<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR76057_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:creator><dcterms:modified>2007-11-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Extra Nieuws, 07-11-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening Lochem 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0020449">Wet op de Ruimtelijke Ordening, art. 42</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 222</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-10-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-11-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-08-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>F/2007</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Lochem; </al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        25 september 2007; </al><al/><al>gelet op artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, artikel 222
                        Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht; </al><al/><al>B E S L U I T: </al><al/><al>vast te stellen de navolgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente
                        medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van
                        gronden</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden: het door
                                    of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                                    openbaar nut danwel het door de gemeente verrichten van
                                    werkzaamheden en/of nemen van maatregelen, voor zover
                                    rechtstreeks betrekking hebbende op het in exploitatie brengen
                                    van gronden in het exploitatiegebied, waardoor de in het
                                    exploitatiegebied gelegen onroerende zaken worden gebaat; </al></li><li nr="b."><al>exploitatiegebied: een als zodanig door de gemeenteraad
                                    aangewezen gebied, dat is gebaat door de aanleg van
                                    voorzieningen van openbaar nut danwel waarop werkzaamheden en/of
                                    maatregelen van de gemeente, in het kader van het in exploitatie
                                    brengen van gronden, betrekking hebben; </al></li><li nr="c."><al>exploitant: de genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                                    beperkt recht of anderszins rechthebbende van een in het
                                    exploitatiegebied gelegen onroerende zaak welke door het treffen
                                    van voorzieningen van openbaar nut is gebaat; </al></li><li nr="d."><al>exploitatieovereenkomst: de overeenkomst, onder welke naam dan
                                    ook gesloten, waarin de gemeente met een exploitant de
                                    voorwaarden overeenkomt waaronder de gemeente voorzieningen van
                                    openbaar nut zal treffen of daaraan medewerking zal verlenen;
                                </al></li><li nr="e."><al>begroting: de door de gemeente vastgelegde en periodiek bij te
                                    houden gedetailleerde financieel economische onderbouwing en
                                    verantwoording van de ontwikkeling en realisatie van het
                                    exploitatiegebied, ook wel (grond)exploitatieopzet genoemd,die
                                    in eerste instantie voorcalculatorisch is en lopende het
                                    exploitatieproces telkens wordt bijgewerkt en geactualiseerd. Op
                                    basis van de begroting wordt een exploitatiebijdrage
                                    berekend.</al></li><li nr="f."><al>aangevuld bekostigingsbesluit: een besluit van de gemeenteraad
                                    waarin niet alleen overeenkomstig artikel 222 Gemeentewet wordt
                                    besloten in welke mate de aan de voorzieningen verbonden lasten
                                    zullen kunnen worden verhaald op een daarbij aangeduid gebied,
                                    maar waarin ook een omschrijving van de voorzieningen van
                                    openbaar nut en een begroting van kosten en opbrengsten is
                                    opgenomen; </al></li><li nr="g."><al>voorzieningen van openbaar nut: (de aanleg van) voorzieningen
                                    en/of (bouw)werken waardoor de in het exploitatiegebied gelegen
                                    onroerende zaken worden gebaat, onder meer: </al><lijst><li nr="1."><al>riolering, met inbegrip van bijbehorende werken en
                                            bouwwerken; </al></li><li nr="2."><al>wegen, ongebouwde openbare parkeergelegenheden, pleinen,
                                            trottoirs, voet- en rijwielpaden, waterpartijen,
                                            watergangen, bruggen, tunnels, duikers, kades, steigers
                                            en andere rechtstreeks met de aanleg en inrichting van
                                            deze voorzieningen en kunstwerken verband houdende
                                            werken en bouwwerken; </al></li><li nr="3."><al>groenvoorzieningen, waaronder begrepen de aanleg en
                                            inrichting van openbare parken, plantsoenen,
                                            speelplaatsen, trapvelden en speelweiden;</al></li><li nr="4."><al>straatmeubilair, speeltoestellen, sierende elementen en
                                            afrasteringen in de openbare ruimte; </al></li><li nr="5."><al>openbare verlichting, verkeers- en andere borden,
                                            verkeersregelinstallaties en brandkranen met de nodige
                                            aansluitingen; </al></li><li nr="6."><al>waterhuishoudkundige voorzieningen, met inbegrip van
                                            drainagevoorzieningen;</al></li><li nr="7."><al>nutsvoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken,
                                            voor zover de aanlegkosten niet via de verbruikstarieven
                                            kunnen worden gedekt en bij de gemeente in rekening
                                            worden gebracht;</al></li><li nr="8."><al>infrastructuur voor openbare vervoervoorzieningen met
                                            bijbehorende werken en bouwwerken, voor zover de
                                            aanlegkosten niet via de gebruikstarieven kunnen worden
                                            gedekt en bij de gemeente in rekening worden
                                            gebracht;</al></li><li nr="9."><al>gebouwde parkeervoorzieningen, voor zover deze leiden
                                            tot optimalisering van het grondgebruik en verbetering
                                            van de kwaliteit van de openbare ruimte, openbaar
                                            toegankelijk zijn en voornamelijk worden gebruikt door
                                            bewoners en gebruikers van het exploitatiegebied, voor
                                            zover de aanlegkosten niet via de gebruikstarieven
                                            kunnen worden gedekt en bij de gemeente in rekening
                                            worden gebracht;</al></li><li nr="10."><al>voorzieningen die uit oogpunt van milieuhygiëne,
                                            archeologie, ecologie of volksgezondheid noodzakelijk
                                            zijn.</al></li></lijst></li><li nr="h."><al>afstand van gronden aan de gemeente: eigendomsoverdracht van
                                    gronden aan de gemeente. </al></li><li nr="i."><al>aanleg van voorzieningen: De aanleg, vernieuwing, wijziging,
                                    plaatsing en/of inrichting van een voorziening van openbaar
                                    nut.</al></li><li nr="j."><al>ontwikkelingsfasen; de verschillende fasen zoals die bij een
                                    ruimtelijk ontwikkelingsproject worden doorlopen, binnen de
                                    gemeente Lochem ook wel aangeduid met VIPOR (Visiefase,
                                    Initiatieffase, Planvormingsfase, Ontwikkelfase en
                                    Realisatiefase). </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kosten van exploitatie</titel></kop><al>Voor de berekening ten behoeve van de begroting van kosten en ten
                            behoeve van de vaststelling van exploitatiebijdragen wordt onder de
                            kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van grond, begrepen: </al><lijst><li nr="1."><al>de inbrengwaarde van alle binnen het exploitatiegebied gelegen
                                    gronden, zijnde: </al><lijst><li nr="a."><al>de waarde van de grond; </al></li><li nr="b."><al>de waarde van de opstallen die voor de verwezenlijking
                                            van de bestemming niet kunnen worden gehandhaafd;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van vrijmaken van de gronden van persoonlijke
                                            rechten en lasten, eigendom, bezit of beperkt recht en
                                            zakelijke lasten;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van sloop, verwijdering en verplaatsing van
                                            opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen,
                                            verhardingen en overige resten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>de kosten van het verrichten van onderzoek, waaronder in ieder
                                    geval begrepen grondmechanisch en milieukundig bodemonderzoek,
                                    akoestisch onderzoek, ander milieukundig onderzoek en
                                    archeologisch onderzoek.</al></li><li nr="3."><al>de kosten van het dempen van oppervlaktewateren zoals sloten en
                                    plassen en het verrichten van grondwerken ten behoeve van
                                    voorzieningen van openbaar nut met inbegrip van het egaliseren,
                                    ophogen en afgraven.</al></li><li nr="4."><al>de kosten van bodemsanering, voor zover het de ondergrond van
                                    voorzieningen van openbaar nut betreft en voor zover verhaal bij
                                    derden van de daarmee verband houdende kosten niet mogelijk is
                                    of niet in de rede ligt.</al></li><li nr="5."><al>de kosten van aanleg binnen een exploitatiegebied door de
