<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76546_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen gehandicapten 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wassenaarder, 27-10-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen gehandicapten 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet voorzieningen gehandicapten, art. 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Tijdelijke referendumwet, art. 22</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-11-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>04098</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening voorzieningen gehandicapten 2004
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Wassenaar;</al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 september
                        ’04,</al>
          <al>raadsvoorstel 04098</al>
          <al>gelet op artikel 2 van de Wet voorzieningen gehandicapten (Stb. 1993, nr.
                        545) ; </al>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet ( Stb. 1993, 610) en gelet op
                        artikel 22 van de Tijdelijke referendumwet;</al>
          <al>overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van voorzieningen aan
                        gehandicapten bij verordening te regelen;</al>
          <al>besluit vast te stellen de volgende verordening: </al>
          <al>
            <vet>VERORDENING VOORZIENINGEN GEHANDICAPTEN 2004</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>Algemeen</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Algemene bepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1.1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>
                    <cursief>Voorziening</cursief>: een woonvoorziening, een
                                        vervoersvoorziening of een rolstoel.</al></li>
                <li nr="b."><al>
                    <cursief>Inkomen</cursief>:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>het bruto-inkomen van de gehandicapte indien de
                                                gehandicapte 18 jaar of ouder is en geen echtgenoot
                                                heeft in de zin van artikel 1, lid 2 t/m 7 van de
                                                wet;</al></li>
                    <li nr="2."><al>het gezamenlijk bruto-inkomen van de ouders of
                                                pleegouders van de gehandicapte indien de
                                                gehandicapte jonger is dan 18 jaar en geen
                                                echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 t/m 7
                                                van de wet;</al></li>
                    <li nr="3."><al>het gezamenlijk bruto-inkomen van de gehandicapte en
                                                zijn echtgenoot indien de gehandicapte een
                                                echtgenoot heeft in de zin van artikel 1, lid 2 t/m
                                                7 van de wet; verminderd met de over het
                                                bruto-inkomen verschuldigde belasting, sociale
                                                verzekeringspremies en pensioenpremies, waaronder de
                                                procentuele premie voor de verplichte
                                                ziekenfondsverzekering dan wel met de premie van een
                                                particuliere ziektekostenverzekering, waarvan de
                                                dekking overeenkomt met de ziekenfondsverzekering
                                                nadat deze premie is verminderd met een bedrag
                                                gelijk aan de nominale premie die verschuldigd zou
                                                zijn bij verplichte ziekenfondsverzekering</al></li>
                    <li nr="4."><al>voor de bepaling van het inkomen als bedoeld in lid
                                                b onder 1 t/m 3 van dit artikel worden inkomsten uit
                                                vermogen tot de vermogensbedragen als genoemd in
                                                artikel 34, lid 3 van de Wet werk en bijstand
                                                vrijgelaten;</al></li>
                    <li nr="5."><al>voor de bepaling van het inkomen als bedoeld in lid
                                                b onder 1 t/m 3 van dit artikel wordt rekening
                                                gehouden met kosten in verband met ziekte of
                                                handicap waarvoor naar het oordeel van burgemeester
                                                en wethouders niet door een andere wettelijke
                                                regeling in wordt voorzien, voorzover deze kosten
                                                een bedrag van 0.2 maal het van toepassing zijnde
                                                normbedrag niet overschrijden;</al></li>
                    <li nr="6."><al>ingeval de gehandicapte een gehandicapte echtgenoot
                                                heeft als bedoeld in artikel 1, lid 2 t/m 7 van de
                                                wet en hiermede een gezamenlijke huishouding voert,
                                                wordt met de kosten als bedoeld in lid 4 van dit
                                                artikel rekening gehouden met een bedrag tot
                                                maximaal 0.2 maal het op ieder van hen toepasselijke
                                                normbedrag voor een alleenstaande.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="c."><al>
                    <cursief>Woonwagen:</cursief>
                  </al><al>voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op
                                        een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden
                                        verplaatst.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="d."><al>
                    <cursief>Standplaats:</cursief>
                  </al><al>een kavel, bestemd voor het plaatsen van een
                                        woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het
                                        leidingnet van de openbare nutsbedrijven kunnen worden
                                        aangesloten.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="e."><al>
                    <cursief>Woonschip:</cursief>
                  </al><al>elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt
                                        gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of
                                        inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot dag of
                                        nachtverblijf van een of meer personen.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="f."><al>
                    <cursief>Ligplaats:</cursief>
                  </al></li>
                <li nr=""><al>een door de gemeente aangewezen ligplaats welke door een
                                        woonschip wordt ingenomen.</al></li>
                <li nr="g."><al>
                    <cursief>Hoofdverblijf:</cursief>
                  </al></li>
                <li nr=""><al>de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning,
                                        waar de gehandicapte zijn vaste woon- en verblijfplaats
                                        heeft en in de gemeentelijke basisadministratie staat
                                        ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het
                                        feitelijk woonadres indien de gehandicapte met een
                                        briefadres is ingeschreven.</al></li>
