<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76113_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening Oegstgeest 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oegstgeest</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oegstgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oegstgeester Courant,
                15-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening Oegstgeest 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149/geldigheidsdatum_11-01-2011">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-06-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vastgesteld en bekendgemaakt als onderdeel van het verzamelbesluit voor het opnieuw vaststellen en bekendmaken van de verordeningen ten behoeve van centrale ontsluiting van lokale regelgeving. Artikel 25 bevat een overgangsrecht. De Bomenverordening wordt hierbij ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening Oegstgeest 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oegstgeest;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 augustus 2010,
                        nr. 85/10;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de navolgende</al><al><vet>BOMENVERORDENING OEGSTGEEST 2010</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="2.09*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="7.85*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>boom:</al></entry><entry colname="col3"><al>een houtachtig gewas met een stamomtrek van
                                                  minimaal 31 centimeter op 1,30 meter hoogte boven
                                                  het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt
                                                  de stamomtrek van de dikste stam;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>houtopstand:</al></entry><entry colname="col3"><al>één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een
                                                  grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken,
                                                  een beplanting van bosplantsoen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>hakhout:</al></entry><entry colname="col3"><al>één of meer bomen of boomvormers die - na te
                                                  zijn geveld – opnieuw op de stronk uitlopen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>dunning:</al></entry><entry colname="col3"><al>velling, die uitsluitend als een
                                                  voorzorgsmaatregel ter bevordering van de groei en
                                                  instandhouding van de overblijvende houtopstand
                                                  moet worden beschouwd indien deze houtopstand als
                                                  bosperceel kan worden aangemerkt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>knotten/kandelaren:</al></entry><entry colname="col3"><al>het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van
                                                  uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaarde
                                                  bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk
                                                  onderhoud;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>bebouwde kom:</al></entry><entry colname="col3"><al>de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                                  ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
                                                  Boswet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>bosperceel:</al></entry><entry colname="col3"><al>houtopstand die een zelfstandige eenheid vormt
                                                  en ofwel een grotere oppervlakte beslaat dan 10
                                                  are (1000 m<sup>2</sup>), ofwel in geval van
                                                  bijbeplanting, gerekend over het totale aantal
                                                  rijen, meer bomen omvat dan 20;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>boomwaarde:</al></entry><entry colname="col3"><al>het getal dat, overeenkomstig de Methode Raad,
                                                  wordt berekend;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>monumentale boom of :</al><al>houtopstand</al></entry><entry colname="col3"><al>een boom of houtopstand die als zodanig is
                                                  aangewezen op een door burgemeester en wethouders
                                                  vast te stellen lijst van monumentale en
                                                  waardevolle bomen en houtopstanden, als bedoeld in
                                                  hoofdstuk 4 van deze verordening;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>bijzondere, waardevolle of beeldbepalende boom,
                                                  boomgroep of houtopstand:</al></entry><entry colname="col3"><al>een boom, boomgroep of houtopstand die als
                                                  zodanig is aangewezen op een door burgemeester en
                                                  wethouders vast te stellen lijst van monumentale
                                                  en waardevolle bomen en houtopstanden, als bedoeld
                                                  in hoofdstuk 4 van deze verordening, of een boom,
                                                  boomgroep of houtopstand die als zodanig door
                                                  burgemeester en wethouders is gemerkt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>bomenfonds:</al></entry><entry colname="col3"><al>een fonds waaruit burgemeester en wethouders een
                                                  bijdrage kunnen verlenen in de kosten van
                                                  maatregelen die noodzakelijk zijn voor het
                                                  duurzaam instandhouden van monumentale bomen of
                                                  houtopstanden, bijzondere of waardevolle bomen of
                                                  houtopstanden, beeldbepalende boomgroepen of
                                                  bomen, boomgroepen of houtopstanden waarvoor een
                                                  kapvergunning is geweigerd dan wel voor bomen,
                                                  boomgroepen of houtopstanden waarvoor een
                                                  instandhoudingsplicht is opgelegd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>Wabo</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al>vergunning</al></entry><entry colname="col3"><al>een omgevingsvergunning als bedoeld in 2.2, lid
                                                  1, sub g van de Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.</al></entry><entry colname="col2"><al>bevoegd gezag</al></entry><entry colname="col3"><al>bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de
                                                  Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o.</al></entry><entry colname="col2"><al>het college</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders van
                                                  de gemeente Oegstgeest;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>p.</al></entry><entry colname="col2"><al>Regeling Omgevingsrecht</al></entry><entry colname="col3"><al>Ministeriële regeling houdende nadere regels ter
                                                  uitvoering van de Wabo en het Besluit
                                                  omgevingsrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>q.</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluit Omgevingsrecht</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemene maatregel van bestuur houdende regels
                                                  ter uitvoering van de Wabo.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt onder vellen mede verstaan rooien, met
                                inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen,
                                zowel bovengronds als ondergronds, die de dood of ernstige
                                beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen
                                hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt
                                vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heggen en
                                heesters.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>VERGUNNINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand
                                te vellen of te doen vellen: </al><lijst><li nr="a."><al>als bedoeld in artikel 1 lid i en j;</al></li><li nr="b."><al>in gebieden waar ter bescherming van aangewezen
