<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR75968_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regionale huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0003740">Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2008.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regionale huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Aftoppingsgrens, eerste: de grens genoemd in artikel 20 tweede lid,
                                onder a. van de Wet op de huurtoeslag, welke grens met ingang van 1
                                juli van elk jaar wordt aangepast overeenkomstig artikel 27 van de
                                Wet op de huurtoeslag.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Aftoppingsgrens, tweede: de grens genoemd in artikel 20, tweede lid,
                                onder b. van de Wet op de huurtoeslag, welke grens met ingang van 1
                                juli van elk jaar wordt aangepast overeenkomstig artikel 27 van de
                                Wet op de huurtoeslag.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Besluit: het Huisvestingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders: het College van burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Complex: een aaneengesloten groep woonruimten die als eenheid is
                                aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Convenant: Convenant Woonruimteverdeling Stadsregio Amsterdam
                                2008.</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Corporaties: toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70,
                                eerste lid van de Woningwet die werkzaam zijn in één of meer
                                gemeenten van de Stadsregio Amsterdam.</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>Dagelijks Bestuur: het dagelijks bestuur van de Stadsregio
                                Amsterdam.</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>Economische binding: de binding van een persoon aan de Stadsregio
                                Amsterdam of Almere, daarin gelegen dat die persoon, met het oog op
                                de voorziening in het bestaan, een redelijk belang heeft zich in het
                                gebied van de Stadsregio Amsterdam of Almere te vestigen met dien
                                verstande dat een economische binding in ieder geval wordt
                                aangenomen ten aanzien van personen die voor de voorziening in het
                                bestaan zijn aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen
                                of vanuit dat gebied.</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>Huishouden: een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder
                                kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te
                                voeren.</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>Huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de
                                wet.</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>Huurprijs: de prijs die bij huur of verhuur is verschuldigd voor het
                                enkele gebruik van een woonruimte of standplaats voor een woonwagen,
                                uitgedrukt in een bedrag per maand berekend volgens het
                                woningwaarderingstelsel behorende bij het Besluit huurprijzen
                                woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al>Huurprijsgrens: het daaromtrent in artikel 6, derde lid, onder b van
                                de wet bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al>Inkomen: rekeninkomen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i
                                van de Wet op de huurtoeslag.</al></lid><lid><lidnr>o.</lidnr><al>Koopprijsgrens: de grens bedoeld in artikel 15, lid 1, sub a van de
                                Wet bevordering eigenwoningbezit, welke grens met ingang van 1
                                januari van elk jaar wordt aangepast overeenkomstig artikel 41,
                                eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit.</al></lid><lid><lidnr>p.</lidnr><al>Maatschappelijke binding: de binding van een persoon aan de
                                Stadsregio Amsterdam of Almere, daarin gelegen dat die persoon een
                                redelijk, met de regionale samenleving verband houdend belang heeft
                                zich in het gebied van de Stadsregio Amsterdam of Almere te
                                vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in
                                ieder geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die tenminste
                                zes jaar onafgebroken ingezetene zijn, dan wel gedurende de
                                voorafgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetene
                                zijn geweest van dat gebied.</al></lid><lid><lidnr>q.</lidnr><al>Indicatie: verklaring van een instantie inhoudende dat degene ten
                                behoeve van wie de verklaring is afgegeven in aanmerking komt voor
                                de woonruimten die geschikt en bestemd zijn voor de huisvesting van
                                personen met een beperking.</al></lid><lid><lidnr>r.</lidnr><al>Onttrekkingvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30,
                                eerste lid, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>s.</lidnr><al>Onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet-zijnde woonruimte
                                bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet
                                door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit
                                huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen
                                buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden
                                aangemerkt: keuken en toilet.</al></lid><lid><lidnr>t.</lidnr><al>Regioraad: het algemeen bestuur van de Stadsregio Amsterdam.</al></lid><lid><lidnr>u.</lidnr><al>Rekenhuur: de prijs die bij huur en verhuur per maand is
                                verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte zoals
                                omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag.</al></lid><lid><lidnr>v.</lidnr><al>Short stay: het structureel aanbieden van een zelfstandige
                                woonruimte voor tijdelijke bewoning aan één huishouden voor een
                                aaneensluitende periode van tenminste één week en maximaal zes
                                maanden.</al></lid><lid><lidnr>w.</lidnr><al>Splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 33 van de
                                wet.</al></lid><lid><lidnr>x.</lidnr><al>Stadsregio Amsterdam: WGR+-regio in de zin van artikel 104 van de
                                Wet gemeenschappelijke regelingen dat bestaat uit de gemeenten
                                Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam,
                                Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend,
                                Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad en Zeevang.</al></lid><lid><lidnr>y.</lidnr><al>Standplaats: een standplaats zoals benoemd in artikel 1, eerste lid
                                onder e van de wet.</al></lid><lid><lidnr>z.</lidnr><al>Traditionele doelgoep: de groep (degenen) die volgens de bepalingen
                                in artikel 18 van de voormalige Woonwagenwet voor een
                                bewonersverklaring in aanmerking kon (konden) komen.</al></lid><lid><lidnr>aa.</lidnr><al>Wet: de Huisvestingswet.</al></lid><lid><lidnr>bb.</lidnr><al>Woningruil: ruil waarbij twee of meer huishoudens zich daadwerkelijk
                                vestigen in elkaars woning.</al></lid><lid><lidnr>cc.</lidnr><al>Woongroep: een samenlevingsverband bestaande uit tenminste drie
                                personen tussen wie geen familierechtelijke relatie bestaat.</al></lid><lid><lidnr>dd.</lidnr><al>Woonoppervlak: het gezamenlijk oppervlak van de vertrekken zoals dat
                                wordt berekend volgens het Besluit huurprijzen woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>ee.</lidnr><al>Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een
                                standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden
                                verplaatst.</al></lid><lid><lidnr>ff.</lidnr><al>Zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en
                                welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit
                                huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen
                                buiten de woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>gg.</lidnr><al>Zoekprofiel: de beperking die een huishouden in het bezit van een
                                urgentieverklaring krijgt opgelegd bij het zoeken naar zelfstandige
                                woonruimte.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>VERDELING VAN WOONRUIMTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>I</nr><titel>WOONRUIMTEVERDELING</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bepaalde in deze afdeling is van toepassing in de
                                        volgende gemeenten:</al><lijst><li nr="a."><al>Amstelveen;</al></li><li nr="b."><al>Amsterdam;</al></li><li nr="c."><al>Beemster;</al></li><li nr="d."><al>Diemen;</al></li><li nr="e."><al>Landsmeer;</al></li><li nr="f."><al>Oostzaan;</al></li><li nr="g."><al>Ouder-Amstel;</al></li><li nr="h."><al>Purmerend;</al></li><li nr="i."><al>Waterland;</al></li><li nr="j."><al>Wormerland;</al></li><li nr="k."><al>Zeevang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gemeenten Amstelveen, Beemster, Diemen, Landsmeer,
                                        Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Waterland, Wormerland en
                                        Zeevang worden als zelfstandige woonruimten bedoeld in
                                        artikel 5 van de wet aangewezen alle huurwoningen met een
                                        rekenhuur tot het maximumbedrag uit de Wet op de Huurtoeslag
                                        (647,53,- euro prijspeil 1 juli 2009).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de gemeente Amsterdam worden als zelfstandige woonruimten
                                        als bedoeld in artikel 5 van de wet aangewezen alle
                                        huurwoningen met een rekenhuur tot de tweede aftoppingsgrens
                                        (548,18,- euro prijspeil 1 juli 2009).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Landsmeer, Oostzaan,
                                        Ouder-Amstel en Purmerend worden tevens als woonruimten als
                                        bedoeld in artikel 5 van de wet aangewezen alle
                                        nieuwbouwkoopwoningen met een koopprijs beneden de
                                        koopprijsgrens (163.625 euro prijspeil 1 januari 2009) die
                                        in gebruik worden genomen door de eigenaar ervan en die niet
                                        eerder bewoond zijn geweest.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het tweede tot en met het vierde lid is
                                        deze afdeling niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>Onzelfstandige woonruimte en woonruimte voor
                                                inwoning;</al></li><li nr="b."><al>Woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen;</al></li><li nr="c."><al>Woonwagens en standplaatsen voor woonwagens;</al></li><li nr="d."><al>De complexen genoemd in bijlage één behorende bij
                                                deze verordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reikwijdte vergunningplicht</titel></kop><al>Het is verboden de in artikel 2 aangewezen woonruimte zonder
                                    een</al><al>huisvestingsvergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>in gebruik te nemen voor bewoning;</al></li><li nr="b."><al>in gebruik te geven aan een huishouden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Toelatingscriteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om toegelaten te worden tot de in artikel 2 genoemde
                                        woonruimten gelden de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>tenminste één van de leden van het huishouden is
                                                achttien jaar of ouder;</al></li><li nr="b."><al>de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse
                                                nationaliteit of worden op grond van een wettelijke
                                                bepaling als Nederlander behandeld of zijn
                                                vreemdeling en verblijven rechtmatig in Nederland
                                                als bedoeld in artikel 8, a t/m e en l van de
                                                Vreemdelingenwet 2000;</al></li><li nr="c."><al>tenminste één van de leden van het huishouden is
                                                economisch of maatschappelijk gebonden aan het
                                                gebied van de Stadsregio Amsterdam of Almere, dan
                                                wel verkeert in een positie als aangegeven in
                                                artikel 13c, eerste lid, van de wet of artikel 6 van
                                                het Besluit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gestelde in het eerste lid, onder c., geldt niet voor
                                        huishoudens waarvan burgemeester en wethouders vestiging in
                                        hun gemeente noodzakelijk achten.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Procedure aanvraag huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraag vergunning en in te dienen bescheiden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een huisvestingsvergunning wordt ingediend
                                        bij burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente
                                        door middel van een daartoe vastgesteld formulier en gaat
                                        vergezeld van de volgende bewijsstukken:</al><lijst><li nr="a."><al>recente inkomensgegevens van werkgever,
                                                uitkeringsinstantie of pensioeninstantie dan wel de
                                                meest recente aanslag inkomstenbelasting of een
                                                accountantsverklaring indien aanvrager zelfstandig
                                                werkzaam is;</al></li><li nr="b."><al>een uittreksel uit de Gemeentelijke
                                                Basisadministratie van de woonplaats van
                                                aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>een geldig identiteitsbewijs;</al></li><li nr="d."><al>een geldig verblijfsdocument indien aanvrager niet
                                                de Nederlandse nationaliteit bezit;</al></li><li nr="e."><al>bij een nieuwbouwkoopwoning: een afschrift van het
                                                eigendomsbewijs of de koopovereenkomst.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere gegevens
                                        te vragen die nodig zijn om de aanvraag te beoordelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders nemen de aanvraag niet verder in
                                        behandeling indien de aanvrager niet aannemelijk kan maken
                                        dat hij, indien hij een huisvestingsvergunning krijgt voor
                                        de in de aanvraag aangegeven woonruimte, de woonruimte
                                        daadwerkelijk in gebruik zal nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na
                                        datum van indiening op de aanvraag voor een
                                        huisvestingsvergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de beslistermijn
                                        eenmalig te verlengen met vier weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Gegevens op vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking op de aanvraag bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de samenstelling van het huishouden dat de
                                                woonruimte wil betrekken;</al></li><li nr="c."><al>het adres van de woonruimte waar de aanvraag
                                                betrekking op heeft;</al></li><li nr="d."><al>de mededeling dat binnen vier weken van de
                                                vergunning gebruik wordt gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in de beschikking tevens
                                        opnemen dat de vergunning slechts geldig is indien het
                                        gehele huishouden dan wel de gehele woongroep waarvoor de
                                        vergunning is verleend, de woonruimte betrekt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen de
                                        huisvestingsvergunning voor het betrekken van een
                                        huurwoning, indien het huishouden voldoet aan de volgende
                                        voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>het huishouden voldoet aan de voorwaarden genoemd in
                                                artikel 4;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager voldoet aan de passendheidseisen
                                                bedoeld in artikel 9 en 10;</al></li><li nr="c."><al>er is geen andere gegadigde die op grond van een
                                                urgentieverklaring als bedoeld in artikel 14 eerder
                                                in aanmerking komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen de
                                        huisvestingsvergunning voor het betrekken van een
                                        nieuwbouwkoopwoning die niet eerder bewoond is geweest
                                        indien het huishouden voldoet aan de voorwaarden genoemd in
                                        artikel 4.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per huishouden wordt slechts één huisvestingsvergunning
                                        verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Passendheid: relatie huur- inkomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Huurwoningen worden zoveel mogelijk met voorrang toegewezen
                                        aan huishoudens met een inkomen als bedoeld in artikel 8,
                                        tweede lid van het besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het inkomen van het huishouden staat in een redelijke
                                        verhouding tot de huur- of koopprijs van de woonruimte zoals
                                        geformuleerd in bijlage twee. De volgende rekenregels zijn
                                        van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>woonruimten met een rekenhuur tot de eerste
                                                aftoppingsgrens zijn passend voor huishoudens
                                                bestaande uit één of twee personen met een zodanig
                                                inkomen dat zij een beroep kunnen doen op een
                                                huurtoeslag;</al></li><li nr="b."><al>woonruimten met een rekenhuur tot de tweede
                                                aftoppingsgrens zijn passend voor huishoudens
                                                bestaande uit drie of meer personen met een zodanig
                                                inkomen dat zij een beroep kunnen doen op een
                                                huurtoeslag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het tweede lid geldt voor
                                        de gemeente Amsterdam dat huurwoningen met een rekenhuur tot
                                        64% van de rekenhuur genoemd in artikel 13, eerste lid onder
                                        a en e van de Wet op de huurtoeslag slechts worden
                                        toegewezen aan huishoudens met een inkomen tot 130% van het
                                        inkomen genoemd in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder b
                                        van de Wet op de huurtoeslag (afgerond op tien euro).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen indien de toestand op de
                                        woningmarkt daarvoor aanleiding is andere inkomenscriteria
                                        vaststellen dan die worden genoemd in het tweede en derde
                                        lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders informeren het dagelijks bestuur
                                        binnen één maand na vaststelling van afwijkende
                                        inkomenscriteria genoemd in het derde lid over die
                                        afwijkende criteria.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Passendheid: bezettingsnormen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De omvang van het huishouden moet passen bij de grootte van
                                        de woonruimte overeenkomstig de regels genoemd in bijlage
                                        drie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen indien de toestand op de
                                        woningmarkt daarvoor aanleiding geeft afwijkende
                                        bezettingsnormen vaststellen dan die worden genoemd in het
                                        eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders informeren het dagelijks bestuur
                                        binnen één maand na vaststelling van afwijkende
                                        bezettingsnormen genoemd in het tweede lid over die
                                        afwijkende normen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Woningruil en wisselwoning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen in het geval van
                                        woningruil, een huisvestingsvergunning indien:</al><lijst><li nr="a."><al>op voorhand niet te voorzien is dat ingebruikneming
                                                van de woning door een van de partijen van beperkte
                                                duur zal zijn en</al></li><li nr="b."><al>het een woonruimte betreft met een bijzondere
                                                bestemming, zoals een met subsidie voor een
                                                gehandicapte aangepaste woonruimte of woning in een
                                                beschermde woonomgeving en het huishouden voor een
                                                dergelijke woning in aanmerking komt en</al></li><li nr="c."><al>voldaan wordt aan de bezettingsnormen bedoeld in
                                                artikel 10.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen huisvestingsvergunning zal worden verleend, indien
                                        sprake is van woningruil en één van de betrokken woonruimten
                                        een wisselwoning betreft of een woonruimte die krachtens
                                        besluit van burgemeester en wethouders is bestemd om in het
                                        kader van een stedelijk vernieuwingsplan te worden
                                        ontruimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vruchteloze aanbieding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van één of
                                        meer criteria voor het verlenen van een
                                        huisvestingsvergunning indien de woonruimte gedurende
                                        dertien weken, tenminste twee keer, tevergeefs is aangeboden
                                        via een lokaal of regionaal medium aan woningzoekenden die
                                        ingevolge artikel 8 voor de woonruimte in aanmerking komen.
