<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76391_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Contourennota rekenkamercommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Meppel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Meppel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Meppeler Courant, 27-07-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Contourennota rekenkamercommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 81o</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-07-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-07-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2005-13517</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De contourennota hoort bij de Verordening op de rekenkamercommissie.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Contourennota rekenkamercommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad der gemeente Meppel; </al><al>b e s l u i t : </al><al>vast te stellen: de Contourennota rekenkamercommissie </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>I</nr><titel>Inleiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al> De overheid, gemeenten niet uitgezonderd, staat onder grote druk. In
                            toenemende mate wordt erop toegezien dat belastinggelden doeltreffend en
                            doelmatig worden besteed. De burger wil ook een overheid die betrouwbaar
                            is. Hij verwacht daarom dat deze gelden tevens rechtmatig besteedt.</al><al> Als gevolg van de dualisering van het gemeentebestuur zijn gemeenten
                            per 1 januari 2006 verplicht om een rekenkamer(commissie)1 operationeel
                            te hebben. Dit is een nieuw instrument voor de gemeenteraad om zijn
                            controlerende taak te versterken. De rekenkamer(commissie) doet
                            onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van
                            het gevoerde beleid.</al><al> De gemeenteraad van Meppel is voornemens nog voor deze zomer een
                            besluit te nemen over de invulling van de rekenkamer(commissie). De
                            financiële werkgroep, vallend onder de commissie bestuurlijke zaken,
                            heeft de verdere voorbereiding ter hand genomen. Dit heeft geleid tot
                            deze nota, waarin de contouren verder geschetst worden. Hierbij wordt
                            uiteindelijk voorgesteld te kiezen voor een rekenkamercommissie (zie
                            deel III van deze nota).</al><al> Dit advies is mede gebaseerd op de conclusies die zijn te trekken aan
                            de hand van de discussienotitie van 15 september 2003 (een weergave is
                            van de raadsbijeenkomst van 10 september 2003 met de vertegenwoordigers
                            van "De Lokale Rekenkamer"), de vervolgdiscussies die hebben
                            plaatsgevonden in de raad en commissies en de memo aan de commissie
                            bestuurlijke zaken d.d. 16 december 2004. Ook is acht geslagen op het
                            initiatiefvoorstel van de fractie van Sterk Meppel d.d. 29 augustus
                            2002, waarin, wordt opgeroepen voor een snelle invoering van een
                            onafhankelijke gemeentelijke rekenkamer. Verder zijn de op- en
                            aanmerkingen van de vergadering van de commissie bestuurlijke zaken van
                            20 mei 2005 verwerkt in dit stuk.</al><al> De nota begint met een theoretische context van de
                            rekenkamer(commissie). Vervolgens wordt ingegaan op de uitgangspunten en
                            basiswaarden van de , rekenkamer(commissie), mede vertaald naar de
                            Meppeler situatie. In het derde deel wordt de aangebrachte verfijning
                            weergegeven, wat leidt tot dit eindvoorstel. i</al><al> Met inachtneming van de reeds gemaakte opmerkingen, is deze nota
                            vertaald naar in een verordening op de rekenkamercommissie. Deze