                <li nr="h."><al>
                    <cursief>Gemeenschappelijke ruimte</cursief>:</al></li>
                <li nr=""><al>gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de
                                        onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning
                                        van de gehandicapte vanaf de toegang tot de woning te
                                        bereiken en ruimten die onder het gehuurde vallen en/of
                                        waarvan de gehandicapte gebruik moet kunnen maken.</al></li>
                <li nr="i."><al>
                    <cursief>Woningaanpassing:</cursief>
                  </al></li>
                <li nr=""><al>ingreep die gericht is op het opheffen of verminderen van
                                        beperkingen die een gehandicapte ondervindt bij het normale
                                        gebruik van de woonruimte en waarvan de kosten een bedrag
                                        van € 45.378,00 niet te boven gaan. </al></li>
                <li nr="j."><al>
                    <cursief>Wet:</cursief> de Wet voorzieningen
                                        gehandicapten.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1.2</nr>
                <titel>Algemene beperkingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>deze in overwegende mate op het individu is
                                            gericht;</al></li>
                  <li nr="b."><al>deze langdurig noodzakelijk is om diens beperkingen op
                                            het gebied van het wonen of zich binnen of buiten de
                                            woning verplaatsen op te heffen of te verminderen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de
                                            goedkoopst adequate voorziening kan worden
                                            aangemerkt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Geen voorziening wordt toegekend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager
                                            algemeen gebruikelijk is;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor zover op grond van enige andere wettelijke regeling
                                            of privaatrechtelijke regeling aanspraak op de
                                            voorziening bestaat;</al></li>
                  <li nr="c."><al>voor zover de ondervonden ergonomische belemmeringen in
                                            de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning
                                            gebruikte materialen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Woonvoorzieningen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.1</nr>
                <titel>Type woonvoorzieningen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De door burgemeester en wethouders te verstrekken
                                    woonvoorziening kan bestaan uit een financiële tegemoetkoming in
                                    de kosten van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verhuizing en inrichting;</al></li>
                  <li nr="b."><al>woningaanpassing;</al></li>
                  <li nr="c."><al>woonvoorzieningen van niet-bouwkundige en woontechnische
                                            aard;</al></li>
                  <li nr="d."><al>onderhoud, keuring en reparatie;</al></li>
                  <li nr="e."><al>tijdelijke huisvesting;</al></li>
                  <li nr="f."><al>huurderving;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het eerste lid onder b
                                    en c genoemde voorziening ook als voorziening in natura
                                    verstrekken. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.2</nr>
                <titel>Het recht op een woonvoorziening</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Een gehandicapte kan voor een woonvoorziening als bij artikel
                                    2.1 lid 1 onder a, genoemd in aanmerking worden gebracht wanneer
                                    aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het
                                    normale gebruik van de woning belemmeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een gehandicapte kan voor een woonvoorziening als bij artikel
                                    2.1 lid 1 onder b en c genoemd in aanmerking worden gebracht
                                    indien de in het eerste lid van dit artikel genoemde voorziening
                                    niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate oplossing
                                    is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in lid 2 is niet van toepassing op
                                    woonvoorzieningen waarvan de kosten minder bedragen dan €
                                    10.000,00.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.3</nr>
                <titel>Beperkingen</titel>
              </kop>
              <al>De bepalingen van hoofdstuk 2 zijn niet van toepassing op het
                                treffen van voorzieningen aan hotels/ pensions, trekkerswoonwagens,
                                verzorgingshuizen, vakantiewoningen, tweede woningen, kamerverhuur
                                en specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor
                                wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of
                                voorzieningen die bij (nieuw)bouw of renovatie zonder
                                noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.4</nr>
                <titel>Hoofdverblijf</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                    tegemoetkoming in de gemaakte kosten indien de gehandicapte zijn
                                    hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de
                                    voorziening wordt getroffen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een
                                    financiële tegemoetkoming worden verleend voor het aanpassen van
                                    één woonruimte indien de gehandicapte zijn hoofdverblijf heeft
                                    in een AWBZ-inrichting.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De aan te passen woning dient in de gemeente gelegen te
                                    zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De financiële tegemoetkoming betreft slechts een tegemoetkoming
                                    in de kosten van het bezoekbaar maken van de in het tweede lid
                                    bedoelde woonruimte met een maximum van € 3000,00.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de
                                    gehandicapte de woonruimte, de woonkamer en een toilet kan
                                    bereiken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>De onder lid 2 bedoelde financiële tegemoetkoming wordt slechts
                                    verstrekt onder voorwaarde dat de gemeente, waar de gehandicapte
                                    zijn hoofdverblijf heeft, verklaart dat haar niet bekend is dat
                                    ten behoeve van de gehandicapte reeds eerder een woning
                                    bezoekbaar is gemaakt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.5</nr>
                <titel>Beperkingen</titel>
              </kop>
              <al>De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.1
                                wordt geweigerd indien: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de noodzaak tot het treffen van deze woonvoorziening het
                                        gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van
