moet de formulering dusdanig helder zijn dat
                            amendering mogelijk is. Voor het overige varieert de vorm van onderdelen
                            van ontwerpbesluiten nogal. Indien gemeentelijke verordeningen moeten
                            worden aangepast of aangevuld, vraagt dat een hoge mate van
                            nauwkeurigheid. Dat geldt uiteraard evenzeer als het initiatiefvoorstel
                            een geheel nieuwe verordening betreft. Tijdige controle of ambtelijke
                            ondersteuning door een terzake juridisch geschoolde ambtenaar van de
                            gemeente is in deze gevallen dan ook zeer aan te bevelen.</al><al> Zie bijlage I voor voorbeelden van formuleringen van een
                            ontwerp-besluit.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Besloten in de raadsvergadering van 28 oktober 2004,</ondertekening><ondertekening> de griffier, de voorzitter</ondertekening><ondertekening> A.J.D. Fukkink ir. A.P. Heidema</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label></kop><al> De toelichting is vormvrij. Bij een wat omvangrijker ontwerpbesluit kan het
                    geen kwaad om naast een algemene toelichting een op de afzonderlijke
                    deelbesluiten gerichte, meer gedetailleerde toelichting (bijvoorbeeld per
                    artikel) op te nemen. Zowel de algemene als de onderdeelsgewijze toelichting
                    moeten een adequaat antwoord geven op twee vragen:</al><al> 1. waarom is terzake gemeentelijk beleid nodig?</al><al> 2. waarom is dit beleid nodig?</al><al> 3. waarom zijn de regels zo geformuleerd als in het voorstel staat; hoe helpt
                    dat het gewenste doel naderbij te brengen? Ontwerpbesluit en toelichting worden
                    aan de raad aangeboden met een aanbiedingsbrief. Het verdient aanbeveling deze
                    aanbiedingsbrief kort te houden. Met een korte aanduiding van het hoe en waarom
                    van het voorstel kan worden volstaan. Tevens kunnen enkele elementaire
                    procedurele aspecten worden vermeld, met name de data van behandeling door de
                    raadscommissie(s) en de plenaire raad mogen niet ontbreken. Hierover dient
                    uiteraard overleg met de voorzitter van de raadscommissie en de raad plaats te
                    vinden. Soms wordt ook het raadspresidium in zijn rol als agendacommissie
                    hierbij betrokken. De aanbiedingsbrief wordt door de indiener(s) ondertekend;
                    niet door collegeleden of de secretaris.</al></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><titel>bij Raadsbesluit 28 oktober 2004 Nadere Regeling Initiatiefvoorstellen
                        Neder-Betuwe</titel></kop><al> Inhoudsopgave</al><al> 1. Checklist voor een initiatiefvoorstel</al><al> 2. Voorbeelden van ontwerpbesluiten:</al><al> a. inhoudelijk;</al><al> b. procedureel.</al><al> 1. Checklist voor een initiatiefvoorstel</al><al> Deze checklist biedt in een kort bestek een aantal zowel politieke als
                    praktische aandachtspunten voor raadsleden die overwegen een initiatiefvoorstel
                    in te dienen. Deze vragen worden in de nadere regeling nader uitgewerkt.</al><al> a. Wil ik worden geassocieerd met het onderwerp?</al><al> b. Is het probleem vatbaar voor beïnvloeding door de gemeente?</al><al> c. Is er al beleid (in ontwikkeling)?</al><al> d. Wat is de concrete probleemstelling?</al><al> e. Beschik ik over voldoende tijd, expertise en motivatie?</al><al> f. Richt ik me op regelgeving, beleid van de raad of bevoegdheden van het
                    college?</al><al> g. Is het initiatiefvoorstel het beste middel om invloed uit te oefenen?</al><al> h. Wiens ondersteuning heb ik nodig bij het maken van het voorstel?</al><al> i. Hoe breed moet het draagvlak zijn?</al><al> j. Welke eisen worden gesteld aan de formulering van het
                    initiatiefvoorstel?</al><al> k. Hoe communiceer ik mijn voorstel?</al><al> 2. Voorbeelden van formuleringen van een ontwerpbesluit bij
                    initiatiefvoorstellen</al><al> a. Inhoudelijk.</al><al> Als we als voorbeeld van een onderwerp voor een initiatiefvoorstel een bepaalde
                    aanscherping van het gemeentelijk afvalbeleid (bijvoorbeeld: een betere aanpak
                    van zwerfvuil) nemen, dan ziet een - op regelgeving van de raad gericht -
