<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR75351_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Treasurystatuut 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lisse</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lisse</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Lisser, 03-11-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Treasurystatuut 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=212">Gemeentewet, art. 212 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20financiering%20decentrale%20overheden">Wet financiering decentrale overheden </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Treasurystatuut 2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Treasurystatuut 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>1 Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente Lisse onderkent het belang van een verantwoord en adequaat
                            beheer van haar financiële middelen. Mede als gevolg van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Financiering%20decentrale%20overheden%20">Wet fido</extref> wenst zij haar activiteiten op het gebied van
                            treasury op een zo transparant en beheersbaar mogelijke wijze in te
                            richten. In dit treasurystatuut wordt de "beleidsmatige infrastructuur"
                            van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten,
                            doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het statuut maakt een
                            objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk.
                            Naast het treasurystatuut zal de gemeente jaarlijks een
                            treasuryparagraaf opnemen in zowel de begroting als in de jaarrekening.
                            Hierin worden de specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de
                            uitvoering van het beleid op het gebied van treasury besproken.</al><al>Bij het opstellen van het treasurystatuut is rekening gehouden met de
                            bepalingen van de wettelijke kaders (o.a. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref>, verordeningen ex art 212, 213, 213a, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Financiering%20decentrale%20overheden%20">Wet Financiering decentrale overheden</extref> (Fido), <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20uitzettingen%20en%20derivaten%20decentrale%20overheden">Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden</extref>,
                            de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Uitvoeringsregeling%20financiering%20decentrale%20overheden">Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden</extref> en
                            de Regeling tot wijziging van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20uitzettingen%20en%20derivaten%20decentrale%20overheden">Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden</extref>
                            (Ruddo) en van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Uitvoeringsregeling%20wet%20Fido">Uitvoeringsregeling wet Fido</extref>.</al><al>Het treasurystatuut formuleert allereerst het begrippenkader en de
                            doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente. Deze worden
                            vervolgens geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van
                            treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering- en kasbeheer. Daarna komen
                            de administratieve organisatie en interne controle van de
                            treasuryfunctie aan de orde. Daarbij ligt het accent op de eenduidigheid
                            omtrent de verdeling van de taken, bevoegdheden en
                            verantwoordelijkheden. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor
                            de informatievoorziening die noodzakelijk is om het gehele proces
                            beheersbaar en meetbaar te maken en te houden. In de Memorie van
                            Toelichting worden waar nodig de in het treasurystatuut opgenomen
                            artikelen toegelicht. Voor de volledigheid van het treasurystatuut zijn
                            de wetteksten in de bijlage opgenomen.</al><al>Tenslotte dient het treasurystatuut te worden geïmplementeerd in de
                            organisatie. Een succesvolle implementatie vereist een breed draagvlak
                            binnen de gemeente voor de geformuleerde beleidskeuzes. Een goede
                            communicatie behoort hierbij tot de belangrijkste succesfactoren.</al><al>De raad van de gemeente Lisse;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.</al><al>Gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=212">artikel 212 van de Gemeentewet</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20financiering%20decentrale%20overheden">Wet financiering decentrale overheden</extref>;</al><al>Besluit:</al><al>Het treasurystatuut 2010 vast te stellen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2 Begrippenkader</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.</titel></kop><al>In dit statuut wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan
                                    een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden
                                    kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn.
                                    Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico's te
                                    sturen en financieringskosten te minimaliseren;</al></li><li nr="-"><al>Financiële onderneming Een onderneming die in een lidstaat het
                                    bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, beleggingsdiensten
                                    mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van
                                    deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden of het
                                    bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen;</al></li><li nr="-"><al>Financiering Het aantrekken en aanwenden van benodigde
                                    financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze
                                    middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd
                                    vermogen;</al></li><li nr="-"><al>Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om
                                    liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf
                                    als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);</al></li><li nr="-"><al>Intern liquiditeitsrisico De risico's van mogelijke wijzigingen
                                    in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning
                                    waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de
                                    verwachtingen;</al></li><li nr="-"><al>Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20financiering%20decentrale%20overheden">Wet fido</extref> ter grootte van een percentage van het
                                    totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het
                                    jaar, dat bij de realisatie niet mag worden overschreden;</al></li><li nr="-"><al>Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de
                                    organisatie in waarde verminderen door negatieve
                                    koersontwikkelingen;</al></li><li nr="-"><al>Kredietrisico De risico's op een waardedaling van een vordering
                                    ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de
                                    verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of
                                    deficit;</al></li><li nr="-"><al>lidstaat Staat die lid is van de Europese Unie of een andere
                                    staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese
                                    Economische Ruimte;</al></li><li nr="-"><al>Liquiditeitenbeheer Het aantrekken en uitzetten van middelen
                                    voor een periode tot één jaar;</al></li><li nr="-"><al>Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de
                                    toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en
                                    tijdseenheid;</al></li><li nr="-"><al>Rating Taxatie van de kredietwaardigheid van een financiële
                                    onderneming of land, bepaald door een ratingbureau;</al></li><li nr="-"><al>Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de
                                    (financiële) resultaten van de gemeente door
                                    rentewijzigingen;</al></li><li nr="-"><al>Renterisiconorm Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20financiering%20decentrale%20overheden">Wet fido</extref> gefixeerd percentage van het totaal van
                                    de van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar
                                    dat bij de realisatie niet mag worden overschreden;</al></li><li nr="-"><al>Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd
                                    van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de
                                    geldlening sprake is van een door de verstrekker van de
                                    geldlening niet beïnvloedbare,constante rentevergoeding;</al></li><li nr="-"><al>Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de
                                    rekeningen;</al></li><li nr="-"><al>Rentevisie Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling;</al></li><li nr="-"><al>Solvabiliteitsratio Het in een landstaat voor een financiële
                                    onderneming voorgeschreven minimumniveau aansprakelijk vermogen
                                    tegenover aangehouden naar risicograad gewogen activum;</al></li><li nr="-"><al>Treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die
                                    zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden
                                    over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden,
                                    de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan
                                    verbonden risico's. De treasuryfunctie bestaat uit vier
                                    deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en
                                    debiteuren- en crediteurenbeheer;</al></li><li nr="-"><al>Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan
                                    derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen.
