<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76810_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente Bergeijk 1997</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergeijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergeijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Eyckelbergh,
                10-11-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Bergeijk 1997</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/geldigheidsdatum_01-12-2004">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/geldigheidsdatum_01-12-2004">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002375/geldigheidsdatum_01-12-2004#HoofdstukVI">Wet op de Ruimtelijke Ordening, art. 42</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-09-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>6. Exploitatieverordening gem. Bergeijk 1997</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Op tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervalt de 'Exploitatieverordening' met dien verstande dat zij van toepassing blijft voor de gevallen zoals bedoeld in artikel 13, tweede en derde lid van deze verordening.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening gemeente Bergeijk 1997</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a. Medewerking verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden: het
                            door of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                            openbaar nut, waaronder de in het exploitatiegebied gelegen onroerende
                            zaken gebaat worden.</al><al>b. Exploitatiegebied: een als zodanige aangewezen gebied, waarbinnen de
                            onroerende zaken zijn gelegen die gebaat worden door de voorzieningen
                            van openbaar nut die door of met medewerking van de gemeente worden
                            getroffen.</al><al>c. Exploitant: de eigenaar of rechthebbende van een in het
                            exploitatiegebied gelegen onroerende zaak welke als gevolg van het door
                            of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                            openbaar nut wordt gebaat.</al><al>d. Kostenbegroting: begroting van kosten en opbrengsten op basis waarvan
                            de door een exploitant verschuldigde exploitatiebijdrage wordt
                            vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende
                            zaken worden gebaat, worden gerekend:</al><al>1. De aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder vermelde
                            werken en werkzaamheden:</al><al>a. het dempen van sloten en verrichten van grondwerken met inbegrip van
                            het egaliseren, ophogen en afgraven;</al><al>b. riolering met inbegrip van bijbehorende werken;</al><al>c. wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                            rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen, tunnels en andere
                            rechtstreeks met de aanleg van deze voorzieningen van openbaar nut en
                            kunstwerken verband houdende werken;</al><al>d. plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder begrepen de
                            aanleg en inrichting van openbare speelplaatsen en speelweiden alsmede
                            de sierende elementen die rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al><al>e. openbare verlichting en brandkranen met de nodige aansluitingen;</al><al>f. het verrichten van bodemonderzoek en –sanering, voorzover het de
                            ondergrond van voorzieningen van openbaar nut betreft en voorzover de
                            daarmee verband houdende kosten niet op andere wijze kunnen worden
                            verhaald;</al><al>g. het treffen van milieutechnisch noodzakelijke maatregelen en
                            voorzieningen van openbaar nut ter uitvoering van een
                            bestemmingsplan;</al><al>h. alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een
                            doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar nut.</al><al>2. De aanleg van de onder 1. vermelde werken en werkzaamheden buiten het
                            exploitatiegebied, voor zover de binnen het exploitatiegebied liggende
                            onroerende zaken hierdoor direct danwel indirect worden gebaat.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>1. De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                            uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de taken
                            van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al><al>2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester
                            en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de
                            door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                            exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering is
                            gewaarborgd.</al><al>3. In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                            artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalsbesluit</titel></kop><al>1. Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                            van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door de gemeenteraad een
                            kostenverhaalsbesluit vastgesteld, waarin wordt aangegeven op welke
                            wijze en tot welke omvang de aan die voorzieningen verbonden kosten
                            zullen worden verhaald. Het besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                            artikel 139 van de Gemeentewet.</al><al>2. Het in het eerste lid genoemde besluit bevat in ieder geval de
                            volgende onderdelen:</al><al>a. aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de daarin
                            gelegen en gebate onroerende zaken;</al><al>b. omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren voorzieningen van
                            openbaar nut;</al><al>c. een kostenbegroting verband houdende met de uitvoering van de onder
                            b. genoemde voorzieningen van openbaar nut, zoals bedoeld in artikel 5.