                            verordening is als het ware verbonden met dit stuk.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>II</nr><titel>THEORETISCHE CONTEXT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamer versus rekenkamercommissie</titel></kop><al> Grofweg gezien biedt de Gemeentewet de raad de mogelijkheid een keuze
                            te maken tussen een rekenkamer of een rekenkamercommissie. De
                            belangrijkste overweging daarbij is of de raad kiest voor
                            onafhankelijkheid van de rekenkamer ten opzichte van de raad, of opteert
                            voor een grotere betrokkenheid van de raad met de taken die
                            voorgeschreven zijn voor een rekenkamercommissie (al dan niet met
                            externe leden). Indien een gemeente voor dit laatste kiest, heeft zij
                            veel vrijheid bij de inrichting van de functie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel> De bestuurscultuur</titel></kop><al> Ongeacht de keuze voor een rekenkamer of rekenkamercommissie, de
                            bestuurscultuur zal andere accenten (moeten) krijgen. De raad en het
                            college van burgemeester en wethouders moeten bereid zijn kritisch naar
                            zichzelf te kijken, de resultaten van het bestuur te onderzoeken en te
                            evalueren en het beleid en/of de uitvoering bij te stellen waar dat
                            nodig is. Daarbij hoort openheid naar buiten toe, bereidheid te laten
                            zien wat men doet en een houding om van de aanbevelingen en reacties te
                            willen leren. Controle zou beschouwd moeten worden als onderdeel van de
                            gehele beleidscyclus.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De kaderstellende taak van de raad</titel></kop><al> De raad heeft in het duale systeem de taak van sturen, het geven van
                            kaders voor het beleid en de controle op het uitvoeren ervan. Daarbij
                            zijn drie vragen essentieel, waarbij onontkoombaar de doeltreffendheid
                            en de doelmatigheid aan de orde zijn. Deze vragen zijn:</al><al> - Wat willen we bereiken?</al><al> - Wat gaan we daarvoor doen?</al><al> - Wat mag het kosten?</al><al> Bij de eerste vraag gaat het om de maatschappelijke effecten (outcome).
                            De tweede vraag betreft de activiteiten en de diensten die daarvoor
                            nodig zijn (output). En de derde vraag gaat over de afweging tussen de
                            baten en de lasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De controlerende functie van de raad</titel></kop><al> De raad zal met name aan de hand van de verantwoording van het college
                            zijn controlerende functie moeten uitoefenen, zowel over de uitkomsten
                            van het beleid als over de beleidsuitvoering zelf.</al><al> De basis voor de controlerende functie zijn twee sets van drie vragen.
                            De eerste set is een tegenpool van de drie ’W-vragen’. Het zijn de drie
                            ’H-vragen’:</al><al> - Hebben we bereikt wat we wilden?</al><al> - Hebben we gedaan wat we moesten doen?</al><al> - Heeft het gekost wat het mocht kosten?</al><al> De andere drie vragen zijn:</al><al> - Is het beleid doeltreffend?</al><al> - Is de beleidsuitvoering doelmatig?</al><al> - Is de besteding rechtmatig?</al><al> De vraag naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid hangt in dezen
                            nauw samen met de drie ’H-vragen’.</al><al><plaatje><illustratie id="i3a5efeb6-dbe5-4092-a33f-f744e0e576cf" naam="i26112i3a5efeb6-dbe5-4092-a33f-f744e0e576cf.jpg" type="foto" breedte="13.7cm" hoogte="7.3cm"/></plaatje></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De controlerende functie van de raad ondersteund</titel></kop><al> De raad kan het benodigde onderzoek naar de doeltreffendheid en de
                            doelmatigheid niet altijd allemaal zelf uitvoeren. Artikel 213a van de
                            Gemeentewet gaat ervan uit dat de doeltreffende en doelmatige uitvoering
                            van de programma’s vooral een verantwoordelijkheid is van het college.
