<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76102_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Oegstgeest 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oegstgeest</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oegstgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oegstgeester Courant, 04-04-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Oegstgeest</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/geldigheidsdatum_11-01-2011#Hoofdstuk1_12_Artikel8">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004044/geldigheidsdatum_11-01-2011#HoofdstukIII">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, art. 34</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004163/geldigheidsdatum_11-01-2011#HoofdstukIII">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers, art. 34</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-03-29</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>V075.TW</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR331757_1">Re-integratieverordening WWB, IOAW, IOAZ 2012 gemeente Oegstgeest</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oegstgeest;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 juni 2009, nr.
                        67/09;</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet, artikel 8, eerste lid,
                        onder a van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet
                        inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en
                        de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers; </al><al>gelet op de EG-verordening Werkgelegenheidssteun (nr. 2204/2002, Pb EG 2002,
                        L 37/3) en de EG-verordening de minimissteun (nr. 69/2001, Pb EG 2001, L
                        10/30), evenals de Beleidsaanbeveling van belang voor het opstellen van de
                        gemeentelijke reïntegratieverordeningen in het kader van de Wet werk en
                        bijstand (Verzamelcirculaire Szw, april 2004), </al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de</al><al><vet>REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND</vet></al><al><vet>GEMEENTE OEGSTGEEST 2009</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="9*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="31*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="60*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>de wet:</al></entry><entry colname="col3"><al>de Wet werk en bijstand, verder kortweg aangehaald
                                                als WWB;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>de raad:</al></entry><entry colname="col3"><al>de gemeenteraad van de gemeente Oegstgeest;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>het college:</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente Oegstgeest;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>WWB:</al></entry><entry colname="col3"><al>de Wet werk en bijstand, de uitkering als bedoeld in
                                                hoofdstuk 3 van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>IOAW :</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>IOAZ:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>CWI:</al></entry><entry colname="col3"><al>Centrum voor Werk en Inkomen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bbz:</al></entry><entry colname="col3"><al>Besluit bijstandsverlening zelfstandigen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>Maatregelenverordening:</al></entry><entry colname="col3"><al>de verordening waarin de afstemming (verlaging) van
                                                de uitkering vanwege tekortschietend besef van
                                                verantwoordelijkheid is vastgesteld, conform artikel
                                                8 en 18 van de WWB;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>parcicipatiebudget</al></entry><entry colname="col3"><al>de op grond van de Wet participatiebudget per 1
                                                januari 2000 samengevoegde budgetten Werkdeel WWB,
                                                Inburgering en Educatie.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="9*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="29*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="62*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>doelgroep:</al></entry><entry colname="col3"><al>de personen genoemd in artikel 7 lid 1 onder a van
                                                de WWB;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>uitkeringsgerechtigden:</al></entry><entry colname="col3"><al>Personen met een uitkering ingevolge de Wet werk en
                                                bijstand, de IOAW of de IOAZ;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>Anw-ers:</al></entry><entry colname="col3"><al>Personen met een uitkering volgens de Algemene
                                                nabestaandenwet die ingeschreven zijn bij het
                                                CWI;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>Nugger(s):</al></entry><entry colname="col3"><al>perso(o)n(en) als bedoeld in de WWB, artikel 6 onder
                                                a;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>jongeren:</al></entry><entry colname="col3"><al>uitkeringsgerechtigden niet ouder dan 27 jaar;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>belanghebbende:</al></entry><entry colname="col3"><al>een persoon behorende tot de doelgroep die aanspraak
                                                maakt op ondersteuning of een voorziening of aan wie
                                                ondersteuning of een voorziening wordt
                                                aangeboden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="9*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="29*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="62*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>voorziening:</al></entry><entry colname="col3"><al>een voorziening als bedoeld in artikel 7 eerste lid
                                                onder a van de wet en deze verordening;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>ondersteuning:</al></entry><entry colname="col3"><al>de inspanning die het college ten behoeve van een
                                                belanghebbende verricht gericht op
                                                arbeidsinschakeling;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>traject:</al></entry><entry colname="col3"><al>een met de belanghebbende overeengekomen, dan wel