                                        dorpsgezichten volgens het bestemmingsplan een
                                        aanlegvergunningenstelsel van kracht is;</al></li><li nr="c."><al>bomen en houtopstanden op terreinen onderdeel van of
                                        behorende bij een gemeentelijk of rijksmonument.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden
                                indien het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>populieren en wilgen als wegbeplantingen en eenrijige
                                        beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn
                                        geknot;</al></li><li nr="b."><al>fruitbomen, en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren of coniferen, niet ouder dan twaalf jaar,
                                        bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor
                                        in het bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                        Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen
                                        is binnen de bebouwde kom als bedoeld in artikel 1, vijfde
                                        lid van de Boswet, tenzij de houtopstand een zelfstandige
                                        eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan
                                        10 are, ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over het
                                        totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van
                                        het college van burgemeester en wethouders, zulks
                                        onverminderd het bepaalde in artikel 9 van deze
                                        verordening;</al></li><li nr="b."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden
                                        geveld;</al></li><li nr="c."><al>het periodiek knotten of kandelaren als cultuurmaatregel bij
                                        daarvoor geschikte boomsoorten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning dient te worden aangevraagd conform hoofdstuk 1 en
                                hoofdstuk 7 van de Regeling Omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2 Besluit omgevingsrecht voor
                                een vergunning als bedoeld in artikel 2 en de daarbij te overleggen
                                gegevens en bescheiden worden in 4-voud ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de directeur Natuur, Landschap en Platteland van het
                                Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan burgemeester
                                en wethouders een afschrift heeft toegezonden van de
                                ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                beschouwt het bevoegd gezag dit afschrift mede als
                                vergunningaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beslissingstermijn vergunning</titel></kop><al>(vervallen; nu geregeld in artikel 3.9 van de Wabo)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Weigeringgronden vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder
                                voorschriften de vergunning verlenen in het belang van onder
                                meer:</al><lijst><li nr="-"><al>de natuur- en milieuwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="-"><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="-"><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="-"><al>de dendrologische waarde van de houtopstand</al></li><li nr="-"><al>de waarde van de houtopstand voor het dorpsschoon;</al></li><li nr="-"><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="-"><al>de waarde van de houtopstand voor recreatie en leefbaarheid
                                        van het dorp.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de beslissing op een aanvraag verwijst het bevoegd gezag zoveel
                                mogelijk naar gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of
                                landschapsplannen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan bij de weigering van de vergunning tevens de
                                boomwaarde als motivering hanteren. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een kapvergunning kan worden geweigerd op de enkele grond dat de
                                bouw- of aanlegplannen nog niet definitief zijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Nadat een bouw- of aanlegvergunning is verleend, kan een
                                kapvergunning worden geweigerd indien de rechthebbende aanvrager van
                                een kapvergunning niet, of niet tijdig, of niet volledig de
                                aanwezigheid heeft gemeld van een beeldbepalende of anderszins
                                waardevolle houtopstand aan het bevoegd gezag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Spoedeisende gevallen</titel></kop><al>Het college kan toestemming geven tot direct vellen, indien sprake is
                            van direct gevaar voor veiligheid van personen en zaken, waaronder mede
                            begrepen het gevaar voor besmettelijke ziekten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Openbaarmaking vergunning</titel></kop><al>(vervallen; nu geregeld in artikel 3.9 van de Wabo)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Standaardvoorwaarde van niet-gebruik vergunning</titel></kop><al>(vervallen; nu geregeld in artikel 6.1, lid 2, sub a van de Wabo)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vervaltermijn vergunning</titel></kop><al>De vergunning als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub m vervalt, indien
                            daarvan niet binnen maximaal twee jaar na afgifte volledig gebruik is
                            gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bijzondere vergunningvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning kan het voorschrift worden verbonden dat binnen
                                een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te
                                geven aanwijzingen moet worden herbeplant. Indien het gemeentelijk
                                beleid of een bestemmings-, bomen-, groen-, of landschapsplan de te
                                vellen houtopstand als waardevol omschrijft, wordt, in beginsel, een
                                herplantplicht opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan
                                daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften behoort het verbod
                                om gedurende het broedseizoen van 15 maart tot 15 juli gebruik te
                                maken van de vergunning, tenzij het bevoegd gezag om zwaarwegende
                                redenen van dit voorschrift afwijken. Ook buiten deze periode zal
                                het verboden zijn een boom te kappen als zich op dat moment (nog)
                                een bewoond nest in de boom bevindt. Voorts worden voorschriften ter
                                bescherming van flora en fauna (Flora- en Faunawet) aan de
                                vergunning verbonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer een vergunning als bedoeld in artikel 2 wordt aangevraagd
                                ter realisering van een bouwplan kan aan de vergunning het
                                voorschrift worden verbonden dat van de vergunning geen gebruik mag
                                worden gemaakt totdat de beslissing op de aanvraag van een
                                bouwvergunning onherroepelijk is geworden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer een vergunning als bedoeld in artikel 2 wordt aangevraagd
                                ter realisering van een bouwplan kan aan de vergunning het
                                voorschrift worden verbonden dat volgens aanwijzingen van de
                                gemeente Oegstgeest (er kan om een Bomen Effect Analyse gevraagd
                                worden) tijdens de werkzaamheden de te handhaven bomen afdoende
                                worden beschermd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verhouding kap-, bouw-, aanleg- of uitwegvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag stemt de procedures betreffende kap-, bouw-,
                                aanleg- en uitwegvergunning in het ontwerpstadium op elkaar af.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kap-, bouw-, aanleg- en uitwegvergunningen worden zoveel mogelijk
                                per project gelijktijdig afgegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd
