<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR75261_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening Terschelling 2000</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Terschellinger</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening Terschelling 2000</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de ruimtelijke Ordening, artikel 42</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 222</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-11-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>85/2000</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening Terschelling 2000</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente terschelling:</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        terschelling d.d. 2 november 2000, nummer 85/200;</al><al>Gelet op artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, artikel 222
                        Gemeentewet en gelet op de Alegemen Wet Bestuursrecht;</al><al>Besluit:</al><al>1. de onderdeel van dit besluit uitmakende "Exploitatieverordening
                        Terschelling 2000", waarin de voorwaarden zijn opgenomen waaronder de
                        gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden
                        , vast te stellen</al><al>2. de op 27 oktober 1970 door de raad vanstgestelde "exploitatieverodening
                        1970"in te trekken. Deze verordening vervalt met ingang van de
                        inwerkingtreding van de "Exploitatieverordening Terschelling 2000".</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene begripsbepalingen</titel></kop><al>a. In deze verordening wordt verstaan onder:afstand van de gronden aan
                            de gemeente: eigendomsoverdracht van gronden aan de gemeente.exploitant:
                            de eigenaar, erfpachter of rechthebbende wiens in het exploitatiegebied
                            gelegen onroerende zaak in exploitatie wordt gebracht;exploitatiegebied:
                            het als zodanig door de gemeenteraad aangewezen gebied, dat gebaat wordt
                            door de te treffen voorzieningen van openbaar nut;
                            exploitatie-overeenkomst: de overeenkomst, onder welke naam dan ook
                            gesloten, waarin de gemeente met de exploitant de voorwaarden
                            overeenkomt waaronder zij onroerende zaken in het exploitatiegebied in
                            exploitatie brengt of daaraan medewerking verleent;(medewerking verlenen
                            aan) in exploitatie brengen: het (medewerking verlenen aan het) treffen
                            van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende zaken die in het
                            exploitatiegebied liggen gebaat worden, dat wil zeggen geschikt of beter
                            geschikt voor bebouwing worden, dan wel anderszins in een voordeliger
                            positie komen te verkeren;(treffen van) voorzieningen van openbaar nut:
                            (het verrichten van) onder andere de in lid 2 vermelde werken en
                            werkzaamheden binnen een exploitatiegebied, alsmede het verrichten
                            daarvan buiten het exploitatiegebied voor zover deze werken direct dan
                            wel indirect profijt opleveren voor de binnen het exploitatiegebied
                            liggende onroerende zaken.</al><al>b. De volgende werken worden tenminste beschouwd als voorzieningen van
                            openbaar nut inde zin van deze verordening:het dempen van sloten en
                            verrichten van grondwerk met inbegrip van het egaliseren, ophogen en
                            afgraven van percelen;de aanleg, vernieuwing en wijziging van riolering,
                            met inbegrip van het realiseren van de daarbij behorende werken, alsmede
                            waterhuishoudkundige werken zoals drainage;het realiseren van alle weg-
                            en waterbouwkundige werken, waaronder wegen, parkeervoorzieningen,
                            pleinen, trottoirs, voet- en rijwielpaden, straatmeubilair, alsmede
                            waterpartijen, watergangen, drainages, bruggen, tunnels, viaducten en
                            alle andere rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende werken;
                            de aanleg van plantsoenen en andere groenvoorzienigen, waaronder
                            begrepen de aanleg en inrichting van openbare speelplaatsen en
                            speelweiden alsmede de sierende elementen welke rechtstreeks
                            voortvloeien uit een juiste uitvoering van een verzorgd
                            bestemmingsplan;de plaatsing van openbare verlichting, verkeers- en
                            andere borden, verkeersregelinstallaties en brandkranen met de nodige
                            aansluitingen; het verrichten van bodemonderzoek en -sanering van de
                            ondergrond van openbare voorzieningen, voor zover die niet op andere
