<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>76612_6</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening Heiloo</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heiloo</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-08-24</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Uitkijkpost, 8 juli 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005674">Huisvestingswet, artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, 5, 7, 9 tot en met 14 en 20 </dcterms:source><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Heiloo</dcterms:alternative><dcterms:issued>2015-06-08</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-08-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>aanpassing</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15-6745</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Huisvesting</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels huisvestingsindicatie gemeente Heiloo</al><al>Beleidsregels urgenties gemeente Heiloo</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015 en vervalt op 1 juli
                    2019.</al><al>Overgangsrecht: Inschrijvingen gedaan op grond van de in het eerste lid
                    ingetrokken verordening worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder de
                    Huisvestingsverordening Heiloo waarbij de opgebouwde inschrijvingsduur behouden
                    blijft.</al><al>Bij deze regeling horen: Beleidsregels Huisvestingsindicatie gemeente Heiloo en
                    Beleidsregels Urgenties gemeente Heiloo.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Heiloo, zoals geldend per 1 juli 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="-"><al><vet>beschut wonen</vet>: woning van waaruit bewoners gebruik
                                    kunnen maken van de faciliteiten van een nabijgelegen
                                    voorziening;</al></li><li nr="-"><al><vet>economische binding</vet>: binding als bedoeld in artikel
                                    14, derde lid onder a van de wet; </al></li><li nr="-"><al><vet>huishouden</vet>: een alleenstaande, dan wel twee of meer
                                    personen die een duurzame, gemeenschappelijke huishouding
                                    voeren;</al></li><li nr="-"><al><vet>huisvestingsindicatie</vet>: een door de gemeente afgegeven
                                    indicatie voor woonruimte met specifieke eisen in verband met
                                    een zorgvraag waarmee met voorrang een geschikte woning
                                    verkregen kan worden; </al></li><li nr="-"><al><vet>inwoning</vet>: bewoning van een woonruimte die onderdeel
                                    uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in
                                    gebruik is genomen; </al></li><li nr="-"><al><vet>maatschappelijke binding</vet>: binding als bedoeld in
                                    artikel 14, derde lid onder b van de wet ;</al></li><li nr="-"><al><vet>mantelzorg</vet>: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                    Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al></li><li nr="-"><al><vet>monumenten</vet>: een zaak die vanwege zijn
                                    cultuurhistorische waarde op basis van regelgeving op Rijks-,
                                    provinciaal of gemeentelijk niveau is beschermd;</al></li><li nr="-"><al><vet>nultredenwoonruimte</vet>: woning met de primaire functies
                                    op de begane grond (en bij appartementen op het niveau van de
                                    woningentree) en appartement bereikbaar met lift </al></li><li nr="-"><al><vet>onzelfstandige woonruimte</vet>: woonruimte, niet zijnde
                                    woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft
                                    en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat
                                    dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten
                                    die woonruimte; </al></li><li nr="-"><al><vet>regiobinding</vet>: economische en maatschappelijke binding
                                    zoals bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet;</al></li><li nr="-"><al><vet>studentenwoonruimte</vet>: een zelfstandige woning bestemd
                                    voor studentenhuisvesting waar op basis van een campuscontract
                                    gehuurd kan worden;</al></li><li nr="-"><al><vet>wet</vet>:<cursief></cursief>Huisvestingswet 2014;</al></li><li nr="-"><al><vet>woningcorporatie</vet>: toegelaten instelling als bedoeld
                                    in artikel 70 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de
                                    gemeente;</al></li><li nr="-"><al><vet>woningzoekende</vet>:<cursief></cursief>huishouden dat in het
                                    inschrijfsysteem als bedoeld in artikel 4 is
                                    ingeschreven;<cursief></cursief></al></li><li nr="-"><al><vet>woningmarktregio</vet>: het grondgebied van de gemeenten
                                    Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk en
                                    Uitgeest.<cursief></cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>DE HUISVESTINGSVERGUNNING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De volgende categorieën goedkope woonruimte mogen enkel voor
                                bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een
                                huisvestingsvergunning is verleend: </al><lijst><li nr="a."><al> woonruimten met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens
                                        als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet
                                        op de huurtoeslag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>woonrumte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot
                                        en met c, van de Leegstandwet;</al></li><li nr="b."><al>onzelfstandige woonruimten;</al></li><li nr="c."><al>woonschepen;</al></li><li nr="d."><al>woonwagens;</al></li><li nr="e."><al>monumenten;</al></li><li nr="f."><al>woonruimten in een complex van beschut wonen;</al></li><li nr="g."><al>studentenwoonruimte;</al></li><li nr="h."><al>woonruimte in een complex voor een woongroep.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Criteria voor verlening huisvestingsvergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen
                            voor een huisvestigingsvergunning in aanmerking: </al><lijst><li nr="a."><al>woningzoekenden met een inkomen lager dan het maximale
                                    huishoudinkomen volgens de Tijdelijke regeling diensten van
                                    algemeen economisch belang toegelaten instellingen
                                    volkshuisvesting, art 4, lid 1 onder a, vermeerderd met 10%, een
                                    en ander met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in de
                                    Woningwet; </al></li><li nr="b."><al>meerderjarige woningzoekenden, en </al></li><li nr="c."><al>een geldig bewijs van inschrijving heeft zoals bedoeld in het
                                    derde lid van artikel 4.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inschrijfsysteem van woningzoekenden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Woningcorporaties dragen in het kader van deze verordening zorg voor
                                het aanleggen en bijhouden van een uniform inschrijfsysteem van
                                woningzoekenden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie
                                van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden de volgende
                                gegevens verstrekt: </al><lijst><li nr="a."><al>naam, contactgegevens, leeftijd, nationaliteit en, indien
                                        van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; </al></li><li nr="b."><al>omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat
                                        betrekken; </al></li><li nr="c."><al>huishoudinkomen; </al></li><li nr="d."><al>adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te
                                        betrekken woonruimte; </al></li><li nr="e."><al>beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; </al></li><li nr="f."><al>indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor
                                        een woonruimte met een specifieke voorziening; </al></li><li nr="g."><al>indien van toepassing, de urgentiecategorie waartoe de
                                        aanvrager behoort, en </al></li><li nr="h."><al>schriftelijke verklaring van de verhuurder dat deze bereid
                                        is de woning aan aanvrager te verhuren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning
                                        betrekking heeft; </al></li><li nr="b."><al>aan wie de vergunning is verleend; </al></li><li nr="c."><al>het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt, en
                                    </al></li><li nr="d."><al>de voorwaarde dat de vergunninghouder de woonruimte enkel
                                        binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik kan
                                        nemen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bekendmaking aanbod van woonruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte wordt
                                bekendgemaakt door publicatie op een gemeenschappelijk digitaal
                                platform.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bekendmaking bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>het adres en de huurprijs van de woonruimte; </al></li><li nr="b."><al>de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in
                                        gebruik genomen mag worden als daarvoor geen
                                        huisvestingsvergunning is verleend, en </al></li><li nr="c."><al>indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels voor
                                        het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Maximaal 10% van de aangeboden woonruimte kan via rechtstreekse
                                bemiddeling, zonder publicatie, worden aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Maximaal 5% van de aangeboden woonruimte kan via loting worden
                                aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard of grootte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor: </al><al>A. woonruimte met ten minste 5 kamers, waarvan de kleinste
                                slaapkamer minimaal 6 m2 is, wordt in de volgende volgorde voorrang
                                verleend aan: </al><lijst><li nr="1."><al>huishoudens van tenminste 5 personen; </al></li><li nr="2."><al>huishoudens van tenminste 4 personen; </al></li><li nr="3."><al>huishoudens van tenminste 3 personen. </al></li></lijst><al>B. Bij nultredenwoonruimte wordt in de volgende volgorde voorrang
                                verleend: </al><lijst><li nr="1."><al>aan huishoudens met een huisvestingsindicatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij woonruimte met door de gemeente gefaciliteerde voorzieningen
                                wordt voorrang gegeven aan huishoudens met een passende
                                indicatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorrang wordt verleend voor woningen die passen in het
                                zoekprofiel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Binnen de groepen wordt voorrang verleend aan het huishouden met de
                                langste inschrijftijd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorrang bij urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte wordt bij het
                                verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan
                                woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan
                                woonruimte dringend noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 12, derde lid, van de wet behoort tot de
                                woningzoekenden, bedoeld in het eerste lid, de woningzoekende die
                                zijn zelfstandige woonruimte in de regio heeft of zal moeten
                                verlaten in verband met: </al><lijst><li nr="a."><al>een medische EN/OF sociale indicatie; </al></li><li nr="b."><al>stadsvernieuwing; </al></li><li nr="c."><al>de renovatie of onbewoonbaarheid van de huidige woonruimte,
