<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR75990_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde Gemeenteraad en raadscommissie Meppel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Meppel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Meppel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Geen.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde Gemeenteraad en raadscommissie Meppel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=GEMEENTEWET">Gemeentewet, art. 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt het reglement van orde van de gemeenteraad van 14-03-2002.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-38630</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde Gemeenteraad en raadscommissie Meppel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De R a a d der gemeente Meppel; gelezen het voorstel van Burgemeester en
                        Wethouders; b e s l u i t: vast te stellen het: Reglement van orde
                        Gemeenteraad en raadscommissie Meppel</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al> In dit reglement wordt verstaan onder:</al><al> a. lid: lid van de raad of raadscommissie;</al><al> b. voorzitter: de voorzitter van de raad of de raadscommissie of diens
                            vervanger;</al><al> c. griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al><al> d. secretaris: secretaris van de gemeente;</al><al> e. college: college van burgemeester en wethouders;</al><al> f. agendacommissie: voorbereidingscommissie uit de raad ten behoeve van
                            raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen</al><al> g. vergadering: vergadering van de raad of raadscommissie;</al><al> h. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                            ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                            opgenomen;</al><al> i. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement,
                            naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement,
                            waarop het betrekking heeft;</al><al> j. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor
                            een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al><al> k. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                            vergadering;</al><al> l. initiatiefvoorstel: een voorstel van de raad of een raadslid voor
                            een verordening of een ander voorstel;</al><al> m. interpellatie: verzoek om inlichtingen of uitleg van het college of
                            de burgemeester.</al><al> n. verslag: een op besluitvorming gericht verslag van hetgeen is
                            behandeld in de vergadering van de raad en raadscommissie</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><al>a. het leiden van de vergadering;</al><al>b. het handhaven van de orde;</al><al>c. het doen naleven van het reglement van orde;</al><al>d. wat de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><al>1. De griffier is bij elke vergadering van de raad en raadscommissie
                            aanwezig.</al><al>2. De griffier kan indien hij daartoe door de voorzitter wordt
                            uitgenodigd, deelnemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit
                            reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwezigheid burgemeester, wethouders en secretaris</titel></kop><al>1. De agendacommissie, dan wel een lid van de raad of raadscommissie kan
                            één of meer wethouders uitnodigen, al dan niet op hun verzoek, om in de
                            vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslaging deel te nemen.</al><al>2. De agendacommissie, dan wel een lid van de raad of raadscommissie kan
                            het college verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig te laten
                            zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.</al><al>3. De agendacommissie, dan wel een lid van de raadscommissie kan de
                            burgemeester uitnodigen, al dan niet op zijn verzoek, om in de
                            vergadering van de raadscommissie aanwezig te zijn en aan de
                            beraadslaging deel te nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De agendacommissie</titel></kop><al>1. Er is een agendacommissie.</al><al>2. De agendacommissie bestaat uit de voorzitter van de raad en diens
                            plaatsvervanger, de voorzitter van de raadscommissie en diens vervanger
                            en de griffier. De voorzitter van de raad of diens vervanger is tevens
                            voorzitter van de agendacommissie. De griffier heeft in de
                            agendacommissie een adviserende rol.</al><al>3. De voorzitter van de agendacommissie kan voorstellen de secretaris
                            uit te nodigen voor de vergadering van de agendacommissie.</al><al>4. De leden van de agendacommissie hebben bij stemming ieder één stem in
                            de agendacommissie.</al><al>5. De agendacommissie komt tweewekelijks bijeen ter voorbereiding op de
                            vergadering van de raad en/ of raadscommissie.</al><al>6. De agendacommissie komt voor aanvang van de raads- en/ of
                            raadscommissievergadering bijeen om mogelijke wijzigingen of
                            toevoegingen voor de orde van de vergadering te bespreken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><al>1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst en
                            een op besluitvorming gericht verslag van de vergadering van de raad en
                            de raadscommissie.</al><al>2. Aan de hand van het verslag wordt een besluitenlijst opgesteld. Voor
                            zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet
                            verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering
                            openbaar gemaakt door plaatsing op de website van de Gemeente
                            Meppel.</al><al>3. Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk,
                            aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke
                            oproep. Het conceptverslag wordt gelijktijdig aan de overige personen
                            die het woord hebben gevoerd toegezonden.</al><al>4. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris
                            hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen,
                            indien het conceptverslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft
                            hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor
                            de vaststelling van het verslag bij de griffier te worden ingediend of
                            gemeld.</al><al>5. Het verslag bevat ten minste:</al><al>a. de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, de wethouders
                            en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig
                            waren en overige personen die het woord gevoerd hebben;</al><al>b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al><al>c. een op besluitvorming gerichte samenvatting van hetgeen aan de orde
                            is geweest;</al><al>d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij
                            hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen
                            stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich
                            overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij
                            het uitbrengen van hun stem hebben vergist;</al><al>e. de tekst van de ter vergadering ingediende
                            (burger)initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                            amendementen en subamendementen;</al><al>f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die
                            personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 28 van dit
                            reglement, door de raad is toegestaan deel te nemen aan de
                            beraadslagingen.</al><al>6. Het conceptverslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld,
