<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR75380_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Meedoenpremies gemeente Tynaarlo</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oostermoer, 16-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Meedoenpremies gemeente Tynaarlo</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-12-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>agendapunt 23 raadsvergadering, 08-12-2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordeing Meedoenpremies gemeente Tynaarlo</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit nr. 23</al><al>Betreft: Verordening Meedoenpremies gemeente Tynaarlo</al><al>De raad van de gemeente Tynaarlo;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17
                        november jl.; </al><al>gelet op de bepalingen van de Gemeentewet, de Wet werk en bijstand en de
                        Algemene wet bestuursrecht;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is de wijze van uitvoering van de
                        meedoenpremies bij verordening te regelen; </al><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al><vet>De “Verordening Meedoenpremies gemeente Tynaarlo” vast te
                        stellen</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ISD: de Intergemeentelijke Sociale Dienst van de gemeenten Aa en
                                    Hunze, Assen en</al><al> Tynaarlo; </al></li><li nr="b."><al>WWB: Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><al>Bijstandsnorm: de voor de aanvrager op het moment van de
                                    aanvraag geldende landelijke bijstandsnorm vermeerderd of verminderd met de van toepassing
                                    zijnde gemeentelijke toeslag(en) en/of verlaging(en) op grond van de
                                    Toeslagenverordening Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="d."><al>Inkomen: het inkomen zoals bedoeld in artikel 31 en 32 WWB;</al></li><li nr="e."><al>Vermogen: het voor aanvrager geldende vrij te laten vermogen als
                                    bedoeld in artikel 34 WWB;</al></li><li nr="g."><al>De inwoner: elke op grond van artikel 11 WWB leden 1, 2, en 3
                                    rechtmatig in Nederland verblijvende inwoner van de gemeente Tynaarlo; </al></li><li nr="h."><al>De alleenstaande: de alleenstaande als bedoeld in artikel 4
                                    WWB;</al></li><li nr="i."><al>Alleenstaande ouder: de alleenstaande ouder als bedoeld in
                                    artikel 4 WWB;</al></li><li nr="j."><al>De gehuwde: de gehuwde als bedoeld in artikel 4 WWB;</al></li><li nr="k."><al>Kind: het ten laste komende kind als bedoeld in artikel 4
                                    WWB;</al></li><li nr="l."><al>De aanvrager: de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de
                                    gehuwde die op het moment van de aanvraag inwoner is en als
                                    zodanig opgenomen is in het persoonsregister van de betreffende
                                    gemeente;</al></li><li nr="m."><al>Chronisch zieke/ gehandicapte: de belanghebbende die langer dan
                                    zes maanden gebruik maakt van thuiszorg en/of is aangewezen op
                                    hulpmiddelen voor wonen/werk, vervoer, lopen/rolstoel in het
                                    kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning en/of voor 80 –
                                    100% arbeidsongeschikt is verklaard en/of op een andere wijze
                                    kan aantonen dat sprake is van een chronische ziekte of
                                    handicap.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Doelgroepen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Tot de doelgroep voor een meedoenpremie behoort de inwoner die een
                            inkomen heeft dat niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm en/of een
                            vermogen bezit dat niet hoger is dan het vrij te laten vermogen zoals
                            bedoeld in artikel 34 van de Wet werk en bijstand en die:</al><lijst><li nr="a."><al>Ouder is van een schoolgaand(e) kind(eren) in het basisonderwijs
                                    of het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>65 jaar of ouder is; </al></li><li nr="c."><al>Chronisch ziek/ gehandicapt en 18 tot 21 jaar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Hoogtemeedoenpremie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>1.De meedoenpremie bedraagt voor een belanghebbende zoals bedoeld in
                            artikel 2 aanhef en onder a :</al><lijst><li nr="a."><al>€ 210,00 per schooljaar voor ieder kind dat basisonderwijs
                                    volgt;</al></li><li nr="b."><al>€ 520,00 voor ieder kind dat start in het voortgezet onderwijs
                                    (en vervolgens ieder</al></li></lijst><al> schooljaar dat het kind voortgezet onderwijs volgt €
                            210,00).</al><al>2.Aan de belanghebbende die in aanmerking komt voor de meedoenpremie als
                            bedoeld in lid 1 aanhef en onder b wordt tevens eenmaal per vier jaar
                            een personal computer inclusief printer en internetabonnement
                            verstrekt.</al><al>3.De meedoenpremie bedraagt voor een belanghebbende als bedoeld in
                            artikel 2 aanhef en onder b en c per kalenderjaar een bedrag ter hoogte
                            van de langdurigheidstoeslag als bedoeld in artikel 3 lid 1 en 4 van de
                            Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand. De meedoenpremie
