<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR75404_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde raadscommissies</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roerdalen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roerdalen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Trompetter, 14-05-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde raadscommissies</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-04-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-05-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-05-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Overheid en democratie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde raadscommissies Roerdalen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid of plaatsvervangend lid van een raadscommissie;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie;</al></li><li nr="c."><al>plaatsvervangend voorzitter: plaatsvervangend voorzitter van een
                                    raadscommissie;</al></li><li nr="d."><al>commissiegriffier: secretaris van de raadscommissie of diens
                                    plaatsvervanger;</al></li><li nr="e."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="f."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie.</al><al>Hoofdstuk 2. Instelling, taken en samenstelling</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><al>1<cursief>.</cursief> De raad stelt de volgende raadscommissies in:</al><lijst><li nr="a."><al>raadscommissie Middelen</al></li><li nr="b."><al>raadscommissie Bewonerszaken</al></li><li nr="c."><al>raadscommissie Grondzaken</al></li></lijst><al>2. betrekking hebben op het taakveld Middelen en Bestuurlijke
                            aangelegenheden.</al><al>3. De raadscommissie Bewonerszaken adviseert en overlegt over
                            onderwerpen die betrekking hebben op het taakveld Bewoners inclusief de
                            financiële kaders.</al><al>4. De raadscommissie Grondzaken adviseert en overlegt over de
                            onderwerpen die betrekking</al><al> hebben op het taakveld Grond inclusief de financiële kaders.</al><al>5. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                            onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij het
                            raadspresidium beslist dat een gezamenlijke vergadering van de
                            raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het onderwerp het
                            meest aangaat, het onderwerp behandelt.</al><al>6. Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd,
                            vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest
                            aangaat, de taken van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde
                                    of vierde lid, genoemde onderwerpen;</al></li><li nr="b."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al></li><li nr="c."><al>het voeren van overleg met het college of de burgemeester over
                                    in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in
                                    artikel 2, tweede lid, derde of vierde lid, genoemde
                                    onderwerpen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke fractie levert maximaal drie commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde leden worden door het presidium op
                                voordracht van de fracties benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie, niet
                                zijnde een raadslid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het presidium benoemt op voordracht van een fractie voor iedere
                                raadscommissie maximaal 3 plaatsvervangende leden per fractie, die
                                zitting in een raadscommissie hebben bij verhindering of
                                ontstentenis van een lid als bedoeld in het eerste lid. Het
                                plaatsvervangend lid voldoet aan de in het derde lid genoemde
                                vereisten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden door de raad
                                uit zijn midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie en onthoudt zich van
                                inhoudelijke inbreng ter vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van dit reglement;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen dit reglement hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een
                                raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                                derde lid, gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op
                                wiens voordracht het lid is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter
                                ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde
                                ontslag nemen. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke
                                mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, wordt zo
                                spoedig mogelijk beslist over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Griffie</titel></kop><al>Ter ondersteuning van iedere raadscommissie is bij iedere vergadering
                            een medewerker van de griffie als commissiegriffier aanwezig. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester, wethouders en secretaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>College, burgemeester, wethouders en secretaris</titel></kop><al>1. De burgemeester en wethouders hebben toegang tot de vergadering en
                            kunnen aan de beraadslagingen deelnemen. </al><al>2. De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders en de
                            secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en ten aanzien
                            van een of meerdere agendapunten aan de beraadslagingen deel te
                            nemen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.Tijdstip</nr><titel>van vergaderen en voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Tijdstip van vergaderen</titel></kop><al>1. De vergaderingen van de raadscommissie vangen aan om 19.30 uur en
                                vinden plaats in de raadszaal van het gemeentehuis.</al><al>2. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met
                                opgaaf van redenen daarom verzoeken.</al><al>3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                voert hierover overleg met de griffie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt tenminste tien dagen voor een vergadering de
                                    leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het
                                    tijdstip en de plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden
                                    gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de
                                    voorzitter inoverleg met de commissiegriffier de voorlopige
                                    agenda van de vergadering vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                    raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                    de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De