                                        belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten
                                        gevolge van ziekte of gebrek geen aanleiding bestond en er
                                        geen andere belangrijke reden aanwezig was;</al></li>
                <li nr="b."><al>indien de gehandicapte niet is verhuisd naar de voor zijn of
                                        haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte
                                        woning, tenzij tevoren schriftelijk toestemming is verleend
                                        door burgemeester en wethouders.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.6</nr>
                <titel>Gemeenschappelijke ruimten</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen een financiële tegemoetkoming
                                verlenen voor het treffen van uitsluitend de volgende voorzieningen
                                aan gemeenschappelijke ruimten indien zonder deze woningaanpassing
                                de woonruimte voor de gehandicapte ontoegankelijk blijft:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>het verbreden van toegangsdeuren;</al></li>
                <li nr="b."><al>het aanbrengen van electrische deuropeners;</al></li>
                <li nr="c."><al>aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de
                                        toegang van het gebouw (mits de woningen in het woongebouw
                                        te bereiken zijn met een rolstoel);</al></li>
                <li nr="d."><al>het aanbrengen van een extra trapleuning bij een
                                        portiekwoning;</al></li>
                <li nr="e."><al>een opstelplaats voor een rolstoel of vervoersvoorziening
                                        bij een toegangsdeur van het woongebouw;</al></li>
                <li nr="f."><al>drempelhulpen en vlonders.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2.7</nr>
                <titel>Voorwaarden</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><lijst>
                    <li nr="a."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een financiële
                                                tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten
                                                als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a verstrekken
                                                aan de gehandicapte of een persoon die op verzoek
                                                van de gemeente, ten behoeve van een gehandicapte de
                                                woonruimte, bestemd voor permanente bewoning, heeft
                                                ontruimd.</al></li>
                    <li nr="b."><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een
                                                financiële tegemoetkoming als bedoeld onder a van
                                                dit artikel indien:</al><al>1. de verhuizing niet heeft plaatsgevonden voordat
                                                een aanvraag om een tegemoetkoming is
                                                ingediend;</al><al>2. de gehandicapte niet voor het eerst zelfstandig
                                                gaat wonen;</al><al>3. de gehandicapte niet verhuisd is vanuit of naar
                                                een woonruimte die niet geschikt is om het hele jaar
                                                door bewoond te worden;</al><al>4. de gehandicapte niet verhuisd is naar een
                                                AWBZ-inrichting waaronder begrepen een
                                                verzorgingshuis;</al><al>5. in de te verlaten woonruimte ergonomische
                                                belemmeringen zijn ondervonden, tenzij het een
                                                verhuizing naar een ADL-woning betreft.</al></li>
                    <li nr="c."><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een
                                                financiële tegemoetkoming in de verhuis- en
                                                inrichtingskosten als bedoeld in artikel 2.1 lid 1
                                                onder a indien de gehandicapte niet verhuisd is op
                                                een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie
                                                of woonsituatie de verhuizing ook zonder handicap
                                                algemeen gebruikelijk geacht zou zijn.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                        tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 2.1, lid
                                        1 onder b en c indien in de financiering van het niet door
                                        subsidie gedekte deel van de voorziening is voorzien.</al></li>
                <li nr="3."><al>De in lid 2 bedoelde kosten van woningaanpassingen kunnen
                                        slechts bestaan uit:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en
                                                materiaalkosten) voor het treffen van de
                                                voorziening;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten,
                                                met inachtneming van het bepaalde in de
                                                risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991;</al></li>
                    <li nr="c."><al>het architectenhonorarium tot ten hoogste 10 % van
                                                de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger
                                                is dan het maximale honorarium als bepaald in SR
                                                1988 van de BNA.</al></li>
                    <li nr="d."><al>de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien
                                                dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de
                                                aanneemsom;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de leges voor zover deze betrekking hebben op het
                                                treffen van de voorziening;</al></li>
                    <li nr="f."><al>de verschuldigde en niet verrekenbare of
                                                terugvorderbare B.T.W;</al></li>
                    <li nr="g."><al>renteverlies, in verband met het verrichten van
                                                noodzakelijke betaling aan derden voordat de
                                                bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband
                                                houdt met de bouw dan wel het treffen van
                                                voorzieningen;</al></li>
                    <li nr="h."><al>de prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk als
                                                niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan
                                                worden;</al></li>
                    <li nr="i."><al>de door burgemeester en wethouders (schriftelijk)
                                                goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de
                                                raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien
                                                hadden kunnen zijn;</al></li>
                    <li nr="j."><al>de kosten in verband met noodzakelijk technisch
                                                onderzoek en adviezen met</al><al> betrekking tot het verrichten van de
                                                aanpassing;</al></li>
                    <li nr="k."><al>de kosten van heraansluiting op de openbare
