<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR75926_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente Oirschot 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oirschot</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oirschot</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">weekjournaal</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Oirschot 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 42 WRO</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>IBS</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Per inwerkingtreding van de nieuwe Wro is deze exploitatieverordening komen te vervallen voor nieuwe exploitaties. In de nieuwe Wro komt zo'n verordening niet meer terug. Wel behoudt de exploitatieverordening zijn werking voor een aantal 'oude' gevallen. In artikel 9.1.17 van de Invoeringswet Wro is bepaald dat art. 42 WRO van toepassing blijft op:a. een voor inwerkingtreding van de nieuwe Wro gesloten overeenkomst; ofb. een na de inwerkingtreding van de nieuwe Wro gesloten overeenkomst, die strekt tot uitvoering van een bestemmingsplan, waarvan het ontwerp vóór de inwerkingtreding van de Wro ter visie is gelegd.</al><al>Hieruit volgt dat de gemeentelijke Exploitatieverordening niet geheel kan worden ingetrokken, zolang sprake is van eerder op grond van deze verordening gesloten overeenkomsten en zolang nog op basis van de WRO exploitatieovereenkomsten gesloten kunnen worden.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening gemeente Oirschot 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De gemeenteraad van Oirschot;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 februari
                        2003;</al><al/><al>gezien het advies van de commissie voor financiën d.d. 10 maart 2003;</al><al/><al>gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en artikel 42 van de
                        Wet op de Ruimtelijke Ordening;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening, houdende de voorwaarden waaronder
                        de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van
                        gronden (<vet>exploitatieverordening</vet>).</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><al><vet>a. Medewerking verlenen aan het in exploitatie brengen van
                                gronden:</vet> het door of met medewerking van de gemeente treffen
                            van voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied
                            gelegen onroerende zaken worden gebaat. </al><al><vet>b. Exploitatiegebied:</vet> een als zodanig aangewezen gebied,
                            waarbinnen de onroerende zaken zijn gelegen die worden gebaat door de
                            voorzieningen van openbaar nut die door of met medewerking van de
                            gemeente worden getroffen. </al><al><vet>c. Exploitant: </vet>de eigenaar of rechthebbende van een in het
                            exploitatiegebied gelegen on¬roerende zaak die als gevolg van het door
                            of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                            openbaar nut wordt gebaat. </al><al><vet>d. Kostenbegroting: </vet>begroting van kosten en opbrengsten op
                            basis waarvan de door een exploitant verschuldigde exploitatiebijdrage
                            wordt vastgesteld.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende
                            zaken worden gebaat, worden gerekend: </al><al><vet>1.</vet> De aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder
                            vermelde werken en werkzaam¬heden:<cursief><vet>a. </vet></cursief>het
                            dempen van sloten en het verrichten van grondwerken met inbegrip van het
                            egaliseren, ophogen en afgraven;<cursief><vet>b.</vet></cursief>
                            riolering met inbegrip van bijbehorende werken;<cursief><vet>c.
                                </vet></cursief>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs,
                            voet- en rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen, tunnels en
                            andere rechtstreeks met de aanleg van deze voorzieningen van openbaar
                            nut en kunstwerken verband houdende
                                werken;<cursief><vet>d.</vet></cursief> plantsoenen en andere
                            groenvoorzieningen, waaronder begrepen de aanleg en de inrichting van
                            openbare speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende elementen die
                            rechtstreeks voortvloeien uit een juiste uitvoering van een verzorgd
                                    bestemmingsplan;<cursief><vet>e.</vet></cursief> openbare
                            verlichting en brandkranen met de nodige aansluitingen;<cursief><vet>f.