                                    gemeente van de onder artikel 1 sub g omschreven voorzieningen
                                    van openbaar nut. </al></li><li nr="6."><al>de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten
                                    het exploitatiegebied met inbegrip van de inbrengwaarde zoals
                                    bedoeld onder lid 1 van de daartoe te verwerven ondergronden en
                                    nog te bevinden opstallen, een en ander voor zover de binnen het
                                    exploitatiegebied liggende onroerende zaken door deze
                                    voorzieningen direct dan wel indirect zijn gebaat. </al></li><li nr="7."><al>de kosten van het treffen van ecologisch en milieutechnisch
                                    noodzakelijke maatregelen en voorzieningen binnen en buiten het
                                    exploitatiegebied, ter uitvoering van een bestemmingsplan,
                                    ondermeer omvattende de kosten van noodzakelijke compensatie van
                                    in het exploitatiegebied verloren gegane natuurwaarden,
                                    groenvoorzieningen, geluidsvoorzieningen en watervoorzieningen
                                    als ook de kosten van noodzakelijke verplaatsing van
                                    milieuhinderlijke bedrijven buiten het exploitatiegebied, een en
                                    ander voor zover toe te rekenen aan het exploitatiegebied.</al></li><li nr="8."><al>de kosten van maatregelen, plannen, besluiten en
                                    rechtshandelingen met betrekking tot gronden, opstallen,
                                    activiteiten en rechten buiten het exploitatiegebied, waaronder
                                    mede begrepen het beperken van milieuhygiënische en externe
                                    veiligheidscontouren.</al></li><li nr="9."><al>de kosten van andere voorzieningen en werken als bedoeld onder 1
                                    tot en met 8 voor zover deze noodzakelijk zijn in verband met
                                    het in exploitatie brengen van gronden die in de naaste toekomst
                                    voor bebouwing in aanmerking komen.</al></li><li nr="10."><al>de kosten van voorbereiding, ontwikkeling, beheer en toezicht
                                    verband houdende met de aanleg van de voorzieningen en werken
                                    als bedoeld onder 1 tot en met 9.</al></li><li nr="11."><al>de kosten het opstellen van gemeentelijke ruimtelijke plannen
                                    ten behoeve van het exploitatiegebied. Hieronder wordt tenminste
                                    verstaan de kosten verband houdende met het door of in opdracht
                                    en voor rekening van de gemeente opstellen/vervaardigen van
                                    structuurplannen en bestemmingsplannen, het opstellen van
                                    planmatige uitwerkingen of wijzigingen, het vervaardigen van
                                    besluiten tot het verlenen van vrijstelling van een
                                    bestemmingsplan alsmede van overige planologische maatregelen
                                    voor zover deze nodig zijn voor het in exploitatie brengen van
                                    gronden binnen het exploitatiegebied.</al></li><li nr="12."><al>de kosten van andere, door het gemeentelijk apparaat, te
                                    verrichten werkzaamheden en te nemen maatregelen, voor zover
                                    deze rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden
                                    kunnen worden toegerekend; </al></li><li nr="13."><al>de kosten van tijdelijk beheer van de door of vanwege de
                                    gemeente verworven gronden, zijnde de kosten die ten gevolge van
                                    een noodzakelijk actief verwervingsbeleid worden gemaakt en niet
                                    dan wel niet geheel door middel van tijdelijke verhuur of
                                    verpachting worden gedekt.</al></li><li nr="14."><al>de kosten van de aanleg van voorzieningen die aan de gemeente
                                    door een hogere overheid worden opgelegd, voor zover deze kosten
                                    niet via gebruikstarieven kunnen worden gedekt.</al></li><li nr="15."><al>de kosten van planschade en overige schadevergoedingen en
                                    schadeloosstellingen die als gevolg van het in exploitatie
                                    brengen van de gronden door de gemeente moeten worden
                                    voldaan;</al></li><li nr="16."><al>niet-terugvorderbare BTW, niet-gecompenseerde compensabele BTW
                                    of andere niet-terugvorderbare belastingen over de
                                    kostenelementen genoemd onder 1 tot en met 15;</al></li><li nr="17."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten,
                                    verminderd met renteopbrengsten;</al></li><li nr="18."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de grondexploitatie
                                    behoren te worden gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Rolverdeling en voorovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorzieningen van openbaar nut worden door of vanwege de gemeente
                                aangelegd, danwel door een ander overheidslichaam tot wiens taak de
                                aanleg behoort. De regierol blijft evenwel te allen tijde bij de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het onder lid 1 gestelde kan, voor zover het de gemeente
                                betreft, slechts worden afgeweken, indien het college van
                                burgemeester en wethouders hebben ingestemd met een gehele of
                                gedeeltelijke aanleg door de exploitant. Het college van
                                burgemeester en wethouders neemt geen besluit om aanleg door de
                                exploitant toe te staan dan nadat is gebleken dat een kwalitatief
                                goede uitvoering, zowel qua voorbereiding als qua feitelijke aanleg
                                financieel is gewaarborgd, daartoe voldoende garantie is gesteld, de
                                door de gemeente noodzakelijk geachte regierol voldoende kan worden
                                uitgeoefend en ook overigens geen zwaarwegende of beleidsmatige
                                belemmeringen voor de uitvoering door de exploitant bestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en Wethouders kan voorafgaand aan het
                                daadwerkelijk sluiten van een exploitatieovereenkomst met exploitant
                                reeds nadere afspraken maken over de vergoeding van kosten, verband
                                houdende met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
                                brengen van grond, die de gemeente in de verschillende
                                ontwikkelingsfasen heeft gemaakt of zal maken. Voornoemde afspraken
                                worden vastgelegd in een daartoe strekkende (voor)overeenkomst.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>In exploitatie brengen op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat op initiatief van de gemeente met het treffen van
                                    voorzieningen van openbaar nut in een exploitatiegebied wordt
                                    aangevangen, wordt door de gemeenteraad een aangevuld
                                    bekostigingsbesluit voor dat exploitatiegebied vastgesteld en
                                    bekend gemaakt op de wijze zoals bedoeld in artikel 139
                                    Gemeentewet. </al></li><li nr="2."><al>Het aangevuld bekostigingsbesluit bevat in ieder geval de
                                    volgende onderdelen: </al><lijst><li nr="a."><al>Kaart of aanduiding van het exploitatiegebied en
                                            aanwijzing van de daarin gelegen onroerende zaken die
                                            zijn gebaat door de aanleg van voorzieningen van
                                            openbaar nut; </al></li><li nr="b."><al>aanduiding van de mate waarin de kosten, verband
                                            houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                                            exploitatie brengen van gronden, op de exploitant(en)
                                            van de onder sub a bedoelde onroerende zaken kunnen
                                            worden verhaald; </al></li><li nr="c."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                            voorzieningen van openbaar nut en daarmee verband
                                            houdende werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>de bepaling dat, in geval met een exploitant niet tot
                                            overeenstemming kan worden gekomen over een
                                            exploitatieovereenkomst, kostenverhaal zal kunnen
                                            plaatsvinden door middel van heffing van
                                            baatbelasting;</al></li><li nr="e."><al>een begroting van de ten laste van de onroerende zaken
                                            in het exploitatiegebied komende kosten, verband
                                            houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                                            exploitatie brengen van grond, en van de ten gunste van
                                            het in exploitatie nemen van gronden komende
                                            opbrengsten. De opbrengsten bestaan uit: </al><lijst><li nr="1."><al>Subsidies en bijdragen van derden met uitzondering van de
                                    subsidies en bijdragen van de gemeente dan wel van de
                                    genothebbenden krachtens eigendom, bezit of onbeperkt recht van
                                    de binnen het exploitatiegebied gelegen gronden;</al></li><li nr="2."><al>Verkoop/uitgifte van gronden;</al></li><li nr="3."><al>Bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar
                                    nut, hetzij via overeenkomst hetzij via baatbelasting;</al></li><li nr="4."><al>Overige bijdragen voor zover verband houdende met het in
                                    exploitatie brengen van de gronden in het exploitatiegebied.