                            Tussen het ’externe’ onderzoek van de rekenkamer(commissie) en het
                            ’interne’ onderzoek door het college bestaat dan ook een verband. ’</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Rekenschap</titel></kop><al> De controle door de raad - daarbij gesteund door onderzoek naar de
                            doeltreffendheid en de doelmatigheid - is tevens een schakel in de
                            rekenschap over de programma’s en de prestaties van de gemeente aan de
                            burger. Het gaat dus niet alleen om de prestaties van het college, maar
                            ook om de prestaties van de gemeente als geheel. , Daarbij behoort
                            openheid en transparantie naar buiten toe, de bereidheid te laten zien
                            wat men doet en een houding om van de aanbevelingen en reacties daarop
                            te willen leren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Een rekenkamer of een rekenkamercommissie</titel></kop><al> De Gemeentewet bepaalt dat de raad moet kiezen voor een rekenkamer
                            volgens een vast model dat in de wet is vastgelegd of vaar een
                            rekenkamercommissie, waarbij de raad - binnen de wettelijke kaders -
                            meer zelf invulling geeft aan de uitvoering van de taak <plaatje><illustratie id="i1ae5a1a6-0d67-4cdc-a110-8d5e02cfc26c" naam="i26113i1ae5a1a6-0d67-4cdc-a110-8d5e02cfc26c.jpg" type="foto" breedte="13.7cm" hoogte="6.9cm"/></plaatje></al><al> Het meest wezenlijke verschil tussen de rekenkamer en
                            rekenkamercommissie is dat een raadslid niet tevens lid mag zijn van de
                            rekenkamer; hij kan dit wel zijn bij de rekenkamercommissie.</al><al> Bij het begrip onafhankelijkheid gaat het er in de kern om, dat de
                            rekenkamer(commissie) zonder "last en ruggespraak" zelf zaken kan
                            regelen, zoals de keuze van de onderwerpen van onderzoek en de wijze van
                            onderzoek en rapportage.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De rekenkamer en de rekenkamercommissie</titel></kop><al> De raad hoeft bij een rekenkamer eigenlijk alleen te beslissen over een
                            eenhoofdige of een collegiale leiding en daarnaast natuurlijk over de
                            benoeming van de leden, de middelen, de ambtelijke ondersteuning en
                            dergelijke.</al><al> De invulling van de rekenkamer(commissie) is grotendeels vrij. De raad
                            heeft meer dan bij de rekenkamer mogelijkheden zaken zelf te regelen en
                            aan te passen aan de eigen situatie. De onafhankelijkheid is daarbij een
                            cruciale factor.</al><al> De criteria voor de onafhankelijkheid van de rekenkamer en de
                            rekenkamercommissie die van belang zijn, zijn de volgende:</al><al> - vrije keuze van de onderzoeksonderwerpen;</al><al> - vrijheid bij de wijze en uitvoering van onderzoek;</al><al> - vrijheid van publiceren;</al><al> - toegang tot relevante informatie;</al><al> - wijze van benoeming en ontslag van de leden van de rekenkamer die
                            politieke beïnvloeding uitsluit;</al><al> - voldoende financiële middelen;</al><al> - voldoende ambtelijke ondersteuning, waarbij deze ambtenaren niet
                            onder de ambtelijke hiërarchie van het college vallen;</al><al> - benoemen van onverenigbare betrekkingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>III</nr><titel>UITGANGSPUNTEN EN BASISWAARDEN REKENKAMER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitgangspunten</titel></kop><al> Bij de afweging van keuze voor het ’type’ rekenkamer, dient een drietal
                            uitgangspunten in het oog te worden gehouden:</al><al> 1. De rekenkamer is een instrument van de raad. Het is dus aan de raad
                            om te bepalen wat voor profiel de rekenkamer dient te hebben en daar
                            vervolgens een concreet model voor te bepalen.</al><al> 2. De wettelijke ruimte biedt de mogelijkheid om een rekenkamer ’op
                            maat’ op te richten, passend bij de wensen en ambities van Meppel. Dit
                            zorgt ervoor dat de rekenkamer een goed functionerende versterking wordt
                            van de controlefunctie van de raad. Dit impliceert ook dat het model aan
                            verandering onderhevig kan zijn. Met andere woorden, er kan een
                            "kantelmoment" ingebouwd worden, waar een evaluatie/heroverweging
