<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR75459_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Teylingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Teylingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Teylingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsblad Teylingen, 09-01-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Teylingen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/08528</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Teylingen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Teylingen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 oktober
                        2007;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">artikel 149 van de Gemeentewet</extref>;</al><al>BESLUIT:</al><al>Vast te stellen de “Subsidieverordening gemeentelijke monumenten
                        Teylingen”</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Monument: de objecten, die zijn aangewezen als gemeentelijk
                                        monument en op de gemeentelijke monumentenlijst, zoals
                                        bedoeld in de monumentenverordening Teylingen, zijn
                                        geplaatst.</al></li><li nr="b."><al>Eigenaar: in deze verordening wordt onder eigenaar mede
                                        verstaan: </al><lijst><li nr="1."><al>degene die het recht van erfpacht heeft;</al></li><li nr="2."><al>de houder van een recht van opstal;</al></li><li nr="3."><al>de houder van een appartementsrecht;</al></li><li nr="4."><al>de toekomstige eigenaar, erfpachter, houder van een
                                                recht op opstal of houder van een
                                                appartementsrecht.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>Subsidiabele kosten: de door of namens het college
                                        goedgekeurde (geraamde) kosten van: </al><lijst><li nr="-"><al>aanneemsom;</al></li><li nr="-"><al>het honorarium van de architect en andere
                                                adviseurs;</al></li><li nr="-"><al>de verschuldigde omzetbelasting;</al></li><li nr="-"><al>de leges voor de bouwvergunning;</al></li><li nr="-"><al>de leges voor de monumentenvergunning;</al></li><li nr="-"><al>eventueel noodzakelijk meerwerk tot max. 5% van de
                                                aanneemsom.</al></li></lijst></li></lijst><al>Indien de werkzaamheden (voor een deel) worden verricht in
                                zelfwerkzaamheid, worden de loonkosten niet tot de kosten van de
                                voorziening gerekend.</al><lijst><li nr="d."><al>Restauratie: voorzieningen en werkzaamheden aan een
                                        beschermd monument, het normale onderhoud te boven gaande,
                                        die voor het herstel van het beschermd monument noodzakelijk
                                        zijn.</al></li><li nr="e."><al>Onderhoud: periodieke werkzaamheden aan een (gedeeltelijk)
                                        in goede staat verkerend beschermd monument, welke
                                        werkzaamheden door het college als zodanig worden aangemerkt
                                        en dienen om het beschermd monument als zodanig in stand te
                                        houden.</al></li><li nr="f."><al>Wet: <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.2 Reikwijdte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze subsidieverordening is van toepassing op de
                                        subsidiëring op het terrein van de gemeentelijke
                                        monumentenzorg.</al></li><li nr="2."><al>Het college verleent, met inachtneming van het bepaalde in
                                        de wet en deze verordening, aan aanvragers subsidie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.3 Subsidieplafond</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt jaarlijks het subsidieplafond vast door
                                        vaststelling van de betreffende begrotingspost in de
                                        gemeentebegroting.</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt het subsidieplafond bekend vóór de aanvang
                                        van het tijdvak waarvoor zij is vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld
                                        totdat het door de raad jaarlijks vastgestelde
                                        subsidieplafond is bereikt.</al></li><li nr="4."><al>Het college weigert een gevraagde subsidie voor zover door
                                        verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden
                                        overschreden.</al></li><li nr="5."><al>Die aanvragen, die gelet op het beschikbare subsidiebedrag,
                                        niet kunnen worden gehonoreerd, kunnen met ingang van 1
                                        januari van het daarop volgende jaar wederom worden
                                        ingediend als de weigering uitsluitend is gebaseerd op het
                                        bereiken van het subsidieplafond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.4 Algemene voorwaarden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de uitvoering van de werkzaamheden mag niet worden
                                        gehandeld in strijd met het bepaalde in het
                                        Vestigingsbesluit bedrijven 2001.</al></li><li nr="2."><al>De restauratie moet zijn voltooid binnen twee jaren na de
                                        subsidieverlening, tenzij het college heeft toegestaan dat
                                        de restauratie in ten hoogste vier fasen, doch uiterlijk
                                        binnen vier jaren, wordt uitgevoerd mits in de eerste fase
                                        ten minste de bouwtechnische gebreken van het gehele pand
                                        worden opgeheven.</al></li><li nr="3."><al>De eigenaar verplicht zich gedurende een periode van ten