                                    raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of
                                        voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het
                                        verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het
                                        gemeentehuis ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van
                                        de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd,
                                        wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk
                                        in een openbare kennisgeving.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken
                                        ook op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking
                                        worden gesteld. </al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en
                                        tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd,
                                        blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder
                                        berusting van de griffie en verleent de griffie een lid
                                        inzage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt door aankondiging in een
                                        huis-aan-huisblad en door plaatsing op de gemeentelijke
                                        website ter openbare kennis gebracht.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de
                                                vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                                agenda en de daarbij behorende stukken kan
                                                inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het
                                                spreekrecht als bedoeld in artikel 16.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden,
                                        indien elektronisch beschikbaar, op de website van de
                                        gemeente geplaatst. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en een medewerker van de griffie door
                                ondertekening vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                    aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                                    schriftelijke oproep is gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de volgende, verschoven vergadering, zoals bedoeld in het
                                    tweede lid, geldt het vereiste van de aanwezigheid van meer dan
                                    de helft van het aantal zitting hebbende leden niet. De
                                    raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen
                                    beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst
                                    meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aanwezige burgers, vertegenwoordigers van instellingen of
                                        bedrijven kunnen telkens per agendapunt het woord
                                        voeren.</al></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al></li><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
                                        beroep openstaat of heeft opengestaan;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                        personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                        ten minste 24 uur vóór de aanvang van de vergadering aan de
                                        griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en het
                                        agendapunt cq. de agendapunten waarover hij het woord wil
                                        voeren.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                        voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                        belang is van de orde van de vergadering.</al></li><li nr="5."><al>Elke spreker mag per agendapunt in 2 termijnen het woord
                                        voeren waarbij de maximale spreektijd per spreker 10 minuten
                                        per termijn bedraagt.</al></li><li nr="6."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit
                                        heeft verleend.De voorzitter of een lid kan een voorstel
                                        doen voor de behandeling van de inbreng van de burger.</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter van de raadscommissie kan besluiten af te
                                        wijken van hetgeen in de leden 5 en 6 is bepaald. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                        mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de
                                        schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt gelijktijdig
                                        aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                        toegezonden.</al></li><li nr="2."><al>Bij het begin van de vergadering wordt, zo mogelijk, het
                                        verslag van de vorige vergadering
                                            vastgesteld<cursief>.</cursief></al></li><li nr="3."><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders
                                        hebben het recht, een voorstel tot wijziging van het concept
                                        verslag aan de raadscommissie te doen, indien deze
                                        onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen
                                        gezegd of besloten is. </al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Het verslag houdt in:</al></li><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, medewerker van de griffie en de
                                        ter vergadering aanwezige leden alsmede voor zover aanwezig
                                        de namen van burgemeester en wethouders en de secretaris
                                        alsmede van de overige personen die het woord gevoerd
                                        hebben. Afzonderlijk wordt vermeld welke leden afwezig
                                        waren.</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de agendapunten met de besluiten die ten
                                        aanzien van deze punten zijn genomen alsmede een vermelding
                                        van de door de burgemeester en de wethouders gedane
                                        toezeggingen.</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>een samengevatte zakelijke weergave van het gesprokene ter
                                        vergadering.</al></li><li nr="d."><al>indien ten aanzien van een voorstel niet unaniem wordt
                                        geadviseerd, een korte vermelding van de standpunten per
                                        fractie.</al></li><li nr="e."><al>een geluidsopname van de commissievergadering.</al><al> De geluidsopname maakt onderdeel uit van de verslaglegging
                                        en wordt in het archief van de gemeente bewaard. De bedoelde
                                        geluidsopname wordt op verzoek voor een lid van de commissie
