<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76547_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Treasurybeleid gemeente Meppel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Meppel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Meppel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad, 06-07-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Treasurystatuut</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET FIDO">Wet Fido</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-06-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-06-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-06-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010-17515</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Treasurybeleid gemeente Meppel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit nr.</al><al> De R a a d der gemeente Meppel;</al><al> gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. , nr.;</al><al> gelet op het bepaalde in artikel 212 Gemeentewet en de Wet Fido;</al><al> b e s l u i t:</al><al> vast te stellen het Treasurybeleid gemeente Meppel:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> Ingaande 2001 is de Wet Fido (Wet Financiering decentrale overheden)
                            inwerking getreden ter vervanging van de Wet Filo (Wet Financiering
                            lagere overheden). De Wet Fido is van toepassing op de decentrale
                            overheden als provincies, gemeenten, waterschappen, politieregio’s,
                            gemeenschappelijke regelingen welke bevoegd zijn tot het aangaan,
                            garanderen en verstrekken van geldleningen en andere bij wet ingestelde
                            lichamen en organen. Als gevolg van de invoering van deze wet worden
                            deze decentrale overheden verplicht een “treasurystatuut” vast te
                            stellen. In de vorm van een paragraaf bij de begroting wordt het
                            toekomstige beleid vastgelegd en over de uitvoering van dat beleid dient
                            verantwoording te worden afgelegd door middel van een “treasuryverslag”
                            onderdeel uitmakend van de jaarrekening.</al><al> Achtergronden en uitgangspunten.</al><al> Achtergronden:</al><al> De vervanging van de Wet Filo vindt plaats om een drietal redenen. In
                            de eerste plaats hebben zich sinds de inwerkingtreding van de wet in
                            1987 zodanige wijzigingen op het gebied van financiële markten en
                            producten en de treasuryfunctie van openbare lichamen voorgedaan, dat
                            deze wet onvoldoende ruimte bood om in te spelen op deze ontwikkelingen.
                            In de tweede plaats zijn bij de uitvoering een aantal concrete
                            knelpunten gesignaleerd, die in de nieuwe wet zijn weggenomen. Te denken
                            valt aan de 10-jaarstermijn voor de vaste schuld, de frequente
                            rapportagevereisten, de modaliteiten van de kasgeldlimiet en de
                            bepalingen over het omgaan met bepaalde vormen van derivaten. In de
                            derde plaats zijn de doelstellingen van de wet (de bedrijfseconomische,
                            de conjuncturele en de monetaire doelstelling) op hun actuele relevantie
                            beoordeeld, op grond waarvan de monetaire doelstelling is komen te
                            vervallen.</al><al> Uitgangspunten:</al><al> De Wet Fido heeft als doel een bijdrage te leveren aan de
                            kredietwaardigheid van de gemeente, een kader te scheppen voor de
                            financieringsfuncties en de renterisico’s, het bevorderen van
                            transparantie, de versterking van de autonomie van de gemeente en de
                            verbetering / vastlegging van de rapportageverplichting.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>2</nr><titel>Begrippenkader</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.1</nr><titel>Algemene begrippen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1</nr><titel>Treasuryfunctie</titel></kop><al> Alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van,
                                het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële
                                vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities
                                en de hieraan verbonden risico’s. De functie bestaat uit drie
                                deelfuncties te weten:</al><al> • het risicobeheer</al><al> • het kasbeheer</al><al> • de gemeentefinanciering (corporate finance)</al><al> en omvat de volgende</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2</nr><titel>Treasuryactiviteiten</titel></kop><al> - Risicobeheer</al><al> • Renterisicobeheer</al><al> • Kredietrisicobeheer</al><al> • Koersrisicobeheer</al><al> • Intern liquiditeitsrisicobeheer</al><al> • Valutarisicobeheer</al><al> - Kasbeheer</al><al> • Geldstromenbeheer</al><al> • Saldobeheer</al><al> • Liquiditeitenbeheer (tot 1 jaar)</al><al> - Gemeentefinanciering (corporate finance)</al><al> • Financiering (voor minimaal 1 jaar)</al><al> • Uitzettingen (voor minimaal 1 jaar)</al><al> • relatiebeheer</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.3</nr><titel>Treasurybeleid</titel></kop><al> Vastlegging van de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en
                                limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de
                                informatievoorziening en de administratieve organisatie ter
                                uitvoering van de treasuryfunctie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4</nr><titel>Treasurystatuut</titel></kop><al> Het document waarin de beleidsmatige infrastructuur voor de
