<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR758249_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen 2026</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">ander besluit van algemene strekking</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:creator><dcterms:modified>2026-03-01</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-104273">gmb-2026-104273</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject><dcterms:issued>2026-03-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2026-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2026-03-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen 2026</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen 2026</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleiding </titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>De Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2026 (verder te noemen: de verordening) is op 11 december 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. De datum van inwerkingtreding is 1 januari 2026. Deze verordening vormt de basis voor deze nadere regels. </al><al>De verordening is een algemeen verbindend voorschrift en is rechtstreeks bindend voor de burger. De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (verder te noemen: Wmo 2015) bepaalt dat de gemeente een aantal zaken in de verordening regelt. De verordening bevat een aantal hoofdregels. </al><al><vet><cursief>Nadere regels </cursief></vet></al><al>Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften die een uitwerking zijn van de verordening. Het college heeft op grond van de verordening de bevoegdheid om nadere regels vast te stellen. Nadere regels kunnen rechten en plichten bevatten voor inwoners. </al><al><vet><cursief>Uitvoeringsorganisatie </cursief></vet></al><al>We hebben de uitvoering van de Wmo 2015 neergelegd bij aan-z. Bij deze uitvoeringsorganisatie zijn de Wmo-consulenten in dienst, die namens het college meldingen en aanvragen afhandelen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>De hulpvraag </titel></kop><artikel><kop><label/><nr>2.1</nr><titel>Melding bij de gemeente (art. 2.1 van de verordening) </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In artikel 2.3.2 lid 1 van de Wmo 2015 bepaalt dat het college de ontvangst van de melding bevestigt. De inwoner krijgt een ontvangstbevestiging per mail of per brief. Er wordt binnen 5 werkdagen na ontvangstdatum van de melding een afspraak met de inwoner gemaakt. De inwoner wordt daarbij over de mogelijkheid van cliëntondersteuning geïnformeerd. </al></li><li nr="2."><al>Vanaf de datum van melding bij de gemeente begint de wettelijke onderzoekstermijn van zes weken te lopen. In de ontvangstbevestiging staat naast wat in lid 2 is opgenomen: </al><lijst><li nr="a."><al>waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waarover het gesprek zal gaan; </al></li><li nr="b."><al>informatie over de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen. In dit (persoonlijk) plan legt de inwoner uit hoe zijn persoonlijke situatie is en wat hij wil bereiken met zijn hulpvraag. Er is geen vormvereiste voor het opstellen van het plan. In artikel 2.3.2, tweede lid van de Wmo 2015 is bepaald dat het college de inwoner wijst op de mogelijkheid van het indienen van een plan en stelt hem gedurende 7 dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen; </al></li><li nr="c."><al>dat de inwoner een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, moet tonen bij het eerste gesprek; </al></li><li nr="d."><al>welke gegevens en bescheiden de inwoner moet overleggen.</al></li></lijst></li><li nr=""><al/></li><li nr="3."><al>Cliëntondersteuning is onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. De inwoner bepaalt of en wie hij als cliëntondersteuner wil. Daarbij heeft de inwoner drie mogelijkheden: </al><lijst><li nr="a."><al>de inwoner kiest iemand uit zijn eigen netwerk, bijvoorbeeld een familielid, een vriend of buurvrouw; </al></li><li nr="b."><al>de inwoner kiest voor een gratis professionele ondersteuner </al></li><li nr="c."><al>de inwoner doet een beroep op de cliëntondersteuning van de buurgemeenten Hulst en Sluis. Aan-z kan de cliëntondersteuning niet zelf bieden, omdat zij indicatiesteller zijn. Er is daarom een werkwijze afgesproken dat de Zeeuws-Vlaamse gemeenten cliëntondersteuning voor elkaars inwoners bieden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr/><titel> 2.2 Het onderzoeksrapport (art. 2.3 van de verordening) </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als afsluiting van het onderzoek wordt aan de cliënt of zijn vertegenwoordiger een schriftelijk verslag van de uitkomsten van het onderzoek verstrekt. Aan de hand van het verslag kan de cliënt beslissen of hij een aanvraag voor een maatwerkvoorziening wil indienen.</al></li><li nr="2."><al>Het onderzoeksrapport is een weergave van: </al></li></lijst><lid><lidnr>1.</lidnr><al>onderzoek van de gegevens die al binnen de gemeente bekend zijn na akkoord gegevens gebruik door de inwoner; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de uitkomsten van het gesprek; </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>eventueel advies van een (medische-) adviesinstantie; </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>afweging of en welke ondersteuning het meest passend is. </al></lid><lijst><li nr="3."><al>Zo lang het onderzoeksrapport niet door de gemeente ontvangen is, kan verdere afhandeling van de hulpvraag niet plaatsvinden. </al></li><li nr=""><al>De inwoner heeft de mogelijkheid in het onderzoeksrapport correcties en aanvullingen aan te brengen. Deze komen niet in de plaats van het oorspronkelijke onderzoeksrapport, maar worden aan het oorspronkelijke onderzoeksrapport toegevoegd en samen met het oorspronkelijke onderzoeksrapport in het dossier geplaatst.  </al></li><li nr=""><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>2.3</nr><titel>Aanvraag (art. 2.4 van de verordening) </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het onderzoeksrapport ondertekend wordt teruggestuurd, dan wordt dit bij de Wmo 2015 ondertekende onderzoeksrapport beschouwd als een aanvraag. </al></li><li nr="2."><al>Als een inwoner een aanvraag indient zonder dat een melding en vooronderzoek heeft plaatsgevonden, zal de aanvraag als melding worden aangemerkt en zal op grond van artikel 2.1 van de verordening de meldingsprocedure worden gevolgd. </al></li><li nr=""><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Wonen en meedoen in een veilige en gezonde omgeving </titel></kop><artikel><kop><label/><nr>3.1</nr><titel>Zo lang mogelijk zelfredzaam zijn (hoofdstuk 5 van de verordening) </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Wmo 2015 maakt onderscheid in de volgende maatwerkvoorzieningen: </al></li><li nr="1."><al>Begeleiding;</al></li><li nr="2."><al>Individuele begeleiding;</al></li><li nr="3."><al>Groepsbegeleiding;</al></li><li nr="4."><al>Kortdurend verblijf als respijtzorg;</al></li><li nr="5."><al>Kortdurend verblijf als logeervoorziening GGZ;</al></li><li nr="6."><al>Hulp bij het huishouden; en</al></li><li nr="a."><al> Hulpmiddelen;</al></li><li nr="b."><al>Woningaanpassingen;</al></li><li nr="c."><al>Beschermd wonen;</al></li><li nr="d."