                                        in het gemeentehuis afgespeeld.</al></li><li nr="5."><al>Het conceptverslag wordt opgesteld onder de zorg van een
                                        medewerker van de griffie.</al></li><li nr="6."><al>Het verslag wordt door de voorzitter en een medewerker van
                                        de griffie ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><al>De ingekomen stukken, geadresseerd aan raadscommissie(s), worden
                                behandeld conform de door de raad vastgestelde “Procedure ingekomen
                                stukken”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de
                                overige aanwezigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                    terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, zijn
                                    plicht tot geheimhouding schendt, dan wel anderszins de orde
                                    verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
                                    Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter
                                    hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over
                                    het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat
                                    door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                    verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan
                                    verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de
                                    voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan
                                    het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot
                                    de vergadering worden ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsings- periode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                    beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                                    het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                    genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                    er een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt,
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties opgenomen
                                    tenzij er sprake is van een unaniem advies.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 5. Besloten vergadering</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het conceptverslag van een besloten vergadering wordt niet
                                rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de
                                griffie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het conceptverslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                neemt de raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar
                                maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de
                                voorzitter en een</al><al> medewerker van de griffie ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 22
                            van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op dit reglement.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 33. Uitleg reglement</label></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit reglement wordt aangehaald als “Reglement van orde raadscommissies”.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit reglement treedt in werking op de dag volgende p die van de
                            bekendmaking van dit besluit. </al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van
                        Roerdalen op 15 april 2010</ondertekening><ondertekening>De griffier De voorzitter</ondertekening><ondertekening>R.J.J. Notermans drs. C.A.M. Hanselaar-van Loevezijn</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in dit
                        reglement moet worden herhaald, is in deze bepaling een aantal begrippen
                        eenmalig gedefinieerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><al>In dit artikel zijn de drie raadscommissies en hun taakgebied
                        omschreven.</al><al>Het vijfde en zesde lid bestaan uit coördinatiebepalingen. Als een onderwerp
                        meerdere commissies aangaat, zal moeten worden vastgesteld in welke
                        raadscommissie(s) het onderwerp besproken zal worden. Indien dat het geval
                        is vervuld de voorzitter van de commissie die het onderwerp het meest
                        aangaat de rol van voorzitter. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Taken</titel></kop><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid,
                        van de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de
                        raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. De taak om de
                        besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak
                        advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan
                        ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan
                        aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de
                        raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van
                        kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan. </al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent
                        dat niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of
                        een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad
                        wordt besproken. Hierover kan uiteraard overleg plaatsvinden in het
                        presidium (o.a. bestaande uit fractievoorzitters). Veelal zal het echter wel
                        zo blijven dat een onderwerp eerst in de raadscommissie wordt besproken.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al>Het presidium bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Onafhankelijk
                        van de grootte van de raadsfractie is de vertegenwoordiging per
                        raadscommissie bepaald op maximaal 3 leden en 3 plaatsvervangend leden. Dit
                        kunnen, uiteraard met inachtneming van de wettelijke criteria, zowel
                        raadsleden als niet raadsleden zijn. Het is aan de fracties om hierin een
                        afweging te maken.</al><al>Op grond van het derde lid moeten leden, evenals raadsleden, tevens voldoen
                        aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de
                        Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn,
                        over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties
                        openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen
                        vervullen en niet in strijd mogen handelen met artikel 15. </al><al>De vervangingsregeling geldt uitsluitend voor de op basis van het eerste lid
                        benoemde leden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter
                        van een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5,
                        eerste lid, dat de raad de voorzitter “uit zijn midden” benoemt. Dit geldt
                        eveneens voor de plaatsvervangend voorzitter.</al><al>Op basis van het tweede lid is de voorzitter geen lid van de raadscommissie.