                            wijze verhaald of gesubsidieerd kunnen worden;het treffen van
                            milieutechnisch en ecologisch noodzakelijke maatregelen en voorzieningen
                            ter uitvoering van een bestemmingsplan, waaronder geluidsvoorzieningen
                            en noodzakelijke verplaatsing van milieuhinderlijke bedrijven buiten het
                            exploitatiegebied;de verwerving van de ondergrond van openbare
                            voorzieningen;het slopen van opstallen op, in of boven de ondergrond van
                            voorzieningen vanopenbaar nut;alle overige werkzaamheden die
                            noodzakelijk zijn voor een doeltreffende aanleg van voorzieningen van
                            openbaar nut.c. Voorzieningen van openbaar nut worden door de gemeente
                            aangelegd, tenzij de aanleg behoort tot de taken van een ander
                            overheidslichaam, of de gemeenteraad uitdrukkelijk heeft ingestemd met
                            gehele of gedeeltelijke aanleg door de exploitant. De gemeenteraad neemt
                            geen besluit om aanleg door de exploitant toe te staan dan nadat
                            gebleken is, dat een kwalitatief goede uitvoering zowel feitelijk als
                            financieel is gewaarborgd, daartoe voldoende garantie is gesteld en ook
                            overigens geen zwaarwegende of beleidsmatige belemmeringen voor een
                            zodanige werkwijze bestaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kosten van exploitatie</titel></kop><al>Voor de berekening van kosten en de vaststelling van
                            exploitatiebijdragen, wordt onder kosten van in exploitatie brengen
                            begrepen:a. De inbrengwaarde van alle binnen het exploitatiegebied
                            gelegen gronden, bestaande uit:1. de waarde van de grond;2. de waarde
                            van de opstallen die voor de verwezenlijking van de bestemming niet
                            gehandhaafd kunnen worden;3. de kosten van het vrijmaken van de gronden
                            van opstallen;4. de kosten van verwijdering van zich in de grond
                            bevindende funderingen, leidingen, kabels e.d.5. de kosten van
                            schadevergoedingen en schadeloosstellingen en van het teniet doen gaan
                            van persoonlijke en zakelijke rechten en lasten.</al><al>b. De kosten van aanleg of uitvoering door de gemeente van de onder
                            artikel 1, lid bomschreven voorzieningen van openbaar nut binnen het
                            exploitatiegebied,</al><al>c. De kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten het
                            exploitatiegebiedinclusief de verwervingskosten voor de ondergrond, voor
                            zover de binnen hetexploitatiegebied liggende onroerende zaken door deze
                            voorzieningen direct dan welindirect gebaat zijn, waaronder
                            voorzieningen zoals bedoeld in artikel 1, lid b en artikel 2,sub a.d.
                            Alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het verlenen van
                            medewerking aanhet in exploitatie brengen van gronden, in ieder geval:1.
                            de kosten van planontwikkeling, planvoorbereiding, planbeheer en
                            plantoezicht; onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de in en
                            externe kosten verband houdende met het opstellen of vervaardigen van
                            structuurplannen, bestemmingsplannen, planmatige uitwerkingen of
                            -wijzigingen, besluiten tot het verlenen van vrijstelling van een
                            bestemmingsplan alsmede van overige planologische maatregelen voor zover
                            deze nodig zijn voor het in exploitatie brengen;2. de in- en externe
                            kosten verband houdende met onderzoeken, voorbereidingen en toezicht ten
                            behoeve van de voorzieningen van openbaar nut voor zover deze verband
                            houden met in exploitatie brengen van gronden binnen het
                            exploitatiegebied;3. de in- en externe kosten terzake van het sluiten
                            van exploitatie-overeenkomsten, alsmede de overige kosten van het
                            gemeentelijk apparaat, voor zover die rechtstreeks aan het in
                            exploitatie brengen van gronden kunnen worden toegerekend;4. de rente
                            van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met
                            renteopbrengsten;5. de kosten van tijdelijk beheer van de ondergrond van
                            openbare voorzieningen, zijnde de beheerkosten die ten gevolge van een
                            noodzakelijk actief verwervingsbeleid worden gemaakt en niet dan wel
                            niet geheel door middel van huur- of pachtopbrengsten worden gedekt;6.
