<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR759161_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2026-2030 Gemeente Wierden Financiering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">beleidsregel</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wierden</dcterms:creator><dcterms:modified>2026-01-27</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-132389">gmb-2026-132389</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2026-2030 Gemeente Wierden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2026-01-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2026-01-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuw</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2026-2030 Gemeente Wierden</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2026-2030 Gemeente Wierden</overheidrg:onderwerp></cvdripm></meta><body><intitule>Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2026-2030 Gemeente Wierden Financiering</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Op 27 januari 2026 heeft de gemeenteraad van Wierden het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2026-2030 vastgesteld en besloten het scenario "vernieuwd" als uitgangspunt te hanteren voor 2026 t/m 2030.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>1.</label><nr>Inleiding en doel</nr></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/><al><vet>Inleiding</vet></al><al>De openbare ruimte vormt het kloppende hart van onze leefomgeving. Het is de plek waar mensen samenkomen, zich verplaatsen, ontspannen en deelnemen aan het maatschappelijk en economisch leven. </al><al>Maatschappelijke ontwikkelingen als klimaatverandering, achteruitgang van biodiversiteit, woningtekort, veranderende inzichten qua mobiliteit en de energietransitie hebben gevolgen voor hoe we de openbare ruimte inrichten en beheren. </al><al>Daarom zijn in dit document uitgangspunten opgenomen voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte, waarmee een antwoord gegeven kan worden op de uitdagingen van deze tijd. Hiermee geeft dit IBOR kaders voor een integrale aanpak voor onderhoud, vervanging en vernieuwing van de openbare ruimte.</al><al/><al><vet>Schoon, heel en veilig</vet></al><al>Schoon, heel en veilig - het zijn de bekende uitgangspunten rondom stedelijk beheer. Jarenlang lag daar de focus op bij de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte. Inmiddels is de aandacht verschoven naar biodiversiteit en klimaat. Dit zijn inrichtingsaspecten die ook gevolgen hebben voor beheer. Wij hanteren nog steeds schoon, heel en veilig als uitgangspunten waarbij het “heel” aspect aangevuld kan worden met biodiversiteit en klimaatmaatregelen. Het aspect “vernieuwd” wordt toegevoegd in dit plan.</al><al/><al><vet>Historie</vet></al><al>Vanaf 2013 (plan vastgesteld op 18 december 2012) werken we in Wierden met IBOR en aan doorontwikkeling van IBOR. Het laatste plan dateert van 2021, toen alleen gericht op beheer. Toen is afgesproken dat er sectoraal beleid opgesteld wordt voor investeringen in groen, water en wegen. Sectoraal beleid is gericht op één onderdeel van de openbare ruimte, bijvoorbeeld water. Wij hadden toen nog niet de mogelijkheden om een samenhangend integraal plan te maken met daarbij ook vervanging. Omdat de data nu beter op orde is kunnen we ook een doorkijk maken en toekomstige vervangingen in beeld brengen. Inmiddels hebben we ook genoeg sectoraal beleid opgesteld zodat we dit nu in de vorm een nieuw Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) kunnen presenteren.</al><al/><al><vet>Positie begrenzing</vet></al><al>Het IBOR geeft de kaders voor het beheer van de openbare ruimte en vormt daarmee de ‘paraplu’ voor de plannen voor de openbare ruimte binnen de bebouwde kom. Dit IBOR beperkt zich tot de bebouwde kom. Voor buiten de bebouwde kom zijn er sectorale plannen en beheerplannen die meer gericht zijn op functie en minder op beeldkwaliteit. </al><al/><al><vet>Focus</vet></al><al>De focus ligt op groen, reiniging en wegen in relatie met het water (en het Watertakenplan). De integratie met het beleid voor spelen en bijvoorbeeld mobiliteit is nog niet gedaan. Dit komt bij een volgend IBOR plan. Voor civieltechnische kunstwerken is nog te weinig data beschikbaar. </al><al/><al>Het IBOR omvat alle visuele aspecten van elementen in de openbare ruimte. De ambitie is dat groen, wegen, reiniging, civiele kunstwerken, rioleringen, verkeer en verlichting het klein- en groot onderhoud wordt meegenomen. </al><al/><al><vet>Doel</vet></al><al><cursief>Vaststellen van de kwaliteit van de openbare ruimte en inzicht geven in de middelen die nodig zijn om de kwaliteit te borgen.