<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR755483_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgheffing 2026</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">algemeen verbindend voorschrift (verordening)</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Pekela</dcterms:creator><dcterms:modified>2026-01-01</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-19610">gmb-2026-19610</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="">N.v.t.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2025-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2026-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2026-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-02-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgheffing 2026</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgheffing 2026</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nummer 2025-330b</al><al>De raad van de gemeente Pekela;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28-10-2025;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgheffing 2026</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lid><lidnr>•</lidnr><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;</al></lid><lid><lidnr>•</lidnr><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam riool- en waterzorgheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding</al><al>van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater,</al></lid><lid><lidnr/><al>alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde</al></lid><lid><lidnr/><al>hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige</al></lid><lid><lidnr/><al>gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel</al></lid><lid><lidnr/><al>mogelijk te voorkomen of te beperken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot</al></lid><lid><lidnr/><al>heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel, verder te noemen:</al></lid><lid><lidnr/><al>eigenarendeel.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Ingeval het perceel een onroerende zaak is, wordt als genothebbende krachtens</al></lid><lid><lidnr/><al>eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het</al></lid><lid><lidnr/><al>belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op</al></lid><lid><lidnr/><al>dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorwerp van de belasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorwerp van de belasting is een perceel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als perceel wordt aangemerkt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende</al></lid><lid><lidnr/><al>zaken;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een gedeelte van een in onderdeel bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn</al></lid><lid><lidnr/><al>indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in</al></lid><lid><lidnr/><al>onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en</al></lid><lid><lidnr/><al>die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het binnen de gemeentegelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende</al></lid><lid><lidnr/><al>zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d</al></lid><lid><lidnr/><al>bedoeld samenstel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedraagt € 192,00.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1, bedraagt de belasting voor garages, die op de voet van artikel 16,</al></lid><lid><lidnr/><al>onderdeel van de Wet WOZ een zelfstandig object vormen € 31,00.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen</al></lid><lid><lidnr/><al>worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste</al></lid><lid><lidnr/><al>dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is</al></lid><lid><lidnr/><al>vermeld en elk van de volgende termijnen een maand later;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door</al></lid><lid><lidnr/><al>middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat een</al></lid><lid><lidnr/><al>aanslag moet worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de</al></lid><lid><lidnr/><al>laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het</al></lid><lid><lidnr/><al>aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid</al></lid><lid><lidnr/><al>gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van riool- en waterzorgheffing wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening rioolheffing 2025’ van 22 oktober 2024, wordt ingetrokken met ingang van 1</al><al>januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor</al><al>die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening riool- en waterzorgheffing 2026”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 november 2025.</functie><functie>De voorzitter, J. Kuin De griffier, M. Meerman</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>