<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76323_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw gemeente Wassenaar</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw gemeente Wassenaar</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet sociale werkvoorziening, artikel 7, lid 10</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-05-13</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuw</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08043</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw gemeente
            Wassenaar</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Wassenaar,</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 april 2008,</al><al>Raadsvoorstel 08043,</al><al>Gelet op artikel 7, tiende lid, van de Wet sociale werkvoorziening;</al><al>Besluit: </al><al>vast te stellen de volgende Verordening persoonsgebonden budget begeleid
                        werken Wsw gemeente Wassenaar</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wsw: Wet sociale werkvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>werkvoorzieningschap: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 3
                                van de Regeling Werkvoorzieningsschap Kust-, Duin- en
                                Bollenstreek;</al></li><li nr="c."><al>ingezetene: de persoon die in de gemeente woonplaats heeft, als
                                bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het
                                Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="d."><al>Wsw-geïndiceerde: degene die op grond van een indicatiebeschikking
                                of een herindicatiebeschikking, als bedoeld in artikel 11 van de
                                Wsw, uitsluitend onder</al><al> aangepaste omstandigheden tot regelmatige arbeid in staat is;</al></li><li nr="e."><al>Wsw-dienstbetrekking: de dienstbetrekking voor het verrichten van
                                arbeid onder aangepaste omstandigheden, als bedoeld in artikel 1,
                                eerste lid, van de Wsw;</al></li><li nr="f."><al>wachtlijst: het overzicht, als bedoeld in artikel 12, eerste lid van
                                de Wsw, van Wswgeïndiceerde ingezetenen, die geen
                                Wsw-dienstbetrekking hebben en beschikbaar zijn om een dergelijke
                                dienstbetrekking te aanvaarden;</al></li><li nr="g."><al>plaatsing: het aangaan van een arbeidsovereenkomst met een
                                Wsw-geïndiceerde;</al></li><li nr="h."><al>persoonsgebonden budget: een budget, als bedoeld in de Verordening
                                persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw gemeente Wassenaar;</al></li><li nr="i."><al>begeleid werken: het werken door een Wsw-geïndiceerde bij een
                                reguliere werkgever, waarvoor subsidie aan de werkgever wordt
                                verstrekt als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wsw. periodieke
                                subsidie: de loonkostensubsidie en overige aan de werkgever te</al><al> verstrekken vergoedingen voor structurele kosten;</al></li><li nr="f."><al>begeleidingsorganisatie: de organisatie, zoals bedoeld in artikel 7
                                van de wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening
                            verbondenuitvoeringskosten</titel></kop><al/><al>Het werkvoorzieningschap stelt elk jaar vóór 31 december de hoogte vast van
                        de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten voor
                        elk te verstrekken persoonsgebonden budget voor het daarop volgende
                        kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Invulling voorwaarden adequate werkplek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het werkvoorzieningschap verstrekt op aanvraag aan iedere
                            Wsw-geïndiceerde die daar recht op heeft een persoongebonden budget
                            begeleid werken Wsw, indien werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg
                            voor dragen dat de arbeidsplaats voor de Wsw-geïndiceerde adequaat wordt
                            ingevuld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>zijn onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van
                                    Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>de aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet op
                                    de indicatiestelling en mogelijkheden van de Wsw-geïndiceerde,
                                    als passend aan te merken;</al></li><li nr="c."><al>de duur van het dienstverband bedraagt tenminste zes maanden,
                                    met een mogelijkheid tot verlenging.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>de begeleidingsorganisatie is ingeschreven bij de Kamer van
                                    Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>de begeleidingscommissie en/of haar medewerkers zijn
                                    gekwalificeerd voor het begeleiden van de doelgroep c.q. de
                                    Wsw-geïndiceerde voor wie het persoonsgebonden budget is
                                    bestemd;</al></li><li nr="c."><al>de begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en ervaring
                                    in het werkveld.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De wijze van vaststelling van de periodieke
                            subsidie aan de werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het werkvoorzieningschap stelt de hoogte van de subsidie aan de
                            werkgever vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien bij toepassing van het vorige lid gerede twijfel bestaat aan de
                            juiste hoogte van de loonkostensubsidie vindt, in afwijking van het
                            vorige lid, een loonwaardeonderzoek plaats, op basis waarvan de hoogte
                            van de loonkostensubsidie wordt vastgesteld. Daarbij kan een externe
                            deskundige worden ingeschakeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In ieder geval vindt er altijd een loonwaarde onderzoek plaats, indien
                            de loonkostensubsidie meer bedraagt dan 60% van het bruto loon van de
                            Wswgeindiceerde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Herziening van de loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van de werkgever kan een loonkostensubsidie worden herzien
                            als hier, gelet op de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit van de
                            werknemer, aanleiding voor is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De loonkostensubsidie kan worden gewijzigd als hier gerede aanleiding
                            toe is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In ieder geval vindt er elke drie jaar een toetsing van de
                            loonkostensubsidie plaats. Op basis van de toetsing kan de
                            loonkostensubsidie worden herzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De vergoeding aan de