                                </al></li></lijst><al>Van deze begroting maakt eveneens deel uit de wijze van toerekening van
                            de totale kosten en opbrengsten aan de onroerende zaken in het
                            exploitatiegebied, zoveel mogelijk naar de mate van het profijt dat de
                            onroerende zaken hebben van het samenhangend geheel van voorzieningen
                            van openbaar nut. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In het aangevuld bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de
                                    begroting als bedoeld in het tweede lid onder e later door de
                                    gemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting kan door de
                                    gemeenteraad periodiek worden herzien. De begroting wordt
                                    bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in artikel 139
                                    Gemeentewet.</al></li><li nr="4."><al>Voor de berekening van de in het tweede lid onder e. bedoelde
                                    kosten wordt er van uitgegaan dat het exploitatiegebied in zijn
                                    geheel door de gemeente in exploitatie zal worden gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van toerekening naar mate van profijt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van het profijt wordt als rekeneenheid gebruikt
                                het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m<sup>2</sup> grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte wordt verstaan de kadastrale oppervlakte
                                van de onroerende zaken, waar mogelijk ingedeeld naar de in een
                                bestemmingsplan opgenomen geprojecteerde kavels (bouw)grond,
                                vermenigvuldigd met factoren voor ligging en bestemming en
                                objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin het profijt van de van
                                gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar nut tot
                                uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m<sup>2</sup> grondoppervlakte
                                geen geschikte grondslag blijkt te zijn, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader door het college te bepalen grondslag welke
                                voorziet in de aanwezige verschillen in profijt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten, verband houdende
                                met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                gronden het bedrag dat volgens de in de begroting, als bedoeld in
                                artikel 4 lid 2 sub e, uitgewerkte wijze aan zijn onroerende zaak
                                wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten betrekking hebbende op
                                de afstand van de gronden bestemd voor de aanleg en/of aanpassing
                                van voorzieningen van openbaar nut en de kosten van kadastrale
                                uitmeting en verminderd met de inbrengwaarde van de bij de
                                exploitant in eigendom zijnde en voor exploitatie bedoelde gronden
                                en van de gronden welke zijn bestemd voor het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut en door exploitant aan de gemeente
                                worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarde van de in het eerste lid bedoelde grond die door de
                                exploitant is ingebracht, wordt door de gemeente en de exploitant
                                gezamenlijk door middel van taxatie vastgesteld. Indien hierover
                                geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt deze waarde
                                vastgesteld door een commissie van drie deskundigen, van wie een aan
                                te wijzen door de gemeente, een door de exploitant en een derde door
                                de beide reeds aangewezen deskundigen of, indien zij het daarover
                                niet eens kunnen worden, door de ter zake bevoegde kantonrechter.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de exploitant zelf conform artikel 7, derde lid, onder e
                                voorzieningen van openbaar nut aanlegt, bestaat de
                                exploitatiebijdrage uit de bijdrage, zoals deze op grond van het
                                eerste lid van dit artikel wordt bepaald, verminderd met de kosten
                                van de door exploitant uit te voeren werkzaamheden, voor zover deze
                                kosten corresponderen met de begroting van kosten zoals bedoeld in
                                artikel 4, tweede lid, onder e.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten verband houdende met het verlenen van
                                medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden vindt plaats
                                met inachtneming van de voorgaande artikelen. Van de
                                exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien de
                                exploitatieovereenkomst mede een grondtransactie betreft, is dit,
                                voor wat betreft de grondtransactie, een notariële akte. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan
                                van een exploitatieovereenkomst op initiatief van gemeente slechts
                                nadat een aangevuld bekostigingsbesluit is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De exploitatieovereenkomst bevat in ieder geval bepalingen
                                over:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard, omvang en kwaliteit (duurzaamheid) van de door de
                                        gemeente of exploitant aan te leggen voorzieningen van
                                        openbaar;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen deze voorzieningen worden uitgevoerd;
                                    </al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage als bedoeld
                                        in artikel 6 lid 1; </al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de
                                        gemeente, voor zover die gronden zijn bestemd voor de aanleg
                                        of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut, en in deze
                                        gevallen het verrichten van onderzoek naar
                                        bodemverontreiniging op kosten van exploitant; </al></li><li nr="e."><al>in gevallen waarbij het college van burgemeester en
                                        wethouders besluit de gehele of gedeeltelijke uitvoering van
                                        de door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar
                                        nut aan de exploitant op te dragen: deze opdracht, de
                                        (financiële) randvoorwaarden en uitgangspunten bij deze
                                        opdracht en de waarborging van een tijdige en kwalitatief
                                        goede, duurzame uitvoering;</al></li><li nr="f."><al>een betalingsregeling;</al></li><li nr="g."><al>in voorkomende gevallen een taakverdeling;</al></li><li nr="h."><al>in voorkomende gevallen een regeling voor gewijzigde
                                        omstandigheden, wanprestatie, aansprakelijkheid en
                                        faillissement;</al></li><li nr="i."><al>(voor zover van toepassing) afspraken over de betaling van
                                        kosten die de gemeente na het sluiten van een
                                        exploitatieovereenkomst doch ten aanzien van de diverse
                                        ontwikkelingsfasen heeft gemaakt, terwijl het in exploitatie
                                        brengen als bedoeld in hoofdstuk 3 van deze Verordening door
                                        exploitant niet wordt voltooid, een en ander voor zover niet
                                        reeds in een overeenkomst als bedoeld in artikel 8 lid 6 van
                                        de verordening is gemaakt.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>In exploitatie brengen op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indiening aanvraag voor medewerking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een belanghebbende kan bij het college van burgemeester en
                                    wethouders een aanvraag indienen voor medewerking aan het in
                                    exploitatie brengen van gronden. </al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts
                                    medewerking aan het op aanvraag van exploitant in exploitatie
                                    brengen van gronden krachtens een exploitatieovereenkomst als
                                    bedoeld in artikel 7, met dien verstande dat lid 2 van voornoemd
                                    artikel in dat geval niet van toepassing is.</al></li><li nr="3."><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                            brengen onroerende zaken; </al></li><li nr="b."><al>gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende
                                            genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                            van de in exploitatie te brengen onroerende zaken is of
                                            kan worden;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                            (bouw)werkzaamheden;</al></li></lijst><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in daartoe strekkende
                            gevallen gegevens verlangen waaruit blijkt dat de exploitant financieel
                            in staat is tot exploitatie van de betreffende gronden over te gaan en
                            hiertoe de benodigde zekerheden kan stellen.</al></li><li nr="4."><al>Ingeval door het college van burgemeester en wethouders een
                                    aanvraag voor een bouwvergunning, eventueel in combinatie met
                                    een aanvraag voor vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij in
                                    geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van
                                    gemeentewege voorzieningen van openbaar nut moeten worden
                                    getroffen, wordt hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder
                                    geval voor de beslissing op de aanvraag mededeling gedaan aan de
                                    aanvrager. Daarbij zal een zo nauwkeurig mogelijke raming van de
                                    voor rekening van de exploitant komende kosten, verband houdende
                                    met het in exploitatie brengen van gronden, worden verstrekt.
                                    Tevens zal daarbij de aanvrager de gelegenheid worden gegeven
                                    tot het indienen van een aanvraag voor medewerking. </al></li><li nr="5."><al>Het college van burgemeester en wethouders reageert op de
                                    aanvraag om medewerking, hetzij met een aanhouding als bedoeld
                                    in artikel 9, hetzij met een weigering als bedoeld in artikel
                                    10, hetzij met de aanbieding van een concept-overeenkomst,
                                    binnen zes maanden na de dag waarop het verzoek is ontvangen.
