<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR75232_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente Hardinxveld-Giessendam 2000</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hardinxveld-Giessendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-08-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hardinxveld-Giessendam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Hardinxveld-Giessendam 2000</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/geldigheidsdatum_22-12-2010">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/geldigheidsdatum_22-12-2010">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0020449/geldigheidsdatum_22-12-2010">Wet op de ruimtelijke ordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-09-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-11-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Exploitatieverordening gemeente Hardinxveld-Giessendam 2000
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam;</al>
          <al>gezien het voorstel van
                        burgemeester en wethouders, nr. 2955;</al>
          <al>mede gezien het advies van de commissie
                        voor financiën, eigendommen, sport en recreatie;</al>
          <al>gelet op de Gemeentewet, de
                        Algemene wet bestuursrecht en artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke
                        ordening;</al>
          <al>b e s l u i t</al>
          <al>vast te stellen de volgende Verordening, houdende de
                        voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in
                        exploitatie brengen van gronden (Exploitatieverordening)</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Deze verordening verstaat onder:a. medewerking verlenen aan het in
                                exploitatie brengen van gronden: het door of met medewerking van de
                                gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in
                                het exploitatiegebied gelegen onroerende zaken gebaat worden;b.
                                exploitatiegebied: een als zodanig aangewezen gebied, waarbinnen de
                                onroerende zaken zijn gelegen die gebaat worden door de
                                voorzieningen van openbaar nut die door of met medewerking van de
                                gemeente worden getroffen;c. exploitant: de eigenaar of
                                rechthebbende van een in het exploitatiegebied gelegen onroerende
                                zaak welke als gevolg van het door of met medewerking van de
                                gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt gebaat;d.
                                kostenbegroting: begroting van kosten en opbrengsten op basis
                                waarvan de door een exploitant verschuldigde exploitatiebijdrage
                                wordt vastgesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>De gemeenteraad kan gebieden aanwijzen die als exploitatiegebied
                                zullen gelden.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel>
            </kop>
            <al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende
                            zaken worden gebaat, worden gerekend:1. De aanleg binnen een
                            exploitatiegebied van de hieronder vermelde werken en werkzaamheden:a.
                            het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken met inbegrip van
                            het egaliseren, ophogen en afgraven;b. riolering met inbegrip van
                            bijbehorende werken;c. wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs,
                            voet- en rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen, tunnels en
                            andere rechtstreeks met de aanleg van deze voorzieningen van openbaar
                            nut en kunstwerken verband houdende werken;d. plantsoenen en andere
                            groenvoorzieningen, waaronder begrepen de aanleg en de inrichting van
                            openbare speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende elementen die
                            rechtstreeks voortvloeien uit een juiste uitvoering van een verzorgd
                            bestemmingsplan;e. openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                            aansluitingen;f. het verrichten van bodemonderzoek en -sanering,
                            voorzover het de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut betreft
                            en voorzover de daarmee verband houdende kosten niet op andere wijze
                            kunnen worden verhaald;g. het treffen van milieutechnisch noodzakelijke
                            maatregelen en voorzieningen van openbaar nut ter uitvoering van een
                            bestemmingsplan;h. alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
                            een doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar nut.2. De aanleg
                            van de onder 1. vermelde werken en werkzaamheden buiten het
                            exploitatiegebied, voorzover de binnen het exploitatiegebied liggende
                            onroerende zaken hierdoor direct danwel indirect worden gebaat.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester
                                en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de
                                door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering
                                is gewaarborgd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                                artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Vaststelling kostenverhaalsbesluit</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door de gemeenteraad een
                                kostenverhaalsbesluit vastgesteld, waarin wordt aangegeven op welke
                                wijze en tot welke omvang de aan die voorzieningen verbonden kosten
                                zullen worden verhaald. Het besluit wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat in ieder geval de
                                volgende onderdelen:a. aanduiding van het exploitatiegebied en
                                aanwijzing van de daarin gelegen en gebate onroerende zaken;b.
