<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR75389_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Oisterwijk incl. toelichting 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Nieuwsklok 16-04-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Oisterwijk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0009992">Telecommunicatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-04-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-04-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Oisterwijk incl. toelichting 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren </al><al>(AVOI gemeente Oisterwijk 2009)</al><al>De raad van de gemeente Oisterwijk; </al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 februari
                        2009 en gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 1, van de
                        Belemmeringenwet Privaatrecht en artikel 5.4, vierde lid, van de
                        Telecommunicatiewet;</al><al><vet>Besluit:</vet></al><al>vast te stellen: Verordening inzake werkzaamheden in verband met de
                        aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen ten
                        dienste van net(werk)en in of op openbare gronden (Algemene Verordening
                        Ondergrondse Infrastructuren gemeente Oisterwijk 2009)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>Een:</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a. college college van burgemeester en wethouders;</al><al>b. net of netwerk: samenstel van ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en)
                            voor het transport van nutsvoorzieningen (vaste, vloeibare of gasvormige
                            stoffen, energie) of signalen van een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet, hierna
                            ‘Tw’);</al><al>c. kabels en leidingen: kabels en/of leidingen als onderdeel van een
                            net(werk);</al><al>d. (huis)aansluiting: het gedeelte van de kabel of leiding in of op
                            openbare gronden dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt
                            ten</al><al>behoeve van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16,</al><al>onderdelen a tot en met d, van de Wet waardering onroerende</al><al>zaken, of met een ander netwerk;</al><al>e. netbeheerder: rechtspersoon die is aangewezen als beheerder van een
                            net of netwerk;</al><al>f. opdrachtgever: degene die opdracht geeft tot het uitvoeren van
                            werkzaamheden;</al><al>g. grondroerder: degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding</al><al> graafwerkzaamheden worden verricht; </al><al>h. gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in
                            artikel 1, van de Belemmeringenwet Privaatrecht of in artikel 5.2,
                            1<sup>e</sup> lid Tw;</al><al>i. openbare gronden: openbare wegen en wateren conform artikel 1.1,
                            onder aa Tw;</al><al>j. werkzaamheden: handmatige en mechanische (graaf)werkzaamheden in of
                            op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en</al><al> opruiming van kabels en leidingen; </al><al>k. werkzaamheden van minder ingrijpende aard: werkzaamheden die qua aard
                            of omvang dusdanig beperkt zijn dat, ter beoordeling door de gemeente,
                            een afwijkend, lichter, meldregime toegepast kan worden;</al><al>l. instemmingsbesluit: besluit van het college op een melding van
                            voorgenomen werkzaamheden met aanvraag voor een besluit tot
                            instemming;</al><al>m. verordening: AVOI gemeente oisterwijk 2009;</al><al>n. coördinator: de medewerker van de gemeente, die gemandateerd of
                            gemachtigd is door het college, inzake werkzaamheden of bevoegdheden
                            krachtens deze verordening. </al><al>o. niet-openbare kabels, diensten en leidingen: kabels en leidingen die
                            niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden;</al><al>p. marktconforme kosten: kosten zoals deze onder normale omstandigheden
                            in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt;</al><al>q. Handboek: door de gemeente vastgestelde regels en voorwaarden
                            betreffende de voorbereiding en uitvoering van ontwerp, aanleg,</al><al> exploitatie, onderhoud en verwijdering van kabels en leidingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepasselijkheid</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op het aanleggen, instandhouden en
                            opruimen van kabels en leidingen in of op openbare gronden, voor zover
                            de gemeente deze gronden beheert, in bezit heeft dan wel daarover
                            coördinatieverplichtingen heeft conform de Belemmeringenwet Privaatrecht
                            en de Telecommunicatiewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels
                            vaststellen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>Twee:</nr><titel>Melding en instemmingsbesluit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Instemmingsvereiste</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een voorafgaand door
                                    het college verleend instemmingsbesluit omtrent plaats, tijdstip
                                    en wijze van uitvoering van werkzaamheden, medegebruik van
                                    voorzieningen en de afstemming van voorgenomen werkzaamheden met
                                    overige netbeheerders, kabels en/of leidingen in of op openbare
                                    gronden aan te leggen, in stand te houden of op te ruimen.</al></li><li nr="2."><al>Voor werkzaamheden van minder ingrijpende aard, en voor minder
                                    ingrijpende reparatie- of onderhoudswerkzaamheden, is geen
                                    instemming, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Melding en aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een grondroerder meldt voorgenomen werkzaamheden bij de
                                    gemeente, en dient een aanvraag in voor een instemmingsbesluit
                                    bij het college dan wel de coördinator.</al></li><li nr="2."><al>Indien de voorgenomen werkzaamheden mede betrekking hebben op
                                    gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt
                                    uiterlijk vier weken na ontvangst van de aanvraag, het college
                                    schriftelijk in kennis gesteld van de resultaten van het overleg
                                    met de andere gedoogplichtige(n). </al></li><li nr="3."><al>Voorgenomen minder ingrijpende werkzaamheden, als bedoeld in
                                    artikel 4 lid 2, dienen drie werkdagen voor de uitvoering
                                    schriftelijk bij de gemeente te worden gemeld. Op grond van
                                    belangen als genoemd in artikel 8 lid 1 kan het college bepalen
                                    dat de realisatie op een later tijdstip dient plaats te vinden.