><al>Verplaatsen dichtbij huis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.2</nr><titel>Respijtzorg (art. 5.1 en 5.2 van de verordening) </titel></kop><al>Is het nodig dat een mantelzorger tijdelijk ontlast wordt, dan kan respijtzorg worden toegekend op grond van de Wmo 2015. Heeft een inwoner een Wlz-indicatie, dan komt logeeropvang ten laste van de Wlz. Als er een medische noodzaak is voor verblijf, dan kan (eerstelijns) verblijf worden toegekend op grond van de Zvw. </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.3</nr><titel>Een schoon en leefbaar huis (art. 5.3.2 van de verordening) </titel></kop><al><cursief>Hulp bij het huishouden </cursief></al><al>De maatwerkvoorziening ‘hulp bij het huishouden’ kan in uren en minuten worden toegekend aan de persoon met een beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem en die niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie. Dit kan zich uiten in vervuiling, verwaarlozing of ontreddering van zichzelf of van afhankelijke huisgenoten/kinderen. Onder ‘huis’ wordt verstaan een zelfstandige leefeenheid. Huishoudelijke taken worden dan overgenomen door een huishoudelijke hulp. </al><al><cursief>De normering van de voorziening: </cursief></al><al>Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp, maken we gebruik van het, ten tijde van de aanvraag, meest actuele HHM-normenkader Huishoudelijke Ondersteuning. De normtijden van het normenkader vormen het uitgangspunt, waarbij uitgegaan wordt van de gemiddelde situatie. Aangezien elke individuele situatie apart onderzocht wordt, kan indien noodzakelijk van de norm worden afgeweken. </al><al><cursief>Gemiddelde situatie </cursief></al><al>Van een gemiddelde situatie is sprake in de volgende situatie: </al><lijst><li nr="•"><al>een huishouden met één of twee volwassenen zonder thuiswonende kinderen; </al></li><li nr="•"><al>wonend in een zelfstandige huisvestingssituatie, begane grond of met een trap; </al></li><li nr="•"><al>er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen; </al></li><li nr="•"><al>de inwoner kan de woning dagelijks op orde houden (bijvoorbeeld aanrecht afnemen, algemeen opruimen) zodat deze gereed is voor de schoonmaak; </al></li><li nr="•"><al>de inwoner heeft geen mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd; </al></li><li nr="•"><al>er is geen ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd; </al></li><li nr="•"><al>er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de inwoner die maken dat de woning extra is vervuild of dat de woning extra schoon moet zijn; </al></li><li nr="•"><al>de woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk. </al></li></lijst><al><cursief>Invloedsfactoren voor meer-of minder-inzet </cursief></al><al>De mogelijkheid om voor bijzondere situaties af te wijken van het normenkader: Wanneer inwoner en als gevolg van zijn (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de basisvoorziening schoon huis, kunnen aanvullende maatwerkmodules ingezet worden. Dit zijn bijvoorbeeld een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden realiseren, het klaarzetten van maaltijden en beschikken over schone kleding. </al><al>De volgende invloedsfactoren kunnen maken dat meer of minder professionele ondersteuningstijd nodig is voor een inwoner, om te komen tot ondersteuning op maat. Dit kan gaan om: </al><al>A. kenmerken van de inwoner; </al><al>B. kenmerken van het huishouden of; </al><al>C. kenmerken van de woning. </al><al><cursief><onderstreept>Ad A. Kenmerken inwoner: </onderstreept></cursief></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Mogelijkheden van de inwoner zel</vet>f: de fysieke mogelijkheden van de inwoner om bij te dragen aan de uit te voeren activiteiten. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen. Ook speelt hier de trainbaarheid en leerbaarheid van de inwoner mee. </al></li><li nr="2."><al><vet>Beperkingen en belemmeringen van de inwoner</vet>, die gevolgen hebben voor de benodigde inzet. De hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is, is leidend, niet de problematiek als zodanig. Voorbeelden zijn Huntington, ALS, Parkinson, dementie, visuele beperking, revalidatie, bedlegerig, psychische aandoeningen, verslaving/alcoholisme e.d. Dit kan op twee manieren uitwerken: </al><lijst><li nr="a."><al>Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremoren, besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemokuur of Norovirus); </al></li><li nr="b."><al>Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken. Ter voorkoming van problemen bij de inwoner voortkomend uit bijvoorbeeld allergie, astma, longemfyseem, COPD. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al><vet>Ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers</vet>: de hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de inwoner en eventuele vrijwilligers, zodat minder professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk is omdat een deel activiteiten door niet-professionals wordt gedaan. </al></li></lijst><al/><al><cursief><onderstreept>Ad B. Kenmerken huishouden </onderstreept></cursief></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Samenstelling van het huishouden</vet>: het aantal personen en de leeftijd van leden in het huishouden. Als sprake is van een huishouden van twee personen, is niet persé extra inzet nodig. Dit is bijvoorbeeld wel het geval als zij gescheiden slapen, waardoor een extra slaapkamer in gebruik is. Het kan ook betekenen dat er minder ondersteuning nodig is, omdat de partner een deel van de activiteiten uitvoert (gebruikelijke zorg<noot type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Gebruikelijke zorg is de normale, dagelijkse zorg die partners, ouders, inwonende kinderen en of andere huisgenoten elkaar geven.</noot.al></noot>). </al></li><li nr=""><al>De aanwezigheid van een kind of kinderen kan leiden tot extra noodzaak van inzet van ondersteuning. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd en leefstijl van de betreffende kinderen en van de bijdrage die het kind levert in de huishouding (leeftijdsafhankelijk). Als er kinderen zijn, zijn er vaak ook meer ruimten in gebruik. Een kind kan eventueel ook een bijdrage leveren in de vorm van mantelzorg en daarmee benodigde extra inzet beperken of opheffen. Bij een kind kan ook sprake zijn van bijzonderheden (ziekte of beperking) die maken dat extra inzet van ondersteuning nodig is. </al></li><li nr="2."><al><vet>Huisdieren</vet>: door de aanwezigheid van een of meer huisdieren in het huishouden, kan door meer vervuiling extra inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. Dit staat nog los van de verzorging van huisdieren. Een huisdier veroorzaakt niet altijd extra benodigde inzet (een goudvis in een kom, een niet verharende hond, etc.). Een huisdier heeft vaak ook een functie ten aanzien van participatie en eenzaamheidsbestrijding. Met de inwoner moet in voorkomende gevallen overleg plaatsvinden over aantal of aard van huisdieren en welke gevolgen hiervan wel of niet ‘voor rekening’ van de gemeente komen. </al></li><li nr=""><al>In situaties waarin een inwoner of een huisgenoot een hulp-of geleidehond heeft, is deze noodzakelijk voor diens functioneren en dient altijd meer-inzet mogelijk te zijn als dit noodzakelijk is. </al></li></lijst><al><cursief><onderstreept>Ad C. Kenmerken woning </onderstreept></cursief></al><lijst><li nr="1."><al><vet>Inrichting van de woning</vet>: extra inzet kan nodig zijn door bijvoorbeeld extra beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer of een groot aantal meubels in de ruimte. Het gaat in dit geval om de extreme situaties, waarin de inrichting een aanzienlijke extra ondersteuning vergt. Ook hierbij kan met de inwoner besproken worden of het mogelijk is de inrichting van de woning zo aan te passen dat deze minder bewerkelijk is (eigen kracht). </al></li><li nr="2."><al><vet>Bewerkelijkheid van de woning</vet>: extra inzet kan nodig zijn door bouwkundige en externe factoren, bijvoorbeeld de ouderdom van het huis, de staat van onderhoud, de aard van de wand- of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoekjes. </al></li><li nr="3."><al><vet>Omvang van de woning</vet>: een grote woning kan, maar hoeft niet persé meer inzet te vragen. Een extra grote oppervlakte van de in gebruik zijnde ruimten kan meer tijd vergen om bijvoorbeeld te stofzuigen, maar het kan ook stofzuigen gemakkelijker maken omdat je eenvoudig overal omheen kunt werken. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd. </al></li></lijst><al><cursief>Voortzetten huishoudelijke hulp na overlijden van inwoner </cursief></al><al>Wanneer de inwoner overlijdt, kan de huisgenoot die achterblijft huishoudelijke hulp blijven ontvangen gedurende tenminste één volledige kalendermaand, met dien verstande dat deze termijn afloopt op de laatste dag van de volle opvolgende maand. Zo heeft de achterblijvende huisgenoot de tijd om de ondersteuning op een andere manier te organiseren of de (veranderende) indicatie, na onderzoek van de gemeente, op zijn naam te kunnen laten zetten. </al><al><cursief>Aanleren huishoudelijke activiteiten </cursief></al><al>Redenen als ‘niet gewend zijn om’ of geen ‘huishoudelijke werkzaamheden willen en of kunnen verrichten’ leiden niet tot een indicatie voor het overnemen van huishoudelijke taken. Indien hiervoor motivatie aanwezig is, kan er een indicatie worden gesteld voor maximaal acht weken ondersteuning voor het aanleren van huishoudelijke taken en of het leren (efficiënter) organiseren van het huishouden. </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.4</nr><titel>Verplaatsen in en om de woning (art. 5.4.1 van de verordening) </titel></kop><al><cursief>Voorwaarden rolstoelvoorziening </cursief></al><al>Om in aanmerking te komen voor een rolstoelvoorziening gelden de volgende voorwaarden: </al><lijst><li nr="1."