                                omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren voorzieningen van
                                openbaar nut;c. een kostenbegroting verband houdende met de
                                uitvoering van de onder b. genoemde voorzieningen van openbaar nut,
                                zoals bedoeld in artikel 5. In afwijking van het bepaalde in de
                                vorige volzin kan in het besluit zoals bedoeld in het eerste lid,
                                worden bepaald dat de kostenbegroting op een later tijdstip wordt
                                vastgesteld. Het besluit tot vaststelling van de kostenbegroting
                                wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 van de
                                Gemeentewet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, voor wat betreft
                                de door de gemeente in eigendom verkregen in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken, het verhaal van kosten zoveel mogelijk
                                plaatsvindt via de gronduitgifte.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>In het kostenverhaalsbesluit wordt aangegeven dat, voor wat betreft
                                de niet door de gemeente in eigendom verkregen en in het
                                exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken, het verhaal van
                                kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een overeenkomst zoals
                                bedoeld in artikel 7 van deze verordening.Tevens wordt bepaald dat,
                                ingeval op enigerlei wijze niet kan worden gekomen tot het aangaan
                                van een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7 van deze
                                verordening, het kostenverhaal in daarvoor in aanmerking komende
                                gevallen kan plaatsvinden door middel van de vaststelling van een
                                baatbelasting.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>De kostenbegroting</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>De kostenbegroting bevat in elk geval de volgende gegevens: 1. Een
                                raming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                                exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten, te weten:a.
                                de inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied gelegen
                                gronden, zijnde de waarde van de grond vermeerderd met de waarde van
                                de opstallen die voor de verwezenlijking van de bestemming niet
                                gehandhaafd kunnen worden, en met de kosten van vrijmaken van
                                opstallen – met inbegrip van de zich in de grond bevindende resten,
                                zoals funderingen, leidingen en kabels – persoonlijke rechten en
                                lasten, eigendom, bezit of beperkt recht, zakelijk lasten alsmede de
                                kosten van schadevergoedingen;b. de kosten van planontwikkeling,
                                -voorbereiding en -beheer en toezicht. Onder deze kosten wordt ten
                                minste verstaan: de kosten verband houdende met het opstellen van
                                structuur- en bestemmingsplannen, het opstellen van planmatige
                                uitwerkingen of wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het
                                verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van
                                overige planologische maatregelen voor zoveel deze nodig zijn voor
                                het in exploitatie brengen van gronden binnen het
                                exploitatiegebied;c. de kosten van de in artikel 2 genoemde
                                voorzieningen van openbaar nut, voorzover deze verband houden met
                                het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                gronden binnen het exploitatiegebied, alsmede de daarmee verband
                                houdende kosten van onderzoeken, voorbereiding, en toezicht;d. de
                                kosten van het gemeentelijk apparaat, voorzover dit rechtstreeks aan
                                het in exploitatie brengen van gronden kan worden toegerekend;e. de
                                rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten verminderd met
                                renteopbrengsten;f. overige kosten die in beginsel ten laste van de
                                grondexploitatie behoren te worden gebracht. 2. Een raming van de
                                met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                gronden verband houdende opbrengsten, bestaande uit:a.
                                doelsubsidies;b. verkoop van gronden;c. bijdragen in de kosten van
                                aanleg van voorzieningen van openbaar nut, hetzij via overeenkomst
                                hetzij via baatbelasting;d. overige bijdragen. 3. De wijze van
                                toerekening van de totale onder sub 1. en 2. van dit artikellid
                                bedoelde kosten en opbrengsten aan de onroerende zaken in het
                                exploitatiegebied naar de mate van de baat die de onroerende zaken
                                hebben van het samenhangend geheel van voorzieningen van openbaar
                                nut zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening.De mate van baat
                                wordt aangeduid met inachtneming van hetgeen hieromtrent in artikel
                                6 is bepaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan uitgegaan dat
                                het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie
                                zal worden gebracht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of prijswijzigingen
                                danwel andere optredende wijzigingen met betrekking tot het in
                                exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
                                aanleiding geven om de kostenbegroting te herzien. Het besluit tot
                                herziening van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                                artikel 139 van de Gemeentewet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>Het bepaalde in het eerste lid, onder 1, sub a. is niet van
                                toepassing ten aanzien van de binnen een exploitatiegebied gelegen
                                en gebate gronden die als gevolg van de voorzieningen van openbaar
                                nut niet geschikt worden voor bebouwing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5</lidnr>
              <al>Naast het bepaalde in het vierde lid wordt de raming van de in het
                                eerste lid, onder 1, sub a. bedoelde inbrengwaarde van de gronden
                                beperkt tot de gronden die zijn bestemd voor het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut, ingeval er sprake is van een
                                exploitatiegebied waarvoor geldt dat de voorzieningen van openbaar
                                nut niet in hoofdzaak gericht zijn op het geschikt maken voor
                                bebouwing van onroerende zaken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Grondslag voor toerekening baat</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt het