                                </al></li><li nr="4."><al>Spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige
                                    belemmering of storing in de dienstverlening via het net(werk),
                                    waarvan uitstel niet mogelijk is, dienen voorafgaand te worden
                                    gemeld, en dienen uiterlijk binnen 48 uren na de uitvoering
                                    gemotiveerd te worden middels het voorgeschreven formulier.</al></li><li nr="5."><al>Als voorgenomen werkzaamheden worden verricht in nader door het
                                    college aan te wijzen gebieden, wordt uiterlijk acht weken voor
                                    aanvang melding gedaan en is de uitzondering voor minder
                                    ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden niet van toepassing.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor een melding of aanvraag als bedoeld in artikel 5 eerste lid
                                    AVOI dient gebruik te worden gemaakt van daartoe door het
                                    college vastgestelde formulieren. </al></li><li nr="2."><al>Bij de melding verstrekt de grondroerder in elk geval de
                                    volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>uittreksel inschrijving in handelsregister bij
                                            1<sup>e</sup> melding of wijziging van
                                            rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>een machtiging indien het een aanvraag betreft voor of
                                            namens een opdrachtgever;</al></li><li nr="c."><al>NAW-gegevens van de eigenaar, beheerder en exploitant
                                            van de kabels en/of leidingen, alsmede van de
                                            grondroerder (dan wel diens te machtigen uitvoerder)
                                            waarvan de contactpersoon de Nederlandse taal machtig
                                            moet zijn;</al></li><li nr="d."><al>een opgave van aantal, soort en beoogd gebruik van de
                                            kabels en/of leidingen;</al></li><li nr="e."><al>een opgave van belanghebbenden en instanties die vooraf
                                            in kennis worden gesteld van de voorgenomen aanvang,
                                            beëindiging en aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="f."><al>een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:</al><lijst><li nr="-"><al>het gewenste tracé met (digitale) tekeningen van
                                                  de te verbinden locaties;</al></li><li nr="-"><al>de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek
                                                  inzake de beschikbare ruimte;</al></li><li nr="-"><al>situering van objecten die ten tijde van de
                                                  werkzaamheden worden geplaatst;</al></li><li nr="-"><al>een omschrijving van eventuele opbrekingen van
                                                  de verhardingen;</al></li><li nr="-"><al>maatregelen voor de bereikbaarheid van de
                                                  aanwezige kabels en leidingen; </al></li><li nr="-"><al>maatregelen voor bereikbaarheid van percelen en
                                                  opstallen in de nabijheid;</al></li><li nr="-"><al>het voorgenomen tijdstip van aanvang en
                                                  beëindiging van de werkzaamheden;</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien de voorgenomen werkzaamheden betrekking hebben op kabels
                                    van elektronische communicatienetwerken dienen tevens te worden
                                    verstrekt binnen het uitvoeringsplan:</al><lijst><li nr="-"><al>opgave van aantal kabels dat direct/niet direct in
                                            gebruik wordt genomen;</al></li><li nr="-"><al>de doorsnede van de kabel(goot) en lengte en breedte van
                                            de kabelsleuf.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij de melding van voorgenomen minder ingrijpende of
                                    spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in artikel 5, dient te
                                    worden verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres en ondertekening van de grondroerder, naam
                                            en adres van de (onder)aannemer(s), alsmede de naam en
                                            telefoonnummer van de uitvoerder, waarvan de
                                            contactpersoon de Nederlandse taal machtig moet
                                            zijn;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening van de melding;</al></li><li nr="c."><al>de lengte van de sleuf die wordt opengebroken;</al></li><li nr="d."><al>het oppervlak van het lasgat dat wordt
                                            opengebroken.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan nadere regels stellen inzake de te verstrekken
                                    gegevens alsmede over de wijze waarop die dienen te worden
                                    verstrekt. Uitgangspunt is dat gegevens die digitaal voorhanden
                                    zijn of dienen te zijn ook in digitale vorm worden
                                    verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen en looptijd</titel></kop><al>1.Het college beslist binnen uiterlijk acht weken na ontvangst van de
                            melding. Betreft het een melding waarbij meerdere gedoogplichtigen zijn
                            betrokken dan beslist het college binnen acht weken na ontvangst van de
                            melding èn van alle bijbehorende instemmingen van deze gedoogplichtigen. </al><al>2.De termijn bedoeld in het eerste lid kan eenmaal met ten hoogste acht
                            weken worden verlengd. Dit wordt schriftelijk en gemotiveerd aan de
                            aanvrager medegedeeld, met vermelding van de termijn waarbinnen de
                            beschikking tegemoet kan worden gezien.</al><al>3.Het college houdt de beslissing aan, indien er in verband met de
                            voorgenomen werkzaamheden een vergunning als bedoeld in de Woningwet, de
                            Wet milieubeheer of een kapvergunning is vereist.</al><al>4.Het instemmingsbesluit heeft een maximale geldigheid van 6 maanden. De
                            werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen 6 maanden na aanvang, tenzij
                            in het instemmingsbesluit anders is bepaald.</al><al>5.Indien binnen 3 jaar na groot onderhoud of herinrichting van de
                            openbare gronden de netbeheerder werkzaamheden moet uitvoeren, kan het
                            college bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De kosten
                            hiervan zijn voor rekening van de netbeheerder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorschriften, beperkingen en verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan werkzaamheden voorschriften en beperkingen
                                verbinden in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de veiligheid, waaronder de verkeersveiligheid en goede
                                        verkeersdoorstroming;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van schade/overlast;</al></li><li nr="d."><al>de bruikbaarheid en bereikbaarheid van de openbare gronden
                                        of gebouwen;</al></li><li nr="e."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de openbare
                                        gronden;</al></li><li nr="f."><al>het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare
                                        gronden;</al></li><li nr="g."><al>de bescherming en het uiterlijk aanzien van de
                                        omgeving;</al></li><li nr="h."><al>de bescherming van groenvoorzieningen (in de zin van
                                        beplanting en gazons);</al></li><li nr="i."><al>de ondergrondse ordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid kan
                                het college aan het instemmingsbesluit voorschriften of beperkingen
                                verbinden over het medegebruik van voorzieningen. Een grondroerder
                                is verplicht om zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van
                                bestaande, door andere netbeheerders of in opdracht van het college
                                aangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten en
                                –geleidingen, die door derden of de gemeente tegen marktconforme
                                prijzen ter beschikking worden gesteld. Indien de grondroerder een
                                redelijk aanbod wordt gedaan, is deze verplicht ervan gebruik te
                                maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid kan
                                het college aan het instemmingsbesluit het voorschrift verbinden van
                                zekerheidsstelling voor de nakoming van de voorschriften en
                                beperkingen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van
                                nieuwe kabels, dient de grondroerder een alternatief tracé te
                                kiezen, of (in geval van elektronische communicatienetwerken) aan
                                andere netbeheerders een verzoek tot medegebruik van kabels en/of
                                leidingen te doen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De grondroerder dient omwonenden (inclusief bedrijven en
                                instellingen) minimaal drie werkdagen voor de start schriftelijk te
                                informeren over aanvang, duur, aard en plaats van de voorgenomen
                                werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
                                opruiming van kabels en leidingen en medegebruik van voorzieningen
                                geschiedt conform het in de gemeente van toepassing zijnde Handboek.