                                        Geen ontheffing kan worden verleend van het criterium
                                        verblijfsstatus.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De termijn van dertien weken genoemd in het eerste lid,
                                        start op de datum waarop de eerste advertentie is
                                        verschenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De woonruimte wordt aangeboden tegen een redelijke huur- of
                                        koopprijs.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid verlenen burgemeester en
                                        wethouders, nadat hun door verhuurders is aangetoond dat een
                                        bepaalde categorie huurwoningen minder goed verhuurbaar is,
                                        voor die bepaalde categorie huurwoningen ontheffing van één
                                        of meer criteria voor een huisvestingsvergunning,
                                        uitgezonderd het criterium verblijfstatus, voor een nader
                                        vast te stellen periode.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning
                                    intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder de in de vergunning vermelde
                                            woonruimte niet binnen de genoemde termijn in gebruik
                                            heeft genomen;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                            vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist
                                            of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of
                                            onvolledig waren.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Urgentie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een huishouden dat voldoet aan de criteria genoemd in het
                                        artikel 4 en dat geen gebruik kan maken van een voorliggende
                                        voorziening, kan een urgentieverklaring aanvragen bij
                                        burgemeester en wethouders op een daartoe door hen
                                        vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een urgentieverklaring kan worden verleend indien de
                                        aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>in een acute noodsituatie verkeert;</al></li><li nr="b."><al>op grond van medische of sociale redenen dringend
                                                woonruimte nodig heeft;</al></li><li nr="c."><al>moet omzien naar een woonruimte na verblijf in een
                                                psychiatrische instelling, een opvanghuis of een
                                                erkende hulp- of dienstverleningsinstelling;</al></li><li nr="d."><al>woonruimte nodig heeft in verband met de sloop of
                                                ingrijpende renovatie van de huidige woning of bij
                                                herstructurering van het gebied waarin deze
                                                woonruimte is gelegen;</al></li><li nr="e."><al>houder is van een verblijfsvergunning, verleend op
                                                grond van een asielverzoek, als omschreven in
                                                artikel 8 onder a t/m e en l van de Vreemdelingenwet
                                                2000 en die na verlening van de vergunning voor de
                                                eerste maal woonruimte zoekt.</al></li><li nr="f."><al>valt onder de door het Rijk aangewezen groepen;</al></li><li nr="g."><al>valt onder de door burgemeester en wethouders
                                                aangewezen groepen van kandidaten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouder beslissen zo spoedig mogelijk,
                                        doch uiterlijk binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                        van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beslistermijn kan eenmalig met ten hoogste vier weken
                                        worden verlengd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op of bij de urgentieverklaring vermelden burgemeester en
                                        wethouders de volgende informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam, het adres en de woonplaats;</al></li><li nr="b."><al>de geboortedatum;</al></li><li nr="c."><al>het dossiernummer;</al></li><li nr="d."><al>de datum van inschrijving;</al></li><li nr="e."><al>het zoekprofiel;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van bemiddeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Deze verklaring is alleen geldig in de gemeente waar deze is
                                        afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In afwijking van het zesde lid zijn verklaringen voor
                                        stadsvernieuwingsurgenten afgegeven in de gemeenten
                                        Amstelveen, Amsterdam, Purmerend en Zaandam geldig in de
                                        vier genoemde gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De urgentieverklaring is geldig voor ten hoogste 52
                                        weken.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de geldigheidsduur van de
                                        verklaring verlengen voor bijzondere gevallen.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring
                                        intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het huishouden niet meer in de omstandigheden
                                                verkeert op basis waarvan de verklaring is
                                                verleend;</al></li><li nr="b."><al>indien de feitelijke omstandigheden niet
                                                overeenstemmen met de beschrijving van die
                                                omstandigheden in de Gemeentelijke
                                                Basisadministratie;</al></li><li nr="c."><al>het huishouden daarom verzoekt;</al></li><li nr="d."><al>de urgentieverklaring is verleend op grond van door
                                                het huishouden verstrekte gegevens waarvan de
                                                aanvragen wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat
                                                zij onjuist of onvolledig waren;</al></li><li nr="e."><al>het huishouden een aanbieding van een naar het
                                                oordeel van burgmeester en wethouders passende
                                                woonruimte heeft geweigerd, of</al></li><li nr="f."><al>de termijn waarvoor de verklaring is verstrekt, is
                                                verstreken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nadere uitwerking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen in ieder geval nadere
                                        regels op met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de procedure voor het aanvragen;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop de urgentie wordt verstrekt ;</al></li><li nr="c."><al>bemiddeling voor woonruimte;</al></li><li nr="d."><al>af te geven zoekprofielen voor aanvragers;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van volgordebepaling van huishoudens met
                                                een urgentieverklaring.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen complexen aan, waar
                                        huishoudens stadsvernieuwingsurgent kunnen worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen voor de op grond van het
                                        tweede lid aangewezen complexen een peildatum vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Medische indicatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op grond van medische
                                        omstandigheden aan een huishouden dat voldoet aan artikel 4
                                        een medische indicatie verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 14 eerste, tweede, derde, zevende en achtste lid
                                        zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Leegmelding en voordracht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Deze paragraaf is van toepassing in de gemeenten:</al><lijst><li nr="a."><al>Amstelveen;</al></li><li nr="b."><al>Amsterdam;</al></li><li nr="c."><al>Diemen;</al></li><li nr="d."><al>Landsmeer;</al></li><li nr="e."><al>Oostzaan;</al></li><li nr="f."><al>Ouder-Amstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Leegmelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar van een woonruimte aangewezen in artikel 2, is
                                        verplicht het ter beschikking komen van die woning binnen
                                        vijf werkdagen aan burgemeester en wethouder te melden. De
                                        melding geschiedt op een door burgemeester en wethouders
                                        vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid niet van toepassing voor eigenaren van
                                        woonruimte die deelnemen aan het Convenant.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een woonruimte wordt geacht ter beschikking te zijn gekomen,
                                        wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die de woonruimte in gebruik heeft, aan de
                                                eigenaar het gebruik daarvan heeft opgezegd;</al></li><li nr="b."><al>de woonruimte is ontruimd op basis van een uitspraak
                                                van de burgerlijke rechter of op last van de
                                                officier van justitie, dan wel vaststaat dat
                                                ontruiming rechtens mogelijk is;</al></li><li nr="c."><al>de woonruimte niet langer als zodanig in gebruik
                                                is;</al></li><li nr="d."><al>op enigerlei andere wijze is gebleken dat de
                                                woonruimte te huur of vrij van huur te koop is;</al></li><li nr="e."><al>de woonruimte niet langer wordt bewoond door de
                                                laatste bewoner die de woonruimte als hoofdverblijf
                                                in gebruik had overeenkomstig de regels, gesteld bij
                                                of krachtens de Huisvestingswet;</al></li><li nr="f."><al>de woonruimte na woningverbetering of verbouwing
                                                weer voor bewoning geschikt is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De eigenaar is verplicht tot leegmelding van woonruimte aan
                                        burgemeester en wethouders, op het moment dat een woonruimte
                                        langer dan twee maanden leegstaat of zal leegstaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Voordracht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar kan bij de melding als bedoeld in artikel 18,
                                        eerste lid een huishouden voordragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigenaar draagt in ieder geval binnen vier weken na
                                        melding van beschikbaar komen van de woning een huishouden
                                        voor.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen een
                                        huisvestingsvergunning, indien het voorgedragen huishouden
                                        voldoet aan de criteria genoemd in artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in door hen bepaalde
                                        gevallen binnen twee weken na de melding van beschikbaar
                                        komen, bij de eigenaar van een ter beschikking gekomen
                                        woonruimte een woningzoekende voordragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over
                                        de voordrachtsregeling genoemd in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders weigeren de voordracht indien
                                        door de eigenaar is gehandeld met de kennelijke strekking
                                        afbreuk te doen aan de werking van de regels die bij of
                                        krachtens de wet zijn gesteld.</al></lid></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>II</nr><titel>VERDELING VAN STANDPLAATSEN WOONWAGENS</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Standplaatsen voor woonwagens</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>In de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Oostzaan, Ouder-Amstel en
                                    Purmerend worden alle standplaatsen aangewezen als woonruimte
                                    als bedoeld in artikel 1, derde lid onder a, van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Reikwijdte vergunningplicht</titel></kop><al>Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een aangewezen
                                    standplaats in</al><al>gebruik te nemen of te geven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inschrijving register</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders houden een register bij van
                                        standplaatszoekenden. Het register vermeldt de
                                        standplaatszoekenden in volgorde van
                                        inschrijvingsdatum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Om op de in het eerste lid genoemde lijst te kunnen worden
                                        ingeschreven moet de standplaatsgerechtigde aantonen dat hij
                                        voldoet aan de criteria genoemd in artikel 4.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inschrijving in het register is geldig voor één jaar.
                                        Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van de
                                        inschrijving verlengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verstrekken aan de
                                        standplaatszoekende een bewijs van inschrijving, waarop in
                                        ieder geval de volgende gegevens zijn vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>inschrijvingsnummer;</al></li><li nr="b."><al>datum van inschrijving;</al></li><li nr="c."><al>naam en adres van aanvrager.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders halen een inschrijving door in
                                        het register indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de standplaatszoekende niet meer aan de vereisten
                                                voor inschrijving voldoet;</al></li><li nr="b."><al>de standplaatszoekende daarom verzoekt;</al></li><li nr="c."><al>de standplaatszoekende is overleden;</al></li><li nr="d."><al>de geldigheidstermijn van de inschrijving is
                                                verstreken;</al></li><li nr="e."><al>de standplaatszoekende een standplaats of woning in
                                                Nederland krijgt toegewezen en deze accepteert;</al></li><li nr="f."><al>de standplaatszoekende een standplaats achterlaat
                                                bij toewijzen en acceptatie van een woning;</al></li><li nr="g."><al>de standplaatszoekende gegevens heeft verstrekt bij
                                                de inschrijving waarvan deze wist of redelijkerwijs
                                                kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                                waren;</al></li><li nr="h."><al>de standplaatszoekende niet binnen tien dagen zijn
                                                inschrijving heeft gecontinueerd door inzending van
                                                een door burgemeester en wethouders te verstrekken
                                                enquêteformulier.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>In te dienen bescheiden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij inschrijving in het register worden de volgende
                                        bescheiden overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een uittreksel uit de Gemeentelijke
                                                Basisadministratie van de woonplaats van
                                                aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>een geldig identiteitsbewijs;</al></li><li nr="c."><al>een geldig verblijfsdocument indien aanvrager niet
                                                de Nederlandse nationaliteit bezit;</al></li><li nr="d."><al>bewijzen van inkomsten waaruit het huidige inkomen
                                                van het huishouden blijkt;</al></li><li nr="e."><al>indien de aanvrager behoort tot de groep personen
                                                genoemd in artikel 18 van de voormalige
                                                Woonwagenwet: een bewonersverklaring waaruit blijkt
                                                dat de woningzoekende daadwerkelijk tot de
                                                traditionele doelgroep behoort.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gemeente Amsterdam worden eveneens bescheiden
                                        overgelegd waaruit blijkt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de standplaatszoekende een bedrijf of beroep
                                                uitoefent dat verband houdt met de exploitatie van
                                                het circus- of kermisbedrijf;</al></li><li nr="b."><al>minimaal 70% van zijn/haar gemiddeld jaarinkomen
                                                over de afgelopen drie kalenderjaar binnen het onder
                                                a genoemde bedrijf of beroep heeft vergaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere gegevens
                                        te vragen die nodig zijn om de inschrijving te
                                        beoordelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen de
                                        huisvestingsvergunning voor het betrekken van een
                                        standplaats, indien het huishouden voldoet aan de
                                        voorwaarden genoemd in artikel 4 en het huishouden volgens
                                        de volgordebepaling bedoeld in artikel 26 als eerste voor de
                                        standplaats in aanmerking komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 5, derde lid, artikel 6 en artikel 7, eerste lid,
                                        zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er kan één huisvestingsvergunning per huishouden worden
                                        verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning
                                    intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven
                                            van de vergunning geen gebruik meer te willen
                                            maken;</al></li><li nr="b."><al>de vergunninghouder de in de vergunning vermelde
                                            standplaats niet binnen de genoemde termijn in gebruik
                                            heeft genomen;</al></li><li nr="c."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                            vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist
                                            of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of
                                            onvolledig waren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Nadere uitwerking</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen regels op over de wijze van
                                    verdeling en volgordebepaling bij toewijzing van een standplaats
                                    aan een standplaatszoekende.</al></artikel></paragraaf></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>WIJZIGING VAN DE WOONRUIMTEVOORRAAD</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>I</nr><titel>ONTTREKKING, SAMENVOEGING EN OMZETTING</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bepaalde in paragraaf één tot met drie is van toepassing
                                        in de volgende gemeenten:</al><lijst><li nr="a."><al>Amstelveen;</al></li><li nr="b."><al>Amsterdam;</al></li><li nr="c."><al>Beemster;</al></li><li nr="d."><al>Edam-Volendam;</al></li><li nr="e."><al>Landsmeer;</al></li><li nr="f."><al>Oostzaan;</al></li><li nr="g."><al>Purmerend;</al></li><li nr="h."><al>Uithoorn;</al></li><li nr="i."><al>Waterland;</al></li><li nr="j."><al>Wormerland;</al></li><li nr="k."><al>Zeevang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in paragraaf vier is van toepassing in de
                                        gemeente Amsterdam.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als woonruimte als bedoeld in artikel 30 van de wet, wordt
                                        in de gemeente Amsterdam aangewezen alle woonruimte ongeacht
                                        huur- of koopprijs.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als woonruimte als bedoeld in artikel 30 van de wet, wordt
                                        in de gemeente Amstelveen aangewezen, woonruimte onder de
                                        huur- en koopprijsgrens.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als woonruimte bedoeld in artikel 30 van de wet, wordt in de
                                        gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan,
                                        Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zeevang
                                        aangewezen:</al><lijst><li nr="a."><al>alle woonruimte ongeacht huur- of koopprijs voor
                                                zover het betreft onttrekking aan de bestemming tot
                                                bewoning;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte onder de huur- of koopprijsgrens voor
                                                zover het betreft met andere woonruimte samenvoegen
                                                of van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte
                                                omzetten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid wordt als werkingsgebied voor
                                        paragraaf vier (short stay) aangewezen alleen woonruimte tot
                                        stand gekomen vóór 2008, gelegen in de gemeente
                                        Amsterdam.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Reikwijdte vergunningsplicht</titel></kop><al>Het is verboden om woonruimte aangewezen in artikel 27, derde
                                    tot en met zesde lid zonder vergunning aan bestemming tot
                                    bewoning te onttrekken, met andere woonruimte samen te voegen of
                                    van zelfstandig in onzelfstandige woonruimte om te zetten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Procedure aanvraag onttrekkingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag wordt ingediend op een daartoe door burgemeester
                                        en wethouders vastgesteld formulier en gaat ten minste
                                        vergezeld van de in de artikelen 30 en 31 vermelde gegevens
                                        en bescheiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag en de daarbij behorende bescheiden moeten in het
                                        door burgemeester en wethouders vastgestelde aantal worden
                                        ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag mag meer dan één gebouw betreffen indien zij
                                        betrekking heeft op met elkaar samenhangende gebouwen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Op te nemen gegevens</titel></kop><al>Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van de eigenaar;</al></li><li nr="b."><al>de straat, het huisnummer en de kadastrale ligging van