                            waarna dit door de voorzitter en de griffier wordt ondertekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Geluidsopname</titel></kop><al>1. De vergaderingen van de raad en de raadscommissie worden digitaal
                            vastgelegd.</al><al>2. De volledige geluidsopname is toegankelijk voor iedere
                            belangstellende.</al><al>3. De geluidsopname wordt onder andere beschikbaar gesteld door
                            plaatsing op de website van de Gemeente Meppel.</al><al>4. Het in het tweede en derde lid vermelde is niet van toepassing op
                            besloten vergaderingen als bedoeld in de artikelen 46 en 66 van dit
                            reglement.</al><al>5. Ingeval van technische calamiteiten dient de griffier zorg te dragen
                            voor een samenvattend schriftelijk verslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>toehoorders en pers</titel></kop><al>1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                            op de voor hen bestemde plaatsen, openbare vergaderingen bijwonen.</al><al>2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                            verstoren van de orde is verboden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties </titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergaderingen van de raad
                            en/of raadscommissie geluid- dan wel beeldregistraties willen maken,
                            doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn
                            aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons </titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging raadsleden </titel></kop><al>1. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                            commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                            onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van
                            nieuw benoemde leden van de raad en het proces-verbaal van het centraal
                            stembureau.</al><al>2. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                            uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het
                            verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.</al><al>3. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de
                            raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling,
                            bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of
                            verklaring en belofte af te leggen.</al><al>4. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                            een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                            waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of
                            verklaring en belofte af te leggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Fractie</titel></kop><al>1. De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde
                            kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de
                            zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één
                            lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie
                            beschouwd.</al><al>2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                            de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding
                            boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste
                            vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in
                            de raad wil voeren.</al><al>3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                            plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de
                            voorzitter van de raad.</al><al>4. Indien:</al><al>- één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan
                            optreden;</al><al>- twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al><al>- één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                            fractie;</al><al>wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de
                            voorzitter van de raad.</al><al>5. Met de in het vierde lid beschreven veranderde situatie wordt
                            rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de
                            raad na de mededeling daarvan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Benoeming wethouders </titel></kop><al>1. Wethouders worden benoemd door de raad.</al><al>2. Bij de benoeming van wethouders vanuit de raad wordt overeenkomstig
                            het eerste lid van artikel 11 een commissie ingesteld welke onderzoekt
                            of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze
                            van de commissie is gelijk aan het gestelde in artikel 11, lid 2.</al><al>3. Bij de benoeming van wethouders van buiten de raad wordt een
                            commissie ingesteld die onderzoekt of de kandidaat-wethouder voldoet aan
                            de eisen van de Gemeentewet en de door de raad vastgestelde criteria. De
                            werkwijze van de commissie is gelijk aan het gestelde in artikel 11, lid
                            2.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>II</nr><titel>Gemeenteraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><al>1. De vergaderingen vinden in de regel een keer in de twee weken op
                            donderdag plaats, vangen aan om 19:30 uur en worden gehouden in de
                            raadzaal van het Stadhuis.</al><al>2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                            aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert
                            hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met
                            de agendacommissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Oproep</titel></kop><al>1. De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de
                            leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag,
                            tijdstip en plaats van de vergadering.</al><al>2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                            uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                            Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke
                            oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Agenda</titel></kop><al>1. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de
                            agendacommissie de voorlopige agenda van de vergadering vast.</al><al>2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                            schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                            vergadering een aanvullende agenda opstellen en rondzenden aan de
                            leden.</al><al>3. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                            voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de
                            vaststelling van de agenda onderwerpen van de agenda afvoeren.</al><al>4. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende rijp acht voor de openbare
                            beraadslaging, kan hij het onderwerp verwijzen naar de raadscommissie of
                            aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.</al><al>5. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad
                            de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><al>1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de
                            agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                            schriftelijke oproep voor een ieder ter inzage gelegd. De voorzitter
                            maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving
                            bedoeld in artikel 18. Indien na het verzenden van de schriftelijke
                            oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan
                            aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare
                            kennisgeving.</al><al>2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                            Stadhuis gebracht.</al><al>3. Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid,
                            van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in
                            afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en
                            verleent de griffier de leden van de raad inzage.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>1. De vergadering wordt ten minste door aankondiging in een lokaal
                            huis-aan-huis blad en door plaatsing op de website van de Gemeente
                            Meppel ter openbare kennis gebracht.</al><al>2. De openbare kennisgeving vermeldt:</al><al>a. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;</al><al>b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en
                            de daarbij behorende stukken kan inzien.</al><al>3. De voorlopige agenda van de vergadering en de daarbij behorende
                            stukken worden, indien digitaal beschikbaar, op de website van de
                            Gemeente Meppel geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad
                            onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt
                            die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                            vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Zitplaatsten</titel></kop><al>1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste
                            zitplaats, door de voorzitter na overleg met de fractievoorzitters bij
                            aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.</al><al>2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                            herzien na overleg met de fractievoorzitters.</al><al>3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                            secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn
                            uitgenodigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Opening vergadering; vergaderquorum </titel></kop><al>1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien de
                            helft plus één van de leden van de raad, blijkens de presentielijst
                            aanwezig zijn.</al><al>2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste
                            aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de
                            namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met
                            inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><al>1. Burgers kunnen gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het
                            woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Hij of zijn spreekt
                            voorafgaand aan het agendapunt in.</al><al>2. Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><al>a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaar en beroep
                            openstaat of heeft opengestaan</al><al>b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;</al><al>c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene Wet
                            Bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al><al>3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste
                            32 uur voor de aanvang van de vergadering van de raad aan de griffier.
                            Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het
                            onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.</al><al>4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                            inspreker kan in twee termijnen het woord voeren. De voorzitter kan van
                            de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de
                            vergadering.</al><al>5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter
                            verdeeld de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes
                            insprekers zijn. De voorzitter kan na overleg met de gemeenteraad in
                            bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                            spreektijd</al><al>6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                            verleend. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling
                            van de inbreng van de burger.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming </titel></kop><al>Indien op verzoek van één van de leden van de raad of de voorzitter
                            hoofdelijke stemming zal plaatsvinden, wordt op het moment van stemming
                            de primus bepaald. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de
                            presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de
                            hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Ingekomen stukken en mededelingen </titel></kop><al>1. Bij de raad en raadscommissie ingekomen stukken, waaronder
                            schriftelijke mededelingen van het college aan de raad en
                            raadscommissie, worden op een lijst geplaatst.</al><al>2. De lijst met ingekomen stukken, inclusief een voorstel van de
                            agendacommissie aangaande de afdoening, wordt als onderdeel van de
                            voorlopige agenda aan de leden van de raad en raadscommissie
                            toegezonden.</al><al>3. De terinzagelegging geschiedt zoals vastgelegd in artikel 17 van dit
                            reglement.</al><al>4. Een voorstel tot wijziging van de afdoening dient bij voorkeur
                            schriftelijk te worden ingediend of gemeld bij de agendacommissie door
                            toedoen van de griffier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Spreektermijnen en spreektijden </titel></kop><al>1. De voorlopige agenda van de vergadering bevat op voorstel van de
                            agendacommissie het aantal termijnen en de streeftijd voor behandeling
                            van onderwerpen van de agenda.</al><al>2. De raad kan over de termijnen en de streeftijd anders beslissen bij
                            de vaststelling van de agenda.</al><al>3. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al><al>4. Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren
                            over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al><al>5. Het vierde lid is niet van toepassing op:</al><al>a. de woordvooerder van de raadscommissie;</al><al>b. het lid dat een (sub )amendement, een motie of een initiatiefvoorstel
                            heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat
                            voorstel.</al><al>6. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                            voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken
                            over een voorstel van orde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Handhaving orde; schorsing </titel></kop><al>1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij</al><al>a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit
                            reglement te herinneren;</al><al>b. een lid van de raad hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.</al><al>2. Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                            veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere
                            spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde
                            verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
                            betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
                            gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige
                            onderwerp het woord ontzeggen.</al><al>3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                            door hem te bepalen tijd schorsen en indien na de heropening de orde