                            overige kosten die in beginsel ten laste van de grondexploitatie behoren
                            te worden gebracht, waaronder de bij de gemeente bestendig gebruikelijke
                            omslagfondsen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>In exploitatie brengen op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vaststelling bekostigingsbesluit</titel></kop><al>a. Voordat met het treffen van voorzieningen van openbaar nut in een
                            exploitatiegebiedwordt begonnen, stelt de gemeenteraad een
                            bekostigingsbesluit voor dat exploitatiegebiedvast.b. Het
                            bekostigingsbesluit bevat de volgende wettelijke onderdelen:1. een
                            tekening van het gebied waarvoor het bekostigingsbesluit geldt, waarop
                            is aangeduid welke onroerende zaken gebaat zijn door de aanleg van
                            voorzieningen van openbaar nut;2. een aanduiding van de mate waarin de
                            kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van gronden, op de eigenaren, erfpachters of
                            gerechtigden van of op van de in het vorige lid bedoelde onroerende
                            zaken kunnen worden verhaald;en wordt daarnaast aangevuld met:3. een
                            omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren voorzieningen van
                            openbaar nut en daarmee verband houdende werkzaamheden;4. een
                            aankondiging dat de betrokken eigenaren binnen een genoemde termijn een
                            aanbod voor een exploitatie-overeenkomst zullen kunnen ontvangen;5. de
                            bepaling dat, in geval met een exploitant niet tot overeenstemming kan
                            worden gekomen over een exploitatie-overeenkomst, kostenverhaal zal
                            kunnen plaatsvinden door middel van heffing van baatbelasting of enige
                            daarvoor in de plaats komende belasting;6. een begroting van de ten
                            laste en ten gunste van de onroerende zaken in het exploitatiegebied
                            komende kosten en baten, die verband houden met het in exploitatie
                            brengen van grond. De baten bestaan uit:a. subsidies;b.
                            verkoopopbrengsten van gronden;c. bijdragen in de kosten van aanleg van
                            voorzieningen van openbaar nut,hetzij via overeenkomst hetzij via
                            baatbelasting;d. overige bijdragen.Van deze begroting maakt eveneens
                            deel uit de wijze van toerekening van de totale kosten en opbrengsten
                            aan de onroerende zaken in het exploitatiegebied, zoveel mogelijk naar
                            de mate van het profijt dat de onroerende zaken hebben van het
                            samenhangend geheel van voorzieningen van openbaar nut.c. Voor de
                            berekening van de in lid b. sub 6. bedoelde kosten wordt ervan uitgegaan
                            dat hetexploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie
                            kan worden gebracht.</al><al>d. In het bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de begroting later
                            door degemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting kan periodiek worden
                            bijgesteld indienloon- of prijswijzigingen of andere optredende
                            wijzigingen met betrekking tot het inexploitatie brengen van gronden
                            binnen het exploitatiegebied daartoe aanleiding geven.</al><al>e. Het bekostigingsbesluit wordt bekend gemaakt op de wijze zoals
                            bedoeld in artikel 139Gemeentewet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijze van toerekening naar mate van profijt</titel></kop><al>. Voor de toerekening van het profijt wordt uitgegaan van de gemiddelde
                            kosten per m2 van het kadastrale oppervlak van het exploitatiegebied, te
                            vermenigvuldigen met een factor voor ligging, een factor voor
                            toekomstige bestemming en een factor voor de objectieve
                            gebruiksmogelijkheid van de onroerende zaken waaraan het profijt wordt
                            toegerekend.b. Indien op deze wijze de verschillen in profijt van de van
                            gemeentewege getroffenvoorzieningen van openbaar nut niet voldoende tot
                            uitdrukking komen in de wijze van toerekening, geschiedt de toerekening
                            op basis van een nader door Burgemeester en Wethouders te bepalen
                            grondslag die beter uitdrukking geeft aan de aanwezige verschillen in
                            profijt </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><al>a. De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten, verband houdende met
                            het verlenen vanmedewerking aan het in exploitatie brengen van gronden,
                            het bedrag dat volgens de in hetbekostigingsbesluit uitgewerkte wijze,
                            rekening houdend met een eventuele periodiekebijstelling, aan zijn
                            onroerende zaak wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op
                            deafstand van de gronden bestemd voor de aanleg en/of aanpassing van
                            voorzieningen vanopenbaar nut vallende en de kosten van kadastrale
                            uitmeting, en verminderd met deinbrengwaarde van de bij de exploitant in
                            eigendom zijnde en voor exploitatie bedoeldegronden en van de gronden
                            die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van open-baar nut en
                            door exploitant aan de gemeente worden afgestaan.b. De waarde van de in
                            het eerste lid bedoelde grond die door de exploitant is ingebracht,wordt
                            door de gemeente en de exploitant gezamenlijk door middel van taxatie
                            vastgesteld.Indien hierover geen overeenstemming kan worden bereikt,
                            wordt deze waarde vastgestelddoor een commissie van drie deskundigen,
                            van wie één aan te wijzen door de gemeente,één door de exploitant en een
                            derde door de beide reeds aangewezen deskundigen of,indien zij het
                            daarover niet eens kunnen worden, door de ter zake bevoegde
                            kantonrechter.c. Indien de exploitant zelf conform artikel 6, lid c sub
                            5 voorzieningen van openbaar nutaanlegt, bestaat de exploitatiebijdrage
                            uit de bijdrage, zoals deze op grond van het eerstelid van dit artikel
                            wordt bepaald, verminderd met de kosten van de door exploitant uit
                            tevoeren werkzaamheden, voor zover deze kosten corresponderen met de
                            begroting vankosten zoals bedoeld in artikel 3, lid b, sub 6. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inhoud exploitatie-overeenkomst</titel></kop><al>Het verhaal van kosten verband houdende met het in exploitatie brengen
                            van grondenvindt plaats met inachtneming van de voorgaande artikelen.