                            begeleidingsorganisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de omvang
                            van het aantal begeleidingsuren wordt door partijen in onderling overleg
                            vastgesteld.</al><al> Tussentijdse aanpassingen hierin zijn mogelijk indien partijen dit
                            vooraf</al><al> overeenkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van een begeleidingsorganisatie in verband met het zoeken van
                            een begeleid werken plaats komen alleen voor vergoeding in aanmerking
                            als dit leidt tot het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van
                            aanpassing van deomstandigheden waaronder de arbeid wordt
                            verricht</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het werkvoorzieningschap kan een vergoeding verstrekken voor de
                                eenmalige kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de
                                arbeid wordt verricht als blijkt dat aanpassingen op de werkplek
                                noodzakelijk zijn en deze persoonsgerelateerd zijn.</al><al>De vergoeding voor deze kosten bedraagt maximaal € 3.000.</al></li><li nr="2."><al>Het werkvoorzieningschap regelt de wijze van uitbetaling van de
                                vergoeding.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indienen van de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt ingediend door een
                            volledig ingevulde aanvraag. De aanvraag wordt meeondertekend door
                            werkgever en de begeleidingsorganisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het werkvoorzieningschap kan ten behoeve van de aanvraag een
                            aanvraagformulier vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het werkvoorzieningschap besluit over de aanvraag binnen vier weken na
                            ontvangst van alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het werkvoorzieningschap kan dit besluit met ten hoogste vier weken
                            verlengen. Het werkvoorzieningschap stelt de aanvrager hiervan
                            schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de periodieke
                            subsidie</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder
                        geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de periodieke subsidie en de wijze waarop deze kan
                                worden aangepast;</al></li><li nr="b."><al>de verplichtingen van de werkgever.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Het vaststellen van de periodieke subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De werkgever verstrekt binnen vier weken na afloop van ieder
                                kwartaal aan het werkvoorzieningschap een schriftelijke opgave van
                                het door hem betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde,
                                vermeerderd met alle werkgeverslasten.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Het werkvoorzieningschap stelt de periodieke subsidie binnen vier
                                weken na ontvangst van deze opgave vast en betaalt de subsidie
                                binnen een week na de vaststelling uit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><al>De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het
                        werkvoorzieningschap van alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen
                        zijn voor de verstrekking van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Partijen zullen naar redelijkheid en billijkheid uitvoering geven aan deze
                        verordening. Indien en voor zover het ten uitvoer brengen van deze
                        verordening aantoonbaar een onbillijke situatie voor de betrokken Wsw
                        geïndiceerde tot gevolg zou hebben, kan het werkvoorzieningschap na overleg
                        met betrokken partijen in gunstige zin van deze verordening afwijken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Deze verordening wordt geëvalueerd binnen drie jaar na
                        inwerkingtreding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2008.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ’Verordening persoonsgebonden budget
                        begeleid werken Wsw gemeente Wassenaar‘.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Wassenaar, 13 mei 2008</al><al>De Raad, voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, de Voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Algemene Toelichting</al><al>Op 1 januari 2008 is de herziene Wet sociale werkvoorziening (Wsw) in werking
                    getreden.</al><al>Deze wet bevordert dat Wsw-geïndiceerden meer in een reguliere werkomgeving
                    gaan</al><al>werken. Om deze doelstelling te verwezenlijken, voert de wet enkele belangrijke
                    wijzigingen</al><al>door. Zo worden regie en sturing op de Wsw nadrukkelijker in handen gelegd van
                    gemeenten.</al><al>Gemeenten worden hiermee gestimuleerd een visie te ontwikkelen om het doel van
                    de wet,</al><al>het realiseren van aangepaste arbeid die aansluit bij de capaciteiten en
                    mogelijkheden van de</al><al>Wsw-geïndiceerde, het beste te kunnen verwezenlijken. Een tweede verandering
                    heeft</al><al>betrekking op het geven van meer rechten en keuzemogelijkheden aan
                    Wsw-geïndiceerden,</al><al>waaronder het recht op een persoonsgebonden budget (PGB) om begeleid werken
                    te</al><al>realiseren.</al><al>De wet verplicht gemeenteraden om bij verordening nadere regels vast te stellen
                    over de</al><al>wijze waarop het werkvoorzieningschap vormgeeft aan het PGB (artikel 7, tiende
                    lid, Wsw).</al><al>Gemeenteraden moeten binnen zes maanden na inwerkingtreding van de wet deze</al><al>verordening hebben vastgesteld.</al><al>Twee vormen van begeleid werken</al><al>Sinds 1998 kent de Wsw de mogelijkheid van begeleid werken door
                    Wsw-geïndiceerden bij</al><al>een reguliere werkgever. Het begeleid werken was onder de oude wet geregeld in
                    het Besluit</al><al>uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken. Bij deze vorm van
                    begeleid werken</al><al>worden begeleid werkplekken tot stand gebracht door gemeente of schap. Deze
                    wijze van tot</al><al>stand brengen van begeleid werken blijft ook onder de nieuwe wet bestaan.</al><al>Naast het begeleid werken dat door gemeente of werkvoorzieningschap tot stand
                    wordt</al><al>gebracht, introduceert de nieuwe Wsw het begeleid werken via de figuur van
                    het</al><al>persoonsgebonden budget (PGB). Dit vanuit de gedachte dat de Wsw als
                    vrijwillige</al><al>voorziening voor een specifieke groep arbeidsgehandicapten zo goed mogelijk
                    moet</al><al>aansluiten bij de capaciteiten en mogelijkheden van een Wsw-geïndiceerde.