                                gezag aan de zakelijk-gerechtigde van de grond waarop zich de
                                houtopstand bevond, dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het
                                treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen
                                een door hen te stellen termijn, dan wel verplichten tot het betalen
                                van een financiële compensatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen welke
                                termijn niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                verordening van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt
                                bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk-gerechtigde van de
                                grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit
                                andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven
                                aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn maatregelen te
                                nemen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het bevoegd gezag van de in het derde lid genoemde
                                bevoegdheid gebruikmaakt, kan zij daarbij bepalen dat de
                                zakelijk-gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt
                                dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                voorzieningen bevoegd is, in aanmerking komt voor een bijdrage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Op een aanvraag om schadevergoeding op grond van artikel 17, juncto
                            artikel 13, vierde lid, van de Boswet, beslist het college van
                            burgemeester en wethouders.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>BESTRIJDING VAN BESMETTELIJKE ZIEKTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bestrijding van iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                        Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi
                                        (Buism.) C. Moreau);</al></li><li nr="b."><al>iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                        behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus
                                        multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het
                                oordeel van het college van burgemeester en wethouders gevaar
                                opleveren van verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering
                                van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe
                                door het college van burgemeester en wethouders is aangeschreven,
                                verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                        zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte
                                        wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of
                                        in voorraad te hebben;</al></li><li nr="b."><al>het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast
                                        iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4
                                        centimeter;</al></li><li nr="c."><al>het college van burgemeester en wethouders kunnen ontheffing
                                        verlenen van het onder a van dit lid gestelde verbod.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving
                                biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de
                                noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van
                                aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden
                                verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Andere besmettelijke ziekten dan iepziekte</titel></kop><al>Indien gevaar voor besmetting door andere ziekten zulks noodzakelijk
                            maakt, kunnen burgemeester en wethouders de rechthebbende verplichten
                            tot het treffen van bij aanschrijving vast te stellen maatregelen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>MONUMENTALE, BIJZONDERE OF WAARDEVOLLE BOMEN EN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Lijst van monumentale en waardevolle bomen en
                                houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen een lijst van monumentale en
                                waardevolle bomen en houtopstanden vast en kunnen daarin ambtshalve
                                of op verzoek wijzigingen aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een boom of een houtopstand van
                                ten minste 50 jaar oud op de lijst plaatsen indien deze als
                                monumentaal worden aangemerkt, omdat:</al><lijst><li nr="a."><al>de boom of houtopstand van een in Oegstgeest zeldzame soort,
                                        van een zeldzaam type of van een hoge leeftijdsklasse is,
                                        of</al></li><li nr="b."><al>de boom of houtopstand onderdeel is van - en van vitale
                                        betekenis is voor - een biotoop van een (in de omgeving van
                                        Oegstgeest) schaars voorkomende planten- of diersoort, dan
                                        wel indien de boom of houtopstand anderszins van meer dan
                                        een normale ecologische betekenis is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve of op verzoek bomen of
                                houtopstanden als bijzonder, waardevol of beeldbepalend aanmerken
                                wanneer de boom of houtopstand:</al><lijst><li nr="a."><al>beeldbepalend is voor het karakter van de omgeving, of</al></li><li nr="b."><al>een onderdeel vormt van een houtopstand die als zodanig is
                                        aangemerkt in de ecologische hoofdstructuur in het
                                        groenbeleidsplan en die karakteristiek is voor dorp en/of
                                        landschap, of</al></li><li nr="c."><al>ter gelegenheid van een belangrijke maatschappelijke
                                        gebeurtenis is geplant (een gedenkboom), of</al></li><li nr="d."><al>bijzonder is door zijn uitzonderlijke hoogte, dikte,
                                        snoeiwijze of anderszins.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve of op verzoek een
                                boomgroep als bijzonder of waardevol aanmerken wanneer deze op
                                zichzelf of vanwege de stedenbouwkundige ligging of vanwege de
                                samenhang met de gebouwde omgeving beeldbepalend is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een boom, boomgroep of houtopstand als monumentaal,
                                bijzonder, waardevol of beeldbepalend is aangemerkt, kan het bevoegd
                                gezag daarvoor slechts op zwaarwegende gronden en na advies van de
                                gemeentelijke deskundigen of een daartoe aan te stellen
                                onafhankelijke deskundige, een kapvergunning verlenen en steeds
                                onder de voorwaarde dat er een herplant plaatsvindt of eventueel dat
                                een nader door het bevoegd gezag te bepalen financiële compensatie
                                in een bomenfonds wordt gestort.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders leggen een voorgenomen besluit tot
                                plaatsing op de lijst zo nodig om advies voor aan een onafhankelijke
                                deskundige van monumen-tale en bijzondere bomen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De lijst vermeldt ten minste een voor eenieder goed herkenbare
                                omschrijving, de standplaats, het kadastrale perceelsnummer, de
                                eigenaar en/of zakelijk-gerechtig-de en de reden van plaatsing van
                                iedere boom, boomgroep of houtopstand. Zo nodig worden de onderdelen
                                waarop de bescherming is gericht met name genoemd.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders verleent aan de
                                standplaatsen van monumentale bomen de bestemming ‘groeiplaats
                                boom’, onder vermelding van de stam- en kroonprojectie van deze
                                bomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bekendmaking</titel></kop><al>Een besluit tot plaatsing op de lijst wordt onverwijld meegedeeld aan de
                            eigenaar en/of zakelijk-gerechtigde en voorts aan degenen die om