                            Van de exploitatie-overee-nkomst wordt een akte opgemaakt die in ieder
                            geval notarieel verleden wordt indien deexploitatie-overeenkomst mede
                            een grondtransactie initieert.b. De gemeenteraad beslist pas tot het
                            aangaan van een exploitatie-overeenkomst nadat eenbekostigingsbesluit is
                            vastgesteld. De gemeenteraad kan delegatie aan het college
                            vanBurgemeester en Wethouders verlenen tot het aangaan van
                            exploitatie-overeenkomsten.c. De exploitatie-overeenkomst bevat
                            bepalingen over:1. de aard, omvang en kwaliteit van de door de gemeente
                            of exploitant aan te leggen voorzieningen van openbaar nut;2. het
                            tijdvak waarbinnen deze voorzieningen worden uitgevoerd;3. de ten laste
                            van de exploitant komende bijdrage alsmede een sluitende waarborg voor
                            tijdige betaling daarvan;4. in voorkomende gevallen de afstand van
                            gronden aan de gemeente, voor zover die gronden zijn bestemd voor de
                            aanleg of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut, en in deze
                            gevallen het verrichten van onderzoek naar bodemverontreiniging op
                            kosten van de exploitant;5. in gevallen waarbij de gemeenteraad besluit
                            de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door de gemeente aan te
                            leggen voorzieningen van openbaar nut aan de exploitant op te dragen: de
                            opdracht of aanlegverplichting en sluitende waarborgen voor tijdige en
                            kwalitatief goede uitvoering en voor de nakoming van de
                            financiëleverplichtingen van de exploitant;6. een betalingsregeling;7.
                            in voorkomende gevallen een taakverdeling;8. in voorkomende gevallen een
                            regeling voor gewijzigde omstandigheden, wanprestatie, aansprakelijkheid
                            en faillissement;9. in voorkomende gevallen een verklaring als bedoeld
                            in artikel 10. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>: In exploitatie brengen op aanvraag van de exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Indiening aanvraag voor medewerking</titel></kop><al>a. Een belanghebbende kan bij burgemeester en wethouders een aanvraag
                            indienen voormedewerking aan het in exploitatie brengen van gronden.b.
