<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76280_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening vestiging alleenrecht participatievoorzieningen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws, 2009, 53</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening vestiging alleenrecht participatievoorzieningen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147 jo. 108</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB09.0186</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening vestiging alleenrecht participatievoorzieningen 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. Aanwijzingsbesluit :een besluit tot aanwijzing van instellingen, die
                        belast worden met het uitvoeren van een of meer specifieke
                        publiekrechtelijke taken.</al><al>b. Aanwijzingsbevoegdheid :de bevoegdheid tot aanwijzing van instellingen
                        die belast worden met de uitvoering van een of meer specifieke
                        publiekrechtelijke taken.</al><al>c. Alleenrecht: de bij publiekrechtelijk besluit aan instellingen
                        verleende</al><al> bevoegdheid een of meer specifieke publiekrechtelijke taken uit te
                        voeren.</al><al>d. College: College van Burgemeester en wethouders.</al><al>e. DAEB: Dienst van Algemeen Economisch Belang in de zin van</al><al> artikel 86 EG-Verdrag.</al><al>f. De wet: de Wet Participatiebudget.</al><al>g. Doelgroep: de groep personen zoals bedoeld in artikel 1 Wet</al><al> participatiebudget.</al><al>i. Voorziening(en): participatievoorziening(en) zoals benoemd in artikel 1
                        van de Wet participatiebudget.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kwalificatie</titel></kop><al>Voorzieningen ten behoeve van tot de doelgroep behorende personen op grond
                        van de wet worden aangemerkt als diensten van algemeen economisch belang
                        (DAEB) in de zin van de Vrijstellingsbeschikking 2005/842/EG van de Europese
                        Commissie, waarvoor een alleenrecht kan worden gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzingsbevoegdheid</titel></kop><al>Het college is bevoegd om op basis van deze verordening instellingen aan te
                        wijzen, die belast worden met de uitvoering van voorzieningen op grond van
                        de wet ten behoeve van tot de doelgroep behorende personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college oefent de aanwijzingsbevoegdheid uit door het per
                            voorziening nemen van een aanwijzingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aanwijzingsbesluit bevat, overeenkomstig met de
                            vrijstellingsverordening 2005/842/EG:</al><lijst><li nr="·"><al>de naam van de instelling</al></li><li nr="·"><al>de aard en de duur van de openbare dienstverplichtingen; </al></li><li nr="·"><al>de betrokken ondernemingen en het betrokken grondgebied; </al></li><li nr="·"><al>de aard van alle uitsluitende of bijzondere rechten die de
                                    ondernemingen zijn toegekend; </al></li><li nr="·"><al>een vastgestelde kostentoerekeningssystematiek met objectieve
                                    parameters; </al></li><li nr="·"><al>een beleidsregel met betrekking tot reservevorming, die
                                    overcompensatie uitsluit. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aanwijzingsbesluit bevat, overeenkomstig de artikelen 25a t/m
                            25<sup>e</sup> van de Mededingingswet:</al><lijst><li nr="·"><al>voorschriften aangaande een te voeren gescheiden registratie van
                                    lasten en baten van de verschillende activiteiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in een aanwijzingsbesluit vermelde alleenrecht heeft een
                            werkingsduur van 24 maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Overeenkomst</titel></kop><al>Het college sluit met inachtneming van het aanwijzingsbesluit een
                        overeenkomst met de instelling die belast wordt met de uitvoering van de
                        voorziening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt na publicatie in werking op 1 januari 2010. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de Verordening vestiging
                        alleenrecht participatievoorzieningen 2010.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 14 december 2009.</ondertekening><ondertekening>ir. C.J. Vriesman, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>