<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR75424_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 1 van de Verordening onroerende-zaakbelastingen 2009, artikel 2 van de Verordening hondenbelasting 2009, artikel 2 van de Verordening afvalstoffenheffing 2009 dan wel de vastgestelde betreffende opvolgende verordeningen en hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe (geactualiseerde) regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>n.v.t.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>[Onderstaande tekst heeft een louter illustratieve functie]</titel></kop><structuurtekst><al>In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich dat meer
                            personen belasting-plichtig kunnen zijn voor één belastingobject
                            (onroerende of roerende zaak, perceel, hond). In de gevallen waarin dat
                            voorkomt, mag de gemeente de aanslag ten name van één van de
                            belastingplichtigen stellen. In deze gevallen hanteert de gemeente
                            Schiedam een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de
                            belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Deze
                            voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en
                            doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast
                            voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn. De in de
                            voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve
                            opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest
                            voorkomende gevallen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Voor de afvalstoffenheffing is sprake van een perceel wanneer er
                                    een huishouden wordt gevoerd waarbij tenminste een keuken
                                    aanwezig is;</al></li><li nr="2."><al>voor de onroerende-zaakbelastingen is een wooneenheid
                                    zelfstandig als naast een keuken ook een eigen toilet en douche
                                    aanwezig zijn en de eenheid zelfstandig afsluitbaar is;</al></li><li nr="3."><al>kamerverhuurpand: een woonobject waarbij er sprake is van 1
                                    verhuurder en meerdere huurders die geen gezamenlijk huishouden
                                    vormen.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Aanwijzing op verzoek</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Degene die is aangewezen als genothebbende krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht kan schriftelijk een verzoek indienen om
                                    aangemerkt te worden als de belastingplichtige voor de
                                    gebruikersbelastingen</al></li><li nr="2."><al>Op schriftelijk verzoek van één van de potentiële
                                    belastingplichtigen c.q. belanghebbenden, kan van de hieronder
                                    vermelde voorkeursvolgorde worden afgeweken.</al></li><li nr="3."><al>Wijzigingen op verzoek ingediend nadat de belastingaanslag reeds
                                    is opgelegd, worden pas verwerkt met ingang van het
                                    eerstvolgende belastingjaar.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Kamerverhuurpand</titel></kop><structuurtekst><al>Bij een kamerverhuurpand wordt degene die is aangewezen als
                            genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt als
                            de belastingplichtige voor de gebruikersbelastingen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Voorkeursvolgorde</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Onroerende-zaakbelastingen en rioolrecht</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden
                                    geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                    recht wordt, indien er met betrekking tot één roerende of
                                    onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn,
                                    de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:</al><lijst><li nr="1.1"><al>de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende
                                            voorkeursvolgorde geldt:</al><lijst><li nr="1.1.1"><al>de vruchtgebruiker c.a. gerechtigde krachtens
                                                  recht van gebruik en bewoning;</al></li><li nr="1.1.2"><al>de opstaller, met uitzondering van degene die
                                                  een afhankelijk opstalrecht, dan wel een
                                                  opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het
                                                  onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen
                                                  heeft;</al></li><li nr="1.1.3"><al>de erfpachter;</al></li></lijst></li><li nr="1.2"><al>de eigenaar of de appartementsgerechtigde;</al></li><li nr="1.3"><al>degene die op andere wijze als genothebbende naar voren
                                            komt, daaronder begrepen de bezitter.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden
                                    geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                    recht wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name
                                    van:</al><lijst><li nr="2.1"><al>indien er binnen één categorie genothebbenden personen