                                                een door het college aan hem opgelegd geheel van
                                                activiteiten en/of voorzieningen, gericht op
                                                arbeidsinschakeling;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>arbeidsinschakeling:</al></entry><entry colname="col3"><al>het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid,
                                                waarbij geen gebruik meer wordt gemaakt van een
                                                voorziening;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>algemeen geaccepteerde arbeid:</al></entry><entry colname="col3"><al>iedere vorm van betaald werk, als zelfstandige of
                                                met een arbeidsovereenkomst, dat algemeen
                                                maatschappelijk aanvaard is en geen gewetensbezwaren
                                                oproept; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>voorliggende voorziening:</al></entry><entry colname="col3"><al>elke voorziening, buiten de WWB, waarop de
                                                belanghebbende aanspraak kan maken ter verwerving
                                                van middelen of ter bekostiging van specifieke
                                                uitgaven;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>duurzame uitstroom:</al></entry><entry colname="col3"><al>arbeidsinschakeling voor een aaneengesloten periode
                                                van minimaal 6 maanden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>sociale activering:</al></entry><entry colname="col3"><al>het verhogen van de maatschappelijke participatie en
                                                het doorbreken of voorkomen van sociaal isolement
                                                door maatschappelijk zinvolle activiteiten die een
                                                eerste stap op weg naar betaald werk kunnen
                                                betekenen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>trajectplan:</al></entry><entry colname="col3"><al>een planmatige beschrijving van het traject.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beleid en financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt aan belanghebbenden ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling aan en, voor zover het college dat noodzakelijk
                                acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ondersteuning die het college aan de doelgroep biedt ter
                                bevordering van de arbeidsinschakeling, is gericht op de kortste weg
                                naar duurzame uitstroom.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens over te gaan tot het aanbieden van een voorziening aan een
                                belanghebbende kan het college onderzoek laten uitvoeren ter
                                vaststelling van de meest geschikte voorziening voor de
                                belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit (op de persoon
                                gericht maatwerk) in het aanbod aan ondersteuning en
                                voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college bevordert de beschikbaarheid van flankerende
                                voorzieningen die de belemmeringen voor het aanvaarden van algemeen
                                geaccepteerde arbeid weg kunnen nemen. In dit verband kan naast of
                                voorafgaand aan een voorziening gericht op arbeidsinschakeling een
                                voorziening gericht op inburgering en/of educatie worden
                                ingezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beleidsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                                jaarlijks een beleidsplan vast, waarin beleidsprioriteiten worden
                                aangegeven, evenals de hoogte en wijze van financiering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit plan omvat in elk geval</al><lijst><li nr="•"><al>een omschrijving van het beleid ten aanzien van de
                                        verschillende doelgroepen en de prioritering binnen en
                                        tussen die groepen, waarbij een evenwichtige aanpak als
                                        uitgangspunt wordt genomen; </al></li><li nr="•"><al>de wijze waarop een eventueel noodzakelijke aanbesteding
                                        wordt vormgegeven;</al></li><li nr="•"><al>een verdeling van de beschikbare middelen over de
                                        verschillende voorzieningen mede in relatie tot andere
                                        voorzieningen vanuit het participatiebudget;</al></li><li nr="•"><al>de criteria voor het ontheffingenbeleid ten aanzien van de
                                        arbeidsverplichting, waarbij in het bijzonder aandacht wordt
                                        besteed aan de combinatie van arbeid en zorg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zendt eenmaal per jaar aan de gemeenteraad een verslag
                                over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid. Dit verslag
                                wordt vormgegeven conform het verslag als bedoeld in artikel 77 van
                                de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Personen behorende tot de doelgroep hebben aanspraak op
                                ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van
                                het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling dan wel inburgering dan wel educatie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen recht op ondersteuning of een voorziening bestaat in ieder
                                geval:</al><lijst><li nr="•"><al>indien er sprake is van een voorliggende voorziening die,
                                        naar het oordeel van het college, voldoende bijdraagt aan de
                                        mogelijkheden tot de arbeidsinschakeling of</al></li><li nr="•"><al>indien de belanghebbende zich naar het oordeel van het
                                        college niet voldoende naar vermogen heeft ingespannen om
                                        zijn eigen arbeidsinschakeling te bewerkstelligen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld
                                zijn in deze verordening, en het in artikel 3 genoemde beleidsplan.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verplichtingen van de uitkeringsgerechtigde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkeringsgerechtigde dient zich naar vermogen in te spannen om
                                algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te behouden,
                                waaronder begrepen registratie als werkzoekende bij het CWI.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitkeringsgerechtigde is verplicht mee te werken aan een
                                onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitkeringsgerechtigde die door het college een voorziening wordt
                                aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken, waaronder begrepen
                                het ondertekenen van een trajectplan, en alles na te laten wat het
                                bereiken van het doel van de voorziening belemmert.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening is
                                gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening
                                niet voldoet aan het gestelde in het eerste en vierde lid, kan het
                                college de uitkering verlagen conform wat hierover is bepaald in de
                                Maatregelenverordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien (achteraf) uit onderzoek blijkt dat gedurende de periode
                                waarin de uitkeringsgerechtigde deelnam aan een voorziening, de
                                uitkering geheel of gedeeltelijk ten onrechte is verstrekt, kan het
                                college de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of
                                gedeeltelijk verhalen op de uitkeringsgerechtigde.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien het college naast of voorafgaand aan een voorziening gericht
                                op arbeidsinschakeling een voorziening gericht op inburgering dan
                                wel educatie vaststelt, gelden voor deze voorziening overeenkomstig
                                bovengenoemde verplichtingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Verplichtingen Nugger en Anw-er</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Nugger of Anw-er die deelneemt aan een voorziening, is gehouden
                                aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze
                                verordening, waaronder begrepen het ondertekenen van het
                                trajectplan, en alles na te laten wat het bereiken van het doel van
                                de voorziening belemmert.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de Nugger of Anw-er die deelneemt aan een voorziening niet
                                voldoet aan het gestelde in het eerste lid, kan het college de
                                kosten van de voorziening geheel of gedeeltelijk terugvorderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de Nugger of Anw-er niet voldoet aan het gestelde in het
                                eerste lid, kan de Nugger of Anw-er niet eerder dan na 12 maanden,
                                gerekend vanaf de datum waarop de voorziening voortijdig is
                                afgebroken, opnieuw aanspraak maken op ondersteuning of een
                                voorziening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt een beleidsregel vast voor de toepassing van het
                                tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Arbeidsplicht, reïntegratieplicht en ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden geldt
                                voor de alleenstaande ouder met kinderen vanaf 5 tot 12 jaar,
                                slechts nadat het college zich genoegzaam heeft overtuigd van de
                                beschikbaarheid van passende kinderopvang, de toepassing van
                                voldoende scholing en de belastbaarheid van de
                                uitkerings-gerechtigde. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overeenkomstig het voorgaande lid geldt voor de alleenstaande ouder
                                met kinderen tot 5 jaar de reïntegratieplicht, slechts nadat aan de
                                in het voorgaande lid genoemde voorwaarden is voldaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het opleggen van de arbeidsplicht aan personen boven de 57 ½
                                jaar houdt het college rekening met het arbeidsmarktperspectief van
                                de belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in individuele gevallen, wanneer daarvoor dringende
                                redenen aanwezig zijn, bepalen dat een uitkeringsgerechtigde
                                tijdelijk geheel of gedeeltelijk ontheven is van de verplichtingen
                                zoals beschreven in artikel 7 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De periode waarvoor deze ontheffing geldt, kan door het college
                                tijdelijk worden verlengd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Sluitende aanpak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke uitkeringsgerechtigde krijgt binnen drie maanden na
                                inschrijving bij het CWI een aanbod voor een voorziening gericht op
                                inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien het college heeft
                                bepaald dat voor deze persoon een volledige ontheffing van de
                                arbeidsverplichting geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in individuele gevallen afwijken van het gestelde in
                                het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Budget- en subsidieplafonds</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie- of budgetplafonds vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien door het toekennen van een voorziening aan een belanghebbende
                                het budget -of subsidieplafond wordt overschreden, kan de
                                voorziening worden geweigerd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een maximum instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. Als door het
                                toekennen van een voorziening aan een belanghebbende dit maximum
