<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76125_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voor periodiek onderzoek door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van door het college gevoerde bestuur</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oegstgeest</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oegstgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 29-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Oegstgeest</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0012701/geldigheidsdatum_11-01-2004#Hoofdstuk2_Artikel8">Tijdelijke referendumwet, art. 8, lid 1 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0012701/geldigheidsdatum_11-01-2004#Hoofdstuk3_Paragraaf3_Artikel25">Tijdelijke referendumwet, art. 25, lid 1 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIV/HoofdstukXIV/Artikel213a/geldigheidsdatum_11-01-2011">Gemeentewet, art. 213A</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-12-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR388247_1">Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Oegstgeest 2016.</extref></al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING VOOR PERIODIEK ONDERZOEK DOOR HET COLLEGE NAAR DE DOELMATIGHEID EN
            DOELTREFFENDHEID VAN HET DOOR HET COLLEGE GEVOERDE BESTUUR</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oegstgeest;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 januari 2004,
                        nr. 27/04;</al><al>gelet op artikel 8 lid 1 onder a en artikel 25 lid 1 van de Tijdelijke
                        referendumwet en artikel 213A van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de</al><al><vet>VERORDENING VOOR PERIODIEK ONDERZOEK DOOR HET COLLEGE NAAR DE
                            DOELMATIGHEID EN DOELTREFFENDHEID VAN HET DOOR HET COLLEGE GEVOERDE
                            BESTUUR</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="2.32*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="8.88*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>a.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>doelmatigheid:</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>de mate waarin de gewenste prestaties worden
                                            gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van
                                            middelen;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>b.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>doeltreffendheid:</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van
                                            het beleid ook daadwerkelijk worden behaald;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>c.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>organisatie-eenheid:</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>de organisatorische eenheden als ingesteld bij de
                                            Organisatieverordening gemeente Oegstgeest.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderzoeksfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college onderzoekt jaarlijks de doelmatigheid van (onderdelen van)
                            organisatie-eenheden van de gemeente en de uitvoering van taken en/of
                            producten door de gemeente. Iedere gemeentelijke organisatie-eenheid en
                            gemeentelijke taak wordt minimaal eens in de acht jaar in zijn geheel
                            aan een dergelijke toets onderworpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college voert jaarlijks minimaal één onderzoek uit naar de
                            doeltreffendheid van (delen van) programma’s en/of paragrafen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zendt ieder jaar uiterlijk voor 1 oktober een onderzoeksplan
                            naar de raad van de in het erop volgende jaar te verrichten interne
                            onderzoeken naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal
                            aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het object van het onderzoek;</al></li><li nr="b."><al>de reikwijdte van het onderzoek;</al></li><li nr="c."><al>de onderzoeksmethode;</al></li><li nr="d."><al>de doorlooptijd van het onderzoek;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van uitvoering;</al></li><li nr="f."><al>de kosten van het onderzoek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt aangegeven welke budgetten in de begroting
                            zijn opgenomen voor de uitvoering van de onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en
                        jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en
                        doeltreffendheid en de uitputting van bijbehorende budgetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                            Elke rapportage bevat op zijn minst een analyse van de
                            onderzoeksresultaten en aanbevelingen voor verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college indien
                            nodig een plan van verbetering op. Het college neemt op basis van het
                            plan van verbetering de nodige maatregelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rapportages en plannen van verbetering worden ter kennisgeving aan de