                                uitvoering van de treasuryfunctie is vastgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5</nr><titel>Treasurybeheer</titel></kop><al> De uitvoering van de treasuryfunctie binnen de kaders van het
                                treasurystatuut.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6</nr><titel>Treasuryparagraaf</titel></kop><al> Het begrotingsonderdeel cq rekeningsonderdeel waarin het beleid
                                voor het komende jaar wordt vastgelegd resp. waarin verantwoording
                                wordt afgelegd van de realisatie van het voorgenomen beleid.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>3</nr><titel>Treasurybeleid</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.1</nr><titel> Algemeen; uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en
                                limieten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.1</nr><titel>Uitgangspunten.</titel></kop><al> Gelet op haar publiekrechtelijke taak om maatschappelijk kapitaal
                                te beheren voert onze gemeente een zorgvuldig treasurybeheer,
                                waarbij risicomijding voorop staat. Dit betekent niet dat er sprake
                                is van een passieve houding. Binnen de vastgestelde richtlijnen en
                                limieten wordt een actief beleid gevoerd waarbij wordt ingespeeld op
                                marktontwikkelingen en –verwachtingen. Binnen het algemene
                                uitgangspunt wordt gestreefd naar het verhogen van de opbrengsten en
                                het verminderen van de kosten. Tot de publieke taak wordt niet
                                gerekend het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het
                                genereren van inkomsten (bankachtige activiteiten).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.2</nr><titel>Doelstellingen</titel></kop><al> Als doelstellingen voor het treasurybeleid gelden:</al><al> - het beheersen van ongewenst financiële risico’s zoals
                                renterisico’s, koersrisico’s liquiditeitsrisico’s en
                                kredietrisico’s</al><al> - het zorgdragen voor een tijdige beschikbaarheid van middelen door
                                het verkrijgen en handhaven van toegang tot de financiële markten
                                tegen acceptabele condities;</al><al> - het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe
                                kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                posities;</al><al> - het optimaliseren van het rendement van de beschikbare
                                liquiditeiten binnen de vastgestelde richtlijnen en limieten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.3</nr><titel>Richtlijnen en limieten.</titel></kop><al> Naast de interne richtlijnen en limieten vastgelegd in dit statuut,
                                zijn de volgende wet- en regelgeving van toepassing:</al><al> - Gemeentewet;</al><al> - Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido);</al><al> - Besluit Leningsvoorwaarden Lagere Overheden;</al><al> - Richtlijnen van de ministeries inzake het gebruik van
                                derivaten;</al><al> - Comptabiliteitsvoorschriften.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.2</nr><titel>Risicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.1</nr><titel>Renterisicobeheer.</titel></kop><al> Renterisico’s zijn te omschrijven als ongewenste veranderingen van
                                de financiële resultaten als gevolg van wijzigingen in het
                                renteniveau. Ongunstige rentecondities kunnen verstrekkende gevolgen
                                hebben voor de financiële gezondheid van de organisatie. De
                                renterisico’s zijn onder te verdelen in primaire en secundaire
                                risico’s. Onder het primaire renterisico wordt verstaan het gevaar
                                van rentestijgingen als sprake is van financiering tegen een
                                variabele rente. Stijging van de rente betekent hogere kosten. Het
                                omgekeerde geldt bij beleggingen. Onder het secundaire renterisico
                                wordt verstaan het niet kunnen profiteren van een gunstige
                                renteontwikkeling omdat de rente voor een langere periode vaststaat.
                                Omdat beide risico’s elkaars spiegelbeeld zijn zullen de
                                renterisico’s nooit geheel kunnen worden uitgesloten. Om de risico’s
                                toch zoveel mogelijk te beperken worden de volgende richtlijnen
                                toegepast:</al><al> - bij het voor langere tijd uitzetten en aantrekken van gelden
                                wordt gestreefd naar een stabiel rentelastniveau. Om het risico te
                                spreiden wordt de portefeuille zodanig samengesteld dat met een
                                zekere regelmaat leningen en beleggingen vervallen. Het risico van
                                de vaste schuld bedraagt echter maximaal de renterisiconorm;</al><al> - het renterisico op de vlottende schuld wordt beperkt door de
                                netto vlottende schuld te beperken tot maximaal de
                                kasgeldlimiet;</al><al> - door ons college wordt jaarlijks een rentevisie vastgesteld en
                                vastgelegd. Periodiek wordt deze visie getoetst door het hoofd van
                                de afdeling financiën en zonodig door het college aangepast;</al><al> - de looptijd en de rentevaste periode van leningen en beleggingen
                                wordt afgestemd op de actuele rentestand en de vastgestelde
                                rentevisie;</al><al> - periodiek wordt de leningen- en beleggingsportefeuille in relatie
                                tot de rentestructuur en de verwachtingen daarover geanalyseerd. De
