<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76136_2</dcterms:identifier><dcterms:title>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harderwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harderwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kontakt, 01-05-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel147/geldigheidsdatum_29-12-2010">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/geldigheidsdatum_29-12-2010">Algemene wet bestuursrecht </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-05-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B13.000695</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Algemene Subsidieverordening 1999, vastgesteld d.d. 20-05-1999.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule> Algemene subsidieverordening 2008 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Harderwijk; </al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 oktober en 30
                        oktober 2007, nummer 106; </al><al/><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht </al><al/><al>besluit: </al><al/><al>1. in te trekken de Algemene Subsidieverordening 1999, vastgesteld bij
                        besluit van de raad van 20 mei 1999 </al><al/><al>2. vast te stellen de navolgende </al><al/><al><vet>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING 2008</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>- INLEIDENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr/><al>Bij het toepassen van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht</al></li><li nr="b."><al>Instelling: een organisatie of groepering met een algemeen
                                        belang. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op alle door de gemeente aan
                            instellingen te verstrekken subsidies, tenzij in een bijzondere
                            subsidieverordening of bij een besluit van de gemeenteraad anders is
                            bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Bevoegdheid</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het nemen van alle besluiten
                            op grond van deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Subsidiesoorten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking waarin subsidie wordt toegekend, vermeldt welke
                                subsidiesoort van toepassing is. Het kan daarbij gaan om de volgende
                                subsidiesoorten: </al><lijst><li nr="a."><al><vet>Budgetsubsidie. </vet>Deze wordt verstrekt voor
                                        activiteiten gedurende een periode van maximaal 4 jaar,
                                        waarbij gemeente en instelling zich voor de gehele periode
                                        vastleggen op te leveren prestaties en het subsidiebedrag.
                                    </al></li><li nr="b."><al><vet>Eenmalig subsidie. </vet>Deze wordt verstrekt voor
                                        activiteiten die incidenteel van karakter zijn.</al></li><li nr="c."><al><vet>Activiteitensubsidie. </vet>Deze wordt verstrekt voor
                                        activiteiten die niet incidenteel van karakter zijn, en
                                        waarbij de prestaties en het subsidiebedrag per jaar of
                                        andere periode worden bepaald. </al></li><li nr="d."><al><vet>Projectsubsidie. </vet>Dezewordt verstrekt voor
                                        projecten van tijdelijke aard</al></li><li nr="e."><al><vet>Investeringssubsidie.</vet> Deze wordt verstrekt voor
                                        investeringen in gebouw, inrichting of andere materiële
                                        zaken</al></li><li nr="f."><al><vet>Waarderingssubsidie. </vet>Deze wordt verstrekt ter
                                        ondersteuning van de activiteiten van een instelling, zonder
                                        directe relatie tussen de kosten van de activiteiten en het
                                        subsidiebedrag. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op subsidies als vermeld onder a is hoofdstuk 2 van toepassing, op
                                subsidies als vermeld onder b t/m e hoofdstuk 3, en op subsidies als
                                vermeld onder f hoofdstuk 4. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Afwijzing subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naast de in artikel 4:35 van de Awb genoemde gronden waarop een
                                subsidie kan worden geweigerd, wordt een subsidieaanvraag afgewezen
                                als :</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de
                                        gemeente</al></li><li nr="b."><al>de hiervoor benodigde gelden niet in de gemeentebegroting
                                        zijn opgenomen</al></li><li nr="c."><al>de instelling geen rechtspersoonlijkheid heeft</al></li><li nr="d."><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet
                                        exclusief zijn gericht op de inwoners van Harderwijk of op
                                        andere wijze een plaatselijk belang dienen</al></li><li nr="e."><al>de instelling met winstoogmerk werkzaam is</al></li><li nr="f."><al>de aanvrager naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                        ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan
                                        beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken</al></li><li nr="g."><al>de doelstellingen of middelen van de instelling in strijd
                                        zijn met de wet of het algemeen belang.</al><lijst><li nr=""><al>2. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en
                                                wethouders van het gestelde onder c en e afwijken.
