<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76813_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergeijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergeijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Geen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelII/HoofdstukII/Artikel33/geldigheidsdatum_10-04-2003">Gemeentewet, in het bijzonder art. 33, derde lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-02-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-04-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-06-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10. Verordening ambtelijke bijstand 2003</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum inwerkingtreding bij benadering.Zodra deze verordening in werking treedt vervalt de “Regeling inzake het verstrekken van ambtelijke bijstand aan de leden van de gemeenteraad” zoals die op 27 maart 1997 werd vastgesteld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ambtelijke bijstand 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>1. Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:</al><al>a. feitelijke informatie;</al><al>b. inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn;</al><al>c. bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of
                        andere bijstand.</al><al>2. De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt door de
                        griffier of op verzoek van de griffier, op aanwijzing van de secretaris,
                        door een ambtenaar gegeven.</al><al>3. Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                        informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de
                        secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al><al>4. De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend door
                        de griffier. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier kan worden
                        verleend kan de griffier de secretaris verzoeken één of meer ambtenaren aan
                        te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>1. De secretaris of de door hem aangewezen ambtenaar verleent de door de
                        griffier gevraagde ambtelijke bijstand tenzij:</al><al>a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking
                        heeft op de werkzaamheden van de raad;</al><al>b. dit het belang van de gemeente schaadt.</al><al>2. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste
                        lid geweigerd wordt.</al><al>3. Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de
                        secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid
                        dat het verzoek heeft ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt
                        geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen
                        aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het
                        verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><al>1. Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende
                        bijstand, doet hij hiervan mededeling aan de griffier en de secretaris.</al><al>2. Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen
                        bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De
                        burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de zaak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><al>1. Een raadslid kan schriftelijk aangeven dat een onderzoek om ambtelijke
                        bijstand of de inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden.</al><al>2. Indien het college of leden van het college informatie wensen over een
                        verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden
                        zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al>a. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening ambtelijke
                        bijstand 2003”.</al><al>b. Zodra deze verordening in werking treedt vervalt de “Regeling inzake het
                        verstrekken van ambtelijke bijstand aan de leden van de gemeenteraad” zoals
                        die op 27 maart 1997 werd vastgesteld.</al></artikel></regeling-tekst><bijlage><kop><label>TOELICHTING</label><nr>1</nr><titel>Op de Verordening op de ambtelijke bijstand 2003</titel></kop><al>ALGEMEEN</al><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel
                    is door de Wet dualisering gemeentebestuur ingrijpend gewijzigd. Het legt
                    expliciet vast dat de raad en individuele raadsleden een recht op ambtelijke
                    bijstand hebben. Voor politieke groeperingen bestaat daarnaast een recht op
                    fractieondersteuning, hiervoor is in deze verordening geen regeling
                    opgenomen.</al><al>De verordening bevat een aantal veranderingen ten opzichte van de oude "Regeling
                    inzake het verstrekken van ambtelijke bijstand aan leden van de gemeenteraad",
                    vooral veroorzaakt door de Wet dualisering gemeentebestuur. Het meest opvallend
                    is de centrale rol van de griffier. Dit nieuwe instituut, dat bij uitstek
                    bedoeld is voor het verlenen van hulp aan raadsleden, wordt het eerste
                    aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vervult ook de
                    rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie.De
                    burgemeester vervult ook een nieuwe rol in het proces. Indien er een
                    conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en
                    als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft. De Staatscommissie dualisme
                    en lokale democratie had ook al geadviseerd tot een dergelijke rol van de
                    burgemeester.</al><al>Gezien de nieuwe dualistische verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op
                    het punt van de ambtelijke bijstand duidelijkere scheidslijnen worden getrokken
                    tussen werkzaamheden voor de raad en voor het college. Dat komt tot uitdrukking
                    in het feit dat een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand
                    en de inhoud. van de verleende bijstand geheim moet worden gehouden. De
                    ambtenaar mag niet onder druk komen te staan doordat hij werkzaamheden voor de
                    raad verricht. Daarom zal een collegelid dat toch informatie over het verzoek om