                                uitkomst van deze analyse bepaald of en zo ja welke acties
                                ondernomen worden;</al><al> - in tijden van relatief lage rente zal, indien de mogelijkheid
                                daartoe bestaat en er sprake is van een financieel voordeel,
                                overgegaan worden tot conversie van dure leningen.</al><al> - Derivaten zijn als instrument van risicobeheer niet
                                toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.2</nr><titel>Koersrisicobeheer</titel></kop><al> Ter beheersing van het koersrisico worden:</al><al> - beleggingen uitsluiten gedaan in Nederlandse guldens of
                                euro’s;</al><al> - en zijn uitsluitende toegestaan de instrumenten</al><al> • onderhandse geldleningen</al><al> • (staats)obligaties</al><al> • aandelen, voor zover gekocht in het kader van de uitoefening van
                                de publieke taak</al><al> • medium term notes</al><al> - het gebruik van derivaten is niet toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.3</nr><titel>Kredietrisicobeheer </titel></kop><al> Liquiditeitsoverschotten mogen uitsluitend worden belegd bij:</al><al> • bedrijven en instellingen die beschikken over een goede
                                kredietwaardigheid, tot uitdrukking komend in tenminste een credit
                                rating AA (lange termijn rating) of A-2 (korte termijn rating)</al><al> • voor financiële instellingen geldt tevens dat zij onder toezicht
                                staan van de Nederlandse Bank</al><al> • bij afzonderlijk besluit kan de gemeenteraad andere partijen
                                aanwijzen, waarbij een controle op de kredietwaardigheid van de
                                tegenpartij heeft plaats gevonden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.3</nr><titel>Gemeentefinanciering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.1</nr><titel>Financiering</titel></kop><al> Financieren omvat het aantrekken van vreemd vermogen voor een
                                periode langer dan 1 jaar, waarbij als uitgangspunt geldt dat dit
                                aantrekken alleen geschiedt in Nederlandse guldens of euro’s op
                                basis van ten minste 2 offertes en met als doelstellingen:</al><al> - het voorzien in de vermogensbehoefte tegen zo laag mogelijke
                                kosten;</al><al> - het aantrekken van vreemd vermogen tegen aanvaarbare
                                risico’s;</al><al> - het veilig stellen van de financierbaarheid door de toegang tot
                                de vermogensmarkt open te houden.</al><al> Naast de in de wet- en regelgeving, genoemd onder 3.1.3,
                                vastgelegde richtlijnen gelden de volgende interne richtlijnen:</al><al> - beslissingen tot financiering worden genomen op basis van de
                                totale financieringspositie (integrale financiering);</al><al> - het aantrekken van vreemd vermogen is alleen toegestaan
                                indien:</al><al> • er sprake is van een structurele financieringstekorten,
                                vastgesteld op basis van een lange termijn
                                liquiditeitsplanning;</al><al> • er sprake van concrete financiële voordelen door het converteren
                                van vreemd vermogen;</al><al> - financieringstransacties worden gebaseerd op de volgende
                                informatie:</al><al> • lange termijn liquiditeitenplanning.</al><al> Deze planning geeft een betrouwbaar en actueel beeld van de
                                inkomende en uitgaande geldstromen voor de komende 4 jaar. De
                                planning is mede gebaseerd op door de diverse budgethouders
                                verstrekte informatie en wordt eens per jaar getoetst en zonodig
                                bijgesteld;</al><al> • rentevisie, zoals genoemd onder 3.2.1. “renterisicobeheer”;</al><al> • analyse leningenportefeuille, zoals genoemd onder 3.2.1.
                                “renterisicobeheer”.</al><al> - bij financiering zijn als instrumenten alleen toegestaan:</al><al> • onderhandse leningen;</al><al> • obligaties;</al><al> • medium term notes.</al><al> - het gebruik van derivaten is niet toegestaan</al><al> - garanties aan derden worden slechts verstrekt voor zover passend
                                binnen het gemeentelijk beleid vastgelegd in de nota “gemeentelijke
                                financiële medewerkingen”, vastgesteld door de gemeenteraad bij
                                besluit van 1 december 1994.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.2</nr><titel>Uitzetting</titel></kop><al> Uitzetting omvat het beheren van de overtollige liquiditeiten en
                                het verstrekken van leningen voor een langere periode dan 1 jaar,
                                met als doelstelling:</al><al> - het optimaliseren van het renteresultaat op
                                liquiditeitsoverschotten tegen aanvaardbare risico’s.</al><al> Naast de in de wet- en regelgeving, genoemd onder 3.1.3,
                                vastgelegde richtlijnen gelden de volgende interne richtlijnen:</al><al> - beleggingstransacties worden gebaseerd op de volgende
                                informatie;</al><al> • lange termijn liquiditeitenplanning.</al><al> Deze planning geeft een betrouwbaar en actueel beeld van de
                                inkomende en uitgaande geldstromen voor de komende 4 jaar. De
                                planning is mede gebaseerd op door de diverse budgethouders
                                verstrekte informatie en wordt eens per jaar getoetst en zonodig
                                bijgesteld;</al><al> • rentevisie, zoals genoemd onder 3.2.1 “renterisicobeheer”;</al><al> • analyse leningenportefeuille, zoals genoemd onder 3.2.1.