                        Hiervoor is bewust gekozen omdat de voorzitter zich op deze wijze kan
                        concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie
                        kan aanwenden voor het bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij
                        hoeft zich niet te bekommeren om de inbreng van zijn fractie in de
                        raadscommissie.</al><al>De plaatsvervangend voorzitter kan tevens lid zijn van de desbetreffende
                        raadscommissie, doch dat is geen voorwaarde. Voor zover de plaatsvervangend
                        voorzitter tevens lid is van de raadscom-missie wordt hem de ruimte gelaten
                        om een inhoudelijke bijdrage te leveren. </al><al>Een plaatsvervangend voorzitter die geen lid is van de desbetreffende
                        raadscommissie dient zich, evenals de reguliere voorzitter, te onthouden van
                        een inhoudelijke bijdrage. </al><al>Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat de door de raad benoemde
                        voorzitter buiten beschouwing blijft bij de bepaling van de personele
                        samenstelling van een commissie ex artikel 4 van het reglement. Dit geldt
                        niet voor de plaatsvervangend voorzitter die tevens lid is van de
                        raadscommissie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><al>De zittingsperiode van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is
                        even lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier
                        jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege. Op grond van het tweede
                        lid eindigt het lidmaatschap van een raadscommissie eveneens van rechtswege
                        indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde
                        eisen en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die
                        blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet
                        meer vertegenwoordigd is in de raad (lid 7). </al><al>Het presidium kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie
                        die het lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in
                        geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft
                        dan overigens op grond van artikel 4, eerste lid, recht op eigen leden. De
                        raad kan de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van een raadscommissie
                        ook zonder voorstel van een fractie ontslaan, bijvoorbeeld indien deze niet
                        meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. Het vijfde en
                        zesde lid voorzien in de situatie van tussentijdse vacature, hetzij door
                        ontslag hetzij door overlijden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Griffie</titel></kop><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een medewerker van de griffie.
                        Een medewerker van de griffie is altijd bij de vergaderingen van de
                        raadscommissie aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de
                        beraadslagingen, zij het dat de raadscommissie op grond van artikel 24 van
                        dit reglement altijd de mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen
                        deel te laten nemen.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester, wethouders en secretaris</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>College, burgemeester, wethouders en secretaris</titel></kop><al>De burgemeester en de wethouders hebben, hoewel zij geen lid zijn van de
                        raadscommissie (artikel 82, tweede lid), toegang tot de vergadering van de
                        raadscommissies en kunnen deelnemen aan de beraadslagingen. </al><al>Daar hun aanwezigheid niet vanzelfsprekend, kan de voorzitter de
                        burgemeester, wethouders alsmede de gemeentesecretaris uitnodigen om bij de
                        vergadering van de raadscommissie aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen
                        deel te nemen. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Tijdstip van vergaderen</titel></kop><al>In dit artikel is in lid 1 het tijdstip en de plaats van vergadering
                        opgenomen. Een raadscommissie vergadert verder als de voorzitter het nodig
                        oordeelt of indien ten minste twee fracties hierom vragen. Indien een
                        raadscommissie een hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter gebruik
                        maken van het derde lid. Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg voert
                        met de griffie. </al><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat dit reglement geen bepaling,
                        aangezien artikel 82, vijfde lid, hierin voorziet. In deze bepaling wordt
                        artikel 23 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing verklaard op
                        raadscommissies. Dit betekent dat de vergaderingen van de raadscommissies in
                        de regel in het openbaar plaatsvinden. </al><al>Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van een raadscommissie of de
                        voorzitter kan de raadscommissie beslissen om achter gesloten deuren te
                        vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag
                        opgemaakt, dat niet openbaar is tenzij de raadscommissie anders
                        beslist.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Oproep</titel></kop><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda
                        voor een vergadering en de stukken tenminste 10 dagen voor de vergadering.
                        Indien in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld
                        bedraagt deze termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken ten
                        aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar
                        kunnen bij de griffie worden ingezien (artikel 12, lid 3). Uiteraard is het
                        mogelijk de vergaderstukken digitaal ter beschikking te stellen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>De agenda</titel></kop><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter
                        inoverleg met een medewerker van de griffie de voorlopige agenda van de
                        vergadering vast. Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie echter haar eigen
                        agenda. De agenderende rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in
                        het derde, vierde en vijfde lid. Dit betekent onder andere dat een
                        raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp of voorstel onvoldoende
                        voorbereid is en voor inlichtingen of advies aan het college wordt gezonden.