                            plaatsing hebben verzocht. Van een besluit tot plaatsing op de
                            gemeentelijke lijst doen burgemeester en wethouders voorts openbare
                            kennisgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Wijziging van de lijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten tot het afvoeren van een
                                monumentale boom of houtopstand van de lijst indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de boom of houtopstand in een onomkeerbare slechte conditie
                                        verkeert;</al></li><li nr="b."><al>sprake is van dreigend gevaar of schade voor derden;</al></li><li nr="c."><al>de reden om tot plaatsing op de lijst over te gaan niet meer
                                        aanwezig is;</al></li><li nr="d."><al>zwaarwegende belangen op het terrein van de
                                        volkshuisvesting, de ruimtelijke ordening of milieubeheer
                                        dit vereisen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een besluit als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften
                                worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een besluit tot wijziging van de lijst wordt, behoudens het bepaalde
                                in artikel 6 van deze verordening, niet eerder genomen dan na advies
                                van een gemeentelijke deskundige of een daartoe aan te stellen
                                onafhankelijke deskundige van monumentale en bijzondere bomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Bomenfonds</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er kan door burgemeester en wethouders een bomenfonds worden
                                opgericht voor het onderhoud en de instandhouding van monumentale,
                                bijzondere of waardevolle bomen, boomgroepen of houtopstanden, of
                                bomen, boomgroepen of houtopstanden waarvoor een kapvergunning is
                                geweigerd dan wel voor bomen, boomgroepen of houtopstanden waarvoor
                                een instandhoudingsplicht is opgelegd, alsmede voor de uitbreiding
                                van aantallen bomen, boomgroepen of houtopstanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen voor het
                                storten van een bijdrage in en het toekennen van een bijdrage uit
                                het bomenfonds. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bescherming bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om houtopstanden die openbaar eigendom zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></li><li nr="-"><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door ambtenaren
                                        ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende
                                        taak;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een openbare
                                houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Uitzicht belemmerende beplanting</titel></kop><al>De rechthebbende op een boom, heg, struik of andere beplanting welke aan
                            het wegverkeer het vrije uitzicht kan belemmeren of op andere wijze
                            hinder of gevaar kan opleveren, is verplicht deze beplanting te snoeien,
                            of op te binden, of te verwijderen na aanschrijving door het college van
                            burgemeester en wethouders, binnen een door hen te stellen termijn en
                            overeenkomstig hun aanwijzingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFSTUK</label><nr>4</nr><titel>STRAF- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 10 is gegeven,
                                of artikel 16, vijfde lid, of artikel 18, tweede lid,
                                onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in artikel 12, of
                                artikel 14, of artikel 15, of artikel 21 is opgelegd, alsmede diens
                                rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, of artikel 14,
                                derde lid, of artikel 20 dan wel een voorschrift onderscheidenlijk
                                een verplichting als bedoeld in het vorige lid niet nakomt, wordt
                                gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete
                                van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke veroordeling op
                                grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de
                                strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de
                                boomwaarde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die handelt in strijd met het voorschrift als bedoeld in
                                artikel 10, of in artikel 16, of artikel 18, wordt bestraft met een
                                hechtenis van ten hoogste twee maanden of een boete van de tweede
                                categorie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet
                                de mogelijkheid tot het instellen door het college van burgemeester
                                en wethouders van een privaatrechtelijke vordering tot
                                schadevergoeding wegens schade aan bomen of houtopstanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het
                            Wetboek van strafvordering, belast de daartoe door burgemeester en
                            wethouders aangewezen ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Betreden van terreinen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                            of krachtens deze verordening gegeven voorschriften zijn bevoegd
                            terreinen te betreden zonder toestemming van de rechthebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Bomenverordening
                                Oegstgeest 2010”.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt. Op dat moment komt de Bomenverordening,
                                laatstelijk door de raad vastgesteld op 28 januari 2010, te
                                vervallen.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 30 september 2010.</al></slotformulering><ondertekening>voorzitter</ondertekening><ondertekening>griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING op de Bomenverordening Oegstgeest 2010</titel></kop><tussenkop>ALGEMENE TOELICHTING</tussenkop><al>De Bomenverordening Oegstgeest is in 2007 herzien in verband met de opstelling
                    van een lijst voor monumentale en waardevolle bomen en houtopstanden. Omdat deze
                    verordening in de praktijk zeer praktisch uitvoerbaar is, is aan de opzet van de
                    verordening niets gewijzigd. </al><al>Deze wijziging van de verordening is noodzakelijk in verband met de invoering
                    van nieuwe wetgeving. Op 1 oktober 2010 treedt namelijk de Wet algemene
                    bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking. </al><al>Een groot aantal vergunningen op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening en
                    milieu wordt hiermee in één omgevingsvergunning samengevoegd. Ook de
                    kapvergunning valt hieronder. </al><al>De omgevingsvergunning kan worden aangevraagd door middel van één aanvraag bij
                    één (digitaal) loket. Er gaat één procedure gelden waarop één besluit volgt.
                    Voor beroep tegen dat besluit zal er één beroepsprocedure zijn.</al><al>Er zal ook te allen tijde sprake zijn van één bevoegd gezag. In de meeste
                    gevallen is dit de gemeente. Voor terreinen waarop zich bepaalde inrichtingen
                    bevinden, kunnen echter Gedeputeerde Staten of de Minister van VROM bevoegd
                    zijn. </al><al>In dat laatste geval verlenen Gedeputeerde Staten of de Minister ook de
                    eventueel benodigde kapvergunning. Omdat in de Bomenverordening 2007 op
                    verschillende plaatsen (het college van) burgemeester en wethouders als bevoegd
                    gezag vermeld staat, dient de verordening aangepast te worden. </al><al>Het college van burgemeester en wethouders blijft wel voor het hele grondgebied
                    verantwoordelijk voor het maken van beleid ten aanzien van het (doen) vellen van
                    houtopstand. Er worden dus geen aparte verordeningen gemaakt door rijk of
                    provincie. </al><al>Naast de benodigde aanpassing voor wat betreft het bevoegd gezag dienen ook
                    zaken als aanvraag en bijbehorende indieningsvereisten te worden aangepast en