                                </al></li><li nr="6."><al>De bepalingen in Hoofdstuk 2 van deze Verordening zijn
                                    overeenkomstig van toepassing, een en ander voor zover in deze
                                    Verordening niet anders is bepaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanhouding aanvraag</titel></kop><al>De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                    zijnde bestemmingsplan of een herziening daarvan nog niet is
                                    afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van (het
                                    betreffende deel van) het bestemmingsplan of de herziening
                                    daarvan; </al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in artikel 10 genoemde
                                    belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                    weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                    weggenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Weigeringsgronden voor een exploitatieovereenkomst</titel></kop><al>De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft niet
                            te worden verleend indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied
                                    waarvoor een bestemmingsplan geldt; </al></li><li nr="b."><al>de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de
                                    daartoe benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden
                                    tot strijd met het bestemmingsplan, de Woningwet of andere
                                    relevante wet- en regelgeving; </al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                                    bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen
                                    van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing of
                                    herinrichting, dan wel met het volkshuisvestelijk beleid van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="d."><al>het in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot
                                    ten laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen van
                                    openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het doeltreffend
                                    voorzien in watervoorziening, openbare verlichting, riolering en
                                    andere voorzieningen van openbaar nut; </al></li><li nr="e."><al>de exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van
                                    aanleg van voorzieningen van openbaar nut; </al></li><li nr="f."><al>exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet
                                    wil onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging dan
                                    wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is;</al></li><li nr="g."><al>de exploitant niet bereid of in staat is de bij de aanvraag
                                    verlangde gegevens aan de gemeente te overhandigen;</al></li><li nr="h."><al>de exploitant niet bereid of in staat is sluitende waarborgen te
                                    stellen voor tijdige, kwalitatief goede en duurzame uitvoering,
                                    c.q. nakoming van zijn feitelijke en financiële
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="i."><al>de exploitant niet bereid of in staat is de voorzieningen van
                                    openbaar nut door de gemeente te laten aanleggen;</al></li><li nr="j."><al>de door de gemeente noodzakelijk geachte regie naar haar
                                    beoordeling niet kan worden uitgeoefend;</al></li><li nr="k."><al>de exploitant niet bereid is grond ter beschikking te stellen
                                    voor particulier opdrachtgeverschap of woningbouw voor de
                                    verhuur tot aan de huursubsidiegrens.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><al>In een gebied waarvoor een aangevuld bekostigingsbesluit is genomen zal,
                            indien de exploitant een exploitatieovereenkomst aangaat, in de
                            overeenkomst worden bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering van de
                            in deze overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen
                            aanvullend kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                            betreffende onroerende zaak zal plaatsvinden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitzonderingsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 2 eerste lid en de artikelen 4, 6, en 7 van
                                deze verordening is niet van toepassing voor voorzieningen van
                                openbaar nut van ondergeschikt belang, onder andere een uitweg op de
                                openbare weg of een aansluiting op het openbare riool. In dergelijke
                                gevallen besluit het college van burgemeester en wethouders onder
                                welke voorwaarden deze voorzieningen van openbaar nut door of met
                                medewerking van de gemeente zullen worden aangelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 2 eerste lid, voor zover geen betrekking
                                hebbend op de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut en
                                artikel 6 eerste en tweede lid van deze verordening kan buiten
                                toepassing blijven ten aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>een exploitatiegebied dat in de naaste toekomst niet of niet
                                        geheel voor bebouwing in aanmerking komt;</al></li><li nr="b."><al>de in een exploitatiegebied gelegen gronden die in de naaste
                                        toekomst niet voor bebouwing in aanmerking komen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Ten aanzien van exploitatiegebieden waarvoor geldt dat op het moment van
                            inwerkingtreding van deze verordening reeds een aangevuld
                            bekostigingsbesluit is genomen, een exploitatie- overeenkomst is
                            afgesloten, de voorzieningen van openbaar nut reeds in uitvoering zijn
                            danwel reeds een aanvraag als bedoeld in artikel 8 is ingediend, vinden
                            de bepalingen van deze verordening voor dat exploitatiegebied, voor
                            zover nodig, op een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van bekendmaking op de wijze als bedoeld in artikel 139
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de 'Exploitatieverordening Lochem
                                2005', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 29 maart 2005. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Exploitatieverordening
                            Lochem 2007'.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Volgens voorstel door de raad besloten op 18 oktober 2007</ondertekening><ondertekening>J.P. Stegeman F.J. Spekreijse</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING OP DE EXPLOITATIEVERORDENING LOCHEM 2007</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>In onderhavige exploitatieverordening is ten opzichte van de
                    exploitatieverordening 2005 een aantal relevante wijzigingen / aanvullingen
                    aangebracht.</al><al>Allereerst is een nadere definiëring gegeven van voorzieningen van openbaar nut
                    en zijn de te verhalen kosten die onderdeel kunnen uitmaken van de
                    exploitatieovereenkomst nader bepaald (artikel 1 sub g en artikel 2). Dit met
                    oog op de voorhanden zijnde wijzigingen in de Wet Ruimtelijke Ordening (beter
                    bekend als de Grondexploitatiewet), welke naar verwachting per 1 juli 2008 van
                    kracht zullen zijn.</al><al>Daarnaast is een artikel toegevoegd (artikel 3) waarin de expliciete rol van de
                    gemeente bij de aanleg van voorzieningen van openbaar nut wordt bepaald.
                    Bovendien is de mogelijkheid ingebracht (artikel 3 lid 3) dat de gemeente in een
                    daartoe strekkende overeenkomst nadere afspraken kan maken met een exploitant
                    over de vergoeding van kosten in met name de Initiatief- en Planvormingsfasen
                    van een ontwikkeling. Het gaat hierbij om afspraken over ieders inzet terwijl er
                    nog geen exploitatieovereenkomst is. </al><al>Ten opzichte van de exploitatieverordening 2005 is een aantal bepalingen
                    gewijzigd en toegevoegd.</al><tussenkop>ARTIKELGEWIJS </tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen </tussenkop><al>Artikel 42 WRO geeft aan dat de exploitatieverordening de voorwaarden bevat
                    waaronder de</al><al>gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden.
                    Daarnaast geeft het tweede lid van artikel 42 WRO aan dat de
                    exploitatieverordening onder meer voorschriften bevat omtrent het aandeel van de
                    kosten van voorzieningen van openbaar nut dat ten laste wordt gebracht van de
                    gebate gronden. De medewerking kan dus zowel bestaan uit het treffen van
                    voorzieningen van openbaar nut, als uit werkzaamheden die de gemeente verricht
                    teneinde de aanleg van voorzieningen van openbaar nut door een derde (eventueel
                    exploitant zelf) mogelijk te maken. De definitie van medewerking aan het in
                    exploitatie brengen van grond sluit ook aan op de voor de baatbelasting
                    gehanteerde definitie. Dit betekent dat alle eigenaren en genothebbenden van
                    gebate onroerende zaken in een door voorzieningen gebaat gebied, ook de
                    eigenaren van reeds bebouwde percelen, in aanmerking komen voor een
                    exploitatie-overeenkomst. In ieder geval dient hiermee in de omslag van kosten
                    rekening te worden gehouden. In de baatbelasting wordt omschreven wie
                    belastingplichtig is. Deze verordening beoogt een zo nauw mogelijke samenhang in
                    de inzet van privaatrechtelijk en fiscaalrechtelijk kostenverhaal. Om die reden
                    is een definitie van een mogelijke contractpartner in het kader van de
                    exploitatieverordening gekozen die de omschrijving van een mogelijke
                    belastingplichtige 'dekt'. Met exploitanten zal ten eerste worden getracht langs
                    privaatrechtelijke weg tot kostenverhaal te komen. Indien dit niet mogelijk
                    blijkt, zal fiscaalrechtelijk tot kostenverhaal worden gekomen. Hoewel voor de
                    baatbelasting geldt dat economische eigenaren van gronden die gebaat worden door
                    de aanleg van openbare voorzieningen niet worden geacht 'genothebbenden
                    krachtens eigendom, bezit of beperkt recht' van die gronden te zijn, zijn zij
                    uitdrukkelijk wel partij voor een te sluiten exploitatieovereenkomst. Om
                    verwarring te voorkomen is daarom in de definitie ook de 'anderszins
                    rechthebbende' expliciet vermeld. In ieder geval valt onder de definitie van
                    exploitant ook de economisch eigenaar en degene die op een andere wijze kan
                    aantonen dat hij de grond in eigendom zal (kunnen) verkrijgen (zie ook artikel
                    8, derde lid onder b). De aanwijzing van exploitatiegebieden maakt ook
                    toepassing mogelijk op onroerende zaken in stads- en dorpsvernieuwingsgebieden.
