<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76494_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Toeslagenverordening WWB en WIJ 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rhenen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rhenen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rhenense Betuwse Courant 23-5-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Toeslagenverordening WWB en WIJ 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art, 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 8b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>toevoeging artikelen 7a, 7b en 7c</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>verord/640</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Toeslagenverordening WWB en WIJ 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Rhenen,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Rhenen d.d. 27 juli
                        2010;</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, artikel 8b van de Wet
                        Werk en Bijstand, artikel 12, eerste lid, onderdeel c van de Wet investeren
                        in jongeren en artikel 35, eerste lid onder b van de Wet inkomensvoorziening
                        oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet
                        inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                        zelfstandigen.</al><al>Overwegende, dat het noodzakelijk is het verlagen van de uitkering van
                        jongeren van 18 jaar of ouder dochter jonger dan 27 jaar, belanghebbende van
                        27 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, werkloze werknemer van 50 jaar of
                        ouder doch jonger dan 65 jaar en de gewezen zelfstandige van 55 jaar en
                        ouder doch jonger dan 65 jaar, bij wijze van sanctie te regelen.</al><al>BESLUIT:</al><al>Vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Toeslagenverordening WWB en WIJ 2010</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                                worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de WWB, de WIJ en
                                de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening en de bijbehorende toelichting wordt verstaan
                                onder:</al><lijst><li nr="a)"><al><vet>college:</vet> Het college van burgemeester en
                                        wethouders van de gemeente Rhenen;</al></li><li nr="b)"><al><vet>raad</vet> De gemeenteraad van de gemeente Rhenen;</al></li><li nr="c)"><al><vet>WWB</vet> Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="d)"><al><vet>WIJ:</vet> Wet investeren in jongeren;</al></li><li nr="e)"><al><vet>Toeslag:</vet> De toeslag als bedoeld in artikel 25 WWB
                                        en artikel 30 WIJ;</al></li><li nr="f)"><al><vet>Verlaging:</vet> De verlaging als bedoeld in artikel 26
                                        t/m 28 WWB en artikel 31 t/m 34 WIJ;</al></li><li nr="g)"><al><vet>gehuwden-norm:</vet> de norm als bedoeld in artikel 21,
                                        onder c WWB en artikel 28, lid 1, onder d WIJ;</al></li><li nr="h)"><al><vet>ouder:</vet> de vader of moeder als bedoeld in
                                        respectievelijk de artikelen 1:197 t/m 1:199 van het
                                        Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="i)"><al><vet>kind:</vet> een kind als bedoeld in artikel 4 WIJ en
                                        artikel 4, lid 1 onder d WWB;</al></li><li nr="j)"><al><vet>verzorgings-behoevende:</vet> degene die is aangewezen
                                        op verzorging ter voorkoming van opname in verpleeg- of
                                        verzorgingstehuis;</al></li><li nr="k)"><al><vet>woning:</vet> een woning als bedoeld in artikel 1,
                                        onder j, Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of
                                        woonschip, als bedoeld in artikel 3, lid 6 WWB;</al></li><li nr="l)"><al><vet>woonkosten:</vet> 1°. indien een huurwoning wordt
                                        bewoond, de per maand geldende huurprijs,bedoeld in artikel
                                        1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag; </al><al>·2°. Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een
                                        bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde
                                        hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben
                                        van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar
                                        omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bepalingen van deze verordening gelden voor:</al><lijst><li nr="a."><al>belanghebbenden van 27 jaar of ouder doch jonger dan 65
                                        jaar, of</al></li><li nr="b."><al>jongeren van 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening
                                alleen indien</al><lijst><li nr="a."><al>beide echtgenoten 27 jaar of ouder zijn doch jonger dan 65
                                        jaar, of</al></li><li nr="b."><al>beide echtgenoten 21 jaar of ouder zijn doch jonger dan 27
                                        jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bepalingen in hoofdstuk 2 en 3 laten de toepassing van artikel
                                18, eerste lid WWB of artikel 41 WIJ onverlet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Toeslagen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toeslag bedoeld in artikel 25, lid 1 WWB en artikel 30, lid 1 WIJ
                                bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en
                                alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf
                                heeft;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toeslag bedoeld in artikel 25, lid 1 WWB en artikel 30, lid 1 WIJ
                                bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en
                                alleenstaande ouder die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf
                                in dezelfde woning heeft;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste en tweede lid wordt geen toeslag als
                                bedoeld in artikel 25, lid 1 WWB en artikel 30, lid 1 WIJ verleend,
                                indien de ander een niet-rechthebbende partner is en een
                                inkomensvoorziening op grond van de WIJ of een uitkering op grond
                                van de WWB ontvangt;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet
                                in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn
                                hoofdverblijf heeft:</al><lijst><li nr="a."><al>meerderjarige kinderen;</al></li><li nr="b."><al>de verzorgingsbehoevende die bij de belanghebbende inwoont
                                        en door hem wordt verzorgd.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>verlagen van de bijstandsnorm of toeslag</titel></kop><paragraaf><kop><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Criteria voor gehuwden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verlaging bedoeld in artikel 26 WWB en artikel 31 WIJ
                                    bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met
                                    één of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning
                                    hebben;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen
                                    niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning
                                    zijn hoofdverblijf heeft:</al><lijst><li nr="a."><al>Meerderjarige kinderen;</al></li><li nr="b."><al>de verzorgingsbehoevende die bij de belanghebbende
                                            inwoont en door hem wordt verzorgd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Criteria voor woonsituatie</titel></kop><al>De verlaging bedoeld in artikel 27 WWB en artikel 32 WIJ bedraagt
                                15% van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor
                                die belanghebbende of jongere geen woonkosten (conform artikel 1 lid
                                2 onder l van deze verordening) verbonden zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Criteria voor alleenstaanden van 21 en 22 jaar</titel></kop><al>De verlaging bedoeld in artikel 34 WIJ is gelijk aan de toeslag die
                                is toegekend op grond van artikel 3 van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Samenloop en anti-cumulatiebepaling</titel></kop><al>Indien voor de belanghebbende een verlaging op grond van de
                                artikelen 3 tot en met 6 geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan
                                25% van de gehuwdennorm. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en intrekking van
                                de WIJ per 1 januari 2012.</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7a</nr><titel>Wijziging betekenis begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’,
                                    ‘alleenstaande ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze
                                    vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de
                                    wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ of
                                    ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012
                                    dezelfde betekenis als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4,
                                    respectievelijk ‘gezinsnorm’, bedoeld in artikel 21, eerste lid,
                                    van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7b</nr><titel>Wijziging verwijzingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21,
                                    onderdeel a, van de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1
                                    januari 2012 worden gelezen: artikel 20, eerste lid, onderdeel
                                    b, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21,
                                    onderdeel b, van de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1
                                    januari 2012 worden gelezen: artikel 20, tweede lid, onderdeel
                                    b, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21,
                                    onderdeel c, van de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1
                                    januari 2012 worden gelezen: artikel 21, eerste lid, van de
                                    wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7c</nr><titel>Intrekking WIJ</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2 lid 1 onder a zijn de bepalingen van
                                    deze verordening vanaf 1 januari 2012 evenzo van toepassing op
                                    personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 6 wordt aan een alleenstaande van 21
                                    jaar geen toeslag toegekend in verband met het niet of niet
                                    geheel kunnen delen van kosten, bedoeld in artikel 25, van de
                                    wet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 6 wordt aan een alleenstaande van 22
                                    jaar geen toeslag toegekend in verband met het niet of niet
                                    geheel kunnen delen van kosten, bedoeld in artikel 25, van de
                                    wet. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan het bepaalde in het tweede en derde lid wordt geen
                                    toepassing gegeven in de periode dat een verlaging in verband
                                    met schoolverlating wordt toegepast als bedoeld in artikel 28,
                                    van de wet</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Hardheidclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde
                            in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Indien voor het tijdstip van de datum van inwerkingtreding van deze
                            verordening een aanvraag voor inkomensvoorziening op grond van de WWB of
                            WIJ is ingediend en op de datum van de inwerkingtreding van deze
                            verordening nog niet op de aanvraag is beslist, wordt de beslissing
                            genomen op basis van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na publicatie
                                en werkt terug tot en met 1 juli 2010;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen de
                                “Verordening toeslagen en verlagingen” en de “Toeslagenverordening
                                WIJ”.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Toeslagenverordening WWB en WIJ
                                2010<vet>.</vet></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de raadsvergadering van 21 september 2010</al></slotformulering><ondertekening>De raadsgriffier</ondertekening><ondertekening>A.T.J. van der Pol (pvl)</ondertekening><ondertekening>De voorzitter</ondertekening><ondertekening>drs. J.H.A. van Oostrum</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>