                    Daarbij past ook</al><al>dat Wsw-geïndiceerden de mogelijkheid moeten hebben om zelf te bepalen op welke
                    manier</al><al>hun arbeidsplaats wordt gerealiseerd.</al><al>Door de Wsw geïndiceerde een recht op een PGB te geven wordt hierin voorzien.
                    Tussen</al><al>beide vormen van begeleid werken, totstandkoming via een PGB dan wel met behulp
                    van</al><al>gemeente of werkvoorzieningschap, bestaat een aantal verschillen. Zo is begeleid
                    werken met</al><al>een PGB als een recht voor elke Wsw-geïndiceerde geformuleerd. Deze heeft recht
                    op</al><al>begeleid werken met een PGB als de aanvraag aan de wettelijke eisen en de
                    daarop</al><al>gebaseerde gemeentelijke voorwaarden voldoet. Bovendien ligt bij begeleid werken
                    met een</al><al>PGB het initiatief bij de Wsw-geïndiceerde zelf. De Wsw-geïndiceerde, of iemand
                    namens</al><al>hem, zal een PGB bij de gemeente of (bij overdracht van deze bevoegdheid) bij
                    het</al><al>werkvoorzieningschap moeten aanvragen en om dit te kunnen doen zal hij zelf een
                    werkgever</al><al>en een begeleidingsorganisatie moeten aandragen en de wijze van
                    werkplekaanpassing</al><al>moeten regelen, dan wel daar een voorstel voor doen. Als een Wsw geïndiceerde
                    (of een door</al><al>hem ingeschakelde begeleidingsorganisatie) een werkgever vindt die hem een
                    adequate</al><al>werkplek aanbiedt, de begeleiding op de werkplek adequaat wordt geregeld en de
                    kosten van</al><al>begeleid werken binnen het beschikbare budget vallen, dan is de gemeente of (bij
                    overdracht</al><al>Verordening persoonsgebonden budget Wsw gemeente Wassenaar 5</al><al>van deze bevoegdheid) het werkvoorzieningschap (na de aanvraag te hebben
                    beoordeeld)</al><al>verplicht de wens van de Wsw-geïndiceerde te honoreren. Iedere Wsw-geïndiceerde
                    komt in</al><al>beginsel in aanmerking voor begeleid werken met een PGB. Voor het beroep op een
                    PGB is</al><al>geen begeleid werken-indicatie van het CWI vereist. Hij of zij hoeft daarvoor
                    dus niet een</al><al>positief advies begeleid werken te hebben gekregen. Een sw-indicatie volstaat.
                    Ook een swwerknemer</al><al>met een bestaand dienstverband kan dus een beroep doen op een PGB.</al><al>Het verschil tussen begeleid werken dat door de gemeente of het
                    werkvoorzieningschap wordt</al><al>georganiseerd en begeleid werken met een PGB is in beginsel uitsluitend gelegen
                    in de</al><al>procedurele wijze waarop een begeleid werkenplek tot stand wordt gebracht. Als
                    de begeleid</al><al>werkenplek eenmaal is gerealiseerd, zijn er in principe geen verschillen. Dit
                    betekent dat</al><al>gemeenten bij het stellen van regels voor begeleid werken met een PGB zoveel
                    mogelijk</al><al>zullen aansluiten bij de wijze waarop zij het begeleid werken op dit moment
                    organiseren. Dit</al><al>geldt vooral voor de eisen die zij aan werkgevers, de werkplek en aan</al><al>begeleidingsorganisaties stellen.</al><al>De regeling van begeleid werken met een PGB</al><al>Het begeleid werken met een PGB wordt geregeld in artikel 7. De gemeente of (bij
                    overdracht</al><al>van deze bevoegdheid) het werkvoorzieningschap kan een verzoek van een
                    Wswgeïndiceerde</al><al>om voor een PGB in aanmerking te komen niet weigeren, als:</al><al>1.de betrokkene al een Wsw-dienstverband heeft of recht heeft op plaatsing vanaf
                    de</al><al>wachtlijst;</al><al>2.de door de Wsw-geïndiceerde of de door hem aangedragen
                    begeleidingsorganisatie</al><al>voorgestelde werkplek en begeleiding op de werkplek adequaat zijn;</al><al>3.de door het werkvoorzieningschap aan de werkgever te verstrekken
                    periodieke</al><al>subsidie en de aan de begeleidingsorganisatie te verstekken vergoeding, na
                    aftrek van</al><al>de voor de gemeente rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden</al><al>uitvoeringskosten, niet hoger zijn dan het (gemiddelde) budget dat beschikbaar
                    is</al><al>voor een Wsw-plaats. Komt het bedrag van de periodieke subsidie en de
                    periodieke</al><al>vergoeding van begeleiding boven het budget uit dat beschikbaar is voor een
                    Wswplaats,</al><al>dan is het werkvoorzieningschap niet verplicht om subsidie te verstrekken,</al><al>maar mag het dat wel doen (artikel 7, eerste lid, Wsw).</al><al>Het uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-geïndiceerde recht heeft op begeleid