                                In dat kader is het college bevoegd voorschriften te stellen op het
                                gebied van markering, afzetting en het toepassen van proefsleuven.
                                Bij tegenstrijdigheden van de bepalingen van de AVOI en het Handboek
                                hebben de bepalingen van de AVOI voorrang.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De grondroerder vergoedt aan de gemeente de schade voortvloeiend uit
                                de werkzaamheden, zijnde de marktconforme kosten van de
                                voorzieningen en van extra onderhoud. Voor de hoogte van de
                                schadevergoeding aan bestrating wordt uitgegaan van de methodiek
                                conform a. de Leidraad voor gemeenten en nutsbedrijven inzake
                                (her)straatwerkzaamheden (versie 2000); b. de VNG-Richtlijn Tarieven
                                (graaf)werkzaamheden Telecom (2004): vergoedingen voor herstel,
                                onderhoud en beheer volgens principe: “Vergunninghouder verricht
                                straatwerk en gemeente voert onderhoud na 1<sup>e</sup> jaar uit en
                                c. de VNG-tarieven voor degeneratievergoeding. Het vaststellen van
                                de schadevergoeding aan bermen en groenvoorziening wordt per geval
                                bepaald. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De gemeente beslist omtrent het herstraten. In geval van herstrating
                                door de grondroerder, dient het onderhoud gedurende het eerste jaar
                                door deze te geschieden, waarna, middels een opleveringsopname, de
                                gemeente het onderhoud overneemt. Aan herstel van bijzondere
                                bestrating kan het college nadere voorwaarden stellen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij oplevering is de grondroerder verplicht gegevens omtrent de
                                ligging van zijn kabels en/of leidingen te verstrekken en een
                                overzicht te geven van de nog niet in gebruik zijnde kabels en/of
                                leidingen. De grondroerder is verplicht zo spoedig mogelijk na
                                constatering van de aanwezigheid van kabels en/of leidingen, waarvan
                                niet bekend is van wie ze zijn, een kopiemelding van de mededeling
                                aan het kadaster, aan de gemeente te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De grondroerder is leges verschuldigd conform de Legesverordening
                                van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verleggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verleggingen van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch
                                communicatienetwerk op verzoek van de gemeente zijn de wettelijke
                                regels (Telecommunicatiewet) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verleggingen van leidingen die ten dienste staan van een netwerk
                                ten behoeve van nutsvoorzieningen in of op openbare gronden gelden
                                de volgende bepalingen, tenzij en voor zover daarover andersluidende
                                afspraken zijn overeengekomen tussen partijen:</al><lijst><li nr="a."><al>De netbeheerder is verplicht op verzoek van de gemeente over
                                        te gaan tot het nemen van maatregelen voor kabels en
                                        leidingen ten dienste van zijn netwerk, waaronder het
                                        verplaatsen, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de
                                        oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of
                                        vanwege de gemeente; </al></li><li nr="b."><al>Compensatie wordt alleen verleend op basis van een
                                        gespecificeerd kostenoverzicht;</al></li><li nr="c."><al>Het college en de netbeheerder zullen bij verwijdering,
                                        verlegging of aanpassing van leidingen en/of kabels elkaars
                                        schade zo veel mogelijk beperken;</al></li><li nr="d."><al>Na een verzoek tot het nemen van maatregelen gaat de
                                        netbeheerder zo snel mogelijk over tot de uitvoering, doch
                                        niet later dan twaalf weken na de datum van ontvangst van
                                        het verzoek. </al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>Drie:</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Eigendom</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de eigendom, exploitatie of beheer van een net(werk),
                                    kabel of leiding wordt overgedragen aan een andere netbeheerder,
                                    gaan de rechten en plichten over op de nieuwe netbeheerder.