                    Het kan met andere woorden zowel om nieuwbouwlocaties als om reconstructie van
                    bestaand bebouwd gebied gaan. </al><tussenkop>Artikel 2 Kosten van exploitatie </tussenkop><al>De gemeente brengt de kosten in rekening verband houdende met het door of met
                    medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut. Dit kan
                    meer zijn dan alleen de directe kosten van de aanleg van voorzieningen van
                    openbaar nut. In dit artikel wordt aangegeven welke voorzieningen voor
                    kostenverhaal in aanmerking komen, en vervolgens welke daarmee samenhangende
                    kosten. </al><al>Ten opzichte van de vorige exploitatieverordening (2005) is een aantal extra
                    kostencategorieën expliciet opgenomen. Bij het opnemen van de kostencategorieën
                    is rekening gehouden met de wijzigingen in de Wet Ruimtelijke Ordening, ook wel
                    nader aangeduid als de Grondexploitatiewet, welke naar verwachting per 1 juli
                    2008 van kracht zullen zijn. </al><al>Met nadruk zij vermeld dat als exploitatiegebied wordt aangemerkt het totale
                    gebate gebied; dit gebied omvat niet alleen de voor nieuwbouw in aanmerking
                    komende gronden (zoals gebruikelijk bij veel puur gemeentelijke
                    exploitatieopzetten), maar ook het overige gebate gebied. Omgekeerd kan het
                    exploitatiegebied weer niet gelijk zijn aan het bestemmingsplangebied.
                    Afhankelijk van de doelstellingen van het bestemmingsplan en de daaruit
                    voortvloeiende begrenzing, kan het exploitatiegebied kleiner zijn dan het
                    bestemmingsplangebied dan wel groter. Onder de inbrengwaarde van gronden wordt
                    zowel de waarde van de grond zelf als de opstallen, die niet kunnen worden
                    gehandhaafd, begrepen. Omdat het hier grondexploitatie betreft is toch gekozen
                    voor de term 'gronden', hoewel het hier feitelijk de inbrengwaarde van
                    onroerende zaken betreft. Onder de inbrengwaarde wordt ook begrepen de kosten
                    van schadevergoedingen, waaronder ook zeker planschadevergoedingen.
                    Achterliggend idee van de inbrengwaardemethodiek (zie ook de toelichting op
                    artikel 6 van deze verordening) is de toepassing van de fictie van gemeentelijke
                    grondexploitatie op de situatie van particuliere grondexploitatie. Welnu, in een
                    gemeentelijke grondexploitatie zou het voor de hand liggen de van tevoren
                    getaxeerde (te verwachten) planschadevergoedingen mee te nemen. De kosten van
                    bodemsanering komen alleen voor rekening van exploitant voor zover het de
                    gemeente niet lukt de kosten hiervan te verhalen op degene die aansprakelijk kan
                    worden gesteld voor de bodemverontreiniging, en voorzover betrekking hebbend op
                    de ondergrond van</al><al>voorzieningen van openbaar nut. Dat spreekt weliswaar voor zich, maar voor de
                    duidelijkheid is dit toch in de betreffende bepaling opgenomen.</al><al>Ook de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten het
                    exploitatiegebied kunnen voor vergoeding in aanmerking komen, een en ander voor
                    zover de binnen het exploitatiegebied liggende onroerende zaken door deze
                    voorzieningen direct dan wel indirect zijn gebaat.</al><tussenkop>Artikel 3 Rolverdeling en voorovereenkomst</tussenkop><al>Het primaat voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut wordt neergelegd
                    bij de gemeente dan wel een andere overheid die daarvoor verantwoordelijk is.
                    Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat de gemeente of een andere overheid
                    ten principale een natuurlijke rol vervult rond de openbare ruimte. Daarbij komt
                    dat op deze manier de kwaliteit van de aanleg in relatie tot het toekomstig
                    beheer op voorhand beter kan worden geborgd. Veelal is ook sprake van aanleg op
                    terrein dat al in eigendom is bij de gemeente. Het fiscale traject kan op deze
                    wijze ook eenvoudiger verlopen en in voorkomende gevallen kan dit primaat
                    dienstig zijn in relatie tot aanbestedingsregelgeving.</al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten om de voorzieningen van
                    openbaar nut door of in samenwerking met een marktpartij te ontwikkelen en te
                    realiseren. Dit dient dan wel met waarborgen te zijn omkleed. Voorbeeld hiervan
                    kan zijn een vorm van Publiek Private Samenwerkingsverbanden (PPS) waarbinnen
                    naar toegesneden oplossingen wordt gezocht.</al><al>In geval de gemeente op verzoek van een exploitant haar medewerking verleent aan
                    het in exploitatie brengen van een gebied, heeft zij de mogelijkheid om reeds
                    voorafgaand aan het daadwerkelijk sluiten van een exploitatieovereenkomst nadere
                    afspraken te maken over de vergoeding van bepaalde kosten die de gemeente maakt
                    ten behoeve van verlenen van de medewerking. Deze afspraken worden vastgelegd in
                    een daartoe strekkende voorovereenkomst. Het gaat daarbij met name om
                    voorbereidingskosten die de gemeente maakt in de verschillende ontwikkelfasen
                    (bijvoorbeeld planvorming, onderzoeken, inzet medewerkers) voorafgaand aan de
                    daadwerkelijke exploitatie. Indien de exploitant/aanvrager uiteindelijk besluit
                    het gebied niet in exploitatie te brengen (en ook niet een
                    exploitatie-overeenkomst aangaat met de gemeente) kunnen deze kosten worden
                    verhaald op de exploitant op grond van de voorovereenkomst. Indien partijen wel
                    tot een exploitatie-overeenkomst komen, zullen de afspraken (en kosten) uit de
                    voorovereenkomst hierin worden verdisconteerd.</al><tussenkop>Artikel 4 Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit </tussenkop><al>Het in deze Verordening genoemde aangevulde bekostigingsbesluit bevat de
                    krachtens de Gemeentewet verplichte elementen van een bekostigingsbesluit
                    (noodzakelijk in geval kostenverhaal zou plaats vinden middels baatbelasting en
                    inhoudende een aanduiding van het gebate gebied en de mate waarin de aan de
                    voorzieningen verbonden lasten zullen worden verhaald), maar daarnaast ook een
                    aanduiding van de voorzieningen van openbaar nut en een begroting van kosten en
                    opbrengsten. </al><al>Deze bepalingen (en enkele andere, zoals de aankondiging dat een
                    exploitatieovereenkomst zal </al><al>kunnen worden aangeboden) vormen ook de onderscheidende kenmerken van het
                    aangevulde </al><al>bekostigingsbesluit ten opzichte van het 'gewone' bekostigingsbesluit. Het
                    aangevulde </al><al>bekostigingsbesluit wordt, met behulp van deze bepalingen, ook een kader voor
                    het </al><al>kostenverhaal door de gemeente. </al><al>Met de woorden 'op initiatief van de gemeente' wordt gedoeld op het volgende.