                                </vet></cursief>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering,
                            voorzover het de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut betreft
                            en voorzover de daarmee verband houdende kosten niet op andere wijze
                            kunnen worden verhaald;<cursief><vet>g. </vet></cursief>het treffen van
                            milieutechnisch noodzakelijke maatregelen en voorzieningen van openbaar
                            nut ter uitvoering van een
                                bestemmingsplan;<cursief><vet>h.</vet></cursief> alle overige
                            werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een doeltreffende aanleg van
                            voorzieningen van openbaar nut. </al><al><vet>2.</vet> De aanleg van de onder 1. vermelde werken en werkzaamheden
                            buiten het exploitatie¬gebied, voorzover de binnen het exploitatiegebied
                            liggende onroerende zaken hierdoor direct danwel indirect worden
                            gebaat.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester
                                en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de
                                door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering
                                is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                                artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door de gemeenteraad een
                                kostenverhaalsbesluit vastgesteld, waarin wordt aangegeven op welke
                                wijze en tot welke omvang de aan die voorzieningen verbonden kosten
                                zullen worden verhaald. Het besluit wordt bekendgemaakt
                                overeen¬komstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat in ieder geval de
                                volgende onderdelen:<vet>a.</vet> aanduiding van het
                                exploitatiegebied en aanwijzing van de daarin gelegen en gebate
                                onroerende zaken;<vet>b. </vet>omschrijving van de van gemeentewege
                                uit te voeren voorzieningen van openbaar nut;<vet>c. </vet>een
                                kostenbegroting verband houdende met de uitvoering van de onder b.
                                genoemde voorzieningen van openbaar nut, zoals bedoeld in artikel 5.
                                In afwijking van het bepaalde in de vorige volzin kan in het besluit
                                zoals bedoeld in het eerste lid, worden bepaald dat de
                                kostenbegroting op een later tijdstip wordt vastgesteld. Het besluit
                                tot vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, wat betreft de
                                door de gemeente in eigendom verkregen in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken, het verhaal van kosten zo veel mogelijk
                                plaatsvindt via de gronduitgifte.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, wat betreft de
                                niet door de gemeente in eigendom verkregen en in het
                                exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken, het verhaal van
                                kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een overeenkomst zoals
                                bedoeld in artikel 7 van deze verordening.Tevens wordt bepaald dat,
                                ingeval op enigerlei wijze niet kan worden gekomen tot het aangaan
                                van een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7 van deze
                                verordening, het kostenverhaal in daarvoor in aanmerking komende
                                gevallen kan plaatsvinden door middel van de vaststelling van een
                                baatbelasting.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                                exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten, te
                                    weten:<vet>a.</vet> de inbrengwaarde van de binnen het
                                exploitatiegebied gelegen gronden, zijnde de waarde van de grond
                                vermeerderd met de waarde van de opstallen die voor de
                                verwezenlijking van de bestemming niet gehandhaafd kunnen worden, en
                                met de kosten van vrijmaken van opstallen – met inbegrip van de zich
                                in de grond bevindende resten, zoals funderingen, leidingen en
                                kabels – persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit of beperkt
                                recht, zakelijke lasten alsmede de kosten van
                                    schadevergoedingen;<vet>b. </vet>de kosten van planontwikkeling,
                                -voorbereiding, -beheer en -toezicht. Onder deze kosten wordt ten
                                minste verstaan: de kosten verband houdende met het opstellen van
                                structuur- en bestemmingsplannen, het opstellen van planmatige
                                uitwerkin¬gen of wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het
                                verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van
                                overige planologische maatregelen voor zoveel deze nodig zijn voor
                                het in exploitatie brengen van gronden binnen het
                                    exploitatiegebied;<vet>c. </vet>de kosten van de in artikel 2
                                genoemde voorzieningen van openbaar nut, voorzover deze verband
                                houden met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
                                brengen van gronden binnen het exploitatiegebied, alsmede de daarmee
                                verband houdende kosten van onderzoeken, voorbereiding en
                                    toezicht;<vet>d.</vet> de kosten van het gemeentelijk apparaat,
                                voorzover dit rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van
                                gronden kan worden toegerekend;<vet>e.</vet> de rente van
                                geïnvesteerde kapitalen en overige lasten verminderd met
                                    rente¬opbrengsten;<vet>f. </vet>overige kosten die in beginsel