                                    Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot
                                    één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een
                                    periode van één jaar of langer.</al></li><li nr="-"><al>Vastrentende waarden Openbare en onderhandse leningen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3 Doelstellingen van de treasuryfunctie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.</titel></kop><al>De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:</al><lijst><li nr="1."><al>Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen
                                    acceptabele condities;</al></li><li nr="2."><al>Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en
                                    (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico's zoals
                                    renterisico's, koersrisico's, kredietrisico's en
                                    liquiditeitsrisico's;</al></li><li nr="3."><al>Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe
                                    kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                    posities;</al></li><li nr="4."><al>Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20financiering%20decentrale%20overheden">Wet fido</extref> respectievelijk de limieten en
                                    richtlijnen van het treasurystatuut.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>4 Risicobeheer</titel></kop><afdeling><kop><titel>I Uitgangspunten risicobeheer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.</titel></kop><al>Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene
                                uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de
                                        "publieke taak" uitsluitend verstrekken aan door de raad
                                        goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf advies wordt
                                        ingewonnen over de financiële positie en de
                                        kredietwaardigheid van de betreffende partij;</al></li><li nr="2."><al>De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de
                                        treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent
                                        karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van
                                        inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente
                                        karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door middel
                                        van de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;</al></li><li nr="3."><al>Het gebruik van derivaten is toegestaan maar deze worden
                                        uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico's.
                                        Alvorens een derivatentransactie wordt afgesloten wint de
                                        gemeente het advies in van een onafhankelijke externe
                                        adviseur.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>II Renterisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Conform de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=1.%20Het%20verzekeren%20van%20duurzame%20toegang%20tot%20financi%C3%ABle%20markten%20tegen%20acceptabele%20condities%3B">Wet fido</extref> wordt de kasgeldlimiet niet
                                        overschreden;</al></li><li nr="2."><al>Conform de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=1.%20Het%20verzekeren%20van%20duurzame%20toegang%20tot%20financi%C3%ABle%20markten%20tegen%20acceptabele%20condities%3B">Wet fido</extref> wordt de renterisiconorm niet
                                        overschreden;</al></li><li nr="3."><al>Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de
                                        bestaande financiële positie en de
                                        liquiditeitenplanning;</al></li><li nr="4."><al>De rentetypische looptijd en het renteniveau van de
                                        betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk
                                        afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;</al></li><li nr="5."><al>De rentevisie van de gemeente wordt periodiek opgesteld op
                                        basis van de rentevisie van vooraanstaande financiële
                                        instellingen;</al></li><li nr="6."><al>Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de
                                        gemeente tevens naar spreiding in de rentetypische
                                        looptijden van uitzettingen.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>III Koersrisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente beperkt de koersrisico's op uitzettingen uit
                                        hoofde van treasury, door daarbij uitsluitend de volgende
                                        producten te hanteren: of producten waarbij de hoofdsom
                                        tenminste aan het einde van de looptijd intact is, uitgezet
                                        bij een instelling die voldoet aan artikel 6 lid 1 of
                                        vastrentende waarden uitgegeven door een instelling die
                                        voldoet aan artikel 6 lid 1;</al></li><li nr="2."><al>Tevens beperkt de gemeente de koersrisico's door conform
                                        artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op
                                        de liquiditeitenplanning.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>IV Kredietrisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente zet, al dan niet tegen waardepapieren, slechts
                                        gelden uit bij en gaan slechts verbintenissen met betrekking
                                        tot financiële derivaten aan met financiële ondernemingen
                                        die: </al><lijst><li nr="a."><al>gevestigd zijn in een lidstaat die ten minste
                                                beschikt over een AA-rating afgegeven door ten
                                                minste twee ratingbureaus; en</al></li><li nr="b."><al>voor henzelf of voor de door hen uitgegeven
                                                waardepapieren kunnen aantonen dat ze ten minste
                                                over een AA-minusrating beschikken, afgegeven door
                                                ten minste twee ratingbureaus.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de gelden worden uitgezet of de verbintenissen met
                                        betrekking tot financiële derivaten worden aangegaan voor
                                        een periode van minder dan drie maanden, tonen deze
                                        financiële ondernemingen aan dat ze, in afwijking van het
                                        eerste lid, onderdeel b, voor henzelf of voor de door hen
                                        uitgegeven waardepapieren ten minste over een A-rating,
                                        afgegeven door ten minste twee ratingbureaus
                                        beschikken.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op
                                        uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een
                                        solvabiliteitsratio van 0 procent geldt.</al></li><li nr="4."><al>Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke
                                        taak worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist.