                    Indien de gemeente voornemens is de voorzieningen van openbaar nut aan te
                    leggen, ongeacht of exploitanten daarom hebben gevraagd of niet, dan wordt het
                    initiatief geacht bij de gemeente te liggen. Dit kan betekenen dat de gemeente
                    weliswaar weet dat één (of enkele) exploitanten van zins zijn gronden in
                    exploitatie te brengen, maar ongeacht dat feit zelf van zins is voorzieningen
                    van openbaar nut aan te leggen. Indien de gemeente zelf geen voornemens had
                    aangaande de aanleg van voorzieningen van openbaar nut maar daartoe wel bereid
                    is op verzoek van exploitanten over te gaan, dan is sprake van initiatief van de
                    exploitant. Dat laat onverlet dat gemeenten een (aangevuld) bekostigingsbesluit
                    kunnen nemen indien exploitant het initiatief neemt maar uiteindelijk er niet in
                    slaagt met de gemeente een exploitatieovereenkomst te sluiten. Een begroting van
                    de opbrengsten is opgenomen om de exploitant inzicht te verschaffen in de op
                    alle (dus ook gemeentelijke) gronden te verhalen kosten en in de mate waarin
                    (denk ook aan tekort-locaties) en de wijze waarop die kosten over de
                    exploitanten worden omgeslagen. Dit inzicht kan de bereidheid van de exploitant
                    tot betaling van een bijdrage vergroten.</al><al>In het aangevuld bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de begroting van
                    kosten en</al><al>opbrengsten later door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting kan ook
                    door de</al><al>gemeenteraad periodiek worden herzien. Er is niet altijd voldoende tijd om de
                    begroting vast te stellen tegelijk met het aangevuld bekostigingsbesluit. In die
                    gevallen kan worden besloten de begroting later vast te stellen. </al><al>Uiteraard moet er op het moment dat een eerste exploitatieovereenkomst wordt
                    afgesloten wel een begroting zijn; die begroting vormt immers de grondslag voor
                    de berekening van de exploitatiebijdrage(n). Ten overvloede kan hier nog gewezen
                    worden op het belang van de naleving van de voorschriften van de
                    exploitatieverordening in het algemeen en dit voorschrift in het bijzonder. De
                    exploitatieovereenkomst die in het arrest- Uden van 15 februari 1996 door de
                    Hoge Raad nietig werd geacht, ontbeerde onder andere een tijdig vastgestelde
                    exploitatie-opzet. Een begroting kan eveneens periodiek worden herzien. Dat
                    betekent dat de exploitatiebijdragen die middels exploitatieovereenkomst in
                    rekening worden gebracht, kunnen worden vastgesteld op grond van (in de tijd)
                    verschillende begrotingen, afhankelijk van het moment waarop de
                    exploitatieovereenkomst wordt aangegaan. Het is echter raadzaam zorgvuldig om te
                    gaan met wijzigingen in de begroting. Grote verschillen kunnen leiden tot vragen
                    over de billijkheid van exploitatiebijdragen in verhouding tot door andere
                    exploitanten eerder betaalde bedragen, en tot druk op de onderhandelingen.. In
                    het aangevuld bekostigingsbesluit wordt uitgegaan van de vermelding van een
                    percentage te verhalen kosten (in beginsel 100%). In de
                    baatbelastingverordening, die tot twee jaar na realisatie van de voorzieningen
                    kan worden vastgesteld, kan dan worden aangegeven welk bedrag aan werkelijke
                    kosten wordt verhaald. Anders is het als er voor wordt gekozen in het aangevuld
                    bekostigingsbesluit reeds een bedrag te vermelden. Dat bedrag is dan het
                    maximaal via baatbelasting te verhalen bedrag. Bij hantering van een percentage
                    in het aangevuld bekostigingsbesluit functioneert de begroting dus alleen als
                    berekeningsbasis voor exploitatiebijdragen op grond van de
                    exploitatieverordening.</al><tussenkop>Artikel 5 Wijze van toerekening naar de mate van profijt</tussenkop><al>Uitgegaan wordt van de situatie dat de gemeente het gebied in zijn geheel tot
                    exploitatie brengt; de berekening is daarom gestoeld op de (fictieve) situatie
                    dat de gemeente alle benodigde gronden heeft verworven en alle kosten omslaat
                    over die gronden, gedifferentieerd naar objectief (dat wil zeggen: aan de grond,
                    niet aan de eigenaar of exploitant) bepaalbare factoren als ligging, bestemming
                    en objectieve gebruiksmogelijkheid. Objectief, dat wil in dit geval letterlijk
                    zeggen gerelateerd aan het object, de onroerende zaak. De vraag of de
                    'toevallige' eigenaar of rechthebbende, gezien het huidige gebruik van de
                    onroerende zaak en/of zijn of haar wensen met betrekking tot de inrichting van
                    het gebied, gebaat is of zich gebaat voelt, is in dit verband niet ter zake. Dat
                    kan ertoe leiden dat bestaande bebouwing objectief gezien gebaat is, wat
                    betekent dat van de rechthebbenden op die onroerende zaken een bijdrage gevraagd
                    kan worden. In het geval van heffing van baatbelasting is er zelfs de plicht
                    deze onroerende zaken te belasten. Alle gebate percelen moeten worden
                    aangeslagen. Wel is het mogelijk middels tariefdifferentiatie bebouwde grond
                    minder te belasten dan (nog) niet bebouwde grond, uiteraard alleen voorzover dit
                    verband houdt met objectief aanwijsbare verschillen in baat. Deze objectief
                    aanwijsbare verschillen in baat kunnen zich bijvoorbeeld voordoen als een
                    perceel reeds over alle te realiseren voorzieningen beschikt en evenmin wordt
                    gebaat door deze extra voorzieningen (bijvoorbeeld een perceel dat reeds twee
                    ontsluitingen heeft, riolering, enz.).</al><al>Lid 3 van dit artikel voorziet in de mogelijkheid dat (onverhoopt) de naar
                    ligging en dergelijke gedifferentieerde grondslag het profijt onvoldoende tot
                    uitdrukking brengt: in dat geval stelt de gemeenteraad een andere grondslag voor
                    toerekening vast. </al><tussenkop>Artikel 6 Vaststelling exploitatiebijdrage</tussenkop><al>De bij de berekening van de exploitatiebijdrage gehanteerde
                    inbrengwaardemethodiek biedt een</al><al>goede maatstaf voor de baat die gronden hebben bij openbare voorzieningen.
                    Uitgangspunt is,</al><al>zoals gezegd, dat de gemeente het gehele gebied zelf in exploitatie brengt.</al><al>De werkwijze is dan als volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>De waarde van alle gronden in het gebied wordt vastgesteld; </al></li><li nr="2."><al>Alle kosten verbonden aan de exploitatie worden berekend;</al></li><li nr="3."><al>De op deze wijze berekende totale kosten worden gemiddeld per
                            m<sup>2</sup> (gebate, bebouwde óf onbebouwde) grond (er kunnen ook
                            andere verdeel maatstaven worden gehanteerd);</al></li><li nr="4."><al>De hieruit resulterende gemiddelde bruto-bijdrage per m<sup>2</sup>
                            wordt vermenigvuldigd met het aantal m<sup>2</sup> gebate grond van
                            exploitant (en eventueel vermenigvuldigd met (een) factor(en) voor
                            ligging, bestemming en dergelijke);</al></li><li nr="5."><al>Op dit bedrag wordt in mindering gebracht de getaxeerde waarde van de
                            door exploitant ingebrachte grond, zowel die ten behoeve van de
                            (bouw)exploitatie als die ten behoeve van de aanleg van voorzieningen
                            van openbaar nut. </al></li></lijst><al>De inbrengwaarde is daarmee van groot belang voor de vaststelling van zowel de
                    gemiddelde kostprijs per m<sup>2</sup> (die stijgt als de inbrengwaarde stijgt)
                    als de exploitatiebijdrage (die daalt als </al><al>de inbrengwaarde stijgt). Om die reden is een regeling opgenomen voor de
                    vaststelling van de inbrengwaarde van de gronden van exploitant. </al><al>Aandachtspunt is de situatie wanneer de gezamenlijke waardebepaling van een
                    perceel grond in een exploitatiegebied leidt tot een hogere grondwaarde voor dat
                    perceel dan aanvankelijk is begroot voor de gronden in het exploitatiegebied.
