<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR75281_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening 2006 gemeente Rhenen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rhenen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rhenen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rhenense Betuwse Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening 2006 gemeente Rhenen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, Art 12, 14 en 15</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-11-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-03-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>alg 06/3964</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Monumentenverordening 2006 gemeente Rhenen
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Rhenen,</al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van </al>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14 en 15 van de
                        Monumentenwet 1988,</al>
          <al>besluit vast te stellen de volgende:</al>
          <al>Monumentenverordening 2006 gemeente Rhenen</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al> monument:</al><lijst>
                <li nr="1."><al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                        betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                        waarde;</al></li>
                <li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige
                                        zaak als bedoeld onder 1;</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="b."><al> gemeentelijk archeologisch monument: monument, bedoeld in onderdeel
                                a, onder 2;</al></li>
            <li nr="c."><al> gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de
                                bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument
                                is aangewezen;</al></li>
            <li nr="d."><al> gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd
                                de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument
                                aangewezen zaken;</al></li>
            <li nr="e."><al> beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in
                                de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;</al></li>
            <li nr="f."><al>kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een
                                kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een
                                kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel
                                wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst;</al></li>
            <li nr="g."><al> monumentencommissie: de op basis van art.15, lid 1 Monumentenwet
                                1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit
                                eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet
                                1988, de verordening en het monumentenbeleid.</al></li>
            <li nr="h."><al> bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd
                                onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit
                                van een monument.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Het gebruik van het monument</titel>
          </kop>
          <al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                        gebruik van het monument.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al> Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                            monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al> Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt hij
                            advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het
                            vragen van dit advies achterwege blijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al> Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk
                            monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al> Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de aanwijzing
                            van een gemeentelijk monument.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al> Voordat het college een kerkelijk monument als gemeentelijk monument
                            aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al> Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk
                            monument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in
                            artikel 6 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt
                            geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en met 13 van overeenkomstige
                            toepassing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al> De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond
                            van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond
                            van de monumentenverordening van de provincie Utrecht.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                            ontvangst van het verzoek van het college.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van
                            de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de
                            adviesaanvraag.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel>
          </kop>
          <al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan
                        degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan
                        en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke
                            monumentenlijst.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de
                            datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en
                            een beschrijving van het gemeentelijke monument.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een
                            belanghebbende wijzigen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, alsmede artikel 4 zijn van
                            overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte
                            betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede
                            tot en met vijfde lid, alsmede artikel 4, eerste lid, achterwege.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                            monumentenlijst aangetekend.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Intrekken van de aanwijzing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede, vierde
                            en vijfde lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt
                            gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan de
                            monumentenverordening van de provincie Utrecht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                            aangetekend.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Verbodsbepaling</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>1.</vet> Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te
                        vernielen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Vergunning</titel>
          </kop>
          <al>Het is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met bij
                        zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen
                                of in enig opzicht te wijzigen;</al></li>
            <li nr="b."><al>een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten
                                gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in
                                gevaar gebracht.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Termijnen advies en vergunningverlening</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college vraagt advies aan de monumentencommissie voordat zij beslist
                            op de aanvraag op grond van artikel 10.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Binnen acht weken na de adviesaanvraag brengt de monumentencommissie
                            schriftelijk advies uit aan het college.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college beslist binnen 4 weken na ontvangst van het advies van de
                            monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 12 weken na ontvangst
                            van de aanvraag.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het college kan de in het derde lid genoemde termijn van 12 weken met
                            ten hoogste 14 weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis
                            geeft binnen de in het derde lid genoemde termijn.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Indien het college niet voldoet aan het derde of vierde lid, wordt de
                            vergunning geacht te zijn verleend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking
                            gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend of van rechtswege
                            is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt op
                            grond van de Algemene wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten
                            werking totdat op het bezwaar is beslist.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Kerkelijk monument</titel>
          </kop>
          <al>Het college verleent met betrekking tot een kerkelijk monument geen
                        vergunning ingevolge de bepalingen van artikel 10 dan in overeenstemming met
                        de eigenaar, indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij
                        wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het
                        geding zijn.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Intrekken van de vergunning</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li>
              <li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in
                                    artikel 10 niet naleeft;</al></li>
              <li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                    zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                    zwaarder dient te wegen;</al></li>
              <li nr="d."><al>niet binnen [termijn] jaar van de vergunning gebruik wordt
                                    gemaakt.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de
                            monumentencommissie.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke
                            aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de
                            monumentencommissie.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen
                            acht weken na de datum van verzending van het afschrift.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de
                            monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Schadevergoeding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de weigering van het college een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 10 te verlenen;</al></li>
              <li nr="b."><al>voorschriften door het college verbonden aan een vergunning als
                                    bedoeld in artikel 10; schade lijdt of zal lijden, die
                                    redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te
                                    blijven, kent het college hem op zijn aanvraag een naar
                                    billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de
                            verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49
                            van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige
                            toepassing.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16</nr>
            <titel>Strafbepaling</titel>
          </kop>
          <al>Hij, die handelt in strijd met de artikelen 9 en 10 van deze verordening,
                        wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17</nr>
            <titel>Toezichthouders</titel>
          </kop>
          <al>1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester
                        aan te wijzen personen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke monumenten
                            treedt zij in werking op de eerste dag na het verstrijken van een
                            termijn van zes weken na bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De verordening, voor zover het betreft bepalingen over gemeentelijke
                            monumenten, vervalt op [datum].</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                            rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in
                            artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de raad van
                            [datum], voor zover het betreft bepalingen over beschermde
                            rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het derde lid toepassing
                            vindt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening
                            geregistreerde gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen te zijn
                            overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>De gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van de
                            ingevolge het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden geacht
                            geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                            verordening.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van
                            deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in het
                            tweede lid ingetrokken verordening.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Monumentenverordening 2006
                        Gemeente Rhenen'.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Vastgesteld in de openbare vergadering van 28 november 2006</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>de griffier,</ondertekening>
        <ondertekening>J.H. van Beem</ondertekening>
        <ondertekening>de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>A.C. Houtsma</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>