                                </al></li><li nr="2."><al>De netbeheerder stelt het college onverwijld in kennis van het
                                    feit dat het eigendom, de exploitatie of het beheer verandert en
                                    draagt zorg voor overige vereiste kennisgevingen
                                    hieromtrent.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Niet-openbare kabels en leidingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij voorgenomen werkzaamheden met niet-openbare kabels en
                                    leidingen in of op openbare gronden is het bepaalde in deze
                                    verordening van overeenkomstige toepassing. </al></li><li nr="2."><al>Bij verzoeken voor het verleggen van niet-openbare kabels en
                                    leidingen op verzoek van de gemeente, worden deze op kosten van
                                    de eigenaar van de kabels en leidingen, uitgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Geldigheidsduur gedoogplicht kabels en leidingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De netbeheerder stelt het college onverwijld en schriftelijk in
                                    kennis van het feit dat een kabel of leiding niet langer ten
                                    dienste staat van een netwerk in, of op, openbare gronden. </al></li><li nr="2."><al>De netbeheerder levert op verzoek een overzicht van alle (niet)
                                    in gebruik zijnde kabels en/of leidingen. De bewijslast van
                                    ingebruikname ligt bij de netbeheerder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overleg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente organiseert periodiek, minimaal eens per jaar, een
                                    overleg, waarvoor in elk geval de bij de gemeente bekende
                                    netbeheerders c.q. grondroerders worden uitgenodigd.</al></li><li nr="2."><al>In dit overleg worden de plannen van de gemeente en de
                                    voorgenomen werkzaamheden van de netbeheerders en grondroerders
                                    besproken. Dit mede ter beoordeling of en hoe er gebruik gemaakt
                                    kan worden van bestaande voorzieningen of van gezamenlijk en
                                    gelijktijdig uit te voeren werkzaamheden door de
                                    netbeheerders.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>Vier:</nr><titel>Handhavings- en toezichtbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Toezicht en handhaving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het
                                    college aangewezen ambtenaren.</al></li><li nr="2."><al>Indien de gemeente vaststelt dat de verplichtingen van deze
                                    verordening niet zijn nagekomen, kan de gemeente besluiten
                                    handhavend op te treden.</al></li><li nr="3."><al>Bij grove nalatigheid of recidive kan de gemeente
                                    strafrechtelijke handhaving in gang zetten. </al></li><li nr="4."><al>Indien de werkzaamheden niet op de overeengekomen data worden
                                    gestart of uitgevoerd, vervalt de verleende instemming, tenzij
                                    er tijdig een gegronde reden wordt medegedeeld, dit met in acht
                                    name van de maximale geldigheidsduur van het instemmingsbesluit
                                    en ter beoordeling van het college. </al></li><li nr="5."><al>De gemeente is bevoegd de werkzaamheden stil te leggen, indien
                                    er wordt gewerkt:</al></li></lijst><al>a.zonder voorafgaande melding, als bedoeld in artikel 5 van deze
                            verordening; </al><al>b.in strijd met het in het instemmingsbesluit opgenomen tijdstip van
                            aanvang of voltooiing, de wijze van uitvoering of andere van toepassing
                            verklaarde voorschriften.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>Vijf:</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 17 april 2009, de dag
                            na bekendmaking, onder gelijktijdige intrekking van de
                            Telecommunicatieverordening. Deze verordening geeft tevens invulling aan
                            de wettelijke plicht tot de Telecommunicatieverordening door middel van
                            integratie in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overgangsbepalingen en hardheidsclausule</titel></kop><al>De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden,
                            voor zover deze zijn aangelegd met toepassing van de
                            Telecommunicatieverordening en/of op basis van andere gelegaliseerde
                            afspraken, wordt met ingang van deze verordening eveneens beheerst door
                            de regels daarvan. </al><al>De gemeente heeft de bevoegdheid op grond van afweging van de te
                            behartigen belangen en met in acht name van de redelijkheid en
                            billijkheid in incidentele en te motiveren gevallen af te wijken van de
                            bepalingen van deze AVOI ten gunste van de belanghebbenden. </al><al>Artikel 17 Benaming</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "AVOI gemeente Oisterwijk
                            2009".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 2 april
                        2009.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING ALGEMENE VERORDENING ONDERGRONDSE INFRASTRUCTUREN </tussenkop><tussenkop>(AVOI GEMEENTE OISTERWIJK 2009) </tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Het doel van deze Toelichting is het gestructureerd (conform de opbouw van de
                    AVOI) bieden van aanvullende informatie en de interpretatie ervan. Zowel voor
                    gebruik binnen en door de gemeente als door de grondroerders en netbeheerders is
                    deze toelichting bestemd. De meest actuele versie van de Toelichting is daarbij
                    steeds bepalend. Daartoe is de laatste versie steeds opvraagbaar bij de gemeente
                    en wordt deze waar wenselijk gecommuniceerd. De AVOI geeft tevens invulling aan
                    de conform de Telecommunicatiewet verplichte Telecommunicatieverordening.</al><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><tussenkop> Begripsomschrijvingen</tussenkop><tussenkop>college </tussenkop><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de taken voortvloeiende