                                        minste vijftien jaar na de vaststelling van de subsidie het
                                        monument elke twee jaar te laten inspecteren op
                                        onderhoudsgebreken door de Stichting Monumentenwacht
                                        Erfgoedhuis Zuid-Holland in opdracht van het college van
                                        burgemeester en wethouders of in opdracht van de eigenaar
                                        zelf.</al></li><li nr="4."><al>Binnen 26 weken na de datum van de subsidieverlening voor
                                        onderhoud dient met het treffen van de werkzaamheden een
                                        aanvang te zijn gemaakt en de werkzaamheden dienen te zijn
                                        voltooid binnen 52 weken na genoemde datum.</al></li><li nr="5."><al>De onderhoudsubsidie kan in het geval dat een monument of
                                        onderdeel van een monument is gerestaureerd zoals bedoeld in
                                        hoofdstuk 2 van deze verordening, niet eerder worden
                                        aangevraagd dan twee jaar na de datum van voltooiing van de
                                        restauratie.</al></li><li nr="6."><al>De eigenaar verplicht zich vanaf de aanvang van de
                                        restauratie op zijn kosten het monument te verzekeren dan
                                        wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en
                                        bliksemschade.</al></li><li nr="7."><al>De eigenaar verplicht zich na afloop van de restauratie het
                                        monument te onderhouden in de staat waarin het door de
                                        restauratie gebracht is.</al></li><li nr="8."><al>Het definitief vaststellen van een verleende subsidie door
                                        het college vindt plaats nadat: </al><lijst><li nr="a."><al>De subsidieontvanger een schriftelijke gereedmelding
                                                van de in de subsidieaanvraag opgenomen
                                                werkzaamheden en een gespecificeerde geldelijke
                                                verantwoording met betalingsbewijzen van die
                                                werkzaamheden heeft overlegd.</al></li><li nr="b."><al>De onder a. bedoelde werkzaamheden door of vanwege
                                                het college zijn gecontroleerd en akkoord
                                                bevonden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.5 Tijdstip indiening aanvraag, te verstrekken
                                gegevens</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag om verlening van een subsidie wordt bij het
                                        college ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Aanvragen voor subsidie kunnen te allen tijde worden
                                        ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in de Wet verstrekt de aanvrager
                                        bij zijn aanvraag de volgende gegevens en/of bescheiden: </al><lijst><li nr="a."><al>een door het college van burgemeester en wethouders
                                                ter beschikking gesteld formulier;</al></li><li nr="b."><al>een gespecificeerde begroting van de kosten;</al></li><li nr="c."><al>een gespecificeerde materiaal- en kleurenstaat;</al></li><li nr="d."><al>een bouwkundig inspectierapport van de Stichting
                                                Monumentenwacht Erfgoedhuis Zuid-Holland, dat niet
                                                ouder is dan 2 jaar;</al></li><li nr="e."><al>tekeningen van de bestaande en toekomstige
                                                situatie;</al></li><li nr="f."><al>in geval van restauratie een restauratieplan dat
                                                door een ter zake deskundig architect is ontworpen,
                                                die tevens met de begeleiding van de uitvoering van
                                                het plan is belast, een en ander ter beoordeling van
                                                het college.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.6 Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist over een aanvraag als bedoeld in artikel
                                        1.5 binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de beslissing als bedoeld in lid 1 eenmaal
                                        voor ten hoogste 13 weken verdagen. Een afschrift van hun
                                        besluit tot verdaging stuurt zij aan de aanvrager.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.7 Beoordelingscriteria</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verleent subsidie indien aan elk van de volgende
                                        beoordelingscriteria wordt voldaan: </al><lijst><li nr="a."><al>Uit het bouwkundige inspectierapport als bedoeld in
                                                artikel 1.5, derde lid, onder d blijkt dat het
                                                monument of het betreffende onderdeel van het
                                                monument in matige of slechte kwaliteit
                                                verkeert;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van de voorzieningen staan in redelijke
                                                verhouding tot het te bereiken kwaliteitsniveau en
                                                de waarde van het monument;</al></li><li nr="c."><al>het plan is sober en doelmatig;</al></li><li nr="d."><al>het monument moet na het treffen van de
                                                voorzieningen (onderhoud- of
                                                restauratiewerkzaamheden) naar het oordeel van het
                                                college voldoet aan redelijke eisen, die vanuit het