                            opnieuw wordt verstoord de vergadering sluiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Beraadslaging </titel></kop><al>1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                            beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                            afzonderlijk te beraadslagen.</al><al>2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter
                            kan de raad besluiten de beraadslaging voor een bepaalde tijd te
                            schorsen voor nader beraad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen </titel></kop><al>1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige
                            leden van de raad, de wethouders, de secretaris, de griffier of de
                            voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al><al>2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der
                            leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                            het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Beslissing</titel></kop><al>1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                            voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad
                            anders beslist.</al><al>2. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over
                            eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het
                            dan luidt, in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt gevraagd.</al><al>3. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt,
                            formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen
                            eindbeslissing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                            overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                            motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming </titel></kop><al>1. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen
                            stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de
                            voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is
                            aangenomen.</al><al>2. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag
                            vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op
                            grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming te hebben
                            onthouden.</al><al>3. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                            voorzitter daarvan mededeling.</al><al>4. De voorzitter roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen. De
                            stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 23 is
                            aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de
                            presentielijst.</al><al>5. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat
                            zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn
                            stem uit te brengen.</al><al>6. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te
                            spreken, zonder enige toevoeging.</al><al>7. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan
                            hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd
                            heeft.</al><al>Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de
                            voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel
                            aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de
                            stemming brengt dit echter geen verandering.</al><al>8. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met
                            vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet
                            daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><al>1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt
                            eerst over dat amendement gestemd.</al><al>2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst
                            over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.</al><al>3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig
                            voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin
                            hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest
                            verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt
                            gebracht.</al><al>4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt
                            eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.</al><al>5. Indien twee of meer moties op een aanhangig voorstel zijn ingediend,
                            bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden
                            gestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Stemming over personen </titel></kop><al>1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming,
                            van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
                            moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau.</al><al>2. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                            Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in
                            te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.</al><al>3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen,
                            voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de
                            voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één
                            briefje.</al><al>4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                            gelijk is aan het aantal leden dat als gevolg van het tweede lid
                            verplicht is een stembriefje in te leveren.</al><al>Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd
                            zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al><al>5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel
                            30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die
                            leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet
                            behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:</al><al>een blanco stembriefje;</al><al>een ondertekend stembriefje;</al><al>- een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de
                            stemming verschillende vacatures betreft;</al><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft,
                            op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;</al><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die
                            waartoe de stemming is beperkt.</al><al>6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de
                            raad, op voorstel van de voorzitter.</al><al>7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na
                            vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Herstemming over personen </titel></kop><al>1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                            heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al><al>2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                            meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee
                            personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben
                            verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan
                            twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt
                            tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.</al><al>3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken,
                            beslist terstond het lot.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Beslissing door het lot </titel></kop><al>1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de
                            beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke,
                            geheel gelijke, briefjes geschreven.</al><al>2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                            gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd
                            en omgeschud.</al><al>3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal.