                                            </al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>– PROCEDURE BUDGETSUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>De subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een instelling in aanmerking wil komen voor een budgetsubsidie
                                dient deze uiterlijk 1 april voorafgaand aan het jaar of ander
                                tijdvak waarop de aanvraag betrekking heeft, een subsidieaanvraag
                                bij burgemeester en wethouders in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieaanvraag houdt in : </al><lijst><li nr="a."><al>een door het bestuur ondertekende brief waarin de instelling
                                        aangeeft welk subsidiebedrag zij op jaarbasis vraagt en voor
                                        welke periode de aanvraag geldt</al></li><li nr="b."><al>een productplan voor de gehele subsidieperiode, dat inzicht
                                        geeft in alle op jaarbasis te leveren producten, inclusief
                                        meetbare prestaties per product</al></li><li nr="c."><al>een productbegroting voor de gehele subsidieperiode, dat wil
                                        zeggen een begroting van inkomsten en uitgaven op jaarbasis
                                        die inzicht geeft in de uitgaven en inkomsten per
                                        product</al></li><li nr="d."><al>een opgave van de bestuurssamenstelling. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een instelling voor de eerste maal subsidie aanvraagt verstrekt
                                zij daarnaast de volgende gegevens :</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de statuten en het huishoudelijk
                                        reglement</al></li><li nr="b."><al>een beschrijving van de organisatievorm</al></li><li nr="c."><al>de laatste jaarrekening en het laatste jaarverslag of, als
                                        deze bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële
                                        positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij herhaalde aanvragen behoeven de statuten en het huishoudelijk
                                reglement alleen te worden overlegd als hier wijzigingen in zijn
                                aangebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>De subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken hun besluit over de
                                subsidieaanvraag vòòr 1 januari van het jaar waarin de
                                subsidieperiode begint, aan aanvrager bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de subsidiesoort, de
                                periode waarvoor de subsidieverlening geldt en het subsidiebedrag op
                                jaarbasis. De bij de beschikking behorende budgetovereenkomst
                                vermeldt de door de instelling op jaarbasis te leveren producten en
                                meetbare prestaties per product.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieverlening vindt plaats onder de voorwaarde dat de
                                budgetovereenkomst binnen een maand na dagtekening van de
                                beschikking, door het bestuur van de instelling getekend aan
                                burgemeester en wethouders is teruggestuurd. Als burgemeester en
                                wethouders op de aangegeven datum de getekende overeenkomst niet
                                hebben ontvangen vervalt de subsidieverlening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten dat de datum zoals
                                genoemd in lid 1 met hooguit een jaar kan worden verlengd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Voortgangsoverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het najaar van elk jaar van de subsidieperiode vindt een
                                voortgangsoverleg plaats tussen gemeente en instelling, waarbij
                                wordt besproken in hoeverre de afgesproken prestaties zijn
                                gerealiseerd. Dit overleg vindt plaats aan de hand van de
                                budgetovereenkomst en de jaarstukken over het afgelopen jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het voortgangsoverleg maakt de gemeente een verslag dat aan de
                                instelling wordt toegezonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Indexeringsbeschikking</titel></kop><al>Voorafgaand aan elk jaar van de subsidieperiode sturen burgemeester en
                            wethouders een beschikking aan de instelling waarin het subsidiebedrag
                            voor het komend jaar wordt vermeld. Dit bedrag wordt ten opzichte van
                            het lopende jaar geïndexeerd voor lonen en prijzen. De loon- en
                            prijsindexatie vindt plaats in een verhouding van 70:30 op basis van de
                            nominale compensatie van deze componenten voor het komend jaar volgens
                            de septembercirculaire van het gemeentefonds. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>De subsidieverantwoording</titel></kop><al>Na elk jaar van de subsidieperiode dient de instelling vòòr 1 juli van
                            het jaar daarop een jaarverslag en jaarrekening over het afgelopen jaar,
                            als bedoeld in artikel 361 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, bij
                            burgemeester en wethouders in. In het jaarverslag geeft de instelling
                            aan in hoeverre zij de prestaties zoals vermeld in de budgetovereenkomst
                            heeft gerealiseerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>De subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen 6 maanden na indiening van de in artikel 2.5 bedoelde
                                jaarstukken stellen burgemeester en wethouders het subsidie
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het subsidie wordt vastgesteld conform de subsidieverlening zoals
                                bedoeld in artikel 2.2 in combinatie met artikel 2.4, tenzij de
                                prestaties substantieel achterblijven bij hetgeen hierover in de
                                budgetovereenkomst is bepaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>– PROCEDURE EENMALIG SUBSIDIE, ACTIVITEITEN-SUBSIDIE, PROJECTSUBSIDIE