                            bedraagt voor een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 2 aanhef en
                            onder b per kalenderjaar een bedrag ter hoogte van de
                            langdurigheidstoeslag als bedoeld in artikel 36 lid 5 WWB.</al><al>4.De belanghebbende als bedoeld in artikel 2 aanhef en onder b en c komt
                            niet in aanmerking voor de meedoenpremie als reeds in het betreffende
                            kalenderjaar een langdurigheidstoeslag is of kan worden ontvangen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De meedoenpremie voor de ouder van schoolgaand(e) kind(eren) wordt
                                voor aanvragers</al><al> van wie de inkomensgegevens bekend zijn bij de ISD ambtshalve
                                verstrekt. Ambtshalve </al><al> verstrekking vindt plaats in het jaar waarop de bijdrage betrekking
                                heeft. Betaling vindt plaats</al><al> voorafgaand aan het schooljaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In alle overige gevallen wordt de meedoenpremie op aanvraag
                                verstrekt. Op verzoek kan</al><al> betaling plaatsvinden aan derden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag voor een meedoenpremie moeten binnen het kalenderjaar
                                waarop de aanvraag</al><al> betrekking heeft worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aanvraag wordt gedaan op een daartoe door de ISD vastgesteld
                                formulier, onder overlegging van de op dat formulier vermelde
                                bescheiden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ISD stelt een onderzoek in naar de feiten en omstandigheden die
                                blijkens deze</al><al> verordening van belang zijn bij de beoordeling van de aanvraag om
                                een meedoenpremie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De ISD kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van deze
                            verordening indien zij van mening is dat de aanvrager in bijzondere
                            omstandigheden verkeert waardoor toepassing van deze verordening niet
                            tot het beoogde of gewenste doel leidt, te weten het voorkomen van of
                            doorbreken van een sociaal isolement.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Nadere voorschriften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>De ISD-AAT kan nadere voorschriften vaststellen voor de uitvoering van
                            de bepalingen van deze verordening.In die gevallen waarin deze
                            verordening niet voorziet beslist de ISD. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>1.Deze gewijzigde verordening treedt in werking op de eerste dag na de
                            datum van publicatie en werkt</al><al> terug tot 1 januari 2009. </al><al>2.De “Verordening Meedoenpremies” vastgesteld op 27 november 2007 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Citeertitel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Meedoenpremies
                            gemeente Tynaarlo.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vries, 8 december 2009</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>F.A. van Zuilen, voorzitter</ondertekening><ondertekening>J.L. de Jong, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><divisie><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Deze verordening vindt haar basis in de Nota “Meedoen Mogelijk Maken in
                            de gemeenten Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo”. Armoedebeleid gaat over de
                            manier waarop gemeenten omgaan met armoede onder de bevolking. Het
                            effect van het nieuwe armoedebeleid van de gemeenten Aa en Hunze, Assen
                            en Tynaarlo moet daarom zijn dat inwoners van de drie gemeenten niet
                            terecht komen in een situatie van sociale uitsluiting dan wel hierin
                            niet blijven.</al><al>Minimabeleid of armoedebestrijding vraagt om een integrale en
                            resultaatgerichte aanpak en is op korte en lange termijn gericht op
                            tegengaan van de sociale uitsluiting door:</al><lijst><li nr="·"><al>Het zoveel mogelijk voorkomen van overerving van armoede door
                                    educatie, emancipatie en participatie; </al></li><li nr="·"><al>Het bieden van perspectief door inkomensverbetering door
                                    re-integratie in het arbeidsproces; </al></li><li nr="·"><al>Benutting van voorliggende inkomensondersteunende voorzieningen
                                    en het terugdringen van niet-gebruik; </al></li><li nr="·"><al>Maatschappelijke participatie (voor de groep die niet meer kan
                                    reïntegreren via arbeid maar wel via activering en andere vormen
                                    van participatie); </al></li><li nr="·"><al>Budgetbegeleiding, budgetbeheer en schuldhulpverlening. </al></li></lijst><al>Een gerichte integrale aanpak houdt in dat er voor een grote groep
                            mensen (minima) beleid wordt ingezet gericht op het meedoen aan de
                            maatschappij via meerdere beleidsterreinen (onderwijs, economie,
                            maatschappelijk werk, minimabeleid). Daarnaast zal een financieel
                            vangnet nodig blijven. Hoe beter het meedoenbeleid in zijn effecten
                            scoort, hoe minder het beroep op de instrumentele voorzieningen van het