                            Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Vragenhalfuur</titel></kop><al>1. In de vergadering van de raad is er een vragenhalfuur, tenzij er bij
                            de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de
                            agendacommissie bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip
                            wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welke tijdstip het
                            vragenhalfuur eindigt.</al><al>2. Het lid dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit
                            onder aanduiding van het onderwerp ten minste 32 uur voor aanvang van
                            het vragenhalfuur door toedoen van de griffier bij de voorzitter. De
                            griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter
                            kennis van de overige leden en het college worden gebracht.</al><al>3. De voorzitter kan na overleg met de agendacommissie weigeren een
                            onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij
                            het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het
                            onderwerp in de vergadering van de raad op diezelfde dag aan de orde
                            komt.</al><al>4. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                            tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.</al><al>5. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                            vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en de overige
                            leden.</al><al>6. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of
                            meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                            toelichting daarop te geven.</al><al>7. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                            vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                            stellen.</al><al>8. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen om
                            hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester
                            vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al><al>9. Tijdens het vragenhalfuur worden geen interrupties toegelaten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><al>1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen
                            kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt
                            aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.
                            Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande
                            aan de indiener teruggestuurd.</al><al>2. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor
                            dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de
                            raad en het college of de burgemeester worden gebracht.</al><al>3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                            ieder geval binnen vijftien werkdagen, nadat de vragen zijn
                            binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                            raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan
                            plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de
                            burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de
                            termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit
                            bericht wordt behandeld als een antwoord.</al><al>4. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                            tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad toegezonden.</al><al>5. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                            eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                            dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                            voorkomende onderwerpen, nadere inlichtingen vragen omtrent het door de
                            burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders
                            beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Amendementen</titel></kop><al>1. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                            amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een
                            geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover
                            afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan
                            worden over amendementen die ingediend zijn door de leden van de raad,
                            die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig
                            zijn.</al><al>2. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                            amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen
                            (subamendement).</al><al>3. Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te
                            kunnen worden schriftelijk door toedoen van de griffier bij de
                            voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter met het oog op het
                            eenvoudige karakter van het voorgestelde oordeelt, dat met een
                            mondelinge indiening kan worden volstaan.</al><al>4. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk,
                            totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Moties</titel></kop><al>1. Ieder lid kan ter vergadering een motie indienen.</al><al>2. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                            schriftelijk door toedoen van de griffier bij de voorzitter worden
                            ingediend.</al><al>3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel
                            vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel
                            plaats.</al><al>4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                            onderwerp, vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen
                            zijn behandeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Voorstellen van orde </titel></kop><al>1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling
                            een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.</al><al>2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                            betreffen.</al><al>3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Initiatiefvoorstel </titel></kop><al>1. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                            worden schriftelijk door toedoen van de griffier bij de voorzitter
                            worden ingediend.</al><al>2. De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                            vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is.