                                wordt overschreden kan de voorziening worden geweigerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><paragraaf><kop><nr>3.1</nr><titel>Voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Diagnostisch onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, voordat wordt besloten tot een traject en/of
                                    tot de inzet van voorzieningen, een diagnostisch onderzoek
                                    (laten) doen naar de mogelijkheden van de belanghebbende met
                                    betrekking tot arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het onderzoek als bedoeld in artikel 4 lid 3 van deze
                                    verordening wordt ook aangemerkt als diagnostisch
                                    onderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Reïntegratietrajecten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan personen behorende tot de doelgroep, een
                                    reïntegratietraject aanbieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van een reïntegratietraject is duurzame uitstroom.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een trajectplan worden tenminste vastgelegd het doel van het
                                    traject evenals de onderdelen waaruit het is opgebouwd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Leerwerktrajecten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan jongeren een leerwerktraject aanbieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van een leerwerktraject is het opdoen van werkervaring
                                    dan wel het leren functioneren in een arbeidsrelatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college plaatst de jongere alleen indien hiermee de
                                    concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
                                    indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In een trajectplan wordt tenminste vastgelegd dat het doel van
                                    het werken met behoud van uitkering te allen tijde duurzame
                                    uitstroom betreft, evenals de wijze waarop de begeleiding
                                    plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Opstapbanen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde dan wel een
                                    jongere tot 27 jaar zonder een uitkering in het kader van een
                                    reïntegratietraject onder nader te bepalen voorwaarden een
                                    opstapbaan aanbieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De opstapbaan is bedoeld voor uitkeringsgerechtigden die vanwege
                                    persoonlijke kenmerken zonder aanvullende maatregelen niet
                                    direct de stap naar een reguliere baan kunnen maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De opstapbaan kan voorafgegaan worden door een werkstage.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De opstapbaan is zoveel mogelijk op maat gesneden en:</al><lijst><li nr="a."><al>de opstapbaan heeft in de regel een maximale duur van 24
                                            maanden;</al></li><li nr="b."><al>heeft de vorm van een CAO conforme arbeidsovereenkomst
                                            bij een, bij voorkeur privaat, bedrijf of
                                            instelling.</al><al>5.De opstapbaan kenmerkt zich door subsidiemogelijkheden
                                            in de vorm van:</al><lijst><li nr="a."><al>loonkostensubsidie, met een nader te bepalen
                                                  partieel en aflopend karakter, op basis van de
                                                  productiviteit van de werknemer;</al></li><li nr="b."><al>vergoeding van scholingskosten ten behoeve van
                                                  de werknemer. Vergoeding vindt plaats na
                                                  succesvolle afronding van de opleiding en/of
                                                  training;</al></li><li nr="c."><al>inzet van jobcoaching;</al></li><li nr="d."><al>aanvullende dienstverlening gericht op
                                                  ondersteuning van werkgever dan wel de werknemer
                                                  voor zover dit noodzakelijk bevonden wordt voor
                                                  een succesvol traject gericht op duurzame
                                                  arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aan de opstapbaan zijn de volgende voorwaarden verbonden:</al><lijst><li nr="a."><al>in principe een partiële loonkostensubsidie en een
                                            periodieke (tweemaal 1 jaar, beslissing vast
                                            dienstverband na 1<sup>e</sup> jaar) afbouw ervan;</al></li><li nr="b."><al>de werkgever stelt ten behoeve van de werknemer een
                                            arbeidsontwikkelingsplan op, waarmee de werknemer in
                                            staat gesteld wordt, zich zodanig te ontwikkelen dat
                                            uitstroom naar reguliere arbeid gerealiseerd kan
                                            worden;</al></li><li nr="c."><al>de werkgever draagt zorg voor de uitvoering van het
                                            arbeidsontwikkelingsplan van de werknemer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een opstapbaan wordt alleen dan ingezet indien redelijkerwijs
                                    kan worden verwacht dat de belanghebbende zich binnen 24 maanden
                                    zodanig kan ontwikkelen dat uitstroom naar een ongesubsidieerde
                                    dienstbetrekking mogelijk is.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In uitzonderingsgevallen kan het college besluiten de opstapbaan
                                    en de daaraan verbonden ondersteunende maatregelen en
                                    loonkostensubsidie voort te zetten na genoemde 24 maanden,
                                    indien door onvoorziene omstandigheden de stap naar een
                                    reguliere baan nog niet kan worden gezet. Daarbij zal periodiek
                                    worden beoordeeld of verlenging van de opstapbaan en de daaraan
                                    verbonden voorziening aan de orde is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Werkstages</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan uitkeringsgerechtigden en jongeren een