><al>de inwoner ervaart belemmeringen in het zich verplaatsen in en om de woning, die niet afdoende opgelost kunnen worden op eigen kracht of met behulp van een algemeen gebruikelijke voorziening; </al></li><li nr="2."><al>de voorziening is langdurig noodzakelijk. Dit betekent langer dan zes maanden. De tijdelijke uitleenmogelijkheden moeten zijn benut. </al></li></lijst><al><cursief>Programma van eisen </cursief></al><al>Als er een noodzaak bestaat voor een rolstoelvoorziening dan beoordeelt de consulent de toegang tot de hulpmiddelenleverancier. De hulpmiddelenleverancier overlegt vervolgens met de consulent wat de meest passende voorziening is.  </al><al><cursief>Vorm </cursief></al><al><cursief>-  Zorg in natura </cursief></al><al>Indien de rolstoelvoorziening in natura wordt verstrekt, wordt de rolstoel in de vorm van bruikleen of in eigendom verstrekt. Dit is afhankelijk van de voorziening. De kosten voor onderhoud en verzekering zijn inbegrepen bij de verstrekking in natura. </al><al>Bij de verstrekking van een rolstoelvoorziening in natura, worden voor zover van toepassing, de volgende voorwaarden opgelegd: </al><lijst><li nr="1."><al>de inwoner dient de voorschriften zoals deze door de fabrikant of leverancier zijn bijgeleverd met betrekking tot het gebruik, de bediening en het onderhoud van het hulpmiddel stipt na te komen. </al></li><li nr="2."><al>de inwoner dient een door de consulent aangewezen leverancier in de gelegenheid te stellen de voorziening tijdig te controleren, te onderhouden, te keuren en te repareren; </al></li><li nr="3."><al>de inwoner dient de consulent direct te informeren als het hulpmiddel niet meer wordt gebruikt; </al></li><li nr="4."><al>de inwoner dient de consulent dan wel de leverancier onmiddellijk te informeren over schade aan het hulpmiddel alsmede over aan anderen toegebrachte schade door gebruik van het hulpmiddel; </al></li><li nr="5."><al>de inwoner dient goed voor het hulpmiddel te zorgen en er voor te zorgen dat de normale levensduur gewaarborgd wordt. Dat betekent dat het hulpmiddel – indien niet wordt gebruikt – deugdelijk (veilig en achter slot en grendel) is opgeborgen; </al></li><li nr="6."><al>de inwoner mag het hulpmiddel niet aan derden in gebruik geven of verhuren dan wel vervreemden; </al></li><li nr="7."><al>de inwoner mag het hulpmiddel alleen gebruiken voor het doel waarvoor het verstrekt is; </al></li><li nr="8."><al>de inwoner dient het hulpmiddel na beëindiging van het recht op verzoek van de consulent in dezelfde staat terug te geven als waarin het hulpmiddel aan hem is verstrekt. Bij beoordeling van de staat van het hulpmiddel na inlevering blijven normale slijtage en veroudering buiten beschouwing; </al></li><li nr="9."><al>bij een wijziging in de situatie dient de inwoner de consulent te informeren. </al></li></lijst><al><cursief>- Pgb </cursief></al><al>Het pgb voor de aanschaf van een rolstoel wordt vastgesteld op basis van de kostprijs die geldt bij de koop van een rolstoel die de inwoner zou hebben ontvangen als de rolstoel in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met de termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten. Vanaf het tweede jaar ontvangt de inwoner jaarlijks een vast bedrag voor onderhoud en reparatiekosten. De inwoner heeft recht op dit bedrag gedurende de door de gemeente vastgestelde gebruiksduur. </al><al>Bij de verstrekking van een pgb voor een rolstoelvoorziening worden, voor zover van toepassing in de individuele situatie, de volgende voorwaarden opgelegd: </al><lijst><li nr="1."><al>het toegekende bedrag mag alleen worden aangewend voor de aanschaf van een adequate voorziening, op basis van een door of namens de gemeente vastgesteld pakket van eisen; </al></li><li nr="2."><al>de gebruiksduur van de aan te schaffen voorziening kan door de gemeente worden vastgesteld op een met een natura voorziening vergelijkbare gebruikstermijn; </al></li><li nr="3."><al>bij gebruikmaking van het pgb dient een onderhouds- en servicecontract afgesloten te worden met een leverancier voor minimaal de in de beschikking genoemde periode; </al></li><li nr="4."><al>bij gebruikmaking langer dan de termijn waarvoor het pgb is toegekend, dient het onderhouds- en servicecontract te worden verlengd met de feitelijke gebruiksperiode van de voorziening en bekostigd door de inwoner; </al></li><li nr="5."><al>de met het pgb aan te schaffen hulpmiddelen dienen het CE-kwaliteitskeurmerk te hebben; </al></li><li nr="6."><al>na aanschaf van de voorziening met het pgb dient een kopie van de aankoopnota en het betalingsbewijs alsmede de facturen voor onderhoud te worden overgelegd bij de gemeente; </al></li><li nr="7."><al>in het geval de inwoner tussentijds verhuist naar een andere gemeente, dan komt de jaarlijkse vergoeding voor onderhoud en service te vervallen. </al></li></lijst><al><cursief>Sportrolstoel </cursief></al><al>Sporten kan een belangrijk middel tot participatie zijn. Indien een persoon vanwege zijn beperkingen zonder een sportrolstoel niet kan sporten, dan kan een financiële tegemoetkoming in de kosten van een sportrolstoel worden verstrekt. </al><al>Gemeente Terneuzen hanteert het beleid dat alleen de aanschaf van een sportrolstoel als financiële tegemoetkoming kan worden toegekend en geen andere sportvoorzieningen, aangezien sportvoorzieningen als bovenwettelijk beleid worden beschouwd. </al><al><cursief>Voorwaarden </cursief></al><al>Om in aanmerking te komen voor een sportrolstoel gelden de volgende voorwaarden: </al><lijst><li nr="1."><al>de inwoner dient aan te tonen dat er sprake is van een actieve sportbeoefening, door bijvoorbeeld een bewijs van lidmaatschap van de sportvereniging of facturen waaruit dit blijkt; </al></li><li nr="2."><al>de inwoner dient aan te tonen dat het zonder sportrolstoel niet mogelijk is om een sport te beoefenen en de kosten voor het sportrolstoel aanzienlijk hoger zijn dan de gebruikelijke kosten die een persoon zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport; </al></li><li nr="3."><al>De ervaring leert dat sportclubs, sponsors of fondsen vaak bereid zijn een deel van de kosten te vergoeden. Bij een eventuele verstrekking wordt hier rekening mee gehouden. Het is belangrijk te benadrukken dat de eigen kracht van de inwoner in dit proces een aanzienlijke rol speelt.</al></li><li nr=""><al>Om in aanmerking te komen voor een nieuwe sportrolstoel is de technische levensduur van de sportrolstoel bepalend: zodra de technische levensduur ten einde is, bestaat er een mogelijkheid voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van een nieuwe sportrolstoel. </al></li></lijst><al>Inwoners die in een Wlz-instelling verblijven, al dan niet met behandeling, dienen een aanvraag voor een hulpmiddel voor individueel gebruik te doen bij het Zorgkantoor. Het Zorgkantoor beoordeelt welke voorziening het meest passend is voor de betreffende persoon. </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.5</nr><titel>Woningaanpassing (art. 5.3.1 van de verordening) </titel></kop><al><cursief>Algemeen </cursief></al><al>Om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen in de eigen leefomgeving zijn er voorzieningen die dit mogelijk maken, mits voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.4.4 van de verordening. </al><al>We onderscheiden de volgende maatwerkvoorzieningen: </al><lijst><li nr="a."><al>een voorziening van bouwkundige of woontechnische aard in of aan de woning; </al></li><li nr="b."