                            In afwijking van het bepaalde in de vorige volzin kan in het besluit,
                            zoals bedoeld in het eerste lid, worden bepaald dat de kostenbegroting
                            op een later tijdstip wordt vastgesteld. Het besluit tot vaststelling
                            van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139
                            van de Gemeentewet.</al><al>3. In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, voor wat betreft
                            de door de gemeente in eigendom verkregen in het exploitatiegebied
                            liggende onroerende zaken, het verhaal van kosten zoveel mogelijk
                            plaatsvindt via gronduitgifte.</al><al>4. In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, voor wat betreft
                            de niet door de gemeente in eigendom verkregen en in het
                            exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken, het verhaal van
                            kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een overeenkomst zoals
                            bedoeld in artikel 7 van deze verordening. Tevens wordt bepaald dat,
                            ingeval op enigerlei wijze niet kan worden gekomen tot het aangaan van
                            een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7 van deze verordening, het
                            kostenverhaal in daarvoor in aanmerking komende gevallen kan
                            plaatsvinden door middel van de vaststelling van een baatbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><al>1. De kostenbegroting bevat in elk geval de volgende gegevens:</al><al>- 1. Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten, te weten:</al><al>a. de inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied gelegen gronden,
                            zijnde de waarde van de grond vermeerderd met de waarde van de
                            opstallen, die voor de verwezenlijking van de bestemming niet
                            gehandhaafd kunnen worden en met de kosten van vrijmaken van opstallen –
                            met begrip van de zich in de grond bevindende resten, zoals funderingen,
                            leidingen en kabels – persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit of
                            beperkt recht, zakelijke lasten alsmede de kosten van
                            schadevergoedingen.</al><al>b. de kosten van planontwikkeling, -voorbereiding en –beheer en
                            toezicht. Onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de kosten verband
                            houdende met het opstellen van structuur- en bestemmingsplannen, het
                            opstellen van planmatige uitwerkingen of wijzigingen, het vervaardigen
                            van besluiten tot het verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan
                            alsmede van de overige planologische maatregelen voor zoveel deze nodig
                            zijn voor het in exploitatie brengen van gronden binnen het
                            exploitatiegebied;</al><al>c. de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar
                            nut, voorzover deze verband houden met het verlenen van medewerking aan
                            het in exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebeid,
                            alsmede de daarmee verband houdende kosten van onderzoeken,
                            voorbereiding en toezicht;</al><al>d. de kosten van het gemeentelijk apparaat, voorzover dit rechtstreeks
                            aan het in exploitatie brengen van gronden kan worden toegerekend;</al><al>e. de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten verminderd met
                            renteopbrengsten;</al><al>f. overige kosten die in beginsel ten laste van de grondexploitatie
                            behoren te worden gebracht.</al><al>- 2. Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van gronden verband houdende opbrengsten, bestaande
                            uit:</al><al>a. doelsubsidies;</al><al>b. verkoop van gronden;</al><al>c. bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut,
                            hetzij via overeenkomst hetzij via baatbelasting;</al><al>d. overige bijdragen.</al><al>- 3. De wijze van toerekening van de totale onder sub. 1. en 2. van dit
                            artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan de onroerende zaken in het
                            exploitatiegebied naar de mate van de baat, die de onroerende zaken
                            hebben van het samenhangend geheel van voorzieningen van openbaar nut,
                            zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening. De mate van baat wordt
                            aangeduid met inachtneming van hetgeen hieromtrent in artikel 6 is
                            bepaald.</al><al>2. Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan uitgegaan, dat
                            het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie zal
                            worden gebracht.</al><al>3. Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of prijswijzigingen
                            danwel andere optredende wijzigingen met betrekking tot het in
                            exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied aanleiding
                            geven om de kostenbegroting te herzien. Het besluit tot herziening van
                            de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 van de
                            Gemeentewet.</al><al>4. Het bepaalde in het eerste lid onder 1. sub a. is niet van toepassing
                            ten aanzien van de binnen een exploitatiegebied gelegen gronden die als
                            gevolg van de voorziening van openbaar nut niet geschikt worden voor
                            bebouwing.</al><al>5. Naast het bepaalde in het vierde lid wordt de raming van de in het
                            eerste lid onder 1 sub a. bedoelde inbrengwaarde van de gronden beperkt
                            tot de gronden welke zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van