                                ten laste van de grondexploitatie behoren te worden gebracht. </al><al>2. Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                                exploitatie brengen van gronden verband houdende opbrengsten,
                                bestaande uit:<vet>a.</vet> doelsubsidies;<vet>b.</vet> verkoop van
                                    gronden;<vet>c.</vet> bijdragen in de kosten van aanleg van
                                voorzieningen van openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via
                                    baatbelasting;<vet>d.</vet> overige bijdragen. </al><al>3. De wijze van toerekening van de totale onder sub 1. en 2. van dit
                                artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan de onroerende zaken in
                                het exploitatiegebied naar de mate van de baat die de onroerende
                                zaken hebben van het samenhangend geheel van voorzieningen van
                                openbaar nut zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening.De mate
                                van baat wordt aangeduid met inachtneming van hetgeen hieromtrent in
                                artikel 6 is bepaald.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan uitgegaan dat
                                het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie
                                zal worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of prijswijzigingen
                                danwel andere optredende wijzigingen met betrekking tot het in
                                exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
                                aanleiding geven om de kostenbegroting te herzien. Het besluit tot
                                herziening van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                                artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid, onder 1 sub a. is niet van
                                toepassing ten aanzien van de binnen een exploitatiegebied gelegen
                                en gebate gronden die als gevolg van de voorzieningen van openbaar
                                nut niet geschikt worden voor bebouwing.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Naast het bepaalde in het vierde lid wordt de raming van de in het
                                eerste lid, onder 1 sub a. bedoelde inbrengwaarde van de gronden
                                beperkt tot de gronden die zijn bestemd voor het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut, ingeval er sprake is van een
                                exploitatiegebied waarvoor geldt dat de voorzieningen van openbaar
                                nut niet in hoofdzaak gericht zijn op het geschikt maken voor
                                bebouwing van onroerende zaken.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt het
                                gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m² grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                                verstaan de kadastrale oppervlakte van de gebate onroerende zaken,
                                waar mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                                geprojecteerde kavels (bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor
                                ligging en bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin de
                                baat van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar
                                nut tot uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m² grondoppervlakte onvoldoende
                                uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen
                                verschillen in toerekening van baat, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader in de kostenbegroting zoals bedoeld in artikel
                                5, te bepalen grondslag die voorziet in de aanwezige verschillen in
                                baat.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, wat betreft de in het exploitatiegebied liggende
                                onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de gemeente, indien
                                dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen met de
                                exploitant, plaats op basis van een exploitatieovereenkomst. Van de
                                exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien het afstand
                                doen van gronden, zoals bedoeld in het derde lid onder d., onderdeel
                                uitmaakt van de overeenkomst, wordt hiervan een notariële akte
                                opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst nadat een kostenbegroting zoals bedoeld in
                                artikel 5, is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De overeenkomst zoals bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder
                                geval bepalingen omtrent:<vet>a.</vet> de aard en de omvang van de
                                door de gemeente te treffen voorzieningen van openbaar
                                    nut;<vet>b.</vet> het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde
                                voorzieningen zullen worden uitgevoerd;<vet>c. </vet>de ten laste
                                van de exploitant komende bijdrage, vastgesteld volgens de artikelen
                                5 en 6;<vet>d.</vet> in voorkomende gevallen het afstand doen van
                                gronden aan de gemeente, voorzover die gronden zijn bestemd voor de
                                aanleg c.q. aanpassing van voorzieningen van openbaar nut.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid, kan in
                                de exploitatie¬overeenkomst, onverminderd het gestelde in het derde
                                lid, worden bepaald dat:<vet>a.</vet> ten behoeve van de door
                                exploitant uit te voeren werken een aannemings¬overeenkomst wordt
                                gesloten, waarbij de gemeente als opdrachtgever en de exploitant als
                                aannemer wordt aangemerkt, en de directievoering en het toezicht op
                                de door de exploitant uit te voeren werken geschieden door of
                                vanwege de gemeente;<vet>b. </vet>de aanneemsom in de onder a.