                    afgestemd op het Besluit omgevingsrecht (BOR) en de Regeling omgevingsrecht
                    (MOR). Beslistermijnen en publicaties dienen zelfs helemaal uit de verordening
                    verwijderd te worden, omdat deze zaken al in de Wabo zijn geregeld. </al><al>Aan de Bomenverordening ligt de modelbomenverordening van de Vereniging Stads
                    Werk Nederland en de Bomenstichting ten grondslag. De Bomenverordening
                    Oegstgeest bevat behalve verbodsbepalingen met betrekking tot het vellen van
                    houtopstanden ook andere bepalingen. Met deze herziening is het diktecriterium
                    van bomen voor het al of niet benodigd zijn van een kapvergunning losgelaten en
                    het meldingsregime is overbodig geworden. De opname van de bomenlijst geeft meer
                    duidelijkheid over de beschermwaardige bomen en leidt tot meer
                    beschermingsmogelijkheden van de houtopstand in Oegstgeest. De vaststelling van
                    de bomenlijst behoort tot bevoegdheden van de gemeenteraad.</al><tussenkop>Beschermd dorpsgezicht</tussenkop><al>Voor de gebieden die aangemerkt zijn als beschermd dorpsgezicht, of als zodanig
                    zijn voorgedragen, dient voor het vellen of rooien van een boom altijd een
                    kapvergunning te worden aangevraagd.</al><tussenkop>Aanvraag vergunning</tussenkop><al>Een kapvergunning kan alleen worden aangevraagd door de eigenaar van de boom
                    en/of houtopstand. Indien de aanvraag niet door de eigenaar zelf gedaan wordt,
                    moet een schriftelijke machtiging van de eigenaar worden bijgevoegd. In de
                    schriftelijke aanvraag moet de reden van de aanvraag, de standplaats en de soort
                    boom worden beschreven. Bij de aanvraag dient een schets te worden gevoegd
                    waarop duidelijk staat aangegeven waar de boom op het erf staat (bijvoorbeeld
                    ten opzichte van de straat, de woning, de erfafscheiding, de garage, de schuur
                    en/of de woning van de buren). </al><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><al>(N.B.: niet alle artikelen en leden bevatten een toelichting)</al><tussenkop>Algemene bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijving</tussenkop><lijst><li nr="1."><lijst><li nr="a."><al>De definitie van het begrip boom vanwege de discussie over wat
                                    wel en geen boom is, vooral bij meerstammigheid, zeer jonge
                                    bomen en boomachtige struiken.</al><al>Door de omtrek van 31 centimeter en de meerstammigheid zullen
                                    zeer oude struiken nu juridisch ook onder het begrip boom worden
                                    verstaan. Bescherming van boomgelijke struiken blijkt dringend
                                    gewenst rond landgoederen en in stedelijke parken.</al></li><li nr="b."><al>De grotere (lint)begroeiing in de vorm van heesters en struiken
                                    staat vermeld vanwege de grote ecologische waarde van dergelijke
                                    begroeiingen (bijv. een meidoorn- of mispelhaag) en bescherming
                                    hiervan is een noodzaak. Er staat begroeiing in plaats van
                                    beplanting om ook spontaan opgeslagen groen bescherming te
                                    bieden.</al><al> Wel geldt evenals voor de houtwal dat het om een grotere
                                    begroeiing, dus van enige omvang moet gaan (vgl. toelichting op
                                    model k.v.86 van de VNG, vervolg blz. IV.5.3). De lintvormigheid
                                    is minder van belang: ook bijv. een grotere driehoek met
                                    heesters kan waardevol zijn door soort of ligging. Een
                                    beplanting van bosplantsoen staat vermeld om een beplanting van
                                    inheemse of reguliere bomen en struiken in een stedelijke
                                    omgeving te kunnen beschermen.</al></li><li nr="d."><al>Dunning houdt in: vellen waarbij de overblijvende bomen zijn
                                    gebaat. </al></li><li nr="e."><al>De definitie van knotten/kandelaren (of candelaberen): deze
                                    begripsomschrijving is bedoeld ter afbakening van illegaal en
                                    ondeskundig snoeien of terugzetten van daarvoor ongeschikte
                                    bomen. Deze definitie vult nader de mogelijkheid aan om zonder
                                    kapvergunning onderhoud te kunnen plegen aan daarvoor wel
                                    geschikte bomen als bepaald in artikel 2 lid 3 sub c van deze
                                    verordening. Ook voor de vakkundige begrenzing van het 'geknot'
                                    als vermeld in artikel 2 lid 2 sub a is deze definitie
                                    nuttig.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Toegevoegd is 'zowel boven- als ondergronds' om ook op te kunnen treden
                            tegen ernstige, ondergrondse beschadiging bij bijv. de aanleg van kabels
                            en leidingen. De expliciete, ondergrondse bescherming lijkt nodig gezien
                            de achterstelling van het kappen van wortels tegenover het afsnijden van
                            takken in artikel 5:44 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Vgl.
                            Bomennieuws 3/4 1992, blz. 66 e.v. Belangrijk is in dit verband de
                            uitspraak van de Hoge Raad van 15/12/1992 (ongepubliceerd/JBR) in de
                            zaak Slootjes. De Hoge Raad stelde dat ook het vakkundig, rigoureus
                            knotten tot een stam met uitsteeksels (het zgn. kandelaren of
                            candelaberen) ernstig beschadigen in de zin van dit artikel kan zijn en
                            dus kapvergunningplichtig is.</al><al>Het begrip ‘vellen’ is zelf niet omschreven. Voor de betekenis ervan
                            dient te worden uitgegaan van het normale taalgebruik. Het omhakken of
                            afzagen van een boom zal zeker als vellen moeten worden beschouwd.</al></li><li nr="3."><al>De leden één en twee van artikel 42 Boek 5 van het (nieuwe) Burgerlijk
                            Wetboek geven weliswaar het bekende rooirecht voor bomen binnen twee
                            meter en heesters en hagen binnen een halve meter van de erfgrenslijn.
                            Maar in artikel 5:42 lid 2 is in afwijking van het oude Burgerlijk
                            Wetboek toegevoegd: tenzij ingevolge een verordening of een plaatselijke
                            gewoonte een kleinere afstand is toegelaten. Met nihil voor heggen en
                            heesters is bedoeld deze natuurlijke wijze van erfbegrenzing te
                            beschermen en tot de normale standaard te maken. Vele bomen en heesters
                            zullen door deze afstandverkleining beter beschermd, misschien wel
                            gespaard worden. </al></li></lijst><tussenkop>Vergunningen</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Kapverbod</tussenkop><lijst><li nr="2."><al>De verordening geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom. De vraag
                            of houtopstand binnen of buiten de bebouwde kom is gelegen, is van
                            belang wanneer het gaat om houtopstand bedoeld in het derde lid van
                            artikel 2. </al><al>De grens van deze bebouwde kom volgens de Boswet behoort bekend te zijn
                            en is op 29 januari 2004 door de gemeente Oegstgeest herzien. Deze grens
                            is mede door Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland
                            goedgekeurd. Bij afwezigheid van deze grens (eigenlijk in strijd met
                            artikel 1 lid 5 Boswet) valt zij samen met de buitengrens van de
                            gemeente.</al></li><li nr="3."><al>Vanwege het in 1991 vervallen Besluit bestrijding iepziekte is het
                            onderwerp iepziekte als artikel 14 opgenomen. Niettemin is de verwijzing
                            naar de Plantenziektewet zinvol voor de handhaving van het Besluit
                            bestrijding bacterievuur en eventuele toekomstige plantenziekten.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3 Vergunningaanvraag </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Met de invoering van de Wabo zijn de manier waarop een aanvraag dient te
                            worden ingediend en de daarbij in te dienen gegevens geüniformeerd.