                            openbaar nut, ingeval sprake is van een exploitatiegebied waarvoor geldt
                            dat de voorzieningen van openbaar nut niet in hoofdzaak gericht zijn op
                            het geschikt maken voor bebouwing van onroerende zaken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><al>1. Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt het
                            gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied gemaakte of
                            te maken kosten per m² grondoppervlakte.</al><al>2. Onder de grondoppervlakte, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                            verstaan de kadastrale oppervlakte van de onroerende zaken, waar
                            mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                            geprojecteerde kavels (bouw)grond vermenigvuldigd met factoren voor
                            ligging en bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin de baat
                            van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar nut tot
                            uitdrukking komt.</al><al>3. Ingeval de toerekening op basis van m² grondoppervlakte onvoldoende
                            uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen verschillen
                            in toerekening van baat, geschiedt de toerekening op basis van een nader
                            in de kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5 te bepalen grondslag
                            die voorziet in de aanwezige verschillen in baat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><al>1. Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van openbaar
                            nut vindt, voor wat betreft de in het exploitatiegebied liggende
                            onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de gemeente, indien
                            dienaangaande tot overeenstemming kan worden met de exploitant plaats op
                            basis van een exploitatieovereenkomst. Van de exploitatieovereenkomst
                            wordt een akte opgemaakt. Indien het afstand doen van gronden, zoals
                            bedoeld in het derde lid onder d., onderdeel uitmaakt van de
                            overeenkomst, wordt hiervan een notariële akte opgemaakt.</al><al>2. Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een
                            exploitatieovereenkomst nadat een kostenbegroting zoals bedoeld in
                            artikel 5, is vastgesteld.</al><al>3. De overeenkomst, zoals bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder
                            geval bepalingen omtrent:</al><al>a. de aard en omvang van de door de gemeente te treffen voorzieningen
                            van openbaar nut;</al><al>b. het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde voorzieningen zullen
                            worden uitgevoerd;</al><al>c. de ten laste van de exploitant komende bijdrage, vastgesteld volgends
                            de artikelen 5 en 6;’</al><al>d. in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan de gemeente,
                            voorzover die gronden zijn bestemd voor de aanleg c.q. aanpassing van
                            voorzieningen van openbaar nut.</al><al>4. In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid, kan in
                            de exploitatieovereenkomst, onverminderd het gestelde in het derde lid,
                            worden bepaald dat:</al><al>a. ten behoeve van de door exploitant uit te voeren werken een
                            aannemingsovereenkomst wordt gesloten, waarbij de gemeente als
                            opdrachtgever en de exploitant als aannemer worden aangemerkt, en de
                            directievoering en het toezicht op de door de exploitant uit te voeren
                            werken geschieden door of vanwege de gemeente.</al><al>b. De aanneemsom in de onder a. genoemde overeenkomst wordt vastgesteld
                            op een proformabedrag van € 1,--, zulks met inachtneming van hetgeen in
                            artikel 8, derde lid is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><al>1. De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de kosten
                            van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens de in de
                            artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                            toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de in artikel
                            7, derde lid sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten van
                            kadastrale uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde zoals bedoeld in
                            artikel 5, eerste lid sub 1. onder a. van de bij de exploitant in
                            eigendom zijnde of door exploitant in eigendom te verkrijgen gebate
                            gronden en van de gronden die zijn bestemd voor het treffen van
                            voorzieningen van openbaar nut en door exploitant aan de gemeente worden
                            afgestaan.</al><al>2. De waarde van de door de exploitant ingebracht grond, zoals bedoeld
                            in het eerste lid, wordt door de gemeente in overeenstemming met de
                            exploitant op basis van taxatie vastgesteld. Bij het ontbreken van
                            overeenstemming wordt de waarde van de gronden vastgesteld door een
                            commissie van drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de
                            gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds aangewezen
                            deskundigen. Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde deskundige geen
                            overeenstemming verkregen, dan maken de aangewezen deskundige tezamen
                            dit bekend aan de opdrachtgevers, waarna de meeste gerede partij, onder
                            bekendmaking aan de wederpartij, de kantonrechter in het kanton waartoe
                            de gemeente behoort, kan verzoeken deze deskundige te benoemen.</al><al>3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                            artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan artikel 3,