</cursief></al><al/><al><vet>Onderbouwing doel</vet></al><al>De gemeente Wierden werkt met dit integraal beleidsplan openbare ruimte (IBOR) aan een strategische en integrale aanpak voor de inrichting en het onderhouden van de openbare ruimte. Daarmee is dit plan breder dan alleen beheer en in naam ook gewijzigd (voorheen Integraal Beheer Openbare Ruimte).</al><al>De gemeente Wierden hanteert een gestructureerde aanpak voor het onderhouden en vernieuwen van de openbare ruimte, met als doel het waarborgen van veiligheid, leefbaarheid en beheersbare kosten op lange termijn.</al><al>Het gebruik van geavanceerde beheersystemen en een goed gecoördineerde aanpak voor onderhoud en vernieuwing waarborgt de kwaliteit en functionaliteit van de openbare ruimte op lange termijn. We streven naar een openbare ruimte die op een duurzame en toekomstbestendige manier onderhouden en ingericht wordt, met een duidelijke focus op het behouden en verbeteren van de kwaliteit </al><al>De gemeente Wierden staat, net als veel andere gemeenten, voor een grote vervangingsopgave van de openbare ruimte in de naoorlogse wijken. Want uitgestelde vervanging, vraagt namelijk om meer incidenteel onderhoud, wat resulteert in kosten inefficiënt werk. </al><al/><al><vet>Systematiek</vet></al><al>IBOR is geen statisch plan maar vooral een systematiek om kwaliteit te borgen. Dit doen we cyclisch waarbij de visies en plannen input zijn voor het IBOR. Een visie is belangrijk om te weten waar je naar toe wilt en waarom. De veel omvattende visie is de Omgevingsvisie die we steeds vaker en beter kunnen gebruiken als leidraad voor de openbare ruimte. </al><al>De visies en beleidsplannen zijn geraadpleegd en staan in bijlage 1.</al><al/><al><vet>Looptijd beleidscyclus IBOR</vet></al><al>IBOR is continue in ontwikkeling en vooralsnog gaan we uit van een IBOR met een looptijd van vier jaar omdat we nog onderdelen nog verder willen integreren in het plan. In de toekomst willen we een plan opstellen voor acht jaar. </al><al/><al><vet>Leeswijzer</vet></al><al>Wij beginnen met het benaderen vanuit de inwoners in het hoofdstuk beleving van de openbare ruimte. Daarna de maatschappelijke opgaven waar we met zijn allen voor staan, zowel de inwoner als de gemeente.</al><al>Omdat elk aspect van de openbare ruimte een eigen dynamiek heeft leggen wij uit welke beheergroepen wij kennen. Dit omdat we anders omgaan. Zo heeft “spelen” een eigen dynamiek waarbij het kind als gebruiker van de openbare ruimte centraal staat. Anders is het bij mobiliteit waar de weggebruiker een belangrijke stem in heeft. Op hoofdlijnen kijken we naar de afzonderlijke beheergroepen en wat de impact hiervan is op de openbare ruimte.</al><al>Een IBOR gaat over de kwaliteit van de openbare ruimte. Die wordt mede bepaald door hoe een wijk is vorm gegeven en in welke periode (en met welke gedachte). Wij beheren en onderhouden de openbare ruimte en willen de functionaliteit behouden. Dat drukken we uit in kwaliteit en we benaderen dit systematisch. Het systeem leggen wij zo goed mogelijk uit in het hoofdstuk kwaliteit en ambitie.</al><al>We leggen uit in de hoofdstukken - beheer en onderhoud – en – vervangen en vernieuwen – wat nodig is om kwaliteit en ambitie te behalen. Uiteindelijk wordt aan de hand van scenario’s en het financiële plaatje een voorstel gedaan. Het advies wordt gebaseerd op wat op dit moment haalbaar en betaalbaar lijkt ook ten opzichte van een veelheid aan opgaven waar de gemeente zich over moet buigen in de nabije toekomst. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>2.</nr><titel>De beleving van de openbare ruimte</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><lijst><li nr=""><al/></li></lijst><al>In 2024 hebben we gevraagd aan inwoners hoe zij de openbare ruimte gebruiken en er ervaren. De resultaten van deze enquête staan in bijlage 2. Een paar belangrijke aspecten willen we belichten</al><al/><al><vet>Hoe wordt de openbare ruimte gebruikt?</vet></al><al>Naast het functionele, bijvoorbeeld naar het werk gaan, wordt de openbare ruimte goed gebruikt om te wandelen, fietsen en verder in te verblijven. </al><al/><al><vet>Wat vinden de inwoners mooi aan de buurt? </vet></al><al>Inwoners waarderen de openbare ruimte. De meeste inwoners waarderen de openbare ruimte met een 8, het gemiddelde bedraagt een 6,7. Vooral de groene ruimte wordt gewaardeerd.</al><al/><al><vet>Ziet de straat er opgeruimd uit?</vet></al><al>Meer dan 72% vindt dat de straat er opgeruimd uit ziet. Inwoners geven aan dat de hoeveelheid onkruid het meest storend is. Dat is opmerkelijk omdat traditioneel zwerfvuil en hondenpoep hoger scoren. Dat betekent ook dat in het IBOR meer aandacht moet komen voor onkruidbeheersing.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>3.