                                gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m² grondoppervlakte.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Onder de grondoppervlakte zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                                verstaan de kadastrale oppervlakte van de gebate onroerende zaken,
                                waar mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                                geprojecteerde kavels (bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor
                                ligging en bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin de
                                baat van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar
                                nut tot uitdrukking komt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>Ingeval de toerekening op basis van m² grondoppervlakte onvoldoende
                                uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen
                                verschillen in toerekening van baat, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader door burgemeester en wethouders te bepalen
                                grondslag die voorziet in de aanwezige verschillen in baat.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, voor wat betreft de in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de gemeente,
                                indien dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen met de
                                exploitant, plaats op basis van een exploitatieovereenkomst. Van de
                                exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien het afstand
                                doen van gronden, zoals bedoeld in het derde lid onder d., onderdeel
                                uitmaakt van de overeenkomst, wordt hiervan een notariële akte
                                opgemaakt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>De gemeenteraad besluit tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst na vaststelling van een kostenbegroting
                                zoals bedoeld in artikel 5.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>De overeenkomst zoals bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder
                                geval bepalingen omtrent:a. de aard en de omvang van de door de
                                gemeente te treffen voorzieningen van openbaar nut;b. het tijdvak
                                waarbinnen de onder a. genoemde voorzieningen zullen worden
                                uitgevoerd;c. de ten laste van de exploitant komende bijdrage,
                                vastgesteld volgens de artikelen 5 en 6;d. in voorkomende gevallen
                                het afstand doen van gronden aan de gemeente, voorzover die gronden
                                zijn bestemd voor de aanleg c.q. aanpassing van voorzieningen van
                                openbaar nut.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid, kan in
                                de exploitatieovereenkomst, onverminderd het gestelde in het derde
                                lid, worden bepaald dat:a. ten behoeve van de door exploitant uit te
                                voeren werken een aannemingsovereenkomst wordt gesloten, waarbij de
                                gemeente als opdrachtgever en de exploitant als aannemer wordt
                                aangemerkt, en de directievoering en het toezicht op de door de
                                exploitant uit te voeren werken geschieden door of vanwege de
                                gemeente;b. de aanneemsom in de onder a. genoemde overeenkomst wordt
                                vastgesteld op een pro-formabedrag van f 10,00 (€ 4,54), zulks met
                                inachtneming van hetgeen in artikel 8, derde lid is bepaald.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                                kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens de
                                in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak
                                wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de in
                                artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten
                                van kadastrale uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde zoals
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub 1., onder a. van de bij de
                                exploitant in eigendom zijnde of door exploitant in eigendom te
                                verkrijgen gebate gronden, en van de gronden die zijn bestemd voor
                                het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant
                                aan de gemeente worden afgestaan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond, zoals bedoeld
                                in het eerste lid, wordt door de gemeente in overeenstemming met de
                                exploitant op basis van taxatie vastgesteld. Bij het ontbreken van
                                overeenstemming wordt de waarde van de gronden vastgesteld door een
                                commissie van drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de
                                gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds
                                aangewezen deskundigen.Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde
                                deskundige geen overeenstemming verkregen, dan maken de aangewezen
                                deskundigen tezamen dit bekend aan de opdrachtgevers, waarna de
                                meest gerede partij, onder bekendmaking aan de wederpartij, de
                                kantonrechter in het kanton waartoe de gemeente behoort, kan
                                verzoeken deze deskundige te benoemen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan artikel 3,
                                tweede lid, de ten laste van de exploitant komende bijdrage als
                                volgt bepaald:a. de bijdrage zoals deze op grond van de in de
                                artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                                toegerekend, wordt vermeerderd met de kosten op de afstand van de in
                                artikel 7, derde lid, sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten
                                van kadastrale uitmeting;b. de onder a. genoemde bijdrage wordt
                                verminderd met: 1. de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak
                                van exploitant behorende gronden. Het bepaalde in het tweede lid van
                                dit artikel is van overeenkomstige toepassing; 2. het in de
                                kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten zoals bedoeld in artikel
                                5, eerste lid, sub 1, onder b. tot en met f., voorzover de
                                uitvoering van de daarmee verband houdende werken en werkzaamheden
                                voor risico en rekening komt van de exploitant.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>Indien het bepaalde in artikel 5, vierde en/of vijfde lid toepassing
                                heeft verkregen, wordt de ten laste van de exploitant komende
                                bijdrage bepaald op de voet van lid 1 en 3 van dit artikel, met dien
                                verstande dat de in het eerste lid en derde lid onder b., sub 1.