                                “renterisicobeheer”.</al><al> - uitzettingen worden alleen gedaan in Nederlandse guldens of
                                euro’s;</al><al> - bij uitzettingen zijn als instrumenten alleen toegestaan:</al><al> • onderhandse leningen;</al><al> • (staats)obligaties;</al><al> • medium term notes.</al><al> - het gebruik van derivaten is niet toegestaan</al><al> - gelden mogen uitsluitend worden belegd bij:</al><al> • bedrijven en instellingen die beschikken over een goede
                                kredietwaardigheid, tot uitdrukking komend in tenminste een credit
                                rating AA (lange termijn rating) of A-2 (korte termijn rating)</al><al> • voor financiële instellingen geldt tevens dat zij onder toezicht
                                staan van de Nederlandse Bank</al><al> • bij afzonderlijk besluit kan de gemeenteraad andere partijen
                                aanwijzen, waarbij een controle op de kredietwaardigheid van de
                                tegenpartij heeft plaats gevonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.3</nr><titel>Relatiebeheer.</titel></kop><al> Relatiebeheer omvat het onderhouden van relaties met instellingen,
                                waarmee in het kader van de uitvoering van het treasurybeleid
                                contacten worden onderhouden. De doelstellingen daarbij zijn:</al><al> - het realiseren van marktconforme condities op producten en
                                diensten geleverd door financiële instellingen, advies- en
                                incassobureaus</al><al> - het zorgdragen voor een permanente beschikbaarheid van bancaire
                                en financiële diensten tegen vooraf overeengekomen condities.</al><al> Bij het realiseren van deze doelstellingen wordt onder meer geëist
                                dat de condities, die gelden voor de relatie met instellingen
                                waarmee structurele relaties bestaan, zoals banken en incassobureaus
                                periodiek doch ten minste eens per 4 jaar worden beoordeeld. Als
                                bankrelatie komen uitsluitend in aanmerking banken met minimaal een
                                AA-rating.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.4</nr><titel>Kasbeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.1</nr><titel>Geldstromenbeheer.</titel></kop><al> Het geldstromenbeheer omvat activiteiten die gericht zijn op het
                                betalingsverkeer. Het gaat hierbij zowel om verplaatsing van
                                liquiditeiten binnen de organisatie zelf, als tussen de gemeente en
                                derden.</al><al> De doelstellingen van het geldstromenbeheer zijn:</al><al> - het beperken van het liquiditeitsgebruik binnen de gemeente;</al><al> - het zorg dragen voor dagelijks voldoende liquiditeiten om aan de
                                kortetermijnverplichtingen te kunnen voldoen;</al><al> - het minimaliseren van zowel de externe (valuteringsdagen,
                                provisies, kosten betalingsverkeer en communicatiekosten) als de
                                interne kosten van het verwerken van geldstromen.</al><al> Om deze doelstellingen te kunnen realiseren zal enerzijds inzicht
                                moeten bestaan in de te verwachten geldstromen op korte termijn, en
                                anderzijds instrumenten beschikbaar moeten zijn waarmee de
                                geldstromen daadwerkelijk kunnen worden gestuurd. Hierbij gelden de
                                volgende richtlijnen:</al><al> - de in- en uitgaande geldstromen worden op elkaar afgestemd;</al><al> - bij de uitvoering van het betalingsverkeer wordt gekozen voor het
                                meest efficiënte instrument. Schriftelijke opdrachten worden zoveel
                                mogelijk teruggedrongen;</al><al> - het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk geconcentreerd bij één
                                bank;</al><al> - nieuwe ontwikkelingen op het gebied van het betalingsverkeer
                                worden nauwlettend gevolgd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.2</nr><titel>Saldo- en liquiditeitenbeheer.</titel></kop><al> Het saldo en liquiditeitenbeheer houdt het beheren, reguleren en
                                besturen van de inkomende en uitgaande geldstromen in en de effecten