                            Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op
                            aanvraag vanexploitant in bouwexploitatie brengen van gronden krachtens
                            een exploitatie-overeenkomst.c. Bij de aanvraag dient in ieder geval te
                            worden gevoegd:1. een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                            brengen onroerende zaken;2. gegevens, waaruit blijkt dat de
                            belanghebbende de eigendom van of het erfpachtsrecht op de in
                            exploitatie te brengen onroerende zaken heeft verkregen of kan
                            verkrijgen;3. gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                            (bouw)werkzaamheden;4. gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende
                            financieel in staat is tot exploitatie over te gaan en de benodigde
                            zekerheden te stellen.</al><al>d. Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                            bouwvergunning,eventueel in combinatie met een aanvraag voor
                            vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij ingeval van verlening van de
                            vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewegevoorzieningen van
                            openbaar nut moeten worden getroffen, wordt hiervan zo spoedigmogelijk,
                            doch in ieder geval voor de beslissing op de aanvraag mededeling gedaan
                            aan deaanvrager. Daarbij zal een zo nauwkeurig mogelijke raming van de
                            voor rekening van deexploitant komende kosten, verband houdende met het
                            in exploitatie brengen van gronden,worden verstrekt. Tevens zal daarbij
                            aan de aanvrager de gelegenheid worden gegeven tothet indienen van een
                            aanvraag voor medewerking.e. Burgemeester en wethouders reageren op de
                            aanvraag om medewerking, hetzij met eenweigering op grond van artikel 8,
                            hetzij met een aanhouding op grond van artikel 9, hetzijmet de
                            aanbieding van een concept-overeenkomst, binnen 24 weken na de dag
                            waarop deaanvraag is ontvangen. De bepalingen in hoofdstuk 2 van deze
                            verordening zijn vanovereenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigeringsgronden voor een exploitatie-overeenkomst</titel></kop><al>De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft onder
                            meer niet te worden verleend indien:a. de in exploitatie te brengen
                            grond is gelegen in een gebied waarvoor geenbestemmingsplan geldt;b. de
                            door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de daartoe
                            benodigdevoorzieningen van openbaar nut zouden leiden tot strijd met het
                            bestemmingsplan, deWoningwet of strijd met andere wet- of regelgeving;c.
                            het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                            bestemmingsplan,anderszins zou leiden tot strijd met belangen van een
                            doeltreffende uitbreiding vanbebouwing of herinrichting;d. het in
                            bouwexploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot ten laste
                            van degemeente blijvende kosten van voorzieningen van openbaar nut of
                            tot bezwaren ten aanzien van het doeltreffend voorzien in
                            watervoorziening, openbare verlichting, riolering en andere
                            voorzieningen van openbaar nut;e. de exploitant niet bereid of in staat
                            is om sluitende waarborgen te stellen voor tijdige enkwalitatief goede
                            uitvoering cq. nakoming van zijn feitelijke en de financiële
                            verplichtingen;f. exploitant geen afstand wil doen van gronden ten
                            behoeve van aanleg van voorzieningenvan openbaar nut;g. exploitant de
                            ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet wil onderzoeken op
                            deaanwezigheid van bodemverontreiniging dan wei de bodem niet wil
                            saneren wanneer datnoodzakelijk is;h. de exploitant niet bereid is de
                            voorzieningen van openbaar nut door de gemeente te latenaanleggen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanhouding aanvraag</titel></kop><al>De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden:a. indien de procedure
                            tot goedkeuring of herziening van het bestemmingsplan dat vantoepassing
                            is nog niet is afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van
                            dat be-stemmingsplan of de herziening daarvan;b. ingeval voorzienbaar is
                            dat de in artikel 8 genoemde belemmeringen op korte termijn zullenkunnen
                            worden weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen
                            zijnweggenomen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><al>In een gebied waarvoor een bekostigingsbesluit is genomen, zal, indien
                            de exploitant een exploitatie-overeenkomst aangaat, in de overeenkomst
                            worden bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering van de in deze
                            overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen aanvullend
                            kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de betreffende
                            onroerende zaak zal plaatsvinden</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorzieningen van ondergeschikt belang</titel></kop><al>De artikelen 3, 5 en 6 lid a en b van deze verordening zijn niet van
                            toepassing voor voorzieningen van openbaar nut van ondergeschikt belang,