                                        Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang
                                        van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van
                                        garanties en financiële participaties.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>V Intern liquiditeitsrisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7.</titel></kop><al>De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico's door haar
                                treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn
                                liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), alsmede een
                                meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 4
                                jaar.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>VI Valutarisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.</titel></kop><al>Valutarisico's worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend
                                leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in de
                                euro.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>5 Gemeentefïnanciering</titel></kop><afdeling><kop><titel>I Financiering</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.</titel></kop><al>Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar
                                en langer gelden de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de
                                        uitoefening van de publieke taak;</al></li><li nr="2."><al>Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel
                                        mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne
                                        financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico's
                                        en het renteresultaat te optimaliseren;</al></li><li nr="3."><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van
                                        financieringen zijn: onderhandse leningen, commercial paper
                                        (CP) en medium term notes (MTN);</al></li><li nr="4."><al>De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 3 instellingen
                                        alvorens een financiering wordt aangetrokken.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>II Langlopende uitzettingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10.</titel></kop><al>Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie
                                voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende
                                uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel
                                        4, 5 en 6 genoemde voorwaarden;</al></li><li nr="2."><al>De gemeente vraagt bij minimaal 3 instellingen offertes op
                                        alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>III Relatiebeheer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11.</titel></kop><al>De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme
                                condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de
                                volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Bankrelaties en hun bancaire condities worden periodiek
                                        beoordeeld;</al></li><li nr="2."><al>Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid
                                        minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel
                                        6;</al></li><li nr="3."><al>Financiële instellingen (kredietinstellingen,
                                        beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars
                                        en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins
                                        EER-toezicht <extref doc="http://lisse.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#voetnoot1">[1]</extref> te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en
                                        de Verzekeringskamer.</al></li><li nr="4."><al>Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de
                                        Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) en daarvan een
                                        vergunning als makelaar te hebben ontvangen.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6 Kasbeheer</titel></kop><afdeling><kop><titel>I Geldstromenbeheer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12.</titel></kop><al>Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren
                                wordt:</al><lijst><li nr="1."><al>Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op
                                        gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te
                                        stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de
                                        liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de
                                        verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.</al></li><li nr="2."><al>Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd
                                        door één bank.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>II Saldo- en liquiditeitenbeheer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13.</titel></kop><al>Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende
                                specifieke richtlijnen:</al><lijst><li nr="1."><al>De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten
                                        binnen één rentecompensatie-circuit bij de bank met de
                                        gunstigste condities;</al></li><li nr="2."><al>Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente
                                        kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt- conform
                                        artikel 4 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden;</al></li><li nr="3."><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende
                                        middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op
                                        rekening courant;</al></li><li nr="4."><al>Instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode
                                        korter dan één jaar voldoen aan het gestelde in artikel
                                        5;</al></li><li nr="5."><al>Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn
                                        ook slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen
                                        toegestaan.</al></li><li nr="6."><al>De gemeente vraagt bij minimaal 3 instellingen offertes op
                                        alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een
                                        looptijd korter dan één jaar.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>7 Administratieve organisatie en interne controle</titel></kop><afdeling><kop><titel>I Uitgangspunten administratieve organisatie en Interne
                                controle</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14.</titel></kop><al>In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene
                                uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en
                                interne controle.</al><lijst><li nr="1."><al>De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van
                                        treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk
                                        vastgelegd;</al></li><li nr="2."><al>Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader
                                        schriftelijk vastgelegd;</al></li><li nr="3."><al>Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is
                                        functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste
                                        voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al>iedere transactie wordt door minimaal twee
                                                functionarissen geautoriseerd (het
                                                vier-ogen-principe);</al></li><li nr="b."><al>de uitvoering en de controle geschiedt door
                                                afzonderlijke functionarissen;</al></li><li nr="c."><al>de uitvoering en de registratie in de financiële
                                                administratie geschiedt door afzonderlijke
                                                functionarissen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van
                                        iedere transactie te versturen naar de financiële
                                        administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd
                                        zijn tot het sluiten van de transacties;</al></li><li nr="5."><al>Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de
                                        functionaris die de transactie heeft afgesloten;</al></li><li nr="6."><al>Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de
                                        transactie direct gecontroleerd door de functionaris belast
                                        met de interne controle.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>II Verantwoordelijkheden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 15.</titel></kop><al>De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van
                                de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Functie</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Verantwoordelijkheden</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>De raad</al></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het
                                                  treasurybeleid, beleidskaders en limieten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het vaststellen van de treasuryparagraaf in de
                                                  begroting en de jaarrekening;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het houden van toezicht op het treasurybeleid en
                                                  de uitvoering hiervan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel)
                                                  bijstellen van het treasurybeleid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het uitvoeren van de niet aan het college
                                                  overgedragen treasuryactiviteiten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Raadscommissie voor advies en bijstand</al></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het uitbrengen van advies over
                                                  beleidsvoorstellen en rapportages op het gebied
                                                  van treasury aan de raad.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het college</al></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele
                                                  verantwoordelijkheid);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het achteraf bekrachtigen van de afgesloten
                                                  transacties (voor zover de raad dit niet aan zich
                                                  heeft voorbehouden);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het rapporteren aan de Raadscommissie voor
                                                  advies en bijstand / raad over de uitvoering van
                                                  het treasurybeleid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De portefeuillehouder Financiën</al></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke
                                                  verantwoordelijkheid).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofd afdeling belast met treasury</al></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het besluiten tot de aan haar/hem gemandateerde
                                                  treasuryactiviteiten conform het treasurystatuut
                                                  en de treasuryparagraaf in overleg met de
                                                  portefeuillehouder financiën;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de
                                                  uitvoering van de door hem/haar gemandateerde
                                                  treasuryactiviteiten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het rapporteren aan college over de uitvoering
                                                  van het treasurybeheer;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het afleggen van verantwoording aan het
                                                  college.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het ontvangen van de orderbevestiging van derden
                                                  en het controleren of deze overeenkomt met de
                                                  transactie-informatie zoals verstrekt door de
                                                  medewerker belast met treasury;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het voeren van de interne controle op de
                                                  uitgevoerde treasury transacties.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De clustermanagers</al></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de
                                                  informatie die hun cluster aanlevert aan de