                                daarvan op de rekeningcourantsaldi.</al><al> Bij het aantrekken en uitzetten van gelden voor een periode tot één
                                jaar worden de volgende doelstellingen nagestreefd:</al><al> - het voorzien in de huidige en toekomstige financieringsbehoefte
                                van de gemeente tegen zo laag mogelijke kosten;</al><al> - bij het uitzetten van gelden wordt tegen aanvaardbare condities
                                een optimaal renteresultaat nagestreefd;</al><al> - het aantrekken van vreemd vermogen tegen aanvaardbare
                                condities.</al><al> Bij het realiseren van deze doelstellingen gelden de volgende
                                richtlijnen:</al><al> - voor een optimaal saldo- en liquiditeitenbeheer zijn een
                                liquiditeitenplanning voor zowel de korte als de lange termijn, een
                                rentevisie en een analyse van de renterisico’s nodig;</al><al> • de liquiditeitenplanning voor de korte termijn wordt maandelijks
                                opgesteld en vormt de basis voor de vaststelling van de korte
                                termijn transacties;</al><al> • de liquiditeitenplanning voor de lange termijn wordt eenmaal per
                                jaar voor de komende 4 jaar vastgesteld;</al><al> • de rentevisie wordt eenmaal per jaar vastgesteld</al><al> - de liquiditeiten en geldstromen worden zo veel mogelijk
                                geconcentreerd binnen één hoofd- en nevenrekeningenstelsel bij één
                                bank;</al><al> - indien meerdere rekeningen bij dezelfde bank worden aangehouden
                                worden deze rekeningen in een saldo- en rentecompensatiecircuit
                                opgenomen;</al><al> - debetsaldi op rekening courant worden zo veel mogelijk
                                voorkomen;</al><al> • overschotten worden afgeroomd naar rekeningen waarop de
                                gunstigste condities gelden;</al><al> • tekorten worden afgedekt door het aantrekken van vreemd vermogen,
                                waarbij als instrumenten zijn toegestaan dag- en kasgeldleningen en
                                rekening courantkredieten;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.3</nr><titel>Debiteuren- en crediteurenbeheer.</titel></kop><al> Onder debiteuren- en crediteurenbeheer worden alle activiteiten
                                verstaan die worden verricht voor het registreren, beheren en
                                bewaken van de debiteuren en crediteuren. Daarnaast richt het zich
                                op de verwachte inkomende geldstromen uit hoofde van vorderingen en
                                uitgaande geldstromen uit hoofde van verplichtingen. Doelstellingen
                                van dit beheer zijn:</al><al> - het optimaliseren van de gemiddelde debiteuren- en
                                crediteurentermijn;</al><al> - het doelmatig beheren van de debiteuren en crediteuren;</al><al> - het minimaliseren van de kosten van het betalingsverkeer en de
                                incassokosten.</al><al> Bij het realiseren van deze doelstellingen gelden de volgende
                                richtlijnen:</al><al> - er bestaat een vaste debiteurenprocedure waarin tevens de
                                aanmaningsprocedure is vastgelegd;</al><al> - er bestaat een vaste crediteurenprocedure waarin tevens de
                                betaaltermijn is vastgelegd;</al><al> - periodiek vindt controle plaats op de toepassing van de
                                debiteuren- en crediteurenprocedure;</al><al> - bij het innen van vorderingen en het voldoen aan verplichtingen
                                worden de meest efficiënte instrumenten gekozen;</al><al> - het gebruik van automatische incasso voor het innen van
                                vorderingen wordt gestimuleerd;</al><al> - de afdeling financiën stuurt actief de betaal- en
                                ontvangstmomenten van grotere geldstromen;</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>4</nr><titel>Organisatie van de treasuryfunctie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Opzet, taakverdeling en functiescheiding.</titel></kop><al> De treasuryfunctie is centraal ingericht binnen de afdeling financiën.