                            In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de
                            daaropvolgende vergadering geplaatst.</al><al>3. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                            voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad
                            oordeelt dat:</al><al>a. het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met
                            een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden
                            behandeld;</al><al>b. het voorstel eerst dient te worden behandeld in de
                            raadscommissie;</al><al>c. voor advies naar het college dient te worden gezonden. In het laatste
                            geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                            geagendeerd wordt.</al><al>4. De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                            een initiatiefvoorstel, niet zijnde een voorstel voor een
                            verordening.</al><al>5. Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een
                            wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een
                            dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de agenda
                            toegevoegd worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><al>1. Het verzoek tot het houden van interpellatie wordt, behoudens in naar
                            het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 32 uur
                            voor de aanvang van de vergadering schriftelijk door toedoen van de
                            griffier bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke
                            omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd
                            alsmede de te stellen vragen.</al><al>2. De voorzitter brengt door toedoen van de griffier de inhoud van het
                            verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad
                            en de wethouders. Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de
                            eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek
                            in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de
                            vergadering de interpellatie zal worden gehouden.</al><al>3. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                            leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                            eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Inlichtingen </titel></kop><al>1. Indien een lid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de
                            artikelen 169 derde lid en 180 derde lid van de Gemeentewet verlangt,
                            wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend.</al><al>2. Het verzoek om inlichtingen wordt bij de griffier ingediend. Deze
                            draagt er zorg voor dat het verzoek om inlichtingen zo spoedig mogelijk
                            ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de
                            burgemeester worden gebracht.</al><al>3. De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de in
                            eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al><al>4. Het verzoek om inlichtingen en de beantwoording vormen een agendapunt
                            voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Procedure begroting en jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet bepaalt de agendacommissie
                            in overleg met de fractievoorzitters de planning en procedure voor wat
                            betreft de voorbereiding, het onderzoek en de behandeling en
                            vaststelling van de begroting, alsmede de voorbereiding en het onderzoek
                            van de jaarrekening en het jaarverslag en de behandeling en vaststelling
                            van de jaarrekening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Verslag en verantwoording lidmaatschap van andere organisaties
                            </titel></kop><al>1. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris,
                            die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur
                            van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan,
                            ingesteld op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, heeft het
                            recht om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen
                            stukken òf voor het sluiten van de vergadering verslag te doen over
                            zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de
                            raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen
                            naar de raadscommissie.</al><al>2. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                            lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                            schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 37, zijn van
                            overeenkomstige toepassing.</al><al>3. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid
                            ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als
                            zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het
                            vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 43, zijn van
                            overeenkomstige toepassing.</al><al>4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                            of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Besloten vergadering; algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze titel van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Besloten vergadering; verslag</titel></kop><al>1. Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld, maar
                            ligt uitsluitend voor de leden, de wethouders, de burgemeester en de
                            secretaris ter inzage.</al><al>2. Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter
                            vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een
                            besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het
                            vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier
                            ondertekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Besloten vergadering; geheimhouding </titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Opheffing geheimhouding </titel></kop><al>Indien de raad op grond van gestelde in artikel 25, derde en vierde lid,
                            artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van
                            de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat de geheimhouding heeft
                            opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan
                            overleg gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>III</nr><titel>Raadscommisie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Instelling en samenstelling</titel></kop><al>1. De raad stelt een algemene raadscommissie in.</al><al>2. De raadscommissie bestaat uit alle leden van de raad.</al><al>3. De raad kan daarnaast niet-raadsleden als raadscommissielid
                            benoemen.</al><al>4. Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10,
                            11, 12, 13, 14 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
                            toepassing op een lid van een raadscommissie. De in het derde lid
                            genoemde leden dienen daarnaast tijdens de laatste verkiezingen van de
                            raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van een fractie.</al><al>5. Elke raadsfractie mag ten hoogste twee niet-raadsleden voordragen die
                            haar vertegenwoordigt in de raadscommissie.</al><al>6. Elke raadsfractie laat per agendapunt ten hoogste twee
                            raadscommissieleden deelnemen aan de beraadslagingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><al>1. De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn
                            midden benoemd.</al><al>2. De voorzitter heeft tot taak de vergadering technisch te leiden.</al><al>3. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Zittingsduur en vacatures </titel></kop><al>1. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en zijn plaatsvervanger
                            eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de
                            raad.</al><al>2. Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet
                            meer voldoen aan de in artikel 50, vierde lid, gestelde eisen.</al><al>3. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.</al><al>4. Een lid, de voorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde
                            ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het
                            ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel
                            eerder als hun opvolger is benoemd.</al><al>5. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                            raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van
                            artikel 50 en 51.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Vergaderfrequentie </titel></kop><al>1. In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissie eens in de
                            veertien dagen plaats, na afloop van de raadsvergadering.</al><al>2. De vergadering van de raadscommissie wordt in de regel uiterlijk
                            23:00 uur afgesloten. Nog niet behandelde, geagendeerde, onderwerpen
                            zullen verplaatst worden naar de eerstvolgende commissievergadering. De
                            voorzitter kan middels een ordevoorstel aan de commissie het voorstel
                            ten doen de vergadering na 23:00 uur voort te zetten.</al><al>3. De vergaderingen vinden in de regel plaats in de raadszaal van het
                            Stadhuis.</al><al>4. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig
                            oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van
                            redenen daarom verzoeken.</al><al>5. De voorzitter kan in bijzondere gevallen en andere dag of aanvangsuur
                            bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover
                            overleg met de griffier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Oproep en agenda </titel></kop><al>Het genoemde in de artikelen 15 en 16 is overeenkomstig van toepassing
                            op de oproep en agenda van de vergadering van de raadscommissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken </titel></kop><al>1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de
                            agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                            schriftelijke oproep voor een ieder op het Stadhuis ter inzage gelegd.