                            plaatsvindt.</al><al> 3. De gemeentelijke rekenkamer staat niet op zichzelf, maar heeft een
                            rol in samenhang met de andere instrumenten van de raad die de
                            controlerende rol versterken (denk aan de aansturing van de accountant,
                            de verordening 213a, waarin de raad bepaalt op welke wijze het college
                            zelf onderzoek doet naar doelmatigheid en doeltreffendheid).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Basiswaarden</titel></kop><al> Ten aanzien van de rekenkamer(commissie) zijn vier basiswaarde te
                            onderscheiden!:</al><al> - Positionering van de rekenkamer in relatie tot raad, college en
                            ambtenaren en bevolking.</al><al> - Onafhankelijkheid van de rekenkamer.</al><al> - Doelstelling, ofwel wat voor type onderzoeken vindt de raad wenselijk
                            en wat moet de raad daarmee kunnen doen.</al><al> - Het belang of ambitieniveau dat de raad toekent aan de gemeentelijke
                            rekenkamer</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Positionering</titel></kop><al> De positionering van de rekenkamer(commissie) heeft betrekking op de
                            positie temidden van raad, college, ambtenaren en burgers. Formeel is de
                            rekenkamer(commissie) een instrument van de raad, maar de relatie met
                            college, ambtenaren en ook burgers is evident. De relatie met ambtenaren
                            en college krijgt: onder andere vorm door de procedures bij de planning
                            en uitvoering van onderzoeken (de mate waarin er wordt gewerkt middels
                            hoor en wederhoor, bijdragen aan lopende onderzoeken e.d.) en de mate
                            waarin het instrument tot leerervaringen moet leiden voor ambtenaren en
                            college (wil de raad een ’afrekenkamer’ of een rekenkamer die tot
                            leerervaringen moet leiden).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Onafhankelijkheid</titel></kop><al> De onafhankelijkheid van de rekenkamer(commissie) komt vooral tot
                            uiting in de formele onafhankelijkheid ten opzichte van de raad (mate
                            van vrijheid van rapportage en het bepalen van de onderzoeksagenda).
                            Daarnaast is de bemensing van de rekenkamer(commissie) een belangrijk
                            middel om (on)afhankelijkheid te genereren. Wanneer er raadsleden in
                            worden benoemd, is er een duidelijke betrokkenheid met de raad.
                            Onafhankelijkheid komt op meer informele wijze tot uiting in de houding
                            van leden (kritische geest, onafhankelijke oordeelsvorming). Ook de mate
                            waarin men eigen ambtelijke ondersteuning heeft die geen functie heeft
                            voor raad en/of college, en de mate waarin de rekenkamer(commissie) een
                            voldoende groot eigen budget heeft, zijn van invloed op de
                            onafhankelijkheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Doelstelling</titel></kop><al> De doelstelling van de rekenkamer(commissie) betreft de vraag wat de
                            raad primair wil bereiken met dit instrument. Welke
                            onderzoeksonderwerpen komen in aanmerking voor een onderzoek en welke
                            criteria dienen daarvoor wellicht te worden aangelegd? Moet onderzoek
                            van de rekenkamer(commissie) de raad vooral helpen om politieke
                            verantwoordelijken ’af te rekenen’ of om leereffecten te genereren? Kan
                            de rekenkamer(commissie) zich op incidenten richten of is het doel
                            vooral structureIe processen te onderzoeken? Hoe ligt de balans tussen
                            doelmatigheid en doeltreffendheidsonderzoek? Het antwoord op deze vragen
                            geeft inzicht in dat wat de raad beoogt met de rekenkamer
                            (commissie).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ambitieniveau</titel></kop><al> Het ambitieniveau dat de raad heeft met betrekking tot de
                            rekenkamer(commissie) wordt zichtbaar in de faciliteiten en budgetten
                            die de rekenkamer ter beschikking staan. Daartoe is het belangrijk dat
                            de raad zich realiseert hoe belangrijk men de rekenkamer(commissie)