</nr><titel>Maatschappelijke opgaven</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><lijst><li nr=""><al/></li></lijst><al>Het IBOR kan niet los gezien worden van maatschappelijke opgaven waar de gemeente voor staat. Daarom benoemen we deze. </al><al/><al><vet>Sociale werklocatie</vet></al><al>Voor veel medewerkers is het onderhoud van de openbare ruimte een veilige werklocatie waar ze hun talenten kunnen uitoefenen. Veel maatschappelijke opgaven die in dit hoofdstuk staan kunnen deels ingevuld worden door mensen die goed zijn in onderhoud maar lastig te plaatsen zijn in een bedrijf.</al><al/><al><vet>Klimaatadaptie</vet></al><al>Een effectieve inrichting van de openbare ruimte kan helpen om wateroverlast te beperken en waterschaarste te voorkomen. We werken daarom aan een klimaatadaptieve openbare ruimte richting 2050. Bebouwde gebieden zijn daarbij gevoelig voor hittestress, vooral tijdens warme zomers. Het is daarom belangrijk om bij de inrichting van de openbare ruimte aandacht te besteden aan het planten van bomen en het uitbreiden van het groenareaal. </al><al>Extra openbaar groen wordt gebruikt om hemelwater op te vangen waardoor het stedelijke watersysteem minder wordt belast. In de openbare ruimte wordt water opgevangen en werken we volgens de hemelwater-trits met de voorkeursvolgorde: benutten en besparen, vasthouden en infiltreren, bergen en pas dan afvoeren van regenwater.</al><al>Naast meer ruimte voor waterberging willen we ook de gemengde riolering vervangen door een gescheiden stelsel in wijken waar dat nog niet zo is.</al><al/><al><vet>Mobiliteit</vet></al><al>De basis voor de ruimtelijke inpassing van mobiliteit sluit aan bij de doelen die we hebben gesteld. Uitgangspunten daarbij zijn dat we korte verplaatsingen doen we lopend of op de fiets. We hanteren het STOMP principe. STOMP staat voor Stappen, Trappen, OV, Mobiliteitsdiensten en Personenauto. </al><al>Bij het STOMP-ontwerpprincipe staat de auto niet langer centraal bij de inrichting van de ruimte, maar gaan we eerst uit van de voetganger (Stappen) en vervolgens de fietser (Trappen), OV en Mobiliteitsdiensten. Als laatste wordt de privéauto meegenomen. STOMP is ingegeven door duurzame mobiliteit. </al><al>Belangrijk bij de inrichting van de wegen is dat deze zo worden ingericht dat weggebruikers op basis van de inrichting kunnen afleiden welk gedrag er van hen wordt verwacht. </al><al/><al><vet>Ontmoeten en bewegen</vet></al><al>De openbare ruimte speelt een cruciale rol in het faciliteren van sociale interactie. Goed ingerichte pleinen, parken en straten nodigen uit tot ontmoeting, wat de sociale cohesie versterkt. Een aantrekkelijke en goed ingerichte leefomgeving stimuleert ook een gezonde leefstijl met voldoende beweging. Wie in een groene omgeving leeft, voelt zich gezonder en bezoekt minder vaak de huisarts. Het is daarom essentieel om bij de inrichting van de openbare ruimte aandacht te besteden aan elementen die ontmoeting en activiteit stimuleren, zoals bankjes, groen, speelplekken en sportfaciliteiten. </al><al/><al><vet>Veiligheid en toegankelijkheid.</vet></al><al>Naast een goed netwerk van voetgangersvoorzieningen is de kwaliteit van deze voorzieningen ook erg belangrijk. Iedereen moet goed gebruik kunnen maken van de infrastructuur. Het is belangrijk dat bijvoorbeeld ouderen, mensen met een beperkingen geen hinder ondervinden in het gebruik van de openbare ruimte. </al><al>Belangrijk is om bij herinrichtingen goed aandacht te hebben voor de toegankelijkheid. </al><al>Fietsroutes moeten niet alleen verkeersveilig maar ook sociaal veilig zijn. Het aanbrengen van openbare verlichting is daarbij niet genoeg. De routes moeten door het tracé en de inrichting op alle momenten van de dag sociaal veilig aanvoelen. </al><al>Fietstunnels en andere voorzieningen moeten altijd goed verlicht worden. </al><al/><al><vet>Duurzaamheid en circulariteit</vet></al><al>Duurzaamheid en circulariteit wordt vertaald door slim te werken en duurzame(re) materialen toe te passen. Naast het materiaal moet ook gekeken worden naar de inzet die er gepleegd wordt. Wij streven daarom om de levensduur van onze werken te vergroten door een hogere kwaliteit toe te passen.</al><al/><al><vet>Biodiversiteit en ecologie</vet></al><al>We vinden het belangrijk om de biodiversiteit te beschermen en zo de bijbehorende ecosystemen in stand te houden. Dit draagt niet alleen bij aan de instandhouding van beschermde soorten, maar wapent ons ook beter tegen ziekten en plagen, overlast van bijvoorbeeld eikenprocessierups en invasieve exoten. De komende jaren zetten we ons in om de natuurwaarden te behouden en te versterken, onder andere door in te zetten op verschillende soorten groen, gelaagdheid en een groen-blauwe structuur.