                    uit de verordening af te handelen, waarbij deze bevoegdheden voor wat betreft de
                    uitvoering om praktische redenen deels gemandateerd worden aan een of meer
                    daartoe aangewezen ambtenaren, in deze verordening Coördinator genaamd. Deze
                    coördinatorfunctie kan zowel het houden van toezicht als het coördineren en
                    verlenen van instemmingen en vergunningen betreffen.</al><tussenkop>net of netwerk</tussenkop><al>De definitie is afgeleid van de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten
                    (WION). De omschrijving maakt duidelijk dat het om ondergrondse netten gaat, en
                    dan zowel de distributie- en transportnetten voor energie (gas, elektriciteit,
                    water, riool) als de elektronische communicatienetwerken (zoals specifiek
                    geregeld in en krachtens de Telecommunicatiewet). In de AVOI wordt geen
                    inhoudelijk onderscheid gemaakt tussen de termen net en netwerk.</al><tussenkop>kabels en leidingen</tussenkop><al>De netwerken bestaan uit fysieke kabels en/of leidingen. Formeel en procedureel
                    is er geen onderscheid tussen de begrippen kabels en leidingen. De
                    kabels/leidingen zijn inclusief</al><lijst><li nr="-"><al>ondergrondse ondersteuningswerken (mantelbuizen, kabelgoten, handholes,
                            lasdozen, duikers), </al></li><li nr="-"><al>beschermingswerken </al></li><li nr="-"><al>signaalinrichtingen (zoals optische en elektrische versterkers)</al></li><li nr="-"><al>componenten voor het verbinden van kabels in de openbare grond met die
                            in gebouwen (transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en
                            andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze liggen binnen de
                            installatie van een producent of van een afnemer). </al></li></lijst><al>Voorbeelden zijn telecommunicatie- en omroepkabels (als bedoeld in art. 1.1
                    onder z Tw), elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels),
                    gasleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen), waterleidingen,
                    rioleringen (buizen) en industriële of private netwerken. </al><tussenkop>(huis)aansluitingen</tussenkop><al>Om diverse redenen worden (huis)aansluitingen vanwege de relatief beperkte
                    omvang van de werkzaamheden uitgezonderd van de algemene regels van de
                    verordening (zie ook artikel 4), maar dient afkadering te geschieden om te
                    bepalen wat hier wel en niet toe gerekend kan worden.</al><tussenkop>netbeheerder, opdrachtgever, grondroerder</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>Het begrip netbeheerder is de uniforme term in de AVOI voor zowel de
                            beheerders van netten voor levering van energie als de aanbieders (of
                            operators) van de openbare elektronische communicatienetwerken.</al></li><li nr="-"><al>Veelal is de netbeheerder bij graafwerkzaamheden de opdrachtgever. Aan
                            het begrip opdrachtgever komt in het kader van deze verordening een
                            eigen rol toen, omdat deze in aansluiting bij de recente wet- en
                            regelgeving op het gebied van graafrechten meer dan voorheen
                            medeverantwoordelijk wordt gehouden door een juiste uitvoering en
                            naleving van de rechten en verplichtingen.</al></li><li nr="-"><al>De grondroerder is de partij die daadwerkelijk de graafwerkzaamheden
                            verricht of laat verrichten. Dat is veelal een aannemer of installateur,
                            maar soms ook de (interne afdeling van een) netbeheerder zelf. Indien
                            een grondroerder namens een opdrachtgever optreedt, wordt nu expliciet
                            naar de machtiging gevraagd, dit ter wille van rechtszekerheid en
                            rechtsgeldigheid. Ook kan de grondroerder een partij zijn die voor eigen
                            naam en rekening netwerken aanlegt, maar niet zelf exploiteert en het
                            netwerk of netwerkcapaciteit daarna verhuurt of verkoopt. Mogelijk heeft
                            de grondroerder andere partijen voor zich werken zoals aannemers en
                            installateurs; voor zover deze betrokken zijn bij de gang van zaken
                            dienen zij ook over een machtiging te beschikken.</al></li></lijst><tussenkop>gedoogplichtige en openbare gronden</tussenkop><al>De gemeentelijke betrokkenheid is gericht op het beheer van openbare ruimte
                    (incl. gronden). Tot de openbare gronden worden wettelijk gerekend de openbare
                    wegen, inclusief stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten,
                    tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken, alsmede wateren inclusief
                    bruggen, plantsoenen en pleinen, die voor een ieder toegankelijk zijn. </al><al>In deze hoedanigheid is de gemeente voor wat betreft de (openbare) elektronische
                    communicatienetwerken gedoogplichtige, voor zover het betreft de
                    Telecommunicatiewet. Het begrip gedoogplichtige slaat tevens op andere partijen
                    die krachtens de Telecommunicatiewet gedoogplichtig zijn, en op partijen en
                    personen die krachtens de Belemmeringenwet Privaatrecht gedoogplichtig
                    zijn.</al><tussenkop>werkzaamheden</tussenkop><al>Hoewel de AVOI met name betrekking heeft op mechanische graafwerkzaamheden,
                    vallen formeel de handmatige graafwerkzaamheden er ook onder. Voor zover die
                    zeer beperkt van karakter zijn, zullen ze veelal vallen onder de categorieën
                    spoedeisende werkzaamheden of minder ingrijpende werkzaamheden, waarvoor een
                    ander, lichter, regime in deze AVOI is vastgelegd. </al><al>Tot de werkzaamheden in deze AVOI behoren eveneens werkzaamheden in verband met
                    het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten of geleidingen. Vanuit de
                    door de gemeente te behartigen belangen kan het nastreven of voorschrijven van