                    ambtelijke bijstand wenst, zich moeten wenden tot het betrokken raadslid en niet
                    tot de behandelend ambtenaar.</al><al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de
                    verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie,
                    is er behoefte aan duidelijke regels. Deze ambtenaren werken doorgaans namelijk
                    voor het college. De wijziging van artikel 103 van de Gemeentewet laat dit
                    scherp zien. Voor de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde
                    dit artikel dat de secretaris (en daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke
                    organisatie) de raad en het college terzijde stond. In dualistische verhoudingen
                    staat de secretaris het college terzijde en wordt de raad bijgestaan door de
                    griffier.</al><al>Dat de raad beschikt over een griffier betekent niet dat er geen behoefte meer
                    zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie. De
                    griffier heeft vooralsnog een solitaire functie. Voor specialistische hulp op
                    het gebied van. het maken van amendementen, moties en regelingen zal een beroep
                    op deze organisatie dan ook nodig blijven. Dit geldt ook voor specifieke
                    informatie die alleen bij de reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. De
                    wetgever heeft dat onderkend en het recht op deze vorm van ambtelijke
                    ondersteuning expliciet vastgelegd. Deze verordening vormt de uitwerking van dit
                    recht. De nieuwe formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten
                    twijfel dat individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in
                    de raad, recht hebben. op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door
                    alle raadsleden een beroep worden gedaan.</al><al>In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin het tot
                    het verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe
                    niet bereid is. In een dergelijk geval is er sprake van een rechtspositioneel
                    probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden
                    gebracht.</al><al>NB: Ook in de instructie voor de griffier zijn bepalingen opgenomen over het
                    verlenen van ambtelijke bijstand aan onder andere de leden van de
                    gemeenteraad.</al><al>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</al><al>Artikel 1</al><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijken. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die het
                    verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis
                    die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld
                    openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare
                    documenten wordt een regeling gegeven in de artikelen 25, 55 en. 86 van de
                    Gemeentewet. Deze rechten zijn uitgewerkt in het Reglement van Orde voor de
                    raad, het reglement van orde voor het college en de Verordening op de
                    raadscommissies.Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale
                    functionaris. Het bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de
                    posities van de raad en het college, die bij de dualisering zijn beslag heeft
                    gekregen, leidt ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten wordt.
                    Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke
                    organisatie zal de secretaris de ambtenaar die de bijstand verleend moeten
                    aanwijzen. De ontvlechting van posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot
                    een verdergaande formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand.De
                    bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces. In de gehele verordening is er voor
                    gekozen een onderscheid aan te brengen tussen ambtenaren en (medewerkers van) de
                    griffie. Als er over ambtenaren gesproken wordt, worden ambtenaren van de
                    reguliere ambtelijke organisatie bedoeld die onder gezag van het college staan
                    en worden dus niet griffiemedewerkers bedoeld.Op grond van het derde lid is er
                    bij twijfel een rol voor de secretaris weggelegd. Deze zal moeten beslissen of
                    het een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b betreft.</al><al>Artikelen 2 en 3</al><al>Beoordeling of één van de in artikel 3 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. De uiteindelijke beslissing over het niet
                    verlenen van ambtelijke bijstand is voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt
                    in de rede dat hij hierover overleg voert met de secretaris en de griffier (en
                    indien nodig ook het betrokken raadslid). Uiteraard kan de raad viaGemeente
                    Bergeijkde gebruikelijke weg hierover de burgemeester verzoeken verantwoording
                    af te leggen (artikel 180 Gemeentewet).</al><al>Artikel 4</al><al>Ook indien -naar de mening van het raadslid- op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor.Wel dient het
                    betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren met de
                    secretaris.</al><al>Artikel 5</al><al>Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen
                    gaan, dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk
                    opereert van het college. Dit is een gevolg van de door de dualisering tot stand
                    gebrachte ontvlechting van posities. De mogelijkheid wordt dan ook geopend dat
                    een raadslid aangeeft dat een verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de
                    verleende bijstand geheim wordt gehouden, Om te verzekeren dat een ambtenaar
                    niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te
                    verschaffen over het verzoek van een raadslid is in het tweede lid bepaald dat
                    collegeleden zich voor informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en
                    niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor
                    de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken. </al></bijlage></regeling></body></cvdr>