                            De inrichting van de treasuryfunctie is enerzijds afhankelijk van de
                            omvang en complexiteit van de geldstromen binnen de organisatie en
                            anderzijds van de eis van functiescheiding die binnen de treasuryfunctie
                            moet worden toegepast om risico’s te voorkomen.</al><al> Binnen de gemeente Meppel ziet de treasury-organisatie er als volgt
                            uit:</al><al> - De Gemeenteraad</al><al> Stelt het treasurybeleid, de richtlijnen en de limieten vast en houdt
                            toezicht op de uitvoering daarvan.</al><al> - De Commissie algemene zaken</al><al> Bereidt de behandeling voor van alle voorstellen en rapportages over
                            treasury zaken die in de gemeenteraad aan orde komen. Daarnaast volgt
                            zij de uitvoering van het treasurybeleid.</al><al> - Het College van burgemeester en wethouders</al><al> Draagt de formele verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het
                            treasurybeleid. Zij besluit over transacties die vallen buiten de
                            gemandateerde bevoegdheden van medewerkers en voert repressieve controle
                            uit op de transacties (voor zover gedelegeerd door de Gemeenteraad)</al><al> - De Wethouder financiën</al><al> Is als portefeuillehouder politiek verantwoordelijk voor de uitvoering
                            van het treasurybeleid.</al><al> - De Directie</al><al> Is verantwoordelijk voor de vormgeving en de uitvoering van de planning
                            en control op beleidsmatig, financieel en juridisch gebied. De directie
                            is verantwoordelijk voor het opstellen en actualiseren van het
                            treasurybeleid, dat ter goedkeuring aan de Gemeenteraad wordt
                            voorgelegd. Na de vaststelling van het beleid ziet de directie toe op de
                            juiste uitvoering daarvan.</al><al> - Afdeling Organisatie en Bedrijfsondersteuning</al><al> Bewaakt de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de rapportages en
                            doet voorstellen voor beleidswijzigingen aan de directie.</al><al> - Het Hoofd van de afdeling financiën</al><al> Is verantwoordelijk voor de uitvoering van het treasurybeheer en
                            rapporteert daarover aan de directie, het college van burgemeester en
                            wethouders en de Gemeenteraad. Op advies van de treasury
                            medewerker(ster) van de afdeling financiën beslist hij/zij over uit te
                            voeren transacties, treedt in overleg met budgethouders bij verschil
                            tussen de liquiditeitenplanningen en de realisatie daarvan en adviseert
                            het College van burgemeester en wethouders over het aantrekken van
                            vreemd vermogen en het uitzetten van overtollige middelen.</al><al> - Treasury medewerker(ster) van de afdeling financiën</al><al> Is verantwoordelijk voor het opmaken en actualiseren van zowel de korte
                            als de lange termijn liquiditeitenplanning. Op basis daarvan doet
                            hij/zij voorstellen voor te ondernemen financierings – en
                            beleggingstransacties. Ook vergelijkt hij/zij periodiek de
                            liquiditeitenplanning met de realisatie, verklaart verschillen en
                            bespreekt deze met het hoofd van de afdeling financiën. Hij/zij voert
                            het cashmanagement uit, beheert de dagelijkse saldi en de liquiditeiten
                            en onderhoudt de daaruit voortvloeiende contacten met de bank(en). De
                            treasury medewerker(ster) is verantwoordelijk voor de administratieve
                            vastlegging van de financiële contracten in de treasury administratie en
                            controleert of bevestiging van financiële transacties van externe
                            partijen overeenkomen met de interne stukken. Hieronder valt ook de
                            controle of de mutaties op het dagafschrift overeenkomen met de
                            verwachte mutaties. Rapportage over de werkzaamheden vindt plaats aan
                            het hoofd van de afdeling financiën.</al><al> - De budgethouders</al><al> Hebben een informatieplicht aan de treasury medewerker(ster) van de
                            afdeling financiën met betrekking tot de liquiditeitenplanningen. De
                            verstrekte informatie moet tijdig, volledig en betrouwbaar zijn.</al><al> - De externe accountant</al><al> Adviseert en controleert of het treasurystatuut feitelijk wordt
                            nageleefd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Delegatie en mandatering.</titel></kop><al> Op grond van artikel 147 van de Gemeentewet berust de bevoegdheid tot
                            het aangaan en verstrekken van geldleningen bij de Gemeenteraad. Op
                            grond van artikel 156 kan de Gemeenteraad deze bevoegdheid overdragen
                            aan het College van burgemeester en wethouders. Om de handelingssnelheid
                            van met name het aangaan van geldleningen te vergroten draagt de
                            Gemeenteraad de volgende bevoegdheden over aan het College van
                            burgemeester en wethouders:</al><al> - het aangaan van kortlopende geldleningen tot een maximum van de
                            kasgeldlimiet, als bedoeld in artikel 1 onder g van de Wet Financiering
                            decentrale overheden en uitsluitend door middel van de instrumenten