</al><al/><al><vet>Energietransitie</vet></al><al>“Ruimtebeslag van energie-infra Elektriciteitsstations, trafohuisjes en kabels kennen eigen ruimtelijke eisen en visuele effecten en vragen om nieuwe afwegingen van ruimteclaims.” , zo stelt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Zeker nu omdat Wierden voor duurzame Warmtebronnen afhankelijk is/wordt van elektriciteit omdat warmtebronnen ontbreken. </al><al>Er zullen meer trafohuisjes in de openbare ruimte komen en de leidingen gaat de aanleg van waterberging en aanplant van bomen bemoeilijken. De VNG heeft een Handreiking Ruimtelijke inpassing van energie-infra uitgebracht die in Wierden nog niet is geïmplementeerd.</al><al/><al><vet>Gebruik van de ondergrondse ruimte </vet></al><al>De ondergrondse ruimte herbergt een complex netwerk van kabels, leidingen, riolering en bijvoorbeeld wortels van bomen. Met de energietransitie en andere stedelijke ontwikkelingen neemt de druk op deze ruimte toe. Het is daarom noodzakelijk om bij projecten in de openbare ruimte al in een vroegtijdig stadium na te denken over het (toekomstige) ruimtegebruik en de ordening van de ondergrond. Een efficiënte en duurzame omgang met de beschikbare ondergrondse ruimte is essentieel om conflicten te voorkomen en de functionaliteit van vitale systemen te waarborgen. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>4.</nr><titel>Beheergroepen</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/><al>De openbare ruimte is opgebouwd uit een aantal beheergroepen. In dit IBOR is onderscheid gemaakt in de volgende beheergroepen: groen, meubilair, reiniging, wegen, civiele kunstwerken en water. </al><al/><al>De volgende beheergroepen zijn te onderscheiden: </al><al/><al><vet>Civiele kunstwerken</vet></al><al>Civiele kunstwerken zoals bruggen, tunnels en viaducten moeten veilig, functioneel en in goede staat van onderhoud verkeren. Periodiek worden alle civiele kunstwerken visueel geïnspecteerd en, waar nodig, technisch geïnspecteerd. In 2025 is begonnen met het constructief doorrekenen van bruggen welke in het beheer zijn van de gemeente door de toename van de verkeersintensiteit en gewicht van voertuigen. Daarnaast hebben 10 bruggen een leeftijd van 50 jaar of ouder waarbij andere ontwerpeisen golden in de periode van aanleg.</al><al/><al><vet>Openbare Verlichting </vet></al><al>De missie voor de openbare verlichting in de gemeente Wierden is om tot een duurzaam areaal</al><al>openbare verlichting te komen, met als doel het bieden van een veilige omgeving voor de burger</al><al>voor de lange termijn, tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.</al><al/><al><vet>Riool </vet></al><al>Het rioolstelsel moet betrouwbaar en toekomstbestendig zijn, met een goede scheiding tussen afvalwater, hemelwater en grondwater om wateroverlast en vervuiling van oppervlaktewater te voorkomen. Waar mogelijk wordt hemelwater lokaal geïnfiltreerd, gebufferd en hergebruikt, zodat de druk op het rioolstelsel wordt verminderd. Riolen worden preventief onderhouden en gecontroleerd op verstoppingen, lekkages en constructieve stabiliteit. Deze uitgangspunten zijn benoemd en eveneens vastgelegd in het Watertakenplan.</al><al/><al><vet>Reiniging (IBOR)</vet></al><al>Het onkruidvrij houden van verharding, het vegen en zwerfvuilbeheersing zijn reinigingstaken. De reiniging bepaalt voor een groot deel hoe schoon de openbare ruimte ervaren wordt. Deze werkzaamheden zijn in 2025 in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat er een ondercapaciteit is. Dit is vastgelegd in het beheerplan Reiniging.</al><al/><al><vet>Spelen </vet></al><al>De komende jaren ligt er in Wierden een cyclische vervangingsopgave voor speelvoorzieningen voor het vernieuwen van het areaal buiten de oude wijken. Naarmate speelplekken het einde van hun technische levensduur bereiken, benutten we deze momenten om onze beleidsuitgangspunten mee te nemen en het speelaanbod toekomstbestendig te maken. Daarbij zetten we in op meer variatie, inclusiviteit, natuurlijke speelaanleidingen en een beter aanbod voor oudere jeugd.</al><al/><al><vet>Groen (IBOR)</vet></al><al>Het groenareaal in Wierden moet bijdragen aan biodiversiteit, ecologische waarde en een prettige leefomgeving. Waar mogelijk wordt ecologisch beheer toegepast. Het voorstel is om op basis van vooraf gestelde criteria geschikt areaal te selecteren. </al><al/><al><vet>Straatmeubilair </vet></al><al>De kwaliteit en omvang van het straatmeubilair waaronder bankjes en prullenbakken is over het algemeen goed.</al><al/><al><vet>Verkeers- voorzieningen en - meubilair </vet></al><al>Er is nu nog geen goed beeld bij de verkeersvoorzieningen omdat deze nog niet digitaal zijn vastgelegd. Dit is nog in ontwikkeling. Denk hierbij aan versmallingen, borden etc.