                        Een raadscommissie bepaalt vervolgens in welke vergadering het onderwerp of
                        voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het college. Uiteraard zal
                        hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het college of de secretaris.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken
                        die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op
                        een vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. In de openbare
                        kennisgeving wordt vermeld waar de stukken liggen. Originele stukken moeten
                        uiteraard bij de gemeente blijven berusten. Stukken ten aanzien waarvan
                        geheimhouding wordt opgelegd kunnen worden ingezien bij de griffie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter
                        van een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag,
                        het tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                        voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met
                        de schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven
                        plaats ter inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor. </al><al>Bij de herziening van deze verordening en van het reglement van orde voor de
                        raad is tevens de verplichting opgenomen de agenda en stukken ook op
                        internet te plaatsen. Vanuit het oogpunt van service aan de burger is dit
                        een voor de hand liggende regeling die, doordat alle gemeenten beschikking
                        hebben over een website, ook praktisch uitvoerbaar is. Dit is echter niet
                        verplicht op grond van de Gemeentewet; gemeenten kunnen ervoor kiezen het
                        derde lid niet over te nemen.</al></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en een medewerker
                        van de griffie zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het
                        vergaderquorum aanwezig is. Daarnaast is de presentielijst van belang om de
                        vergoedingen voor de leden van een raadscommissie te kunnen
                        vaststellen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Opening vergadering: quorum</titel></kop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                        raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel
                        15 voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                        leden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd. </al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien
                        het quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                        raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard
                        staat op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip,
                        nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er
                        enkele dagen tussen de twee vergaderingen zit, mag er vanuit worden gegaan
                        dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te
                        versturen. Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de
                        raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><al>Spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid
                        van de burgers bij het lokaal bestuur, één van doelstellingen van de
                        vernieuwing van het lokaal bestuur. Deze bepaling biedt de grondslag voor
                        dit spreekrecht</al><al>Het spreekrecht is beperkt gehouden tot geagendeerde onderwerpen, omdat
                        burgers op </al><al>die manier een doeltreffende bijdrage kunnen leveren aan de beraadslagingen
                        van een raadscommissie. Doordat het spreekrecht betrekking heeft op
                        geagendeerde onderwerpen, kan een burger alleen inspreken over onderwerpen
                        die een raadscommissie aangaan. </al><al>In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                        voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor
                        bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift
                        indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. In deze
                        gevallen is gebruik van het spreekrecht uitgesloten. Benoemingen, keuzen,
                        voordrachten en aanbevelingen van personen zijn uitgesloten van het
                        spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                        voordrachten of aanbevelingen van personen – de belangen van – kandidaten al
                        dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen
                        burgers hierover geen uitlatingen doen. Verder kunnen burgers zich ook niet
                        uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:1 Algemene wet
                        bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het
                        spreekrecht van burgers.</al><al>Burgers die gebruik willen maken van het spreekrecht dienen zich ten minste
                        24 uur vóór de vergadering te melden bij de griffie. Dit zal worden vermeld
                        bij de publicatie van de commissie-agenda in Ambtsberichten en op de
                        Website. Verder is gekozen voor een ruime vorm van spreekrecht. Burgers
                        krijgen de gelegenheid in twee termijnen het woord te voeren zodat er
                        daadwerkelijk gelegenheid is tot gedachtewisseling met de
                        commissieleden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><al>De commissievergaderingen worden in de vorm van een verslag vastgelegd. </al><al>Deze wordt zo mogelijk tegelijk met de schriftelijk oproep verstuurd aan de
                        leden en overige personen die het woord gevoerd hebben. De voorzitter, de
                        leden, de burgemeester en de wethouders hebben het recht een voorstel tot
                        wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging kan bij de griffie worden
                        ingediend. Het recht om aanpassing voor te stellen komt ook toe aan de
                        voorzitter, een lid of wethouder dat c.q. die bij de desbetreffende
                        vergadering niet aanwezig was. Het is aan de raadscommissie om te beslissen
                        of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de
                        raadscommissie het verslag vaststelt. Een afwijzing van een dergelijk
                        voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de
                        Raad van State). Na vaststelling van het verslag wordt deze ondertekend door
                        de voorzitter en een medewerker van de griffie (commissiegriffier). De
                        combinatie van het verslag met geluidsopname maakt deel uit van de