                                            het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de aard en het huidige gebruik van de woonruimte(n)
                                            waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>de namen en de adressen van de bewoners van de
                                            woonruimte(n) waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="e."><al>de koopprijs dan wel de feitelijk betaalde en de
                                            maximaal redelijke huurprijs van de woonruimte(n) waarop
                                            de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="f."><al>in geval van samenvoeging: de naam van de toekomstige
                                            bewoner, de omvang van diens huishouden en de maximaal
                                            redelijke huurprijs van de samen te voegen
                                            woonruimte;</al></li><li nr="g."><al>de motivering van het verzoek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>In te dienen bescheiden</titel></kop><al>Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>één of meer tekeningen van de plattegrond op schaal van
                                            iedere verdieping van het gebouw, alsmede van de
                                            verdieping of verdiepingen waarop de aanvraag betrekking
                                            heeft, met een aanduiding van de beoogde
                                            bestemming;</al></li><li nr="b."><al>een situatietekening, gebaseerd op door of namens
                                            burgemeester en wethouders aangegeven kaartmateriaal
                                            waaruit blijkt de situering van het gebouw ten opzichte
                                            van de in de nabijheid gelegen bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>een compensatievoorstel als bedoeld in artikel 36 eerste
                                            lid onder a;</al></li><li nr="d."><al>de laatste WOZ-waardebeschikking;</al></li><li nr="e."><al>bescheiden betreffende eventueel verleende subsidies ten
                                            behoeve van woningverbetering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen twaalf weken na de
                                    dag waarop de aanvraag is ingediend. Zij kunnen deze termijn
                                    eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Samenloop onttrekking en bouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor het gebouw of de gebouwgedeelten waarop de
                                        aanvraag betrekking heeft, tevens een bouwvergunning is
                                        aangevraagd, kan bij de aanvraag voor overeenkomstige
                                        gegevens en bescheiden worden verwezen naar de
                                        coördinatiebepaling voor vergunningaanvragen uit de
                                        gemeentelijke bouwverordening voor zover die is
                                        opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de situatie als bedoeld in het eerste lid, kunnen
                                        burgemeester en wethouders de beslissing over een aanvraag
                                        voor de onttrekkingsvergunning aanhouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanhouding eindigt uiterlijk twee weken na de beslissing
                                        op de aanvraag voor de bouwvergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Beschikkingsvereisten</titel></kop><al>De onttrekkingsvergunning bevat tenminste de volgende
                                    gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de woonruimte(n) waarop de beschikking betrekking heeft,
                                            aangeduid met de straat, het huisnummer of de kadastrale
                                            ligging, waarbij voor het overige kan worden verwezen
                                            naar de bijgevoegde bescheiden als bedoeld in artikel 31
                                            en</al></li><li nr="b."><al>de verlangde financiële compensatie of de geboden reële
                                            compensatie als bedoeld in artikel 36, eerste lid onder
                                            a en b en</al></li><li nr="c."><al>de mededeling dat binnen één jaar nadat de vergunning
                                            onherroepelijk is geworden van de vergunning moet worden
                                            gebruikgemaakt dan wel de termijn in geval van een
                                            tijdelijke vergunning.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het
                                        belang dat met de onttrekking, samenvoeging of omzetting is
                                        gediend even groot is als of groter is dan het belang van
                                        het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad,
                                        wordt de vergunning verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het
                                        belang van het behoud of de samenstelling van de
                                        woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking,
                                        samenvoeging of omzetting gediende belang wordt de
                                        vergunning verleend onder het stellen van voorwaarden en
                                        voorschriften behoudens het bepaalde in het derde lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het
                                        belang van het behoud of de samenstelling van de
                                        woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking,
                                        samenvoeging of omzetting gediende belang en dit belang niet
                                        door het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende
                                        kan worden gediend, wordt de vergunning geweigerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad omvat
                                        ook de leefbaarheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Voorwaarden en voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning de
                                        volgende voorwaarden en voorschriften verbinden:</al><lijst><li nr="a."><al>het toevoegen van een of meer naar het oordeel van
                                                burgemeester en wethouders gelijkwaardige woonruimte
                                                aan de woonruimtevoorraad (reële compensatie);</al></li><li nr="b."><al>het betalen van een financiële compensatie bij
                                                onttrekking van ten hoogste 12% van de WOZ-waarde
                                                van de woonruimte waarvoor de onttrekkingsvergunning
                                                is aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al>de samenvoeging levert een woonruimte op met een
                                                huur- of koopprijs`beneden de huur- of
                                                koopprijsgrens of</al></li><li nr="d."><al>een te krap wonend huishouden woont na de
                                                samenvoeging van woonruimte overeenkomstig artikel
                                                10 passend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders de voorwaarde genoemd in
                                        het eerste lid onder b aan een vergunning willen verbinden,
                                        stellen zij de hoogte van de financiële compensatie
                                        vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen beslissen tot:</al><lijst><li nr="a."><al>geheel of gedeeltelijke vrijstelling van compensatie
                                                zoals bedoeld in het eerste lid onder b;</al></li><li nr="b."><al>het verlenen van een vrijstelling bij samenvoeging
                                                indien door de eigenaarbewoner een investering is
                                                gedaan ten behoeve van noodzakelijk bouwkundige
                                                herstel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien op grond van het derde lid onder b vrijstelling wordt
                                        verleend hangt de vrijstelling af van de hoogte van de
                                        investering in relatie tot de economische waarde van de
                                        kleinste woning.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De te ontvangen compensatie als bedoeld in eerste lid onder
                                        b, wordt gestort in het lokale volkshuisvestingsfonds, dat
                                        wordt gebruikt voor het realiseren van nieuwe
                                        woonruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning
                                    intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk
                                            is geworden, is overgegaan tot onttrekking;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                            vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist
                                            of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of
                                            onvolledig waren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Tijdelijke onttrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een tijdelijke
                                        onttrekkingsvergunning verlenen als het belang van de
                                        aanvrager slechts voor een bepaalde tijd aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een tijdelijke onttrekkingsvergunning kan worden verleend
                                        voor ten hoogste vijf jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voor
                                        tijdelijke onttrekking de voorwaarde van financiële
                                        compensatie verbinden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze compensatie bedraagt ten hoogste 1,2 % van de
                                        WOZ-waarde van de betreffende woonruimte.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Tijdelijke onttrekking voor short stay (kort wonen)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Vergunning voor short stay</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in verband met short stay
                                        een vergunning verlenen wegens de tijdelijke onttrekking aan
                                        de bestemming tot bewoning van zelfstandige woonruimte voor
                                        een periode van maximaal 10 jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt slechts verleend indien de woonruimte
                                        geschikt blijft voor bewoning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>In de aanvraag op te nemen gegevens en bescheiden</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in de artikelen 30 en 31 bevat de
                                    aanvraag de volgende gegevens en bescheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>de straat, het huisnummer en de kadastrale ligging van
                                            het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="b."><al>de aard en het huidige gebruik van de woonruimte(n)
                                            waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de maximaal redelijke huurprijs van de woonruimte(n)
                                            waarop de aanvraag betrekking heeft aan de hand van een
                                            puntenwaardering van de woonruimte volgens het
                                            woningwaarderingstelsel als bedoeld in bijlage 1
                                            behorende bij het Besluit huurprijzen woonruimte;</al></li><li nr="d."><al>uittreksel uit het kadaster ten bewijze dat de aanvrager
                                            eigenaar is en een kopie van een geldig
                                            identiteitsbewijs van de eigenaar;</al></li><li nr="e."><al>de motivering van het verzoek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Belangenafweging</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning tenzij het
                                    belang van het behoud of de samenstelling van de
                                    woonruimtevoorraad alsmede de bescherming van de leefbaarheid
                                    groter is dan het belang van de aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Quotum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen per stadsdeel een quotum
                                        vaststellen voor het maximaal aantal te verlenen
                                        vergunningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij verdeelbesluit bepalen
                                        dat uitsluitend vergunningen worden verleend in bepaalde
                                        gebieden binnen een stadsdeel.</al></lid></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>II</nr><titel>SPLITSING</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bepaalde in Afdeling II is behoudens artikel 52 van
                                        toepassing in de gemeenten:</al><lijst><li nr="a."><al>Amstelveen;</al></li><li nr="b."><al>Amsterdam;</al></li><li nr="c."><al>Diemen;</al></li><li nr="d."><al>Oostzaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gemeente Amsterdam worden als gebouwen aangewezen alle
                                        gebouwen, tot stand gekomen vóór 1940 in het gebied zoals
                                        opgenomen in bijlage vier. De gebiedsafbakening is
                                        vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 8 augustus 1977, nr
                                        19 (Gemeenteblad 1977, afd.3 volgnr. 145).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Uitgezonderd van de aanwijzing in het tweede lid zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen die naar het oordeel van burgemeester en
                                                wethouders door ingrijpende vernieuwbouw afdoende
                                                voldoen aan de nieuwbouweisen.</al></li><li nr="b."><al>gebouwen die eigendom zijn van coöperatieve
                                                flatexploitatievereniging en waarvan de eigendom
                                                wordt gesplitst in een zelfde aantal
                                                appartementsrechten, als het aantal
                                                lidmaatschapsrechten van de
                                                flatexploitatievereniging onder de voorwaarde dat de
                                                lidmaatschapsrechten daadwerkelijk zijn
                                                uitgegeven.</al></li><li nr="c."><al>gebouwen waarin meerdere woonruimten aanwezig zijn,
                                                die alle samen in één appartementsrecht worden
                                                ondergebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de gemeente Amstelveen worden als gebouwen aangewezen
                                        alle huur- en koopwoningen beneden de huur- en
                                        koopprijsgrens.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de gemeente Diemen worden als gebouwen aangewezen alle
                                        huurwoningen beneden de huurprijsgrens.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In de gemeenten Oostzaan worden als gebouwen aangewezen alle
                                        gebouwen bevattende woonruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Reikwijdte vergunningplicht</titel></kop><al>Het is verboden een recht op een gebouw dat behoort tot de in
                                    artikel 43 aangewezen categorie, zonder vergunning van
                                    burgemeester en wethouders te splitsen in appartementsrechten
                                    als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde lid, boek 5 van het
                                    Burgerlijk Wetboek, indien een of meer appartementsrechten de
                                    bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten
                                    van het gebouw als woonruimten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Procedure aanvraag splitsingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een splitsingsvergunning moet schriftelijk worden
                                        aangevraagd op een door burgemeester en wethouders
                                        vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag mag meer dan één gebouw betreffen als het
                                        aangrenzende gebouwen betreft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Op te nemen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en (correspondentie)adres van de
                                                aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de straat, het huisnummer en de kadastrale ligging
                                                van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft
                                                en het jaar van totstandkoming;</al></li><li nr="c."><al>de aard en het huidige gebruik van de woonruimte(n)
                                                waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>de namen en de adressen van de bewoners van de
                                                woonruimte(n) waarop de aanvraag betrekking
                                                heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op het eerste lid wordt in de gemeente
                                        Amsterdam tevens de maximale huurprijs van de woonruimten
                                        van het gebouw verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>In te dienen bescheiden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de aanvraag worden tenminste de volgende bescheiden
                                        overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>één of meer tekeningen waaruit blijkt:</al><lijst><li nr="-"><al>de plattegrond van iedere verdieping van het
                                                  gebouw;</al></li><li nr="-"><al>de lengte- en dwarsdoorsneden;</al></li><li nr="-"><al>alle gevelaanzichten;</al></li><li nr="-"><al>details die verband houden met de geluidwering
                                                  en de brandveiligheid.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>een situatietekening, gebaseerd op door of namens
                                                burgemeester en wethouders aangegeven
                                                kaartmateriaal, waaruit blijkt de situering van het
                                                gebouw ten opzichte van de in de nabijheid gelegen
                                                bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>een splitsingsplan dat voldoet aan de vereisten als
                                                neergelegd in artikel 109 van boek 5 van het
                                                Burgerlijk Wetboek en het krachtens dat artikel
                                                vastgestelde besluit betreffende splitsing in
                                                appartementsrechten, waarin de indeling en de met de
                                                splitsing beoogde eigendomswijzigingen zijn
                                                aangegeven op ten minste de schaal 1 :100 en</al></li><li nr="d."><al>een bouwkundig rapport waaruit afdoende blijkt dat
                                                de toestand van het gebouw zich uit een oogpunt van
                                                indeling of staat van onderhoud niet tegen splitsing
                                                verzet, dan wel hoe het gebouw hiertoe zal worden
                                                aangepast.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op het eerste lid wordt in de gemeente
                                        Amsterdam tevens een ondertekende verklaring inzake deelname
                                        aan de Gedragscode splitsen Amsterdam overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na
                                        de dag waarop de aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslistermijn eenmalig
                                        met dertien weken verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Beschikkingsvereisten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De splitsingsvergunning bevat in ieder geval de volgende
                                        gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de woonruimte(n) waarop de beschikking betrekking
                                                heeft, aangeduid met de straat, het huisnummer en/of
                                                de kadastrale ligging, waarbij in ieder geval wordt
                                                verwezen naar het splitsingsplan als bedoeld in
                                                artikel 109 boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.</al></li><li nr="b."><al>de termijn waarbinnen van de splitsingsvergunning
                                                gebruik moet worden gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De splitsingsvergunning heeft een geldigheidsduur van één
                                        jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, tenzij
                                        een langere geldigheidsduur is vermeld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al><vet>In verband met woonruimtevoorraad</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de
                                            splitsingsvergunning weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebouw of het gedeelte van het gebouw waarop
                                                  de vergunningaanvraag betrekking heeft, één of
                                                  meer woonruimten bevat die worden verhuurd of die
                                                  laatstelijk verhuurd zijn geweest;</al></li><li nr="b."><al>dan wel het gebouw of gedeelte van een gebouw,
                                                  voor zover dit geheel of gedeeltelijk verhuurd is
                                                  geweest voor bewoning, in strijd met de
                                                  voorschriften van een bestemmingsplan als bedoeld
                                                  in artikel 3.5 dan wel een inpassingsplan als
                                                  bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van de Wet
                                                  ruimtelijke ordening of met enig wettelijk
                                                  voorschrift, geheel of gedeeltelijk voor een ander
                                                  doel dan voor bewoning in gebruik genomen;</al></li><li nr="c."><al>de maximale huurprijs voor één of meer van die
                                                  woonruimte de huurtoeslaggrens niet te boven
                                                  gaat;</al></li><li nr="d."><al>niet gewaarborgd is dat die woonruimte(n) na de
                                                  voorgenomen splitsing bestemd blijft of blijven
                                                  voor verhuur ter bewoning en</al></li><li nr="e."><al>het belang dat de aanvrager heeft bij splitsing
                                                  niet opweegt tegen het belang van het behoud van
                                                  de woonruimtevoorraad, voor zover die voor verhuur