                    ontwerpbesluit er als volgt uit:</al><al> Figuur 1</al><al> De raad van de gemeente Neder-Betuwe besluit:</al><al> I. de verordening inzake de afvalstoffen als volgt aan te passen:</al><al> A</al><al> Artikel 13 komt als volgt te luiden:</al><al> (volgt de tekst van het gewijzigde artikel 13).</al><al> B</al><al> Artikel 14 vervalt.</al><al> C</al><al> Na artikel 15 wordt een artikel ingevoegd dat luidt: Artikel 15a</al><al> (volgt de tekst van het nieuwe artikel 15a).</al><al> Denkbaar is dat er (ook) nadere regelgeving in het geding is. De bevoegdheid
                    tot het opstellen van dergelijke regelgeving is vaak overgedragen aan het
                    college. Een initiatiefvoorstel en het ontwerpbesluit dat hierop betrekking
                    heeft zal dan een - politiek tamelijk dwingend - verzoek aan het college
                    behelzen. Ook daarover moet in het ontwerpbesluit iets worden opgemerkt. Het
                    betreffende deelbesluit van het initiatiefvoorstel ziet er dan als volgt
                    uit:</al><al> Figuur 2</al><al> De raad van de gemeente Neder-Betuwe besluit:</al><al> I. de verordening inzake de afvalstoffen als volgt aan te passen: (zie figuur
                    1)</al><al> II. het college te verzoeken het reglement inzake de inzameling van huisvuil
                    bij particulieren en bedrijven aan te passen aan de door middel van besluit I
                    gewijzigde verordening inzake afvalstoffen, waarbij ...</al><al> (hier volgen eventuele inhoudelijke richtlijnen aan het college).</al><al> In dit voorbeeld is het reglement inzake de inzameling van huisvuil een
                    bevoegdheid van het college. Om die reden verzoekt de raad het college het
                    reglement te wijzigen. Hij is immers zelf niet bevoegd hierover te
                    besluiten.</al><al> Is er ook nog feitelijk beleid in het geding, dan wordt ook daarover een
                    ontwerp-deelbesluit geformuleerd. Verschillende gradaties van concreetheid zijn
                    hierbij denkbaar. In deelbesluit III (Figuur 3) zijn enkele varianten
                    weergegeven.</al><al> Figuur 3</al><al> De raad van de gemeente Neder-Betuwe besluit:</al><al> I. de verordening inzake de afvalstoffen als volgt aan te passen: (zie figuur
                    1)</al><al> II. het college te verzoeken het reglement inzake de inzameling van huisvuil
                    bij particulieren en bedrijven aan te passen aan de door middel van besluit I
                    gewijzigde verordening inzake de afvalstoffen, waarbij ... (zie figuur 2);</al><al> III. (indien het een niet-gedelegeerde bevoegdheid betreft) in wijk D tien
                    extra afvalbakken te plaatsen; of (indien het een gedelegeerde bevoegdheid
                    betreft) het college te verzoeken in wijk D tien extra afvalbakken te
                    plaatsen.</al><al> Voor de andere eerder genoemde mogelijke elementen van een ontwerpbesluit geldt
                    hetzelfde procédé. Denkbaar is dat het college wordt gevraagd te rapporteren
                    over de effecten van de te wijzigen regelingen of de handhaving daarvan.
                    Voorstelbaar is ook dat het college wordt verzocht te overleggen met Rijk of
                    provincie dan wel buurgemeenten over verwante zaken (bijvoorbeeld
                    vuilnistoerisme) en hierover aan de raad of de raadscommissie te rapporteren.
                    Ook is het mogelijk dat bepaalde aspecten van het onderwerp nadere studie
                    vereisen (bijvoorbeeld nieuwe verwerkingstechnieken). De tenuitvoerlegging van
                    een dergelijk onderzoek is typisch een bestuursverantwoordelijkheid en daarmee
                    een zaak voor het college. Dit soort deelbesluiten kan als volgt worden
                    geformuleerd (zie deelbesluit IV).</al><al> Figuur 4</al><al> De raad van de gemeente Neder-Betuwe besluit:</al><al> I. (...) figuur 1</al><al> II (...) figuur 2</al><al> III (...) figuur 3</al><al> IV. het college van burgemeester en wethouders te verzoeken:</al><al> 1. over de bestrijding van vuiltoerisme in overleg te treden met de gemeenten B
                    en C en over de resultaten daarvan voor 1 januari 2005 te rapporteren aan de
                    raadscommissie Grondgebiedzaken;</al><al> 2. over de praktische toepassing van techniek X een onderzoek te laten
                    verrichten, waarvan de resultaten uiterlijk op 1 januari 2005 beschikbaar
                    zijn.</al><al> Een lastig onderdeel in initiatiefvoorstellen vormt vaak de verwerking van de
                    lasten in de begroting. Bij de bepaling ervan is deskundige hulp vaak
                    onontbeerlijk. De meeste initiatiefvoorstellen zullen tot extra lasten leiden.