                                        of </al></li><li nr="d."><al>een calamiteit.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verzoek om indeling in een urgentiecategorie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoek om ingedeeld te worden in een urgentiecategorie wordt
                                ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders
                                vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek om ingedeeld te worden in een urgentiecategorie gaat
                                vergezeld van de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>naam, contactgegevens, leeftijd, nationaliteit en, indien
                                        van toepassing, de verblijfstitel van de verzoeker; </al></li><li nr="b."><al>omvang van het huishouden van de verzoeker, en </al></li><li nr="c."><al>aanduiding en motivering urgentiecategorie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de beoordeling van de gevraagde indeling in een
                                urgentiecategorie kunnen burgemeester en wethouders zich laten
                                adviseren door een door hen aan te wijzen instantie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Urgentieverklaring en werkingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De urgentieverklaring vermeldt in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de naam en contactgegevens van de woningzoekende; </al></li><li nr="b."><al>de datum van het verzoek als bedoeld in het eerste lid van
                                        artikel 9, </al></li><li nr="c."><al>de urgentiecategorie waarin de woningzoekende is ingedeeld,
                                        en </al></li><li nr="d."><al>het zoekprofiel voor de soort woonruimte waarvoor de
                                        urgentie gebruikt kan worden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met de urgentieverklaring wordt de woningzoekende gedurende 6
                                maanden na de datum van verstrekking van de verklaring voorrang
                                verleend. In afwijking hiervan geldt de urgentieverklaring in het
                                kader van de stadsvernieuwing tot uiterlijk de datum van sloop van
                                de huidige woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorrang wordt verleend voor woningen die passen binnen het
                                zoekprofiel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Urgentiecriteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor indeling in een urgentiecategorie, als bedoeld in artikel 8,
                                tweede lid onder a (medische en/of sociale urgentie) komt in
                                aanmerking de woningzoekende die: </al><lijst><li nr="a."><al>Beschikt of heeft beschikt in de 12 maanden voorafgaand aan
                                        de datum van aanvraag over zelfstandige woonruimte; </al></li><li nr="b."><al>Buiten eigen schuld de huidige woonruimte moet verlaten;
                                    </al></li><li nr="c."><al>Aantoonbaar niet in staat is zelf binnen 6 maanden andere
                                        passende woonruimte te vinden; </al></li><li nr="d."><al>De huidige woonruimte niet geschikt (te maken) is om het
                                        probleem binnen 6 maanden op te lossen terwijl dit wel
                                        noodzakelijk is, en　</al></li><li nr="e."><al>Minimaal 1 jaar ingeschreven staat in de Gemeentelijke
                                        basisadministratie persoonsgegevens / Basisregistratie
                                        personen van één van de gemeenten in de woningmarktregio dan
                                        wel maatschappelijk gebonden is aan de
                                        woningmarktregio.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekken of wijzigen indeling in een urgentiecategorie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beschikking tot indeling in een
                                urgentiecategorie intrekken als de woningzoekende: </al><lijst><li nr="a."><al>niet langer als woningzoekende als bedoeld in artikel 8,
                                        eerste lid, is aan te merken; </al></li><li nr="b."><al>bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist
                                        of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren; </al></li><li nr="c."><al>eenmaal een aanbod voor een passende woning heeft geweigerd,
                                        of </al></li><li nr="d."><al>daartoe verzoekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een woningzoekende kan, al dan niet op zijn verzoek, in een andere
                                urgentiecategorie worden ingedeeld als gewijzigde omstandigheden
                                daartoe aanleiding geven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een beschikking tot indeling in een urgentiecategorie vervalt als de
                                indeling in een urgentiecategorie vervalt of als de woningzoekende
                                in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de woningzoekende in een andere urgentiecategorie wordt
                                ingedeeld, wordt aan hem een nieuwe beschikking verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Rangorde woningzoekenden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden
                                met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning,
                                wordt de rangorde als volgt bepaald: </al><lijst><li nr="a."><al>als eerste komen in aanmerking woningzoekenden die zijn
                                        ingedeeld in een urgentiecategorie; </al></li><li nr="b."><al>als op grond van onderdeel a meerdere woningzoekenden in
                                        aanmerking komen, wordt de rangorde als volgt bepaald: </al><lijst><li nr="1."><al>eerst komen in aanmerking vergunninghouders als
                                                bedoeld in artikel 28 van de wet en woningzoekenden
                                                die verblijven in een voorziening voor tijdelijke
                                                opvang van personen, die in verband met problemen
                                                van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben
                                                verlaten, en </al></li><li nr="2."><al>daarna komen in aanmerking de overige
                                                woningzoekenden die in een urgentiecategorie zijn