><al>een voorziening van niet-bouwkundige en niet-woontechnische aard in of aan de woning. Dit worden ook wel roerende voorzieningen of losse voorzieningen genoemd, die verplaatsbaar zijn. </al></li></lijst><al><cursief>Normaal gebruik van de woning </cursief></al><al>Een woningaanpassing is erop gericht de beperkingen die iemand in het normale gebruik van de woning ondervindt te compenseren. Het begrip ‘normale gebruik van de woning’ houdt in dat men de normale (elementaire) woonfuncties moet kunnen verrichten, zoals slapen, eten, lichaamsreiniging, het doen van essentiële huishoudelijke werkzaamheden, horizontale en verticale verplaatsingen binnen de woning, toegang tot de woning en de verzorging van kinderen. In beginsel zijn dit de woonkamer, slaapkamer, keuken, toilet, en de badkamer. Voor kinderen komt daar bij het veilig kunnen spelen in de woning. Er worden geen hobby- of studeerruimtes aangepast of bereikbaar gemaakt, omdat het hier geen elementaire woonfuncties betreft. Ook worden geen aanpassingen vergoed voor voorzieningen met een therapeutisch doel zoals dialyseruimte of therapeutisch baden </al><al><cursief>Vorm </cursief></al><lijst><li nr="•"><al>Pgb </al></li></lijst><al>Indien de woningaanpassing in de vorm van een pgb wordt toegekend, dan gelden de volgende voorwaarden: </al><lijst><li nr="•"><al>er mag niet al voorafgaand aan de beschikking een begin worden gemaakt met de uitvoering van de werkzaamheden waarop het pgb betrekking heeft, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de consulent; </al></li><li nr="•"><al>indien het bedrag meer dan € 1.000, - bedraagt, dan dienen er twee offertes overlegd te worden; </al></li><li nr="•"><al>aan door de consulent aangewezen personen wordt door de eigenaar of huurder toegang verleend tot de woonruimte waar de woningaanpassing wordt aangebracht; </al></li><li nr="•"><al>er wordt inzicht geboden in bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de bouwkundige of woontechnische woonvoorziening; </al></li><li nr="•"><al>de door de consulent aangewezen personen worden de gelegenheid geboden tot het controleren van de woningaanpassing; </al></li><li nr="•"><al>terstond na de voltooiing van de werkzaamheden, doch uiterlijk binnen 1 maand na het toekennen van het pgb, verklaart de gerechtigde aan het college dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid conform het programma van eisen (PvE); </al></li><li nr="•"><al>deze gereedmelding gaat vergezeld van een verklaring, met onderliggende bewijsstukken, dat bij het treffen van de voorziening is voldaan aan de voorwaarden waaronder de voorziening is verleend en is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling van het pgb. </al></li></lijst><al><cursief>1. </cursief><cursief>Primaat van verhuizen </cursief></al><al>Het primaat van verhuizen betekent dat het verhuizen naar een passende woning voorrang heeft op een woningaanpassing. Het bedrag waarboven het primaat van de verhuizing wordt gehanteerd bedraagt € 10.000,00. Primaat van verhuizen houdt in dat bij duurdere woningaanpassingen eerst gekeken wordt of iemand kan verhuizen naar een andere woning die al is aangepast of veel goedkoper valt aan te passen. In de gemeente Terneuzen dient bij woningaanpassingen boven € 10.000,00 te worden onderzocht of het primaat van verhuizen kan worden toegepast. </al><al><cursief>Tegemoetkoming in verhuis- en herinrichtingskosten </cursief></al><al>De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor de verhuis- en herinrichtingskosten bedraagt maximaal €3.000.</al><al>Een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten wordt toegekend door de gemeente waar de inwoner woont, bijv. als een inwoner uit de gemeente Terneuzen verhuist naar een andere Nederlandse gemeente is de gemeente Terneuzen verantwoordelijk voor de financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten. </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.6</nr><titel>Beschermd wonen (art. 5.3.3 van de verordening) </titel></kop><al>Beschermd wonen is wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de inwoner of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die 24-uurs toezicht nodig hebben en die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. De inwoner krijgt begeleiding bij het structuur van hun dagelijks leven, ondersteuning bij regelzaken en geldbeheer en bij het vinden van een passende daginvulling. Beschermd wonen kan een opstapje zijn naar zelfstandig wonen.  </al><al>Het college verstrekt de voorzieningen beschermd wonen conform het daartoe vastgestelde Afwegingskader Beschermd Wonen en Intensieve begeleiding thuis Zeeland 2021 en de Toegangsregeling beschermd wonen en Intensieve begeleiding Thuis 2022 zoals door het college op 14 december 2021 is vastgesteld. </al></artikel><artikel><kop><label/><nr>3.7</nr><titel>Verplaatsen dichtbij huis (art. 5.4.2 van de verordening) </titel></kop><al><cursief>Algemeen </cursief></al><al>De vervoersvoorzieningen worden geleverd door de leverancier met wie de gemeente een contract heeft gesloten. Het noodzakelijke onderhoud en de reparaties worden betaald door de gemeente. Afhankelijk van de vervoersbehoeften van de inwoner zal een passende maatwerkvoorziening worden vastgesteld. </al><al><cursief>1. Gemeente Terneuzen kent de volgende vervoersvoorziening als algemene Wmo-voorziening: </cursief></al><al>a. Regiotaxivervoer. </al><al>Gemeente Terneuzen heeft het regiotaxivervoer (regiotaxi Hulst Sluis Terneuzen) als collectief vraagafhankelijk vervoer georganiseerd. Om van deze algemene Wmo-voorziening in aanmerking te komen, zijn de volgende voorwaarden van toepassing: </al><lijst><li nr="1."><al>de inwoner moet ingezetene zijn van de gemeente Terneuzen; </al></li><li nr="2."><al>er geen eigen mogelijkheden beschikbaar zijn om het vervoersprobleem op te lossen. </al></li></lijst><al>Een standaard scootmobiel kan alleen mee in de regiotaxi als de enkele reis van de inwoner meer dan 10 kilometer is. Een opvouwbare scootmobiel mag in geen enkel geval mee in de regiotaxi.</al><al><cursief>Reisbijdrage </cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Voor het collectief vervoer is een gereduceerde reisbijdrage voor een maximum van 3000 kilometer per kalenderjaar verschuldigd. Als een inwoner later in het jaar gebruik gaat maken van het aanvullend openbaar vervoer dan wel in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van vervoer, dan wordt het aantal kilometers berekend voor de resterende dagen van het kalenderjaar (3000/365 x resterende dagen tot en met 31 december). </al></li><li nr="2."><al>Een inwoner is een reisbijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, ter hoogte van € 1,41 opstaptarief en € 0,33 euro per kilometer. Het vervoergebied omvat het grondgebied van geheel Zeeuws-Vlaanderen. Binnen heel Zeeuws-Vlaanderen kunt u tegen € 0,33 per kilometer reizen en is er geen beperking gesteld aan de lengte van de rit. Een bestemming buiten Zeeuws-Vlaanderen mag niet meer dan 30 kilometer vanaf het huisadres zijn.</al></li><li nr="3."><al>Voor ritten langer dan 30 kilometer met een maximum van 35 kilometer, waarbij de bestemming buiten Zeeuws-Vlaanderen ligt, is de prijs € 1,66 per extra kilometer. Een uitzondering hierop zijn de puntbestemmingen, waarvoor ook het tarief van € 0,33 per kilometer geldt. Puntbestemmingen zijn specifieke bestemmingen buiten de regio Zeeuws-Vlaanderen. Dit zijn: alle ziekenhuizen in de provincie Zeeland, alle ziekenhuizen in Brugge, UZ (Gent), Emergis (Oostmolenweg in Kloetinge), Visio (Goes), Gardeslen (Goes), Az Maria Middelares (Gent) en Stolmed Kliniek (Goes).</al></li><li nr="4."><al>De in het derde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van het jaar 2025 en kunnen ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd worden aan de hand van ontwikkeling van de NEA-index·. </al></li><li nr="5."><al>Maximaal één sociale begeleider kan meereizen voor begeleiding. Deze persoon betaalt hetzelfde gereduceerde tarief, zoals genoemd onder 2. </al></li><li nr="6."><al>Maximaal één medisch noodzakelijke begeleider kan meereizen voor een begeleiding van de maximaal 3000 kilometer zoals aangegeven onder lid. 2. Deze begeleider hoeft geen opstaptarief en reisbijdrage te betalen. Hiervoor is wel een indicatie vereist. </al></li></lijst><al><cursief>Gemeente Terneuzen kent de volgende vervoersvoorzieningen als maatwerkvoorziening: </cursief></al><lijst><li nr="a."