                    Dit betekent dat de begroting van baten en lasten weer sluitend gemaakt moet
                    worden. Hierdoor zullen of de baten moeten worden verhoogd of de lasten voor een
                    ander beleidsonderwerp worden verlaagd. Daarbij moet rekening worden gehouden
                    met het karakter van de extra lasten: zijn de lasten incidenteel (alleen van
                    belang voor het huidige begrotingsjaar) dan is een incidentele oplossing
                    voldoende; zijn de lasten structureel (leidt het voorstel tot extra lasten
                    gedurende meerdere jaren) dan zal er een structurele oplossing moeten worden
                    gezocht.</al><al> Of de raad of het college een voorstel doet om ruimte in de begroting te vinden
                    voor de extra lasten van het initiatiefvoorstel is een keuze voor de gemeente
                    zelf. In een gedualiseerd stelsel stuurt de raad op hoofdlijnen. Dit geldt ook
                    voor de begroting, daarom zal hij gaan autoriseren op een hoger niveau (geen
                    functies maar beleidsvelden c.q. programma’s). Dit betekent dat als het
                    initiatiefvoorstel tot een beperkte stijging van de lasten leidt, het college
                    binnen een beleidsveld (programma) de benodigde lastendaling kan bewerkstelligen
                    zonder dat een begrotingswijziging aan de raad wordt voorgelegd. Als het
                    initiatiefvoorstel echter een begrotingswijziging of forse beleidswijziging tot
                    gevolg heeft kan de raad worden verzocht aan te geven op welke beleidsvelden de
                    lasten verlaagd kunnen worden. De raad is zich dan bewust van de gevolgen van
                    die lastenverlaging voor het beleid.</al><al> Figuur 5</al><al> De raad van de gemeente Neder-Betuwe besluit:</al><al> I t/m IV (...)</al><al> V.</al><al> (als het college een oplossing zoekt):</al><al> - het college te verzoeken in de ontwerpbegroting voor 2005 (en in de
                    meerjarenraming) in programma x voorstel y op te nemen waardoor de lasten worden
                    verhoogd met E 100.000,- en de begroting te doen sluiten door binnen programma x
                    op een ander onderdeel de lasten te verlagen. Het college dient aan te geven
                    welke gevolgen dit heeft voor de beleidsdoelen van programma x.</al><al> (als de raad een oplossing zoekt):</al><al> - de raad besluit in de ontwerpbegroting voor 2005 (en in de meerjarenraming)
                    in programma x voorstel y op te nemen waardoor de lasten worden verhoogd met €
                    100.000. Tevens besluit de raad tot daling van de lasten van programma y met
                    €100.000, hetgeen gevolg z heeft voor de beleidsdoelen van programma y.</al><al> b. Procedureel</al><al> Tot slot zijn er de al genoemde procedurele aspecten van het ontwerpbesluit. De
                    formuleringen daarvan spreken voor zich (zie de deelbesluiten VI t/m VIII). Een
                    raadsbesluit voortvloeiend uit een initiatiefvoorstel wordt getekend door de
                    burgemeester (als voorzitter van de raad) en de griffier.</al><al> Figuur 6</al><al> De raad van de gemeente Neder-Betuwe besluit:</al><al> I t/m V (.... )</al><al> VI. het college van burgemeester en wethouders te verzoeken ; zorg te dragen
                    voor een adequate handhaving van de in de besluiten I en II bedoelde regelgeving
                    (of een andere in algemene termen gestelde opdracht);</al><al> VIl. het college van burgemeester en wethouders te verzoeken de regelgeving als
                    bedoeld in de besluiten I en II uiterlijk 1 januari 2006 op haar effectiviteit
                    en handhaafbaarheid te evalueren en de resultaten van deze evaluatie voor te
                    leggen aan de commissie Grondgebiedzaken;</al><al> VIII. dat de verordening als bedoeld in besluit I in werking treedt op 1
                    januari 2005 en eindigt op 31 december 2006, en verzoekt het college van
                    burgemeester en wethouders in de regelgeving als bedoeld in besluit 11 dezelfde
                    tijdstippen van inwerkingtreding en beëindiging op te nemen.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>