                            vangnet zal zijn. De integrale aanpak bij het meedoenbeleid kan de
                            armoedesituatie op termijn verbeteren. De meedoenpremie geldt als een
                            doeluitkering in de navolgende situaties:</al><lijst><li nr="1."><al>Financiële armoede kan voor kinderen een belemmering vormen om
                                    te participeren in de samenleving. Dit is merkbaar op school en
                                    in vrijetijdsbesteding. De schoolcarrière staat onder druk en
                                    daarmee de kansen op een startkwalificatie en toekomstige
                                    mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Daarnaast kunnen de
                                    sociaal-emotionele ontwikkeling en de gezondheid negatief
                                    beïnvloed worden. Armoede zorgt voor achterstand en de kans op
                                    ‘overerving’ naar de volgende generatie is groot. Om dit tegen
                                    te gaan en het meedoen aan de samenleving te bevorderen zijn
                                    kinderen een belangrijke aandachtsgroep in het gemeentelijk
                                    beleid.</al></li><li nr="2."><al>Een laag inkomen is onder 65-plussers vaker langdurig dan bij
                                    jongeren. De activiteiten ten behoeve van ouderen zullen zich
                                    met name richten op het terugdringen van niet-gebruik van
                                    sociale voorzieningen. </al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In dit artikel is zoveel mogelijk aangesloten bij begripsbepalingen uit
                            de Wet werk en bijstand.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>In dit artikel zijn de twee doelgroepen geformuleerd die in aanmerking
                            kunnen komen voor de meedoenpremies. Ouderen en Chronisch zieken /
                            gehandicapten van 18 tot 21 jaar komen in aanmerking voor een premie
                            omdat zij door de wetgever zijn uitgesloten van het recht op een
                            Langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 WWB. </al><al> Van iemand die een inkomen heeft van 120% boven de bijstandsnorm, of
                            die vermogen bezit boven het vrij te laten vermogen zoals, bedoeld in
                            artikel 34 van de WWB, kan in redelijkheid niet gesteld worden dat hij
                            behoort tot de doelgroep van het meedoenbeleid. Die persoon wordt geacht
                            te kunnen beschikken over voldoende eigen middelen om te kunnen meedoen.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>In dit artikel is de hoogte van de meedoenpremies geregeld. </al><al>Kinderen in gezinnen met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm
                            hebben het moeilijk om mee te doen met hun leeftijdsgenoten. Hierbij kan
                            het gaan om activiteiten op school, sport, hobby en buurt. Ouders van
                            kinderen die naar de basisschool gaan krijgen met directe en indirecte
                            kosten van de schoolverplichtingen te maken; de kinderen moeten in staat
                            worden gesteld om hieraan volwaardig mee te doen. Kosten waarvoor de
                            premie bedoeld is zijn bijvoorbeeld de kosten van een rekenmachine,
                            gymkleding, de huur van een schoolkluisje, schoolreisjes, excursies en
                            vervoer. Daarnaast is het belangrijk dat kinderen lid kunnen worden van
                            verenigingen. </al><al>Op het moment dat kinderen starten op het voortgezet onderwijs worden er
                            eenmalig extra kosten gemaakt (boekentas, fiets etcetera). Om die reden
                            wordt voor kinderen die starten op het voortgezet onderwijs een
                            eenmalige meedoenpremie verstrekt van € 520,00 per kind. Voorts wordt
                            voor ieder jaar dat een kind volgend op het startjaar voortgezet
                            onderwijs volgt een premie verstrekt van € 210,00. </al><al>Naast bovengenoemde kosten dienen kinderen op het voortgezet onderwijs
                            te beschikkingen over een computer. Veel lesmateriaal wordt op CD-ROM
                            verstrekt en leerlingen dienen regelmatig werkstukken te maken. Om die
                            reden wordt aan kinderen die starten op het voortgezet onderwijs een
                            personal computer verstrekt. De installatie wordt volledig voor de
                            belanghebbende geregeld, inclusief aansluiting. Hiervoor heeft de
                            gemeente een contract afgesloten met een leverancier. Omdat de
                            afschrijving van een personal computer ongeveer vier jaar bedraagt, kan
                            eens in de vier jaar een beroep worden gedaan op deze regeling.</al><al>Voor de hoogte van de meedoenpremie voor ouderen en chronisch
                            zieken/gehandicapten van 18 tot 21 jaar is aansluiting gezocht bij de
                            bedragen die gelden voor de langdurigheidstoeslag, omdat de financiële
                            omstandigheden voor deze doelgroepen vergelijkbaar zijn met
                            bijstandsklanten die recht hebben op een langdurigheidstoeslag. Ook deze
                            groep heeft immers bij langdurig verblijf op een minimum
                            bestedingsniveau weinig financiële speelruimte om mee te blijven doen.