                    Een dergelijke situatie zou dan leiden tot een aanpassing van alle grondwaarden
                    in het betreffende exploitatiegebied, hetgeen repercussies heeft voor de
                    initiële begroting van het exploitatiegebied. </al><al>Lid 3 van dit artikel regelt de berekening van de exploitatiebijdrage in het
                    geval dat de exploitant tot (gehele of gedeeltelijke) realisatie van de
                    voorzieningen van openbaar nut over gaat. Kort gezegd wordt op de bijdrage dan
                    nog extra in mindering gebracht het in eerste instantie in de bijdrage opgenomen
                    bedrag voor de voorzieningen van openbaar nut, voor zover die voorzieningen voor
                    rekening en risico van de exploitant komen. </al><al>De methodiek van de inbrengwaarde biedt weliswaar een goede maatstaf voor de
                    berekening van exploitatiebijdragen naar analogie van de gemeentelijke
                    grondexploitatie, maar kan wel bewerkelijk zijn. Om die reden is in artikel 12
                    een aantal uitzonderingssituaties aangegeven waarin de exploitatiebijdrage op
                    een andere wijze kan worden berekend. De begroting van kosten en opbrengsten
                    vervult een belangrijke rol bij het privaatrechtelijk kostenverhaal. Het
                    aangevuld bekostigingsbesluit vormt het kader voor de wijze van kostenverhaal en
                    de begroting vormt de basis voor de berekening van individuele
                    exploitatiebijdragen verschuldigd op grond van een exploitatieovereenkomst. De
                    begroting vervult weliswaar een belangrijke rol in het privaatrechtelijk
                    kostenverhaal, maar blijft deel uitmaken van het aangevuld
                    bekostigingsbesluit.</al><tussenkop>Artikel 7 Inhoud exploitatieovereenkomst </tussenkop><al>In dit artikel wordt uitgesproken dat de gemeente bij kostenverhaal van
                    voorzieningen van openbaar nut de voorkeur geeft aan het instrument van de
                    exploitatieovereenkomst krachtens de exploitatieverordening. Hiermee wordt het
                    vrijwillige karakter van de overeenkomst bevestigd, zoals dat in de praktijk en
                    jurisprudentie blijkt.</al><al>Teneinde de indruk te vermijden dat in alle gevallen een aangevuld
                    bekostigingsbesluit verplicht is om een exploitatieovereenkomst te kunnen
                    sluiten, is expliciet vermeld dat het hier exploitatie op initiatief van de
                    gemeente betreft.</al><al>Op grond van de verordening wordt de overeenkomst ook voorzien van
                    kwaliteitseisen aan de voorzieningen, in voorkomende gevallen van bepalingen
                    omtrent de afstand van grond aan de gemeente, van een betalingsregeling, in
                    voorkomende gevallen (namelijk wanneer de gemeente een deel van de voorzieningen
                    realiseert en een particuliere eigenaar een deel) van een taakverdeling, van
                    uitvoeringstermijn(en) en van een regeling voor gewijzigde omstandigheden,
                    wanprestatie, aansprakelijkheid en faillissement. Voor het bepalen van de waarde
                    van de gronden die door exploitant worden ingebracht (de inbrengwaarde), is
                    tevens de opsomming zoals genoemd in artikel 2 sub 1 van belang.</al><al>De afstand van grond aan de gemeente betreft de ondergrond van openbare
                    voorzieningen. De gemeente zal immers in vrijwel alle gevallen
                    onderhoudsplichtig zijn voor de openbare voorzieningen. Het bepaalde onder
                    artikel 42, tweede lid onder a, van de Wet op de ruimtelijke ordening vormt de
                    juridische basis voor het afhankelijk stellen van het treffen van voorzieningen
                    van openbaar nut van de afstand van grond. Hiermee wordt niet gedoeld op de
                    afstand van grond waarop woningbouwkavels of kavels voor bedrijfsvestiging zijn
                    voorzien. De exploitatieverordening is geen extra verwervingsinstrument. De
                    bevoegdheid te besluiten tot het aangaan van exploitatieovereenkomsten ligt bij
                    het college van burgemeester en wethouders. De exploitatieovereenkomst kan ook
                    afspraken bevatten over vergoeding van kosten die de gemeente maakt in het kader
                    van haar medewerking in de verschillende ontwikkelfasen voorafgaand aan de
                    feitelijke realisatiefase, terwijl de exploitant het in exploitatie brengen van
                    de gronden uiteindelijk niet voltooid. Indien de gemeente reeds kosten heeft
                    gemaakt, moeten deze kunnen worden verhaald. Hierbij moet wel rekening worden
                    gehouden met het feit dat mogelijk al in een voorovereenkomst (zie artikel 3 lid
                    3 Verordening) bepaalde kosten afspraken zijn gemaakt. Mogelijke dubbele
                    vergoeding van kosten moet daarbij worden vermeden.</al><al> Het is mogelijk dat een exploitatieovereenkomst van zodanig belang is, dat de
                    raad moet worden ingelicht. Op die situatie ziet artikel 169, vierde lid
                    Gemeentewet. Dit artikel bepaalt dat vóórdat het college een dergelijk besluit
                    neemt, het de raad inlichtingen dient te geven over de uitoefening van de
                    bevoegdheid, 'indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening
                    ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente'. In het laatste geval 'neemt
                    het college geen besluit dan nadat de raad zijn wensen en bedenkingen ter zake
                    ter kennis van het college heeft kunnen brengen'.</al><tussenkop>Artikel 8 Indiening verzoek om medewerking </tussenkop><al>In beginsel neemt de gemeente het initiatief tot het in exploitatie brengen van
                    een gebied; het is echter ook mogelijk dat de exploitant het initiatief neemt.
                    Dat kan door middel van een bij het college van burgemeester en wethouders
                    ingediende aanvraag.. Alle (bouw)werkzaamheden vallen in beginsel onder de
                    vigeur van de verordening en bovendien alle percelen die gebaat zijn, ongeacht
                    of er (bouw)werkzaamheden op plaatsvinden. </al><al>Ten behoeve van de rechtszekerheid van de burger en in verband met de
                    informatieplicht van de gemeente wordt, in het geval dat daarvoor voorzieningen
                    van openbaar nut moeten worden aangelegd, een aanvrager van een bouwvergunning
                    vóór de beslissing op die aanvraag gemeld dat van hem of haar een bijdrage wordt
                    verwacht in verband met benodigde voorzieningen van openbaar nut. Dit maakt het
                    de aanvrager ook beter mogelijk de aan de (bouw)werken verbonden kosten af te
                    wegen. Het besluit van het college van burgemeester en wethouders op de
                    bouwaanvraag staat uiteraard geheel los van de beslissing van de exploitant om
                    wel of niet een exploitatieovereenkomst aan te gaan. Een exploitatieovereenkomst
                    op aanvraag van exploitant is gelijk aan een exploitatieovereenkomst op
                    initiatief van de gemeente, met dien verstande dat een aangevuld
                    bekostigingsbesluit in het eerste geval niet vereist is. Een begroting is in
                    alle gevallen vereist (uitgezonderd de situatie van voorzieningen van
                    ondergeschikt belang, artikel 12), want deze vormt de basis voor berekening van
                    de exploitatiebijdragen (zie ook artikel 7, derde lid onder c). Het blijft
                    evenwel mogelijk, indien de aanvraag tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst niet kan worden gehonoreerd, dat de gemeente toch
                    voorzieningen van openbaar nut wil (laten) aanleggen en de kosten daarvan op de
                    gebate percelen wil verhalen..</al><tussenkop>Artikel 9 Aanhouding aanvraag </tussenkop><al>De gemeente bindt zich zelf met deze verordening. Het is echter niet nodig dat
                    de gemeente </al><al>zich, in een concreet geval, bindt tegen haar wil en het belang van de aanvrager
                    in. Met deze bepaling wordt voorkomen dat de gemeente een aanvraag moet
                    afwijzen, terwijl zij er in beginsel positief tegenover staat. </al><tussenkop>Artikel 10 Weigeringsgronden voor een overeenkomst </tussenkop><al>Ten opzichte van de exploitatieverordening 2005 is een aantal bepalingen
                    gewijzigd en toegevoegd.</al><al>Er zijn enkele weigeringsgronden toegevoegd. Zo kan ondermeer medewerking worden
                    geweigerd als niet de verlangde gegevens (kunnen) worden overlegd. Hierbij geldt
                    uiteraard dat het wel om gegevens gaat die relevant en noodzakelijk zijn om de
                    aanvraag te beoordelen. Ook het geval de aanvrager niet kan of wil voldoen aan
                    de gestelde kwalitatieve en financiële waarborgen voor de betreffende