                                                  is bestemd.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>In verband met belemmering van de
                                    stadsvernieuwing</vet></al><lijst><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de
                                            splitsingsvergunning eveneens weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw waarop de
                                                  aanvraag betrekking heeft is gelegen, een
                                                  bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.5 van de
                                                  Wet ruimtelijke ordening van kracht is, dan wel
                                                  een ontwerp voor een zodanig plan of zodanige
                                                  verordening of voor een herziening daarvan in
                                                  procedure is;</al></li><li nr="b."><al>het ontwerp voor dat plan of voor die
                                                  verordening, dan wel voor de herziening daarvan
                                                  ter inzage is gelegd voordat de aanvraag van de
                                                  splitsingsvergunning is ingediend, dan wel, indien
                                                  de aanvraag krachtens artikel 51 is aangehouden,
                                                  voor dat die aanhouding is geëindigd;</al></li><li nr="c."><al>de voorgenomen splitsing naar het oordeel van
                                                  burgemeester en wethouders nadelig gevolgen kan
                                                  hebben voor de met het plan of die verordening
                                                  nagestreefde of na te streven doeleinden en</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de aanvrager bij splitsing heeft,
                                                  niet opweegt tegen het belang van het voorkomen
                                                  van belemmering van de modernisering of
                                                  vervanging.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>In verband met de toestand van het gebouw</vet></al><lijst><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de
                                            splitsingsvergunning ten slotte weigeren indien;</al><lijst><li nr="a."><al>de toestand van het gebouw waarop de aanvraag
                                                  betrekking heeft, zich uit een oogpunt van
                                                  indeling of de staat van onderhoud geheel of ten
                                                  dele verzet, en</al></li><li nr="b."><al>de desbetreffende gebreken niet door het treffen
                                                  van voorzieningen of het aanbrengen van
                                                  verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel
                                                  onvoldoende verzekerd is, dat die gebreken zullen
                                                  worden opgeheven.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Van gebreken als bedoeld in het voorgaande lid is in
                                            ieder geval sprake, indien een handhavingsbesluit
                                            ingevolge artikel 1b, tweede lid van de Woningwet is
                                            genomen of is aangeschreven ingevolge de artikelen 13 of
                                            13a van de Woningwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Aanhoudingsgronden</titel></kop><al><vet>In verband met belemmering van de
                                    stadsvernieuwing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een
                                            aanvraag aan indien:</al><lijst><li nr="a."><al>een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel
                                                  3.7 van de Wet ruimtelijke ordening van kracht is
                                                  met het oog op de voorbereiding van een
                                                  stadsvernieuwingsplan of van een herziening
                                                  daarvan;</al></li><li nr="b."><al>dat besluit is genomen voordat de aanvraag om
                                                  vergunning werd ingediend;</al></li><li nr="c."><al>redelijkerwijs mag worden verwacht dat de in het
                                                  stadsvernieuwingsplan op te nemen maatregelen
                                                  nadelig kunnen worden beïnvloed door de
                                                  voorgenomen splitsing, en</al></li><li nr="d."><al>redelijkerwijs mag worden verwacht dat het
                                                  belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing
                                                  heeft, niet opweegt tegen het belang van het
                                                  voorkomen van belemmering van de modernisering of
                                                  vervanging.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanhouding als bedoeld in het eerste lid duurt niet
                                            langer dan tot het moment dat het voorbereidingsbesluit
                                            ingevolge artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening is
                                            vervallen, waarna burgemeester en wethouders binnen vier
                                            weken beslissen op een aanvraag om een
                                            splitsingsvergunning.</al></li></lijst><al><vet>In verband met de toestand van het gebouw</vet></al><lijst><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een
                                            aanvraag aan indien de aanvrager aannemelijk kan maken
                                            dat hij de gebreken als bedoeld in artikel 50, derde lid
                                            met het oog op de voorgenomen splitsing zal opheffen
                                            binnen een daarvoor door burgemeester en wethouders
                                            gestelde termijn.</al></li><li nr="4."><al>Van gebreken als bedoeld in het voorgaande lid is in
                                            ieder geval sprake, indien een handhavingsbesluit
                                            ingevolge artikel 1b, tweede lid van de Woningwet is
                                            genomen of is aangeschreven ingevolge de artikelen 13 of
                                            13a van de Woningwet.</al></li><li nr="5."><al>In geval van het vierde lid, wordt in het besluit tot
                                            aanhouding met betrekking tot de op te heffen gebreken
                                            en de daarvoor geldende termijn verwezen naar die
                                            aanschrijving.</al></li><li nr="6."><al>Nadat door burgemeester en wethouders is vastgesteld dat
                                            de gebreken als bedoeld in artikel 50 derde en vierde
                                            lid zijn hersteld, dan wel de noodzakelijke
                                            voorzieningen zijn getroffen binnen de daarvoor
                                            aangegeven termijn, wordt met inachtneming van de
                                            Bouwverordening van de betreffende gemeente binnen vier
                                            weken de vergunning verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Voorwaarden en verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel is alleen van toepassing in de gemeente
                                        Amsterdam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen indien een aanvraag voor
                                        een splitsingsvergunning wordt gedaan in samenhang met een
                                        bouwplan in het kader van een complexgewijze aanpak of
                                        waarvoor een bouwvergunning is verleend, de vergunning
                                        verlenen onder de opschortende voorwaarde dat het
                                        betreffende bouwplan is uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid van artikel 51, derde lid
                                        kunnen burgemeester en wethouders een zekerheidstelling
                                        eisen, waardoor de uitvoering van het door hen goedgekeurde
                                        maar nog niet uitgevoerde bouwplan, dan wel het opheffen van
                                        de bouwkundige gebreken aan het gebouw verzekerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van toepassing van het derde lid, wordt binnen acht
                                        weken na verlening van de splitsingsvergunning een aanvang
                                        gemaakt met de werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gereedmelding van de werkzaamheden wordt binnen een door
                                        burgemeester en wethouders bepaalde termijn bij hen
                                        gedaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op een door aanvrager
                                        tijdig gedaan schriftelijk verzoek een van het vijfde lid
                                        afwijkende termijn vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in hun oordeel omtrent
                                        weigering of aanhouding van de splitsingsvergunning
                                        betrekken de wijze waarop de aanvrager van de vergunning
                                        zich heeft gedragen conform de Gedragscode splitsen
                                        Amsterdam.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Vergunningverlening corporaties</titel></kop><al>Een aanvraag voor een splitsingvergunning door een corporatie
                                    wordt niet geweigerd, indien wordt voldaan aan de volgende
                                    voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>er geen bezwaar is van de kant van burgemeester en
                                            wethouders op grond van een zwaarwegend
                                            volkshuisvestingsbelang;</al></li><li nr="b."><al>er van de zijde van de Minister voor de
                                            Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
                                            geen bezwaar is als bedoeld in artikel 11e, derde lid,
                                            onder b, van het Besluit beheer sociale huursector tot
                                            verkoop van het gebouw waarop de aanvraag betrekking
                                            heeft;</al></li><li nr="c."><al>de woningcorporatie voldoet aan de bepalingen van een
                                            tussen burgemeester en wethouders en de corporatie(s)
                                            overeengekomen of overeen te komen convenant inzake
                                            splitsing en verkoop van huurwoningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Quotum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeesters en wethouders kunnen per gebiedsdeel een
                                        quotum vaststellen voor het aantal te verlenen vergunningen
                                        per jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt genomen voor
                                        1 september van het kalenderjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning
                                    intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk
                                            is geworden, is overgegaan tot overschrijving in
                                            openbare registers van de akte van splitsing in
                                            appartementsrechten, bedoeld in artikel 109 van Boek 5
                                            van het Burgerlijk Wetboek, of tot het verlenen van
                                            deelnemings- of lidmaatschapsrechten;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                            vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist
                                            of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of
                                            onvolledig waren.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>VERDERE BEPALINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Wijzigingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel>Overleg bij wijziging</titel></kop><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze
                                verordening pleegt het dagelijks bestuur overleg met burgemeester en
                                wethouders en met de in de Stadsregio werkzame corporaties en met
                                andere daarvoor naar zijn oordeel in aanmerking komende organisaties
                                die binnen de Stadsregio werkzaam zijn op het gebied van de
                                volkshuisvesting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr><titel>Overeenkomsten</titel></kop><al>De Stadsregio Amsterdam kan met eigenaren van woonruimten een
                                overeenkomst sluiten over de verdeling van woonruimte. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Verslaglegging en monitoring</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>58</nr><titel>Verstrekken van inlichtingen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verstrekken het dagelijks bestuur alle
                                door haar verlangde inlichtingen, die naar zijn oordeel nodig zijn
                                voor een juiste beoordeling van de wijze waarop burgemeester en
                                wethouders deze verordening uitvoeren.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Handhaving en toezicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>59</nr><titel>Handelen in strijd met onttrekkingsvergunning</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met enig aan de vergunning als bedoeld in
                                artikel 30 van de wet verbonden voorschrift, wordt geacht zonder
                                vergunning te hebben gehandeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>60</nr><titel>Bestuurlijke boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete
                                    opleggen bij overtreding van artikel 7 en artikel 30 van de
                                    wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders leggen een boete op</al><lijst><li nr="a."><al>voor de eerste overtreding van de artikelen genoemd in
                                            het eerste lid overeenkomstig kolom A van de in bijlage
                                            vijf opgenomen tabel;</al></li><li nr="b."><al>voor de tweede en volgende overtreding van de artikelen
                                            genoemd in het eerste lid binnen drie jaar na de eerste
                                            overtreding overeenkomstig kolom B van de in bijlage
                                            vijf genoemde tabel.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Restbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>61</nr><titel>Mandaat</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de uitoefening van hun
                                bevoegdheden krachtens hoofdstuk 2 te mandateren aan corporaties en
                                eigenaren van particuliere huurwoningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>62</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslissen
                                burgemeester en wethouders, gehoord het dagelijks bestuur, waarbij
                                zij zich uitsluitend zullen laten leiden door overwegingen
                                betrekking hebbende op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling
                                van schaarse woonruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>63</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de
                                toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere
                                hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze
                                verordening.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>64</nr><titel>Experimenten</titel></kop><al>De regioraad is bevoegd, op voorstel van burgemeester en wethouders,
                            voor een beperkte periode af te wijken van (onderdelen van) deze
                            verordening ten behoeve van experimenten in het belang van de
                            volkshuisvesting, mits niet in strijd met de wet of het besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>65</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen voor een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 5,
                                een onttrekkingsvergunning als bedoeld in artikel 29 en een
                                splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 45, die vóór of op de
                                dag van inwerkingtreding van onderhavige verordening zijn ingediend,
                                worden behandeld volgens de Regionale Huisvestingsverordening
                                Stadsregio Amsterdam 2008, tenzij deze verordening voor betrokkene
                                gunstiger is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen en indicaties, met
                                inbegrip van daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften vóór het
                                tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening
                                verleend krachtens de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio
                                Amsterdam 2008, gelden als vergunningen, toestemmingen,
                                voorrangsverklaringen en indicaties, met inbegrip van daaraan
                                verbonden voorwaarden en voorschriften als bedoeld in deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een bezwaarschrift wordt of is ingediend met betrekking tot
                                een beslissing bedoeld in het tweede lid, wordt op het bezwaar
                                eveneens beslist met toepassing van de ten tijde van de aanvraag
                                geldende bepalingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voor de inwerkingtreding gedane inschrijvingen van
                                standplaatszoekenden, worden geacht inschrijvingen te zijn als
                                bedoeld in artikel 22 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer het aantal aanvragen voor een vergunning als bedoeld in
                                artikel 39 (short stay) die binnen een door burgemeester en
                                wethouders vast te stellen termijn voor de eerste keer zijn gedaan
                                meer bedraagt dan op grond van artikel 42 vastgestelde quotum, zal
                                loting plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>66</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Regionale Huisvestingsverordening
                            Stadsregio Amsterdam 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>67</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2008 wordt
                                per 1 januari 2010 ingetrokken.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>BIJLAGE </label><nr>1</nr><titel>BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2, LID 4</titel></kop><tussenkop>Gemeente Amstelveen</tussenkop><al>1. Bejaardenwoningen met dienstverlening op indicatie van de Stichting Welzijn
                    Ouderen;</al><al>2. Woonruimten geleden in het complex ‘Aemstelsteijn’ aan de Laan van de Helende
                    Meesters.</al><al/><tussenkop>Gemeente Amsterdam</tussenkop><al>3.Woonruimten die deel uitmaken van door Burgemeester en Wethouders aangewezen
                    complexen bestemd voor huisvesting van studenten die staan ingeschreven voor een
                    volledige dagopleiding aan een onderwijsinstelling voor middelbaar of hoger
                    beroepsonderwijs of universiteit in de Stadsregio Amsterdam.</al><al/><tussenkop>Gemeente Purmerend</tussenkop><al>4. Woonruimten in de Oude Stad boven het Willem Eggert Centrum;</al><al>5. Woonruimten in beheer bij AFC vastgoed en Hoorn, De Vos, Metselaar en
                    Sturop.</al></bijlage><bijlage><kop><label>BIJLAGE </label><nr>2</nr><titel>BEHORENDE BIJ ARTIKEL 9</titel></kop><al/><tussenkop>Voor alle regiogemeenten excl. Amsterdam en Diemen</tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Huishouden</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Max. Inkomen €</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Max. huur €</vet></al><al><vet>(prijspeil 1 juli 2009)</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 p &lt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>20.976</al></entry><entry colname="col3"><al>511,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 p &gt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>19.800</al></entry><entry colname="col3"><al>511,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 p &lt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>28.475</al></entry><entry colname="col3"><al>511,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2p &gt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>27.075</al></entry><entry colname="col3"><al>511,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&gt; 2 p &lt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>28.475</al></entry><entry colname="col3"><al>548,18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&gt; 2 p &gt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>27.075</al></entry><entry colname="col3"><al>548,18</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Gemeente Diemen</tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Huishouden</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Max. Inkomen €</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Max. huur €</vet></al><al><vet>(prijspeil 1 juli 2009)</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 p &lt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 20.975</al><al>20.976 - 37.020</al></entry><entry colname="col3"><al>0 - 511,50</al><al>357,37- 647,53</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 p &gt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 19.800</al><al>19.801 - 37.020</al></entry><entry colname="col3"><al>0 - 511,50</al><al>357,37 - 647,53</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 p &lt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 28.475</al><al>28.476 - 37.020</al></entry><entry colname="col3"><al>0 - 511,50</al><al>357,37 - 647,53</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2p &gt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 27.075</al><al>27.076 - 37.020</al></entry><entry colname="col3"><al>0 - 511,50</al><al>357,37 - 647,53</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&gt;2 p &lt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 28.475</al><al>28.476 - 37.020</al></entry><entry colname="col3"><al>0 - 548,18</al><al>357,37 - 647,53</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&gt;2 p &gt; 65 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 27.075</al><al>27.076 - 37.020</al></entry><entry colname="col3"><al>0 - 548,18</al><al>357,37 - 647,53</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Gemeente Amsterdam</tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Huishouden</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Max. Inkomen €</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Max. huur € (prijspeil 1 juli 2009)</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Alle huishoudens</al></entry><entry colname="col2"><al>37.020</al></entry><entry colname="col3"><al>414</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><label>BIJLAGE</label><nr>3</nr><titel>BEHORENDE BIJ ARTIKEL 10</titel></kop><al/><tussenkop>Gemeente Amstelveen</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Woning met woonoppervlak of aantal kamers</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Huishouden met minimaal</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vierkamerwoning &lt; 60 m2</al></entry><entry colname="col2"><al>1 persoon</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tweekamerwoning</al></entry><entry colname="col2"><al>2 t/m 4 personen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Driekamerwoning</al></entry><entry colname="col2"><al>2 t/m 4 personen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vierkamerwoning &gt; 60 m2</al></entry><entry colname="col2"><al>2 t/m 4 personen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vijf kamers of meer</al></entry><entry colname="col2"><al>5 of meer personen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Gemeente Amsterdam+ Diemen</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Woning met woonoppervlak</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Huishouden met minimaal</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0 tot 60 m2</al></entry><entry colname="col2"><al>Elk huishouden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>60 m2 tot 80 m2</al></entry><entry colname="col2"><al>3 personen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>vanaf 80 m2</al></entry><entry colname="col2"><al>5 personen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Overige gemeenten</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Woning met aantal kamers</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Huishouden met minimaal</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>1 persoon</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>1 persoon</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>1 persoon</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>2 persoon</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>3 persoon</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><label>BIJLAGE</label><nr>4</nr><titel>WERKINGSGEBIED SPLITSINGSVERGUNNING PER GEMEENTE</titel></kop><tussenkop>Gemeente Amstelveen</tussenkop><al>Alle huur- en koopwoningen beneden huur- of koopprijsgrens.</al><al/><tussenkop>Gemeente Amsterdam</tussenkop><al>Gebouwen van vóór 1940 in</al><lijst><li nr="a."><al>het gebied omgrensd door