                                                oogpunt van een zorgvuldige monumentenzorg kan
                                                worden gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college verleent géén subsidie indien: </al><lijst><li nr="a."><al>er is begonnen met de werkzaamheden vóórdat op de
                                                aanvraag om verlening van subsidie is beslist;</al></li><li nr="b."><al>de met controle belaste personen op de door die
                                                personen te bepalen tijdstippen geen toegang wordt
                                                verleend tot het pand en/of geen gelegenheid wordt
                                                geboden tot het controleren van de gegevens
                                                betrekking hebbende op de getroffen
                                                voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de restauratie of het onderhoud op
                                                grond van een verzekering gedekt worden of op derden
                                                verhaald kunnen worden;</al></li><li nr="d."><al>de voor het verrichten van de activiteiten de
                                                noodzakelijke vergunningen niet zijn verleend;</al></li><li nr="e."><al>de subsidiabele kosten van de te verrichten
                                                werkzaamheden minder bedragen dan €250,-;</al></li><li nr="f."><al>de geplande werkzaamheden niet in redelijke
                                                verhouding staan tot het te verkrijgen
                                                resultaat;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.8 Subsidieverlening</titel></kop><al>Bij hun besluit op de aanvraag houdt het college rekening met:</al><lijst><li nr="1."><al>De esthetische, wetenschappelijke of cultuurhistorische
                                        waarde van het monument.</al></li><li nr="2."><al>De bouwtechnische en uiterlijke staat van het monument mede
                                        in relatie tot zijn omgeving.</al></li><li nr="3."><al>Het huidige en toekomstige gebruik van het monument.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.9 Herziening bedragen</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in deze verordening
                                opgenomen bedragen herzien.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Restauratiesubsidie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1 Subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan een eigenaar van een monument subsidie
                                        verlenen in de kosten van restauratie, die voor het herstel
                                        van het monument noodzakelijk is.</al></li><li nr="2."><al>De subsidie zoals bedoeld in het eerste lid bedraagt
                                        maximaal 50% van de door het college subsidiabel gestelde
                                        kosten, doch ten hoogste €5.000,-.</al></li><li nr="3."><al>Het in lid 2 genoemde bedrag is exclusief de terug te vragen
                                        kosten met betrekking tot de leges voor de bouw- en
                                        monumentenvergunning voor deze
                                        restauratiewerkzaamheden.</al></li><li nr="4."><al>Een eigenaar kan eenmaal per vijf jaar in aanmerking komen
                                        voor restauratiesubsidie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Onderhoudssubsidie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1 Subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan een eigenaar van een monument subsidie
                                        verlenen in de kosten van het onderhoud van dat monument
                                        wanneer het betreffende pand overigens in een goede
                                        technische staat verkeert.</al></li><li nr="2."><al>De subsidie zoals bedoeld in het eerste lid bedraagt
                                        maximaal 50% van de door het college subsidiabel gestelde
                                        kosten, doch ten hoogste €2.500,-.</al></li><li nr="3."><al>Het in lid 2 genoemde bedrag is exclusief de terug te vragen
                                        kosten met betrekking tot de leges voor de bouw- en
                                        monumentenvergunning voor deze onderhoudswerkzaamheden.</al></li><li nr="4."><al>Een eigenaar kan eenmaal per 3 jaar in aanmerking komen voor
                                        onderhoudssubsidie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1 Overgangsbepaling</titel></kop><al>Op een aanvraag, die is ingediend voor de inwerkingtreding van deze
                                verordening, wordt op grond van de voor dat tijdstip geldende regels
                                beslist.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2 Bevoegdheden van het college</titel></kop><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, afwijken van het bepaalde
                                in deze verordening, indien een strikte toepassing daarvan zal
                                leiden tot een onevenredige benadeling van de aanvrager of
                                subsidieontvanger.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.3 Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als
                                        Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Teylingen.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt inwerking op de eerste dag na die
                                        waarop zij bekend is gemaakt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 20 december 2007</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>R. van Dijk drs. S.W.J.G. Schelberg</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><titel>Algemeen</titel></kop><al>Beschermde monumenten zijn beschermd, omdat zij een
                                cultuurhistorisch belang vertegenwoordigen, waarvan de samenleving
                                vindt dat deze aan de komende generaties moet worden overgedragen.