                            genoemd onder 3.4.2 “Saldo- en liquiditeitenbeheer”;</al><al> - het uitzetten van kortlopende geldleningen tot een maximum van ƒ
                            11.018.550,-- / € 5.000.000,--;</al><al> - het aangaan van langlopende geldleningen tot maximaal de
                            vermogensbehoefte, vastgesteld bij de liquiditeitenplanning voor de
                            lange termijn en uitsluitend door middel van de instrumenten genoemd
                            onder 3.3.1 “Financiering”.</al><al> In alle andere gevallen wordt een gemotiveerd verzoek voor financiering
                            aan de gemeenteraad</al><al> voorgelegd;</al><al> Op grond van titel 10.1, afdeling 10.1.1, artikel 10:3 lid 1 van de
                            Algemene Wet Bestuursrecht mandateert het college van burgemeester en
                            wethouders het hoofd van de afdeling financiën tot:</al><al> - het aangaan van kortlopende geldleningen tot een maximum van de
                            kasgeldlimiet, als bedoeld in artikel 1 onder g van de Wet Financiering
                            decentrale overheden en uitsluitend door middel van de instrumenten
                            genoemd onder 3.4.2 “Saldo- en liquiditeitenbeheer”;</al><al> - het uitzetten van kortlopende geldleningen tot een maximum van ƒ
                            11.018.550,-- / € 5.000.000,--;</al><al> - het openen en sluiten van (bank)rekeningen;</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>5</nr><titel>Planning en Control</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al> Onder planning en control wordt verstaan “sturen, beheersen,
                            verantwoorden en toezicht”.</al><al> Als volgt schematisch weer te geven:</al><al> De totale cyclus van de treasuryfunctie moeten synchroon lopen met de
                            cycli van begroting en rekening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Planning</titel></kop><al> Binnen de gemeente Meppel bestaat de planning uit de elementen die zijn
                            vastgelegd in:</al><al> • een jaarplan, vastgelegd in de treasuryparagraaf bij de
                            begroting;</al><al> • een evaluatie van het jaarplan in de treasuryparagraaf bij de
                            rekening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>6</nr><titel>Informatievoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al> De kernelementen bij de treasuryfunctie zijn, zoals onder 2.1.1 is
                            vermeld, “sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden”. Bij de
                            eerste twee elementen gaat het met name om operationele informatie en
                            bij de laatste twee elementen om verantwoordingsinformatie.</al><al> Aan de informatieplicht wordt op de volgende wijze invulling
                            gegeven:</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Beleidsmatige informatie.</titel></kop><al> De beleidsmatige informatie bestaat uit de beleidskaders, zoals
                            verwerkt in dit statuut, en de op grond van de Wet Fido verplicht in de
                            begroting op te nemen “treasuryparagraaf”. In deze paragraaf kan de
                            informatie worden gevonden met betrekking tot concrete beleidsplannen en
                            de uitvoering ervan. Het doel van de beleidsmatige informatie is een
                            transparant besluitvormingsproces.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Operationele informatie.</titel></kop><al> De organisatieonderdelen stellen zowel korte- als lange termijn
                            liquiditeitsprognoses op.</al><al> • De korte termijn prognoses worden maandelijks herzien en berusten
                            op:</al><al> - investeringsuitgaven en te ontvangen investeringssubsidies;</al><al> - kosten van bouwrijp maken en te ontvangen koopsommen in het kader van
                            de grondexplopitatie;</al><al> - overige inkomsten en uitgaven;</al><al> - de dagelijkse rekening-courantsaldi;</al><al> - de geldmarktinformatie.</al><al> • De lange termijn prognose wordt jaarlijks herzien en berust op:</al><al> - de voorgenomen investeringen in het kader van het
                            meerjareninvesteringsprogramma;</al><al> - de rentevisie</al><al> - de analyse van de leningportefeuille;</al><al> - de kapitaalmarktinformatie </al><al> omschrijving frequentie bron duur informatieverstrekker
                            informatieontvanger liquiditeitenplanning korte termijn maandelijks
                            Financiële administratie,</al><al> Verplichtingen administratie en elektronisch bankierssysteem 1 maand
                            budgethouders treasury medewerker Liquiditeiten-planning lange termijn
                            jaarlijks Meerjaren investerings-plan en planning grondexploitatie 4
                            jaar budgethouders treasury medewerker Rentevisie kwartaal bankrelaties
                            en overige marktbronnen 1 jaar treasury medewerker hoofd Financiën
                            analyse leningen- en beleggingsportefeuille jaarlijks Portefeuille en
                            bankrelaties / overige marktbronnen jaarlijks treasury medewerker hoofd
                            Financiën </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Verantwoordingsinformatie</titel></kop><al> Met deze informatie wordt ingegaan op de vraag in hoeverre de gestelde
                            doelen met betrekking tot het treasurybeleid zijn gerealiseerd en of de
                            uitvoering van de treasuryfunctie heeft plaatsgevonden binnen de
                            daarvoor gestelde kaders. Deze verantwoordingsinformatie wordt opgenomen
                            in de op grond van de Wet Fido verplicht in het jaarverslag bij de