                            raad aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt, gelet op het gestelde in artikel 25 lid 1 van de
                        Tijdelijke referendumwet, in werking op 7 maart 2004, met dien verstande dat
                        het eerste onderzoeksplan (met betrekking tot 2005) voor 1 oktober 2004 aan
                        de raad zal worden aangeboden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening onderzoeken
                        doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Oegstgeest”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Oegstgeest, gehouden op 4 maart 2004.</al><al>De raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>voorzitter</ondertekening><ondertekening>griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><tussenkop>Toelichting Artikel 1</tussenkop><al>Met het formuleren van de begripsomschrijvingen wordt beoogd eenduidigheid in de
                    verordening te bewerkstelligen.</al><tussenkop>Toelichting Artikel 2</tussenkop><al-groep><al>Dit artikel draagt het college op om onderzoek te doen naar de doelmatigheid
                        en doeltreffendheid van de door het college gevoerde bestuur.</al><al>Het eerste lid behelst onderzoeken naar doelmatigheid, onderzoeken derhalve
                        naar de uitvoering van beleid en het beheer van middelen. Door het opnemen
                        van een dubbele raadstermijn wordt er zorg voor gedragen dat alle onderdelen
                        van de gemeente ‘aan de beurt’ komen. </al><al>In het tweede lid gaat het om onderzoeken naar de doeltreffendheid, oftewel
                        onderzoek op basis van het in de programma’s of paragrafen van de begroting
                        geformuleerde beleid. Het onderzoek kan zich ook richten op het oneigenlijk
                        gebruik van de ter beschikking gestelde gemeentegelden.</al></al-groep><tussenkop>Toelichting Artikel 3</tussenkop><al-groep><al>Het derde artikel geeft nadere aanwijzingen voor de opzet van de beoogde
                        onderzoeken. Het onderzoeksplan wordt ter kennisname aangeboden aan de raad,
                        en de raad kan het ter bespreking agenderen, maar het wordt door het college
                        vastgesteld. Bij de start van elk onderzoek moet aan de hand van het
                        onderzoeksplan een Plan van Aanpak worden gemaakt.</al><al>Het tweede lid geeft aan welke elementen het onderzoeksplan dient te
                        bevatten. (a) Een afbakening van het te onderzoeken, welke
                        organisatieonderdelen of welke beleidsvelden worden onderzocht. (b) Hoever
                        gaat het onderzoek, bijvoorbeeld welk tijdvak of welke instellingen waarvoor
                        de gemeente bestuurlijk verantwoordelijk worden onderzocht. (c) Welke
                        methodiek wordt gebruikt, benchmarking o.i.d. (d) Hoelang zal het onderzoek
                        gaan duren, al dan niet gefaseerd. Geeft ook mogelijk inzicht in het
                        kostenaspect. Zie ook lid 2 onder f en het derde lid. (e) Wie gaat het
                        uitvoeren. Indien dat volledig intern is, eventueel met ondersteuning van
                        derden, moet zoveel mogelijk de onafhankelijkheid van de analyse worden
                        gewaarborgd. (f) Inzichtelijk moet worden gemaakt welk beslag het onderzoek
                        legt op de begroting.</al></al-groep><tussenkop>Toelichting Artikel 4</tussenkop><al>Aangezien de bedrijfsvoeringparagraaf de stand van zaken en de beleidsvoornemens
                    ten aanzien van de bedrijfsvoering inzichtelijk maak, past het goed om in deze
                    paragaaf ook te rapporteren over de stand van zaken omtrent de interne
                    onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college
                    gevoerde bestuur. Dit sluit ook aan bij artikel 20 van de vastgestelde
                    Verordening ex artikel 212 Gemeentewet.</al><tussenkop>Toelichting Artikel 5</tussenkop><al>Nadat de onderzoeken zijn afgerond dient erover te worden gerapporteerd. Indien
                    aangewezen zal de rapportage leiden tot voorstellen ter verbetering. Aangezien
                    bedrijfsvoering een collegebevoegdheid is, zal het college ook de
                    verbetervoorstellen moeten doen en moeten (laten) uitvoeren. Door de
                    ontwikkelende inzichten (leerproces) zullen de rapportages leiden tot een
                    verbetering van de interne bedrijfsvoering. Ingevolge artikel 197 tweede lid
                    Gemeentewet worden de rapporten gevoegd bij de jaarrekening.</al><tussenkop>Toelichting Artikel 6</tussenkop><al>Volgens de Gemeentewet moest deze verordening per 7 maart 2003 zijn vastgesteld.
                    Uw raad heeft echter op 20 februari 2003 besloten tot een jaar uitstel. Op
                    praktische gronden is er voor gekozen om eerst per 2005 de interne onderzoeken
                    te laten aanvangen. In dier voege wordt het eerste onderzoeksplan uw raad voor 1
                    oktober 2004 aangeboden.</al><tussenkop>Toelichting Artikel 7</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>