                            tweede lid, de ten laste van de exploitant komende bijdrage als volgt
                            bepaald:</al><al>a. de bijdrage, zoals deze op grond van de in de artikelen 5 en 6
                            opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt toegerekend, wordt
                            vermeerderd met de kosten op de afstand van de in artikel 7, derde lid
                            sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten van kadastrale
                            uitmeting;</al><al>b. de onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd met:</al><al>- 1. de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van exploitant
                            behorende gronden. Het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is van
                            overeenkomstige toepassing;</al><al>- 2. het in de kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten zoals bedoeld
                            in artikel 5, eerste lid sub 1. onder b. tot en met f., voorzover de
                            uitvoering van de daarmee verband houdende werken en werkzaamheden voor
                            risico en rekening komt van de exploitant.</al><al>4. Indien het bepaalde in artikel 5, vierde en/of vijfde lid toepassing
                            heeft verkregen, wordt de ten laste van de exploitant komende bijdrage
                            bepaald op de voet van lid 1 en 3 van dit artikel, met dien verstande
                            dat de in het eerste lid en derde lid onder b. sub 1. bedoelde
                            vermindering beperkt is tot de inbrengwaarde van de gronden die zijn
                            bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door
                            exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><al>1. Een belanghebbende kan burgemeester en wethouders verzoeken tot het
                            verlenen van medewerking met betrekking tot het in exploitatie brengen
                            van gronden.</al><al>2. Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><al>a. een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen
                            onroerende zaken;</al><al>b. gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom van de in
                            exploitatie te brengen onroerende zaken heeft verkregen of kan
                            verkrijgen;</al><al>c. gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                            (bouw)werkzaamheden.</al><al>3. Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                            bouwvergunning, zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in combinatie
                            met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen, waarbij in geval van
                            verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege
                            voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in artikel 2 van deze
                            verordening moeten worden getroffen, wordt dit vóór de beslissing op de
                            aanvraag bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij wordt een door
                            burgemeester en wethouders vast te stellen aanduiding van het
                            exploitatiegebied en de kostenbegroting aan de exploitant bekendgemaakt.
                            Het bepaalde in artikel 5, met uitzondering van het bepaalde in de
                            slotzin van het derde lid, is van overeenkomstige toepassing. Tevens
                            wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld een aanvraag in te dienen
                            bij burgemeester en wethouders voor medewerking met betrekking tot het
                            in exploitatie brengen van gronden.</al><al>4. Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes maanden na ontvangst
                            van de aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><al>1. Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op
                            verzoek van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een
                            overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7, met dien verstande dat de in
                            artikel 7 bedoelde kostenbegroting en de daarmee verband houdende
                            aanduiding van het exploitatiegebied wordt vastgesteld door burgemeester
                            en wethouders. De kostenbegroting en de aanduiding van het
                            exploitatiegebied worden bekendgemaakt aan de exploitant. Het bepaalde
                            in artikel 5, derde lid, slotzin is niet van toepassing.</al><al>2. De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien:</al><al>a. de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied
                            waarvoor een bestemmingsplan gericht op de voorgenomen exploitatie van
                            gronden geldt;</al><al>b. de door exploitant aangegeven (bouw) werkzaamheden zouden leiden tot
                            strijd met de Woningwet;</al><al>c. het treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel
                            overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met
                            belangen van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing en/of
                            herinrichting;</al><al>d. het in exploitatie brengen van grond anderszins tot grote kosten of
                            bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het doeltreffend voorzien
                            in watervoorziening, openbare verlichting, riolering etc.</al><al>3. De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden:</al><al>a. ingeval de procedure tot goedkeuring van een toepassing zijnd
                            bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is afgerond, tot vier
                            weken na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan of herziening
                            daarvan;</al><al>b. ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