                    exploitatie of dat de door de gemeente noodzakelijke geachte regie niet kan
                    worden uitgeoefend, kan tot weigering van medewerking van de gemeente
                    leiden.</al><al>De weigeringsgronden kunnen zich zowel voordoen in het geval van een aanvraag
                    van de exploitant als in het geval van een gemeentelijk aanbod tot het aangaan
                    van een exploitatieovereenkomst op grond van een aangevuld
                    bekostigingsbesluit.</al><tussenkop>Artikel 11 Relatie met baatbelasting </tussenkop><al>De exploitant sluit niet alleen een overeenkomst over een te betalen
                    exploitatiebijdrage, maar koopt met deze overeenkomst ook het risico van een
                    baatbelasting af. De praktijk van grondexploitatie leert dat de met
                    baatbelasting verbonden kosten geregeld hoger uitvallen dan berekend. De
                    baatbelasting wordt vaak berekend op basis van reële kosten, terwijl de
                    exploitatiebijdrage op grond van de exploitatieovereenkomst wordt berekend op
                    basis van gecalculeerde kosten (op 'voorcalculatorische' basis). De
                    exploitatieovereenkomst wordt weliswaar vrijwillig aangegaan, maar de weigering
                    een exploitatieovereenkomst aan te gaan betekent niet dat de aan de exploitant
                    gepresenteerde rekening dan niet moet worden voldaan; de exploitatiebijdrage
                    wordt niet 'vergeten'.</al><tussenkop>Artikel 12 Voorzieningen van ondergeschikt belang </tussenkop><al>De centrale regeling in de onderhavige exploitatieverordening (vaststelling door
                    de raad van een aangevuld bekostigingsbesluit per exploitatiegebied en
                    dergelijke) is onnodig ingewikkeld om te komen tot een contractueel verhaal van
                    kosten van geïsoleerde, geen onderdeel van een complex werken uitmakende,
                    voorzieningen van (semi-)openbaar nut zoals het aanbrengen van een uitrit op de
                    openbare weg of het realiseren van een huisaansluiting tussen erfgrens en
                    straatriool. Om die reden wordt voor die voorzieningen in het eerste lid van dit
                    artikel een uitzondering gemaakt wat betreft de procedure voorafgaand aan een
                    exploitatieovereenkomst.</al><al>Voor gronden die niet in de naaste toekomst voor bebouwing in aanmerking komen
                    (o.a. bestaande bebouwing) geldt evenzeer dat een eenvoudiger werkwijze moet
                    kunnen worden gevolgd voor de berekening van exploitatiebijdragen. Het is immers
                    mogelijk dat gronden worden gebaat door de aanleg van voorzieningen van openbaar
                    nut, zonder dat zij door deze aanleg 'in de naaste toekomst voor bebouwing in
                    aanmerking komen' (zie artikel 42 WRO). Voor deze gronden geldt dat de
                    wettelijke verplichting tot het hanteren van een exploitatieverordening als
                    basis voor het afsluiten van overeenkomsten strikt genomen niet van toepassing
                    is. Aangezien de exploitatieverordening echter tot doel heeft de rechtszekerheid
                    van de exploitanten te vergroten, ligt het, ook met het oog op voorkoming van
                    juridische vragen over de juiste basis voor een overeenkomst, voor de hand de
                    werking van de verordening verder te laten strekken dan op grond van de wet
                    strikt noodzakelijk is. Op grond van de ontstaansgeschiedenis van artikel 42 WRO
                    moet het ervoor worden gehouden dat de wetgever met het begrip 'gronden die in
                    de naaste toekomst voor bebouwing in aanmerking komen' doelde op gronden die
                    deel uitmaken van de grondexploitatie, dat wil zeggen gronden die door de aanleg
                    van voorzieningen van openbaar nut technisch voor bebouwing geschikt worden
                    gemaakt (terwijl zij vóór de aanleg van de voorzieningen niet reeds technisch
                    voor bebouwing geschikt waren). De begrenzing van het exploitatiegebied in
                    menggebieden (deels wel, deels geen nieuwe bebouwing) wordt bij voorkeur 'ruim'
                    genomen, dus inclusief de percelen die niet in de naaste toekomst voor bebouwing
                    in aanmerking komen maar wel gebaat zijn. Dit vindt vanzelf plaats doordat de
                    exploitatieverordening de vaststelling van exploitatiegebieden voorschrijft. Een
                    exploitatiegebied omvat immers de gronden die door de aanleg van voorzieningen
                    van openbaar nut gebaat zijn, ongeacht of de gronden wel of niet deel uitmaken
                    van een grondexploitatie.. Het bepaalde in artikel 12, tweede lid onder a is
                    gericht op exploitatiegebieden die voor een deel (in de praktijk meestal voor
                    het grootste deel) bestaande bebouwing bevatten. Het gaat dan bijvoorbeeld om de
                    reconstructie van een winkelstraat of de aanleg van riolering in het
                    buitengebied. </al><al>Het bepaalde in artikel 12, tweede lid onder b is gericht op individuele gronden
                    gelegen in een exploitatiegebied dat grotendeels nog niet is bebouwd. Het
                    betreft dan gebieden waar daadwerkelijk grondexploitatie plaatsvindt. De
                    toepassing van de exploitatieverordening heeft betrekking op alle gronden die
                    gebaat zijn, dus ook (bijvoorbeeld) de percelen met bestaande bebouwing aan de
                    rand van het gebied. Voor deze individuele percelen kan op basis van de bedoelde
                    bepaling de inbrengwaardemethodiek buiten toepassing blijven. Dit laat onverlet
                    dat deze gronden wel gebaat zijn en in aanmerking komen voor een
                    exploitatieovereenkomst of de heffing van baatbelasting. Overigens maken de
                    kosten van de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut (uiteraard) deel uit
                    van de kosten die verhaald kunnen worden. De keuze om voor bepaalde gronden of
                    het exploitatiegebied in zijn geheel de inbrengwaardemethodiek buiten toepassing
                    te laten moet blijken in de begroting van kosten en opbrengsten, waarop immers
                    de inbrengwaarden wel of niet worden vermeld, en waarin bovendien is opgenomen
                    de wijze van toerekening van de kosten aan de betreffende onroerende zaken. De
                    verplichting de wijze van toerekening van exploitatiebijdragen in de begroting
                    op te nemen, houdt niet in dat een bedrag per m<sup>2</sup> vermeld moet worden.
                    Het gaat erom inzicht te verschaffen in de wijze van toerekening. Een exploitant
                    hoeft niet uit de begroting reeds zijn of haar bijdrage te kunnen opmaken. Er
                    moet immers ook nog een onderhandelingsproces plaatsvinden, waarin bijvoorbeeld
                    ook nog de inbrengwaarde van de grond aan de orde komt.</al><tussenkop>Artikel 13 Overgangsbepalingen</tussenkop><al>Voor de overgangssituatie van de ‘oude’ exploitatieverordening naar de ‘nieuwe’
                    exploitatieverordening worden in dit artikel enkele’spelregels’gegeven.
                    Basisgedachte bij het bepalen van een overgangsregeling is in principe dat : 1)
                    in beginsel wordt gekozen voor een overgangsbepaling waarbij de oude regeling
                    voor 'lopende' gevallen nog blijft gelden; 2) als de nieuwe regeling
                    substantieel voordeliger is voor de exploitant, wordt die regeling onmiddellijk
                    van toepassing verklaard voor 'lopende' (en uiteraard toekomstige) gevallen. Ten
                    aanzien van reeds gesloten exploitatieovereenkomsten zijn in beginsel de
                    bepalingen van de verordening van kracht die gold ten tijde van het sluiten van
                    de overeenkomst.</al><tussenkop>Artikel 14 Inwerkingtreding</tussenkop><al>In de Gemeentewet is een algemene regeling voor bekendmaking voor besluiten,
                    inhoudende</al><al>algemeen verbindende voorschriften gegeven. De exploitatieverordening kan
                    uiteindelijk als algemeen verbindend voorschrift worden aangemerkt. In verband
                    met het bijzondere karakter van deze verordening, die voorwaarden bevat
                    waaronder de gemeente een overeenkomst zal sluiten, is het echter mogelijk dat
                    de rechter deze verordening toch niet als algemeen verbindend voorschrift
                    aanduidt. Om die reden wordt zekerheidshalve voor de inwerkingtreding van deze
                    verordening uitgegaan van de systematiek van de Gemeentewet, inhoudende dat de
                    verordening acht dagen na bekendmaking in werking treedt; dat wordt in dit
                    artikel expliciet geregeld.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>