                            Hoofdstuk 1 van de MOR regelt de algemene zaken als naam en adres van de
                            aanvrager en aard en omvang van het project. Hoofdstuk 7 vermeldt
                            daarnaast de gegevens die benodigd zijn om de aanvraag voor het vellen
                            van houtopstand goed te kunnen beoordelen. Het gaat dan om zaken als
                            locatie, soort en omvang van de houtopstand, maar ook de mogelijkheid
                            tot herbeplanting. </al></li><li nr="2."><al>Gemeenten zijn vrij het aantal in te dienen exemplaren te bepalen en dit
                            op te nemen in gemeentelijke verordeningen. Om ook binnen de gemeente de
                            zaken te uniformeren is gekozen voor 4 exemplaren voor alle
                            vergunningen. </al></li><li nr="3."><al>De directeur Bos- en Landschapsbouw heet tegenwoordig de teammanager van
                            de Landelijke Service bij Regelingen (LASER).</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4 Beslissingstermijn vergunning</tussenkop><al>De beslistermijnen voor vergunningen die onder de Wabo vallen, staan vermeld in
                    artikel 3.9 van de Wabo. Wanneer voor een onderdeel een uitgebreide procedure
                    geldt dan geldt deze procedure voor alle onderdelen van het project.</al><tussenkop>Artikel 5 Weigeringgronden vergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Natuur- en milieuwaarden worden vooropgesteld overeenkomstig de huidige
                            opvatting, dat de visuele, esthetische opvattingen over natuur-,
                            landschaps- en dorps-/stadsschoon (die dateren uit de jaren 20/30 van de
                            vorige eeuw) minder van belang zijn dan de ecologische noodzaak tot
                            natuurbeleid.</al><al>Met dit vooropstellen van natuur en milieu is echter niet bedoeld een
                            rangorde in de weigeringgronden aan te brengen. Dus een vergunning kan
                            evenzeer alleen op grond van bijv. aantasting van landschappelijke
                            waarden geweigerd worden als op grond van bedreiging van
                            natuurwaarden.</al><al>Landschappelijke waarde is een meer eigentijdse benaming voor natuur- en
                            landschapschoon.</al><al>Cultuurhistorische waarde is apart opgenomen, omdat een kleine of
                            reguliere boom op een bepaalde plaats het behouden waard kan zijn
                            vanwege de historische betekenis.</al><al>Waarden voor de recreatie en de leefbaarheid. Men kan hier bijvoorbeeld
                            denken aan bomen die algemeen gewaardeerd worden om hun schaduw.</al><al>De bovengenoemde opsomming is niet limitatief bedoeld; er kunnen dus nog
                            meer en andere weigeringgronden zijn. En één enkele weigeringgrond kan
                            voldoende zijn om geen vergunning af te geven. Meestal echter zullen er
                            in het concrete geval wel meer redenen of een combinatie van redenen van
                            toepassing zijn. </al><al>Voor de beoordeling van deze eigenschappen kunnen van belang zijn de
                            (stam)omvang van de boom, de plantwijze (alleenstaand of in groepen), de
                            standplaats (tussen de bebouwing of in het buitengebied), de soort
                            (snelgroeiend of langzaam groeiend). </al><al>Elke keer zal de afweging moeten worden gemaakt van alle betrokken
                            belangen. Een kapvergunning zal in het algemeen moeten worden verleend
                            wanneer:</al><lijst><li nr="-"><al>het gaat om het vellen van houtwallen waarvan het gebruikelijk
                                    is dat deze bij gedeelten periodiek worden ‘afgezet’, dat wil
                                    zeggen, geveld om een geleidelijke verjonging mogelijk te
                                    maken;</al></li><li nr="-"><al>het gaat om het vellen van een waardevolle boom die een ernstig
                                    gevaar vormt voor de openbare veiligheid, bijvoorbeeld wegens
                                    het risico van omwaaien of het belemmeren van het uitzicht voor
                                    het verkeer;</al></li><li nr="-"><al>het gaat om het belemmeren van het uitzicht voor het
                                    verkeer;</al></li><li nr="-"><al>het gaat om het belemmeren van licht en lucht, de vochtigheid
                                    van de woning, het verstopt raken van goten enz. en zullen deze
                                    bezwaren in het algemeen zwaarder wegen dan de waarde van de
                                    houtopstand.</al></li></lijst><al>Verder moet gedacht worden aan een beleid op lange termijn. Het is beter
                            bepaalde houtopstanden geleidelijk te vernieuwen en te verjongen, dan op
                            een kwade dag voor het onontkoombare feit te staan dat die houtopstanden
                            geheel moeten worden ‘afgeschreven’. Een al te starre toepassing van dit
                            artikel kan fnuikend zijn voor de bereidheid van de burger om uit eigen
                            beweging bomen aan te planten: hij zou immers terecht kunnen vrezen er
                            voor eeuwig aan vast te zitten.</al></li><li nr="2."><al>Bij weigeren of onder voorschriften verlenen van een vergunning kan de
                            boomwaarde als motivering gehanteerd worden. Onder boomwaarde moet
                            worden verstaan de prijs die voor eenzelfde houtopstand in het vrije
                            handelsverkeer moet worden betaald. Verwijzen naar bestemmings-, groen-,
                            bomen- of landschapsplan is zinvol voor de eenheid en duidelijkheid in
                            beleid. Het beschermen van houtopstand die deel uitmaakt van de lokale,
                            regionale of landelijke ecologische hoofdstructuur is een voorbeeld van
                            een consequente uitvoering van beleidsvoornemens en sluit aan bij het
                            begrip ecologische hoofdstructuur van het Nationaal
                            Natuur-beleidsplan.</al></li><li nr="3."><al>Dit voorschrift wordt standaard aan de kapvergunning verbonden ingevolge
                            de Flora- en Faunawet. </al></li><li nr="4."><al>Dit is een weergave van de vaste rechtspraak op dit gebied dat er niet
                            vroegtijdig gekapt mag worden als plannen nog niet definitief zijn.
                            Definitief in zowel juridische als financiële zin. Vgl. bijvoorbeeld:
                            Vz, ARRS 12 maart 1993, AB 324 (Madurodam), Vz. ARRS 3 sept. 1993, AB
                            1994, 179 of Vz. ARRS 28 aug. 1990, Gst. 1990,140.</al></li><li nr="5."><al>Indien blijkt dat de aanwezigheid van waardevolle houtopstanden bewust
                            of opzettelijk verzwegen is, kan dit artikel zeker toepassing vinden.