                                                ingedeeld; </al></li></lijst></li><li nr="c."><al>als tweede komen in aanmerking overige woningzoekenden aan
                                        wie overeenkomstig artikel 7 voorrang verleend wordt, en
                                    </al></li><li nr="d."><al>ten slotte komen in aanmerking andere woningzoekenden dan
                                        bedoeld onder a tot en met c. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als op grond van het eerste lid meerdere woningzoekenden met
                                dezelfde rangorde in aanmerking komen, dan gaan woningzoekenden met
                                een eerder afgegeven beschikking tot indeling in een
                                urgentiecategorie voor op woningzoekenden met een later afgegeven
                                beschikking, en woningzoekenden met een langere inschrijvingsduur in
                                het inschrijfsysteem, bedoeld in artikel 4, voor op woningzoekenden
                                met een minder lange inschrijvingsduur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt een
                                huisvestingsvergunning verleend aan degene die op grond van
                                bemiddeling aangeboden woonruimte accepteert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vruchteloze aanbieding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In overeenstemming met artikel 17 van de wet wordt in afwijking van
                                het in artikel 13 bepaalde de huisvestingsvergunning verleend als de
                                woonruimte door de eigenaar overeenkomstig de in het tweede lid
                                weergegeven procedure gedurende maximaal 13 weken vruchteloos is
                                aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde termijn begint te lopen op de datum
                                van de eerste publicatie overeenkomstig artikel 6.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>OVERIGE EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing
                            van deze verordening naar hun oordeel tot onbillijkheid van overwegende
                            aard leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Huisvestingsverordening Heiloo wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inschrijvingen gedaan op grond van de in het eerste lid ingetrokken
                                verordening worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder de
                                Huisvestingsverordening Heiloo waarbij de opgebouwde
                                inschrijvingsduur behouden blijf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015 en vervalt op 1
                                juli 2019.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening
                                Heiloo.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 juni 2015.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al><cursief>Uitgangspunten Huisvestingswet 2014</cursief></al><al>De Huisvestingswet 2014 (hierna: wet) biedt gemeenten het
                    (uitputtende)instrumentarium in te grijpen in de verdeling van woonruimte en de
                    samenstelling van de woonruimtevoorraad. Gebruikmaken van dit instrumentarium –
                    door een Huisvestingsverordening vast te stellen – is niet vanzelfsprekend en
                    dient periodiek onderbouwd en getoetst te worden.</al><al>Het instrumentarium bestaat uit het vaststellen van een Huisvestingsverordening,
                    die regels bevat met betrekking tot het in gebruik geven en nemen van goedkope
                    woonruimte en/of het wijzigen van de samenstelling van de woningvoorraad. Het is
                    niet meer mogelijk om in plaats van een verordening dergelijke regels af te
                    spreken met corporaties (in een convenant). Zodoende wordt de democratische
                    legitimiteit vergroot en de transparantie, openheid en rechtsbescherming voor
                    woningzoekenden bevorderd </al><al>Het uitgangspunt van de wet is de vrijheid van vestiging. Iedereen die
                    rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het recht om zich vrijelijk te
                    verplaatsen en te vestigen. Dit grondrecht kan alleen worden beperkt indien
                    noodzakelijk voor het algemeen belang in een democratische samenleving. Dat
                    belang kan volgens de wet gelegen zijn in het tegengaan van de onevenwichtige en
                    onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte. Als hier
                    aantoonbaar sprake van is – en als het instrumentarium van de wet geschikt en
                    proportioneel is om die effecten te bestrijden – kunnen gemeenten
                    verdelingsregels stellen. De schaarste kan betrekking hebben op schaarste aan
                    goedkope woonruimte in het algemeen, schaarste aan woonruimte met specifieke
                    voorzieningen of schaarste aan woonruimte voor de huidige inwoners van een
                    gemeente. </al><al>Het bestaan van schaarste op zich is onvoldoende reden om van de wet gebruik te
                    maken: er moet tevens sprake zijn van verdringing van kwetsbare groepen, als
                    gevolg van die schaarste. Teneinde de rechten van woningzoekenden niet onnodig
                    te beperkten, dient ingrijpen beperkt te blijven tot die delen van de
                    woningmarkt waar de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste
                    zich voordoen. </al><al>Sturing in de woonruimteverdeling beperkt zich tot de goedkope
                    woonruimtevoorraad die bestemd is voor verhuur. De vaste huurprijsgrens is
                    vervallen; gemeente wijst zelf de schaarse, goedkope voorraad aan en maakt deze
                    daarmee vergunningplichtig. Bemoeienis van de gemeente met de verdeling van
                    woonruimte boven de in de verordening genoemde prijsgrens is uitgesloten. </al><al><cursief>De huisvestingsvergunning</cursief></al><al>Het is verboden de in de verordening aangewezen woonruimte zonder
                    huisvestingsvergunning in gebruik te nemen of te geven. Woonruimteverdeling op
                    basis van de wet gebeurt dus aan de hand van een vergunningensysteem.
