<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR759595_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels Krediethypotheek en pandrecht 2020 gemeente Velsen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">beleidsregel</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2020-01-01</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-144470">gmb-2026-144470</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels krediethypotheek </dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2020-06-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels Krediethypotheek en pandrecht 2020 gemeente Velsen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze beleidsregels wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="b."><al>uitkering: de door het college verleende bijstand in het kader van de Participatiewet;</al></li><li nr="c."><al>geldlening: geldlening als bedoeld in artikel 50, tweede lid van de Participatiewet;</al></li><li nr="d."><al>woning: onder woning wordt mede verstaan een woonschip, woonboot of woonwagen;</al></li><li nr="e."><al>krediethypotheek: een te vestigen zekerheidsrecht in de vorm van een hypotheek dan wel pandrecht indien bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend;</al></li><li nr="f."><al>pandrecht: het recht van pand op roerende zaken als bedoeld in artikel 3:227 Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="g."><al>registergoed: een goed als bedoeld in artikel 3:10 Burgerlijk Wetboek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De regels die in deze beleidsregels zijn opgenomen over het vestigen van een hypotheek, worden op vergelijkbare wijze toegepast ten aanzien van het vestigen van een pandrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het vestigen van een zekerheidsrecht op een woning is niet van toepassing op bijzondere bijstand. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Bevoegdheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingevolge artikel 48, derde lid van de Participatiewet verbindt het college aan het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening, zoals bedoeld in artikel 50, tweede lid van de Participatiewet, verplichtingen die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verbindt aan de verlening van de bijstand de verplichting dat de belanghebbende meewerkt aan het stellen van zekerheden in de vorm van hypotheek of pandrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het stellen van zekerheden wordt verplicht gesteld zodra het bedrag aan algemene bijstand een grens van € 5.000 te boven gaat. De daarvoor in de vorm van een geldlening uitbetaalde bijstand wordt ook onder de te stellen zekerheid gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belanghebbende de verplichting, zoals bedoeld in het tweede en derde lid, niet nakomt, na een geboden hersteltermijn, wordt de bijstand ingetrokken en de reeds verstrekte bijstand teruggevorderd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring kan in redelijkheid niet worden verlangd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer er een overwaarde is meer dan de wettelijke vrijlating ingevolge 34, tweede lid, onder d van de Participatiewet, zal in beginsel van de belanghebbende worden verlangd dat de woning te gelde wordt gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het te gelde maken van een woning in redelijkheid niet kan worden verlangd, zal de belanghebbende moeten onderzoeken of hij de woning (verder) kan bezwaren. Het geld van de lening wordt belanghebbende geacht te gebruiken voor zijn levensonderhoud. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als direct vaststaat dat de belanghebbende de hogere financiële lasten bij (verdere) bezwaring niet zal kunnen opbrengen, dan vindt geen verwijzing naar een (hypotheek)bank voor een aanvullende financiering in de vorm van een hypothecaire geldlening plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de belanghebbende wordt tevens niet verlangd dat hij de woning verder bezwaart of de woning te gelde maakt, wanneer het (verder) belasten van de woning door middel van het afsluiten van een extra hypothecaire geldlening (financieel) niet redelijk is omdat bij toekenning reeds bekend is dat de bijstandsverlening 6 maanden of korter gaat duren. Deze bijstandsverlening vindt dan wel in de vorm van een renteloze geldlening plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststellen waarde woning en taxatiekosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om tot bijstandsverlening in de vorm van een geldlening over te gaan moet de overwaarde van de woning meer bedragen dan het vrij te laten vermogen bij een eigen huis. De overwaarde is de waarde van de woning met bijbehorend erf, getaxeerd op basis van de vrije verkoopwaarde, minus de op de woning drukkende schulden. Het bestaan van de schulden moet worden aangetoond en er moet een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de waardebepaling van de woning wordt uitgegaan van de laatste WOZ-beschikking. Deze waarde is marktconform.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op verzoek van de belanghebbende kan van deze WOZ-beschikking worden afgeweken met een taxatie, indien de vastgestelde WOZ-waarde naar het oordeel van de belanghebbende geen recht doet aan de huidige waarde. Voor deze taxatie kan een recent taxatierapport gebruikt worden dat niet ouder is dan 12 maanden. Het rapport moet zijn uitgebracht door een beëdigd taxateur. Als er geen recent taxatierapport aanwezig is, vindt er een taxatie plaats door een beëdigd taxateur, die door het college in overleg met de belanghebbende wordt aangewezen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De waarde van een woonwagen wordt vastgesteld door een beëdigd taxateur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien binnen een periode van twee jaar na beëindiging van de bijstandverlening onder verband van hypotheek c.q. onder vestiging van pandrecht wederom