                            EN INVESTERINGSSUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>De subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een instelling in aanmerking wil komen voor een eenmalig
                                subsidie, een activiteitensubsidie, een projectsubsidie of een
                                investeringssubsidie dient deze minimaal drie maanden voor aanvang
                                van de activiteit, de periode, het project of de investering
                                waarvoor subsidie wordt gevraagd, een subsidieaanvraag bij
                                burgemeester en wethouders in, tenzij in een bijzondere
                                subsidieverordening een andere datum is bepaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieaanvraag houdt, tenzij in een bijzondere
                                subsidieverordening anders is bepaald, het volgende in : </al><lijst><li nr="a."><al>een door het bestuur ondertekende brief waarin de instelling
                                        aangeeft welk subsidiebedrag zij vraagt</al></li><li nr="b."><al>een activiteitenplan, projectplan of investeringsplan waarin
                                        de te leveren prestaties concreet en meetbaar zijn vermeld,
                                        evenals de periode waarin deze plaats zullen vinden</al></li><li nr="c."><al>een sluitende begroting van inkomsten en uitgaven met
                                        inbegrip van het gevraagd subsidie</al></li><li nr="d."><al>een opgave van de bestuurssamenstelling. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een instelling voor de eerste maal subsidie aanvraagt verstrekt
                                zij daarnaast de volgende gegevens :</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de statuten en het huishoudelijk
                                        reglement</al></li><li nr="b."><al>een beschrijving van de organisatievorm</al></li><li nr="c."><al>de laatste jaarrekening en het laatste jaarverslag of, als
                                        deze bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële
                                        positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij herhaalde aanvragen behoeven de statuten en het huishoudelijk
                                reglement alleen te worden overlegd als hier wijzigingen in zijn
                                aangebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>De subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken hun besluit over de
                                subsidieaanvraag binnen 3 maanden na de aanvraag aan aanvrager
                                bekend, tenzij in een bijzondere subsidieverordening een andere
                                termijn is bepaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de subsidiesoort, de
                                prestaties waarvoor het subsidie wordt verleend en de periode waarin
                                deze zullen worden geleverd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>De subsidieverantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen 6 maanden na afloop van de activiteiten of het jaar waarvoor
                                het subsidie is verleend dient de instelling een afrekening of
                                jaarrekening en een verslag van de activiteiten of een jaarverslag
                                bij burgemeester en wethouders in, tenzij in een bijzondere
                                subsidieverordening een andere termijn is bepaald. In het verslag
                                geeft de instelling aan in hoeverre zij de prestaties zoals vermeld
                                in de beschikking heeft gerealiseerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de instelling niet in staat is de prestaties uit te voeren
                                binnen de periode zoals in de beschikking is vermeld, laat zij dit
                                binnen 6 maanden na het begin van de geplande periode aan
                                burgemeester en wethouders weten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.</nr><titel>De subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen 6 maanden na indiening van de afrekening of de jaarrekening
                                en het verslag van de activiteiten of het jaarverslag stellen
                                burgemeester en wethouders het subsidie vast, tenzij in een
                                bijzondere subsidieverordening een andere termijn is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het subsidie wordt vastgesteld op maximaal het bedrag dat bij de
                                subsidieverlening is bepaald. Het subsidie kan lager worden
                                vastgesteld conform het bepaalde in artikel 4:46.van de Awb. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>– PROCEDURE WAARDERINGSSUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>De subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een instelling in aanmerking wil komen voor een
                                waarderingssubsidie dient deze minimaal drie maanden voor aanvang
                                van de activiteiten of het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd,
                                een subsidieaanvraag bij burgemeester en wethouders in, tenzij in
                                een bijzondere subsidieverordening een andere datum is bepaald.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieaanvraag houdt, tenzij in een bijzondere
                                subsidieverordening anders is bepaald, het volgende in : </al><lijst><li nr="a."><al>een door het bestuur ondertekende brief waarin de instelling
                                        aangeeft welk subsidiebedrag zij vraagt </al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten van de instelling en de
                                        periode waarin deze plaats zullen vinden</al></li><li nr="c."><al>een opgave van de bestuurssamenstelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een instelling voor de eerste maal subsidie aanvraagt verstrekt
                                zij daarnaast de volgende gegevens :</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de statuten en het huishoudelijk