                                                nutsvoorziening;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                        tegemoetkoming in de aanpassingskosten aan een woonwagen
                                        indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de technische levensduur van de woonwagen nog
                                                minimaal vijf jaar is;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing
                                                in aanmerking komt;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de woonwagen ten tijde van de indiening van de
                                                aanvraag voor een woon- voorziening bij de gemeente
                                                op de standplaats stond; en</al></li>
                    <li nr="d."><al>de hoofdbewoner van een woonwagen in het bezit is
                                                van een bewoningsvergunning als bedoeld in de
                                                Woningwet.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                        tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonschip
                                        indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de technische levensduur van het woonschip ten tijde
                                                van indiening van de aanvraag nog minimaal vijf jaar
                                                is;</al></li>
                    <li nr="b."><al>het woonschip ten tijde van indiening van de
                                                aanvraag nog minimaal vijf jaar op de ligplaats mag
                                                blijven liggen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="6."><al>Indien de technische levensduur van de woonwagen of het
                                        woonschip ten tijde van indiening van de aanvraag minder dan
                                        vijf jaar is of de standplaats van de woonwagen binnen vijf
                                        jaar voor opheffing in aanmerking komt of het woonschip niet
                                        tenminste nog vijf jaar op de ligplaats mag liggen, bedragen
                                        de maximale aanpassingskosten € 1.000,00.</al></li>
                <li nr="7."><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                        tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een binnenschip
                                        indien de aanpassing betrekking heeft op het voor de
                                        schipper, de bemanning en hun gezinsleden bestemde gedeelte
                                        van het verblijf als bedoeld in artikel 1, tweede lid,
                                        onderdeel V, van het Binnenschepenbesluit (Stb.1987, 466),
                                        van een binnenschip, dat:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>in het register, bedoeld in artikel 783 van Boek 8
                                                van het Burgerlijk Wetboek als zodanig te boek is
                                                gesteld op de wijze omschreven in de maatregel
                                                teboekgestelde schepen 1992; en</al></li>
                    <li nr="b."><al>bedrijfsmatig wordt gebruikt, hetzij voor het
                                                vervoer van goederen, daarbij blijkens de meetbrief
                                                bedoeld in het metingsbesluit binnenvaartuigen 1978
                                                een laadvermogen van tenminste 15 ton hebbend, of
                                                voor het vervoer van meer dan 12 personen buiten de
                                                in de aanhef bedoelde.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="8."><al>Voorzover het treffen van voorzieningen als bedoeld in
                                        artikel 2.1. lid 1 onder b, betreft het uitbreiden van
                                        bestaande woningen, dan wel het groter bouwen van een nieuw
                                        te bouwen woning dan zonder de voorzieningen nodig zou zijn,
                                        kunnen burgemeester en wethouders een bijdrage verlenen voor
                                        de extra te verwerven grond die ten hoogste overeenkomt met
                                        de bijdrage voor het aantal vierkante meters per vertrek en
                                        een gedeelte van de buitenruimte bij de woning zoals vermeld
                                        in bijlage I.</al></li>
                <li nr="9."><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                                        tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en
                                        reparatie als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder d indien de
                                        woonvoorziening in het kader van deze verordening dan wel op
                                        grond van de Regeling Geldelijke Steun Huisvesting
                                        Gehandicapten is verleend en de woonvoorziening voorkomt op
                                        de in bijlage II genoemde lijst voorzieningen mits de
                                        gehandicapte ten tijde van het onderhoud, de keuring of
                                        reparatie de woonruimte als hoofdverblijf bewoont.</al></li>
                <li nr="10."><lijst>
                    <li nr="a."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een financiële
                                                tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke
                                                huisvesting als bedoeld in artikel 2.1. lid 1 onder
                                                e verlenen die door de gehandicapte moeten worden
                                                gemaakt in verband met het aanpassen van zijn
                                                huidige woonruimte of de door de gehandicapte nog te
                                                betrekken woonruimte, alleen voor de periode dat de
                                                woonruimte ten gevolge van het verrichten van de
                                                woningaanpassing niet bewoond kan worden en voor
                                                dubbele woonlasten komt te staan.</al></li>
                    <li nr="b."><al>Een tegemoetkoming in de kosten in verband met
                                                tijdelijke huisvesting wordt alleen verleend als de
                                                gehandicapte redelijkerwijs niet had kunnen
                                                voorkomen dat hij deze dubbele woonlasten zou
                                                hebben.</al></li>
                    <li nr="c."><al>De maximale termijn dat een tegemoetkoming in de
                                                kosten van tijdelijke huisvesting als bedoeld onder
                                                a wordt verstrekt, bedraagt 6 maanden.</al></li>
                    <li nr="d."><al>In de onder a bedoelde gevallen kan alleen een
                                                tegemoetkoming in de kosten worden verleend als deze
                                                kosten gemaakt werden i.v.m. het tijdelijk betrekken
                                                van een zelfstandige woonruimte of het tijdelijk
                                                betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte, of
                                                het langer moeten aanhouden van de te verlaten