                            zoals een uitweg op de openbare weg of een aansluiting op het openbare
                            riool. In dergelijke gevallen besluit de gemeenteraad onder welke
                            voorwaarden deze voorzieningen van openbaar nut door of met medewerking
                            van de gemeente zullen worden aangelegd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Ten aanzien van exploitatiegebieden waarvoor geldt dat op het moment van
                            inwerkingtreding van deze verordening een bekostingsbesluit is genomen,
                            een exploitatie-overeenkomst is afgesloten of de voorzieningen van
                            openbaar nut reeds in uitvoering zijn, vinden de bepalingen van deze
                            verordening voor dat exploitatiegebied, voor zover nodig, op een aan die
                            situatie aangepaste wijze toepassing. In ieder geval stelt de
                            gemeenteraad een begroting van kosten en opbrengsten als bedoeld in
                            artikel 3, lid b sub 6, vast, en wordt deze begroting bekend gemaakt
                            zoals bedoeld in artikel 139 van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag, volgende op de dag waarop
                            de bekendmaking van de verordening heeft plaatsgevonden.</al><al>Op dat zelfde tijdstip vervalt de "Exploitatieverordening 1970",
                            vastgesteld bij besluit van de Raad van 27 oktober 1970. De^verordening
                            wordt bekend gemaakt nadat Gedeputeerde Staten de verordening hebben
                            goedgekeurd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Exploitatieverordening
                            Terschelling 2000".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Terschelling , 21 november 2000,</al><al>De raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Secretaris,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>TOELICHTING OP DE 'EXPLOITATIEVERORDENING TERSCHELLING 2000'</titel></kop><al>Algemeen:</al><al>In het kader van de gemeentelijke grondpolitiek zullen regels moeten worden
                    gesteld inzake het verhaal van kosten van de aanleg van voorzieningen van
                    openbaar nut. Het kostenverhaal van de aanleg van deze voorzieningen kan op drie
                    verschillende wijzen plaatsvinden.</al><al>Allereerst, en dat verdient de voorkeur, kan dat via de gronduitgifte. In dat
                    geval worden de kosten doorberekend in de uitgifteprijs. Er is dan sprake van
                    actieve grondpolitiek: de gemeente koopt grond, maakt deze bouwrijp en geeft
                    weer uit.Het kan echter zijn dat de gemeente geen eigenaar is van de te
                    exploiteren grond en deze ook niet kan verwerven, bij voorbeeld omdat de
                    eigenaar zelf bereid en in staat is de toekomstige bestemming te realiseren. In
                    dat geval is de tweede mogelijkheid aan de orde, kostenverhaal via een
                    exploitatiebijdrage die wordt vastgelegd in een exploitatie-overeenkomst.
                    Krachtens artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening moet elke
                    exploitatie-overeenkomst in overeenstemming zijn met hetgeen daartoe is
                    vastgelegd in de gemeentelijke exploitatieverordening.De derde mogelijkheid om
                    kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut te plegen is via baatbelasting
                    op grond van artikel 222 van de Gemeentewet.Met name met het oog op de tweede
                    wijze van kostenverhaal, maar ook ziende op de derde wijze, worden in de
                    'Exploitatieverordening Terschelling 2000' regels gesteld. Deze verordening
                    voldoet aan de eisen die door artikel 222 GemW, artikel 42 WRO en de AWB worden
                    gesteld.Uit de jurisprudentie blijkt, dat een exploitatieverordening moet worden
                    gezien als een stelsel van algemene voorwaarden behorende bij een
                    exploitatie-overeenkomst. In de verordening zijn echter ook aanwijzingen
                    opgenomen die noodzakelijk zijn om de mogelijkheid van heffing van baatbelasting
                    te waarborgen, met name gaat het daarbij om de vorm van het
                    bekostigingsbesluit.In de exploitatieverordening zijn de volgende uitgangspunten
                    verwerkt:1. Duidelijkheid omtrent de voorzieningen van openbaar nut waarvan de
                    kosten worden verhaald, waarbij met name met het milieu-aspect rekening is
                    gehouden.2. Indien binnen een bestemmingsplan niet alle gronden door de gemeente
                    kunnen worden verworven, moet het verhaal van de kosten van aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut op andere wijze worden zeker gesteld. Alle
                    betrokkenen hebben er recht op vooraf te weten op welke wijze de gemeente dat
                    zal doen.Daartoe wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 222 van de
                    Gemeentewet, zoals dat sinds 1 januari 1995 geldt, een bekostigingsbesluit
                    genomen, voordat wordt gestart met de aanleg van de te bekostigen voorzieningen.
                    Indien niet tijdig een bekostigingsbesluit is genomen, kan geen baatbelasting
                    worden opgelegd. Het kostenverhaalsbesluit bevat naast de wettelijke eisen ook
                    enkele beleidsmatige elementen. Met name wordt daarin aangegeven hoe de relatie
                    ligt tussen kostenverhaal op basis van de exploitatieverordening en op basis van
                    baatbelasting. In de verordening is daartoe de systematiek van baattoerekening
                    aangepast op en gerelateerd aan de fiscale verhaalsmethode.3. Een
                    exploitatie-overeenkomst kan, in tegenstelling tot hetgeen in de oude
                    verordening hetgeval was, nu ook op initiatief van de gemeente worden gesloten.