><al>Regiotaxivervoer; </al></li><li nr="b."><al>Scootmobielpool; </al></li><li nr="c."><al>Scootmobiel; </al></li><li nr="d."><al>Aangepaste fietsen; </al></li><li nr="e."><al>Overige vervoersvoorzieningen. </al></li></lijst><al><cursief>Ad b. </cursief><cursief>Scootmobielpool (Wmo-voorziening) </cursief></al><al>Voor een dergelijke voorziening, die als voorliggende voorziening op een individuele scootmobiel kan worden ingezet, is een indicatie vereist. </al><al><cursief>Ad c. </cursief><cursief>Scootmobiel </cursief></al><al>Als een inwoner minder dan 100 meter kan lopen dan kan de inwoner in beginsel in aanmerking komen voor een scootmobiel. </al><al><cursief>Criteria </cursief></al><al>Bij de beoordeling wordt onder andere de volgende punten bekeken: </al><lijst><li nr="•"><al>Kan de inwoner zelfstandig gebruik maken van het openbaar vervoer? </al></li><li nr="•"><al>Kan de inwoner zelfstandig fietsen? </al></li><li nr="•"><al>Is de inwoner (of het gezin) in het bezit van een auto? Indien met de auto de vervoersbehoefte ingevuld kan worden, is dat een reden om niet in aanmerking te komen voor een scootmobiel; </al></li><li nr="•"><al>Vervoersbehoefte: waar wil de inwoner naar toe reizen en met welk doel? De scootmobiel is bedoeld voor de korte en middellange afstand; </al></li><li nr="•"><al>Is de inwoner in staat om veilig zelfstandig deel te nemen aan het verkeer? </al></li><li nr="•"><al>Is de inwoner in staat zelfstandig en veilig de scootmobiel te rijden?;</al></li><li nr="•"><al>Is de voorziening langdurig noodzakelijk? </al></li><li nr="•"><al>Kan de scootmobiel gestald worden? De stallingsplek moet overdekt zijn en er moet een oplaadpunt zijn. </al></li></lijst><al><cursief>Stalling </cursief></al><al>Het is uit oogpunt van brandveiligheid (brandweervoorschriften) veelal niet toegestaan om scootmobielen en andere hulpmiddelen op de galerij/gangen/hal bij wooncomplexen te stallen. </al><al>Mocht het niet mogelijk zijn om een adequate stallingsmogelijkheid te realiseren, dan kan een scootmobiel geweigerd worden. Er moet dan wel onderzocht worden of het participatieprobleem van de inwoner op een andere manier opgelost kan worden. </al><al><cursief>Ad d. </cursief><cursief>Aangepaste fietsen </cursief></al><al>Er zijn fietsen, zoals de driewielfiets en een duofiets, die speciaal ontworpen en bestemd zijn voor mensen met een beperking en alleen bij gespecialiseerde bedrijven worden verkocht. Dit zijn voorzieningen die voorzien in de vervoersbehoefte in de directe omgeving van de eigen woning, voor activiteiten als boodschappen doen, bezoek aan personen uit het sociaal netwerk of een vorm van dagbesteding. </al><al>Om in aanmerking te komen voor een driewielfiets of een andere vervoersvoorziening gelden, naast de algemene criteria, de volgende voorwaarden: </al><lijst><li nr="•"><al>de inwoner ervaart beperkingen in de korte en of middellange afstand, waardoor hij beperkingen ervaart in het participeren in de samenleving. Deze beperkingen kunnen niet op een andere manier worden opgeheven; </al></li><li nr="•"><al>de voorziening is langdurig noodzakelijk. </al></li></lijst><al><cursief>Programma van eisen </cursief></al><al>Als er een noodzaak bestaat voor een van deze voorzieningen, dan stelt de consulent zo nodig op basis van medisch advies of ander deskundig advies, een programma van eisen op. </al><al><cursief>Vorm </cursief></al><lijst><li nr="•"><al><cursief>Zorg in natura </cursief></al></li></lijst><al>Indien de vervoersvoorziening in natura wordt verstrekt, wordt de vervoersvoorziening in de vorm van bruikleen of in eigendom verstrekt. De kosten voor onderhoud en verzekering zijn inbegrepen bij de verstrekking in natura. </al><al>Bij de verstrekking van een vervoersvoorziening in natura worden, voor zover van toepassing in de individuele situatie, de volgende voorwaarden opgelegd: </al><lijst><li nr="•"><al>de inwoner dient de voorschriften zoals deze door de fabrikant of leverancier zijn bijgeleverd met betrekking tot het gebruik, de bediening en het onderhoud van de voorziening stipt na te komen. </al></li><li nr="•"><al>de inwoner dient een door de gemeente aangewezen leverancier in de gelegenheid te stellen de voorziening tijdig te controleren, te onderhouden, te keuren en te repareren; </al></li><li nr="•"><al>de inwoner dient de consulent direct te informeren als de vervoersvoorziening niet meer wordt gebruikt; </al></li><li nr="•"><al>de inwoner dient de consulent dan wel de leverancier onmiddellijk te informeren over schade aan de vervoersvoorziening alsmede over aan anderen toegebrachte schade door gebruik van het vervoersvoorziening; </al></li><li nr="•"><al>de inwoner dient goed voor de vervoersvoorziening te zorgen en er voor te zorgen dat de normale levensduur gewaarborgd wordt. Dat betekent dat de vervoersvoorziening - indien niet wordt gebruikt – deugdelijk (veilig en achter slot en grendel) is opgeborgen; </al></li><li nr="•"><al>de inwoner mag het hulpmiddel niet aan derden in gebruik geven of verhuren dan wel vervreemden; </al></li><li nr="•"><al>de inwoner mag de vervoersvoorziening alleen gebruiken voor het doel waarvoor het verstrekt is; </al></li><li nr="•"><al>bij een wijziging in de situatie dient de inwoner de gemeente te informeren. </al><al/></li><li nr="•"><al><cursief>Pgb. </cursief></al></li></lijst><al>Het pgb voor de aanschaf van een vervoersvoorziening wordt vastgesteld op basis van de kostprijs die geldt bij de koop van een vervoersvoorziening die de inwoner zou hebben ontvangen als de vervoersvoorziening in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met de termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten. Vanaf het tweede jaar ontvangt de inwoner jaarlijks een vast bedrag voor onderhoud en reparatiekosten. De inwoner heeft recht op dit bedrag gedurende de door de gemeente vastgestelde gebruiksduur. </al><al>Bij de verstrekking van een pgb voor een vervoersvoorziening worden, voor zover van toepassing in de individuele situatie, de volgende voorwaarden opgelegd: </al><lijst><li nr="•"><al>het toegekende bedrag mag alleen worden aangewend voor de aanschaf van een adequate voorziening, op basis van de een door of namens de gemeente vastgesteld pakket van eisen; </al></li><li nr="•"><al>de gebruiksduur van de aan te schaffen voorziening kan door de gemeente worden vastgesteld op een met een natura voorziening vergelijkbare gebruikstermijn; </al></li><li nr="•"><al>bij gebruikmaking van het pgb dient een onderhouds- en servicecontract afgesloten te worden met een leverancier voor minimaal de in de beschikking genoemde periode; </al></li><li nr="•"><al>bij gebruikmaking langer dan de termijn waarvoor het pgb is toegekend, dient het onderhouds- en servicecontract te worden verlengd met de feitelijke gebruiksperiode van de voorziening en bekostigd door de inwoner; </al></li><li nr="•"><al>de met het pgb aan te schaffen hulpmiddelen dienen het CE<noot type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>CE (Confirmité Européene) dat wil zeggen dat het product moet voldoen aan de Europese regelgeving.</noot.al></noot>-kwaliteitskeurmerk te hebben; </al></li><li nr="•"><al>na aanschaf van de voorziening met het pgb dient een kopie van de aankoopnota en het betalingsbewijs alsmede de facturen voor onderhoud te worden overgelegd bij de gemeente (aan-z); </al></li><li nr="•"><al>in het geval de inwoner tussentijds verhuist naar een andere gemeente, dan komt de jaarlijkse vergoeding voor onderhoud en service te vervallen.  </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>De vorm van de ondersteuning </titel></kop><artikel><kop><label/><nr>4.1</nr><titel>Ondersteuning in natura (art. 6.1 van de verordening) </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het pgb en de maatwerkvoorziening in natura zijn gelijkwaardige alternatieven. Uitgangspunt is dat een inwoner een maatwerkvoorziening in natura krijgt. De inwoner kan verzoeken om een pgb. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><nr>4.2</nr><titel>Pgb (art. 6.2.1 van de verordening) </titel></kop><al>Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: </al><lijst><li nr="a."><al>het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de jeugdhulp levert aan de budgethouder, tenzij hiervoor door het college toestemming is verleend; </al></li><li nr="b."