</al><al/><al><vet>Watergangen </vet></al><al>Ten aanzien van klimaatadaptatie en ecologische ambities wordt voorgesteld de watergangen in beeld te brengen evenals de hoogte van duikers, de stroming van het water en vegetatiekwaliteit. Dit samen met de eerder gemaakte inventarisatie geeft een goed beeld van de situatie in het buitengebied. Op basis daarvan kan bepaald worden of en welke activiteiten worden uitgevoerd. </al><al/><al><vet>Wegen (IBOR)</vet></al><al>De gemeente heeft een zorgplicht voor het veilig houden van de openbare wegen voor weggebruikers. Elke twee jaar worden deze wegen visueel geïnspecteerd op o.a. scheuren, rafeling en vlakheid. De resultaten van deze inspecties worden verwerkt in het beheerprogramma waaruit een uitvoeringsplanning volgt voor de opvolgende vijf jaar. Voor wegen bestaat een opgave om achterstanden in het onderhoud weg te werken in aansluiting op de vervanging van de oude wijken. De kwaliteit gaat achteruitgaat tot een punt waarop regulier onderhoud niet meer toereikend en effectief is. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>5.</nr><titel>Kwaliteit en ambitie </titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/><al><vet>Beeldmeetlatten</vet></al><al>In Wierden werken we met de landelijk geüniformeerde CROW-beeldmaatlatten. Deze systematiek hanteert 5 niveaus ( A+, A, B, C en D) van beeldkwaliteit. Hierbij geldt dat A+ het hoogste niveau en D het laagste is. Voor de sturing op beeldkwaliteit gaan we ervan uit dat tenminste 90% van de openbare ruimte voldoet aan het vastgestelde niveau. Een voorbeeld van een meetlat staat hieronder.</al><al/><al/><al><plaatje><illustratie naam="welacceptabeli398a076d-2def-456e-93a4-d73fc9262d9a.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" id="i398a076d-2def-456e-93a4-d73fc9262d9a" hoogte="5.36cm"/></plaatje></al><al/><al/><al/><al>Gebiedstypen</al><al>Per gebied kan het onderhoud in een verschillend niveau worden uitgevoerd. De gebieden zijn vastgelegd op kaart op buurtniveau.</al><al/><al><plaatje><illustratie naam="legendawierdeni35498ee5-2c3d-42ce-a3cd-2c7c10c9b65e.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" id="i35498ee5-2c3d-42ce-a3cd-2c7c10c9b65e" hoogte="16.06cm"/></plaatje></al><al/><al/><al><plaatje><illustratie naam="legendaenteri4ae43aed-6222-48c0-b9d0-36186b636bea.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" id="i4ae43aed-6222-48c0-b9d0-36186b636bea" hoogte="18.08cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Beeldkwaliteitsniveau (ambitie)</vet></al><al>Wij onderhouden de openbare ruimte sinds 2021 op verschillende niveaus, per gebiedstype. Het streefniveau voor de totale openbare ruimte is B waarbij een C en een D niet meer acceptabel zijn. Voor de centra, invalswegen en begraafplaatsen streven we naar een A als is een B is nog steeds acceptabel en een C niet. Een D niveau is niet acceptabel in de wijken of industriegebieden. Bij groeizaam weer (veel onkruid groei) wordt in een wijk eerder ingegrepen dan op een industriegebied. A+ niveau komt alleen voor kort na aanleg of reconstructie, een A niveau komt voor vlak na onderhoud. </al><al/><al><plaatje><illustratie naam="centrai25f0efea-90e1-4c09-87bb-7b1503deedfe.jpg" type="foto" breedte="10cm" id="i25f0efea-90e1-4c09-87bb-7b1503deedfe" hoogte="4.51cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie naam="kleinonderhoudia89d760f-7fba-40f6-bb10-d68147415033.jpg" type="foto" breedte="10cm" id="ia89d760f-7fba-40f6-bb10-d68147415033" hoogte="1.74cm"/></plaatje></al><al/><al>Inspecties</al><al>Om te controleren of de kwaliteit nog acceptabel is wordt er geïnspecteerd. Dit gebeurt technisch (weginspecties) en op beeld. De software selecteert telkens een aantal willekeurige locaties door de gemeente. Die worden gecontroleerd. Dit wordt met een tablet vastgelegd, en voorzien van foto’s en een inspectierapport. </al><al>De resultaten hiervan worden gerapporteerd aan de buitendienst. Zij kunnen zo nodig onderhoud uitvoeren. </al><al>De continue monitoring biedt daarnaast inzicht in trends en knelpunten, wat benut wordt om het onderhoudsproces waar mogelijk verder te optimaliseren en efficiënter in te richten. Maar ook om te bekijken waar groot onderhoud of vervanging nodig is.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>6.