                            Indien een belanghebbende in het jaar van aanvraag een
                            langdurigheidstoeslag heeft ontvangen of indien belanghebbende daar
                            gezien de voorwaarden recht op zou kunnen hebben, wordt geen
                            meedoenpremie verstrekt. </al><al>In het laatste geval wordt een aanvraag langdurigheidstoeslag ingenomen.
                            Indien blijkt dat er toch geen recht bestaat op een
                            langdurigheidstoeslag, wordt belanghebbende alsnog in aanmerking
                            gebracht voor een meedoenpremie mits belanghebbende voldoet aan de
                            voorwaarden voor een meedoenpremie.</al><al>Controle van rechtmatige besteding van de meedoenpremies vindt plaats
                            door steekproefsgewijze controle achteraf.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>De meedoenpremie ten behoeve van schoolgaande kinderen wordt ambtshalve
                            (dus zonder aanvraag) verstrekt als de ISD van de belanghebbende recente
                            inkomensgegevens heeft. Het initiatief voor het verstrekken van de
                            meedoenpremie komt vanuit de ISD. Dit betreft dan belanghebbenden die
                            een uitkering ontvangen op grond van de WWB, de Ioaw, de Ioaz en de Bbz
                            2004, maar ook de belanghebbende waarvan op grond van bijvoorbeeld de
                            kwijtscheldingsregeling recente inkomensgegevens bekend zijn. </al><al>In alle overige gevallen wordt een meedoenpremie op aanvraag verstrekt.
                            Om te zorgen dat een belanghebbende ruim de tijd heeft om aan te vragen,
                            is geregeld dat een aanvraag om een meedoenpremie kan worden ingediend
                            het gehele kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. De ISD zal
                            aan de hand van de ingeleverde gegevens een besluit nemen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Dit artikel geeft de ISD de bevoegdheid om in individuele gevallen ten
                            gunste van de belanghebbende te beslissen als blijkt dat een strikte
                            toepassing van de bepalingen in die specifieke omstandigheden niet tot
                            het beoogde of gewenste doel leidt, te weten het voorkomen van of
                            doorbreken van een sociaal isolement en het bieden van verbetering van
                            inkomensperspectief door re-integratie in het arbeidsproces.</al><al>Belangrijk is dat het hier gaat om een bevoegdheid van de ISD en niet om
                            een afdwingbaar recht van de belanghebbende. Maar omdat het hier gaat om
                            een in de verordening neergelegde bevoegdheid, moet de ISD bij een
                            afwijzende beslissing wel aangeven dat de ISD bewust heeft besloten geen
                            gebruik te maken van deze bevoegdheid. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Dit artikel geeft de ISD de mogelijkheid om nadere regels te stellen
                            voor de uitvoering van de meedoenpremies. Bovendien geeft het de ISD de
                            bevoegdheid om in niet voorziene situaties te handelen naar bevind van
                            zaken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Dit artikel regelt de datum van inwerkingtreding van de verordening. De
                            “Verordening Meedoenpremies” vastgesteld op 27 november 2007 wordt
                            ingetrokken.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>