                            Men lette evenwel op de gemeentelijke plicht een besluit zorgvuldig voor
                            te bereiden (art. 3.2 Awb).</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 6 Spoedeisende gevallen</tussenkop><al>In acute probleemsituaties door houtopstanden, meestal dus gevaarzetting voor
                    zaken of personen door instabiliteit van bomen, moet er meteen gehandeld kunnen
                    worden.</al><tussenkop>Artikel 7 Openbaarmaking vergunning</tussenkop><al>Ook onder de Wabo geldt de verplichting tot het bekendmaken van de verleende
                    vergunning. Deze verplichting staat in artikel 3.9. </al><tussenkop>Artikel 8 Standaardvoorwaarde van niet-gebruik vergunning</tussenkop><al>Dit artikel vervalt. Met dit artikel werd vermeden dat een boom al feitelijk
                    gekapt is voordat derden kennis van de kapvergunning hebben kunnen nemen en er
                    nog bezwaren kunnen worden ingediend. Indien de bomen al gekapt zijn, kan dit
                    leiden tot reacties van onbegrip. </al><al>De Wabo regelt dit op andere wijze. In artikel 2.7 wordt geregeld dat het
                    opdelen van een project in deelprojecten aan een grens is verbonden. Voor
                    activiteiten binnen een project die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden,
                    moet in één keer een omgevingsvergunning worden aangevraagd. </al><al>Daarnaast is in artikel 6.1, lid 2, onder a geregeld dat een omgevingsvergunning
                    voor de activiteit ‘vellen van houtopstand’ pas in werking treedt na afloop van
                    de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift. </al><tussenkop>Artikel 9 Vervaltermijn vergunning</tussenkop><al>Dit artikel is nodig om misbruik van (zeer) oude kapvergunningen tegen te gaan.
                    Bomen groeien immers verder en zowel de groter gegroeide boom als veranderingen
                    in de omgeving kunnen een andere beoordeling tot gevolg hebben. In afwijking van
                    de modelverordening is een termijn van twee jaar bepaald in plaats van één jaar.
                    De Wabo regelt op dit gebied niets, daarom kan deze bepaling gewoon in de
                    verordening blijven staan. </al><tussenkop>Artikel 10 Bijzondere vergunningsvoorschriften</tussenkop><al>3.Dit lid is toegevoegd uit natuurbeschermingsoogpunt voor bijzondere flora en
                    fauna in en rond een houtopstand. De procedure rond kapvergunningaanvragen kan
                    een goede mogelijkheid zijn om burgers meer natuurbewust te maken. Steeds vaker
                    noemen gemeenten als voorschrift of aanbeveling bij de vergunning: niet vellen
                    in het broedseizoen.</al><tussenkop>Artikel 11 Verhouding tussen kap-, bouw- en aanleg- of
                    uitwegvergunning</tussenkop><al>Naar aanleiding van vele praktijkproblemen in de afstemming tussen deze
                    verschillende verordeningen is dit artikel ontworpen.</al><lijst><li nr="1."><al>Juist in het ontwerpstadium kunnen bouw- en aanlegplannen nog worden
                            gewijzigd en aangepast aan voorhanden en te behouden beplantingen.</al><al>Een standaardinventarisatie van aanwezige beplantingen als vast
                            onderdeel van iedere bouw- of aanlegaanvraag is raadzaam.</al></li><li nr="2."><al>Door het tegelijkertijd afgeven van kap- en bouwvergunning wordt
                            vermeden dat de gemeente zich zelf in moeilijke situaties manoeuvreert,
                            bijvoorbeeld het redelijkerwijze niet meer of slechts gedeeltelijk
                            aanvullend kunnen zijn van een kapvergunning op de reeds afgegeven
                            bouwvergunning. Het komt voor dat gemeenten groene voorwaarden in hun
                            bouwvergunning stellen (hoewel ons dit juridisch dubieus lijkt aangezien
                            dergelijke behoud-/herplantvoorwaarden bij de kapvergunning
                            behoren).</al></li></lijst><al>Hoewel de Wabo op dit gebied wel zaken regelt, geeft de Wabo geen voorschriften
                    over de inrichting van het vooroverleg. </al><tussenkop>Artikel 12 Herplant-/instandhoudingsplicht</tussenkop><al>Lid één, twee en drie zijn ongewijzigd overgenomen van het VNG-model.</al><al>In afwijking van art. 4.5.6. van het VNG-model zijn alle strafbepalingen
                    verplaatst naar het strafartikel van de Bomenverordening.</al><lijst><li nr="1."><al>Hierin is vermeld…’dan wel op andere wijze teniet is gegaan’. Het
                            college van burgemeester en wethouders kan nu ook een verplichting tot
                            herbeplanting opleggen, indien houtopstand teniet is gegaan door
                            verwaarlozing of door een calamiteit. Oplegging van herbeplanting is ook
                            mogelijk indien houtopstand teniet is gegaan ingevolge de
                            Plantenziektewet of velling in het kader van een instandhoudingsplicht,
                            krachtens artikel 10, derde lid, dan wel op grond van andere bepalingen,
                            bijvoorbeeld verkeersveiligheid.</al></li><li nr="3."><al>Het derde lid betreft houtopstand waarvan redelijkerwijs kan worden
                            aangenomen dat zij binnen afzienbare tijd teniet zal gaan. De gemeente
                            zou in dit geval kunnen wachten totdat de houtopstand geheel teniet is
                            gegaan om dan vervolgens op grond van het eerste lid van artikel 10 een
                            herplantplicht op te leggen. Het kan echter voorkomen dat de strekking
                            van de verordening beter gediend is met behoud van bestaande bomen dan
                            met vervanging daarvan. Deze verplichting kan tevens inhouden het
                            ongedaan maken of voorkomen, voorzover mogelijk, van (dreigende)
                            ernstige beschadiging of aantasting ten gevolge van weersomstandigheden,
                            ziekten, verwaarlozing, vraat door dieren, het weghalen van
                            bosstrooisel, bouw- en sloopwerkzaamheden, het aanleggen van
                            terreinverhardingen, het storten van afval, enz.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 13 Schadevergoeding</tussenkop><al>Ongewijzigd overgenomen van het VNG-model. Deze door de Boswet mogelijk gemaakte
                    schadeloosstelling wegens vellen van houtopstand is door de rechter (Kroon),
                    voorzover ons bekend, zelden of nooit toegekend en lijkt voor een theoretisch