                                                woonruimte. </al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="11."><al>In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte,
                                        die voor meer dan € 10.000,00 is aangepast, kunnen
                                        burgemeester en wethouders een financiële1. tegemoetkoming
                                        verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met
                                        derving van huurinkomsten voor de duur van maximaal 6
                                        maanden, waarbij de eerste maand huurderving niet voor een
                                        financiële tegemoetkoming in aanmerking komt.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="12."><lijst>
                    <li nr="a."><al>De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening
                                                een financiële tegemoetkoming in de kosten van het
                                                treffen van een voorziening heeft ontvangen en die
                                                binnen een periode van vijf jaar na de datum van
                                                gereedmelding van de werkzaamheden de woning
                                                verkoopt, is gehouden om binnen een week na het
                                                passeren van de akte burgemeester en wethouders
                                                hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De
                                                meerwaarde die door het treffen van de voorziening
                                                is ontstaan dient aan de gemeente te worden
                                                teruggestort.</al></li>
                    <li nr="b."><al>De restitutie als bedoeld in het eerste lid
                                                bedraagt:</al><al>voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde, </al><al>voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde, </al><al>voor het derde jaar 60% van de meerwaarde, </al><al>voor het vierde jaar 40% van de meerwaarde en </al><al>voor het vijfde jaar 20% van de meerwaarde, </al><al>in alle gevallen minus het percentage dat voor
                                                rekening van de eigenaar van de woonruimte is
                                                gekomen.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Vervoersvoorzieningen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.1</nr>
                <titel>Algemene omschrijving</titel>
              </kop>
              <al>De door burgemeester en wethouders te verstrekken
                                vervoersvoorziening kan slechts bestaan uit:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar
                                        vervoer;</al></li>
                <li nr="b."><al>een voorziening in natura in de vorm van:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>een al dan niet aangepaste bruikleenauto;</al></li>
                    <li nr="2."><al>een al dan niet aangepaste gesloten
                                                buitenwagen;</al></li>
                    <li nr="3."><al>een open elektrische buitenwagen;</al></li>
                    <li nr="4."><al>een ander verplaatsingsmiddel;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="c."><al>een tegemoetkoming of een vergoeding in de kosten van:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>aanpassing van een eigen auto;</al></li>
                    <li nr="2."><al>gebruik van een bruikleenauto;</al></li>
                    <li nr="3."><al>gebruik van een taxi of een eigen auto;</al></li>
                    <li nr="4."><al>gebruik van een rolstoeltaxi;</al></li>
                    <li nr="5."><al>aanschaf of gebruik van een ander
                                                verplaatsingsmiddel;</al></li>
                    <li nr="6."><al>de kosten van een gehandicaptenparkeerkaart en een
                                                gehandicaptenparkeerplaats.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="d."><al>een combinatie van de onder a, b en c genoemde
                                        voorzieningen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3.2</nr>
                <titel>Het recht op een vervoersvoorziening</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Een gehandicapte kan voor een vervoersvoorziening als in artikel
                                    3.1 onder a vermeld in aanmerking worden gebracht, wanneer
                                    aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebruik van het openbaar vervoer of</al></li>
                  <li nr="b."><al>het bereiken van dit openbaar vervoer onmogelijk
                                            maken</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een gehandicapte kan voor een vervoersvoorziening als in artikel
                                    3.1 onder b en c vermeld in aanmerking worden gebracht
                                    wanneer</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek
                                            het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in
                                            het eerste lid onmogelijk maken,</al><al> dan wel</al></li>
                  <li nr="b."><al>een collectief systeem als bedoeld in het eerste lid
                                            niet aanwezig is.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Voor de bij artikel 3.1. onder b sub 2, 3 en 4 en onder c sub 1
                                    t/m 6 genoemde voorzieningen geldt, in afwijking op het gestelde
                                    in het vorige lid onder b, dat zij ook in aanvulling op het
                                    gebruik van een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel
                                    3.1 onder a verstrekt kunnen worden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Bij het vaststellen van de hoogte van de
                                    vervoerskostenvergoeding, als bedoeld in artikel 3.1 onder c sub
                                    2 , 3 en 4 kan rekening worden gehouden met de individuele
                                    vervoersbehoefte van de gehandicapte en de mate waarin een
                                    collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 3.1 onder a in
                                    die vervoersbehoefte kan voorzien.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Voorzover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt
                                    niet meer dan anderhalf maal een enkele vergoeding
                                    toegekend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Indien het inkomen zoals bedoeld onder artikel 1.1 onder b hoger
                                    is dan 1,5 keer het norminkomen, wordt geen financiële
                                    tegemoetkoming in de kosten van een vervoersvoorziening als
                                    bedoeld in artikel 3.1 onder c sub 1 t/m 4 en 6, dan wel een
                                    vervoersvoorziening in natura als bedoeld in artikel 3.1 onder b
                                    sub 1 verstrekt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Indien een gehandicapte een vervoersvoorziening in natura in
                                    bruikleen heeft en tevens in aanmerking komt voor een financiële
                                    vergoeding zoals bedoeld in artikel 3.1, onder c, lid 2 tot en
                                    met 5 bedraagt deze tegemoetkoming 70 procent van maximale
                                    financiële tegemoetkoming in de vervoerskosten.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Rolstoelen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.1</nr>