                    medegebruik gestimuleerd worden. </al><tussenkop>werkzaamheden van minder ingrijpende aard</tussenkop><al>Met het apart definiëren van deze werkzaamheden wordt gevolg gegeven aan artikel
                    5.4, lid 5 Telecommunicatiewet. Naast huisaansluitingen (tot een bepaalde
                    lengte) worden ook andere minder ingrijpende werkzaamheden aan een lichter
                    regime onderworpen. </al><al>Als uitzondering op de standaardprocedure is de lijst van voorbeelden in deze
                    toelichting limitatief, maar kan deze lijst uitgebreid worden: </al><lijst><li nr="·"><al>het aanbrengen/verwijderen van kabels/leidingen in reeds aangebrachte
                            voorzieningen;</al></li><li nr="·"><al>reparaties aan het net(werk) met een lengte van minder dan ;</al></li><li nr="·"><al>(incidentele) huisaansluitingen met een gezamenlijke lengte korter dan
                            in of op openbare gronden, waarbij geen verhardingen, wateren of
                            groenvoorzieningen (in de zin van beplanting) worden gekruist en waarbij
                            geen boringen toegepast worden.</al></li></lijst><tussenkop>instemmingsbesluit </tussenkop><al>Werkzaamheden als bedoeld in deze verordening dienen steeds (in principe vooraf)
                    gemeld te worden, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de reguliere
                    (graaf)werkzaamheden, werkzaamheden van minder ingrijpende aard en aan
                    werkzaamheden in verband met spoedeisende zaken zoals storingen. Met name voor
                    de reguliere (graaf)werkzaamheden geldt dat eerst gestart mag worden met die
                    werkzaamheden als vanuit de gemeente op basis van een melding een
                    instemmingsbesluit is verleend. </al><al>De term instemming omvat daarmee zowel de wettelijke instemming als bedoeld in
                    de Telecommunicatiewet als de vergunning die voor andere werkzaamheden verleend
                    dient te worden (zowel individuele vergunningen als algemene concessies
                    betreffend).</al><tussenkop>verordening</tussenkop><al>Deze AVOI geeft enerzijds invulling aan de wettelijke plicht voor de gemeente om
                    een Telecommunicatieverordening op te stellen. De huidige lokale
                    Telecommunicatieverordening wordt tegelijk met de vaststelling van de AVOI
                    ingetrokken. Anderzijds wordt beleidsmatig - ordening van de openbare ondergrond
                    en gelijke behandeling van vergelijkbare partijen - voorzien in lokaal beleid
                    dat ook de andere netwerken van kabels en leidingen (bijvoorbeeld
                    energienetwerken) betreft.</al><tussenkop>Artikel 2 Toepasselijkheid</tussenkop><al>De toepasselijkheid is reeds hiervoor toegelicht bij de diverse
                    begripsbeschrijvingen. </al><tussenkop>Artikel 3 Nadere regels</tussenkop><al>Met het oog op praktijkontwikkelingen, beleidsregels, jurisprudentie etc. krijgt
                    het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid toegekend door de
                    raad om in voorkomende gevallen nadere regels ter uitvoering van de verordening
                    vast te stellen. De kaders liggen daarmee vast.</al><tussenkop>Artikel 4 Instemmingsvereiste</tussenkop><al>Het in de Telecommunicatiewet reeds wettelijk vastgelegde principe van
                    graafrechten (onder voorwaarden) in relatie tot de vereiste instemming van het
                    gemeentebestuur (zie ook bij Begripsbepalingen betreffende de term
                    ‘Instemmingsbesluit’) is hiermee vertaald naar de AVOI en wordt toegepast op
                    alle betrokken werkzaamheden. </al><al>Conform het wettelijk bepaalde geldt dat die instemming betrekking heeft op de
                    plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden, maar ook
                    op het bevorderen van medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van
                    voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige
                    werken.</al><al>Het onderscheid met werkzaamheden van minder ingrijpende aard wordt duidelijk
                    gemaakt. Tot laatstgenoemde categorie behoren werkzaamheden waarvoor veelal
                    slechts gedurende relatief korte tijd in een beperkt gedeelte van het netwerk
                    werkzaamheden worden verricht, en waarvan de impact voor de omgeving relatief
                    beperkt en kortstondig is. </al><tussenkop>Artikel 5 Melding en aanvraag</tussenkop><al>Voor de voorgenomen werkzaamheden wordt aangegeven dat de melding bij de
                    gemeente moet plaatsvinden. Dat kan bij het college van burgemeester en
                    wethouders of bij de coördinator (een gemachtigd ambtenaar) als die aangewezen
                    is. Aan de melding wordt de aanvraag gekoppeld – in de zin van de Awb – om in te
                    stemmen met het voorstel van de grondroerder. Deze vereiste voorafgaande
                    instemming van gemeentewege heeft betrekking op het tijdstip, de plaats en de
                    wijze waarop de werkzaamheden plaatsvinden. Op het verlenen van dit besluit zijn
                    de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing; dit houdt o.a. in
                    dat het gelijkheidsbeginsel in acht moet worden genomen. De maximale
                    aanvraagtermijn van 8 weken is conform de Awb. </al><al>De meldingstermijn voor minder ingrijpende werkzaamheden is korter. Voorts wordt
                    een uitzondering gemaakt voor spoedeisende werkzaamheden die nodig zijn bij
                    ernstige storingen en/of belemmeringen. In dit geval kan worden volstaan met een
                    eenvoudiger melding. Deze verstoringen zijn niet nader omschreven, maar kan
                    gedacht kan worden aan een kabelbreuk. Het gemeentebestuur zal beoordelen of een
                    ernstige belemmering of storing in de communicatie voor één individuele
                    aansluiting voldoende reden is om als spoedeisend te worden aangemerkt.</al><al>Ook wordt de situatie aangegeven dat de werkzaamheden tevens betrekking hebben
                    op gronden van andere gedoogplichtigen: dat kunnen instanties of
                    (rechts)personen zijn binnen dezelfde gemeente maar ook andere gemeentes. Ook
                    kunnen op grond van een andere wet andere vergunningen noodzakelijk zijn. Deze
                    samenhang kan in de praktijk soms tot erg lange doorlooptijden leiden. De
                    wetgever heeft toegestaan dat de gemeente eventueel een deelinstemmingsbesluit