</nr><titel>Beheer en onderhoud</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/><al>Beheer en onderhoud is gericht op het in stand houden van de openbare ruimte. De beheercyclus van de openbare ruimte begint bij de aanleg waarbij een hoog kwaliteitsniveau wordt bereikt (A+). Vanaf dat moment neemt de kwaliteit geleidelijk af door slijtage en externe factoren. Om deze afname te beheersen en de levensduur te verlengen, wordt regelmatig klein onderhoud uitgevoerd. Wanneer de kwaliteit verder verslechtert, wordt groot onderhoud noodzakelijk om een structurele kwaliteitsimpuls te geven. </al><al>Uiteindelijk bereikt een straat het einde van zijn technische of economische levensduur, waarna vervanging de enige logische stap is. Hierbij wordt opnieuw een hoog kwaliteitsniveau nagestreefd, waarmee de cyclus opnieuw begint. Door klein onderhoud, groot onderhoud en vervanging strategisch te plannen, blijft de openbare ruimte veilig, functioneel en duurzaam, terwijl kapitaalvernietiging wordt voorkomen en middelen efficiënt worden ingezet. </al><al/><al><vet>Klein Onderhoud </vet></al><al>De strategie voor het klein onderhoud van de openbare ruimte is gericht op het borgen van het gewenste kwaliteitsniveau. Het uitgangspunt is om het onderhoud planmatig en doelmatig uit te voeren, met een continue focus op kwaliteit, efficiëntie en voorspelbaarheid. De kwaliteit van het onderhoud wordt structureel gemonitord door middel van de periodieke inspecties. </al><al/><al><vet>Groot Onderhoud </vet></al><al>Binnen de verschillende beheergroepen worden periodiek inspecties uitgevoerd. De resultaten van deze inspecties vormen de basis voor de technische onderhoudsplanning. Deze planningen worden intern integraal afgestemd om weloverwogen keuzes te maken ten aanzien van de uit te voeren werkzaamheden. Kwaliteit is hierbij leidend. In principe worden geen grote onderhouds-werkzaamheden meer uitgevoerd in gebieden die zijn aangewezen voor integrale vernieuwing. Uitzonderingen worden gemaakt wanneer maatregelen noodzakelijk zijn om de veiligheid te waarborgen, bijvoorbeeld als de kwaliteit onder de minimale norm (niveau C of D) zakt. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>7.</nr><titel>Vervangen en vernieuwen</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/><al><vet>Wat is vervangen en wat is vernieuwen?</vet></al><al>Vervangen is duurzame materialen hergebruiken en minder duurzame materialen vervangen door duurzame materialen waardoor de levensduur van de openbare ruimte verlengd wordt. Vernieuwen is de inrichting wijzigen waardoor vervangen samengaat met ambities op het gebied van water, mobiliteit, klimaat en biodiversiteit. Deze ambities staan in de sectorale beleidsplannen en in de visies waaronder de Omgevingsvisie.</al><al/><al><vet>Welke strategie hanteren we bij vernieuwing?</vet></al><al>Bepaalde wijken in de gemeente Wierden zijn verouderd. Onderhoud is dan niet meer toereikend en effectief. In deze wijken dient de openbare ruimte vernieuwd te worden. </al><al>Het zorgvuldig en onderbouwd prioriteren en afwegen van vernieuwen van de openbare ruimte is een belangrijke stap om de veiligheid en gezondheid van gebruikers te waarborgen, en tegelijkertijd de kosten op lange termijn in de hand te houden. </al><al>De basisgedachte kan zijn dat vervangen en vernieuwen samengaan met het moment waar we van inschatten dat de openbare ruimte “op” en afgeschreven is. Daarom is het bepalen van het moment van vervanging belangrijk.</al><al/><al><vet>Welke strategie hanteren we bij vervanging?</vet></al><al>Vervangen is (tussentijds) nodig is voor beheergroepen die een kortere “levenscyclus” hebben vanuit gebruik of kwaliteit. Denk bijvoorbeeld aan spelen. Het is niet zinvol om meer dan vijftig jaar een speeltoestel te onderhouden, de samenstelling van de bewoners is dan al veranderd. Technisch kan het ook verstandig zijn te vervangen. Beplanting en trottoirs gaan bijvoorbeeld minder lang mee dan de riolering.</al><al/><al><vet>Afschrijvingstermijnen</vet></al><al>Het voorstel is om afschrijvingstermijnen in de openbare ruimte te gaan hanteren zodat deze beter aansluiten bij de technische levensduur en cyclisch beheer. Dat betekent dat we gaan werken met de termijnen van 70 en 35 jaar op een enkele uitzondering na. </al><al>Lang cyclisch hanteren we minimaal 70 jaar voor de riolering en openbare ruimte. Bij voorkeur middels een integrale wijkaanpak. Dat betekent dat de inrichting ook aangepast wordt. Meer biodiversiteit, klimaatmaatregelen etc.</al><al>Kort cyclisch hanteren we bijvoorbeeld:</al><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Ca. 35 jaar voor beplanting</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Ca. 35 jaar voor trottoirs</al></lid><al/><al>Met deze afschrijvingstermijnen sluiten we aan bij de ambitie om onderhoud en vernieuwing cyclisch in te plannen waarbij we integraal werken mogelijk maken, met zo min mogelijk kans op kapitaalvernietiging.