                            Javaplantsoen-Kramatweg-Valentijnkade-Molukkenstraat-het
                            spoorwegemplacement-Kruislaan-de Weespertrekvaart - de Amstel- President
                            Kennedylaan-Europaplein-Wielingenstraat- Diepenbrockstraat-het Zuider
                            Amstelkanaal-Stadionplein-de noordzijde van het Olympisch stadion-de
                            Stadiongracht-het Olympiakanaal-de Schinkel-
                            Riekerhaven-Westlandgracht-Theophile de Bockstraat-Warmondstraat-
                            Postjeskade-een lijn geprojecteerd in het noordelijk verlengde
                            daarvan-Orteliuskade-Robert Scottstraat-Erasmusgracht-Rijksweg
                            no.10-Basisweg-Tranformatorweg-Spaarndammerdijk-Tasmanstraat-de steiger
                            van de derde pontverbinding-het IJ-het Zijkanaal
                            I-Klaprozenweg-Floraweg-Sneeuwbalweg-Buiksloterdijk-Purmerweg-Dirkshornplantsoen-Medemblikstraat-Watergangseweg-de
                            Schellingwouderbreek-Zuiderzeeweg-Flevoweg-Javaplantsoen;</al></li><li nr="b."><al>het gedeelte van Tuindorp Watergraafsmeer dat wordt omgrensd door
                            Zaaiersweg-Middenweg-Onderlangs-Duivendrechtselaan;</al></li><li nr="c."><al>het gedeelte van Tuindorp Oostzaan voor zover dit wordt omgrensd door de
                            Meteorensingel en de Kometensingel;</al></li><li nr="d."><al>het gedeelte van de bebouwing geleden ter weerszijden van de
                            Oostzanerdijk, de Landsmeerdijk, de Kadoelenweg, de Stoombootweg en het
                            Zuideinde.</al></li></lijst><al/><tussenkop>Gemeente Diemen</tussenkop><al>Alle huurwoningen met een rekenhuur beneden de huurprijsgrens.</al><al/><tussenkop>Gemeente Oostzaan</tussenkop><al>Gebouwen bevattende woonruimte.</al></bijlage><bijlage><kop><label>BIJLAGE</label><nr>5</nr><titel>BEHORENDE BIJ ARTIKEL 60</titel></kop><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Tabel bestuurlijke boete</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Kolom A</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Kolom B</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Boetebedrag 1e keer</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Boetebedrag 2e e.v. keer binnen 3 jaar na de 1e
                                            keer</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>In gebruik nemen van woonruimte zonder vergunning</al></entry><entry colname="col2"><al>340*</al></entry><entry colname="col3"><al>340*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>In gebruik geven van woonruimte zonder vergunning bij
                                        niet-bedrijfsmatige exploitatie (door huurder of door
                                        eigenaar met één woning in de verhuur)</al></entry><entry colname="col2"><al>3000</al></entry><entry colname="col3"><al>4500</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>In gebruik geven van woonruimte zonder vergunning bij
                                        bedrijfsmatige exploitatie (eigenaar/verhuurder met meer dan
                                        één woning)</al></entry><entry colname="col2"><al>6000</al></entry><entry colname="col3"><al>9000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>In gebruik geven van woonruimte zonder vergunning door een
                                        huurder tegen een hogere huurprijs dan door hemzelf
                                        feitelijk wordt betaald</al></entry><entry colname="col2"><al>12000</al></entry><entry colname="col3"><al>18500</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onttrekken zonder vergunning</al></entry><entry colname="col2"><al>12000</al></entry><entry colname="col3"><al>18500*</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><tussenkop><vet>TOELICHTING REGIONALE
                    HUISVESTINGSVERORDENING</vet></tussenkop><al/><tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop><al/><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Per 1 januari 2006 is met de inwerkingtreding van hoofdstuk XI van de Wet
                    Gemeenschappelijke Regeling (WGR+) ook de Huisvestingswet gewijzigd. Door die
                    wijziging is de Regioraad van de Stadsregio Amsterdam bevoegd een regionale
                    huisvestingsverordening vast te stellen (artikel 2, derde lid van de
                    Huisvestingswet). Doel van de wetgever is om te bewerkstelligen dat er binnen
                    een Stadsregio een samenhangend woonbeleid wordt gevoerd.</al><al>De voorliggende huisvestingsverordening vervangt de verordening van 2008, waarin
                    alle tot dan toe geldende gemeentelijke huisvestingsverordeningen alsmede de
                    huisvestingsverordeningen van de stadsdelen van de gemeente Amsterdam waren
                    gebundeld. In de verordening zijn regels gesteld voor:</al><al>o <cursief>de verdeling van (schaarse) woonruimte (huisvestingsvergunning),
                        en</cursief></al><al>o <cursief>het behoud of de samenstelling </cursief>van de woningvoorraad
                        <cursief>(vergunningenstelsels voor het samenvoegen, onttrekken en splitsen
                        van woonruimte).</cursief></al><al/><tussenkop>Opzet en beleidsuitgangspunten verordening</tussenkop><al>Het ontwerp van de nieuwe regionale verordening beoogt één eenduidige,
                    samenhangende, transparante regeling te zijn met oog voor de lokale verschillen
                    in aard en samenstelling van de woningvoorraad tussen de gemeenten in de
                    stadsregio. Het bestaande beleid dat was neergelegd in de voorgaande verordening
                    is daarbij niet gewijzigd. Wel heeft harmonisatie van procedures
                    plaatsgevonden.</al><al>Gemeenten hebben zelf bepaald van welke hoofdstukken en afdelingen in de
                    verordening zij gebruik maken. Aan het begin van elke afdeling in de verordening
                    is aangegeven in welke gemeenten de betreffende bepalingen van toepassing zijn. </al><al>De verordening geeft <cursief>alleen </cursief>bepalingen die betrekking hebben
                    op de verlening van de huisvestingsvergunning, de onttrekkingsvergunning en de
                    splitsingsvergunning. De inhoudelijke criteria voor de drie vergunningenstelsels
                    zijn gegeven alsmede waar nodig procedurebepalingen.</al><al>De overige belangrijkste beleidsuitgangpunten in de regionale
                    huisvestingsverordening zijn als volgt samen te vatten:</al><al>één regionale markt waarbinnen economisch en maatschappelijk aan de stadsregio
                    gebonden woningzoekenden zich vrij kunnen bewegen; </al><al>formulering van het woonruimteverdelingsbeleid voor woonruimte en
                    standplaatsen;</al><al>regionale bepalingen voor behoud of samenstelling woonruimtevoorraad</al><al>één inhoudelijk kader voor urgentiecriteria.</al><al>De regionale huisvestingverordening vormt de grondslag voor het bestuurlijk
                    handelen bij woonruimteverdeling en bij behoud of samenstelling van de
                    woningvoorraad. De Stadsregio stelt de verordening vast, de gemeenten
                    (burgemeester en wethouders) voeren de verordening uit. Op diverse plaatsen is
                    ruimte voor het lokale bestuur om beleidsregels op te stellen op grond van
                    artikel 4.81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht. In deze beleidsregels kan
                    het ‘lokale’ beleid worden uitgewerkt, voorzover dat past binnen het regionaal
                    gegeven kader. Beleidsregels mogen daarmee niet in strijd zijn. </al><al/><tussenkop>Relatie met het Convenant Woonruimteverdeling</tussenkop><al>Het Convenant woonruimteverdeling Stadsregio Amsterdam 2008 bestaat naast de
                    verordening. Het Convenant is gesloten tussen de Stadsregio en de
                    woningcorporaties, werkzaam in de stadsregio en die lid zijn van het Platform
                    Woningcorporaties Noordvleugel Randstad.</al><al>De regels van het convenant woonruimteverdeling hebben alleen betrekking op de
                    verdeling van de huurwoningen van corporaties. Voor andere woningeigenaren
                    gelden deze afspraken niet. De huisvestingsverordening daarentegen geldt voor
                    alle woningeigenaren met woningbezit dat valt binnen de gegeven reikwijdte van
                    de drie vergunningenstelsels. In het Convenant zijn onderdelen opgenomen die
                    géén betrekking hebben op de vergunningverlening. Deze onderdelen zijn daarom
                    niet in de verordening opgenomen. Dat geldt voor de overeengekomen systematiek
                    van woonruimteverdeling, het aanbieden van woonruimte via WoningNet en de
                    afspraken over de toewijzing van woonruimte. Hierbij moet gedacht worden aan de
                    bepalingen inzake de inschrijving van woningzoekenden (artikel 4 en 5
                    convenant), de volgorde voor toewijzing (artikel 5 en 11), de wijze van
                    aanbieden van woonruimte (artikel 8 convenant). Ook het invullen van de lokale
                    beleidsruimte (artikel 12 convenant) en de labeling van woonruimte (artikel 7
                    convenant) gaan niet over de verlening van de huisvestingsvergunning.</al><al>Op een aantal plaatsen zijn bepalingen in de verordening vrijwel identiek met
                    die in het Convenant. Dat is het geval bij de artikelen die de
                    vergunningverlening betreffen. Het gaat hierbij om de toelatingscriteria voor
                    vergunningverlening (artikel 4 verordening), ten dele de passendheid (artikel 9
                    verordening) en de urgentiecriteria (artikel 14, tweede lid a t/m f
                    verordening).</al><al>Gemeenten kunnen ten aanzien van het onderdeel woonruimteverdeling (hoofdstuk 2)
                    kiezen om alleen te werken met de bepalingen uit het Convenant. De verdeling van
                    woonruimte van de corporaties de urgentieverlening inbegrepen, vindt dan geheel
                    plaats onder privaatrechtelijke spelregels. Andere eigenaren vallen hier niet
                    onder.</al><al>Gemeenten kunnen ook kiezen voor het toepassen van zowel de regels uit het
                    Convenant voor de corporaties als de regels uit de verordening voor overige
                    woningeigenaren.</al><al/><tussenkop>Verdeling standplaatsen</tussenkop><al>De huisvestingsverordening geeft bepalingen voor het verdelen van standplaatsen
                    voor woonwagens. Gemeenten kunnen voor het betrekken van een standplaats
                    huisvestingsvergunningen eisen. Kandidaten moeten zich kunnen inschrijven. De
                    manier waarop vrijkomende standplaatsen worden toegewezen aan de ingeschrevenen
                    is niet geregeld. Gemeenten kunnen bij toewijzing voorrang geven aan personen
                    uit de traditionele doelgroep. Kandidaten moeten dat wel aantonen.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomsten sluiten met beheerders of
                    woningcorporaties over de wijze van verdeling van standplaatsen. Binnen de
                    stadsregio kent de gemeente Zaanstad een dergelijke overeenkomst.</al><al/><tussenkop>Regionaal kader voor behoud of samenstelling
                    woningvoorraad</tussenkop><al>In de huisvestingsverordening is voor het eerst regionaal beleid opgenomen ten
                    aanzien van het behoud of samenstelling van de woningvoorraad. De opgenomen
                    bepalingen gelden voor de gemeenten in de regio die kiezen hiervan gebruik te
                    maken. In de Stadsregio willen tien gemeenten beleid voeren voor onttrekking van
                    woonruimte. Dit betreft de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Edam-
                    Volendam, Oostzaan, Purmerend, Uithoorn Waterland, Wormerland en Zeevang.</al><al>De overige gemeenten hebben hier geen behoefte aan.</al><al>De gemeente Amstelveen, Amsterdam, Diemen en Oostzaan willen splitsingsbeleid
                    voeren.</al><al>De bepalingen over onttrekking, samenvoeging, omzetting en splitsing hebben een
                    groter werkingsgebied dan de verdelingsbepalingen voor woonruimte. De
                    verdelingsbepalingen gaan over huurwoningen tot de huurprijsgrens. Het
                    onttrekkingsbeleid kan alle woonruimte ongeacht huur- of koopprijs omvatten. Het
                    splitsingsbeleid kan betrekking hebben op alle gebouwen bevattende woonruimte.
                    Soms wil de gemeente een ander gebruik dan wonen voor een tijdelijke periode
                    toestaan. De verordening biedt hiervoor nog twee mogelijkheden. Er kan
                    vergunning worden verleend voor tijdelijke onttrekking van woonruimte of een
                    vergunning voor short stay (kort wonen).</al><al>Een voorbeeld van tijdelijke onttrekking is zelfstandige woning in gebruik geven
                    als onzelfstandige woonruimte aan studenten, totdat voor hen bestemde nieuwbouw
                    gereed is. De zelfstandige woonruimte wordt omgezet in onzelfstandige
                    woonruimte. De tijdelijkheid moet worden aangetoond door de aanvrager. In dat
                    geval kan een vergunning voor tijdelijke onttrekking worden verleend. De
                    toelichting bij de Huisvestingswet spreekt hierbij van een termijn van vijf
                    jaar. Voor een tijdelijke onttrekking kan een financiële compensatie worden
                    gevraagd. Dit zal wel een lager bedrag moeten zijn dan bij permanente
                    onttrekking, omdat er sprake is van tijdelijkheid.</al><al>De gemeente Amsterdam wil “kort wonen” in de stad reguleren. Het gaat dan om
                    verblijf in de stad voor een periode langer dan zeven nachten en korter dan zes
                    maanden. Verblijft men langer dan zes maanden dan valt dit onder wonen als
                    bedoeld in de Huisvestingswet. Verblijf korter dan zeven nachten in de stad valt
                    onder hotelmatig gebruik.</al><al>Voor kort wonen is veel belangstelling bij expats en mensen die stages lopen of
                    tijdelijke opdrachten doen bij (internationale) bedrijven. Het internationale
                    karakter van de stad trekt deze doelgroepen aan.</al><al/><tussenkop>Rechtsbescherming</tussenkop><al>Gemeenten die de woonruimteverdeling laten plaatsvinden op grond van het
                    Convenant, zullen voor de rechtsbescherming van woningzoekenden een
                    onafhankelijke klachtencommissie in het leven moeten roepen.</al><al>In de gemeenten die werken met een of meer vergunningenstelsel kunnen burgers
                    bezwaar en beroep instellen op grond van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al/><tussenkop>Indeling van de huisvestingsverordening</tussenkop><al>De verordening bestaat uit vijf hoofdstukken. Hoofdstuk 1 geeft definities.
                    Hoofdstuk 2 geeft bepalingen over de verdeling van woonruimte en standplaatsen.
                    Hoofdstuk 3 regelt samenvoeging, onttrekking, omzetting en splitsing van
                    woonruimte. Hoofdstuk 4 geeft bepalingen voor handhaving en sancties. Hoofdstuk
                    5 tenslotte geeft overgangsbepalingen. </al><al/><tussenkop>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><al/><tussenkop>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</tussenkop><al>In dit hoofdstuk zijn definities van begrippen opgenomen die in de
                    huisvestingsverordening worden gebruikt.</al><al/><tussenkop>HOOFDSTUK 2 VERDELING VAN WOONRUIMTE</tussenkop><al/><tussenkop>Afdeling I Woonruimteverdeling</tussenkop><al>Deze afdeling geeft regels voor het verlenen van huisvestingsvergunningen ten
                    behoeve van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte. Deze
                    afdeling geldt in de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen,
                    Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zeevang.
                    Deze elf gemeenten willen verdelingsbeleid voeren op grond van de
                    huisvestingsverordening en ook met de bijbehorende huisvestingsvergunning
                    werken. De gemeenten Aalsmeer, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Uithoorn en
                    Zaanstad voeren voor wat betreft de woonruimteverdeling beleid op grond van het
                    Convenant Woonruimteverdeling 2008. Deze gemeenten beschikken over weinig
                    particulier bezit en hebben voldoende aan de gemaakte afspraken met de
                    corporaties en maken daarom geen gebruik van hoofdstuk 2 van de
                    verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Werkingsgebied</tussenkop><al>In dit artikel is de woonruimte aangewezen die onder de reikwijdte van dit
                    hoofdstuk valt. De huisvestingsvestingsverordening geeft hiervoor prijsgrenzen.
                    Twee prijsgrenzen voor huurwoningen en één prijsgrens voor koopwoningen.</al><al>In de gemeenten Amstelveen, Beemster, Diemen, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel,
                    Purmerend, Waterland, Wormerland en Zeevang zijn alle huurwoningen (dus zowel in
                    bezit van particulieren als in bezit van corporaties) met een rekenhuur tot de
                    maximumgrens voor huurtoeslag (1 juli 2009: € 647,53) vergunningplichtig. Deze
                    grens is ook vastgelegd in het Convenant Woonruimteverdeling.</al><al>De gemeente Amsterdam heeft een lagere huurprijsgrens (i.c. de 2<sup>e</sup>
                    aftoppingsgrens; € 548,18 (prijspeil 1 juli 2009)). Deze gemeente heeft
                    verhoudingsgewijs veel woningen met een lage huur, waardoor geen behoefte
                    bestaat alle huurwoningen tot € 647,53 te reguleren. Het deel van de
                    corporatiewoningen met een huur tussen € 548,18 en € 647,53 is via het Convenant
                    gereguleerd.</al><al>De reikwijdte in de koopsector blijft in de hele regio beperkt tot
                    nieuwbouwkoopwoningen met een prijs tot € 163.625 (prijspeil 1 januari 2009).
                    Deze grens komt uit de Huisvestingswet en is gebaseerd op het bedrag genoemd in
                    de Wet bevordering eigenwoningbezit. Deze prijsgrens is voor de stadsregio aan
                    de lage kant. Er worden amper nieuwbouwkoopwoningen gebouwd voor een prijs van €
                    163.625. In de praktijk wordt dan ook weinig met deze bepaling gewerkt.</al><al>De Stadsregio heeft het voornemen om de provincie Noord-Holland te vragen deze
                    prijsgrens te gaan verhogen. Er wordt dan gedacht aan een verhoging naar
                    ongeveer € 200.000. Dat sluit aan bij de grens van het Waarborgfonds Sociale
                    Woningbouw. In het vijfde lid is geformuleerd dat de huisvestingsvergunning niet
                    geldt voor onzelfstandige woningen, woonwagens, ligschepen en stand- en
                    ligplaatsen. Voor standplaatsen voor woonwagens geldt wel een vergunningsplicht.
                    In afdeling II is de verdeling van standplaatsen opgenomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Reikwijdte vergunningplicht</tussenkop><al>Dit artikel regelt dat de aangewezen woonruimte in artikel 2 zonder
                    huisvestingsvergunning niet mag worden betrokken en niet in gebruik mag worden
                    gegeven. Hieruit spreekt de wederzijdse verantwoordelijkheid van huurder en
                    verhuurder.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Toelatingscriteria</tussenkop><al>Dit artikel geeft de voorwaarden aan om in aanmerking te kunnen komen voor een
                    huisvestingsvergunning.</al><al/><tussenkop>Minimumleeftijd</tussenkop><al>Voor het kunnen verlenen van een huisvestingsvergunning wordt een
                    minimumleeftijd van 18 jaar gevraagd.</al><al/><tussenkop>Rechtmatig in Nederland</tussenkop><al>Woningzoekenden moeten rechtmatig in Nederland verblijven. Economisch of
                    maatschappelijk gebonden zijn aan de stadsregio of Almere. Binnen de stadsregio
                    wordt gewerkt met een regionale bindingseis. Woningzoekenden moeten een
                    economische of maatschappelijke binding aan de regio of Almere hebben. Acht
                    groepen woningzoekenden zijn van de laatste voorwaarden vrijgesteld, die
                    overeenkomen met de vrijstellingen van de Huisvestingswet (artikel 13c).</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Aanvraag vergunning en in te dienen
                    bescheiden</tussenkop><al>Een huishouden moet de huisvestingsvergunning aanvragen op een formulier van
                    burgemeester en wethouders in de gemeente waar hij woont. Dit artikel geeft aan
                    welke bescheiden de aanvrager moet aanleveren bij de aanvraag. Op grond van het
                    tweede lid kunnen burgemeester en wethouders meer informatie vragen als zij dit
                    nodig hebben om de aanvraag te kunnen beoordelen. In het derde lid is bepaald
                    dat een aanvraag alleen in behandeling wordt genomen als de aanvrager
                    aannemelijk kan maken dat hij ook daadwerkelijk in de woonruimte waarvoor hij de
                    vergunning aanvraagt, gaat wonen. Dit laatste kan duidelijk worden uit het
                    overleggen van een bereidverklaring waarin staat dat de eigenaar de woning
                    daadwerkelijk aan aanvrager in gebruik wil geven. In de gemeente Amsterdam moet
                    bij de aanvraag een dergelijke bereidverklaring worden ingediend bij de aanvraag
                    om huisvestingsvergunning.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Beslistermijn vergunning</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders moeten binnen 8 weken een beslissing nemen op de
                    aanvraag. Verlenging van de beslistermijn is mogelijk tot 12 weken.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Gegevens op de vergunning</tussenkop><al>Dit artikel vermeldt welke gegevens op de huisvestingsvergunning worden vermeld.