><al>1°. problematische schuldenproblematiek; </al><al>2°. ernstige verslavingsproblematiek; </al><al>3°. aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; </al><al>4°. een aanmerkelijke verstandelijke beperking; </al><al>5°. een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; </al><al>6°. een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; </al><al>7°. het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; of </al><al>8°. het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag. </al></li></lijst><al>c. er is een ongezonde relatie tussen de inwoner en de budgetbeheerder; </al><al>d. er is een vermoeden van manipulatie van de inwoner door de budgetbeheerder; </al><al>e. degene die hulp biedt bij het beheer van het pgb heeft geen vaste woon- of verblijfplaats.</al><al/><al><cursief>Pgb-vaardigheid </cursief></al><al>De consulent controleert niet alleen of een inwoner aan de pgb-vaardigheidseisen voldoet om met een pgb budget om te kunnen gaan. In bijlage 2 staan de tien voorwaarden genoemd waaraan getoetst kan worden of iemand pgb vaardig is. </al><al><cursief>Ad 1. Uitwerking van wettelijke voorwaarden waaraan voldaan moet worden om een pgb te kunnen krijgen </cursief></al><lijst><li nr="a."><al>Het pgb dient in Nederland besteed te worden. Er bestaat geen recht op pgb budget voor zover het is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij de gemeente hier vooraf expliciet toestemming voor verleent; </al></li><li nr="b."><al>Als de inwoner de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb geleverd wil hebben moet de inwoner of zijn budgetbeheerder in staat zijn om een pgb-plan te maken en een zorgverleningsovereenkomst af te sluiten met de zorgverlener; </al></li><li nr="c."><al>Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel; </al></li><li nr="d."><al>Het is niet toegestaan om tussenpersonen of belangenbehartigers uit het pgb budget te betalen; </al></li><li nr="e."><al>De inwoner dient tijdens het onderzoek een pgb-plan te overhandigen; </al></li><li nr="f."><al>Wanneer bij de aanvraag geen ingevuld en ondertekend pgb-plan aanwezig is, dan wordt de inwoner een hersteltermijn gestuurd (art. 4:5 Awb) met een laatste termijn om het pgb-plan alsnog in te leveren. Daarbij wordt opgenomen dat wanneer het pgb-plan niet tijdig retour wordt ontvangen, een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget niet mogelijk is, maar wel in de vorm van zorg in natura. Dit wordt door de consulent beoordeeld; </al></li><li nr="g."><al>De gemeente verstrekt geen pgb voor zover de melding betrekking heeft op kosten die de inwoner voorafgaand aan de melding heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was; </al></li><li nr="h."><al>In de Wmo 2015 is de verplichting opgenomen dat gemeenten pgb uitbetalen in de vorm van trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het pgb stort op rekening van het Servicecentrum pgb van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De budgetbeheerder laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren ondersteuning zijn geleverd. De SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling aan de zorgverlener. </al></li><li nr="i."><al>Om zorg te dragen dat pgb-uitgaven gecontroleerd kunnen worden is het niet mogelijk om met een vast maandloon te werken. Van de zorgverlener wordt verwacht dat hij zijn gewerkte uren/facturen declareert bij de SVB. </al></li><li nr="j."><al>De niet bestede pgb-bedragen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente. </al></li><li nr="k."><al>Het is belangrijk dat inwoner en vooraf goed weten wat het pgb inhoudt en welke verantwoordelijkheden zij daarbij hebben. De budgetbeheerder krijgt informatie bij de melding en tijdens het gesprek. Die informatie is nodig voor het opstellen van een pgb-plan en de budgetbeheerder wordt verwezen naar de SVB voor het opstellen van een zorgverleningsovereenkomst (overeenkomsten met zorgverleners). Daarnaast verzorgt het Servicecentrum pgb van de SVB voorlichting en ondersteuning aan budgetbeheerders. </al></li><li nr="l."><al>De budgetbeheerder is verantwoordelijk voor: </al><lijst><li nr="1."><al>het inkopen van de individuele voorziening, het hulpmiddel of de hulp. In de hoogte van het pgb zitten ook de eventuele kosten van het verplichte onderhoudscontract voor de voorziening. Het bedrag is een vastgesteld maximaal bedrag van de door de gemeente aanvaarde kosten; </al></li><li nr="2."><al>het afleggen van verantwoording aan de gemeente en de SVB over het pgb en de kwaliteit van de geleverde maatwerkvoorziening; </al></li><li nr="3."><al>degene die ingeschakeld wordt voor hulp is verantwoordelijk voor het doorgeven van loongegevens aan de belastingdienst. </al></li></lijst></li></lijst><al><cursief>Pgb voor hulpmiddelen en woningaanpassingen </cursief></al><al>Wanneer de inwoner kiest voor een pgb krijgt hij na indicatie bij de beschikking een programma van eisen (PvE) waaraan de voorziening moet voldoen. De inwoner kan op basis van dit PvE zelf de voorziening aanschaffen. </al><al>Als de inwoner een andere voorziening wil, kan hij daarvoor kiezen onder de voorwaarde dat de voorziening geen (andere) belemmeringen oproept. De voorziening die de inwoner aanschaft moet wel de beperking op hetzelfde niveau compenseren zoals in het PvE wordt gesteld en niet slechts een deel van het probleem oplossen.  </al><al><cursief>Duur van de toekenning </cursief></al><al>De voorziening in de vorm van pgb wordt toegekend voor een periode die afhankelijk is van de gebruikelijke levensduur van de voorziening. De periode waarvoor de voorziening wordt toegekend wordt beschreven in de beschikking. </al><al><cursief>Diensten </cursief></al><al>Ondersteuning aan de inwoner met een pgb kan in de volgende vormen worden geboden:</al><lijst><li nr="•"><al>huishoudelijke hulp; </al></li><li nr="•"><al>begeleiding; </al></li><li nr="•"><al>dagbesteding; </al></li><li nr="•"><al>kortdurend verblijf. </al></li></lijst><al><cursief>Pgb budget omzetten in zorg in natura (en andersom) </cursief></al><al>Als in de praktijk blijkt dat een pgb geen gepaste leveringsvorm is voor de inwoner kan de consulent zorg in natura als alternatief aanbieden. De inwoner kan één keer per jaar wisselen tussen het pgb en een verstrekking in natura (of andersom) en ontvangt dan een nieuwe beschikking. Als de inwoner een voorziening in natura (bijv. scootmobiel) omgezet wil zien in een pgb wordt de voorziening ingenomen en wordt een pgb verstrekt. </al><al><cursief>Pgb voor diensten door een professionele zorgverlener </cursief></al><al>Wanneer de inwoner met de inzet van een pgb kiest voor de levering van een dienst door een professionele zorgverlener gelden de volgende voorwaarden: </al><al><onderstreept>De professionele zorgverlener: </onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>zorgt voor een ondersteuningsplan waaruit blijkt welke kansen/mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften de inwoner heeft en welke voorziening er wordt geboden; </al></li><li nr="2."><al>zorgt ervoor dat de voorziening passend is bij de doelen van de inwoner op basis waarvan de maatwerkvoorziening is afgegeven; </al></li><li nr="3."><al>legt de beoogde doelen (of subdoelen) met de inwoner vast met daarbij de wijze waarop deze doelen behaald worden en binnen welke termijn; </al></li><li nr="4."><al>evalueert tussentijds op basis van het ondersteuningsplan de verleende ondersteuning en stelt de deze waar nodig bij. Indien een evaluatie leidt tot bijstelling wordt dit vastgelegd in het ondersteuningsplan; </al></li><li nr="5."><al>zorgt ervoor dat de inhoud van de meldcode Huiselijk geweld en (kinder)mishandeling voldoet aan de wettelijk gestelde eisen; </al></li><li nr="6."><al>draagt er zorg voor dat medewerkers op de hoogte zijn van de meldcode en weten hoe zij hier naar moeten handelen; </al></li><li nr="7."><al>is bekend met en handelt conform de Nederlandse wet- en regelgeving, richtlijnen, verdragen, de Algemene verordening gegevensbescherming; </al></li><li nr="8."