                                                  afdeling belast met treasury met betrekking tot
                                                  toekomstige uitgaven en ontvangsten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De afdelingshoofden</al></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van
                                                  betrouwbare operationele informatie over
                                                  toekomstige geldstromen aan de afdeling belast met
                                                  treasury;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten
                                                  laste c.q. ten gunste van de ramingen in de
                                                  begroting.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De beleidsmedewerker van de afdeling belast met
                                                  treasury</al></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking
                                                  tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer,
                                                  gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en
                                                  relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten
                                                  moeten conform dit treasurystatuut en de
                                                  treasuryparagraaf worden uitgevoerd en de
                                                  transacties dienen geautoriseerd te zijn door het
                                                  hoofd afdeling belast met treasury (i.o.m. de
                                                  portefeuillehouder financiën);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het opstellen van de rentevisie;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het zorgdragen voor het aantrekken en uitzetten
                                                  van gelden in het kader van het saldo- en
                                                  liquiditeitenbeheer in overleg met de beheerder
                                                  gemeentefinanciën;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het beheren van de geldstromen in overleg met de
                                                  beheerder gemeentefinanciën;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het onderhouden van contacten met banken,
                                                  geldmakelaars en overige financiële
                                                  instellingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het afwikkelen van financiële contracten
                                                  voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het schriftelijk vastleggen van de
                                                  treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan
                                                  de beheerder gemeentefinanciën;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op
                                                  treasurygebied;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het adviseren van de teams/afdelingen over de
                                                  financiële gevolgen van hun activiteiten en
                                                  projecten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het aanleveren van tijdige, volledige en
                                                  betrouwbare gegevens aan de financiële
                                                  administratie;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het afleggen van verantwoording aan het hoofd
                                                  afdeling belast met treasury over de uitvoering
                                                  van de aan hem/haar gemandateerde
                                                  activiteiten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De beheerder gemeentefinanciën</al></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het overboeken van saldi tussen
                                                  bankrekeningen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het afhandelen van het contante en girale
                                                  betalingsverkeer;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het aanleveren van tijdige, volledige en juiste
                                                  gegevens aan de financiële administratie;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het rapporteren aan de administrateur belast met
                                                  controle over de uitvoering van de aan hem/haar
                                                  gemandateerde activiteiten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Afdeling belast met treasury</al></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het juist en volledig administreren van de
                                                  bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen,
                                                  inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in
                                                  de verplichtingen- en financiële
                                                  administratie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De externe accountant</al></entry><entry colname="col2"><al>•</al></entry><entry colname="col3"><al>Het in het kader van haar reguliere controletaak
                                                  adviseren en controleren omtrent de feitelijke
                                                  naleving van het treasurystatuut.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>III Bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16.</titel></kop><al>In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot
                                treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde
                                fiattering.</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Bevoegd functionaris</al></entry><entry colname="col4"><al>Autorisatie door</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1. Het uitzetten van middelen via callgeld,
                                                  deposito en spaarrekening</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De beleidsmedewerker belast met treasury /
                                                  Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>Afdelingshoofd belast met treasury</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2. Het aantrekken van middelen via callgeld of
                                                  kasgeld</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De beleidsmedewerker belast met treasury /
                                                  Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>Afdelingshoofd belast met treasury</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3. Betalingsopdrachten voorbereiden en
                                                  versturen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Beheerder gemeentefinanciën</al></entry><entry colname="col4"><al>Administrateur</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Bankrelatiebeheer</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4. Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Administrateur</al></entry><entry colname="col4"><al>Afdelingshoofd belast met treasury</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5. Bankcondities en tarieven afspreken</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De beleidsmedewerker belast met treasury /
                                                  Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>Afdelingshoofd belast met treasury</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Risicobeheer</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6. Het afsluiten van derivatentransacties</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De beleidsmedewerker belast met treasury /
                                                  Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>Afdelingshoofd belast met treasury in overleg
                                                  met de portefeuillehouder financiën</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Financiering en uitzetting</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7 Het vaststellen van kredietfaciliteiten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De beleidsmedewerker belast met treasury /
                                                  Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>Afdelingshoofd belast met treasury</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8. Het aantrekken van middelen via onderhandse
                                                  leningen en MTM's zoals vastgelegd in dit
                                                  statuut</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De beleidsmedewerker belast met treasury /
                                                  Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>Afdelingshoofd belast met treasury in overleg
                                                  met de portefeuillehouder financiën</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9. Het uitzetten van middelen zoals vastgelegd
                                                  in dit statuut</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De beleidsmedewerker belast met treasury /
                                                  Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>Afdelingshoofd belast met treasury in overleg
                                                  met de portefeuillehouder financiën</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10. Het beleggen van middelen in
                                                  garantieproducten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De beleidsmedewerker belast met treasury /
                                                  Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>lingshoofd belast met treasury in overleg met de
                                                  portefeuillehouder financiën</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11. Het verstrekken van leningen aan derden uit
                                                  hoofde van de publieke taak</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>College van B&amp;W</al></entry><entry colname="col4"><al>Raad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12. Het garanderen van middelen uit hoofd van de
                                                  publieke taak bevoegd functionaris</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>College van B&amp;W</al></entry><entry colname="col4"><al>Raad</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>IV Informatievoorziening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17.</titel></kop><al>Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de
                                onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de
                                betreffende functionarissen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Informatie</al></entry><entry colname="col2"><al>Frequentie</al></entry><entry colname="col3"><al>Informatieverstrekker</al></entry><entry colname="col4"><al>Informatie-ontvanger</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1. Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en
                                                  ontvangsten voor de liquiditeitenplanning</al></entry><entry colname="col2"><al>Kwartaal / Incidenteel</al></entry><entry colname="col3"><al>Clustermanagers</al></entry><entry colname="col4"><al>Medewerker belast met treasury</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2. Liquiditeitenplanning</al></entry><entry colname="col2"><al>Kwartaal</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>Afdelingshoofd belast met treasury</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3. Beleidsplannen treasury in treasuryparagraaf
                                                  van begroting</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarlijks</al></entry><entry colname="col3"><al>College</al></entry><entry colname="col4"><al>Raad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4. Evaluatie treasuryactiviteiten in
                                                  treasuryparagraaf van de jaarrekening</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarlijks</al></entry><entry colname="col3"><al>College</al></entry><entry colname="col4"><al>Raad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5. Voortgang onderdelen treasuryparagraaf via de
                                                  tussentijdse rapportage</al></entry><entry colname="col2"><al>Tweemaal per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>College</al></entry><entry colname="col4"><al>Raad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6. Verantwoording n.a.v. treasuryparagraaf via
                                                  het jaarverslag</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarlijks</al></entry><entry colname="col3"><al>College</al></entry><entry colname="col4"><al>Raad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7. Informatie aan derden (toezichthouder en
                                                  CBS)</al></entry><entry colname="col2"><al>Kwartaal</al></entry><entry colname="col3"><al>Administrateur</al></entry><entry colname="col4"><al>Derden</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>V Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 18.</titel></kop><al>Dit treasurystatuut treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.