                    Het tweede lid regelt dat kan worden bepaald dat de vergunning slechts geldig is
                    als het hele huishouden of de hele woongroep de woning daadwerkelijk betrekt. In
                    de praktijk van de gemeente Amsterdam is deze bepaling nodig gebleken.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 Criteria voor vergunningverlening</tussenkop><al>Dit artikel regelt wanneer een huisvestingsvergunning wordt verleend. Het eerste
                    lid heeft betrekking op huurwoningen. De aanvrager moet voldoen aan de
                    toelatingscriteria uit artikel 4 van de verordening, dus 18 jaar of ouder zijn,
                    rechtmatig in Nederland verblijven en economisch of maatschappelijk zijn
                    gebonden aan de regio.</al><al>Daarnaast moet de woning zowel passend zijn qua grootte als qua inkomen van de
                    aanvrager en moet er geen andere kandidaat zijn die op grond van een
                    urgentieverklaring eerder voor de woning en dus de huisvestingsvergunning in
                    aanmerking komt. Dit is een limitatieve opsomming. Als de aanvrager aan de
                    criteria voldoet, moet de vergunning worden verleend.</al><al>De vergunningverlening voor het betrekken van een nieuwbouwkoopwoning is
                    geregeld in het tweede lid. Hierbij kunnen alleen de toelatingscriteria van
                    artikel 4 worden gehanteerd. Passendheid- en urgentiecriteria zijn niet
                    mogelijk. Dit is in overeenstemming met het huidige beleid van de gemeenten in
                    de stadsregio.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Passendheid: relatie huur-inkomen</tussenkop><al>Met woonruimteverdeling wordt beoogd de doelgroep van beleid zo goed mogelijk te
                    huisvesten. Daarom kent de verordening de mogelijkheid passendheidseisen te
                    verbinden aan de vergunningverlening. Deze eisen hebben enerzijds betrekking op
                    de relatie huur-inkomen (financiële passendheid) en anderzijds op de grootte van
                    het huishouden en de woning (bezettingsnorm). Dit artikel regelt de financiële
                    passendheid. Achtergrond hiervan is dat de sociale huurwoningenvoorraad bedoeld
                    is voor mensen met een laag inkomen. Deze woningen moeten dan ook bij voorkeur
                    bij deze mensen terecht komen. Dit komt tot uitdrukking in het eerste lid.
                    Huurwoningen moeten zoveel mogelijk terecht komen bij woningzoekenden die recht
                    hebben op huurtoeslag.</al><al>In de verordening zijn verschillende tabellen opgenomen. Hierbij is onderscheid
                    gemaakt tussen Amstelveen, Amsterdam, Diemen en de overige gemeenten. De in de
                    verordening opgenomen tabellen corresponderen met de tabellen die horen bij het
                    Convenant (artikel 10). De tabellen geven maximumnormen. Burgemeester en
                    wethouders hebben de mogelijkheid om lokaal passendheidstabellen vast te
                    stellen, waarbij de normen alleen mogen worden versoepeld (vierde lid). De
                    toestand op de woningmarkt moet hiervoor aanleiding geven. Hieronder wordt
                    verstaan de samenstelling van vraag naar woonruimte in verhouding tot het aanbod
                    van woonruimte. Aanvullende afspraken moeten worden gemeld bij het dagelijks
                    bestuur van de Stadsregio.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 Passendheid: bezettingsnorm</tussenkop><al>Dit artikel regelt de relatie tussen grootte van de woning en de grootte van het
                    huishouden. Bij de bezettingsnormen bestaan ook verschillen tussen de gemeenten
                    in de regio. De gemeente Amsterdam werkt vanwege de opbouw van de woningvoorraad
                    (veel hele kleine woningen) met de relatie tussen het aantal leden van het
                    huishouden en de m² van de woning. Ook Diemen kiest hiervoor. De overige
                    gemeenten werken met de relatie tussen het aantal leden van het huishouden en
                    het aantal kamers in de woning. Soms is sprake van een combinatie van beide
                    normen. In de verordening zijn meerdere tabellen opgenomen. Dit zijn
                    minimumnormen. Als lokaal andere aanvullende afspraken worden gemaakt, moeten
                    gemeenten dit melden aan het dagelijks bestuur van de Stadsregio. Ook hiervoor
                    geldt dat alleen mag worden afgeweken als de toestand op de woningmarkt dit
                    vraagt.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Woningruil en wisselwoning</tussenkop><al>Dit artikel geeft aan hoe om te gaan met het verlenen van
                    huisvestingsvergunningen bij woningruil en wisselwoningen. De gemeenten in de
                    regio hadden in hun huisvestingsverordeningen verschillende regels. De gemeente
                    Amsterdam had de meest uitgeschreven en duidelijkste regeling. Daarom is gekozen
                    deze regeling in de verordening op te nemen.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 Vruchteloze aanbieding</tussenkop><al>De verordening kent een, wettelijk verplichte, vruchteloze aanbiedingsprocedure.
                    Eigenaren van (huur of nieuwbouwkoop)woningen, die de woning drie maanden zonder
                    resultaat aanbieden aan woningzoekenden die aan de criteria voor een
                    huisvestingsvergunning voldoen, kunnen de woning verhuren of verkopen aan iemand
                    die daaraan niet voldoet. Het aanbieden kan via een advertentie in een Regionale
                    Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2010 35/46 lokale of regionale
                    krant, maar ook digitaal via een website. In de huidige praktijk wordt deze
                    bepaling vooral ingezet voor de particuliere huursector die onder de
                    huurprijsgrens valt, maar deze bepaling kan ook worden gebruikt voor de
                    nieuwbouwkoopsector. Soms zijn bepaalde complexen moeilijk verhuurbaar. In die
                    gevallen kunnen burgemeester en wethouders voor een bepaalde periode op voorhand
                    ontheffing verlenen van een of meer criteria voor de huisvestingsvergunning. Het
                    criterium rechtmatig verblijf blijft vereist.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 Intrekken vergunning</tussenkop><al>Dit artikel geeft de gronden waarop een huisvestingsvergunning kan worden
                    ingetrokken. Deze gronden komen uit artikel 28 van de Huisvestingswet.</al><al/><tussenkop>Artikel 14 Urgentie</tussenkop><al>De redenen waarom een woningzoekende voorrang op andere woningzoekenden moeten
                    kunnen krijgen zijn in de verordening vastgelegd, tezamen met enkele
                    procedurevoorschriften (artikel 15). Hierdoor ontstaat meer eenduidigheid binnen
                    de regio zonder dat de lokale uitvoering verloren gaat. Door afstemming van de
                    criteria genoemd in artikel 14, tweede lid met de betreffende bepalingen uit het
                    Convenant, is in alle gemeenten hetzelfde inhoudelijke kader van toepassing. De
                    verordening biedt een kader voor de toe te passen urgentiecriteria in de
                    stadsregio. De verordening ziet toe op de rechtvaardige en evenwichtige
                    verdeling van schaarse woonruimte. De woningmarkt binnen het gebied van de
                    stadsregio is en blijft naar verwachting krap. Het verlenen van voorrang aan
                    woningzoekenden zal om deze reden dan ook zorgvuldig en verdedigbaar ten aanzien
                    van de reguliere woningzoekenden moeten gebeuren.</al><al>Urgentieverklaringen kunnen worden verleend aan woningzoekenden die als gevolg
                    van de noodsituatie waarin zij verkeren op korte termijn een andere woning nodig
                    hebben en die geen gebruik hebben kunnen maken van een andere voorliggende
                    (wettelijke) voorziening, bijvoorbeeld op grond van de Wet Maatschappelijke
                    Ondersteuning (“WMO”). Wat onder noodsituatie wordt verstaan is in het tweede
                    lid nader aangegeven. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van urgentie
                    staat de eigen verantwoordelijkheid van de urgentie-verzoekende voorop. De
                    overheid is niet verantwoordelijk voor probleemsituaties die door de
                    urgentie-verzoekende zijn veroorzaakt.</al><al>Het moet gaan om echte noodsituaties waarbij een ongewilde en ongeplande
                    verhuizing noodzakelijk is. Het willen maken van ’wooncarrière’ kan niet de
                    bedoeling zijn van een urgentieverzoek.</al><al>De verordening kent alleen het begrip ‘urgent’. De gradaties daarop in enkele
                    partiële verordeningen, met termen als spoedurgenten, verhuizing noodzakelijk,
                    of hoogste urgentie, alsmede de variatie in geldigheidsduur van de
                    urgentieverklaring zijn vervallen. Hiermee is beoogd om in de verordening enige
                    harmonisatie binnen de verschillende gemeenten van de stadsregio aan te brengen.
                    Zoals in het vorenstaande is gesteld, is daarmee niet beoogd om de uitvoering op
                    lokaal niveau ongedaan te maken.</al><al>Om urgentie te kunnen verkrijgen moet de aanvrager 18 jaar of ouder zijn, de
                    Nederlandse nationaliteit hebben of een geldige verblijfstitel hebben en
                    maatschappelijk of economische gebonden zijn aan de regio of Almere. De
                    urgentieverklaring wordt bij burgemeester en wethouders aangevraagd.</al><al/><tussenkop>Urgentiecriteria</tussenkop><al>Het tweede lid noemt de criteria op grond waarvan een woningzoekende urgent kan
                    worden. De criteria genoemd onder a t/m e corresponderen naadloos met het
                    Convenant Woonruimteverdeling 2008.</al><al>Het is voorstelbaar dat gemeenten bij het aanvragen van urgentie enkele algemene
                    uitgangspunten hanteren bij de toepassing van de genoemde criteria a t/m e. Het
                    kan dan gaan om de volgende uitgangspunten: De aanvrager is niet
                    verantwoordelijk voor zijn woonprobleem, de aanvrager heeft aannemelijk gemaakt
                    dat hij gedurende een bepaalde periode heeft geprobeerd om woonruimte te
                    verkrijgen, de aanvrager heeft geen mogelijkheden om het woonprobleem zelf op te
                    lossen binnen een aanvaardbare periode en de aanvrager kan zelfstandig een
                    huishouden voeren.</al><al>Onder a ‘acute noodsituatie’ vallen onder meer de situaties waarin
                    woningzoekenden door brand of overstroming hun woning hebben verloren. Het gaat
                    om calamiteiten. Bij b ‘sociale of medische redenen’, kan het gaan om diverse
                    situaties. Te denken valt aan gevallen waarin de woonsituatie zodanig ontwricht
                    is dat de aanvrager of andere leden van het huishouden hierdoor ernstig
                    geestelijk of lichamelijk belast zijn en enkel een verhuizing naar andere
                    woonruimte een oplossing biedt. Ook kan het gaan om financiële problemen die
                    buiten schuld van de aanvrager zijn ontstaan, waardoor de aanvrager de
                    woonlasten niet meer kan opbrengen. Financiële problemen veroorzaakt door een
                    echtscheiding vallen hier in principe niet onder. Bij medische redenen valt te
                    denken aan situaties, waarin de huidige woonsituatie niet meer passend is door
                    bijvoorbeeld een progressieve ziekte, dan wel door andere fysieke belemmeringen.
                    Huishoudens met een indicatie op grond van de WMO vallen hieronder. In de
                    praktijk wordt in veel gemeenten advies gevraagd van een ter zake deskundige
                    instantie om de feitelijke situatie te beoordelen en rapport uit te brengen. De
                    onderdelen d ‘woningzoekenden uit herstructureringsgebieden’ en e
                    ‘vreemdelingen’ (asielzoekers) die een verblijfsvergunning hebben gekregen en
                    die voor de eerste keer op zoek zijn naar woonruimte, spreken voor zich. Onder g
                    ‘aangewezen groepen van kandidaten’ vallen maatschappelijk noodzakelijke
                    beroepsgroepen, bijvoorbeeld leraren en agenten.</al><al>De beslistermijn van acht weken, met eenmalig een verlenging van vier weken, is
                    gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht. Op de urgentieverklaring moeten
                    enkele gegevens worden vermeld. Zoekprofiel en wijze van bemiddeling zijn
                    daarbij van groot belang. Hiermee wordt immers bepaald waar een urgent
                    woningzoekende op mag reageren en hoe hij wordt bemiddeld voor andere
                    woonruimte.</al><al/><tussenkop>Geldigheid</tussenkop><al>Urgentie geldt alleen in de gemeente waar de urgentie is aangevraagd c.q.
                    verleend. Hieraan ligt ten grondslag dat de woningzoekende in gemeente waar hij
                    of zij urgent is geworden en erkenning heeft gekregen ook daar gebruik kan maken
                    van de voorrang. Op dit punt is voor stadsvernieuwingsurgenten uit Amstelveen,
                    Amsterdam, Purmerend en Zaanstad een uitzondering gemaakt, in verband met
                    afspraken die daaromtrent zijn gemaakt tussen deze vier gemeenten. Een
                    urgentieverklaring is maximaal 52 weken geldig. Deze termijn is gekozen om de
                    regeling helder en overzichtelijk te houden. 52 weken is de meest voorkomende
                    termijn in de partiële verordeningen. Burgemeester en wethouders kunnen in
                    bijzondere gevallen de termijn verlengen. Onder bijzondere gevallen vallen
                    bijvoorbeeld grote gezinnen die recht hebben op een grote woning (vijf kamers of
                    meer). Dergelijke woningen komen in sommige gemeenten sporadisch beschikbaar,
                    waardoor het nodig kan zijn de urgentieverklaring na één jaar te verlengen.
                    Verlenging vergt een apart besluit. </al><al>De verordening geeft de gronden waarop burgemeester en wethouders een verleende
                    urgentieverklaring kunnen intrekken. Deze gronden zijn overgenomen uit de
                    verschillende partiële verordeningen</al><al/><tussenkop>Artikel 15 Nadere uitwerking urgentie</tussenkop><al>Aangezien de lokale uitvoering nog steeds is gelaten aan de regiogemeenten
                    moeten burgemeester en wethouders regels stellen voor de procedure inzake het
                    aanvragen en verstrekken van urgentie, de wijze van bemiddeling bij het zoeken
                    naar woonruimte, de af te geven zoekprofielen voor aanvragers en een
                    volgordebepaling voor urgenten.</al><al>Bepaald moet worden welke gegevens een aanvrager moet overleggen bij het
                    aanvragen van een urgentieverklaring, aan welke instantie advies gevraagd wordt
                    over de aanvraag, hoe en of de gemeente wil bemiddelen voor personen met een
                    urgentieverklaring en voor welke woonruimte een urgent woningzoekende in
                    aanmerking kan komen.</al><al>De afgiftedatum van de urgentieverklaring kan als volgordecriterium gelden. Er
                    kan ook voor een andere volgorde worden gekozen. Bijvoorbeeld voorrang voor
                    stadsvernieuwingsurgenten boven andere urgenten.</al><al>Ten behoeve van de stadsvernieuwingsurgenten is een bepaling omtrent de
                    peildatum waarop zij als stadsvernieuwingskandidaat worden aangewezen door
                    burgemeester en wethouders opgenomen. In de praktijk zal het besluit voor
                    stadsvernieuwingsurgentie ten minste 12 maanden voor de daadwerkelijke sloop of
                    renovatie worden genomen.</al><al>In de praktijk verlenen niet altijd burgemeester en wethouders de
                    urgentieverklaring maar hebben zij de uitvoering daarvan overgedragen aan
                    externe instanties of (samengestelde) urgentiecommissies. Burgemeester en
                    wethouders kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht de verlening van
                    urgentieverklaringen mandateren. Bijvoorbeeld aan de in hun gemeente werkzame
                    corporaties. Voor de volledigheid is ook in hoofdstuk 4 een mandaatsbepaling
                    opgenomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 16 Medische indicatie</tussenkop><al>De gemeente Amsterdam verstrekt medische indicaties aan woningzoekenden met een
                    beperking in medische zin en die daarom moeten verhuizen naar een bouwkundig
                    bijzonder type woning. Deze woningzoekenden kunnen reageren op voor hen
                    gelabelde woningen. Dit artikel is algemeen gehouden zodat deze regeling in alle
                    gemeenten bruikbaar is. Bij enkele gemeente is opgenomen dat de houder van een
                    medische indicatie na afloop van een periode van 52 weken na uitgifte terecht
                    kan in een van de andere stadsregio gemeenten. Deze mogelijkheid is komen te
                    vervallen.</al><al/><tussenkop>Artikel 17 Werkingsgebied</tussenkop><al>Dit artikel regelt welke gemeenten gebruik willen maken van de mogelijkheid tot
                    het opleggen van een leegmeldingsplicht voor woningeigenaren en het kunnen
                    (laten) doen van voordrachten. De gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Diemen,
                    Landsmeer, Oostzaan, en Ouder-Amstel hebben er voor gekozen van deze bepalingen
                    gebruik te maken.</al><al/><tussenkop>Artikel 18 Leegmelding</tussenkop><al>Dit artikel regelt dat eigenaren van woonruimte die onder de vergunningplicht
                    valt, binnen vijf dagen moeten melden dat hun woning beschikbaar komt voor
                    bewoning door een ander. Deze bepaling is van groot belang voor de gemeente
                    Amsterdam, waar een derde van de goedkope huurwoningenvoorraad in handen is van
                    particulieren. Deze eigenaren kunnen bij het leegmelden een kandidaat
                    voordragen, waarbij de gemeente toetst of deze aan de criteria voor
                    vergunningverlening voldoet.</al><al>Het tweede lid geeft aan dat de ter beschikkingsmelding niet geldt voor
                    eigenaren van woonruimte die deelnemen aan het Convenant woonruimteverdeling.