                            vindt in relatie tot de andere instrumenten die de controlerende rol van
                            de raad versterken (denk aan het onderzoeksrecht van de raad en de
                            verordening ten aanzien van het doelmatigheids- en
                            doeltreffendheidsonderzoek van het college).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vertaling naar Meppeler situatie</titel></kop><al> Uitgaande van de discussies zoals die op zijn gevoerd, kan de volgende
                            mogelijkheid voor een rekenkamer(commissie) voor Meppel omschreven
                            worden:</al><al> - Positionering: De rekenkamer(commissie) is er voor de raad en
                            versterkt de controlerende rol van de raad. Direct en indirecte
                            leereffecten voor ambtenarenapparaat en college zijn wenselijk.</al><al> - Onafhankelijkheid: De rekenkamer(commissie) is onafhankelijk in
                            werkwijze en waarheidsvinding. Onderzoekers dienen onafhankelijk te
                            zijn.</al><al> - Doelstelling: De rekenkamer(commissie) onderzoekt structurele
                            beleidsprocessen en richt zich daarin primair op effectiviteit van
                            beleid. De nadruk ligt op leren.</al><al> - Ambitieniveau: De rekenkamer(commissie) is belangrijk voor de raad in
                            relatie tot de andere instrumenten die men ter beschikking heeft. Men
                            wil kwalitatief goede onderzoeken, uitgevoerd door onafhankelijke
                            onderzoekers.</al><al> De rekenkamer zoals de wet deze beschrijft, lijkt in Meppel geen reële
                            optie te zijn, en wel om de volgende reden. De uiteenlopende meningen
                            wat betreft de mate van onafhankelijkheid en de positionering ten
                            opzichte van burgers en</al><al> belangengroeperingen pleit voor een leerproces waarin de raad kan
                            ’experimenteren’ met een rekenkamervorm, die na enkele jaren wordt
                            geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Een onafhankelijke rekenkamer
                            zoals de wet deze bedoelt staat relatief op afstand van de raad en kan
                            daarmee het leereffect beperken.</al><al> De discussie met de raad wijst tevens op de wenselijkheid van een
                            leerproces voor wat betreft de ontwikkeling van de interne organisatie
                            en de rol van de rekenkamer(commissie) daarbij. Dat pleit voor een model
                            ’dichtbij’ raad en ambtelijke organisatie.</al><al> Wanneer de raad kiest voor een dergelijk leerproces, is ook de
                            intergemeentelijke rekenkamer eigenlijk geen optie, omdat deze ook op
                            relatief grote afstand van de raad zal opereren. De keuze zou dan
                            uitkomen op een rekenkamercommissie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>IV</nr><titel>VERFIJNING FINANCIELE WERKGROEP</titel></kop><structuurtekst><al> Op grond van de voorgaande hoofdstukken is de financiële werkgroep in
                            de voorbereiding op verdere besluitvorming met name ingegaan op
                            verfijning van de basiswaarden, rekeninghoudend met de uitgangspunten.
                            Deze verfijning leidt ertoe dat voorgesteld wordt te kiezen voor een
                            rekenkamercommissie bestaande uit drie externe leden.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Positionering</titel></kop><al> De rekenkamercommissie is een instrument van de raad gericht op het
                            leereffect. Het is daarmee geen afrekeninstrument. De
                            onderzoeksonderwerpen zullen zich op alle geledingen van de gemeente
                            Meppel moeten kunnen richten, zowel op de politieke, de bestuurlijke,
                            als de ambtelijke geleding. Uitgangspunt is dat de rapporten van de
                            rekenkamercommissie de effecten van het gemeentelijk beleid weergeven en
                            daarom een waarde kan zijn voor de bevolking. Ten opzichte van burgers
                            is de rekenkamer zichtbaar en benaderbaar. Dit betekent ook dat burgers
                            de rekenkamercommissie i kunnen verzoeken bepaalde onderwerpen op te
                            nemen in het onderzoeksprogramma.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onafhankelijkheid</titel></kop><al> De raad zou, zij het in beperkte mate, betrokken moeten kunnen zijn bij