                    verleent zodat de aanvragende partij alvast op de hoogte is van deze instemming
                    en de daaraan te stellen voorwaarden, zodat eventueel met de verdere tracékeuze
                    en andere aanvragen rekening gehouden kan worden. Het risico dat door latere
                    vergunningverlening door een ander orgaan de aanvankelijke gemeentelijke
                    aanvraag aangepast moet worden (dus opnieuw moet worden gedaan) is voor rekening
                    en risico van de aanvrager.</al><al>In eerste instantie is de grondroerder zelf verplicht met alle betrokken
                    instanties of (rechts)personen naar overeenstemming te streven. Echter, als de
                    grondroerder dat verzoekt, zal de gemeente inhoudelijke afstemming van de
                    beoordeling van de reeds ingediende aanvragen bij andere bestuursorganen (zoals
                    bijvoorbeeld een waterschap) nastreven (dus niet meer dan bemiddeling). Daartoe
                    dient de grondroerder op het Meldingsformulier enkele (contact)gegevens over
                    deze andere aanvragen te vermelden. Voor private partijen blijft de grondroerder
                    zelf verantwoordelijk.</al><al>Als werkzaamheden worden verricht in nader aan te wijzen gebieden is de
                    uitzonderingsbepaling voor minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden niet
                    van toepassing. Hierbij is bijvoorbeeld aan risicogebieden als industriegebieden
                    met buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen, historische
                    stadskernen of straten of natuurgebieden. Dan is het niet aanvaardbaar dat
                    zonder specifiek toezicht van de gemeente wordt gegraven. Bij de vaststelling
                    van de AVOI kan aanwijzing van deze gebieden plaatsvinden, maar dit kan ook
                    naderhand.</al><tussenkop>Artikel 6 Voorwaarden</tussenkop><al>Hier is verduidelijkt op welke wijze de melding en aanvraag dienen te worden
                    gedaan en welke gegevens verstrekt moeten worden. Het betreft die informatie die
                    de gemeente als beheerder van openbare gronden nodig heeft om een juiste
                    beoordeling te maken en inzicht te hebben in de belangen die door de voorgenomen
                    werkzaamheden worden geraakt. Daartoe dient gebruik te worden gemaakt van door
                    de gemeente vastgestelde4 standaardformulieren, waarbij onderscheid wordt
                    gemaakt tussen het formulier voor de reguliere melding/aanvraag
                    (Instemmingsformulier) en het formulier voor minder ingrijpende werkzaamheden
                    (Meldingsformulier).</al><al>Duidelijk is ook gemaakt dat instemming steeds op aanvraag van de verzoekende
                    partij zal plaatsvinden en niet op eigen initiatief van de gemeente.</al><al>De grondroerder geeft bij zijn aanvraag/melding aan wat de gewenste startdatum
                    is van de werkzaamheden. De gemeente kan juist op dit punt, zij het gemotiveerd,
                    en bijvoorbeeld met het oog op andere graafwerkzaamheden ter plekke aanpassingen
                    aanbrengen, waarbij de wet een maximale termijn van 12 maanden omvat.</al><al>Deze toelichting verwijst tevens naar de Regeling schriftelijke kennisgeving
                    aanleg kabels(Staatscourant 15-01-2007, nr. 10) die voor kabels van
                    elektronische communicatienetwerken voorschrijft dat de melding (kennisgeving)
                    aangetekend moet worden verstuurd. Dit vereiste is in de AVOI niet als uniforme
                    eis opgenomen, maar het kan veelal in het belang van de verzoekende partij zelf
                    zijn om via aangetekende verzending duidelijkheid te hebben over datum en tijd
                    van indiening. </al><al>In de praktijk is lang gebruik gemaakt van het systeem van registratie van
                    kabels en leidingen bij KLIC. Dit wordt in de AVOI niet als specifieke
                    verplichting opgenomen, dit mede gezien de in 2008 van kracht geworden Wet
                    Informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION of ook wel
                    Grondroerdersregeling genoemd), die registratie wettelijk verplicht stelt
                    (waarbij het Kadaster de rol van KLIC overneemt). Algemeen wordt van de
                    grondroerders verwacht dat men de kabels zo registreert dat het inzicht steeds
                    kan worden geboden. Omdat de WION gefaseerd in werking treedt, zijn ook de
                    hiervoor geldende nationale overgangsregels van toepassing (met name voor wat
                    betreft de periode dat het landelijke elektronische informatiesysteem van het
                    Kadaster nog niet in werking is).</al><tussenkop>Artikel 7 Termijnen en looptijd</tussenkop><al>De beslistermijn is gelijk aan de aanvraagtermijn zodat de werkzaamheden zoveel
                    mogelijk op de geplande datum kunnen aanvangen, mits aan de voorwaarden tijdig
                    en geheel voldaan is. Op grond van de Awb is de gemeente verplicht binnen een
                    redelijke termijn een besluit te nemen, welke termijn (tenzij anders gemeld)
                    geacht wordt te zijn verstreken na verloop van 8 weken. </al><al>Het vierde lid van artikel 7 beperkt de werkingsduur van het instemmingsbesluit
                    om te voorkomen dat een aanbieder nog gebruik maakt van een dergelijk besluit
                    geruime tijd na afgifte. Het intussen mogelijk gewijzigde gebruik van de
                    openbare gronden kan de werkzaamheden onwenselijk maken. </al><tussenkop>Artikel 8 Voorschriften, beperkingen en verplichtingen</tussenkop><al>Grondroerders dienen aan bepaalde verplichtingen te voldoen, indien zij
                    werkzaamheden gaan verrichten als bedoeld in de AVOI. Daarnaast kan de gemeente
                    aan het instemmingsbesluit aanvullende voorschriften of beperkingen verbinden.
                    Omwille van uniformiteit is in de verordening aangegeven welk soort
                    voorschriften en beperkingen dit kunnen zijn. </al><al>De voorschriften hebben vooral te maken met de wijze van uitvoering en zijn
                    gericht op de (deels wettelijk vastgelegde) belangen die de gemeente geacht
                    wordt te behartigen. Zoals aangegeven wordt met name ten aanzien van het
                    vraagstuk van (her)straten aangesloten bij landelijke erkende regelingen.