                                bedoelde vermindering beperkt is tot de inbrengwaarde van de gronden
                                die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                                en door de exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>Exploitatie op verzoek van de exploitant</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>De aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Een belanghebbende kan de gemeenteraad verzoeken tot het verlenen
                                van medewerking met betrekking tot het in exploitatie brengen van
                                gronden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:a. een
                                nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen onroerende
                                zaken;b. gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom
                                van de in exploitatie te brengen onroerende zaken heeft verkregen of
                                kan verkrijgen;c. gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                (bouw)werkzaamheden;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen, waarbij
                                in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van
                                gemeentewege voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in artikel
                                2 van deze verordening moeten worden getroffen, wordt dit vóór de
                                beslissing op de aanvraag bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij
                                wordt een zo nauwkeurig mogelijke raming van de kosten van de in
                                artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut verstrekt. Tevens
                                wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld een aanvraag in te
                                dienen bij de gemeenteraad voor medewerking met betrekking tot het
                                in exploitatie brengen van gronden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>De gemeenteraad beslist binnen zes maanden na ontvangst van de
                                aanvraag.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Beslissing op de aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>De gemeenteraad verleent slechts medewerking aan het op verzoek van
                                exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een
                                overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien:a. de in
                                exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied waarvoor
                                een bestemmingsplan geldt;b. de door exploitant aangegeven
                                (bouw)werkzaamheden zouden leiden tot strijd met de Woningwet;c. het
                                treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel overeenkomstig
                                een bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen
                                van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing en/of
                                herinrichting;d. het in exploitatie brengen van grond anderszins tot
                                grote kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het
                                doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare verlichting,
                                riolering, etc.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden:a. ingeval
                                de procedure tot goedkeuring van een van toepassing zijnd
                                bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is afgerond, tot vier
                                weken na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan of de
                                herziening daarvan;b. ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede
                                lid genoemde belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen
                                worden weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                weggenomen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende
                                zaak, voor welke werken in het daarbij behorende exploitatiegebied
                                reeds een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is
                                genomen, maken burgemeester en wethouders dit aan de exploitant
                                bekend.Naast de hiervoor genoemde bekendmaking wordt aan exploitant
                                tevens een ontwerpovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7,
                                aangeboden.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>IV</nr>
            <titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalsinstrumenten</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Relatie baatbelasting</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in
                                artikel 4 is genomen, zal, indien een exploitant een overeenkomst
                                zoals bedoeld in artikel 7 aangaat, in de overeenkomst worden
                                bepaald dat met betrekking tot de uitvoering van de in deze
                                overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut geen aanvullend
                                kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                                desbetreffende onroerende zaak zal plaatsvinden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is opgenomen, niet
                                bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde overeenkomst,
                                maken burgemeester en wethouders aan exploitant bekend dat het
                                kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van een baatbelasting,
                                zulks overeenkomstig de bepalingen als opgenomen in het
                                kostenverhaalsbesluit.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Relatie andere overeenkomsten</titel>
            </kop>
            <al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die naast het
                            kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van het in
                            exploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat, dan vindt de
                            vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst totstandgekomen
                            exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen van openbaar nut
                            plaats op basis van het gestelde in deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Relatie gemeentelijke bouwgrondexploitatie</titel>
            </kop>
            <al>De bepalingen van deze verordening vinden, voorzover mogelijk,
                            overeenkomstige toepassing bij de kostprijsberekening van de door de