                            de rekenkamer(commissie). Een volledige onafhankelijkheid is niet
                            gewenst. De experimentele fase waarin de startende rekenkamer(commissie)
                            zich in zou bevinden, is hier de belangrijkste redenen toe. Daarom ligt
                            een keuze voor een rekenkamercommissie voor de hand.</al><al> Om te voorkomen dat (partij)politieke overwegingen een leidende rol
                            gaan spelen bij de onderwerpkeuze van de onderzoeken, wordt ervoor
                            gekozen dat de i rekenkamercommissie haar eigen agenda opstelt. Hierdoor
                            zal de onderwerpkeuze, meer bepaald worden door overwegingen die met de
                            inhoud van beleid of het doen van onderzoek te maken hebben. Bovendien
                            laat dit de mogelijkheid open om ook besluitvorming van de raad tot
                            onderwerp van onderzoek te maken.</al><al> Dit laat onverlet de afspraak dat de onderzoeksagenda ter kennisname
                            wordt aangeboden aan de raad. Dit laat ook onverlet de mogelijkheid van
                            de raad (idem burgers) om onderwerpen aan te dragen. Echter, de
                            uiteindelijke keuze daartoe wordt overgelaten aan de
                            rekenkamercommissie. Afwijzing van aangedragen onderwerpen zal
                            gemotiveerd kenbaar gemaakt dienen te worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al> Vooropgesteld, de rekenkamercommissie zal in beginsel zelf geen
                            onderzoek doen. Het doen van feitelijk onderzoek zal worden gedaan door
                            onafhankelijke externe deskundigen c.q. bureaus. De rol van de commissie
                            is het opstellen van onderzoeksopdrachten, voortgangsbewaking en
                            eindbeoordeling. Echter, bepaalde onderzoeken, waaronder een eenvoudige
                            vorm van (dossier)onderzoek, zou kunnen worden uitgevoerd door de leden
                            of de secretaris van de rekenkamercommissie.</al><al> De commissie zou moeten bestaan uit drie externe leden. De commissie
                            kiest uit haar midden een voorzitter. Deze samenstelling komt de wens
                            van onafhankelijkheid geheel ten goede.</al><al> De leden worden gerekruteerd op basis van deskundigheid en aantoonbare
                            affiniteit (o.a. kennis van beleidsonderzoek, analytisch, objectief en
                            onafhankelijk, kritisch, kennis en inzicht van politieke
                            processenverhoudingen).</al><al> De leden zullen worden benoemd voor een periode van vier jaar. De leden
                            zijn voor een periode herbenoembaar. Let wel, de benoeming van de leden
                            van de eerste rekenkamercommissie zou dienen te gebeuren met
                            inachtneming van een evaluatiemoment door de raad na de eerste
                            periode.</al><al> De secretaris van de rekenkamercommissie organisatorisch worden
                            ondergebracht bij de griffie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Ambitieniveau</titel></kop><al> Het ambitieniveau van de rekenkamercommissie is hoog. De samenstelling
                            van de commissie dient dan ook te bestaan uit gekwalificeerde personen.
                            De onderzoeksagenda zal jaarlijks tenminste twee tot vier majeure
                            onderzoeken moeten bevatten. Gezien het uitgangspunt dat de onderzoeken
                            in beginsel extern worden weggezet, is dit een reële mogelijkheid.
                            Bovendien is in de perspectiefnota voor de komende jaren een budget
                            beschikbaar gesteld voor de rekenkamercommissie van € 100.000,- op
                            jaarbasis.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Afstemming</titel></kop><al> Hoewel de rekenkamercommissie uiteindelijk zelf haar onderzoeksagenda
                            samenstelt, is het voor de handliggend dat de agenda is afgestemd op
                            ander onderzoek in de gemeentelijke organisatie, zoals
                            accountantsonderzoek en onderzoeken op basis van de verordening
                            213a.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Samenwerking</titel></kop><al> De gemeenteraad van Meppel heeft in het voortraject aangegeven
                            terughoudend te willen zijn in samenwerking met andere gemeenten.