                <titel>Algemene omschrijving</titel>
              </kop>
              <al>De door burgemeester en wethouders te verstrekken
                                rolstoelvoorziening kan slechts bestaan uit:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een rolstoel voor verplaatsing binnen, dan wel voor
                                        verplaatsing binnen en buiten de woonruimte, dan wel een
                                        aanpassing daaraan; en</al></li>
                <li nr="b."><al>een sportrolstoel.</al></li>
                <li nr="c."><al>een tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, gebruik en
                                        reparatie;</al></li>
                <li nr="d."><al>in verband met de handicap noodzakelijk geachte
                                        accessoires.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.2</nr>
                <titel>Het recht op een rolstoel</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Een gehandicapte kan voor een rolstoel in aanmerking worden
                                    gebracht wanneer de aantoonbare beperkingen op grond van ziekte
                                    of gebrek dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning
                                    noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond
                                    van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een onvoldoende
                                    oplossing bieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In tegenstelling tot het gestelde in het eerste lid kan een
                                    gehandicapte éénmaal per drie jaar in aanmerking voor een
                                    sportrolstoel worden gebracht indien hij zonder sportrolstoel
                                    niet in staat is tot sportbeoefening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4.3</nr>
                <titel>Bruikleen of eigendom</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Een rolstoel wordt in bruikleen verstrekt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In tegenstelling tot het gestelde in het eerste lid vindt de
                                    verstrekking van een sportrolstoel plaats in de vorm van een
                                    forfaitaire of gemaximeerde vergoeding waarmee voor een periode
                                    van drie jaar een rolstoel aangeschaft en onderhouden kan
                                    worden.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>HOOFDSTUK</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Financiële tegemoetkomingen en forfaitaire, dan wel gemaximeerde
                                vergoedingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5</nr>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders stellen de hoogte van financiële
                                tegemoetkomingen voor woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en
                                rolstoelen vast en nemen dit op in het Besluit financiële
                                tegemoetkomingen voorzieningen gehandicapten.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Procedures</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>HOOFDSTUK</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Het verkrijgen van een voorziening</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.1</nr>
                <titel>Aanvraagprocedure</titel>
              </kop>
              <al>Een aanvraag voor een voorziening dient te worden ingediend door
                                middel van een door burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld
                                formulier.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.2</nr>
                <titel>Gronden voor weigering</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen de gevraagde voorzieningen in
                                ieder geval weigeren:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voor zover de aanvraag een financiële tegemoetkoming betreft
                                        in de kosten van werkzaamheden, waarmede reeds op de datum
                                        van aanvraag een aanvang is gemaakt dan wel reeds zijn
                                        voltooid.</al></li>
                <li nr="b."><al>indien een middel als waarop de aanvraag betrekking heeft
                                        reeds eerder krachtens deze verordening is vergoed of
                                        verstrekt en de normale afschrijvingsduur voor dat middel
                                        nog niet is verstreken, tenzij het eerder vergoede of
                                        verstrekte middel geheel of gedeeltelijk verloren is gegaan
                                        als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn
                                        toe te rekenen.</al></li>
                <li nr="c."><al>aan door hen aangewezen personen geen toegang wordt verleend
                                        tot de woonruimte waar de woningaanpassing wordt c.q. is
                                        verricht.</al></li>
                <li nr="d."><al>aan de onder c genoemde personen geen inzicht wordt geboden
                                        in bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de
                                        woningaanpassing en aan de onder c genoemde personen niet
                                        gelegenheid wordt geboden tot het controleren van de
                                        woningaanpassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.3</nr>
                <titel>Gereedmelding werkzaamheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Terstond na de voltooiing van de werkzaamheden doch uiterlijk
                                    binnen 15 maanden na het verlenen van de financiële
                                    tegemoetkoming verklaart de gerechtigde van de financiële
                                    tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.2. aan burgemeester en
                                    wethouders dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>de gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling en
                                    uitbetaling van de financiële tegemoetkoming;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>de gereedmelding bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van
                                    een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is
                                    voldaan aan de voorwaarden waaronder de financiële
                                    tegemoetkoming is verleend;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Degene aan wie een financiële tegemoetkoming is verstrekt, dient
                                    gedurende een periode van 5 jaar alle rekeningen en
                                    betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter
                                    controle beschikbaar te houden.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6.4</nr>
                <titel>Bijzondere bepalingen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien een financiële tegemoetkoming wordt verleend, wordt
                                        in de beschikking vermeld op welke kosten de tegemoetkoming
                                        betrekking heeft.</al></li>
                <li nr="2."><al>Indien een periodieke tegemoetkoming wordt verleend, wordt
                                        in de beschikking tevens vermeld: de geldingsduur, de
                                        uitkeringsmaatstaf, alsmede de voorschriften waaraan de
                                        rechthebbende dient te voldoen alvorens tot uitbetaling van