</al><al/><al/><al><plaatje><illustratie naam="berekeningvervangingeni82d6a729-808d-4610-9963-55126b33848f.jpg" type="foto" breedte="15cm" id="i82d6a729-808d-4610-9963-55126b33848f" hoogte="3.60cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Berekening vervangingen</vet></al><al>Er zijn verschillende methodes om in te schatten hoeveel er vervangen moet worden. We kiezen voor twee methodes:</al><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor wegen en riolering wordt met de technische levensduur gerekend vanaf het moment van aanleg of vervanging. Dit zijn kapitaalintensieve investeringen waarbij het materiaal niet meer te hergebruiken is omdat bijvoorbeeld het beton vergaan is door gebruik en weersinvloeden. Het achterstallig onderhoud wordt daarmee beter inzichtelijk. Dit noemen we werkelijke levensduur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor groen wordt gerekend met het areaal gedeeld door de levensduur. Dit is puur een theoretische benadering, dit noemen we de gemiddelde levensduur. De hoeveelheden zijn getoetst aan de praktijk.</al></lid><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>8.</nr><titel>Scenario’s</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/><al>Dit hoofdstuk beschrijft drie scenario’s en bijbehorende consequenties: </al><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Veilig </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Schoon, heel (en veilig)</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Schoon, vernieuwd (en veilig) </al></lid><al/><al>Schoon, heel en veilig hebben elk een ander doel, alhoewel overlap aanwezig is. Bij veilig kan een kapotte tegel of een gebutste paal kan nog steeds veilig zijn, terwijl de tegel en de paal niet meer heel zijn. Een voetpad vol blad is niet schoon en bij nat weer ook niet veilig, want glad. </al><al>Geen van de genoemde scenario’s biedt invulling aan de grote vervangingsopgaven voor de lange termijn. </al><al/><al><vet>Veilig: niet schoon, alleen functioneel</vet></al><al>In dit scenario wordt gestuurd op een voldoende (technisch) veilige openbare ruimte. Het kwaliteitsniveau zal afzakken naar een C/D-niveau. Beplantingsvakken worden niet vervangen en alleen veilig gehouden. Onkruid op verharding en in de plantvakken zal toenemen. Het onderhoud neemt toe omdat vervangingen achterwege blijven. Gedurende de looptijd van het plan zal de positieve beleving van de openbare ruimte geleidelijk afnemen. </al><al/><al><vet>Schoon en heel (en veilig): bestaande ambitie </vet></al><al>De huidige situatie wordt voortgezet en “bevroren”. Gestuurd wordt op een gemeente-breed B-niveau en een iets intensiever onderhoud op de Accentplekken, Begraafplaatsen en in Centra. Dat betekent dat Wierden schoon blijft. Om dit te bereiken is ten opzichte van het vorige IBOR wel vervanging nodig want een openbare ruimte die niet “heel” is kan ook niet schoon gehouden worden.</al><al>Ook hebben we geconstateerd dat de kwaliteit negatief beïnvloed wordt door de reiniging, met name onkruidbeheersing (en vegen). Daar zijn een aantal aanwijsbare redenen voor:</al><lid><lidnr>•</lidnr><al>Het areaal is toegenomen door uitbreidingswijken, de veegcapaciteit is hetzelfde gebleven;</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>Door klimaat (nat/warm) groeit er meer onkruid;</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>Er worden geen onkruidbestrijdingsmiddelen meer gebruikt.</al></lid><al>Om “schoon” te realiseren is extra capaciteit nodig.</al><al>Voor wijken ouder dan 50 tot 80 jaar accepteren we een lager niveau(C) om uiteindelijk bij een rioolvervanging de volledige openbare ruimte te vernieuwen. Dit geldt bijvoorbeeld voor Wierden West. Het wordt eerst slechter voordat het beter wordt. Uiteindelijk leidt dit scenario tot een, voor nu acceptabele, hoeveelheid achterstallig (groot-) onderhoud.</al><al/><al><vet>Vernieuwd(+heel,schoon,veilig): toekomstbestendig Wierden</vet></al><al>We gaan zoveel mogelijk groot onderhoud en vervangingen gecombineerd uitvoeren. De openbare ruimte wordt voorzien van een nieuwe inrichting waarin meer ruimte is voor water en biodiversiteit en langzaam verkeerdeelnemers (vernieuwing). We doen dit op basis van levensduurverwachtingen.</al><al>Achterstanden lopen niet verder op. Uiteindelijk leidt ook dit scenario tot een, voor nu acceptabele, hoeveelheid achterstallig (groot-) onderhoud. Waar de kwaliteit afdaalt naar een C wordt ingegrepen om dit vervolgens weer minimaal op een B te krijgen. Oudere wijken worden tussentijds voorzien van een nieuwe(re) inrichting tenzij er gewacht kan worden op een rioolrenovatie. </al><al/><al><vet>Financiering</vet></al><al>De financiering van de openbare ruimte bestaat ruwweg uit drie kostencomponenten. Namelijk klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingen. Daarbij is er een “grijs” gebied tussen groot onderhoud en vervangingen. In deze paragraaf gaan we uit dat grootonderhoud kort-cyclisch is (35 jaar) en vervanging lang-cyclisch (70 jaar). Bijvoorbeeld het trottoir herstraten is groot onderhoud en de wegbaan reconstrueren is vervanging. Vaak gaat vervanging samen met vernieuwing waarin meer ruimte voor bomen en water ingebed wordt. In een aparte bijlage staan de berekeningen.