                                Het treasurystatuut d.d. 26 oktober 2006 komt op die datum te
                                vervallen.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Lisse in zijn openbare
                        vergadering van 28 oktober 2010.</ondertekening><ondertekening>B. Blonk mevr. C. Langelaar</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>8 Toelichting</titel></kop><al>In dit treasurystatuut is het treasurybeleid van de gemeente op hoofdlijnen
                    vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de
                    doelstellingen van de treasuryfunctie (in artikel 2). Vervolgens geeft het
                    bestuur in het treasurystatuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de
                    doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend
                    voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is een
                    type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van de
                    limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet fido. Via de limieten en
                    richtlijnen wordt het "risicoprofiel" van de gemeente bepaald, waarbinnen de
                    treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd.</al><al>De treasuryparagraaf bij de begroting geeft de beleidsplannen voor de
                    treasuryfunctie voor de komende jaren en in het bijzonder voor het eerstkomende
                    jaar weer. Het bevat onder meer gegevens over de algemene ontwikkelingen en de
                    concrete beleidsplannen binnen de kaders van het treasurystatuut. Het gaat
                    hierbij vooral om de plannen voor het risicobeheer, de gemeentefinanciering
                    (analyse financieringspositie, leningen- en garantieportefeuille en
                    uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer. Uit de toelichting zal moeten blijken
                    dat de plannen binnen de kaders van de Wet fido en het treasurystatuut blijven.
                    De treasuryparagraaf in het jaarverslag geeft in het bijzonder een
                    verschillenanalyse tussen de plannen zoals deze zijn opgenomen in de begroting
                    en de realisatie in het verslagjaar.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>In artikel 2 worden de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente
                    weergegeven, hieronder worden deze afzonderlijk toegelicht.</al><al>Artikel 2 lid 1 In de eerste plaats dient de treasury ervoor te zorgen dat
                    de,gemeente "duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele
                    condities". De treasury dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is
                    de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar
                    overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten (bijv. bij banken).
                    De condities die daarbij worden bedongen, dienen, in het licht van de op het
                    betreffende moment gebruikelijke condities, acceptabel (tenminste marktconform)
                    te zijn.</al><al>Artikel 2 lid 2 De gemeente loopt de volgende financiële risico's:
                    renterisico's, koersrisico's, kredietrisico's, interne liquiditeitsrïsico's (en
                    valutarisico's). Het is de taak van de treasury dergelijke risico's tegen
                    acceptabele condities te beperken. In de artikelen 4 tot en met 8 wordt
                    aangegeven op welke wijze dit wordt gewaarborgd.</al><al>Artikel 2 lid 3 De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het
                    minimaliseren van de kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële
                    posities. Deze kosten bestaan o.a. uit rentekosten, provisies en kosten van het
                    betalingsverkeer. Het is de taak van de treasury het beheer zo efficiënt
                    mogelijk uit te voeren.</al><al>Artikel 2 lid 4 De gemeente streeft ernaar de renteresultaten te optimaliseren.