                            belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen worden weggenomen, tot vier
                            weken nadat deze belemmeringen zijn weggenomen.</al><al>4. Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende
                            zaak, voor welke werken in het daarbij behorende exploitatiegebied reeds
                            een kostenverhaalsbesluit, zoals bedoeld in artikel 4, is genomen, maken
                            burgemeester en wethouders dit aan de exploitant bekend. Naast de
                            hiervoor genoemde bekendmaking wordt aan exploitant tevens een
                            ontwerp-overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 7, aangeboden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kosten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><al>1. In een gebied waarvoor een kostenverhaalsbesluit, zoals bedoeld in
                            artikel 4, is genomen, zal, indien exploitant een overeenkomst zoals
                            bedoeld in artikel 7 aangaat, in de overeenkomst worden bepaald, dat met
                            betrekking tot de uitvoering van de in deze overeenkomst genoemde
                            voorzieningen van openbaar nut geen aanvullend kostenverhaal op basis
                            van baatbelasting ten laste van de betreffende onroerende zaak zal
                            plaatsvinden.</al><al>2. Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                            kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is genomen, niet bereid
                            is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde overeenkomst, maken
                            burgemeester en wethouders aan exploitant bekend dat het kostenverhaal
                            kan plaatsvinden door middel van een baatbelasting, zulks overeenkomstig
                            de bepalingen als opgenomen in het kostenverhaalsbesluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die naast het
                            kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van het in
                            exploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat, dan vindt de
                            vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst totstandgekomen
                            exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen van openbaar nut
                            plaats op basis van het gestelde in deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>1. Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                            datum van inwerkingtreding van deze verordening met het treffen van
                            voorzieningen van openbaar nut is aangegeven, deze voorzieningen niet
                            geheel zijn voltooid en waarvoor geen kostenverhaalsbesluit of
                            afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld, vinden de bepalingen van
                            deze verordening voor dat exploitatiegebied, voorzover nodig, op een aan
                            die situatie aangepaste wijze toepassing. In elk geval geldt daarbij
                            dat, indien binnen dat exploitatiegebied wordt gekomen tot een
                            exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7, de vaststelling van
                            de daarin op te nemen financiële bijdrage geschiedt op basis van een
                            door de gemeenteraad vast te stellen kostenbegroting zoals bedoeld in
                            artikel 5. Het besluit tot vaststelling van de kostenbegroting wordt
                            bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al><al>2. Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                            datum van inwerkingtreding van deze verordening een
                            kostenverhaalsbesluit of afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld,
                            blijft de “Exploitatieverordering (1)” van toepassing tot twee jaren
                            nadat de ten behoeve van dat exploitatiegebied getroffen en/of te
                            treffen voorzieningen van openbaar nut geheel zijn voltooid, met dien
                            verstande dat, voorzover het belang in afwijking van de
                            Exploitatieverordening gemeente Bergeijk 1997, het aangaan van
                            overeenkomsten geschiedt door burgemeester en wethouders.</al><al>3. Ten aanzien van een voor de datum van inwerkingtreding van deze
                            verordening ontvangen aanvraag tot het verlenen van medewerking aan het
                            in exploitatie brengen van gronden, waarop voor de datum van
                            inwerkingtreding van deze verordening niet is beslist, blijft de
                            “Exploitatieverordening (1)” van toepassing tot op de aanvraag is
                            beslist, met dien verstande dat, indien tot het treffen van voorziening
                            van toepassing blijft tot twee jaren nadat de te treffen voorzieningen
                            van openbaar nut geheel zijn voltooid en, voorzover van belang in
                            afwijking van de Exploitatieverordening gemeente Bergeijk 1997, het
                            aangaan van overeenkomsten geschiedt door burgemeester en
                            wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand
                            volgende op die, waarin de bekendmaking ingevolge artikel 139 van de
                            Gemeentewet heeft plaatsgevonden.</al><al>2. Op hetzelfde tijdstip vervalt de “Exploitatieverordening (1)”, zoals
                            vastgesteld bij raadsbesluit (2), met dien verstande dat zij van
                            toepassing blijft voor de gevallen zoals bedoeld in artikel 13, tweede
                            en derde lid.</al><al>(1) gemeente Bergeijk 1992, gemeente Westerhoven 1996, gemeente
                            Riethoven 1979, gemeente Luyksgestel 1971</al><al>(2) 2 juli 1992, 1 juli 1996, 25 oktober 1974 en 24 mei 1971 </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Exploitatieverordening
                            gemeente Bergeijk 1997”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>