                    Het derde lid in welke situaties (a t/m f) een woning ter beschikking is
                    gekomen. In het vierde lid is de melding van leegstand opgenomen. Burgemeester
                    en wethouders kunnen bepalen dat eigenaren woningen die langer dan twee maanden
                    leeg staan bij hen moeten leegmelden.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 Voordracht</tussenkop><al>Dit artikel geeft regels voor voordracht en de intrekking van de voordracht.
                    Zowel de woningeigenaar als burgemeester en wethouders kunnen een huishouden
                    voordragen. In de praktijk maken vooral particuliere eigenaren hiervan gebruik.
                    De eigenaar draagt binnen vier weken een kandidaat voor. De voorgedragen
                    kandidaat moet voldoen aan de vereisten van artikel 8 om voor een
                    huisvestingsvergunning in aanmerking te kunnen komen. Het vierde en vijfde lid
                    gaan over voordrachten gedaan door burgemeester en wethouders. Omdat er een
                    grote verscheidenheid bestaat bij de gemeenten wanneer burgemeester en
                    wethouders een voordracht kunnen doen, moeten gemeenten genoemd in artikel 18
                    zelf bepalen in welke gevallen zij een voordracht gaan doen. Te denken valt aan
                    gevallen waarbij de woonruimte in strijd met artikel 19 niet tijdig is leeg
                    gemeld of waarbij de eigenaar niet zelf binnen vier weken een huishouden
                    voordraagt.</al><al>Ook kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat zij woningzoekenden voordragen
                    die in het bezit zijn van een urgentieverklaring. In de gemeente Amsterdam wordt
                    het zesde lid gebruikt om valse voordrachten van (over het algemeen)
                    particuliere huiseigenaren te kunnen aanpakken.</al><al/><tussenkop>HOOFDSTUK 2 VERDELING VAN WOONRUIMTE</tussenkop><al/><tussenkop>Afdeling II Verdeling van Standplaatsen
                    Woonwagens</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 20 Werkingsgebied</tussenkop><al>Enkele gemeenten willen ook beleid voeren ten aanzien van de verdeling
                    standplaatsen voor woonwagens. In afdeling II is het betrekken van standplaatsen
                    onder een verdelingsregime gebracht.</al><al>De gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Oostzaan, Ouder-Amstel en Purmerend willen
                    gebruik maken van het vergunningstelsel voor standplaatsen. De gemeente Zaanstad
                    heeft met corporaties een overeenkomst gesloten over de verdeling hiervan, en
                    werkt derhalve niet met het vergunningenstelsel. De overige gemeenten hebben
                    geen standplaatsen voor woonwagens of werken niet met huisvestingsvergunningen
                    voor standplaatsen.</al><al/><tussenkop>Artikel 21 Reikwijdte vergunningplicht</tussenkop><al>De vergunningplicht voor het betrekken van en het in gebruik geven van een
                    standplaats is in dit artikel vastgelegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 22 Inschrijving register</tussenkop><al>Personen die in aanmerking willen komen voor het betrekken van een standplaats
                    worden door burgemeester en wethouders opgenomen in een register. Voor
                    inschrijving moet aan dezelfde criteria worden voldaan als bij inschrijving voor
                    toelating tot de markt voor woonruimte, dus 18 jaar of ouder zijn, rechtsgeldig
                    in Nederland verblijven en economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de
                    regio.</al><al>De gemeente Amstelveen hanteert als aanvullende eis dat huishoudens zich
                    inschrijven bij Woningnet. Bepaald is dat een inschrijving één jaar geldig is.
                    Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid de inschrijving te verlenging
                    zolang als nodig is. De ingeschrevene ontvangt een bewijs van inschrijving.</al><al>Een inschrijving kan ook worden doorgehaald. In het zesde lid zijn de redenen
                    genoemd op grond waarvan doorhaling kan plaatsvinden. Deze redenen zijn
                    gedestilleerd uit de huisvestingsverordeningen van de gemeenten die regels
                    bevatten ten aanzien van standplaatsen.</al><al/><tussenkop>Artikel 23 In te dienen bescheiden</tussenkop><al>Dit artikel geeft aan welke bescheiden en gegevens de standplaatszoekende moet
                    overleggen om ingeschreven te worden. Dit zijn dezelfde gegevens als die voor
                    het aanvragen van een huisvestingsvergunning voor een huurwoning moeten worden
                    overgelegd. Gemeenten kunnen regelen dat de traditionele doelgroep voorrang
                    krijgt bij het verkrijgen van een standplaats boven personen die niet eerder in
                    een woonwagen hebben gewoond of wonen. Hierover kunnen aanvullend gegevens
                    worden gevraagd. De gemeente Amsterdam kent een aparte groep
                    standplaatszoekenden, namelijk personen die werken bij een kermis- of
                    circusbedrijf. Van hen worden bij inschrijving gegevens gevraagd waarmee wordt
                    aangetoond dat zij tot deze doelgroep behoren.</al><al/><tussenkop>Artikel 24 Criteria voor vergunningverlening</tussenkop><al>Dit artikel geeft de criteria om in aanmerking te komen voor een
                    huisvestingsvergunning. De criteria zijn al eerder benoemd in artikel 4. Voor
                    standplaatsen gelden geen passendheidseisen. Huishoudens komen in een door
                    burgemeester en wethouders bepaalde volgorde aan de beurt voor de
                    standplaats.</al><al/><tussenkop>Artikel 25 Intrekken vergunning</tussenkop><al>De criteria voor het intrekken van de huisvestingsvergunning zijn hetzelfde als
                    die voor huisvestingsvergunningen bij woonruimte.</al><al/><tussenkop>Artikel 26 Nadere uitwerking</tussenkop><al>Artikel 2 tweede lid van de Huisvestingswet geeft aan dat de regioraad nagaat
                    hoe bij de verdeling van standplaatsen voorrang kan worden verleend aan
                    woningzoekenden die in een woonwagen wonen of hebben gewoond. Het is aan
                    burgemeester en wethouders hierover nadere regels stellen. Tevens moeten
                    burgemeesters en wethouders de volgorde bepalen waarin woningzoekenden aan de
                    beurt komen voor een standplaats.</al><al/><tussenkop>HOOFDSTUK 3 WIJZIGING VAN DE
                    WOONRUIMTEVOORRAAD</tussenkop><al/><tussenkop>AFDELING I ONTTREKKING, SAMENVOEGING EN
                    OMZETTING</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 27 Werkingsgebied</tussenkop><al>Dit artikel regelt in welke gemeente de vergunningplicht voor onttrekking,
                    samenvoeging of omzetting van toepassing is. De gemeenten Amsterdam, Amstelveen,
                    Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uithoorn, Waterland,
                    Wormerland en Zeevang kiezen voor een vergunningstelsel. Dit artikel bepaalt ook
                    welke woonruimte onder de vergunningplicht valt. De aanwijzing hiervan is op
                    gemeenteniveau gedaan. Afhankelijk van de opbouw van de woningvoorraad en de
                    druk op de woningmarkt, kiezen gemeenten voor een verschillende reikwijdte van
                    de vergunningplicht.</al><al/><tussenkop>Artikel 28 Reikwijdte vergunningplicht</tussenkop><al>Dit artikel geeft het verbod om zonder vergunning woonruimte te onttrekken aan
                    de bestemming wonen, samen te voegen of om te zetten van zelfstandige woonruimte
                    in onzelfstandige woonruimte.</al><al/><tussenkop>Artikel 29 Aanvraag vergunning</tussenkop><al>De aanvraag voor een vergunning moet worden ingediend bij burgemeester en
                    wethouders.</al><al/><tussenkop>Artikel 30 Op de nemen gegevens</tussenkop><al>De aanvrager moet bij de vergunningaanvraag onder meer adresgegevens van
                    eigenaar en bewoners aanleveren, alsmede de koopprijs of de feitelijk betaalde
                    dan wel maximale redelijke huurprijs van de woonruimte waar de aanvraag
                    betrekking op heeft. Ook moet de aanvrager de voorgenomen onttrekking,
                    samenvoeging of omzetting motiveren.</al><al/><tussenkop>Artikel 31 In te dienen bescheiden</tussenkop><al>Bij een aanvraag moeten verschillende bescheiden worden overgelegd. Het gaat
                    onder andere om tekeningen waarmee burgemeester en wethouders inzicht krijgen in
                    de situatie. In geval er sprake is van reële compensatie, wordt van de aanvrager
                    een compensatievoorstel gevraagd. Ook kan informatie over eventueel verleende
                    subsidies voor woningverbetering worden opgevraagd.</al><al/><tussenkop>Artikel 32 Beslistermijn</tussenkop><al>De beslistermijn op de vergunningaanvraag is twaalf weken, met een verlenging
                    van vier weken.</al><al/><tussenkop>Artikel 33 Samenloop onttrekking en bouwen</tussenkop><al>Een aanvraag voor woningonttrekking kan samenlopen met de aanvraag voor een
                    bouwvergunning. Dit artikel regelt dat een aanvraag voor een
                    onttrekkingsvergunning dan kan worden aangehouden tot ten hoogste twee weken na
                    de beslissing over de bouwvergunning.</al><al/><tussenkop>Artikel 34 Beschikkingsvereisten</tussenkop><al>Dit artikel schrijft voor wat op de onttrekkingsbeschikking moet worden vermeld.
                    Het moet duidelijk zijn om welke woonruimte(n) het gaat, welke compensatie moet
                    worden geboden. Nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, moet binnen één
                    jaar van de vergunning gebruik worden gemaakt.</al><al/><tussenkop>Artikel 35 Criteria voor vergunningverlening</tussenkop><al>Dit artikel geeft de inhoudelijke criteria op grond waarvan de
                    onttrekkingsvergunning wordt verleend of wordt geweigerd. Het gaat bij de
                    vergunningverlening steeds om een individuele belangenafweging tussen het belang
                    van de aanvrager enerzijds en het belang van het behoud of samenstelling van de
                    woningvoorraad anderzijds.</al><al>Is het belang van de aanvrager even groot als of groter dan het belang tot
                    behoud of samenstelling van de woningvoorraad, dan wordt de vergunning
                    verleend.</al><al>Is het belang van het behoud of samenstelling van de woningvoorraad groter, maar
                    kan dit belang door het stellen van voorwaarden en voorschriften bij de
                    vergunning voldoende worden gewaarborgd, dan wordt de vergunning ook verleend.
                    Is het waarborgen van het belang van het behoud of samenstelling van de
                    woningvoorraad niet meer mogelijk door het stellen van voorwaarden en
                    voorschriften, dan wordt de vergunning geweigerd. Bij de belangenafweging kan
                    leefbaarheid in een wijk, buurt of straat worden betrokken. Leefbaarheid is
                    immers onderdeel van het behoud of samenstelling van de woningvoorraad. Voor de
                    helderheid is dit in het vierde lid nader geëxpliciteerd.</al><al/><tussenkop>Artikel 36 Voorwaarden en voorschriften</tussenkop><al>Artikel 32 van de Huisvestingswet geeft aan dat de voorwaarden en voorschriften
                    in de verordening moeten zijn opgenomen. Artikel 36 vormt hier de uitwerking
                    van. Met de voorwaarden en voorschriften die burgemeester en wethouders aan de
                    onttrekkingsvergunning kunnen verbinden, wordt het terzake door hen gewenste
                    beleid bij behoud en samenstelling van de woningvoorraad door woningonttrekking
                    mogelijk gemaakt. Het stellen van voorwaarden en voorschriften is een
                    bevoegdheid, geen verplichting. Er kunnen verschillende voorwaarden en
                    voorschriften aan de vergunning worden verbonden. Deze moeten logischerwijs wel
                    samenhangen met de impact van onttrekking op het behoud of samenstelling van de
                    woningvoorraad.</al><al/><tussenkop>Compensatie</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen compensatie vragen voor het verlies van
                    woonruimte. Dit kan in reële zin - in de vorm van nieuwe woonruimte- maar ook in
                    financiële zin. De verordening bepaalt de maximum hoogte voor de financiële
                    compensatie, te weten 12% van de waarde volgens de Wet waardering onroerende
                    zaken (WOZ). De gekozen maatstaf, te weten de waardering voor de Wet waardering
                    onroerende zaken biedt een objectieve grondslag van de waarde in het economisch
                    verkeer. De waarde geeft ook de eventuele verschillen binnen de regio weer.
                    Verder is de maatstaf in iedere gemeente beschikbaar.</al><al>Omdat de druk op de markt per gemeente verschilt, geeft de verordening één
                    maximumpercentage. Gemeenten die deze voorwaarde aan de vergunning willen
                    verbinden, moeten beleidsregels opstellen ten aanzien van de hoogte van de
                    financiële compensatie die zij willen vragen. Gemeenten kunnen alleen lagere
                    percentages vaststellen. Zij kunnen hiervoor aansluiten bij de m²-norm die in de
                    partiële verordeningen van de Regionale Huisvestingsverordening 2008 was
                    opgenomen.</al><al>Het artikel biedt ook mogelijkheden om per type woningonttrekking (onttrekking
                    aan woonbestemming, samenvoegen van woonruimte of omzetten van woonruimte)
                    verschillende percentages te hanteren. Voor de berekening van de hoogte van de
                    financiële compensatie bij het samenvoegen van woonruimte moet worden uitgegaan
                    van de WOZ-waarde van de kleinste woning.</al><al>De gemeenten kunnen beleid formuleren voor het verlenen van vrijstelling van
                    compensatie. Zij kunnen aangeven in welke gevallen bijvoorbeeld geen compensatie
                    wordt gevraagd. Verder schrijft de verordening voor dat in het geval van
                    samenvoeging van woonruimte waarbij de eigenaar een investeringen heeft gedaan
                    in noodzakelijke bouwkundig herstel van het pand, bij de vrijstelling rekening
                    wordt gehouden met de hoogte van de gedane investering.</al><al>Naast reële of financiële compensatie, kunnen ook voorwaarden worden gesteld van
                    volkshuisvestelijke aard. Gevraagd kan worden dat na samenvoeging of omzetting
                    een woonruimte ontstaat met een huur- of koopprijs beneden de huur of
                    koopprijsgrens. Hiermee wordt goedkope woonruimte toegevoegd aan de voorraad.
                    Ook kan worden gevraagd dat een huishouden dat na samenvoeging of omzetting de
                    woonruimte gaat betrekken, passend gaat wonen. Tenslotte regelt dit artikel dat
                    ook geheel of gedeeltelijke vrijstelling van compensatie kan worden gegeven als
                    de eigenaar ten behoeve van de noodzakelijke verbouwing, bijvoorbeeld bij
                    samenvoeging van twee woningen, een flinke investering doet. Het staat gemeenten
                    vrij om ook andere vrijstellingsmogelijkheden in beleidsregels op te nemen.</al><al/><tussenkop>Artikel 37 Intrekking vergunning</tussenkop><al>Dit artikel geeft de gronden waarop een onttrekkingsvergunning kan worden
                    ingetrokken. De intrekkingsgronden zijn vergelijkbaar met die voor de
                    huisvestingsvergunning en de splitsingsvergunning.</al><al/><tussenkop>Artikel 38 Tijdelijke onttrekking</tussenkop><al>De verordening biedt de mogelijkheid om ook vergunning te verlenen voor die
                    gevallen dat woonruimte tijdelijk wordt onttrokken. Deze vergunning kan voor ten
                    hoogste 5 jaar worden verstrekt.</al><al/><tussenkop>Artikel 39 Vergunning short stay</tussenkop><al>Bij short stay wordt zelfstandige woonruimte gebruikt voor verblijf korter dan
                    zes maanden en langer dan zeven nachten. Hierdoor wordt de woning onttrokken aan
                    de bestemming wonen. Wonen is verblijf langer dan zes maanden. Bij kort wonen is
                    het mogelijk dat tijdelijke huurcontracten worden aangeboden, waarvoor andere
                    regels gelden dan bij normale huurcontracten. In de gemeente Amsterdam mogen
                    volgens het huidige beleid mogen alleen vrije sector woningen tijdelijk worden
                    onttrokken voor short stay voor één periode van 10 jaar. Er is geen verlenging
                    mogelijk. Vanwege het tekort aan woonruimte is het niet wenselijk dat aan het
                    goedkope deel van de voorraad woningen voor ander gebruik worden onttrokken.