                                    werkstage aanbieden, gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van de werkstage is het opdoen van werkervaring dan wel
                                    het leren functioneren in een arbeidsrelatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze werkstage duurt maximaal 3 maanden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college plaatst een persoon alleen indien door zijn
                                    plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden
                                    beïnvloed en indien door zijn plaatsing geen verdringing
                                    plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste vastgelegd
                                    het doel van de werkstage, de duur evenals de wijze waarop de
                                    begeleiding plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Scholing en educatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan personen behorende tot de doelgroep een vorm
                                    van scholing of educatie aanbieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het doel van scholing en educatie is het vergroten van de kansen
                                    op de arbeidsmarkt. Specifiek voor jongeren is scholing en
                                    educatie gericht op het behalen van een startkwalificatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een trajectplan worden tenminste vastgelegd het doel en de
                                    duur van de scholing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde scholing kan aangeboden worden in
                                    de vorm van een subsidie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde scholing wordt conform artikel
                                    10a, vijfde lid, van de wet, in voorkomende gevallen aangeboden
                                    in combinatie met of in aansluiting op additionele
                                    werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college stelt in beleidregels nadere regels ten aanzien van
                                    de noodzakelijkheid van de scholing en de educatie, de
                                    tijdruimte die het beslaat en de maximale kosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Sociale activering en vrijwilligerswerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan uitkeringsgerechtigden als onderdeel van een
                                    reïntegratietraject activiteiten aanbieden in het kader van
                                    sociale activering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van
                                    maatschappelijk nuttige activiteiten ter voorbereiding op een
                                    traject gericht op arbeidsinschakeling of gericht op het
                                    voorkomen van sociaal isolement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Sociale activering als onderdeel van een reïntegratietraject kan
                                    gedurende een maximale periode van 24 maanden plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In een trajectplan worden tenminste vastgelegd het doel van de
                                    sociale activering evenals de wijze waarop de begeleiding
                                    plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Voorbereidingstraject op het ondernemerschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan uitkeringsgerechtigden een
                                    voorbereidingstraject op het ondernemerschap aanbieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uitvoering van deze voorziening neemt het college de
                                    bepalingen in acht zoals die in de wet- en regelgeving zijn
                                    vastgelegd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.2</nr><titel>Premies en subsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Uitstroompremie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan uitkeringsgerechtigden een uitstroompremie
                                    toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De premie wordt verstrekt in het geval van het aanvaarden van
                                    algemeen geaccepteerde arbeid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het doel van de uitstroompremie is het bevorderen van duurzame
                                    uitstroom.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt in een beleidsregel nadere regels ten aanzien
                                    van de doelgroep, de hoogte en de wijze van uitbetaling van de
                                    uitstroompremie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Overbruggingssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een
                                    persoon behorende tot de doelgroep een arbeidsovereenkomst
                                    sluiten gericht op arbeidsinschakeling;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt in een beleidsregel nadere regels ten aanzien
                                    van de duur van de subsidie, de hoogte, en de verplichtingen die
                                    aan de subsidie worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie wordt alleen verstrekt met inachtneming van de
                                    beleidsaanbevelingen ‘Subsidiering arbeidsplaatsen in het kader
                                    van reïntegratie werkzoekenden’ van het ministerie van Sociale
                                    Zaken en Werkgelegenheid</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Activeringspremie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan uitkeringsgerechtigden een activeringspremie
                                    toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze premie wordt verstrekt in de volgende gevallen:</al><lijst><li nr="a."><al>het aanvaarden van een opstapbaan of werkstage, als
                                            bedoeld in artikel 15;</al></li><li nr="a."><al>het deelnemen aan sociale activering en
                                            vrijwilligerswerk als bedoeld in artikel 18;</al></li><li nr="b."><al>het met goed gevolg afronden van scholing, als bedoeld
                                            in artikel 17.</al></li><li nr="c."><al>het uitvoeren van additionele werkzaamheden als bedoeld