                    Daarnaast kunnen lokale regels en voorwaarden van toepassing worden verklaard
                    als die zijn vastgesteld en vastgelegd, hetgeen in de AVOI in algemene zin als
                    Handboek benoemd wordt (zie artikel 1).</al><al>Artikel 8 omvat ook bepalingen over de informatievoorziening naar betrokkenen,
                    medegebruik van voorzieningen, de eventuele zekerheidsstelling (waartoe de
                    gemeente zich de mogelijkheid voorbehoudt in die gevallen waarin zij dat nodig
                    acht), schadevergoeding en leges.</al><tussenkop>Artikel 9 Verleggingen</tussenkop><al>Voor het verleggen van kabels van elektronische communicatienetwerken zijn de
                    wettelijke regels (Telecommunicatiewet) van toepassing, volgens het principe
                    ‘leggen om niet, verplaatsen om niet’.</al><al>Voor verleggingen van kabels en leidingen van nutsvoorzieningen/energienetten
                    zijn enkele procedurele regels opgenomen, in samenhang met eventuele bestaande
                    (privaatrechtelijke) afspraken daaromtrent die gerespecteerd worden, voor zover
                    deze regelingen niet aanvullend daarop zijn. Een netbeheerder is verplicht te
                    verleggen als dat noodzakelijk is voor werken door of vanwege de gemeente. De
                    gemeente zal dus moeten aantonen dat die noodzakelijkheid er is. De eventuele
                    verrekening van kosten van de verleggingen wordt vooralsnog berekend aan de hand
                    van de tussen partijen van toepassing zijnde afspraken, totdat er algemeen
                    geldende regels hieromtrent zijn overeengekomen. </al><tussenkop>Artikel 10 Eigendom</tussenkop><al>Het zakelijk karakter van de verkregen instemming is gewenst opdat ook een
                    nieuwe aanbieder, die gebruik maakt van de kabel, de instemming heeft, en zich
                    houdt aan de voorschriften. De wettelijke bepalingen (met name BW) zijn van
                    toepassing op het eigendom van kabelnetwerken.</al><tussenkop>Artikel 11 Niet-openbare kabels en leidingen</tussenkop><al>Bij werkzaamheden met niet-openbare kabels en leidingen in openbare gronden
                    geldt uitdrukkelijk geen wettelijke gemeentelijke gedoogplicht, maar wordt de
                    AVOI slechts in procedureel opzicht van overeenkomstige toepassing verklaard.
                    Dat houdt in dat een voornemen tot het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden voor
                    niet-openbare kabels/leidingen in openbare gronden steeds vooraf gemeld moet
                    worden aan de gemeente, en dat de gemeente haar beleidsvrijheid heeft die
                    instemming (= vergunning) al dan niet te verlenen (of de voorwaarden daarvoor te
                    bepalen). De procedure ligt hiermee dan wel vast.</al><al>Met betrekking tot verzoeken voor het verleggen van niet-openbare kabels en
                    leidingen, dienen deze op verzoek van de gemeente, altijd op kosten van de
                    eigenaar van de kabels en leidingen, uitgevoerd te worden. </al><tussenkop>Artikel 12 Geldigheidsduur gedoogplicht kabels en leidingen</tussenkop><al>Wettelijk is voor wat betreft openbare elektronische communicatienetwerken
                    voorzien in regels ten aanzien van kabels (en aanpalende voorzieningen zoals
                    lege mantelbuizen) voor de duur van de gedoogplicht. Daarbij is van belang de
                    daadwerkelijke situatie of die kabels en leidingen inderdaad (nog) deel uit
                    maken van zo’n netwerk. Onderscheid is er tussen bestaande lege mantelbuizen en
                    nieuw te leggen lege mantelbuizen.</al><al>Voor de gemeente is het niet doenlijk zelfstandig voldoende zicht te hebben en
                    te houden op het al dan niet in gebruik zijn van deze voorzieningen. De
                    netbeheerders worden geacht zelf een goede kabel- en leidingregistratie bij te
                    houden en op grond daarvan de gemeente te informeren (op verzoek van de gemeente
                    dan wel op eigen initiatief) over voorzieningen als lege mantelbuizen.
                    Uitgangspunt hierbij is digitale aanlevering van gegevens.</al><al>Wijzigingen kunnen ook optreden door het vervallen van het openbare karakter van
                    gronden, hetgeen dan ook gevolgen heeft voor het karakter van de kabels in die
                    gronden.</al><tussenkop>Artikel 13 Overleg</tussenkop><al>In de praktijk heeft de gemeente periodiek overleg met netbeheerders en andere
                    grondroerders. In de AVOI wordt als minimum aangehouden dat dit eens per jaar
                    is. Dit overleg krijgt via deze AVOI een formele status, zonder dat deelnemende
                    partijen hieraan rechten kunnen ontlenen. Anderzijds mag verwacht worden dat
                    partijen in hun eigen belang deelnemen aan dit overleg en dat de gemeente hen
                    zal uitnodigen. Doelstelling van het overleg is tijdige informatie-uitwisseling
                    over plannen tussen partijen (zowel de gemeente als de gravende partijen) zodat
                    men waar mogelijk daarop tijdig kan inspelen.</al><tussenkop>Artikel 14 Toezicht en handhaving</tussenkop><al>Dit artikel heeft mede ten doel alle betrokken partijen bewust te maken van het
                    niet-vrijblijvende karakter van deze AVOI. Uitgangspunt is dat partijen zich
                    houden aan de bepalingen van de AVOI. </al><al>Indien partijen zich niet houden aan de voorschriften en beperkingen, behoudt de
                    gemeente zich nadrukkelijk het recht voor gebruik te maken van haar
                    bevoegdheden, met name bestuursrechtelijk. Bestuursrechtelijk zijn de Awb en de
                    Gemeentewet van belang met de bepalingen inzake bestuursdwang, last onder
                    dwangsom en bestuurlijke boete. </al><al>Indien en voor zover nodig kunnen daarnaast of aansluitend ook de
                    civielrechtelijke en strafrechtelijke mogelijkheden benut worden. </al><tussenkop>Artikel 15 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Geen nadere toelichting anders dan dat hier duidelijk wordt vastgesteld dat het
                    inwerkingtreden van de AVOI gekoppeld wordt aan de intrekking van de
                    Telecommunicatieverordening, zij dat dat de AVOI wel invulling geeft aan de
                    wettelijke plicht tot het hebben van een dergelijke gemeentelijke verordening
                    conform de Telecommunicatiewet.</al><tussenkop>Artikel 16 Overgangsbepalingen en hardheidsclausule</tussenkop><al>Geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 17 Benaming</tussenkop><al>Geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>