                    werken met</al><al>een PGB. Het werkvoorzieningschap heeft de bevoegdheid om op grond van de wet en
                    de</al><al>voorwaarden in deze verordening te toetsen of het aangevraagde bedrag voor het
                    PGB nodig</al><al>is om de betreffende Wsw-geïndiceerde op een adequate wijze begeleid te laten
                    werken, dan</al><al>wel dat zou kunnen worden volstaan met een lager bedrag. Omgekeerd kan het</al><al>werkvoorzieningschap, hoewel hij de toekenning van een dergelijke hogere
                    aanvraag mag</al><al>weigeren, ook besluiten een hoger bedrag toe te kennen dan het beschikbare
                    bedrag.</al><al>Het PGB bestaat uit drie bestanddelen:</al><al>1.een periodieke subsidie aan de werkgever waar de Wsw-geïndiceerde in dienst
                    is.</al><al>Deze subsidie is primair bedoeld als een tegemoetkoming in de loonkosten in
                    verband</al><al>met de geringere arbeidsproductiviteit. Ook kan deze subsidie worden gebruikt
                    als</al><al>een vergoeding voor structurele kosten van de werkgever die verband houden met
                    het</al><al>in dienst hebben van een Wsw-geïndiceerde. Daarbij kan worden gedacht aan</al><al>reiskosten of kosten voor intermediaire activiteiten ten behoeve van mensen met
                    een</al><al>visuele of auditieve handicap (zoals een voorleeshulp of een doventolk).</al><al>2.een periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie die de begeleiding
                    van de</al><al>Wsw-geïndiceerde verzorgt.</al><al>3.een vergoeding voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van
                    de</al><al>omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht (artikel 7, derde lid,
                    Wsw).</al><al>Hieronder worden bijvoorbeeld kosten verstaan die gemaakt worden voor
                    technische</al><al>aanpassingen op de werkplek.</al><al>Verordening persoonsgebonden budget Wsw gemeente Wassenaar 6</al><al>Het PGB is geen rugzakje: de Wsw-geïndiceerde krijgt geen budget mee. In feite
                    moet het</al><al>PGB als hier bedoeld dan ook eerder worden gezien als een persoonvolgend budget.
                    Het PGB</al><al>wordt aangevraagd door de Wsw-geïndiceerde, maar de subsidie en vergoeding
                    worden door</al><al>het werkvoorzieningschap verstrekt aan de werkgever respectievelijk de</al><al>begeleidingsorganisatie. De Wsw-geïndiceerde heeft echter geen recht op een
                    bepaald budget.</al><al>Het uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-geïndiceerde recht heeft op begeleid
                    werken met</al><al>een PGB.</al><al>Enerzijds bestaat er dus een recht op een PGB, anderzijds heeft het
                    werkvoorzieningschap de</al><al>verantwoordelijkheid voor het zo efficiënt en effectief inzetten van publieke
                    middelen en het</al><al>realiseren van de jaarlijkse (rijks)taakstelling voor het realiseren van
                    Wsw-plekken. Het</al><al>bestaan van een PGB ontslaat het werkvoorzieningschap ook niet van de zorgplicht
                    zoals die</al><al>is geformuleerd in art. 1 lid 3 van de wet.</al><al>De onderwerpen in de verordening</al><al>In artikel 7, tiende lid, Wsw staan de onderwerpen genoemd die de gemeenteraad
                    in ieder</al><al>geval in zijn verordening zal moeten regelen:</al><al>1.de wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de werkgever dient
                    te</al><al>worden vastgesteld;</al><al>2.de hoogte van de voor het werkvoorzieningschap rechtstreeks aan de</al><al>subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten omgerekend op jaarbasis;</al><al>3.de voorwaarden waaronder het werkvoorzieningschap aan de werkgever een</al><al>vergoeding verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van
                    de</al><al>omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht, en</al><al>4.de voorwaarden waaronder het werkvoorzieningschap een
                    begeleidingsorganisatie</al><al>inschakelt die door de Wsw-geïndiceerde zelf is aangewezen.</al><al>Naast deze vier verplichte onderwerpen kunnen gemeenten nog een aantal andere
                    zaken in</al><al>hun verordening regelen of daaraan in ieder geval aandacht besteden als ze het
                    PGB gaan</al><al>regelen. Het gaat dan om voorwaarden die de gemeente kan stellen aan de
                    werkgever en de</al><al>werkplek van de Wsw-geïndiceerde. Het werkvoorzieningschap zal bij elke aanvraag
                    van een</al><al>PGB moeten beoordelen of de werkgever de voorgestelde inpassing in de arbeid
                    adequaat kan</al><al>verzorgen. In verband hiermee kan een gemeente eisen stellen aan de werkgever en