                    geval gedacht (Vgl. KB 29.8.80,11, A.B.80, 619 en KB 18.4.84, 46 A.B.84, 444). </al><tussenkop>Bestrijding van iepziekte</tussenkop><tussenkop>Artikel 14 Bestrijding iepziekte</tussenkop><al>Er zijn reeds soortgelijke artikelen in den lande van kracht; meestal met
                    ontschorsen in plaats van ontbasten. Een bast is echter meer materie dan enkel
                    de schors en noodzakelijk is het verwijderen van de gehele bast. Onder artikel 2
                    lid 3 is al kort toegelicht dat dit iepziekte-artikel nodig is geworden nu het
                    Besluit bestrijding iepziekte is opgeheven en de Minister van LNV de gemeenten
                    zelf de bevoegdheid heeft gelaten om tegen deze ziekte op te treden. Optreden is
                    dringend gewenst om de iepen in ons land te behouden.</al><al>In het vierde lid is een bijzondere bestuursdwangbevoegdheid, in aanvulling op
                    de algemene gemeentelijke bestuursdwangbevoegdheid, opgenomen, vanwege de ernst
                    van de zaak en noodzaak snel te kunnen handelen, met name voor de afdeling
                    Beheer Openbare Ruimte van de gemeente.</al><tussenkop>Monumentale, bijzondere of waardevolle bomen en houtopstanden</tussenkop><tussenkop>Artikel 16 Lijst van monumentale en waardevolle bomen en
                    houtopstanden</tussenkop><al>Een artikel om een paar algemene richtlijnen te geven waaraan een bomenlijst
                    minimaal moet voldoen. Belangrijk is om de eigenaar en/of zakelijk-gerechtigde
                    en het kadastraal perceelsnummer te kennen. Aan te bevelen is het om geïnde
                    boetes en schadevergoedingen op grond van deze verordening in een bomenfonds te
                    storten. Echter alleen indien de extra administratieve rompslomp die dit met
                    zich meebrengt hiertegen opweegt. </al><tussenkop>Artikel 20 Bescherming bomen</tussenkop><al>Omdat bij de verordening naar een hoge mate van volledigheid en duidelijkheid is
                    gestreefd, is dit artikel expliciet opgenomen. Strikt gesproken valt een deel
                    van deze strafrechtelijke boombescherming ook onder het VNG-model: artikelen
                    4.6.1 en 4.6.2</al><al>Strafmaatbepaling conform systematiek in artikel 22 lid drie van dit model.</al><tussenkop>Artikel 21 Uitzicht belemmerende beplanting</tussenkop><al>Zie opmerking over volledigheid in vorige artikel. Ook hier moet verwezen naar
                    de (gedeeltelijke) overlapping met art. 2.1.6.3 van de APV. </al><tussenkop>Straf- en slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 22 Strafbepaling</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Als lid één is lid vier van artikel 6 van het VNG-model (strafbepaling
                            voor de her-plant-/instandhoudingsplicht) overgenomen.</al></li><li nr="2."><al>De boetecategorie blijft van de tweede categorie in verband met de
                            artikelen 195 en 196 Gemeentewet (oud). Alleen in geval van recidive is
                            een boete/hechtenis van de derde categorie mogelijk. Ten overvloede moet
                            misschien opgemerkt dat bij echte opzet en bij rechtspersonen een hogere
                            boetecategorie kan gelden. Verder komt meerdaderschap en/of
                            medeplichtigheid regelmatig voor. Toegevoegd is expliciet de
                            mogelijkheid tot openbaarmaking als extra straf, omdat vaak niet zulke
                            hoge boetes (kunnen) worden opgelegd, omdat (meestal) de rechter de
                            straf oplegt in overeenstemming met de ernst van het feit, de
                            omstandigheden waaronder het is begaan en de persoonlijke omstandigheden
                            van de dader, zoals daarvan tijdens de terechtzitting is gebleken. De
                            boomwaarde is dan ook genoemd als één van de vele factoren die meewegen,
                            maar wel expliciet om het financiële te laten meewegen. In dit verband
                            moet opgemerkt dat bij een onderzoek van de Bomenstichting onder
                            gemeenten, alle geïnterviewde gemeenten mededeelden bij opzettelijke,
                            illegale kap van de volle boomwaarde van de gevelde bomen uit te
                            gaan.</al></li><li nr="4."><al>Bedoeld is deze instructienorm om de mogelijkheid van een
                            privaatrechtelijk optreden van een gemeente als schadelijdend
                            boomeigenaar/-beheerder niet op voorhand te frustreren door een verwijt
                            dat er strafrechtelijk wordt opgetreden. Formeel staat immers het
                            strafrechtelijk perspectief (laakbaarheid) los van het privaatrechtelijk
                            perspectief van geleden schade door de boomeigenaar. Niettemin is de
                            officier van Justitie onafhankelijk in zijn beslissing om wel of niet
                            tot vervolging over te gaan, in de praktijk vaak de (eventuele)
                            schadeclaim van de gemeente afwegend.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 23 Toezicht</tussenkop><al>Sinds het in werking treden van de derde tranche zijn de aanwijzingen en de
                    bevoegdheden van toezichthouders in hoofdstuk 5 van de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb) geregeld. </al><tussenkop>Tot slot </tussenkop><al>Tot slot moet er (nogmaals) op gewezen worden dat bomen of andere houtopstanden
                    ook in de APV genoemd worden. In deze gevallen vervult de houtopstand meestal
                    een bijrol en staat een ander doel centraal, met name:</al><lijst><li nr="-"><al>de verkeersveiligheid; verplichting tot snoeien, vellen, opbinden, enz.
                            van bomen en heesters vanwege belemmering van het uitzicht, de doorgang
                            e.d. voor weggebruikers, APV art. 2.1.6.4 (vgl. deze verordening art.
                            21);</al></li><li nr="-"><al>bescherming flora en fauna/groenvoorzieningen; verbod schade toe te
                            brengen aan een boom of een bloem- of heesterperk, dan wel om bloemen te
                            plukken, APV art. 4.6.1. (vgl. deze verordening art. 20).</al></li></lijst><al>Dit laatste artikel is wel voor lichte boomschade van belang, maar de ernstige
                    boomschade valt onder artikel 2 in samenhang met artikel 1 lid twee of onder
                    artikel 12 lid één of lid drie van deze Bomenverordening. Desgewenst kan
                    ernstige schade onder artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek vallen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>