                    Burgemeester en wethouders kunnen de bevoegdheid om vergunningen te verlenen
                    mandateren aan verhuurders, bijvoorbeeld de (samenwerkende) corporaties.</al><al><cursief></cursief><cursief>Wijzigingen in de woonruimtevoorraad</cursief></al><al>De wet biedt tevens de mogelijkheid om onttrekking, samenvoeging, omzetting en
                    woningvorming dan wel splitsing van aangewezen categorieën woonruimte
                    vergunningplichtig te maken. Dit moet gericht zijn op het voorkomen van
                    schaarste in het goedkope deel van de voorraad. Dit is niet noodzakelijkerwijs
                    dezelfde woonruimtevoorraad als bij de woonruimteverdeling en kan van toepassing
                    zijn op zowel de goedkope huur- als koopvoorraad. Een vergunning wordt verleend,
                    tenzij het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter
                    is dan het met de vergunning gediende belang. Naast schaarste kan een dergelijk
                    belang ook liggen in een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en
                    leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand. Hier kunnen
                    leefbaarheidsoverwegingen – in tegenstelling tot bij de huisvestingsvergunning –
                    een rol spelen </al><al><cursief>Inwerkingtreding wet, overgangsrecht, tijdelijk karakter verordening en
                        overleg</cursief></al><al>De wet treedt op 1 januari 2015 in werking en bevat overgangsrecht voor
                    bestaande huisvestingsverordeningen; deze vervallen op 1 juli 2015.</al><al><vet>Artikelsgewijs</vet></al><al>In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die bepalingen die nadere
                    toelichting behoeven behandeld.</al><al><vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet></al><al>Het aantal definities van artikel 1 is beperkt aangezien de wet (in artikel 1)
                    al een flink aantal definities kent die ook bindend zijn voor deze verordening.
                    Voor de duidelijkheid zijn een aantal belangrijke <vet>wettelijke</vet>
                    definities hieronder weergegeven: </al><lijst><li nr="a."><al><cursief>huishoudinkomen: </cursief>gezamenlijke verzamelinkomens als
                            bedoeld in artikel 2.3 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 van de
                            aanvragers van een huisvestingsvergunning voor een bij
                            huisvestingsverordening aangewezen woonruimte, met uitzondering van
                            kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet
                            inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste
                            lid van dat artikel voor «belanghebbende» telkens wordt gelezen
                            «aanvrager»; </al></li><li nr="b."><al><cursief>huisvestingsvergunning: </cursief>vergunning als bedoeld in
                            artikel 8, eerste lid; </al></li><li nr="e."><al><cursief>taakstelling: </cursief>aantal in opvangcentra of op
                            gemeentelijke opvangplaatsen verkerende vergunninghouders in wier
                            huisvesting per gemeente per kalenderhalfjaar dient te worden voorzien;
                        </al></li><li nr="f."><al><cursief>toegelaten instelling: </cursief>instelling als bedoeld in
                            artikel 70 van de Woningwet; </al></li><li nr="g."><al><cursief>vergunninghouder: </cursief>vreemdeling die in Nederland een
                            verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als
                            gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in
                            artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000; </al></li><li nr="h."><al><cursief>woningmarktregio: </cursief>gebied dat vanuit het oogpunt van
                            het functioneren van de woningmarkt als een geheel kan worden
                            beschouwd.<cursief></cursief></al></li></lijst><al>Bij de definitie van mantelzorg in de verordening is aangesloten bij de