                            gemeente in exploitatie te brengen gronden.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>V</nr>
            <titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Uitvoering verordening</titel>
            </kop>
            <al>De gemeenteraad kan de uitoefening van zijn bevoegdheden, met
                            uitzondering van de vaststelling van het in artikel 4 genoemde
                            kostenverhaalsbesluit, overdragen aan het college van burgemeester en
                            wethouders. De gemeenteraad kan met betrekking tot de over te dragen
                            bevoegdheden beleidsregels vaststellen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Overgangsbepalingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening met het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut is aangevangen, deze voorzieningen
                                niet geheel zijn voltooid en waarvoor geen kostenverhaalsbesluit of
                                afzonderlijke kostenbegroting is vastgesteld, vinden de bepalingen
                                van deze verordening voor dat exploitatiegebied, voorzover nodig, op
                                een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In elk geval geldt
                                daarbij dat, indien binnen dat exploitatiegebied wordt gekomen tot
                                een exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7, de
                                vaststelling van de daarin op te nemen financiële bijdrage geschiedt
                                op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                                kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5. Het besluit tot
                                vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening een
                                kostenverhaalsbesluit of afzonderlijke kostenbegroting is
                                vastgesteld, blijft de ”Exploitatieverordening gemeente
                                Hardinxveld-Giessendam 1993” van toepassing tot twee jaren nadat de
                                ten behoeve van dat exploitatiegebied getroffen en/of te treffen
                                voorzieningen van openbaar nut geheel zijn voltooid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>Ten aanzien van een voor de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening ontvangen aanvraag tot het verlenen van medewerking aan
                                het in exploitatie brengen van gronden, waarop voor de datum van
                                inwerkingtreding van deze verordening niet is beslist, blijft de
                                ”Exploitatieverordening gemeente Hardinxveld-Giessendam” van
                                toepassing tot op de aanvraag is beslist, met dien verstande dat,
                                indien tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt
                                besloten, laatstgenoemde verordening van toepassing blijft tot twee
                                jaren nadat de te treffen voorzieningen van openbaar nut geheel zijn
                                voltooid.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand
                                volgende op die waarin de bekendmaking ingevolge artikel 139 van de
                                Gemeentewet heeft plaatsgevonden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de “Exploitatieverordening
                                Hardinxveld-Giessendam 1993” zoals vastgesteld bij raadsbesluit van
                                3 maart 1993, met dien verstande dat zij van toepassing blijft voor
                                de gevallen zoals bedoeld in artikel 15, tweede en derde lid.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Exploitatieverordening
                            gemeente Hardinxveld-Giessendam 2000”.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <nr>1</nr>
          <titel>op de exploitatieverordening gemeente Hardinxveld-Giessendam</titel>
        </kop>
        <al/>
        <al>
          <vet>Algemeen</vet>Steeds meer wordt de gemeente geconfronteerd met het
                    niet-volledig uit kunnen voeren van actieve grondpolitiek. Dit houdt in dat
                    naast de door de gemeente te verwerven gronden, die vervolgens bouwrijp worden
                    gemaakt en tenslotte worden uitgegeven, steeds meer particuliere initiatieven
                    tot grondexploitatie ontstaan.In dergelijke situaties, waarbij zowel
                    gemeentelijke als particuliere grondexploitatie plaatsvindt, is de gemeente
                    verantwoordelijk voor de aanleg van de benodigde infrastructurele werken zoals
                    wegen, straten, riolering, etc.Door middel van de actieve grondpolitiek worden
                    deze kosten doorberekend aan de netto-uitgeefbare bouwterreinen. In geval van
                    particuliere grondexploitatie is een dergelijke doorberekening niet mogelijk,
                    simpelweg vanwege het feit dat de grond niet in eigendom is van de gemeente.Toch
                    is het uit een oogpunt van gelijkheid en rechtszekerheid rechtvaardig dat ook
                    particuliere grondexploitanten een (financiële) bijdrage leveren in de kosten
                    van de eerdergenoemde voorzieningen. Deze bijdrage wordt dan bepaald op basis
                    van de baat die deze (bouw)gron¬den hebben bij de aanleg van genoemde werken.In
                    artikel 42 WRO is bepaald dat de gemeenteraad een verordening behoort vast te
                    stellen die de voorwaarden bevat waaronder de gemeente medewerking verleent aan
                    het in exploitatie brengen van gronden. Deze verordening wordt
                    ‘Exploitatieverordening’ genoemd.De verordening is gebaseerd op de volgende
                    uitgangspunten:a. Voorafgaande aan de realisatie van een bestemmingsplan moet
                    duidelijkheid ontstaan omtrent de risico’s die verbonden zijn aan het
                    niet-volledig kunnen verwerven van de desbetreffende gronden. Aan de hand van
                    deze risico’s zal door middel van een raadsbesluit moeten worden vastgesteld of,
                    en zo ja op welke wijze, kostenverhaal zal plaatsvinden. Op deze wijze ontstaat
                    vooraf duidelijkheid voor alle betrokkenen.Deze werkwijze sluit aan bij de op 26
                    juli 1991 in werking getreden wijziging van de gemeentewet-oud, i.c. de
                    wijziging van de bouwgrond- en baatbelasting (Stb. 394). In deze wet wordt het
                    nemen van een bekostigingsbesluit voordat wordt aangevangen met de voorzieningen
                    van openbaar nut, verplicht gesteld. Deze verplichting is eveneens van
                    toepassing op de baat- en bouwgrondbelasting, zoals opgenomen in de artikelen
                    221 respectievelijk 222 van de Gemeentewet zoals deze gold tot 1 januari 1995.