                            De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare
                            kennisgeving, bedoeld in artikel 56 van dit reglement. Indien na het
                            verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd,
                            wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een
                            openbare kennisgeving.</al><al>2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                            Stadhuis gebracht.</al><al>3. Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid van
                            de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in
                            afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en
                            verleent de griffier een lid inzage.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel>Openbare kennisgeving </titel></kop><al>1. De vergadering van de raadscommissie wordt door aankondiging in een
                            lokaal huis-aan-huis blad en door plaatsing op de website van de
                            Gemeente Meppel ter openbare kennis gebracht.</al><al>2. De openbare kennisgeving vermeldt:</al><al>a. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;</al><al>b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij
                            behorende stukken kan inzien;</al><al>c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in
                            artikel 59.</al><al>3. De voorlopige agenda behorende stukken worden, indien digitaal
                            beschikbaar, op de website van de Gemeente Meppel geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>1. De griffier stelt een presentielijst op van de leden die aanwezig
                            zijn bij de vergadering van de raadscommissie.</al><al>2. De leden van de commissie die niet-raadslid zijn, ontvangen een
                            vergoeding per vergadering. Het bedrag van deze vergoeding wordt door of
                            vanwege de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                            vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>58</nr><titel>Opening vergadering; vergaderquorum</titel></kop><al>1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien
                            meer dan de helft van het aantal fracties aanwezig is én de aanwezige
                            leden in deze fracties gezamenlijk meer dan de helft van het aantal
                            zetels van de raad vertegenwoordigt.</al><al>2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste
                            aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar
                            dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur
                            van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste 24 uur na
                            het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen.</al><al>3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet
                            van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere dan de
                            geagendeerde aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien
                            blijkens de presentielijst het aantal aanwezige leden meer dan de helft
                            van het aantal zetels van de raad is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>59</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><al>1. Burgers kunnen gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het
                            woord voeren over geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen. Wil een
                            burger gebruik maken van het spreekrecht over een niet-geagendeerd
                            onderwerp, dan spreekt hij of zij na de vaststelling van de agenda in.
