<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR75591_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening gunning opdrachten door toekenning van een exclusief recht Bloemendaal 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bloemendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bloemendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Kennemerland Zuid d.d.23 december 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening gunning opdrachten door toekenning van een exclusief recht Bloemendaal 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Richtlijn 2004/18/EG, artikel 18</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit aanbesteding overheidsopdrachten (Bao), artikel 17</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010033901</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening gunning opdrachten door toekenning van een exclusief recht Bloemendaal 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Bloemendaal;gelezen het voorstel van burgemeester en
            wethouders van 2 november 2010;gelet op artikel 18 Richtlijn 2004/18/EG en artikel 17
            van het Besluit aanbesteding overheidsopdrachten (Bao);b e s l u i t:vast te stellen de
            volgende <vet>Verordening gunning opdrachten door toekenning van een exclusief recht
                Bloemendaal 2010</vet></al><al/><al/><al>Verordening gunning opdrachten door toekenning van een exclusief recht
                        Bloemendaal 2010</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>De gemeente maakt gebruik van de geboden mogelijkheid van vrijstelling van
                        de aanbestedingsplicht door middel van toekenning van een exclusief recht
                        (ook wel genoemd: alleenrecht of uitsluitend recht), bedoeld in artikel 18
                        Richtlijn 2004/18/EG en artikel 17 van het Besluit aanbesteding
                        overheidsopdrachten (Bao).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Aan het college wordt hierbij de bevoegdheid verleend om bij nader
                            besluit per werksoort, periode en (indien van toepassing) territoir,
                            afzonderlijke exclusieve rechten te verlenen aan met name genoemde
                            publiekrechtelijke instellingen in de zin van artikel 1, sub q, Bao en
                            artikel 1, lid 9, Richtlijn 2004/18/EG, zoals nader omschreven in de
                            toelichting bij deze verordening, voor werkzaamheden behorend tot de
                            huishouding van de gemeente, één en ander voor zover het college dit
                            wenselijk acht en voor zover aan alle voorwaarden om een exclusief recht
                            toe te kennen, is voldaan.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het voornemen van het college om op basis van deze verordening een
                            exclusief recht toe te kennen, wordt vooraf bekend gemaakt in de
                            gemeentelijke advertentie en op de gemeentelijke website, evenals
                            achteraf het genomen besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de
                            dag van publicatie.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening gunning
                            opdrachten door toekenning van een exclusief recht Bloemendaal
                            2010”.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Bloemendaal,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 16 december 2010.</ondertekening><ondertekening>R.Th.M. Nederveen , voorzitter</ondertekening><ondertekening>K.A. van der Pas , griffier</ondertekening><ondertekening>Gepubliceerd in het Weekblad Kennemerland Zuid d.d.23 december
                        2010.</ondertekening><ondertekening>In werking: 24 december 2010.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><al><vet>Toelichting</vet></al><al><onderstreept>Algemeen</onderstreept></al><al>Om de vrijstelling genoemd in artikel 18 van de Richtlijn 2004/18/EG en artikel
                    17 van het Besluit aanbesteding overheidsopdrachten (Bao) te kunnen toepassen,
                    moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:</al><lijst><li nr="1."><al>De opdrachtnemer moet zelf een publiekrechtelijk rechtspersoon zijn met