                                        de tegemoetkoming kan worden overgegaan.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>HOOFDSTUK</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Verplichtingen en bevoegdheden van rechthebbende en het college
                                van burgemeester en wethouders</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.1</nr>
                <titel>Inlichtingen, onderzoek, advies</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, voor zover dit
                                        van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op een
                                        voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op te roepen in persoon te verschijnen op een door
                                                burgemeester en wethouders te bepalen plaats en
                                                tijdstip en hem te ondervragen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>op een door burgemeester en wethouders te bepalen
                                                plaats en tijdstip door één of meer daartoe
                                                aangewezen deskundigen te doen ondervragen en/of
                                                onderzoeken. </al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders vragen een daartoe door hen
                                        aangewezen adviesinstantie in in ieder geval om advies
                                        indien:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>het handelt om een aanvraag die een gehandicapte
                                                betreft die nog niet eerder een aanvraag heeft
                                                ingediend in het kader van deze regeling en de
                                                voorziening naar verwachting een bedrag van €
                                                2000,00 te boven zal gaan;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de aanvraag betrekking heeft op ten minste twee van
                                                de drie terreinen t.w. woonvoorzieningen,
                                                vervoersvoorzieningen of rolstoelen;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de gevraagde voorziening om medische redenen wordt
                                                afgewezen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>De adviseur dient te beschikken over kennis op de volgende
                                        gebieden:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>medische kennis op het niveau van een arts;</al></li>
                    <li nr="b."><al>sociale kennis;</al></li>
                    <li nr="c."><al>ergonomische kennis en</al></li>
                    <li nr="d."><al>technische kennis.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Bij een volgende aanvraag voor een voorziening hebben
                                        burgemeester en wethouders de bevoegdheid aan te geven, dat
                                        opnieuw advies dient te worden uitgebracht.</al></li>
                <li nr="5."><al>Een gehandicapte is verplicht aan burgemeester en wethouders
                                        of de door hen aangewezen adviesinstantie die gegevens te
                                        (doen) verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling
                                        van de aanvraag.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.2</nr>
                <titel>Wijzigingen in de situatie</titel>
              </kop>
              <al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is
                                verstrekt, is verplicht aan burgemeester en wethouders mededeling te
                                doen van feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs
                                duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op
                                een voorziening.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7.3</nr>
                <titel>Intrekking van een besluit tot verlening van een
                                    voorziening</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen een beschikking genomen op
                                    grond van deze verordening geheel of gedeeltelijk intrekken
                                    indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of
                                            krachtens deze verordening;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de
                                            gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste
                                            gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn
                                            genomen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming, dan
                                    wel een gemaximeerde vergoeding kan worden ingetrokken indien
                                    blijkt dat de tegemoetkoming of vergoeding binnen zes maanden na
                                    de uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het
                                    middel waarvoor deze was verleend.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Slot</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>HOOFDSTUK</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Slotbepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.1</nr>
                <titel>Afwijken van bepalingen/hardheidsclausule</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten
                                    gunste van de gehandicapte of de woningeigenaar afwijken van de
                                    bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                                    verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende,
                                    waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en
                                    wethouders voor zover dit mogelijk is binnen de door de
                                    verordening aangegeven grenzen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Indien een bouwkundige woningaanpassing het bedrag van €
                                    45.378,00 te boven gaat, het orgaan bedoeld in artikel 9a van de
                                    Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten de noodzaak van deze
                                    aanpassing heeft vastgesteld en weigering van deze voorziening
                                    gelet op het belang dat de wet beoogt te beschermen zou leiden
                                    tot onbillijkheden van overwegende aard, kunnen burgemeester en
                                    wethouders ondanks het gestelde in artikel 1 lid 1 onder i
                                    besluiten tot verstrekking van deze voorziening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.2</nr>
                <titel>Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de
                                    verordening niet voorziet.</titel>
              </kop>
              <al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin
                                deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en
                                wethouders.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.3</nr>
                <titel>Indexering</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen jaarlijks de in het kader van deze
                                verordening geldende bedragen verhogen of verlagen zulks gelet de
                                ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal bureau voor de
                                statistiek.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.4</nr>
                <titel>Intrekken verordening</titel>
              </kop>
              <al>De Verordening voorzieningen gehandicapten 1996 wordt