                                        reglement</al></li><li nr="b."><al>een beschrijving van de organisatievorm.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij herhaalde aanvragen behoeven de statuten en het huishoudelijk
                                reglement alleen te worden overlegd als hier wijzigingen in zijn
                                aangebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>De subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken hun besluit over de
                                subsidieaanvraag binnen 3 maanden aan aanvrager bekend, tenzij in
                                een bijzondere subsidieverordening een andere termijn is bepaald.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling vermeldt de subsidiesoort,
                                het subsidiebedrag en de periode of het jaar waarop de
                                subsidiebeschikking van toepassing is. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>– OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Administratie en inzage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie van de instelling moet zo zijn ingericht dat op
                                eenvoudige wijze inzicht kan worden verkregen in de bezittingen,
                                vorderingen en schulden en in de inkomsten en uitgaven die voor de
                                subsidietoekenning van belang zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling verleent aan burgemeester en wethouders of aan door
                                hen aangewezen ambtenaren of deskundigen inzage in de administratie,
                                als dit naar de mening van burgemeester en wethouders nodig is voor
                                een oordeel over de besteding van subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Verklaring van de instelling</titel></kop><al>Indien subsidie is verleend voor een bedrag van € 25.000.- of hoger
                            dient de instelling vòòr 1 november van elk jaar waarvoor dit subsidie
                            is verleend, een verklaring bij burgemeester en wethouders in waarin zij
                            aangeeft of zij naar verwachting in het lopende jaar de prestaties zal
                            realiseren die in de beschikking en/of budgetovereenkomst zijn vermeld
                            en of zij zal voldoen aan de voorwaarden zoals vermeld bij de
                            subsidieverlening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Accountantscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een budgetsubsidie is verleend voor een bedrag van € 25.000
                                of hoger moeten de in artikel 2.3 genoemde jaarstukken zijn voorzien
                                van een verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid van een
                                accountant zoals bedoeld in artikel 393, eerste lid van Boek 2 van
                                het Burgerlijk Wetboek, tenzij burgemeester en wethouders anders
                                bepalen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de verlening van andere
                                subsidies dit artikel van overeenkomstige toepassing verklaren.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Intrekken of wijzigen van subsidie</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in afdeling 4.2.6 van de Awb kunnen
                            burgemeester en wethouders een subsidie intrekken of wijzigen als:</al><lijst><li nr="a."><al>er ernstige vermoedens of duidelijke aanwijzingen zijn van
                                    wanbeheer, fraude, veronachtzaming van verplichtingen of
                                    handelen in strijd met fundamentele rechtsbeginselen, statuten
                                    en/of reglementen;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van opheffing, de instelling bij rechterlijk vonnis
                                    wordt ontbonden of bij een dergelijk vonnis geacht wordt geen
                                    rechtspersoon meer te zijn;</al></li><li nr="c."><al>conservatoir beslag op het vermogen of een deel van het vermogen
                                    van de subsidieontvanger is gelegd;</al></li><li nr="d."><al>de subsidieontvanger surséance van betaling is verleend;</al></li><li nr="e."><al>de subsidieontvanger in staat van faillissement is
                                    verklaard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Bevoorschotting en betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als bij de subsidieverlening als bedoeld in artikel 2.2 en 2.3 is
                                bepaald dat voorschotten worden verleend, worden deze binnen 8 weken
                                na de voorschotverlening betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag waarop een subsidie is vastgesteld wordt betaald binnen 8
                                weken na de subsidievaststelling, onder verrekening van de betaalde
                                voorschotten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr><titel>Subsidie andere bestuursorganen</titel></kop><al>Als subsidie wordt verstrekt voor activiteiten waarvoor ook door andere
                            bestuursorganen subsidie wordt verstrekt, kunnen burgemeester en
                            wethouders afwijken van deze verordening en bijzondere
                            subsidieverordeningen, mits daardoor de belangen met het oog waarop de
                            bepalingen waarvan wordt afgeweken zijn gesteld, niet onevenredig worden
                            geschaad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.7</nr><titel>Beslissing in bijzondere gevallen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet of
                                onduidelijk is, zijn burgemeester en wethouders bevoegd een
                                beslissing te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen gemotiveerd afwijken van de
                                bepalingen van de verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.8.</nr><titel>Citeerartikel en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Algemene subsidieverordening
                            2008, en treedt in werking op 1 januari 2008. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente </ondertekening><ondertekening>Harderwijk in zijn openbare vergadering van </ondertekening><ondertekening>22 november nummer 106. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>