                        verslaglegging van de vergaderingen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><al>Ten behoeve van de behandeling van de (aan de commissie gerichte) ingekomen
                        stukken is de door de raad vastgestelde “Procedure ingekomen stukken”
                        opgesteld. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de
                        betreffende procedure. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. </al><al>Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens
                        niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na
                        de inbreng van de commissieleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek
                        van een commissielid om na afloop van de tweede termijn om nog een korte
                        reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de commissie
                        van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan
                        zij daartoe uitdrukkelijk besluiten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                        initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde
                        geldt voor de spreektijd van overige sprekers. </al><al>De voorzitter hoeft dit niet voor te stellen. De voorzitter kan in het kader
                        van zijn taak om de orde tijdens de vergadering te handhaven wel voorstellen
                        de spreektijd te beperken. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                        beslissing of inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                        betreffende raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                        beraadslaging, besloten door een raadscommissie. Bij het staken van de
                        stemmen is het voorstel niet aangenomen (art. 32, vierde lid Gemeentewet is
                        hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het
                        schorsen van de vergadering voor een (overleg)pauze. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                        spreken. </al><al>Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij een
                        overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                        beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                        interrupties afrondt. </al><al>Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om
                        hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                        bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden van
                        raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                        vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen
                        zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor
                        zowel raadsleden als niet-raadsleden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door
                        de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het
                        aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de
                        vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij
                        de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere
                        verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een
                        lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering
                        voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Het vierde lid sluit aan bij
                        artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet, dat een dergelijke regeling geeft
                        ten aanzien van raadsleden. </al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van
                        goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de
                        orde</al><al>Verder wordt verwezen naar de casus waarbij een raadslid in een
                        commissievergadering openlijk citeerde uit documenten, waarop geheimhouding
                        rustte. Het raadslid was zich bewust van de schending van de
                        geheimhoudingsplicht, maar constateerde dat hij vrijelijk kon citeren uit de
                        bewuste documenten omdat hij bescherming genoot conform het bepaalde in
                        artikel 22 Gemeentewet.</al><al>De VNG vindt dit een ongewenste situatie en inmiddels heeft de
                        Staatssecretaris van Binnen-landse Zaken hierop gereageerd door bij brief
                        van 12 januari 2010 de aanbeveling te doen deze ongewenste situatie te
                        voorkomen door e.e.a. te regelen in onderhavig artikel van het reglement van
                        orde. </al><al>Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt
                        verwezen naar artikel 30 van dit reglement.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><al>Om de duur van vergaderingen te beperken wordt over een voorstel dat in
                        onderdelen of artikelen is verdeeld in principe in zijn geheel beraadslaagd.
                        In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijk-heid opgenomen. Zowel de
                        voorzitter als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel
                        gesplitst te behandelen. </al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het derde lid aan het einde van de tweede
                        termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct
                        tot stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn
                        toegevoegd (zie artikel 19, lid 1).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Deelneming aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                        geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de
                        Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van
                        raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het
                        gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de
                        burgemeester, de wethouders en de secretaris. Deze hebben op grond van
                        artikel 8 van dit reglement reeds het recht om aan de beraadslagingen deel
                        te nemen. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de
                        leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel te
                        doen tot wijziging van de notulen, een voorstel over de spreektijd of over
                        de orde van de vergadering.</al><al>Het gaat in dit artikel om de ambtenaar of de burger in zijn hoedanigheid
                        van materiedeskundige, dan wel om een vertegenwoordiger van een
                        maatschappelijke organisatie of instelling. In deze bepaling wordt niet de
                        burger bedoeld die opkomt voor zijn individueel belang. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Advies</titel></kop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een
                        onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist.
