<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76315_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening baatbelasting Wassenaarse Slag</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>1987-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wassenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening baatbelasting Wassenaarse Slag</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artt. 269 en verder</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1986-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1987-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-06-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening baatbelasting Wassenaarse Slag</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Wassenaar,</al><al>gelet op de artikelen 269 en verder van de Gemeentewet,</al><al>besluit vast te stellen de:</al><al>Verordening baatbelasting Wassenaarse Slag</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Aard der belasting.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze gemeente wordt ter verkrijging van een billijke bijdrage in de
                            kosten van aanleg van een riolering in de Wassenaarse Slag, in het
                            gedeelte tussen de Vleijsmanlaan en het strand, een directe belasting
                            geheven wegens onroerende goederen, die door deze aanleg zijn
                            gebaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De te belasten onroerende goederen zijn die goederen welke zijn gelegen
                            binnen het gebate gebied, hetwelk op de bij deze verordening behorende
                            en als zodanig gewaarmerkte kaart in rood omlijnd is aangeduid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastingplicht.</titel></kop><al>Belastingplichtig is degene, die krachtens zakelijk recht het genot heeft
                        van het onroerend goed, bedoeld in artikel 1 en die als zodanig bij het
                        begin van het belastingjaar in de kadastrale leggers is aangewezen, tenzij
                        blijkt, dat op dat tijdstip een ander de genothebbende krachtens zakelijk
                        recht was.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Heffingsmaatstaf.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt berekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een gebouwd onroerend goed naar de feitelijke oppervlakte,
                                    zoals die is of kan worden vastgesteld ingevolge de "Verordening
                                    op de heffing van onroerend-goedbelastingen 1985";</al></li><li nr="b."><al>voor een ongebouwd onroerend goed naar de oppervlakte berekend
                                    naar de langs de weg gemeten lengte en een diepte van ten
                                    hoogste 20 meter, met dien verstande, dat voor de berekening van
                                    de belasting niet meer dan 1000 m2 in aanmerking wordt
                                    genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de vaststelling van de in het eerste lid bedoelde oppervlakte wordt
                            het totale aantal vierkante meters afgerond, waarbij minder dan een
                            halve vierkante meter wordt verwaarloosd; een halve vierkante meter of
                            meer wordt voor één vierkante meter gerekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Tarief.</titel></kop><al>De belasting bedraagt per jaar voor iedere vierkante meter van de bedoelde
                        oppervlakte:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een gebouwd onroerend goed of een gedeelte daarvan bestemd als
                                woonhuis € 0,45</al></li><li nr="b."><al>voor een gebouwd onroerend goed of een gedeelte daarvan bestemd als
                                bedrijfsruimte € 0,90</al></li><li nr="c."><al>voor een ongebouwd onroerend goed. € 0,11</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Afkoop.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een bij de in artikel 231, twwede lid, onderdeel b, van de
                            Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar in te dienen schriftelijk verzoek
                            van de belastingplichtige wordt de belasting met betrekking tot nog niet
                            aangevangen belastingjaren ineens geheven naar een bedrag, dat gelijk is
                            aan de contante waarde van de belastingbedragen, welke geheven zouden
                            zijn - beoordeeld naar de omstandigheden bij het begin van het
                            belastingjaar waarin het verzoek wordt gedaan - voor elk van die nog
                            niet aangevangen belastingjaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De contante waarde, bedoeld in het vorige lid, wordt berekend naar een
                            rente van acht procent 's-jaars.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Belastingjaar.</titel></kop><al>Het belastingjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. De belasting
                        wordt geheven over de belastingjaren 1987 tot en met 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Wijze van heffing.</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7a</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de
                            op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar
                            één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan £ 75,00 en zolang de
                            verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                            kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in
                            tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                            telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van
                            de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde
                            beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van
                            overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd
                            met de vaststelling van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vrijstelling.</titel></kop><al>Van de belasting zijn vrijgesteld de onroerende goederen:</al><lijst><li nr="a."><al>uitsluitend bestemd voor de uitoefening van de openbare
                                eredienst;</al></li><li nr="b."><al>uitsluitend dienende als inrichting van onderwijs, voor zover een
                                zodanige inrichting van overheidswege wordt gesubsidieerd of in
                                stand gehouden;</al></li><li nr="c."><al>waarvoor reeds hetzij krachtens de bepalingen van de bouwverordening
                                hetzij op andere wijze dan door middel van een belastingverordening
                                een bijdrage in de kosten van aanleg van de in artikel 1 genoemde
                                riolering aan de gemeente is betaald;</al></li><li nr="d."><al>welke krachtens een bestaande of te treffen gemeentelijke regeling,
                                zoals: </al><al>het vestigen van een bouwverbod, het vaststellen van rooilijnen of
                                een bestemmingsplan of dergelijke voorzieningen niet voor bebouwing
                                in aanmerking kunnen komen, zolang deze onbebouwd zijn;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>waarvan de gemeente of haar instellingen de genothebbenden
                                zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>[Vervallen]</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9a.</nr><titel>[Vervallen]</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9b</nr><titel>Nadere regels door burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels geven met betrekking tot de
                        heffing en invordering van de baatbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Naam verordening.</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel "Verordening
                        baatbelasting Wassenaarse Slag".</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Datum in werking treden.</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1987.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld door de Raad op 29 september 1986</al></slotformulering><ondertekening>Drs. P.H. Schoute, Voorzitter</ondertekening><ondertekening>Mr. C. de Lange, lo.secretaris</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>