                    Vanwege het onder 2.genoemde beleidsmatige uitgangspunt zal het ook veelal de
                    gemeente zijn die het initiatiefneemt. Uiteraard kan een
                    exploitatie-overeenkomst ook worden gesloten op aanvraag vande exploitant.De
                    exploitatieverordening is opgebouwd uit 14 artikelen:</al><al>In artikel 1 worden allereerst de begripsbepalingen gegeven en wordt verder
                    aangegeven welke werken tenminste worden beschouwd als voorzieningen van
                    openbaar nut in de zin van deze verordening.De verordening is alleen van
                    toepassing, als medewerking wordt verleend aan het in exploitatie brengen van
                    gronden die niet in eigendom zijn van de gemeente. De daartoe opgenomen
                    definitie strookt met de terminologie die ook de wetgever hanteert in artikel
                    222 GemW. Onder deze definitie vallen ook gebouwde onroerende zaken. In
                    tegenstelling tot de oude verordening wordt de aanleg van
                    rioolwaterzuiveringsinstallatie niet meer beschouwd als een voorziening van
                    openbaar nut. Dat is uitdrukkelijk wel het geval met de milieutechnische en
                    ecologische maatregelen die ten behoeve van het plan moeten worden genomen.</al><al>In artikel 2 wordt aangegeven wat wordt begrepen onder de kosten van in
                    exploitatie brengen. Dat betreft zowel de kosten van voorzieningen binnen als
                    van voorzieningen buiten het plan. De laatste worden wel aangeduid als kosten
                    van bovenwijkse voorzieningen. Indien dat wenselijk wordt geacht, kunnen de
                    kosten voor bovenwijkse voorzieningen worden doorberekend via een fondsopslag,
                    maar dat vereist wel een beleidsmatige onderbouwing daarvan, alsmede een
                    consequente toepassing van dat beleid. Dat houdt in dat de opslag ook wordt
                    toegepast binnen exploitaties van gebieden waarin alle grond in handen van de
                    gemeente is. De beleidsmatige onderbouwing kan plaatsvinden bij de vaststelling
                    van het structuurplan of op basis van een afzonderlijke beleidsnota, liefst
                    vastgesteld overeenkomstig de regels in de toekomstige derde tranche van de AWB,
                    dat wil zeggen algemeen kenbaar en goed onderbouwd. In principe legt de gemeente
                    de openbare voorzieningen zelf aan. In deze bepaling is ook een garantie
                    opgenomen voor de kwaliteit en de financiële borging ingeval de exploitant zelf
                    de openbare voorzieningen aanlegt. Overigens ontbreekt dit laatste element in de
                    modelverordening van de VNG, maar wordt dat wel in andere modellen gehanteerd.
                    In de praktijk is gebleken, dan deze bepaling een goed bruikbaar extra
                    instrument biedt.In artikel 3 is bepaald dat de gemeente een bekostigingsbesluit
                    zal vaststellen voor het betreffende gebied. Dat is noodzakelijk, omdat pas in
                    de loop van het ontwikkelingsproces van een bestemmingsplan duidelijk wordt in
                    hoeverre de grond door de gemeente kan worden verworven en in hoeverre met
                    particuliere eigenaren tot overeenstemming rond een exploitatie-overeenkomst kan
                    worden gekomen. Zonder bekostigingsbesluit, genomen voordat de eerste feitelijke
                    handelingen voor de aanleg plaatsvinden, kan geen baatbelasting worden geheven
                    volgens artikel 222 Gemeentewet.Het is van het uiterste belang dat binnen de
                    grenzen van de bijbehorende tekening alle in de toekomst gebate percelen zijn
                    betrokken. Is het gebied te groot, dan kan dat bij het maken van een
                    baatbelastingverordening worden gecorrigeerd. Het gebaat zijn wordt vastgesteld
                    op de in een eventueel te maken baatbelastingverordening vast te stellen
                    peildatum.Ter vergroting van de rechtszekerheid wordt het bekostigingsbesluit
                    voorzien van enkele elementen die niet door de wet worden geëist, zoals enkele
                    beleidsaanwijzingen, een aanduiding van de voorzieningen die zullen worden
                    getroffen en een kostenbegroting, die periodiek kan worden bijgesteld. De