                    Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat maar streeft naar zo
                    hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat
                    daarbij overmatige risico's worden gelopen. De prioriteiten van de
                    treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van
                    financiële risico's; de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte afdeling
                    ("profit center"). Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de
                    Wet fido en dit treasurystatuut dient desondanks te worden gestreefd naar
                    optimalisatie van de renteresultaten.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>lid 1 De Wet fido geeft twee belangrijke beleidsmatige uitgangspunten met
                    betrekking tot treasury. Dit betreft de "publieke taak" waarvoor leningen en
                    garanties dienen enerzijds en het prudente karaktervan (overige) uitzettingen
                    anderzijds. Er wordt hierbij dus een specifiek onderscheid gemaakt tussen het
                    verstrekken van leningen "uit hoofde van de publieke taak" en het uitzetten van
                    middelen "uit hoofde van treasury".</al><al>De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde
                    van de publieke taak. Wel wordt in de toelichting op de Wet fido het volgende
                    aangegeven: "Het gemeentebestuur bepaalt de publieke taak. De begroting en de
                    begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de uitoefening van de
                    publieke taak".</al><al>Artikel 3 lid 2 Conform de Wet fido, dienen uitzettingen "uit hoofde van
                    treasury" (zie toelichting artikel 3 lid 1) een prudent karakter te hebben.</al><al>In de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip
                    "prudent" nader uitgewerkt. Het aangaan van financiële transacties met als
                    oogmerk die financiële waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen,
                    is nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet fido en de memorie van
                    toelichting op de Wet fido). Gemeenten mogen geen leningen aangaan met het
                    enkele doel de aangetrokken gelden tegen een hoger rendement uit te zetten
                    (artikel 1a gewijzigde RuddoBankachtige activiteiten - het aantrekken en
                    uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen - zijn als gevolg
                    van deze bepaling verboden. De richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut
                    vallen binnen de kaders van de Wet fido.</al><al>De limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut zijn specifiek geformuleerd
                    om het prudente karaktervan de uitzettingen uit hoofde van treasury te
                    garanderen en hebben derhalve géén betrekking op (eventueel) verstrekte leningen
                    of garanties uit hoofde van de "publieke taak" van de gemeente.</al><al>Artikel 3 lid 3 Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen
                    aan een bepaalde onderliggende waarde. Derivaten kennen een breed
                    toepassingsgebied en worden onder andere gebruikt om renterisico's te sturen en
                    financieringskosten te minimaliseren. De Wet fido stelt dat derivaten
                    uitsluitend mogen worden gebruikt ter beperking van financiële risico's.</al><al>Gezien de (mogelijke) complexiteit van derivaten en de beperkte kennis binnen de
                    organisatie omtrent dergelijke instrumenten, zal vooraf advies worden ingewonnen
                    van een onafhankelijke adviseur.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>lid 1 Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-)
                    rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente;</al><al>Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote
                    fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te
                    stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar) is
                    in de Wet fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor
                    korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien
                    fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed
                    hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van
                    het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar (zie
                    artikel 3 en 4 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale
                    overheden).</al><al>Artikel 4 lid 2 Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de
                    renterisico's op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één
                    jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de
                    leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend dooreen vastgesteld
                    percentage (in 2001:30% daarna 20%) te vermenigvuldigen met het totaal van de
                    jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.</al><al>Artikel 4 lid 3 Afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt middelen slechts
                    te lenen c.q. uit te zetten gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig
                    respectievelijk beschikbaar zijn.</al><al>Een rentevisie is een toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling op basis
                    waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd.</al><al>Afhankelijk van de (interne- of externe) ontwikkelingen zal de gemeente haar
                    rentevisie actualiseren. De rentevisie kan daarbij gebaseerd worden op de
                    rentevisie van enkele gezaghebbende financiële instellingen, zoals de
                    huisbankier. Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld
                    het uitstellen van uitzettingen met een lange looptijd indien men een
                    rentestijging verwacht.</al><al>Artikel 4 lid 6 Door spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijd (de
                    periode dat de rente van een uitzetting vast is) van uitzettingen, wordt de
                    invloed van een rentedaling op de renteresultaten gespreid over meerdere jaren.
                    Deze spreiding is slechts mogelijk indien uit de liquiditeitenplanning blijkt
                    dat middelen gedurende een langere periode beschikbaar zijn.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>lid 1 Ten aanzien van de financiële instrumenten die kunnen worden gehanteerd
                    voor uitzettingen in het kader van treasury, geldt in de Wet fido als
                    belangrijkste uitgangspunt dat de hoofdsom van de betreffende uitzetting aan het
                    einde van looptijd in tact blijft. Bij alle in dit artikel genoemde producten
                    wordt aan het einde van de looptijd ten minste de hoofdsom (bij vastrentende
                    waarden de "nominale waarde") uitgekeerd.</al><al>Bij het uitzetten van gelden op rekening courant, spaarrekening, daggeld of
                    deposito's worden géén koersrisico's gelopen. Het kan bij dergelijke producten
                    echter voorkomen dat de opnamemogelijkheden beperkt zijn (in het bijzonder bij
                    deposito's en soms bij een spaarrekening). Certificates of deposit, commercial
                    papers, obligaties en medium term notes zijn vastrentende waarden die
                    (tussentijds) verhandelbaar zijn. Bij tussentijdse verkoop kunnen koersrisico's
                    worden gelopen. Wanneer deze waarden tot het einde van hun looptijd worden
                    aangehouden zal minimaal de nominale waarde en de vooraf overeengekomen
                    (minimale) rente worden uitgekeerd.</al><al>Garantieproducten zijn beleggingsproducten waarbij de uitgevende (financiële)
                    instelling garandeert dat op de afloopdatum (een bepaald percentage van) de
                    hoofdsom wordt uitgekeerd. Garantieproducten keren vaak minder of geen rente uit
                    en bieden in plaats daarvan bijvoorbeeld een rendement dat gebaseerd is op een
                    aandelen-index (zoals de AEX-index).</al><al>Garantieproducten waarbij minder dan 100% van de hoofdsom wordt gegarandeerd
                    zijn expliciet niet toegestaan onder de Wet fido.</al><al>Bij garantieproducten is vaak enkel de hoofdsom gegarandeerd. Aangezien de reële
                    waarde (de koopkracht) van de hoofdsom door inflatie kan verminderen, verdient
                    het de aanbeveling om bij een langere looptijd naast een hoofdsomgarantie een
                    minimaal rendement (bijv. ter hoogte van het inflatieniveau) te eisen.</al><al>Voor uitzettingen uit hoofde van de publieke taak van de gemeente worden in dit
                    treasurystatuut geen richtlijnen met betrekking tot producten opgenomen. Van
                    belang is dat de Gemeenteraad bepaalt dat de betreffende uitzetting tot de
                    "publieke taak" van de gemeente behoort. In dit kader is het bijvoorbeeld
                    mogelijk dat uitzettingen in de vorm van aandelen tot de publieke taak
                    behoren.</al><al>Artikel 5</al><al>lid 2 Koersrisico's kunnen nooit volledig worden uitgesloten. Als de organisatie
                    in een vastrentend product heeft belegd maar-wegens wijziging in de
                    liquiditeitenplanning"- voor de afloopdatum deze uitzetting moet verkopen, dan
                    wordt niet 100% van de hoofdsom terugbetaald, maar de actuele waarde van de
                    uitzetting afhankelijk van de rente en resterende looptijd.</al><al>Om deze koersrisico's zoveel mogelijk te beperken stemt de gemeente de looptijd
                    van de uitzetting af op de liquiditeitenplanning.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Ter beperking van kredietrisico's zijn in dit artikel richtlijnen opgenomen voor
                    de minimale kredietwaardigheid van de partijen waar de gemeente middelen kan
                    uitzetten/beleggen.</al><al>Een (credit-) rating is een beoordeling van de kredietwaardigheid van een
                    instelling, die voor zowel de korte als voor de lange termijn wordt toegekend
                    door gerenommeerde rating "agencies" zoals Standard &amp; Poor's, Mood/s en
                    Fitch IBCA. De hoogste kredietwaardigheid wordt bij Standard &amp; Poor's en
                    Fitch IBCA weergegeven met AAA, gevolgd door AA en A. Mood/s kwalificeert van
                    hoog naar laag Aaa, Aa en A. Daarnaast kent men kwalificaties met letters B, C
                    en D. Een A-rating staat voor "zeer kredietwaardig".</al><al>Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een "solvabiliteitsvrije status") is een
                    status die door een bancaire toezichthouder in een EER-lidstaat (bijv. De
                    Nederlandsche Bank) wordt toegekend aan het schuldpapier van een instelling.