                                genoemde overeenkomst wordt vastgesteld op een pro-formabedrag van €
                                1,-, zulks met inachtneming van hetgeen in artikel 8, derde lid is
                                bepaald.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                                kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens de
                                in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak
                                wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de in
                                artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten
                                van kadastrale uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde zoals
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub 1., onder a. van de bij de
                                exploitant in eigendom zijnde of door exploitant in eigendom te
                                verkrijgen gebate gronden, en van de gronden die zijn bestemd voor
                                het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant
                                aan de gemeente worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond, zoals bedoeld
                                in het eerste lid, wordt door de gemeente in overeenstemming met de
                                exploitant op basis van taxatie vastgesteld. Bij het ontbreken van
                                overeenstemming wordt de waarde van de gronden vastgesteld door een
                                commissie van drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de
                                gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds
                                aangewezen deskundigen.Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde
                                deskundige geen overeenstemming verkregen, dan maken de aangewezen
                                deskundigen tezamen dit bekend aan de opdracht¬gevers, waarna de
                                meest gerede partij, onder bekendmaking aan de wederpartij, de
                                kantonrechter in het kanton waartoe de gemeente behoort, kan
                                verzoeken deze des¬kundige te benoemen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan artikel 3,
                                tweede lid, de ten laste van de exploitant komende bijdrage als
                                volgt bepaald:<vet>a.</vet> de bijdrage zoals deze op grond van de
                                in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak
                                wordt toegerekend, wordt vermeerderd met de kosten op de afstand van
                                de in artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden vallende en de
                                kosten van kadastrale uitmeting;<vet>b.</vet> de onder a. genoemde
                                bijdrage wordt verminderd met:<cursief><vet>1. </vet></cursief>de
                                inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van exploitant
                                behorende gronden. Het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is
                                van overeenkomstige toepassing;<cursief><vet>2. </vet></cursief>het
                                in de kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten zoals bedoeld in
                                artikel 5, eerste lid, sub 1 onder b. tot en met f., voorzover de
                                uitvoering van de daarmee verband houdende werken en werkzaamheden
                                voor risico en rekening komt van de exploitant. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien het bepaalde in artikel 5, vierde en/of vijfde lid toepassing
                                heeft verkregen, wordt de ten laste van de exploitant komende
                                bijdrage bepaald op de voet van lid 1 en 3 van dit artikel, met dien
                                verstande dat de in het eerste lid en derde lid onder b, sub 1.
                                bedoelde vermindering beperkt is tot de inbrengwaarde van de gronden
                                die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                                en door de exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een belanghebbende kan burgemeester en wethouders verzoeken tot het
                                verlenen van medewerking met betrekking tot het in exploitatie
                                brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:<vet>a.</vet>
                                een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen
                                onroerende zaken;<vet>b. </vet>gegevens waaruit blijkt dat de
                                belanghebbende de eigendom van de in exploitatie te brengen
                                onroerende zaken heeft verkregen of kan verkrijgen;<vet>c.</vet>
                                gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                (bouw)werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen, waarbij
                                in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van
                                gemeentewege voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in artikel
                                2 van deze verordening moeten worden getroffen, wordt dit vóór de
                                beslissing op de aanvraag bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij
                                wordt een door burgemeester en wethouders vast te stellen aanduiding
                                van het exploitatiegebied en kostenbegroting aan de exploitant
                                bekendgemaakt. Het bepaalde in artikel 5, met uitzondering van het
                                bepaalde in de slotzin van het derde lid, is van overeenkomstige
                                toepassing. Tevens wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld een
                                aanvraag in te dienen bij burgemeester en wethouders voor
                                medewerking met betrekking tot het in exploitatie brengen van
                                gronden.</al><al/></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes maanden na ontvangst
                                van de aanvraag.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op
                                verzoek van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens
                                een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7, met dien verstande dat
                                de in artikel 7 bedoelde kostenbegroting en de daarmee verband
                                houdende aanduiding van het exploitatiegebied wordt vastgesteld door
                                burgemeester en wethouders. De kostenbegroting en de aanduiding van
                                het exploitatie¬gebied worden bekendgemaakt aan de exploitant. Het
                                bepaalde in artikel 5, derde lid, slotzin is niet van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien:<vet>a.</vet>
                                de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied
                                waarvoor een bestemmingsplan, gericht op de voorgenomen exploitatie