recht op bijstand bestaat, wordt deze/dit verleend met toepassing van de laatst gevestigde hypotheek c.q. het laatst gevestigde pandrecht. Hiervan kan worden afgeweken indien de waarde van de woning aantoonbaar gewijzigd is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Bijzondere bijstand kosten vestiging krediethypotheek</titel></kop><al>De kosten die zijn verbonden aan het vestigen van een krediethypotheek zijn in beginsel voor rekening van belanghebbende. Voor deze kosten kan, indien aan alle voorwaarden voor het recht op bijzondere bijstand is voldaan, bijzondere bijstand worden verstrekt. Deze bijstand wordt om niet verstrekt. De kosten die voor deze bijzondere bijstandsverstrekking in aanmerking komen zijn de kosten verbonden aan de taxatie, de kosten voor de opmaak van de hypotheekakte dan wel pandovereenkomst, de kosten verbonden aan de inschrijving van voornoemde akte/overeenkomst en bijkomende kosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aflossing van krediethypotheek Aflossing van de geldlening vindt plaats als:</titel></kop><al>a. de bijstandsverlening wordt beëindigd, of</al><al>b. de woning wordt verkocht, of</al><al>c. de belanghebbende overlijdt en de woning vererft; als het bij vererving een echtpaar betreft, geldt dit na het overlijden van de langstlevende echtgenoot.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aflossing na einde van de bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na beëindiging van de bijstand dient de belanghebbende maandelijks af te lossen voor een periode van ten hoogste 10 jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Lukt de aflossing niet in tien jaar, dan wordt de resterende schuld verrekend op het moment dat de belanghebbende de woning verkoopt of dat de belanghebbende overlijdt en de woning vererft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien iemand verwijtbaar niet binnen de aflossingsperiode aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, is het niet afgeloste deel direct opeisbaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Hoogte van de aflossing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het maandbedrag aan aflossing wordt telkens voor een periode van twaalf maanden vastgesteld. Dit maandbedrag kan wegens gewijzigde financiële omstandigheden altijd tussentijds worden herzien. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In beginsel bedraagt het maandelijks af te lossen bedrag 1/120ste van de totale lening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het af te lossen bedrag kan hoger zijn als het inkomen dit toelaat, of kan lager zijn als het inkomen niet toereikend is. Bij de feitelijke vaststelling van de maandelijkse aflossing in deze situatie wordt als volgt rekening gehouden met het aanwezige inkomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de aflossing bedraagt de beschikbare financiële ruimte zoals voortvloeit uit de </al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><al>Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Velsen 2019; </al><lijst><li nr="b."><al>de beschikbare financiële ruimte is het verschil tussen het netto-inkomen en de toepasselijke bijstandsnorm die de belanghebbende zou hebben als hij recht zou hebben op bijstand. Verder worden noodzakelijke, voor eigen rekening komende, bijzondere bestaanskosten in mindering gebracht op het inkomen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als er rente verschuldigd is, dan wordt het bedrag aan rente bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening. Als de beschikbare financiële ruimte voldoende is, betaalt belanghebbende aflossing en rente. Is hij slechts in staat maandelijks een bedrag te betalen dat niet hoger is dan de verschuldigde maandrente, dan wordt dit bedrag aangemerkt als aflossing. De rente die daardoor niet wordt betaald, wordt bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening. Over deze bijgeschreven rente is de belanghebbende geen rente verschuldigd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Renteverplichting en jaarlijks opgave restantschuld en rentevorderingen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rente is de wettelijke rente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eerste tien jaar dat de belanghebbende aflost, is er geen rente verschuldigd. In geval van de situatie zoals beschreven in artikel 7 lid 3 is het nog niet afgeloste deel van de geldlening direct opeisbaar en is de belanghebbende over de (resterende) schuld wettelijke rente verschuldigd. 3. Als na de aflossingsperiode van tien jaar de lening niet of niet helemaal is afgelost, is de belanghebbende vanaf dat moment rente verschuldigd over het nog niet afgeloste deel. Deze rente wordt bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belanghebbende ontvangt telkens na afloop van een kalenderjaar een opgave van de stand van de geldlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verkoop of vererving van woning in geval van leenbijstand</titel></kop><al>1. Bij verkoop of vererving van de woning moeten het restant van de hoofdsom alsmede de eventueel bijgeschreven rentevorderingen in één keer worden terugbetaald. Dit geldt ook wanneer de verkoop geschiedt in het kader van een om dringende redenen noodzakelijke verhuizing. </al><al>3. Als bij verkoop van de woning tegen de marktwaarde het voor afrekening beschikbare bedrag (dus na aftrek van het in artikel 34, tweede lid, onderdeel d van de Participatiewet genoemde bedrag) lager is dan de resterende vordering, wordt het verschil kwijtgescholden.</al><al>3. Wanneer de woning wordt verkocht tegen een prijs die doelbewust beneden de geldende marktwaarde ligt, is er geen aanleiding om het vrij te laten vermogen aan betrokkene toe te kennen en evenmin om het resterende bedrag van de lening kwijt te schelden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels krediethypotheek gemeente Velsen 2020’.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>