                        Een raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming
                        in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                        raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De
                        leden beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om
                        recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief
                        minderheidsstandpunten, worden de standpunten van alle fracties opgenomen
                        tenzij er sprake is van een unaniem advies.</al><al>Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het
                        fractiestandpunt, hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies
                        aan de raad.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer
                        gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken,
                        het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van dit reglement
                        zijn echter niet van toepassing, voorzover de toepassing van die bepalingen
                        strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er
                        bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik
                        gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op
                        een besloten vergadering en het behandelde zal een raadscommissie moeten
                        besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van de Gemeentewet
                        wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                        overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                        schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag
                        wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu
                        dus een raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt dit
                        artikel dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage ligt bij de
                        griffie(r). De raadscommissie beslist over het openbaar maken van dit
                        verslag. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van
                        rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de
                        procedure volgens artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een
                        raadscommissie kan geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een
                        raadscommissie, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding aan een
                        raadscommissie opleggen. Overigens kan een raadscommissie ook geheimhouding
                        opleggen aan de raad of het college ten aanzien van stukken die zij aan de
                        raad of het college overlegt (artikel 25, tweede lid, en artikel 55, tweede
                        lid, van de Gemeentewet). </al><al>De geheimhouding geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een
                        besloten vergadering of die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan
                        geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de
                        geheimhouding heeft opgelegd of de raad, haar opheft.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Zoals uit de toelichting op artikel 28 blijkt kan de raad de geheimhouding
                        die een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze bepaling is een
                        overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe
                        van hoor en wederhoor.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de
                        voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen
                        vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor
                        raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet.
                        Derhalve wordt dit geregeld in het derde lid van artikel 30.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                        kunnen radio- en tv-stations geluids- en beeldregistraties maken. Dit is
                        uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>Artikel 32 heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                        mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                        onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de
                        voorzitter aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel standby
                        te laten staan.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al> Procedure ingekomen stukken</al><al>(behorende bij artikel 18: ingekomen stukken Reglement van orde
                        raadscommissie)</al><al>Onderhavige procedure beschrijft het behandelingsproces van aan de
                        raadscommissies geadresseerde poststukken. Het betreft post afkomstig van
                        verschillende afzenders (burgers, maatschappelijke instellingen,
                        belangenorganisaties, verenigingen, bedrijven, overheden, etc.), waarvan de
                        inhoud in termen van aard, omvang en importantie divers is. De procedure
                        ingekomen stukken raadscommissies draagt zorg voor een efficiënte en
                        effectieve behandeling.</al><al>Alle ingekomen poststukken geadresseerd aan de raadscommissies worden
                        digitaal ontvangen en vervolgens door de griffie digitaal doorgeleid naar de
                        commissieleden. Daarna beoordeelt de griffie in welke categorie de ingekomen
                        poststukken vallen:</al><al>A: alle drie de commissies;</al><al>B1: commissie Middelen;</al><al>B2: commissie Grondzaken;</al><al>B3: commissie Bewonerszaken.</al><al>De categorie-aanduiding wordt op een lijst vermeld, welke (indien post voor
                        deze commissie(s) ook daadwerkelijk is ontvangen) wekelijks digitaal door de
                        griffie aan de commissie-, raads- en collegeleden ter beschikking wordt
                        gesteld.</al><al>De verwerking van de post per categorie-aanduiding wordt onderstaand
                        toegelicht.</al><al>Voor de categorieën geldt dat:</al><lijst><li nr="-"><al>de ingekomen poststukken digitaal worden verwerkt op de postkamer.
                                Deze worden vervolgens digitaal naar de griffie verstuurd. De
                                griffie neemt de stukken in behandeling en leidt deze ter kennisname
                                digitaal door naar de commissie- en raadsleden. Ter kennisname wordt
                                een digitaal afschift naar de secretaris gestuurd.</al></li><li nr="-"><al>Het poststuk wordt gearchiveerd.</al></li><li nr="-"><al>Voor zover sprake is van bij het poststuk gevoegde bijlagen die niet
                                of nauwelijks te scannen zijn, zal hiervan melding worden gemaakt en
                                kunt u deze bijlage indien wenselijk opvragen via de griffie bij het
                                archief.</al></li></lijst><al>Tot slot zijn er nog poststukken gericht aan de raadscommissies die niet
                        onder bovenstaande categorieën vallen. Dit zijn vakbladen, brochures,
                        folders, etc. Deze stukken worden ter inzage gelegd in de leeskamer van het
                        gemeentehuis. Hiervan vindt geen registratie plaats.</al><al>In gevallen waarin onderhavige regeling niet voorziet treedt de griffie(r)
                        in overleg met de burgemeester.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>