                    Deze status houdt in dat een bank voor het desbetreffend papier geen reserves
                    (0%) hoeft aan te houden en wordt onder meer toegekend aan papier uitgegeven of
                    gegarandeerd door (centrale) overheden. Het is de gemeente dus toegestaan om bij
                    andere overheden geld uit te zetten, of om te beleggen in papier waaraan een
                    overheidsgarantie is verbonden (zoals door het WSW geborgde leningen van
                    woningcorporaties).</al><al>Lid 1a</al><al>Kredietrisico's kunnen worden verminderd door spreiding aan te brengen in de
                    uitzettingen.</al><al>Artikel 6 lid 2 De Wet fido stelt geen eisen aan de kwaliteit van de debiteuren
                    bij het verstrekken van leningen of garanties aan derden in het kader van de
                    publieke taak. Omdat de Gemeenteraad de publieke taak bepaalt, worden leningen
                    of garanties uitsluitend verstrekt aan door de Gemeenteraad goedgekeurde
                    partijen. Teneinde de kredietrisico's te beheersen kunnen zekerheden of
                    garanties worden verlangd van de debiteuren.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Interne liquiditeitsrisico's doen zich bijvoorbeeld voor wanneer de gemeente
                    middelen voor een bepaalde periode heeft uitgezet en gedurende de looptijd van
                    de uitzetting blijkt dat de middelen (onverwacht) nodig zijn voor het doen van
                    een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente tijdelijk een lening
                    moet aantrekken (wanneer de uitzettingen vast staan in bijvoorbeeld een
                    deposito) ofwel tussentijds een uitzetting moet verkopen (bijvoorbeeld een
                    obligatie). In beide gevallen kan dit negatieve gevolgen hebben voor de
                    financiële resultaten.</al><al>Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar financiële transacties op
                    een liquiditeitenplanning waarin de toekomstige inkomsten en uitgaven van de
                    gehele organisatie zijn gepland. Teneinde aansluiting te zoeken op de meerjarige
                    investeringsplanning van de gemeente is gekozen een liquiditeitenplanning met
                    een periode van 4 jaar op te stellen.</al><al>In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige
                    liquiditeitenplanning niet eenvoudig. Dit heeft te maken met de inherente
                    onzekerheden die verbonden zijn aan de activiteiten van de gemeente en de
                    hieraan verbonden mogelijke financiële gevolgen. Het is daarom van groot belang
                    dat juiste, tijdige en volledige informatie wordt verstrekt door de diverse
                    afdelingen over de financiële gevolgen van hun activiteiten.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Dit betreft een ongewijzigde voortzetting van het beleid binnen de
                    gemeente.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>lid 1 Het aantrekken van middelen met als doel deze met winstoogmerk te beleggen
                    is door artikel 2 lid 2 van de Wet fido en de gewijzigde Ruddo artikel 2a (zie
                    ook memorie van toelichting op de Wet fido) nadrukkelijk niet toegestaan.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>lid 2 Teneinde de renteresultaten te optimaliseren wordt zoveel mogelijk intern
                    gefinancierd.</al><al>Artikel 9 lid 3 Onderhandse geldleningen zijn leningen waarbij de voorwaarden
                    van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden
                    vastgesteld. Een Medium Term Note (MTN) is een verhandelbare schuldbekentenis
                    aan toonder, met een minimumlooptijd van twee jaar en een minimum- omvang van
                    nominaal € 1 miljoen. Deze maakt onderdeel uit van een medium term note
                    programma. De term Commercial Paper staat voor verhandelbare schuldbekentenissen
                    met een looptijd korter dan twee jaar, uitgegeven door
                    niet-kredietinstellingen.</al><al>Artikel 9 lid 4 Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van financieringen te
                    waarborgen, voor bijv. te betalen rentepercentages, provisies, (boete-)
                    clausules bij vervroegde aflossing etc. Door middel van het opvragen van
                    meerdere offertes wordt bereikt dat de gemeente een objectief beeld heeft van de
                    op dat moment gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten. Op
                    basis daarvan kan een afgewogen keuze worden gemaakt.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>Uitzetting betreft het uitzetten van middelen (uit hoofde van treasury) voor een
                    periode langer dan één jaar. In het onderdeel Risicobeheer (artikel 3 tot en met
                    8) is gedefinieerd op welke wijze de gemeente het prudente karaktervan haar
                    uitzettingen waarborgt. In dit artikel worden aanvullende richtlijnen met
                    betrekking tot uitzettingen geformuleerd.</al><al>Artikel 10 lid 2 Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van uitzettingen te
                    waarborgen, voor bijv. het effectieve rendement, de hoogte van transactiekosten
                    etc.</al><al>Door middel van het opvragen van meerdere offertes wordt bereikt dat de gemeente
                    een objectief beeld heeft van de actuele gebruikelijke tarieven en voorwaarden
                    op de financiële markten. Op basis daarvan kan een afgewogen keuze worden
                    gemaakt.</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>lid 1 Op het gebied van relatiebeheer beoogt de treasury het realiseren van zo
                    gunstig mogelijke condities voor de door haar af te nemen diensten.</al><al>Artikel 11 lid 4 Tussenpersonen hebben een intermediairsfunctie bij het
                    afsluiten van financiële transacties en vallen niet onderde "tegenpartijen". De
                    vereisten van lid 2 zijn voor tussenpersonen dan ook niet van toepassing.