                    de door</al><al>hem aangeboden werkplek. Omdat begeleid werken met een PGB een recht is voor
                    alle Wswgeïndiceerden,</al><al>zullen eventuele voorwaarden waaronder dit recht kan worden gerealiseerd
                    bij</al><al>verordening moeten worden geregeld.</al><al>Daarnaast kunnen ook procedurele bepalingen in de verordening worden opgenomen
                    die</al><al>verband houden met het feit dat een PGB moet worden aangevraagd. Het gaat dan
                    om</al><al>aangelegenheden als gegevens en documenten die bij de aanvraag voor een PGB
                    moeten</al><al>worden overgelegd, de beslistermijn en de bevoegdheid van het
                    werkvoorzieningschap om</al><al>een subsidie te wijzigen.</al><al>Sober model</al><al>Uitgangspunt is een sober model voor de verordening. Vanuit deze optiek dient
                    deze</al><al>verordening dan ook gelezen en inhoudelijk beoordeeld te worden. Verder draagt
                    de sobere</al><al>opzet van het model bij tot het zoveel mogelijk beperken van administratieve
                    lasten voor de</al><al>uitvoering.</al><al>Onderscheid subsidies en vergoedingen</al><al>De wet maakt een onderscheid tussen subsidies en vergoedingen. De periodieke
                    betalingen</al><al>door de gemeente aan een werkgever worden als een subsidie aangemerkt en de
                    periodieke</al><al>betalingen aan de begeleidingsorganisatie als een vergoeding. Ook de betalingen
                    in verband</al><al>met eenmalige kosten van aanpassing van de werkplek worden in de wet als een
                    vergoeding</al><al>aangemerkt.</al><al>Verordening persoonsgebonden budget Wsw gemeente Wassenaar 7</al><al>Om vast te stellen of een bepaalde geldverstrekking een subsidie is (die op
                    basis van een</al><al>beschikking wordt verstrekt) of een commerciële transactie (waarvoor een
                    overeenkomst</al><al>wordt gesloten) doet de naamgeving van de geldverstrekking niet ter zake. Als
                    tegenover de</al><al>betaling door de gemeente een reële economische tegenprestatie staat (in de vorm
                    van een</al><al>concrete dienst of concreet product), is er sprake van een commerciële
                    transactie. Staat</al><al>tegenover de betaling door de gemeente geen duidelijke economische
                    tegenprestatie, dan is er</al><al>sprake van een subsidie. Dit betekent dat de periodieke subsidie aan de
                    werkgever en de</al><al>vergoeding voor de eenmalige kosten van aanpassing van de werkplek moeten
                    worden</al><al>aangemerkt als subsidie. Dit, ondanks de andere terminologie (vergoeding) die
                    het rijk hier</al><al>aan geeft in de wet. Tegenover deze betalingen staan immers geen
                    economische</al><al>tegenprestaties van werkgevers.</al><al>De periodieke vergoeding aan een begeleidingsorganisatie moet worden opgevat als
                    een</al><al>commerciële transactie. De gemeente koopt een dienst in bij de
                    begeleidingsorganisatie en</al><al>betaalt daarvoor in principe de marktprijs.</al><al>Het verstrekken van subsidies is een publiekrechtelijke rechtshandeling: het
                    vindt plaats op</al><al>basis van een beschikking. De bepalingen in het Algemene wet bestuursrecht (Awb)
                    zijn in</al><al>beginsel van toepassing op de subsidies die de gemeente in het kader van de PGB
                    verstrekt. In</al><al>de verordening kunnen nadere regels worden gesteld over de subsidieverstrekking
                    in het</al><al>kader van de PGB. De verstrekking van periodieke vergoedingen aan een</al><al>begeleidingsorganisatie is privaatrechtelijk van aard.</al><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>Artikel 1</al><al>Dit artikel geeft de omschrijving van een aantal begrippen in de
                    verordening.</al><al>Artikel 2</al><al>Artikel 7, tiende lid, onderdeel b, Wsw schrijft voor dat de gemeenteraad bij
                    verordening</al><al>regels stelt over de hoogte van de voor het werkvoorzieningschap rechtstreeks
                    aan de</al><al>subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten omgerekend op jaarbasis. Artikel 2
                    van deze</al><al>verordening vormt de uitwerking van deze verplichting. In dit artikel wordt
                    bepaald dat het</al><al>werkvoorzieningschap elk jaar de hoogte van de gemeentelijke uitvoeringskosten
                    van</al><al>begeleid werken met een PGB vaststelt. Het werkvoorzieningschap zal zelf bepalen
                    welke</al><al>uitvoeringskosten het toekennen van een PGB aan een Wsw-geïndiceerde met
                    zich</al><al>meebrengt. De wet geeft niet aan wat precies onder uitvoeringskosten moet worden