><al>wordt niet onderzocht (lopend onderzoek) door het college van de gemeente Terneuzen of de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Tevens mag er geen sprake zijn van een justitiële maatregel. Indien er sprake is van een lopend onderzoek dient toestemming van de gemeente voor het leveren van zorg te worden overgelegd bij de aanvraag voor het pgb; </al></li><li nr="9."><al>staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel waarbij de activiteiten bestaan uit het verlenen van ondersteuning die past binnen de kaders van de te verlenen ondersteuning; </al></li><li nr="10."><al>beschikt over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag voor alle personeelsleden (ook vrijwilligers en stagairs) die in contact komen met inwoners. Bij indiensttreding/aanvang van de werkzaamheden mag de VOG niet ouder zijn dan drie maanden. Deze dient elke drie jaar te worden vernieuwd; </al></li><li nr="11."><al>draagt zorgt voor dat medewerkers hun taalgebruik afstemmen op de inwoner. De zorgverlener beheerst minstens de Nederlandse taal in woord en geschrift; </al></li><li nr="12."><al>voert een deugdelijke administratie, waarbij in ieder geval inkomsten, uitgaven, verplichtingen, dossiers en verantwoording te herleiden zijn naar bron en bestemming; </al></li><li nr="13."><al>zorgt ervoor dat door de inwoner en vertegenwoordiger geaccordeerde verslagen van evaluatiegesprekken worden vastgelegd; </al></li></lijst><al>Vooraf controleert de gemeente of de professionele zorgverlener daadwerkelijk aan de gestelde eisen voldoet.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>4.3</nr><titel>Pgb bij ondersteuning door niet-professionele hulpverleners (art. 6.2.2 van de verordening</titel></kop><al>1. Tot niet-professionele hulpverleners rekent het college ook partners en familieleden die op basis van het persoonsgebonden budget hulp bieden. </al><al>2. Bij de vaststelling van het tarief, geldt dat bloed- en aanverwanten in de 1e of de 2 graad v worden aangemerkt als niet-professionele hulpverlener, ook als zij voldoen aan de criteria van de professionele hulpverlener. </al><al>3. Degene die als niet-professionele hulpverlener hulp biedt dient te beschikken over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). </al><al>4. De niet-professionele hulpverlener werkt planmatig, volgens het ondersteuningsplan.</al><al>5. De niet-professionele hulpverlener beschikt aantoonbaar over de benodigde vaardigheden om de hulp zoals omschreven in het budgetplan op veilige, doelmatige en cliëntgerichte manier te verlenen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label/><nr>5.1</nr><titel>Bevoegdheden toezichthouder </titel></kop><al>1. De door het college aangewezen toezichthouder is belast met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een pgb, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. </al><al>2. De toezichthouder werkt volgens het geldende toezichtkader kwaliteit en rechtmatigheid Wmo 2015 en Jeugdwet Zeeland.</al><al>3. De toezichthoudend ambtenaar doet regulier onderzoek en onderzoeken naar calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld van het bepaalde bij of krachtens de wet.</al><al>4. Aanbieders verlenen alle medewerking aan de toezichthouder, die hij redelijkerwijs kan vragen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.</al><al>5. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de door het college gecontracteerde aanbieders en aanbieders die via een pgb worden betaald.</al><al/></artikel><artikel><kop><label/><nr>5.2</nr><titel>Intrekken oude regels (art. 10.2 van de verordening)</titel></kop><al>De Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen 2024 worden ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label/><nr>5.3</nr><titel>Ingangsdatum en naam (art. 10.4 van de verordening) </titel></kop><al>De Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen 2026, treden in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2026. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen in zijn vergadering van 3 maart 2026. </functie><functie>Het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen, </functie><functie>de secretaris,                                      de burgemeester,  </functie><functie/><functie/><functie>Steven de Waal                                  Franc Weerwind </functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/></bijlage><bijlage><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/><al/><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Tien eisen voor pgb-vaardigheid </titel></kop><al>De gemeente (aan-z) controleert niet alleen of u aan de voorwaarden van een persoonsgebonden budget voldoet. Zij controleren ook of u met een persoonsgebonden budget kunt omgaan. Dat heet pgb-vaardigheid. Daarmee willen ze voorkomen dat u in de problemen komt. Bijvoorbeeld omdat u niet weet welke zorg u nodig heeft. Of hoe u goede afspraken maakt met een zorgverlener. Als u niet aan de criteria voldoet en het beheer van het pgb ook niet door een ander gedaan kan worden, is zorg in natura een betere oplossing en kan het college de aanvraag voor een pgb afwijzen. U bent pgb-vaardig als u de volgende dingen kunt: </al><al><plaatje><illustratie id="i4fa78f53-bd65-4c5c-925a-109aefdfc9fe" naam="Afbeelding1i4fa78f53-bd65-4c5c-925a-109aefdfc9fe.png" breedte="12.42cm" type="foto" hoogte="17.91cm"/></plaatje></al><al/><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>2<cursief/>Toelichting bij artikelen</titel></kop><al><cursief>Eigen kracht </cursief></al><al>Eigen kracht verwijst naar de mogelijkheden van de cliënt om zelf bij te dragen aan zijn zelfredzaamheid en participatie. Het college verwacht van de cliënt dat hij zich inspant om datgene aan te wenden wat binnen zijn bereik ligt om zelf in zijn behoefte te voorzien. Eigen kracht is ook: </al><lijst><li nr="•"><al>het bevorderen van het herstel (gebruik maken van behandelmogelijkheden); </al></li><li nr="•"><al>een beroep doen op andere wetten; </al></li><li nr="•"><al>een beroep doen op de aanvullende verzekering. </al></li><li nr="•"><al>In de eerste plaats stimuleert de gemeente de cliënt zelf de regie te voeren en eigen mogelijkheden te benutten. Daarvoor kijkt de consulent naar de persoonlijke eigenschappen van de cliënt, zijn talenten en vaardigheden, zingeving in combinatie met zijn directe omgeving. </al></li></lijst><al><cursief>Gebruikelijke hulp </cursief></al><al>De consulent beoordeelt of, en zo ja, in hoeverre de cliënt met gebruikelijke hulp in staat is zijn problemen op te vangen. Onder gebruikelijke hulp wordt de normale, dagelijkse hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten verstaan. Het voeren van een gemeenschappelijk huishouden brengt immers een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van dat huishouden met zich mee. Partners en inwonende gezinsleden staan elkaar bij in de normale dagelijkse zorg, zoals taken in het gezamenlijke huishouden, administratie, schoonmaken, elementaire zorgtaken, bezoek aan familie/instantie/arts etc. De redelijkheid bepaalt wat als gebruikelijke hulp aangeduid kan worden. Wat redelijk is hangt af van de specifieke situatie van de cliënt en zijn huisgenoten. Iedere situatie is anders en vraagt om maatwerk. </al><al><cursief>Mantelzorg </cursief></al><al>In de Wmo 2015 is het begrip ‘mantelzorg’ als volgt beschreven: ‘hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zvw, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet worden verleend in het kader van een hulpverlenend beroep’. </al><al>Mantelzorg is in tegenstelling tot gebruikelijke hulp vrijwillige zorg en kan dus niet worden afgedwongen. </al><al>Het is daarom ook altijd belangrijk om vooral af te gaan op wat de mantelzorger zelf aangeeft. </al><al>De gemeente kan een vorm van respijtzorg toekennen. Dit kan gebeuren in de vorm van dagbesteding en kortdurend verblijf. </al><al><cursief>Wmo 2015 </cursief></al><al>De doelgroep die in aanmerking kan komen voor kortdurend verblijf ter ondersteuning van de mantelzorger bestaat uit cliënten: </al><lijst><li nr="•"><al>met een beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem, </al></li><li nr="•"><al>die niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie, en </al></li><li nr="•"><al>die worden ondersteund door een mantelzorger die tijdelijk ontlast moet worden. </al></li></lijst><al><cursief>Sociaal netwerk </cursief></al><al>Met het sociaal netwerk worden personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt, bedoeld. Hierbij kan gedacht worden aan uitwonende kinderen, buren, vrienden, vrijwilligers e.d. </al><al><cursief>Algemeen gebruikelijke voorzieningen </cursief></al><al>Een zaak of een dienst is algemeen gebruikelijk als voldaan wordt aan de volgende vier voorwaarden: </al><lijst><li nr="•"><al>niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; </al></li><li nr="•"><al>daadwerkelijk beschikbaar is; </al></li><li nr="•"><al>een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid en participatie, en; </al></li><li nr="•"><al>financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. </al></li></lijst><al><cursief>Verplichtingen </cursief></al><al>In de beschikking worden de volgende verplichtingen voor de cliënt opgenomen: </al><lijst><li nr="1."