                                            zijn die volgens de beschikbare gegevens in Schiedam
                                            wonen of gevestigd zijn;</al><lijst><li nr="2.1.1"><al>degene die ook als gebruiker wordt
                                                  aangemerkt;</al></li><li nr="2.1.2"><al>degene die in de gemeente woont of is
                                                  gevestigd;</al></li><li nr="2.1.3"><al>degene die het grootste aandeel in het
                                                  genotsrecht heeft;</al></li><li nr="2.1.4"><al>een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk
                                                  persoon;</al></li><li nr="2.1.5"><al>bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;</al></li><li nr="2.1.6"><al>degene die bij de afdeling Gemeentelijke
                                                  Belastingen als genothebbende of gebruiker bekend
                                                  is;</al></li><li nr="2.1.7"><al>de eerstgerechtigde in de volgorde die door het
                                                  kadaster wordt aangehouden;</al></li></lijst></li><li nr="2.2"><al>indien er binnen één categorie genothebbenden geen
                                            personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in
                                            Schiedam wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die
                                            volgens de beschikbare gegevens elders in Nederland
                                            wonen of gevestigd zijn:</al><lijst><li nr="2.2.1"><al>degene die het grootste aandeel in het
                                                  genotsrecht heeft;</al></li><li nr="2.2.2"><al>een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk
                                                  persoon;</al></li><li nr="2.2.3"><al>bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;</al></li><li nr="2.2.4"><al>degene die bij de afdeling Gemeentelijke
                                                  Belastingen als genothebbende of gebruiker bekend
                                                  is;</al></li><li nr="2.2.5"><al>de eerstgerechtigde in de volgorde die door het
                                                  kadaster wordt aangehouden;</al></li></lijst></li><li nr="2.3"><al>indien er binnen één categorie genothebbenden geen
                                            personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in
                                            Nederland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die
                                            volgens de beschikbare gegevens in het buitenland wonen
                                            of gevestigd zijn:</al><lijst><li nr="2.3.1"><al>degene die het grootste aandeel in het
                                                  genotsrecht heeft;</al></li><li nr="2.3.2"><al>degene die bij de afdeling Gemeentelijke
                                                  Belastingen als genothebbende of gebruiker bekend
                                                  is;</al></li><li nr="2.3.3"><al>de eerstgerechtigde in de volgorde die door het
                                                  kadaster wordt aangehouden.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen die worden
                                    geheven van gebruikers wordt de aanslag in onderstaande volgorde
                                    gesteld ten name van:</al><lijst><li nr="3.1"><al>degene die ook als genothebbende krachtens eigendom,
                                            bezit of beperkt recht wordt aangemerkt;</al></li><li nr="3.2"><al>degene die een nutsvoorziening van het belastingobject
                                            op naam heeft;</al></li><li nr="3.3"><al>de oudste in leeftijd;</al></li><li nr="3.4"><al>degene die op andere wijze als gebruiker naar voren
                                            komt.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><structuurtekst><al>4.Met betrekking tot de afvalstoffenheffing wordt de aanslag in
                            onderstaande volgorde gesteld ten name van:</al><lijst><li nr="4.1"><al>degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                                    beperkt recht wordt aangemerkt;</al></li><li nr="4.2"><al>degene die volgens de gemeentelijke basisadministratie het
                                    langst op het betreffende adres staat ingeschreven;</al></li><li nr="4.3"><al>de oudste man in leeftijd die volgens de gemeentelijke
                                    basisadministratie op het desbetreffende adres staat
                                    ingeschreven;</al></li><li nr="4.4"><al>de oudste bewoner in leeftijd die volgens de gemeentelijke
                                    basisadministratie op het desbetreffende adres staat
                                    ingeschreven;</al></li><li nr="4.5"><al>degene die de huur van het belastingobject betaalt aan een
                                    elders wonende verhuurder;</al></li><li nr="4.6"><al>degene die de nutsvoorziening van het belastingobject op naam
                                    heeft;</al></li><li nr="4.7"><al>degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject
                                    naar voren komt.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hondenbelasting</titel></kop><structuurtekst><al>5.Met betrekking tot de hondenbelasting wordt de aanslag in onderstaande
                            volgorde gesteld ten name van:</al><lijst><li nr="5.1"><al>degene die als houder in het aangiftebiljet hondenbelasting is