                    definitie in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, die
                    luidt:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>mantelzorg</cursief>: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid,
                            participatie, beschermd wonen opvang, jeugdhulp, het opvoeden en
                            opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de
                            Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen
                            personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader
                            van een hulpverlenend beroep.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte</vet></al><al><cursief></cursief>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 7 van de wet, waarin is
                    bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening categorieën goedkope
                    woonruimte kan aanwijzen die niet voor bewoning in gebruik mogen worden genomen
                    of gegeven als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend. In het eerste
                    lid is onder a aangegeven tot welke huurprijsgrens de huisvestingsvergunning
                    verplicht is. Hiermee wordt de werking van de verordening beperkt tot dat
                    specifieke deel van de woningmarkt waarop de schaarste en verdringing zich
                    voordoet.</al><al>Woonruimten met een huur boven de huurprijsgrens kunnen zonder
                    huisvestingsvergunning worden gehuurd of verhuurd.</al><al><vet>Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning</vet></al><al><vet></vet>Deze bepaling is in de eerste plaats een uitwerking van artikel 9 van de
                    wet waarin dwingend is bepaald dat als de gemeenteraad toepassing heeft gegeven
                    aan artikel 7 van de wet, hij in de huisvestingsverordening de criteria vastlegt
                    voor de verlening van huisvestingsvergunningen. De gemeenteraad is vrij in het
                    vaststellen van die criteria. Deze bepaling is in de tweede plaats een
                    uitwerking van artikel 10, eerste lid, van de wet waarin in het belang van de
                    transparantie van het huisvestingsvergunningstelsel is bepaald dat de
                    gemeenteraad in de huisvestingsverordening vastlegt welke categorieën
                    woningzoekenden in aanmerking komen voor het verkrijgen van een
                    huisvestingsvergunning. </al><al>In het tweede lid van artikel 10 van de wet is bepaald dat voor een
                    huisvestingsvergunning slechts in aanmerking komen woningzoekenden die de
                    Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als
                    Nederlander worden behandeld, of vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf in
                    Nederland hebben als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van
                    de Vreemdelingenwet 2000.</al><al>Woningzoekenden die niet aan de criteria voldoen komen in geen geval in
                    aanmerking voor een huisvestingsvergunning.</al><al>Corporaties dienen op grond van de nog in werking te treden wijziging van de
                    Woningwet passend toe te wijzen. Deze wetswijziging wordt verwacht op 1 juli
                    2015 in werking te treden. De bepaling omtrent het inkomen mag er niet toe
                    leiden dat de corporaties niet kunnen voldoen aan hun wettelijke verplichting.
                    Corporaties moeten zorgen dat van alle kandidaten met recht op huurtoeslag die
                    een woning krijgen toegewezen 95% (groeit van zo’n 70% nu naar 95% in 2018) van
                    deze groep een woning krijgt onder de aftoppingsgrens huurtoeslag. Als
                    corporatie aan zijn maximum zit moet de corporatie, voordat een woning met een
                    huur boven de aftoppingsgrens wordt geadverteerd, kiezen: of huur verlagen of
                    woning uitsluiten voor huurtoeslagontvangers.</al><al><vet>Artikel 4. Inschrijfsysteem van woningzoekenden </vet></al><al><vet></vet>Deze bepaling is gegrond op artikel 4, eerste lid, onder a, van de wet.