                            rekening op te nemen “treasuryparagraaf”.</al><al> Als verantwoordingsinformatie wordt aangemerkt:</al><al> • Liquiditeitsplanning versus de realisatie;</al><al> • Het geplande risicoprofiel versus de realisatie;</al><al> • Rapportage over de naleving van de procedures, richtlijnen en
                            limieten;</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>7</nr><titel>Administratieve organisatie en interne controle.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr/><titel/></kop><al>In de administratieve organisatie kristalliseert zich praktisch de
                            gehele treasuryfunctie uit. De richtlijnen en limieten, de verdeling van
                            taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, de delegatie en
                            mandatering, vinden hun vastlegging en neerslag in de administratieve
                            organisatie. In relatie daarmee zal de administratieve organisatie ook
                            de adequate beleids-, operationele- en verantwoordingsinformatie moeten
                            kunnen leveren aan de betrokkenen. De administratie bevat daarnaast als
                            kernonderdeel ook de maatregelen voor de interne controle om daarmee te
                            bewerkstelligen en te bevestigen dat de uitvoering van de
                            treasuryfunctie conform de gestelde regels geschiedt. De afdeling
                            organisatie en bedrijfsondersteuning voert periodiek interne controle
                            uit op:</al><al> • de juistheid, tijdigheid, volledigheid en relevantie van de
                            managementinformatie;</al><al> • de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de administratiever
                            verwerking;</al><al> • de naleving van de preventieve maatregelen;</al><al> • de realisatie van de doelstellingen;</al><al> • de uitvoering van het beleid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Preventieve administratieve maatregelen.</titel></kop><al>Procedures worden vastgesteld voor de volgende activiteiten:</al><al> • het aantrekken van call- en kasgeldleningen;</al><al> • het aantrekken van langlopende geldleningen;</al><al> • het verlenen van garanties;</al><al> • het opstellen van liquiditeitsplanningen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare</ondertekening><ondertekening> raadsvergadering van 5 juli 2001</ondertekening><ondertekening> de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel/></kop><al/><al> Wettelijke voorschriften.</al><al> - Gemeentewet 1994;</al><al> - Besluit Comptabiliteitsvoorschriften 1995;</al><al> - Circulaire Staatssecretaris van Financiën inzake het gebruik van derivaten
                    door openbare lichamen 1995;</al><al> - Wet financiering decentrale overheden 2000.</al><al> Verklarende woordenlijst.</al><al> Aandeel:</al><al> Bewijs van deelname in het kapitaal van een vennootschap (bijvoorbeeld een N.V.
                    of B.V.)</al><al> Administratieve organisatie:</al><al> Het complex van organisatorische maatregelen, gericht op het totstandbrengen en
                    instandhouden van de informatieverzorging in en omtrent de organisatie. De
                    informatieverzorging dient effectief, efficiënt en betrouwbaar te zijn.</al><al> Derivaten:</al><al> Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende
                    waarde. Deze onderliggende waarden kunnen reële producten zijn zoals
                    grondstoffen, of financiële producten zoals effecten. Derivaten kennen een breed
                    toepassingsgebied en worden onder andere gebruikt om valuta- en renterisico’s te
                    sturen en financieringskosten te minimaliseren.</al><al> Eigen vermogen:</al><al> Het deel van het vermogen dat permanent aanwezig is en als eerste alle risico’s
                    draagt die zijn verbonden aan de bedrijfsuitoefening.</al><al> Externe financiering:</al><al> Het aantrekken van middelen uit bronnen die buiten de eigen organisatie
                    liggen.</al><al> Financiering:</al><al> Het aantrekken van middelen voor de dekking van vermogensbehoefte.</al><al> Financieringsbehoefte:</al><al> De behoefte om uit interne of externe bronnen vermogen aan te trekken voor de
                    dekking van vermogensbehoefte</al><al> Medium Term Notes:</al><al> Verhandelbare schuldbekentenissen aan toonder, met een minimumlooptijd van twee
                    jaar en een minimum omvang van nominaal ƒ 1 miljoen. Maakt onderdeel uit van een
                    medium term note programma en wordt veelal uitgegeven door een bank.</al><al> Obligatie:</al><al> Verhandelbare schuldbekentenis als onderdeel van een obligatielening,
                    uitgegeven door een overheid of bedrijf.</al><al> Rating :</al><al> overzicht ratingkwalificaties</al><al><plaatje><illustratie id="i6fca5633-697d-4c3d-8adb-5421524afef7" naam="i144028i6fca5633-697d-4c3d-8adb-5421524afef7.jpg" type="foto" breedte="14.5cm" hoogte="11.9cm"/></plaatje> (Rente)conversie:</al><al> Tussentijdse aanpassing van de contractuele rente.</al><al> Rentetypische looptijd:</al><al> Looptijd tussen twee renteconversiemomenten</al><al> Rentevisie:</al><al> Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling, uitgaande van een aantal
                    rentebepalende factoren, op basis waarvan een financiering- en beleggingsbeleid
                    wordt gevoerd.</al><al> Saldo- en rentecompensatie Circuit:</al><al> De debet- en creditvalutaire saldi van meerdere rekeningen van een organisatie
                    worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo. Over dit gecombineerde saldo
                    berekent de bank de te betalen of te ontvangen rente. Een en ander is echter
                    slechts mogelijk wanneer de organisatie deze rekeningen bij één bank
                    aanhoudt.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>