                                van gronden, geldt;<vet>b. </vet>de door exploitant aangegeven
                                (bouw)werkzaamheden zouden leiden tot strijd met de
                                    Woningwet;<vet>c.</vet> het treffen van de voorzieningen van
                                openbaar nut, hoewel overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins
                                zou leiden tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding
                                van bebouwing en/of herinrichting;<vet>d.</vet> het in exploitatie
                                brengen van grond anderszins tot grote kosten of bezwaren zou
                                leiden, met name ten aanzien van het doeltreffend voorzien in
                                watervoorziening, openbare verlichting, riolering, etc.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De beslissing omtrent een aanvraag kan worden
                                    aangehouden:<vet>a.</vet> ingeval de procedure tot goedkeuring
                                van een van toepassing zijnd bestemmingsplan of herziening daarvan
                                nog niet is afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden
                                van het bestemmingsplan of de herziening daarvan;<vet>b.</vet>
                                ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
                                belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende
                                zaak, voor welke werken in het daarbij behorende exploitatiegebied
                                reeds een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is
                                genomen, maken burgemeester en wethouders dit aan de exploitant
                                bekend.Naast de hiervoor genoemde bekendmaking wordt aan exploitant
                                tevens een ontwerp-overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7,
                                aangeboden.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in
                                artikel 4 is genomen, zal, indien een exploitant een overeenkomst
                                zoals bedoeld in artikel 7 aangaat, in de overeenkomst worden
                                bepaald dat met betrekking tot de uitvoering van de in deze
                                overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut geen aanvullend
                                kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                                desbetreffende onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is opgenomen, niet
                                bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde
                                over¬eenkomst, maken burgemeester en wethouders aan exploitant
                                bekend dat het kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van een
                                baatbelasting, zulks overeenkomstig de bepalingen als opgenomen in
                                het kostenverhaalsbesluit.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die naast het
                            kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van het in
                            exploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat, dan vindt de
                            vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst totstandgekomen
                            exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen van openbaar nut
                            plaats op basis van het gestelde in deze verordening.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening met het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut is aangevangen, deze voorzieningen
                                niet geheel zijn voltooid en waarvoor geen kostenverhaalsbesluit of
                                afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld, vinden de bepalingen
                                van deze verordening voor dat exploitatiegebied, voorzover nodig, op
                                een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In elk geval geldt
                                daarbij dat, indien binnen dat exploitatiegebied wordt gekomen tot
                                een exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7, de
                                vaststelling van de daarin op te nemen financiële bijdrage geschiedt
                                op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                                kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5. Het besluit tot
                                vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening een
                                kostenverhaalsbesluit of afzonderlijke kostenbegroting is
                                vastgesteld, blijft de ‘Exploitatieverordening 1998’ van toepassing
                                tot twee jaren nadat de ten behoeve van dat exploitatiegebied
                                getroffen en/of te treffen voorzieningen van openbaar nut geheel
                                zijn voltooid met dien verstande dat, voorzover van belang in
                                afwijking van de Exploitatieverordening 1998, het aangaan van
                                overeenkomsten geschiedt door burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ten aanzien van een voor de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening ontvangen aanvraag tot het verlenen van medewerking aan
                                het in exploitatie brengen van gronden, waarop voor de datum van
                                inwerkingtreding van deze verordening niet is beslist, blijft de
                                ‘Exploitatieverordening 1998’ van toepassing tot op de aanvraag is
                                beslist, met dien verstande dat, indien tot het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut wordt besloten, laatstgenoemde
                                verordening van toepassing blijft tot twee jaren nadat de te treffen
                                voorzieningen van openbaar nut geheel zijn voltooid en, voorzover
                                van belang in afwijking van de Exploitatieverordening 1998, het
                                aangaan van overeenkomsten geschiedt door burgemeester en
                                wethouders.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand
                                volgende op die waarin de bekendmaking ingevolge artikel 139 van de
                                Gemeentewet heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de ‘Exploitatieverordening 1998’ zoals
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 23 juni 1998, met dien verstande
                                dat zij van toepassing blijft voor de gevallen zoals bedoeld in
                                artikel 13, tweede en derde lid.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als <vet>‘Exploitatieverordening
                                gemeente Oirschot 2003’</vet>.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Oirschot van
                        27 mei 2003.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De gemeenteraad,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>H. Struijs, mr. G.G.I.M. Speetjens,griffier burgemeester </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>