                            Echter, drie mogelijkheden van samenwerking zijn toch de moeite waard om
                            uitgelicht te worden, namelijk een personele unie met
                            rekenkamercommissies van drie omliggende gemeenten Westerveld, De Wolden
                            en Steenwijkerland, het aantrekken van een ambtelijk secretaris en de
                            onderzoekspool Drenthe.</al><al> De drie genoemde gemeenten verkeren allen in min of meer dezelfde fase
                            als Meppel en hebben, dan wel gaan, allen kiezen voor een
                            rekenkamercommissie bestaande uit drie externe deskundigen. Er bestaat
                            animo om gezamenlijk te kijken of een personele unie tot de
                            mogelijkheden behoort. Hierover worden de komende maanden
                            vervolggesprekken gevoerd.</al><al> Gezien de voorgestelde werkwijze, de omvang van het budget en het
                            aantal te verwachten onderzoeken, Is het niet aannemelijk dat een
                            fulltime secretaris geworven wordt. Een secretaris ondergebracht bij de
                            griffie is wel een logische. Echter, de griffie heeft thans onvoldoende
                            bezetting om een secretaris te leveren. Derhalve zal een secretaris
                            aangetrokken moeten worden. Wellicht dat het werven van een secretaris
                            met één of meerdere gemeenten een optie is. Ook dit zal onderwerp van
                            gesprek zijn met de drie omliggende gemeenten.</al><al> Gemeenten hebben op verschillende terreinen (onderzoeks)deskundigheid
                            in huis. Op dit moment is men binnen Drenthe aan het kijken of deze
                            deskundigheid valt te bundelen in een onderzoekspool, waaruit
                            verschillende deelnemende gemeenten op basis van een
                            detacheringscontract kunnen putten. Hierdoor zou op een relatief
                            goedkope wijze gebruik gemaakt kunnen worden van externe
                            deskundigheid.</al><al> Resumé: een rekenkamercommissie bestaande uit drie externe leden</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Omschrijving</titel></kop><al> Een commissie bestaande uit drie externe leden die allen geworven
                            worden op basis van deskundigheid. De commissie bepaalt zelfstandig de
                            onderzoeksagenda, waarbij raadsleden en burgers wel onderwerpen kunnen
                            aandragen. Onderzoeken worden primair uitbesteed (vanwege het
                            tijdsbeslag voor raadsleden en het waarborgen van onafhankelijkheid) en
                            soms (deels) zelf uitgevoerd, waar het om eenvoudiger (dossier)onderzoek
                            gaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Voordelen</titel></kop><al> Relatief lage vaste kosten, kosten zijn vooral onderzoekskosten. Er kan
                            specifieke deskundigheid in huis gehaald worden door het aantrekken van
                            externen. Doordat er geen raadsleden deel uitmaken van de commissie, Is
                            er sprake van een optimale deskundigheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Tot slot</titel></kop><al> De rekenkamercommissie is een kwestie van lef om eisen te stellen aan
                            de kwaliteit van de spiegel, die de raad zich moet willen voorhouden;
                            dus lef om zichzelf kwetsbaar op te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Profiel rekenkamercommissie</titel></kop><al> Aan de leden van de rekenkamercommissie worden de volgende eisen
                            gesteld.</al><al> - maatschappelijke betrokkenheid</al><al> - een kritische en onafhankelijke instelling</al><al> - een analytische blik en in staat zijn tot objectieve en
                            onafhankelijke oordeelsvorming</al><al> - onafhankelijkheid ten opzichte van het gemeentebestuur van
                            Meppel</al><al> - bereid om zich enkele dagdelen per maand in te zetten voor de
                            rekenkamercommissie (voor de voorzitter iets meer tijd)</al><al> - extra voor de voorzitter: het vermogen om leiding te geven aan een
                            onderzoeksproces en beschikken over communicatieve vaardigheden om de
                            commissie ook naar buiten toe te vertegenwoordigen</al><al> - werk- en denkniveau: HBO/academisch</al><al> Bij de samenstelling van de commissie wordt erop gelet dat de volgende
                            disciplines zo goed mogelijk in de commissie zijn vertegenwoordigd:</al><al> - onderzoekservaring en/of ervaring met het begeleiden van
                            onderzoek</al><al> - inzicht in politieke verhoudingen en in beleidsprocessen</al><al> - bedrijfskundig inzicht</al><al> - financiële deskundigheid</al><al> - juridische deskundigheid</al><al> Belangrijk is dat de commissie als team functioneert.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 7 juli 2005,</ondertekening><ondertekening> de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>