                    Het hanteren van eenzelfde inschrijfsysteem bevordert de transparantie en
                    vermindert de administratieve lasten voor de burger. In artikel 14, tweede lid,
                    is een overgangsregeling opgenomen voor bestaande inschrijvingen in oude
                    inschrijfsystemen. Zie verder de toelichting bij artikel 14. </al><al>Het in het derde lid genoemde bewijs van inschrijving is vormvrij.</al><al><vet>Artikel 5. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning</vet></al><al><vet></vet>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 5 van de wet. Daarin is
                    bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de
                    wijze van aanvragen van vergunningen en de gegevens die door de aanvrager worden
                    verstrekt bij de aanvraag van een vergunning. De onder a genoemde gegevens met
                    betrekking tot leeftijd, nationaliteit en, indien van toepassing, verblijfstitel
                    zijn noodzakelijk in verband met de wettelijke eisen van artikel 10, tweede lid,
                    van de wet. Zie hierover nader de toelichting onder artikel 3.</al><al>In artikel 18 van de wet zijn intrekkingsgronden voor de huisvestingvergunning
                    opgenomen. Zo kan de vergunning worden ingetrokken als de vergunninghouder de in
                    die vergunning vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en
                    wethouders bij de verlening gestelde termijn in gebruik heeft genomen (zie het
                    derde lid, onder d) of als de vergunning is verleend op grond van door de
                    vergunninghouder verstrekte gegevens (zie het tweede lid) waarvan deze wist of
                    moest vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren. Deze intrekkingsgronden
                    gelden rechtstreeks op grond van de wet en zijn in de verordening niet
                    herhaald.</al><al><vet>Artikel 6. Bekendmaking aanbod van woonruimte</vet></al><al><vet></vet>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 20 van de wet, waarin is
                    bepaald dat de gemeenteraad regels kan stellen over de wijze van bekendmaking
                    van de beschikbaarheid van vergunningplichtige woonruimte. Transparantie in het
                    woningaanbod draagt voor woningzoekenden bij aan het gericht vinden van voor hen
                    beschikbare woonruimte. Met het digitale platform wordt bedoeld de website van
                    het SVNK.</al><al><vet>Artikel 7. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte of
                        prijs</vet></al><al><vet></vet>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 11 van de wet, waarin is
                    bepaald dat de gemeenteraad In de huisvestingsverordening kan bepalen dat voor
                    een of meer daarbij aangewezen categorieën woonruimte in verband met de aard,
                    grootte of prijs van die woonruimte bij het verlenen van
                    huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan een daarbij aangewezen
                    gedeelte van de overeenkomstig artikel 10, eerste lid, van de wet (artikel 3 van
                    de verordening) aangewezen categorieën woningzoekenden.</al><al>In het eerste lid zijn ‘labels’ aangemerkt die verhuurders bij het aanbieden van
                    woonruimte op deze woonruimte kunnen plakken. Als zij hiervoor kiezen, dan geldt
                    de bij de ‘label’ behorende voorrangsregel uit het tweede lid.</al><al><vet>Artikel 8. Voorrang bij urgentie</vet></al><al><vet></vet>De wet biedt de mogelijkheid een urgentieregeling op te stellen, ook
                    wanneer geen sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte (artikel 12 van de
                    wet). Ook zonder schaarste kan immers behoefte bestaan om sommige
                    woningzoekenden met voorrang te kunnen huisvesten. In de huisvestingsverordening
                    kan overeenkomstig artikel 12 van de wet bepaald worden dat voor een of meer
                    daarbij aangewezen categorieën woonruimte – welke niet dezelfde hoeven te zijn
                    als zijn aangewezen in artikel 2 – bij het verlenen van huisvestingsvergunningen
                    voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de
                    behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is. In het tweede lid zijn de
                    criteria vastgelegd volgens welke de urgent woningzoekenden worden ingedeeld in
                    urgentiecategorieën. Vergunninghouders, personen die in
                    blijf-van-mijn-lijfhuizen verblijven, en woningzoekenden die mantelzorg verlenen
                    of ontvangen behoren in ieder geval tot de urgente woningzoekenden (artikel 12,
                    derde lid, van de wet). Deze groepen kunnen dus niet van indeling in een
                    urgentiecategorie worden uitgesloten. Dit geldt voor alle gemeenten, dat wil
                    zeggen dat een woningzoekende die valt onder deze verplichte urgentiecategorieën
                    in elke gemeente<vet></vet> met urgentie moet worden behandeld. Verder zijn er de
                    urgentiecategorieën medisch/sociaal, stadsvernieuwing, renovatie of
                    onbewoonbaarheid van de huidige woonruimte.</al><al><vet>Artikel 9. Verzoek om indeling in een urgentiecategorie</vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 13 van de wet, waarin is bepaald dat