                                Dat belang wordt "monumentale waarde" genoemd. Die monumentale
                                waarde is de reden voor de bescherming. Het gaat bij subsidie dus om
                                het herstel en instandhouding van de monumentale waarde. Voor alle
                                duidelijkheid: niet om het isoleren, verbeteren van comfort of het
                                bijdragen aan de exploitatie en ook niet om het terugbrengen van
                                reeds verloren monumentale waarde.</al><al>De monumentale waarden van de panden zijn globaal per pand
                                beschreven. Tot de monumentale waarden wordt in ieder geval de
                                hoofdstructuur (het casco) gerekend. Het casco bestaat uit:</al><lijst><li nr="-"><al>dragende onderdelen (fundering, balkdragende muren en
                                        balklagen);</al></li><li nr="-"><al>vloeren;</al></li><li nr="-"><al>omhulsel (buitenmuren en kap);</al></li><li nr="-"><al>buitenafwerking (kozijnen en ramen).</al></li></lijst><al>Tot de monumentale waarde worden in het algemeen ook die onderdelen
                                gerekend die de architectuurhistorische kenmerken van het monument
                                bepalen zoals:</al><lijst><li nr="-"><al>gevelbekroningen;</al></li><li nr="-"><al>stoepen;</al></li><li nr="-"><al>oude kapconstructies;</al></li><li nr="-"><al>overige historische details (schoorstenen, kroonlijsten,
                                        balkons, hekwerken enz.).</al></li></lijst><al>Deze verordening geldt niet voor rijksmonumenten, omdat deze
                                monumenten, gezien de hoge restauratiekosten in relatie tot de ter
                                beschikking staande middelen, een te grote claim op het gemeentelijk
                                budget zouden leggen. Bovendien zijn er subsidiemogelijkheden bij de
                                Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten
                                (RACM).</al></divisie><divisie><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 1.1</titel></kop><al>Voor beschrijvingen en toetsingscriteria wordt, voor zover van
                                    toepassing, de door het rijk gehanteerde "leidraad subsidiabele
                                    restauratieonderhoudskosten" gehanteerd. Op deze wijze kan de
                                    toetsing van plannen voor zowel rijks- als gemeentelijke
                                    monumenten op dezelfde basis worden uitgevoerd.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 1.9</titel></kop><al>Het college is bevoegd jaarlijks de in de verordening opgenomen
                                    bedragen herzien, dit onder meer in verband met de
                                    prijsontwikkeling en de hoogte van het beschikbare gemeentelijk
                                    budget.</al></divisie><divisie><kop><titel>Hoofdstuk 2 Restauratiesubsidie</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Algemeen</titel></kop><al>Nader beschouwd komen de volgende werkzaamheden en voorzieningen
                                    voor een restauratiebijdrage in aanmerking, voor zover sober en
                                    doelmatig uitgevoerd:</al><al>Bescherming en preventie</al><lijst><li nr="-"><al>Maatregelen ter voorkoming van vochtdoorslag en
                                            optrekkend vocht bij muren (maar niet dan na grondig
                                            onderzoek naar de oorzaken en de toe te passen
                                            methode).</al></li><li nr="-"><al>Het aanbrengen van voorzieningen ter voorkoming van
                                            beschadiging of aantasting van beschermingswaardige
                                            onderdelen.</al></li><li nr="-"><al>Bliksemafleiders bij panden met rieten daken.</al></li></lijst><al>Constructief herstel</al><lijst><li nr="-"><al>Het door herstel of door partiële vernieuwing weer in
                                            goede staat (terug)brengen van onderdelen die in een
                                            vervallen, vergane of aangetaste toestand verkeren.</al></li><li nr="-"><al>Herstel van de hoofdstructuur of casco.</al></li><li nr="-"><al>De binnenafwerking van het casco.</al></li><li nr="-"><al>Extra constructies benodigd voor handhaving van bepaalde
                                            waardevolle onderdelen.</al></li></lijst><al>Conservering</al><lijst><li nr="-"><al>Behandelen houtwerk dat is aangetast door houtworm,