                    verstaan.</al><al>Het moet in ieder geval gaan om kosten die rechtstreeks aan de subsidieverlening
                    verbonden</al><al>zijn (artikel 7, tweede lid, onderdeel b, Wsw). Daarbij kan worden gedacht aan
                    kosten in</al><al>verband met de volgende activiteiten:</al><lijst><li nr="-"><al>het beoordelen van aanvragen voor een PGB;</al></li><li nr="-"><al>de administratieve handelingen in verband met het verstrekken van
                            subsidies en</al></li></lijst><al>vergoedingen in het kader van het PGB;</al><lijst><li nr="-"><al>het monitoren van het begeleid werken met een PGB;</al></li><li nr="-"><al>het tussentijds bepalen van loonwaarde;</al></li><li nr="-"><al>het voeren van (tussentijdse) gesprekken met begeleidingsorganisatie en
                            werkgever.</al></li></lijst><al>De uitvoeringskosten worden afgetrokken van het bedrag dat de gemeente
                    (gemiddeld) per</al><al>Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt, waarbij ook rekening wordt gehouden met
                    de mate</al><al>van arbeidshandicap. Het bedrag dat de gemeente (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde
                    van het</al><al>rijk ontvangt minus de (gemiddelde) uitvoeringskosten per Wsw-geïndiceerde
                    levert</al><al>vervolgens het bedrag op dat het werkvoorzieningschap in beginsel beschikbaar
                    heeft voor</al><al>een PGB.</al><al>Verordening persoonsgebonden budget Wsw gemeente Wassenaar 8</al><al>De verordening moet uiterlijk voor 1 juli 2008 zijn vastgesteld. Gemeenten
                    moeten voor die</al><al>tijd het budget aan uitvoeringskosten vaststellen voor de tweede helft van
                    2008.</al><al>Artikel 3</al><al>Het werkvoorzieningschap zal bij elke aanvraag van een PGB moeten beoordelen of
                    de</al><al>inpassing in de arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn
                    werkplek</al><al>adequaat door de werkgever wordt verzorgd (artikel 7, eerste lid, Wsw). In
                    verband hiermee</al><al>kunnen er eisen gesteld worden aan de werkgever en de door hem aangeboden
                    werkplek. In</al><al>artikel 7, tiende lid, Wsw dient de gemeenteraad in zijn verordening de
                    voorwaarden te</al><al>regelen waaronder het werkvoorzieningschap een begeleidingsorganisatie
                    inschakelt die door</al><al>de Wsw-geïndiceerde is aangewezen.</al><al>Het ligt voor de hand dat de gemeente bij het stellen van eisen aan werkgevers
                    en</al><al>begeleidingsorganisaties in het kader van begeleid werken met een PGB zoveel
                    mogelijk</al><al>probeert aan te sluiten bij de wijze waarop zij op dit moment begeleid werken
                    organiseert. Als</al><al>het gaat om voorwaarden waaraan werkgevers moeten voldoen, kan worden gedacht
                    aan:</al><al>-inschrijving van zijn onderneming bij de Kamer van Koophandel (een dergelijke
                    bepaling</al><al>kan overigens niet worden opgenomen voor overheidsorganisaties of daaraan
                    gelieerde</al><al>instellingen, omdat die niet bij de KvK zijn of kunnen worden
                    ingeschreven);</al><lijst><li nr="-"><al>de duur van het dienstverband;</al></li><li nr="-"><al>is de aangeboden arbeidsplaats passend in het licht van de
                            indicatiestelling door het CWI</al></li></lijst><al>en de mogelijkheden en beperkingen van de Wsw-geïndiceerde?;</al><al>-is de salariëring gebaseerd op de voor het bedrijf of de betreffende branche
                    geldende</al><al>CAO of arbeidsvoorwaarden?;</al><al>-de situatie met betrekking tot arbeidsomstandigheden, veiligheid en de
                    aanwezigheid van</al><al>risicoanalyses.</al><al>Voor wat betreft de duur van het, minimale, dienstverband is wellicht nog van
                    belang dat het</al><al>rijk de bonus voor begeleid werken pas uitkeert als er sprake is van een
                    dienstverband van zes</al><al>maanden. Dat is de reden waarom deze, minimale, duur van het dienstverband in
                    de</al><al>verordening is opgenomen.</al><al>Wat betreft de voorwaarden waaraan begeleidingsorganisaties moeten voldoen kan
                    worden</al><al>gedacht aan:</al><al>-inschrijving bij de Kamer van Koophandel (mits de betreffende organisatie</al><al>inschrijvingsplichtig is);</al><al>-taakvervulling met inachtneming van de stand van de wetenschap en die van de
                    arbeidsen</al><al>organisatiekunde;</al><al>-beschikking over voldoende opgeleide deskundigen die de arbeidsinpassing met
                    inbegrip</al><al>van de begeleiding op de werkplek adequaat kunnen verzorgen;</al><al>-(gespecialiseerde) kennis met betrekking tot specifieke kenmerken (van delen)