                    burgemeester en wethouders beslissen over de indeling van woningzoekenden in de
                    urgentiecategorieën. Hierbij is expliciet bepaald dat burgemeester en wethouders
                    van deze bevoegdheid mandaat kunnen verlenen. Voorts is bepaald dat de
                    gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze waarop
                    woningzoekenden kunnen verzoeken om indeling in een urgentiecategorie. Deze
                    gelden ook voor de urgenten als bedoeld in artikel 12, derde lid van de
                    Huisvestingswet 2014.</al><al>De motivering, bedoeld in het tweede lid, onder c, kan bijvoorbeeld omvatten: de
                    aard van de persoonlijke problematiek, de relatie van deze problematiek met de
                    huidige woonsituatie en de argumentatie op grond waarvan verhuizing op korte
                    termijn absoluut noodzakelijk is. Voor een advies als bedoeld in het derde lid,
                    kunnen burgemeester en wethouders bijvoorbeeld bij een verzoek om een medische
                    indicatie een medisch adviseur aanwijzen.</al><al><vet>Artikel 10. Urgentieverklaring en werkingsduur</vet></al><al>In dit artikel is aangegeven welke gegevens in de urgentieverklaring worden
                    opgenomen, waaronder de urgentiecategorie en het zoekprofiel. Met de
                    urgentieverklaring heeft een woningzoekende gedurende 6 maanden voorrang bij
                    woningen die passen binnen het zoekprofiel. Indien een urgente moeite heeft om
                    een passende woning te vinden, kan hij/zij binnen de werkingsduur van de
                    urgentie hulp vragen bij aanbieders van de woonruimten bij het vinden van
                    passende woonruimte.</al><al><vet>Artikel 11. Urgentiecriteria</vet></al><al>Voor indeling in de urgentiecategorie medisch en/of sociaal gelden speciale
                    spelregels.</al><al><vet>Artikel 12. Intrekken of wijzigen indeling in een
                    urgentiecategorie</vet></al><al>In dit artikel is geregeld wanneer een urgentieverklaring kan worden ingetrokken
                    of gewijzigd gedurende de looptijd van de urgentieverklaring.</al><al><vet>Artikel 13. Rangorde woningzoekenden</vet></al><al>In deze bepaling is in aansluiting op de voorrangsregels van deze verordening
                    een rangorde voor toewijzing van woonruimte gegeven voor de gevallen waarin er
                    meer dan een gegadigde is voor een bepaalde woonruimte.</al><al>Op grond van artikel 16 van de wet kan economische of maatschappelijke binding
                    niet worden tegengeworpen aan vergunninghouders en woningzoekenden komende uit
                    een voorziening voor tijdelijke opvang voor personen die wegens problemen van
                    relationele aard of geweld hun woonruimte hebben moeten verlaten. </al><al><vet>Artikel 14. Vruchteloze aanbieding</vet></al><al>Deze bepaling is een uitwerking van de in artikel 17 van de wet opgenomen
                    verplichting voor de raad om regels te stellen in de huisvestingsverordening ten
                    aanzien van een termijn als bedoeld in het eerste lid van artikel 17 van de wet
                    van ten hoogste dertien weken. De gemeenteraad moet ook regels stellen met
                    betrekking tot de wijze waarop de aanbieding, bedoeld in het eerste lid, dient
                    plaats te vinden.</al><al><vet>Artikel 15. Hardheidsclausule</vet></al><al>Met toepassing van de hardheidsclausule kan het college ten gunste van een
                    woningzoekende afwijken van de verordening indien onverkorte toepassing van de
                    verordening tot onbillijkheid van overwegende aard leidt. Het gaat daarbij om
                    individuele situaties, waarbij voor de nadelige gevolgen niet waren voorzien en
                    die gevolgen leiden tot kennelijke hardheid. Indien situaties vaker voorkomen,
                    zal dit in de regelgeving dienen te worden opgenomen.</al><al><vet>Artikel 16. Intrekking oude verordening en overgangsrecht</vet></al><al>In artikel 51, tweede lid, van de wet is geregeld dat de verordening op grond
                    van de (oude) Huisvestingswet zes maanden na de inwerkingtreding van de
                    Huisvestingswet 2014 vervalt. In het derde en vierde lid van artikel 51 is
                    overgangsrecht opgenomen voor al verleende vergunningen. Deze vergunningen
                    worden gelijkgesteld met de vergunningen op grond van de Huisvestingswet 2014.
                    Ook lopende bezwaarschriften vallen onder deze overgangsregeling, omdat
                    bezwaarschriften altijd betrekking hebben op vergunningen of het weigeren of
                    intrekken van vergunningen. In artikel 51, vijfde lid, van de wet is geregeld
                    dat aanvragen die zijn ingediend op grond van de verordening op grond van de
                    (oude) Huisvestingswet, worden afgehandeld krachtens de daarop gebaseerde (oude)
                    verordening.</al><al>In het tweede lid is aanvullend overgangsrecht opgenomen voor bestaande
                    inschrijvingen als woningzoekenden volgens oude inschrijfsystemen. Deze
                    inschrijvingen worden volgens het tweede lid beschouwd als inschrijvingen gedaan
                    onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>