                            Wil een burger gebruik maken van het spreekrecht over een geagendeerd
                            onderwerp, dan spreekt hij of zij voorafgaand aan het agendapunt
                            in.</al><al>2. Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><al>a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep
                            openstaat of heeft opengestaan;</al><al>b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;</al><al>c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                            bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al><al>3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten
                            minste 32 uur voor de aanvang van de vergadering van de raadscommissie
                            aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer
                            en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.</al><al>4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                            inspreker kan in twee termijnen het woord voeren. De voorzitter kan van
                            de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de
                            vergadering.</al><al>5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter
                            verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes
                            sprekers zijn. De voorzitter kan na overleg met de raadscommissie in
                            bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                            spreektijd.</al><al>6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                            verleend. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling
                            van de inbreng van de burger.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>60</nr><titel>Spreektermijnen en spreektijden</titel></kop><al>1. De voorlopige agenda van de vergadering bevat op voorstel van de
                            agendacommissie het aantal termijnen en de streeftijd voor behandeling
                            van onderwerpen van de agenda.</al><al>2. De raadscommissie kan over de termijnen en de streeftijd anders
                            beslissen bij de vaststelling van de agenda.</al><al>3. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al><al>4. Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren
                            over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al><al>5. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                            voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken
                            over een voorstel van orde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>61</nr><titel>Voorstellen van orde </titel></kop><al>1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling
                            een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.</al><al>2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                            betreffen.</al><al>3. Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>62</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><al>Handhaving orde; schorsing</al><al>1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:</al><al>a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit
                            reglement te herinneren;</al><al>b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker
                            zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.</al><al>2. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                            veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere
                            spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde
                            verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
                            spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                            vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp
                            het woord ontzeggen.</al><al>3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                            door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde
                            opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al><al>4. De voorzitter kan de raadscommissie voorstellen aan een lid dat door
                            zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere
                            verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet
                            beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering
                            onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling
                            van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de
                            toegang tot de vergadering worden ontzegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>63</nr><titel>Beraadslaging </titel></kop><al>1. De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                            beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                            afzonderlijk te beraadslagen.</al><al>2. Op verzoek van een lid van de raadscommissie of op voorstel van de
                            voorzitter kan de raadscommissie beslissen de vergadering voor een
                            bepaalde tijd te schorsen voor nader beraad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>64</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><al>1. De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                            beraadslaging.</al><al>2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid
                            genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde
                            zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>65</nr><titel>Advies</titel></kop><al>1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                            voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                            raadscommissie anders beslist.</al><al>2. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of er
                            een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al><al>3. Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen
                            de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het
                            advies.</al><al>4. In het advies worden de standpunten van alle fracties opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>66</nr><titel>Besloten vergadering; algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering van de raadscommissie zijn de bepalingen van
                            dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen
                            niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>67</nr><titel>Besloten vergadering; verslag </titel></kop><al>1. Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld, maar
                            ligt uitsluitend voor de leden van de raadscommissie, de wethouders, de
                            burgemeester en de secretaris ter inzage bij de griffier.</al><al>2. Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter
                            vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de
                            raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken van
                            dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                            griffier ondertekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>68</nr><titel>Gehiemhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig de betreffende artikelen in de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            geheimhouding geldt in ieder geval tot de eerstvolgende raadsvergadering
                            en dient dan te worden bekrachtigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>69</nr><titel>Werkvergaderingen</titel></kop><al>1. Naast vergaderingen als bedoeld in artikel 51 en 65 kan de
                            raadscommissie voor werkvergaderingen en informatieve bijeenkomsten
                            samenkomen.</al><al>2. De raadscommissie kan anderen voor deelname aan de werkvergadering of
                            informatieve bijeenkomst uitnodigen.</al><al>3. Tenzij anders bepaald vinden de werkvergaderingen of informatieve
                            bijeenkomsten van de raadscommissie plaats op de donderdag tussen de
                            reguliere raadscommissievergadering om 19:30 uur in de raadszaal van het
                            Stadhuis.</al><al>4. De werkvergaderingen en informatieve bijeenkomsten zijn openbaar,
                            tenzij de raadscommissie anders bepaalt.</al><al>5. De oproeping voor de werkvergadering geschiedt zoveel mogelijk
                            overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van dit reglement.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>IV</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>70</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de
                            toepassing van dit reglement, beslist de raad of raadscommissie op
                            voorstel van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>71</nr><titel>Experiment</titel></kop><al>De raad kan op voorstel van de agendacommissie besluiten tot afwijking
                            van het bepaalde in dit reglement met als doel te experimenteren met een
                            andere wijze van werken voor een periode van maximaal 1 jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>72</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. Dit reglement treedt in werking op de eerstvolgende dag na
                            vaststelling door de raad.</al><al> 2. Op dat tijdstip vervalt het “Reglement van Orde van de
                            gemeenteraad”, vastgesteld bij raadsbesluit van 14 maart 2002 en de
                            “Verordening op de raadscommissies 2002”, vastgesteld bij raadsbesluit
                            van 16 mei 2002.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van</ondertekening><ondertekening> de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Bijlagen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Meppel/i168503.pdf">Toelichting reglement van orde Gemeenteraad en raadscommissie</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>