                            aanbestedingsplicht.</al></li><li nr="2."><al>De opdrachtgever moet de opdracht verstrekken aan een met name genoemde
                            opdrachtnemer op basis van exclusiviteit.</al></li><li nr="3."><al>Dit exclusieve recht (ook wel genoemd: alleenrecht of uitsluitend recht)
                            moet een wettelijke of bestuursrechtelijke grondslag hebben (op
                            gemeentelijk niveau in de vorm van een verordening).</al></li><li nr="4."><al>De verlening van het exclusieve recht moet verenigbaar zijn met het
                            EG-recht.</al></li><li nr="5."><al>Het exclusieve recht moet op uitdrukkelijke en doorzichtige wijze zijn
                            verleend.</al></li></lijst><al>Ad 1: Het vereiste dat de opdrachtnemer een aanbestedende dienst moet zijn,
                    betekent volgens de geldende jurisprudentie:</al><lijst><li nr="-"><al>dat de opdrachtnemer zelf een publiekrechtelijke instelling is als
                            omschreven in art. 1, sub q, Bao en art. 1, lid 9, Richtlijn 2004/18/EG,
                            hetgeen bij Paswerk het geval is;</al></li><li nr="-"><al>dat opdrachtnemer, zoals bij Paswerk het geval is, is opgericht met het
                            specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang, andere dan
                            die van industriële of commerciële aard. Van een behoefte van algemeen
                            belang is sprake als:</al></li><li nr="·"><al>de overheid om redenen van algemeen belang beslissende invloed wil
                            houden in de voorziening in de betreffende behoefte;</al></li><li nr="·"><al>het <onderstreept>primaire</onderstreept> doel van de activiteiten niet
                            plaats vindt op een markt met sterke concurrentie;</al></li><li nr="·"><al>er bij de activiteiten geen of slechts een beperkt economisch risico
                            wordt gelopen.</al></li><li nr="-"><al>dat de opdrachtnemer rechtspersoonlijkheid heeft, zoals bij Paswerk het
                            geval is;</al></li><li nr="-"><al>dat de opdrachtnemer onder invloed staat van één of meer aanbestedende
                            diensten op het terrein van hetzij de financiering, hetzij het toezicht
                            op het beheer, hetzij deelname in bestuurs- of toezichthoudende organen
                            (zoals bij Paswerk het geval is).</al></li></lijst><al>Wat de financiering betreft: het criterium is hier dat een opdrachtnemer in
                    hoofdzaak (= voor meer dan 50%) openbaar wordt gefinancierd; onder openbare
                    financiering wordt verstaan dat men financieel ondersteund wordt of gefinancierd
                    wordt door een gemeente (of een andere publiekrechtelijke instelling) zonder dat
                    daar een specifieke tegenprestatie tegenover staat.</al><al>Wat het toezicht betreft: het toezicht op het beheer moet zodanig zijn dat
                    controle vooraf op het plaatsen van overheidsopdrachten mogelijk is.</al><al>Ad 2: Het noemen in de verordening zelf van een opdrachtnemer aan wie een
                    exclusief recht wordt gegund, levert richting de opdrachtnemer en andere
                    belanghebbenden een besluit op (in de zin van de Algemene wet bestuursrecht),
                    opgenomen in een regeling die zelf het karakter heeft van een algemeen
                    verbindend voorschrift. Om deze bestuursrechtelijke onregelmatigheid te
                    voorkómen, is er voor gekozen om de verordening zelf algemeen te houden en de
                    bevoegdheid tot daadwerkelijke toekenning van een exclusief recht aan een met
                    name genoemde opdrachtnemer, te geven aan het college van burgemeester en
                    wethouders. Dit komt ook tegemoet aan het transparantiebeginsel: toekenning van
                    een exclusief recht in de vorm van een verordening is niet zo doorzichtig.
                    Publicatie van het voorgenomen besluit plus het genomen besluit waarin een
                    exclusief recht wordt toegekend, is daarentegen specifieker en valt meer op.