                    Nieuwbouw die speciaal bedoeld is om te verhuren aan deze doelgroepen, dus
                    korter dan zes maanden en het omzetten van kantoorgebouwen voor short stay,
                    vallen niet onder de vergunningplicht. Het vergunningstelsel voor short stay is
                    alleen van toepassing in de gemeente Amsterdam (zie artikel 27)</al><al/><tussenkop>Artikel 40 In de aanvraag op te nemen gegevens en
                    bescheiden</tussenkop><al>Bij de aanvraag voor een vergunning moeten een aantal gegevens worden
                    overgelegd. Uit die gegevens moet onder meer blijken dat de aanvrager de
                    eigenaar is.</al><al/><tussenkop>Artikel 41 Belangenafweging </tussenkop><al>Dit artikel expliciteert nog eens dat bij de vergunningverlening een
                    belangenafweging moet plaatsvinden tussen enerzijds het belang van de aanvrager
                    en anderzijds het belang van behoud of samenstelling van de woningvoorraad. In
                    het laatste belang zijn de effecten die de verandering van de woningvoorraad
                    voor de leefbaarheid kunnen hebben, begrepen. Te denken valt aan gevaar voor
                    overlast, te eenzijdige bewoning of teveel bedrijven in een woonomgeving. Het
                    beschermen van de leefbaarheid in een straat, wijk of buurt vormt derhalve
                    onderdeel van de belangenafweging.</al><al/><tussenkop>Artikel 42 Quotum</tussenkop><al>Dit artikel regelt dat burgemeester en wethouders per stadsdeel een quotum
                    kunnen vaststellen voor het maximum aantal te verlenen vergunningen voor short
                    stay. In een verdeelbesluit kan nader worden aangegeven dat uitsluitend in
                    bepaalde gebieden (per stadsdeel) vergunningen worden verleend. Hiermee wordt
                    gestreefd naar aanvaardbare aantallen tijdelijke onttrekking voor dit doel en
                    voldoende spreiding over de stad. In gebieden die hier niet genoemd zijn, zullen
                    in verband met de leefbaarheid geen vergunningen worden afgegeven.</al><al/><tussenkop>HOOFDSTUK 3 WIJZIGING VAN DE
                    WOONRUIMTEVOORRAAD</tussenkop><al/><tussenkop>Afdeling II Splitsing</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 43 Werkingsgebied</tussenkop><al>Dit artikel geeft per gemeente het werkingsgebied aan. Gemeenten bepalen welk
                    deel van hun woningvoorraad vanuit behoud en samenstelling van de woningvoorraad
                    moet worden beschermd. Door een vergunningplicht in te voeren kunnen
                    veranderingen door woningsplitsing worden beoordeeld op wenselijkheid.</al><al>Het werkingsgebied is per gemeente verschillend. Dit hangt samen met de
                    samenstelling van de plaatselijke woningvoorraad. In de gemeente Amstelveen
                    vallen bijvoorbeeld alle huur- of koopwoningen beneden de huur- of
                    koopprijsgrens onder de vergunningplicht. In Diemen zijn als gebouwen aangewezen
                    alle huurwoningen beneden de huurprijsgrens. In Oostzaan zijn alle gebouwen
                    waarin woonruimte is ondergebracht onder de vergunningplicht gebracht. In
                    Amsterdam gaat het om alle gebouwen die vóór 1940 tot stand gekomen zijn in het
                    gebied vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 8 augustus 1977, nr 19. Op deze
                    hoofdregel zijn een drietal uitzonderingen gemaakt (tweede lid).</al><al/><tussenkop>Artikel 44 Reikwijdte vergunningplicht</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat het verboden is zonder vergunning van burgemeester en
                    wethouders een (eigendoms)recht op een gebouw dat onder de aangewezen categorie
                    van artikel 42 valt, te splitsen in appartementsrechten.</al><al/><tussenkop>Artikel 45 Aanvraag vergunning</tussenkop><al>De aanvraag voor een splitsingsvergunning moet worden ingediend op een door
                    burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. Een aanvraag mag meerdere
                    gebouwen betreffen.</al><al/><tussenkop>Artikel 46 en 47 Op te nemen gegevens en in te dienen
                    bescheiden</tussenkop><al>Deze artikelen regelen welke gegevens de aanvrager moet aanleveren en welke
                    bescheiden moeten worden ingeleverd bij de aanvraag.</al><al/><tussenkop>Artikel 48 Beslistermijn</tussenkop><al>Binnen 13 weken moet een beslissing worden genomen over de aanvraag. Deze
                    termijn kan eenmalig met 13 weken worden verlengd. De termijn is ruim omdat de
                    praktijk leert dat splitsingsaanvragen gecompliceerd kunnen zijn en regelmatig
                    samengaan met bouwkundige ingrepen. Ook kunnen er herstructureringsplannen in
                    het geding zijn. Daarom kan veel tijd nodig zijn om onderzoek te doen en de
                    aanvraag te beoordelen.</al><al/><tussenkop>Artikel 49 Beschikkingsvereisten</tussenkop><al>De splitsingsvergunning moet aangeven op welke woonruimte(n) die betrekking
                    heeft en binnen welke termijn die moet worden gebruikt. In het tweede lid is
                    bepaald dat de vergunning één jaar geldig is, tenzij een langere tijd is
                    aangegeven.</al><al/><tussenkop>Artikel 50 Weigeringsgronden</tussenkop><al>De weigerings- en aanhoudingsgronden voor een aanvraag om een
                    splitsingsvergunning zijn in de Huisvestingswet en het Huisvestingsbesluit
                    vastgelegd. In dit artikel zijn deze limitatieve weigeringsgronden verwoord. Er
                    zijn drie invalshoeken gegeven om een vergunning te weigeren. Weigering kan
                    verband houden met de woonruimtevoorraad, met belemmering van de
                    stadsvernieuwing of met de bouwkundige toestand van het gebouw.</al><al/><tussenkop>Artikel 51 Aanhoudingsgronden</tussenkop><al>Dit artikel regelt wanneer een aanvraag kan worden aangehouden. Dit kan in
                    verband met belemmering van de stadsvernieuwing of in verband met de toestand
                    van het gebouw.</al><al/><tussenkop>Artikel 52 Voorwaarden en verplichtingen</tussenkop><al>Dit artikel regelt voorwaarden en voorschriften die aan de vergunningverlening
                    kunnen worden verbonden. Binnen de stadsregio heeft de gemeente Amsterdam het
                    meest met woningsplitsing te maken. Dit artikel ziet op de situatie waarin
                    sprake is van een aanvraag voor een splitsingsvergunning, in samenhang met een
                    bouwplan voor complex woningen of in samenhang met een bouwplan waarvoor al een
                    bouwvergunning is verleend. De splitsingsvergunning wordt dan onder de
                    opschortende voorwaarde verleend dat het bouwplan al is uitgevoerd. Ook kan een
                    zekerheidsstelling (bankgarantie) worden gevraagd dat het bouwplan wordt
                    uitgevoerd. In dit laatste geval moet binnen acht weken na de verlening van de
                    vergunning met de verbouwing worden gestart. Verder moet binnen een door
                    burgemeester en wethouders bepaalde termijn het werk gereed gemeld worden.</al><al>Dit artikel is alleen van toepassing in de gemeente Amsterdam.</al><al/><tussenkop>Artikel 53 Vergunningverlening corporaties</tussenkop><al>Woningcorporaties kunnen in het kader van herstructurering en voorraadbeheer
                    behoefte hebben aan woningsplitsing om daarna de appartementen te verkopen.
                    Gemeenten kunnen hierover afspraken hebben gemaakt, die vastgelegd zijn in een
                    overeenkomst of convenant. Dit artikel regelt dat in die gevallen, naast
                    instemming voor verkoop van burgemeester en wethouders en de minister, de
                    splitsingsvergunning wordt verleend.</al><al/><tussenkop>Artikel 54 Quotum</tussenkop><al>Dit artikel geeft burgemeesters en wethouders de bevoegdheid om te bepalen dat
                    voor een gebiedsdeel slechts een bepaald aantal splitsingsvergunningen per jaar
                    zal worden afgegeven. Een dergelijk besluit moet worden genomen voor 1 september
                    van het kalenderjaar.</al><al/><tussenkop>Artikel 55 Intrekken vergunning</tussenkop><al>Dit artikel geeft de gronden waarop een vergunning kan worden ingetrokken. Dat
                    kan als niet binnen één jaar de appartementsrechten zijn ingeschreven in het
                    kadaster. Ook als er onjuiste gegevens zijn verstrekt of de gegevens waren
                    onvolledig, en de vergunninghouder moest dit redelijkerwijs vermoeden, kan de
                    vergunning worden ingetrokken.</al><al/><tussenkop>HOOFDSTUK 4 VERDERE BEPALINGEN</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 56 Overleg bij wijziging</tussenkop><al>In dit artikel is bepaald dat het dagelijks bestuur bij wijziging van deze
                    verordening overleg moet plegen met de in de stadsregio werkzame
                    woningcorporaties. Ook kan met andere daarvoor in hun ogen in aanmerking komende
                    organisaties overleg worden gevoerd.</al><al/><tussenkop>Artikel 57 Overeenkomsten</tussenkop><al>De Stadsregio kan naast of in plaats van een huisvestingsverordening
                    overeenkomsten met eigenaren van woonruimte over de verdeling van woonruimte
                    sluiten. In de verordening is deze bevoegdheid geëxpliciteerd. Dit sluit logisch
                    aan bij de huidige gang van zaken. Er is een Convenant Woonruimteverdeling
                    gesloten tussen de stadsregio enerzijds en de corporaties die lid zijn het
                    Platform Woningcorporaties Noordvleugel Randstad, de Amsterdamse Federatie van
                    Woningcorporaties anderzijds.</al><al>Vanwege de regionale verordening en het Convenant woonruimteverdeling hebben
                    gemeenten minder feitelijke armslag om nog aanvullende overeenkomsten te
                    sluiten. Gemeenten kunnen met woningeigenaren overeenkomsten sluiten mits deze
                    niet overlappen of in strijd zijn met hetgeen in de huisvestingsverordening of
                    in het Convenant is geregeld. Dus geen afspraken over bijvoorbeeld de criteria
                    voor vergunningverlening, maar wel over labeling of volgordebepaling, zoals het
                    Convenant dat toestaat.</al><al>Ook kunnen gemeenten verdelings- of toewijzingsafspraken maken over woonruimten,
                    die niet onder deze verordening of het Convenant Woonruimteverdeling vallen. Tot
                    slot kunnen ook afspraken worden gemaakt met eigenaren over onderwerpen die niet
                    in de verordening of het Convenant zijn geregeld zoals bijvoorbeeld
                    prestatieafspraken.</al><al/><tussenkop>Artikel 58 Verstrekken van inlichtingen</tussenkop><al>De uitvoering van de verordening vindt lokaal plaats. Het dagelijks bestuur kan
                    zich informeren over de wijze van uitvoering. Burgemeester en wethouders zijn
                    verplicht alle inlichtingen te geven die voor een dergelijke beoordeling nodig
                    is.</al><al/><tussenkop>Artikel 59 Handelen in strijd met de
                    onttrekkingvergunning</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat degene die handelt in strijd met de voorschriften en
                    voorwaarden die aan de onttrekkingsvergunning zijn verbonden, geacht wordt
                    zonder vergunning te hebben gehandeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 60 Bestuurlijke boete</tussenkop><al>De verordening geeft burgemeester en wethouders de mogelijkheid om bij
                    overtredingen van artikel 7 en 30 van de Huisvestingswet een bestuurlijke boete
                    op te leggen. De boetes kunnen worden opgelegd voor het zonder
                    huisvestingsvergunning in gebruik geven en nemen van een vergunningplichtige
                    woonruimte, evenals bij het zonder vergunning onttrekken en voor andere
                    doeleinden gebruiken van aangewezen woonruimte. Met de boetes kan worden
                    opgetreden tegen onrechtmatige bewoning bij illegale onderverhuur, doorverhuur
                    of overbewoning. Ook kan tegen onrechtmatig gebruik voor andere doeleinden
                    worden opgetreden. Bijvoorbeeld de woning gebruiken voor kamerverhuur of
                    pension, prostitutie, hennepteelt of drugshandel. Gebruik voor andere doeleinden
                    wordt gelet op de krapte op de woningmarkt zeer ernstig bevonden en derhalve
                    zwaar beboet. Hoge boetes gelden ook bij ‘illegale doorverhuur’ waarbij de
                    huurder winst maakt.</al><al>De bestuurlijke boete is hoger als binnen drie jaar opnieuw eenzelfde
                    overtreding wordt vastgesteld. Na een eerste overtreding wordt de overtreder
                    immers geacht te weten dat een dergelijke handeling kan worden beboet.
                    Eigenaren/verhuurders met meer dan één woning worden geacht de regelgeving te
                    kennen. Bij overtreding worden zij zwaarder beboet dan eigenaren/verhuurders met
                    één woning. De op te leggen boetes zijn vastgelegd in bijlage 5. Burgemeester en
                    wethouders kunnen slechts wegens bijzondere omstandigheden afwijken van de
                    genoemde bedragen. De overtreder zal daar in beginsel een voldoende onderbouwd
                    beroep op moeten doen. (artikel 5.46, derde lid, Algemene wet
                    bestuursrecht).</al><al/><tussenkop>Artikel 61 Mandaat</tussenkop><al>In veel gevallen voeren burgemeester en wethouders de woonruimteverdeling niet
                    zelf uit maar hebben ze een of meer bevoegdheden uit hoofdstuk 2 van de
                    verordening gemandateerd. Hoewel dit een algemene bevoegdheid is, gebaseerd op
                    de Algemene wet bestuursrecht, is dit artikel voor de volledigheid
                    opgenomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 62 Uitleg verordening</tussenkop><al>Het kan voorkomen dat in de verordening ergens niet in voorziet. In zo’n geval
                    beslissen burgemeester en wethouders, nadat zij het dagelijks bestuur van de
                    Stadsregio hierover hebben geraadpleegd, over de uitleg van de verordening.
                    Hierbij mogen zij zich uitsluitend laten leiden door overwegingen die betrekking
                    hebben op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse
                    woonruimte.</al><al/><tussenkop>Artikel 63 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Er kunnen zich individuele gevallen voordoen waarin strikte toepassing van deze
                    verordening onbedoeld en onvoorzien buitengewoon onbillijk uitwerken. In die
                    gevallen kunnen burgemeester en wethouders besluiten om af te wijken van de
                    bepalingen van deze verordening. Aard en strekking van de hardheidsclausule zijn
                    zodanig dat deze slechts met uiterste terughoudendheid kan worden
                    toegepast.</al><al/><tussenkop>HOOFDSTUK 5 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 64 Experimenten</tussenkop><al>De ontwikkelingen op gebied van beleid en uitvoering staan niet stil. Gemeenten
                    kunnen behoefte hebben aan experimenten. Met dit artikel kan voor een beperkte
                    periode worden afgeweken van de bepalingen uit deze verordening. Het dagelijks
                    bestuur beslist hierover. Bij een beperkte periode moet worden gedacht een aan
                    een periode van maximaal één jaar. Voor zover het experiment woningbezit betreft
                    van een woningcorporatie, kan in maximaal 10 procent van het sociale
                    huurwoningbezit worden geëxperimenteerd. Deze beleidslijn is afgesproken tussen
                    partijen bij het Convenant.</al><al/><tussenkop>Artikel 65 Overgangsbepalingen</tussenkop><al>Dit artikel geeft enkele overgangsbepalingen die onder meer duidelijkheid geven
                    hoe met aanvragen voor vergunningen en bezwaarschriften die voor 1 januari 2010
                    zijn ingediend, moet worden omgegaan.</al><al/><tussenkop>Artikel 66 Citeertitel</tussenkop><al>De verordening kan worden aangehaald als de Regionale Huisvestingsverordening
                    Stadsregio Amsterdam 2010.</al><al/><tussenkop>Artikel 67 Inwerkingtreding</tussenkop><al>De verordening treedt op 1 januari 2010 in werking. Per die datum wordt de
                    Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2008 ingetrokken. </al></bijlage></regeling></body></cvdr>