                                            bonte knaagkever, boktor, zwam, e.d.</al></li><li nr="-"><al>Impregneren van poreuze materialen waarvan de fysieke
                                            samenhang is verloren.</al></li></lijst><al>Bijzondere aspecten</al><lijst><li nr="-"><al>Kap.</al></li><li nr="-"><al>Fundering.</al></li><li nr="-"><al>Bereikbaarheid voor het plegen van onderhoud.</al></li></lijst><al>Schilderwerk</al><lijst><li nr="-"><al>Schilderwerk is te beschouwen als normaal onderhoud en
                                            komt dus niet in aanmerking voor een
                                            res¬tauratiebijdrage tenzij het een direct gevolg is van
                                            een gelijktijdige restauratie.</al></li></lijst><al>Vondsten</al><lijst><li nr="-"><al>Planwijzigingen als gevolg van belangrijke vondsten
                                            tijdens de restauratie.</al></li></lijst><al>Bouwhistorisch onderzoek</al><al>Voor zover noodzakelijk en derhalve behorende bij de
                                    restauratieplanvoorbereiding.</al></divisie><divisie><kop><titel>Hoofdstuk 3 Onderhoudssubsidie</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Algemeen</titel></kop><al>De meest voor de hand liggende wijze van instandhouding is het
                                    plegen van regelmatig onderhoud. Om in aanmerking te komen voor
                                    een onderhoudsbijdrage moet het monument in een goede
                                    bouwkundige staat verkeren.</al><al>Het antwoord op de vraag wanneer er precies sprake is van een
                                    bouwkundig goede staat of wanneer er sprake is van restauratie
                                    dan wel onderhoud, is in zijn algemeenheid nooit exact aan te
                                    geven. Deze vraag heeft bijv. ook te maken met de mate waarin de
                                    werkzaamheden gepleegd moeten worden. Is er een raam slecht of
                                    zijn alle ramen slecht, is er een stuk van het dak dat in
                                    slechte staat verkeert of is het gehele dak slecht.</al><al>De onderhoudsbijdrage heeft als doel mensen aan te zetten tot
                                    regelmatig onderhoud, het liefst via een vooropgesteld
                                    meerjarenplan. De regeling is in eerste instantie alleen bedoeld
                                    voor de buitenkant en wel voor het op sobere en doelmatige wijze
                                    wind- en waterdicht houden van het monument.</al><al>Het mag nooit zo zijn dat bewust onderhoud achterwege wordt
                                    gelaten om na verloop van tijd in aanmerking te kunnen komen
                                    voor een (hogere) restauratiebijdrage. Aan de hand van de in te
                                    dienen inspectierapporten van de provinciale monumentenwacht
                                    wordt daarom gecontroleerd of regelmatig onderhoud heeft
                                    plaatsgevonden.</al><al>daken</al><lijst><li nr="-"><al>het incidenteel vernieuwen van pannen of herstel van
                                            leiwerk;</al></li><li nr="-"><al>het repareren van zink en lood;</al></li><li nr="-"><al>het onderhoud aan brand- en bliksembeveiliging;</al></li><li nr="-"><al>windveren;</al></li><li nr="-"><al>schoorstenen.</al></li></lijst><al>Goten en hemelwaterafvoeren</al><lijst><li nr="-"><al>het opheffen van verstoppingen;</al></li><li nr="-"><al>reparaties en schoonmaak;</al></li><li nr="-"><al>werkzaamheden om de afvoer van hemelwater rond het
                                            gebouw te bevorderen.</al></li></lijst><al>Gevels</al><lijst><li nr="-"><al>incidenteel repareren van voegwerk;</al></li><li nr="-"><al>reparatie natuursteen en baksteen;</al></li><li nr="-"><al>reparaties aan pleisterwerk;</al></li><li nr="-"><al>reparaties houtwerk inclusief luiken;</al></li><li nr="-"><al>reparaties aan hang- en sluitwerk in de
                                            buitengevels;</al></li><li nr="-"><al>monumentale beglazing;</al></li><li nr="-"><al>buitenschilderwerk.</al></li></lijst><al>Historische onderdelen</al><lijst><li nr="-"><al>reparaties aan ornamenten aan gevels, erkers, balkons,
                                            goten en dergelijke;</al></li><li nr="-"><al>reparaties aan hekwerken, stoepen, kelderluiken;</al></li><li nr="-"><al>Schilderwerk aan deze historische onderdelen.</al></li></lijst></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>