                    toerekening van kosten aan gebate percelen vindt plaats overeenkomstig de
                    begroting van kosten en opbrengsten en naar mate van de baat die een perceel
                    geniet van de aan te leggen voorzieningen.</al><al>Verder wordt het beleid van de gemeente bij het nemen van het
                    bekostigingsbesluit vastgelegd: allereerst trachten zelf te verwerven, in
                    gevallen waarin dat niet lukt trachten exploitatieovereenkomsten tot stand te
                    brengen en tenslotte, als er percelen overblijven die wel gebaat zijn door de
                    voorzieningen, maar anders geen bijdrage zouden leveren in de kosten, het
                    opleggen van baatbelasting.In de loop van het ontwikkelingsproces van het plan
                    zal duidelijk worden of er na gereedkoming van de aanleg van de voorzieningen
                    van openbaar nut een baatbelastingverordening moet worden vastgesteld. Daarvoor
                    is twee jaar de tijd vanaf de datum van gereedkomen van de voorzieningen.In
                    artikel 4 is aangegeven met welke eenheid wordt gerekend om te komen tot een
                    verantwoorde omslag van de baat over de gebate percelen. Die rekeneenheid is een
                    omslag naar m2, gecorrigeerd naar ligging, toekomstige bestemming en objectieve
                    gebruiksmogelijkheid. In geval er op deze wijze geen billijke omslag kan worden
                    vastgesteld biedt de bepaling de mogelijkheid om dat op andere wijze te doen.In
                    artikel 5 is de berekeningswijze aangegeven van de exploitatiebijdrage die de
                    exploitant krachtens de exploitatie-overeenkomst zal moeten betalen. In geval
                    strijd ontstaat over de toepassing van deze aanwijzing kan een commissie van
                    deskundigen uitkomst bieden. Een bijzondere regeling is van toepassing voor het
                    geval de exploitant zelf de voorzieningen aanlegt.De in artikel 6 ten tonele
                    gevoerde exploitatie-overeenkomst berust uiteraard op wilsovereenstemming. Noch
                    de exploitant, noch de gemeente kan worden gedwongen om een dergelijke
                    overeenkomst te sluiten. Komt een overeenkomst tot stand, dan dient die in
                    overeenstemming te zijn met de exploitatieverordening en de daartoe met name
                    gegeven elementen te bevatten.Artikel 7 bevat de voorwaarden waaraan een
                    exploitant moet voldoen die zelf een aanvraag indient tot het sluiten van een
                    exploitatie-overeenkomst.In de oude verordening was een aanvraag een
                    bestaansvoorwaarde voor het sluiten van een exploitatie-overeenkomst. In de
                    praktijk werden overeenkomsten gesloten zonder dat een dergelijke aanvraag
                    aanwezig was, hetgeen aanleiding gegeven heeft tot veel jurisprudentie, waarbij
                    overwegend de gemeenten in het ongelijk werden gesteld. In de nieuwe verordening
                    is de aanvraag geen noodzaak meer.</al><al>De weigeringsgronden staan in artikel 8, maar zijn niet uitputtend aangegeven.
                    De rechtszekerheid vereist echter bij weigering een goede motivatie. De
                    weigeringsgronden moeten worden gezien als een ondersteuning bij die
                    motiveringseis. Als medewerking aan het sluiten van een exploitatieovereenkomst
                    wordt geweigerd, kan ook geen medewerking worden verleend aan het treffen van
                    voorzieningen van openbaar nut binnen het eigendomsgebied van de
                    exploitant.</al><al>Artikel 9 geeft nog twee mogelijkheden om de beslissing aan te houden.</al><al>In artikel 10 wordt voldaan aan de eis van de wet, dat geen baatbelasting mag
                    worden geheven, als er sprake is van kostenverhaal op andere wijze, via de
                    gronduitgifte of een exploitatieovereenkomst. Een betrokkene kan dus nooit twee
                    keer een bijdrage betalen.In artikel 11 staat een afwijkingsmogelijkheid voor
                    gevallen waarin sprake is van de aanleg van voorzieningen van ondergeschikt
                    belang.</al><al>De overgangs- en slotbepalingen spreken voor zich. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>