                                            in artikel 10a, eerste lid, van de wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een premie verstrekt in de onder artikel 22 lid 2 a, b en c
                                    genoemde gevallen is alleen mogelijk wanneer de activiteit leidt
                                    tot het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De premie onder artikel 22, lid 2 onderdeel d. wordt verstrekt
                                    conform het bepaalde in artikel 10 a, zesde lid, van de
                                    wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Persoonsgebonden reïntegratiebudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan uitkeringsgerechtigden een subsidie
                                    verstrekken in de vorm van een op arbeidsinschakeling gericht
                                    persoonsgebonden reïntegratiebudget.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een persoonsgebonden reïntegratiebudget wordt verstaan een
                                    subsidie ter voldoening van de noodzakelijk te maken kosten van
                                    werkzaamheden die zijn gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt in een beleidsregel nadere regels met
                                    betrekking tot de uitvoering van dit artikel.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.3</nr><titel>Flankerende voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan belanghebbenden een vergoeding verstrekken
                                    voor de kosten van kinderopvang die gemaakt worden in het kader
                                    van de arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de Verordening Wet kinderopvang heeft het college nadere
                                    regels gesteld ten aanzien van de doelgroep die voor een
                                    vergoeding van kinderopvang in aanmerking komt, de hoogte en de
                                    duur van de vergoeding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Overige vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergoeding verstrekken voor kosten die
                                    gemaakt zijn in het kader van de arbeidsinschakeling. Het gaat
                                    hierbij, niet limitatief, in ieder geval om:</al><lijst><li nr="a."><al>verhuiskosten;</al></li><li nr="b."><al>reiskosten;</al></li><li nr="c."><al>kosten voor kinderopvang;</al></li><li nr="d."><al>representatiekosten;</al></li><li nr="e."><al>budgetbegeleiding.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt in een beleidsregel nadere regels ten aanzien
                                    van de doelgroep die voor een vergoeding in aanmerking komt, de
                                    hoogte en de duur van de vergoeding evenals de toepassing van
                                    een eventuele inkomenstoets.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Voorzieningen gericht op nazorg</titel></kop><al>Het college of een door hem ingeschakelde derde, kan aan
                                ondernemingen waarbij een persoon algemeen geaccepteerde arbeid
                                heeft aanvaard nazorg bieden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.4</nr><titel>Vrijlating van inkomsten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Inkomstenvrijlating</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor een vrijlating van inkomsten komt in aanmerking de
                                    uitkeringsgerechtigde die arbeid aanvaardt welke niet leidt tot
                                    beëindiging van de uitkering, mits deze arbeid bijdraagt aan de
                                    arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder arbeid als bedoeld in lid 1 wordt niet begrepen arbeid van
                                    dezelfde of vergelijkbare werkzaamheden die op basis van een
                                    andere arbeidsovereenkomst, uitzendovereenkomst of ambtelijke
                                    aanstelling bij dezelfde werkgever zijn uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van deze vrijlating wordt vastgesteld conform artikel
                                    31 lid 2 onder 0 WWB.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vrijlating van inkomsten wordt toegekend voor een periode van
                                    zes aaneengesloten maanden, met ingang van de eerste dag waarop
                                    de arbeid is aanvaard.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vrijlating van inkomsten wordt gedurende een periode van
                                    twaalf maanden na het verstrijken van de eerdere
                                    vrijlatingperiode opnieuw toegekend.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Nadere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Beëindiging voorziening</titel></kop><al>Het college kan een voorziening beëindigen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de belanghebbende die aan een voorziening deelneemt zijn
                                    verplichtingen als bedoeld in artikel 7 van deze verordening
                                    niet nakomt;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende die aan een voorziening deelneemt niet meer
                                    behoort tot de doelgroep;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt
                                    waardoor geen gebruik meer wordt gemaakt van deze voorziening
                                    of</al></li><li nr="d."><al>naar het oordeel van het college, de voorziening onvoldoende
                                    bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Samenloop</titel></kop><al>Het college heeft de mogelijkheid om meerdere voorzieningen gelijktijdig
                            in te zetten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Het college kan beleidsregels vaststellen voor de uitvoering van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Reïntegratieverordening Wet
                            werk en bijstand gemeente Oegstgeest”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Inwerkingtreding en intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2009 </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Reïntegratieverordening gemeente Oegstgeest 2007 wordt
                                ingetrokken per 1 juli 2009.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 juli 2009.</al></slotformulering><ondertekening>voorzitter</ondertekening><ondertekening>griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>