                    Teneinde dit te ondervangen stelt de gemeente als eis dat tussenpersonen onder
                    „jy.— --_- toezicht van de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE staan en
                    daarvan een vergunning als makelaar hebben ontvangen.</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>lid 1 Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een efficiënt
                    betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld opelkaar worden afgestemd
                    dooreen betalingsdatum af te stemmen op verwachte ontvangsten. Hiermee wordt
                    voorkomen dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken (c.q. middelen aan
                    haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken) teneinde de betreffende betaling
                    (tijdelijk) te financieren. Artikel 12 lid 2 Het laten uitvoeren van het
                    betalingsverkeer door één bank heeft als voordeel dat de kosten van het
                    overboeken van middelen tussen verschillende banken worden vermeden.</al><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>lid 1 Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse
                    saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente . Teneinde de noodzaak tot het
                    doen van interne overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen die
                    de gemeente bij één bank aanhoudt, opgenomen in een rentecompensatiecircuit. Dit
                    is een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen
                    van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de
                    rente wordt berekend.</al><al>Artikel 13 lid 3 In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn
                    financieringsinstrumenten benoemd. De term daggeld (ook wel callgeld genoemd)
                    staat voor opgenomen of uitgezette middelen voor onbepaalde tijd die dagelijks
                    gewijzigd kan worden. Kasgeldleningen zijn niet verhandelbare leningen voor een
                    vast bedrag en een vaste periode (maximaal 2 jaar) en tegen een vooraf
                    overeengekomen rentepercentage.</al><al>Kredietlimiet op de rekening courant betreft de mogelijkheid debet ("rood") te
                    staan op de rekening courant tegen vooraf overeengekomen condities.</al><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Bij de treasuryfunctie zijn meerdere personen en organen betrokken. Het
                    treasurystatuut legt expliciet het delegatie- en mandateringspatroon vast, in
                    casu welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden de betrokken partijen
                    hebben. Met het oog op de omvang en de aard van de transacties en de hiermee
                    samenhangende risico's, zijn in dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten
                    opgenomen teneinde een eenduidige functiescheiding aan te brengen tussen
                    beleidsbepaling en de uitvoering en tussen de administratie en controle op
                    financiële transacties.</al><al><vet>Artikel 15</vet></al><al>De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de functionarissen die binnen de
                    gemeente betrokken zijn bij de treasuryactiviteiten zijn in artikel 15
                    respectievelijk artikel 16 beschreven. De toekenning van de genoemde functies en
                    bijbehorende bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan functies en/of
                    functionarissen vindt plaats via de hiertoe dienende documenten (mandaten,
                    besluiten e.d.). Deze verantwoordelijkheden dienen te worden gecommuniceerd naar
                    de betrokkenen.</al><al><vet>Artikel 16</vet></al><al>De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt primair bij het bestuur
                    van de gemeente. Teneinde niet onnodig te worden belast met het dagelijkse
                    treasurybeheer draagt het bestuur een deel van haar bevoegdheden over aan de
                    ambtelijke organisatie. De praktische uitvoering van het beleid heeft dus vooral
                    op ambtelijk niveau plaats, met als voordeel een slagvaardiger optreden. Bij de
                    toewijzing van bevoegdheden is zoveel mogelijk rekening gehouden met de vereiste
                    functiescheiding tussen besluitvorming, uitvoering, administratie en
                    controle.</al><al><vet>Artikel 17</vet></al><al>De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de informatievoorziening wordt
                    gewaarborgd voor: operationele informatie (punt 1 en 2), beleidsmatige
                    informatie (punt 3) en verantwoordingsinformatie (punt 4,5 en 6). Het
                    verstrekken van juiste, tijdige, volledige en relevante
                    verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot de belangrijkste
                    succesfactoren voor het kunnen beheersen van de financiële en interne risico's
                    van de gemeente.</al><al>Afdelingen dienen "incidenteel" informatie te verschaffen in een zo vroeg
                    mogelijk stadium waarin zich significante wijzigingen aandienen in hun
                    verwachtingen omtrent tijdstip of omvang van toekomstige betalingen of
                    ontvangsten (bijv. bij uitstel van een grote investering).</al><al>[1] Onder de Europese Economische Ruimte (EER) vallen naast de lidstaten van de
                    Europese Unie ook Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.</al><al>Terug naar de verwijzing naar voetnoot [1] in de
                        tekst</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>