><al>de inlichtingenplicht cliënt; </al></li><li nr="2."><al>de medewerkingsplicht cliënt; </al></li><li nr="3."><al>het verval van recht.</al></li></lijst><al><cursief>Inlichtingenplicht cliënt </cursief></al><al>Ook als een maatwerkvoorziening eenmaal is toegekend geldt een inlichtingenplicht. Die houdt in dat de cliënt op verzoek of meteen uit eigen beweging mededeling moet doen van alle feiten en omstandigheden waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van de verstrekking van een voorziening. </al><al>Het niet of niet volledig nakomen van de inlichtingenplicht kan leiden tot intrekking of herziening van de maatwerkvoorziening. Als de cliënt twijfelt of bepaalde informatie relevant is, neemt hij hierover actief contact op met de gemeente. </al><al><cursief>Medewerkingsplicht cliënt </cursief></al><al>In het verlengde van de inlichtingenplicht ligt de medewerkingsplicht. Die houdt in dat de cliënt alle medewerking moet verlenen aan de uitvoering van de Wmo 2015 die de gemeente noodzakelijk vindt. Zo is de cliënt verplicht om gehoor te geven aan een oproep van de gemeente of om zich te onderwerpen aan onderzoek dat door (of namens) het college is ingesteld. </al><al>Bij een onderzoek geldt de medewerkingsplicht óók voor de huisgenoten van de cliënt. </al><al>Als de cliënt niet voldoet aan de medewerkingsplicht dan kan dit gevolgen hebben voor het vaststellen van het recht op een maatwerkvoorziening. Vooral als de gemeente niet kan vaststellen of iemand (nog langer) recht heeft op een maatwerkvoorziening. Of als de omvang van de voorziening niet kan worden vastgesteld. </al><al>Als aan de cliënt een maatwerkvoorziening wordt toegekend, wordt verwacht dat hij naar vermogen meewerkt aan het opstellen van het ondersteuningsplan en het behalen van de daarin beschreven doelen en resultaten. </al><al>Het al dan niet opzettelijk niet meewerken aan het behalen van de doelen en resultaten en/of het niet nakomen van gemaakte afspraken, kan leiden tot een tijdelijke opschorting van de ondersteuning of, in het uiterste geval, tot beëindiging daarvan. Uiteraard kan dit niet als uit de aard van iemands beperkingen voortvloeit dat die medewerking niet of in beperkte mate verleend kan worden. </al><al><cursief>Verval van recht </cursief></al><al>Als een cliënt een beschikking heeft ontvangen en niet binnen drie maanden gebruik maakt van de toegekende maatwerkvoorziening, dan vervalt het recht op aanspraak, tenzij de cliënt de gemeente hierover schriftelijk heeft geïnformeerd en uitstel hiervan heeft gevraagd. </al><al>Het verval van recht geldt niet als de cliënt kan aantonen dat er een dringende reden aanwezig is waardoor de cliënt niet binnen de periode van drie maanden gebruik kan maken van de toegekende voorziening. Bij een dringende reden moet er iets uitzonderlijks aan de hand zijn, bijvoorbeeld langdurige ziekenhuisopname of een lange wachtlijst bij de zorgaanbieder die de zorg gaat leveren. Dit laatste geldt dat niet als de cliënt dezelfde zorg kan afnemen bij een andere zorgaanbieder die wel binnen de termijn van drie maanden de zorg kan leveren. </al><al><cursief>Verschillende vormen van respijtzorg </cursief></al><al>Er zijn verschillende vormen van respijtzorg, te weten: </al><lijst><li nr="•"><al>inzet van informele zorg /oppas; </al></li><li nr="•"><al>inzet van extra thuiszorg; </al></li><li nr="•"><al>mogelijkheden die een zorgverzekering biedt; </al></li><li nr="•"><al>dagopvang / dagbesteding; </al></li><li nr="•"><al>kortdurend verblijf. </al></li></lijst><al><cursief>Criteria kortdurend verblijf </cursief></al><al>Kortdurend verblijf als respijtzorg kan worden toegekend bij: </al><lijst><li nr="1."><al>(Dreigende) Overbelasting van mantelzorgers waardoor de thuissituatie onleefbaar wordt of </al></li><li nr="2."><al>Wanneer de mantelzorger door onvoorziene omstandigheden uitvalt. Kortdurend verblijf is voor mensen die thuis zorg nodig hebben en daarvoor hulp krijgen van mantelzorgers. Maar het is belangrijk er voor te zorgen dat de mantelzorger de zorg kan volhouden. </al></li><li nr="3."><al>Kortdurend verblijf kan worden toegekend als andere respijt gevende mogelijkheden onvoldoende oplossing bieden. </al></li><li nr="4."><al>Er is langdurig (meer dan drie maanden) meer hulp nodig dan gebruikelijk.</al></li></lijst><al>We kijken naar de situatie van de inwoner. Daarbij onderzoeken we ook welke hulp de mantelzorger geeft of kan geven en wat de mantelzorger nodig heeft. Dit doen we om de juiste ondersteuning te kunnen bieden. Eventueel kan dit ook leiden tot een aanvraag van de mantelzorger voor zijn eigen ondersteuning. Ook wat nodig is om de mantelzorger te ondersteunen bij het verlenen van mantelzorg of om deze (tijdelijk) te ontlasten in een situatie van (dreigende) overbelasting, kan onderdeel uitmaken van een maatwerkvoorziening voor de inwoner. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om respijtzorg, waaronder vervangende zorg zoals thuisopvang, dagopvang, kortdurend verblijf of inzet van vrijwilligers. Ook kan het maatwerk bestaan uit het aanbieden van diensten, hulpmiddelen of andere gemeentelijke maatregelen die bijdragen aan het ondersteunen van een inwoner door de mantelzorger. Verder bieden we ondersteunende gesprekken aan de (overbelaste) mantelzorger aan. We beoordelen van geval tot geval op basis van de specifieke omstandigheden van het individuele geval wat voor hulp noodzakelijk is. De consulent bespreekt dit samen met de inwoner en zijn huisgenoot of mantelzorger.</al><al>Respijtzorg is de tijdelijke en volledige overname van de zorg met het doel om de mantelzorger vrijaf te geven. Dat kan op heel veel verschillende manieren. </al><al>Belangrijk is dat respijtzorg ook echt de adempauze geeft waar de mantelzorger behoefte aan heeft. Hierdoor kunnen mantelzorgers de zorg daadwerkelijk langer volhouden en de zorgvrager kan daardoor langer thuis wonen. Maar vooral ook dat zowel de mantelzorger en de inwoner zich beter voelen na gebruik van respijtzorg. Het gaat er tenslotte om dat burgers op een zo prettig mogelijke wijze hun leven kunnen leiden, ondanks hun ziekte of aandoeningen. </al><al>Respijtzorg kent vele vormen. Het gaat uiteindelijk over het effect van de vervangende zorg; dat de mantelzorger er tussenuit kan en daardoor de zorg kan blijven volhouden. Wat voor vorm dat is, is dus afhankelijk van de zorgsituatie en de persoon. De ene mantelzorger heeft alleen maar af en toe iemand nodig die de zorgvrager een paar uur gezelschap houdt, de ander kan alleen op vakantie als de zorgvrager ondertussen wordt opgevangen in een gespecialiseerde logeervoorziening. </al><al>Wat betreft respijtzorg zijn we formeel verantwoordelijk voor mantelzorgers van inwoners die geen Wlz-indicatie hebben.  </al><al>We willen bijdragen aan het voorkomen van overbelasting en uitval van mantelzorgers, zodat mensen prettig thuis kunnen blijven wonen, in hun eigen omgeving, ook al hebben ze zorg en ondersteuning nodig. Het preventieve effect is daarbij belangrijk: mits op tijd ingezet, zorgt een adempauze ervoor dat mantelzorgers de zorg langer en beter kunnen volhouden en met plezier blijven vervullen. Daarbij is een samenhangend beleid voor mantelzorgondersteuning en respijtzorg essentieel. In het Mantelzorgbeleid Gemeente Terneuzen 2024 legden we beleid specifiek voor mantelzorgers vast. </al><al/><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>