</al><al/><al><vet>Klein onderhoud</vet></al><al>Bedragen in structurele jaarlasten.</al><al><plaatje><illustratie naam="kleinonderhoudbeheergroepic2dec9bd-62f7-4097-8769-040fc86a673b.jpg" type="foto" breedte="15cm" id="ic2dec9bd-62f7-4097-8769-040fc86a673b" hoogte="3.53cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Groot onderhoud</vet></al><al>Bedragen in gemiddelde jaarlasten voor 2027 t/m 2030.</al><al/><al><plaatje><illustratie naam="Grootonderhoudi19097729-a77f-40ab-87c2-146facc7b567.jpg" type="foto" breedte="15cm" id="i19097729-a77f-40ab-87c2-146facc7b567" hoogte="3.28cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Vervangingen en vernieuwing</vet></al><al/><al>Hieronder staan de bedragen voor vervanging incl. investeringen. </al><al/><al><plaatje><illustratie naam="vervangingenvernieuwingifcd15bdf-fa02-441a-a03e-fde071ba5a2f.jpg" type="foto" breedte="15cm" id="ifcd15bdf-fa02-441a-a03e-fde071ba5a2f" hoogte="5.73cm"/></plaatje></al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>9.</nr><titel>Inzichten en advies</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al><vet>Breder perspectief en inzicht</vet></al><al>Het integraal afwegen van de budgetten, waaronder de budgetten in de openbare ruimte, doen we tijdens de behandeling van de nota meerjarenbeleid en de begroting. Investeringen worden afgewogen en daarbij worden er keuzes gemaakt. Op dit moment wordt de openbare ruimte nog niet zo slecht ervaren dat er vanuit de beleving, gevoel en sentiment prioriteit aan wordt gegeven. </al><al/><al><vet>Historisch perspectief</vet></al><al>Vanaf 2010 is er bezuinigd, dit heeft geleid tot een langzame achteruitgang van de openbare ruimte. In 2021 is er bij het IBOR toen ook gekozen om niet direct over te gaan tot investeringen. Dit vanwege de financiële situatie toen. Overeenkomstig de verwachtingen is de kwaliteit redelijk intact gebleven, al zien we dat de beeldkwaliteit afneemt. In de jaren ’70 en ‘80 is er veel gebouwd en groot deel van de openbare ruimte stamt ook uit deze periode. De openbare ruimte is daar nu (2026) en straks (2030) meer dan 50 jaar oud. </al><al/><al><vet>Huidig en toekomstig perspectief en inzicht</vet></al><al>Voorlopig ligt de focus op instandhouding van de openbare ruimte en onze mobiliteit- en riool-/water projecten. Het gebruik van de openbare ruimte is wel geïntensiveerd door toename inwoners en autogebruik. De houdbaarheid van de materialen is beperkt er ontstaan schades en gebreken. De onderhoudskosten nemen toe. Het is praktischer om tijdig te vervangen en achterstanden niet verder op te laten lopen. Op termijn kan dit goedkoper uitvallen. </al><al/><al><cursief>Er is een punt of no-return waar de achterstand niet meer ingehaald kan worden. Zover is het nu nog niet!</cursief></al><al/><al><vet>Financieel perspectief</vet></al><al>Financieel gezond op lange termijn is een stabiel patroon van investeren en sparen. Sparen voor de openbare ruimte is vanaf het moment na aanleg niet gebeurd. Samenvattend per scenario: </al><al/><al><plaatje><illustratie naam="samenvattingic72ecb84-cfd9-47c3-9d5e-df1e2ead46b2.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" id="ic72ecb84-cfd9-47c3-9d5e-df1e2ead46b2" hoogte="3.75cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Advies</vet></al><al>Het advies is om te kiezen voor het scenario Vernieuwd.</al><al/><al><vet>Gevolgen scenario “Vernieuwd”.</vet></al><lid><lidnr>•</lidnr><al>Dit scenario geeft aan de doelstellingen van de Toekomstvisie: een groener biodiverser en klimaatbestendige openbare ruimte.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>Rioolrenovaties gaan samen met een nieuwe openbare ruimte (werk met werk).</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>De kwaliteit blijft behouden, verdere achteruitgang blijft achterwege.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid><al><vet>Argumenten tegen</vet></al><lid><lidnr>•</lidnr><al>De verwachting is dat de openbare ruimte binnen vier jaar, niet de ondergrens bereikt.</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>Een hoog ambitieniveau doet een groot beroep aan middelen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><artikel><kop><label/></kop><al/></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>