                                ingetrokken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8.5</nr>
                <titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                        voorzieningen gehandicapten 2004”.</al></li>
                <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na de dag van
                                        bekendmaking van de verordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Wassenaar, 27 september 2004</al>
          <al>De Raad voornoemd,</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage>
        <kop>
          <label/>
          <nr/>
          <titel>Bijlage I behorende bij verordening voorzieningen gehandicapten
                        2004</titel>
        </kop>
        <tussenkop>Aantal m2 waarvoor een financiële tegemoetkoming kan worden gegeven. </tussenkop>
        <al>Ingevolge artikel 2.7 is het mogelijk om een tegemoetkoming te krijgen voor het
                    verwerven van extra grond ten behoeve van een aanbouw of uitbreiding van een
                    bepaald vertrek indien dit op grond van ergonomische beperkingen noodzakelijk
                    zou zijn. Het aantal m2 dat voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking
                    komt is per vertrek (zie onderstaande tabel) gemaximaliseerd.</al>
        <al>1.a. Aantal m2 waarvoor ten hoogste een financiële tegemoetkoming kan worden
                    verleend, aangegeven per vertrek in een zelfstandige woning</al>
        <table>
          <tgroup cols="5">
            <colspec colname="colA"/>
            <colspec colname="colB"/>
            <colspec colname="colC"/>
            <colspec colname="colD"/>
            <colspec colname="colE"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry>
                  <al>soort vertrek</al>
                </entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">
                  <al>aantal m2 waarvoor ten hoogste financiele tegemoetkoming
                                        wordt verleend in geval van aanbouw van een vertrek</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>aantal m2 waarvoor ten hoogste financiele tegemoetkoming
                                        wordt verleend in geval van een reeds bestaand vertrek</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>woonkamer</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>30</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>6</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>keuken</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>10</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>4</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>eenpersoonsslaapkamer</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>10</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>4</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>tweepersoonsslaapkamer</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>18</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>4</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>toilet</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>2</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>1</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>badkamer</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al/>
                </entry>
                <entry>
                  <al/>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>-wastafelruimte</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>2</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>1</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>-doucheruimte</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>3</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>entree/gang/hal</al>
                  <al>berging</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>5</al>
                  <al>6</al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>2</al>
                  <al>4</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>1.b. Het aantal m2 verhard pad tussen de openbare weg en de hoofdingang tot een
                    woonruimte, dan wel tussen een tweede ingang en een berging en/of tuinpoort dat
                    bij het nieuw aanleggen van paden, dan wel bij het aanpassen van bestaande paden
                    ten hoogste voor financiële tegemoetkoming in aanmerking komt bedraagt 20
                    m2.</al>
      </bijlage>
      <bijlage>
        <kop>
          <label/>
          <nr/>
          <titel>Bijlage II behorende bij verordening voorzieningen gehandicapten
                        2004</titel>
        </kop>
        <tussenkop>Voorzieningen waarvan de kosten voor onderhoud, keuring en reparatie
                    worden vergoed.</tussenkop>
        <al>Alleen de werkelijk gemaakte kosten (met een maximum van de in het Besluit
                    financiële tegemoetkomingen voorzieningen gehandicapten genoemde bedragen) van
                    keuring, onderhoud en reparatie aan de hieronder genoemde onderdelen komen in
                    aanmerking voor een financiële tegemoetkoming.</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>stoelliften;</al></li>
          <li nr="b."><al>rolstoel- of staplateauliften;</al></li>
          <li nr="c."><al>woonhuisliften;</al></li>
          <li nr="d."><al>hefplateauliften;</al></li>
          <li nr="e."><al>balansliften;</al></li>
          <li nr="f."><al>de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte
                            verstelbaar ` keukenblok, bad of wastafel;</al></li>
          <li nr="g."><al>elektromechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren.</al></li>
        </lijst>
      </bijlage>
      <bijlage>
        <kop>
          <label/>
          <nr/>
          <titel>Bijlage III behorende bij verordening voorzieningen gehandicapten
                        2004</titel>
        </kop>
        <tussenkop>Relevante norminkomens en inkomensgrenzen voor de Wet voorzieningen
                    gehandicapten per 1 juli 2004 op jaarbasis</tussenkop>
        <tussenkop>Inkomensgrenzen per 1 juli 2004 vervoersvoorziening (bedragen zijn
                    inclusief vakantietoeslag)</tussenkop>
        <al>Alleenstaande jonger dan 65 jaar € 14.512,86 </al>
        <al>Eenoudergezin jonger dan 65 jaar € 18.659,34 </al>
        <al>Echtpaar jonger dan 65 jaar € 20.732,76 </al>
        <al>Alleenstaande 65 jaar en ouder € 15.512,04 </al>
        <al>Eenoudergezin 65 jaar en ouder € 19.638,90 </al>
        <al>Echtpaar beide 65 jaar en ouder € 21.921,12 (€ 1.826,76 per maand)</al>
        <al>Echtpaar, een echtgenoot jonger dan 65 jaar € 21.921,12 </al>
        <al>Alleenstaande of alleenstaande ouder </al>
        <al>in een inrichting € 4.515,30</al>
        <al>Gehuwden in een inrichting € 7.023,78 </al>
        <tussenkop>Maximum aftrek in verband met bijzondere kosten</tussenkop>
        <al>Wanneer men kosten heeft in verband met ziekte of handicap die niet of niet
                    volledig uit anderen hoofde worden vergoed, mogen deze kosten tot een bepaalde
                    grens van het inkomen worden afgetrokken.</al>
        <al>Alleenstaande jonger dan 65 jaar € 1.935,05</al>
        <al>Eenoudergezin jonger dan 65 jaar € 2.487,91 </al>
        <al>Echtpaar jonger dan 65 jaar € 2.764,37 </al>
        <al>Alleenstaande 65 jaar en ouder € 2.068,27</al>
        <al>Eenoudergezin 65 jaar en ouder € 2.618,52 </al>
        <al>Echtpaar beide 65 jaar en ouder € 2.922,82 </al>
        <al>Idem, beide gehandicapt € 4.136,54 (2 x 2.068,27) of </al>
        <al> € 344,00 per maand</al>
        <al>Echtpaar, een echtgenoot jonger dan 65 jaar € 2.922,82 </al>
        <al>Alleenstaande of alleenstaande ouder </al>
        <al>in een inrichting € 602,04</al>
        <al>Gehuwden in een inrichting € 936,50 </al>
        <al>Indien beide echtgenoten gehandicapt zijn, wordt het bedrag voor een
                    alleenstaande met 2 vermenigvuldigd.</al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>