                    Tegen het genomen collegebesluit (zijnde een beschikking in de zin van de
                    Algemene wet bestuursrecht) staat rechtsbescherming open.</al><al>Ad 3: Via de vaststelling van deze verordening is voldaan aan het vereiste dat
                    het exclusieve recht een wettelijke dan wel bestuursrechtelijke grondslag moet
                    hebben.</al><al>Ad 4: De (on)verenigbaarheid met het EG-verdrag betreft met name van
                    overheidswege gecreëerde dienstverleningsmonopolies die het gehele land of een
                    wezenlijk deel daarvan bestrijken. Onder omstandigheden kunnen dergelijke
                    monopolies op gespannen voet staan met de Verdragsbepalingen inzake het vrije
                    verkeer van diensten en inzake de mededinging. Een gemeente zou in strijd
                    handelen met artikel 86, lid 1, EG-verdrag indien (1.) door de verlening van het
                    alleenrecht een machtspositie ontstaat, waar (2.) misbruik van wordt gemaakt en
                    welke (3.) de handel tussen lidstaten ongunstig kan beïnvloeden. Aan al deze
                    drie voorwaarden moet zijn voldaan, wil de verlening van een exclusief recht
                    strijd opleveren met het EG-verdrag. </al><al>Ad 5: Zie toelichting bij artikel 2.</al><al>Alhoewel de verordening zodanig ruim is geformuleerd dat het college exclusieve
                    rechten kan toekennen aan elke opdrachtnemer die voldoet aan de geldende
                    voorwaarden en restricties, blijkt deze vrijstelling in de praktijk met name een
                    oplossing te bieden in de sfeer van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw).
                    Gemeenten, zo ook Bloemendaal, zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de
                    Wsw in hun gebied en moeten voldoende kansen creëren voor de burgers met een
                    Wsw-indicatie om ondanks hun handicap toch zo normaal mogelijk te kunnen
                    functioneren in de maatschappij. Verliezen in de exploitatie van het “eigen”
                    SW-bedrijf (Paswerk) moeten zij zelf aanvullen uit eigen middelen. Gemeenten
                    hebben er belang bij dat het eigen SW-bedrijf goed draait, dus voldoende werk
                    heeft, ook verschillende soorten werk kan aanbieden (t.b.v. van de werknemers)
                    en voorts aan het eind van het boekjaar geen nadelig saldo declareert.</al><al><vet>Artikelsgewijs</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Onder een exclusief recht moet worden verstaan: een overheidsopdracht die in
                    afwijking van de reguliere aanbestedingswetgeving één op één is gegeven aan een
                    opdrachtnemer. Van een dergelijke afwijkingsmogelijkheid (ook wel genoemd
                    aanbestedingsvrijstelling) kan alleen gebruik worden gemaakt indien aan een
                    aantal hiervóór genoemde - in de jurisprudentie strikt uitgelegde – voorwaarden
                    wordt voldaan.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Lid a: hier verleent de gemeenteraad aan burgemeester en wethouders de
                    bevoegdheid om aan een met name genoemde opdrachtnemer een opdracht te gunnen
                    d.m.v. toekenning van een exclusief recht. De bevoegdheid is beperkt tot de
                    levering van werken, producten en/of diensten betreffende de
                        <onderstreept>huishouding</onderstreept> van de gemeente. Het begrip
                    huishouding is hetzelfde als genoemd in artikel 108 Gemeentewet. De term
                    “huishouding” betekent een begrenzing tot het gemeentelijk belang. Hierbij geldt
                    als bovengrens: geen strijd met de Grondwet, wetten in formele zin, algemene
                    maatregelen van bestuur, ministeriële regelingen en provinciale verordeningen,
                    alsmede EG-recht. En als benedengrens geldt dat er sprake moet zijn van openbaar
                    belang en dat er niet wordt getreden in de bijzondere belangen van de
                    ingezetenen (het privé belang).</al><al>Lid b: deze bepaling heeft te maken met de voorwaarde dat een exclusief recht op
                    uitdrukkelijke en doorzichtige wijze moet zijn verleend. Een belanghebbende moet
                    voldoende gelegenheid hebben om bezwaar te maken tegen het besluit. Binnen het
                    EG-recht is transparantie een zwaarwegend voorschrift, dat ook opgaat als
                    gebruik wordt gemaakt van een vrijstelling in het aanbestedingsrecht. In verband
                    daarmee dient het college pas ná bekendmaking van het voorgenomen besluit over
                    te gaan tot daadwerkelijke opdrachtverlening (en vervolgens ook tot publicatie
                    van het besluit).</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>