                                    vermeld;</al></li><li nr="5.2"><al>degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                                    beperkt recht wordt aangemerkt;</al></li><li nr="5.3"><al>degene die volgens de gemeentelijke basisadministratie het
                                    langst op het betreffende adres staat ingeschreven;</al></li><li nr="5.4"><al>de oudste man in leeftijd die volgens de gemeentelijke
                                    basisadministratie op het desbetreffende adres staat
                                    ingeschreven;</al></li><li nr="5.5"><al>de oudste bewoner in leeftijd die volgens de gemeentelijke
                                    basisadministratie op het desbetreffende adres staat
                                    ingeschreven;</al></li><li nr="5.6"><al>degene die de huur van het object waar de hond wordt gehouden
                                    betaalt aan een elders wonende verhuurder;</al></li><li nr="5.7"><al>degene die de nutsvoorziening van het object waar de hond wordt
                                    gehouden op naam heeft;</al></li><li nr="5.8"><al>degene die op andere wijze als houder van de hond naar voren
                                    komt.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>WOZ-belanghebbende</titel></kop><structuurtekst><al>In de gevallen dat er een keuzesituatie bestaat met betrekking tot de
                            tenaamstelling van een beschikking ingevolge hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken zijn de beleidsregels voor het aanwijzen van
                            een belastingplichtige in een keuzesituatie, voor zover zij betrekking
                            hebben op de onroerende-zaakbelastingen van overeenkomstige
                            toepassing.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="6."><al>Indien en voor zover aanslagen van verschillende gemeentelijke
                                    belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, dan worden
                                    deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de
                                    belastingplichtige die:</al><lijst><li nr="6.1"><al>ingevolge de onderdelen 1 en 2 kan worden
                                            aangewezen;</al></li><li nr="6.2"><al>ingevolge onderdeel 3 kan worden aangewezen;</al></li><li nr="6.3"><al>ingevolge onderdeel 4 kan worden aangewezen;</al></li><li nr="6.4"><al>ingevolge onderdeel 5 kan worden aangewezen.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>De onderdelen 1 tot en met 5 vinden geen toepassing indien:</al><lijst><li nr="7.1.1"><al>de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met
                                            betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of
                                            kalenderjaar de aanslag heeft gekregen, gezorgd heeft
                                            dat de aanslag betaald is en nog steeds
                                            belastingplichtig is;</al></li><li nr="7.1.2"><al>bij de afdeling Gemeentelijke Belastingen bekend is dat
                                            één van de potentiële belastingplichtigen de
                                            desbetreffende aanslag op zijn/haar naam wil hebben,
                                            althans voor zover dit niet leidt tot een mogelijke
                                            situatie dat de belasting niet kan worden betaald dan
                                            wel ingevorderd.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>Voor zover de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak,
                                    is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de
                                    situatie bij de aanvang van dat tijdvak of zo dit later is, bij
                                    de aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="9."><al>Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te
                                    leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden
                                    om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen
                                    worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.</al></li><li nr="10."><al>Wijzigingen kunnen – indien reeds een aanslag aan een
                                    belastingplichtige is opgelegd – pas plaatsvinden met ingang van
                                    het eerstvolgende belastingtijdvak.</al></li><li nr="11."><al>Indien in uitzonderingsgevallen, door welke oorzaak dan ook, een
                                    aanslag wordt opgelegd in afwijking van het in de voorgaande
                                    onderdelen bepaalde, is die aanslag alleen ongeldig als er
                                    sprake is van willekeur. (Beroep bij de rechter is
                                    mogelijk).</al></li><li nr="12."><al>Indien een belasting niet wordt geheven bij wege van aanslag,
                                    maar op andere wijze, is het bepaalde in de onderdelen 1 tot en
                                    met 9 van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst><al>Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2009 en worden
                            aangehaald als ‘Beleidsregels voor het aanwijzen van een
                            belastingplichtige’</al><al>Schiedam, 19 maart 2009,</al><al>de afdelingsmanager Gemeentelijke Belastingen,</al><al>B.van der Kooij</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>