                    van de</al><al>doelgroep;</al><lijst><li nr="-"><al>transparantie en marktconforme prijsstelling;</al></li><li nr="-"><al>liquiditeits- en solvabiliteitspositie.</al></li></lijst><al>Artikel 4</al><al>De gemeenteraad dient bij verordening nadere regels te stellen over de wijze
                    waarop de</al><al>hoogte van de periodieke subsidie aan de werkgever dient te worden vastgesteld
                    (artikel 7,</al><al>tiende lid, onderdeel a, Wsw). De periodieke subsidie bestaat uit een
                    loonkostensubsidie en</al><al>eventueel ook uit een vergoeding voor structurele kosten van de werkgever die
                    verband</al><al>houden met het in dienst hebben van een Wsw-geïndiceerde (bijvoorbeeld
                    reiskosten of</al><al>terugkerende kosten voor intermediaire activiteiten).</al><al>Het doel van de loonkostensubsidie is het verstrekken van een tegemoetkoming in
                    de</al><al>loonkosten in verband met geringere arbeidsproductiviteit van de
                    Wsw-geïndiceerde. Om te</al><al>Verordening persoonsgebonden budget Wsw gemeente Wassenaar 9</al><al>kunnen bepalen wat de hoogte van de loonkostensubsidie moet zijn, is inzicht
                    nodig in de</al><al>verdiencapaciteit (loonwaarde) van de betrokken Wsw-geïndiceerde. In de praktijk
                    kan de</al><al>hoogte van de loonkostensubsidie worden bepaald in onderhandeling. Daarbij wordt
                    in veel</al><al>gevallen overigens gebruik gemaakt van bestaande methodieken voor inschatting
                    van de</al><al>loonwaarde. Ook het functieprofiel van de te vervullen functie en het daarbij
                    behorende</al><al>(CAO-)loon maken vaak deel uit van dit proces.</al><al>De hoogte van de subsidie wordt concreet door het werkvoorzieningschap
                    vastgesteld. Vanuit</al><al>het oogpunt van administratieve lastenverlichting geniet deze methode de
                    voorkeur.</al><al>Bovendien blijkt uit ervaringsgegevens in de praktijk dat dit een werkbare
                    manier is. Bij</al><al>gerede twijfel over de juiste hoogte van de loonkostensubsidie en als de
                    loonkostensubsidie</al><al>meer dan 60% van het bruto loon van de Wsw-geïndiceerde bedraagt, vindt altijd
                    vooraf een</al><al>loonwaardebepaling plaats.</al><al>Het verstrekken van subsidie aan werkgevers kan onder bepaalde omstandigheden
                    vallen</al><al>onder staatssteun (die op grond van Europese regelgeving verboden is). Voor het
                    verstrekken</al><al>van loonkostensubsidies aan werkgevers die Wsw-geïndiceerden in dienst hebben is
                    de</al><al>Europese Vrijstellingsverordening werkgelegenheidssteun van belang. Deze
                    Europese</al><al>verordening staat toe dat maximaal 60% van de loonkosten wordt gesubsidieerd
                    zonder dat</al><al>daaraan een individuele loonwaardebepaling ten grondslag ligt. Daarom is dit
                    percentage in</al><al>de verordening opgenomen.</al><al>Artikel 5</al><al>De productiviteit van een sw-geïndiceerde kan wijzigen, als deze persoon langer
                    op een</al><al>begeleid werkplek werkzaam is. Als dat het geval is, kan de loonkostensubsidie
                    worden</al><al>aangepast. De werkgever kan dan, als de productiviteit, c.q. verdiencapaciteit
                    van de</al><al>werknemer minder wordt, na overleg en met instemming van de werknemer, een
                    verzoek</al><al>indienen om de loonkostensubsidie te herzien. De werkgever moet zijn verzoek
                    om</al><al>herziening met redenen omkleden.</al><al>Ook kan het werkvoorzieningschap, als er een gerede aanleiding is voor een
                    (tussentijdse)</al><al>aanpassing van de subsidie, een hernieuwde beoordeling voor de hoogte van het
                    subsidie</al><al>doen. Dit zal zich overigens alleen in uitzonderlijke gevallen voordoen,
                    bijvoorbeeld als er</al><al>sprake is van kennelijke onredelijkheid bij handhaving van een bestaande
                    situatie. In de</al><al>praktijk zal het waarschijnlijk vaker voorkomen dat in de subsidiebeschikking
                    aan de</al><al>werkgever wordt opgenomen hoe, en op welke wijze (tussentijdse) herbeoordelingen
                    van</al><al>loonwaarde zullen plaatsvinden. De herbeoordeling van de loonwaarde kan
                    plaatsvinden op</al><al>basis van een loonwaardeonderzoek.</al><al>Artikel 6</al><al>Omdat de vergoedingen aan begeleidingsorganisaties op basis van een
                    overeenkomst</al><al>plaatsvinden, en in feite de uitkomst is van overleg hierover, hoeft dit artikel
                    in principe niet</al><al>in de verordening te worden opgenomen. Niettemin is het toch wenselijk hierover
                    een</al><al>bepaling in de verordening op te nemen. Het werkvoorzieningschap kan
                    dergelijke</al><al>voorwaarden ook opnemen in eigen richtlijnen of hierover onderhandelen. Op basis
                    van</al><al>ervaringsgegevens blijkt dat de omvang van het aantal uren aan begeleiding in de
                    tijd kan</al><al>variëren, afhankelijk van de behoefte hieraan en de aard van de handicap. Daarom
                    is de</al><al>mogelijkheid in de verordening opgenomen om het aantal uren aan begeleiding, en
                    dus de</al><al>vergoeding, aan te passen. Partijen (uitvoeringsorganisatie, sw-geïndiceerde
                    en</al><al>begeleidingsorganisatie) moeten het hier uiteraard wel over eens zijn en van te
                    voren met</al><al>elkaar afspreken dat periodieke evaluaties over aanpassingen in de omvang van
                    het aantal</al><al>begeleidingsuren plaats vinden. Op die manier kan maatwerk in de begeleiding
                    worden</al><al>geleverd.</al><al>Artikel 7</al><al>Verordening persoonsgebonden budget Wsw gemeente Wassenaar 10</al><al>De verordening dient regels te bevatten die betrekking hebben op de voorwaarden
                    waaronder</al><al>het werkvoorzieningschap aan de werkgever een vergoeding (subsidie) verstrekt
                    voor de</al><al>eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder
                    arbeid</al><al>wordt verricht (artikel 7, tiende lid, Wsw). Dit artikel vormt de uitwerking van
                    deze</al><al>verplichting.</al><al>Het eerste lid bepaalt dat een eenmalige vergoeding kan worden verstrekt. In de
                    praktijk</al><al>zullen hierbij de kosten en baten tegen elkaar moeten worden afgewogen. Omdat
                    hier sprake</al><al>is van maatwerk, is niet bij benadering aan te geven om welk bedrag het exact
                    gaat. Duidelijk</al><al>is dat hier de criteria van redelijkheid en maatwerk van belang zijn om een
                    verantwoorde en</al><al>zorgvuldige afweging te maken. De aard van de voorziening kan immers van geval
                    tot geval</al><al>verschillen en overigens ook gerelateerd zijn aan de aard van de handicap.
                    Bovendien hoeft er</al><al>niet perse sprake te zijn van aanpassingen van bouwkundige aard. Het kan ook
                    gaan om</al><al>(aangepaste) apparatuur die een sw-geïndiceerde kan gebruiken bij een andere
                    werkgever.</al><al>Wel is de eenmalige vergoeding aan een maximum van € 3.000 gebonden.</al><al>Het artikel regelt verder de wijze van uitbetaling van de vergoeding. Daarbij
                    kan worden</al><al>gedacht aan de termijnen van betaling.</al><al>Artikel 8</al><al>De Wsw-geïndiceerde zal het PGB moeten aanvragen. Omdat begeleid werken met een
                    PGB</al><al>leidt tot een subsidierelatie met de werkgever (in verband met het verstekken
                    van een</al><al>periodieke subsidie) en een contractrelatie met de begeleidingsorganisatie (in
                    verband met het</al><al>verstrekken van een periodieke vergoeding), zullen ook de werkgever en de</al><al>begeleidingsorganisatie van de Wsw-geïndiceerde de aanvraag moeten ondertekenen.
                    Op</al><al>basis van de aanvraag beslist het werkvoorzieningschap vervolgens of een
                    periodieke subsidie</al><al>aan de werkgever en een periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie
                    worden</al><al>verstrekt en voor welke bedragen. Vervolgens vindt de verstrekking van de
                    periodieke</al><al>subsidie aan de werkgever plaats op basis van een beschikking en de verstrekking
                    van een</al><al>periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie op basis van een
                    overeenkomst.</al><al>Artikel 11</al><al>Om de subsidie te kunnen vaststellen, dient de werkgever een schriftelijke
                    opgave te doen van</al><al>het door hem betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd met
                    alle</al><al>werkgeverslasten.</al><al>Artikel 13</al><al>Dit artikel maakt het mogelijk dat, ten gunste van de desbetreffende betrokken
                    Wswgeïndiceerde</al><al>medewerker, van de bepalingen in deze verordening kan worden afgeweken als</al><al>het ten uitvoer brengen van de verordening aantoonbaar een onbillijke situatie
                    voor de</al><al>betrokkene tot gevolg zou hebben. Het werkvoorzieningschap kan dit doen na
                    overleg met de</al><al>betrokken partijen.</al><al>Vastgesteld: 13 mei 2008</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>