                    Tenslotte is de vaststelling van een bekostigingsbesluit ook van toepassing op
                    de baatbelasting (nieuwe stijl), die in de Gemeentewet is opgenomen ter
                    vervanging van de voorheen geldende baat- en bouwgrondbelasting (zie artikel 222
                    van de Gemeentewet zoals dat luidt per 1 januari 1995). Het opnemen van een
                    kostenverhaalsbesluit in de exploitatieverordening verduidelijkt dan ook de
                    samenhang tussen het kostenverhaal via exploitatieovereenkomst enerzijds en het
                    verhaal op basis van een baatbelasting anderzijds.b. Op basis van het onder a.
                    genoemde uitgangspunt wordt de wijze van toerekening van baat via de methoden
                    van exploitatieovereenkomst en baatbelasting zo veel mogelijk op elkaar
                    afgestemd. Dit betekent, dat de in de exploitatieverordening opgenomen
                    systematiek van baattoerekening is aangepast op een gerelateerd aan de fiscale
                    verhaalsmethode.c. Het onder a. genoemde uitgangspunt brengt met zich mee dat de
                    exploitatieovereenkomst zowel op initiatief van de gemeente als op basis van een
                    verzoek van exploitant kan worden aangegaan.Gelet op de thans opgenomen
                    werkwijze zal een aanvraag tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst in de
                    regel alleen nog voorkomen in situaties waarbij incidentele voorzieningen moeten
                    worden getroffen, vaak speciaal ten behoeve van exploitant. In de meeste overige
                    gevallen zal immers steeds sprake zijn van de werking van een
                    kostenverhaalsbesluit.d. De opsomming van de verschillende voorzieningen van
                    openbaar nut is uitgebreid met die werken welke als gevolg van onder meer de
                    milieuwetgeving vaak noodzakelijk zijn ten behoeve van de uitvoering van een
                    bestemmingsplan.Tenslotte wordt opgemerkt dat de verordening is aangepast aan de
                    gevolgen van de invoering van de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht
                    per 1 januari 1998.<vet>Hieronder volgt een artikelsgewijze
                    toelichting.</vet>Afdeling I: Algemene bepalingenArtikel 1. BegripsbepalingenDe
                    exploitatieverordening is van toepassing indien medewerking wordt verleend aan
                    het in exploitatie brengen van gronden. Hieronder wordt verstaan: het van
                    gemeentewege treffen van voorzieningen van openbaar nut, waardoor een onroerende
                    zaak wordt gebaat.Met deze definitie wordt aangesloten bij de definitie van de
                    baatbelasting. Dit betekent, dat ook in gevallen waarbij voorzieningen worden
                    getroffen waardoor een reeds bebouwde onroerende zaak wordt gebaat, het sluiten
                    van een exploitatieovereenkomst mogelijk is.In het tweede lid is bepaald dat de
                    gemeenteraad gebieden kan aanwijzen die als een ‘exploitatiegebied’ zullen
                    gelden. Hiermee wordt het bijvoorbeeld mogelijk onroerende zaken die in het
                    kader van de stads- en dorpsvernieuwing binnen de bebouwde kom worden
                    heringericht, etc. in voorkomende gevallen onder de werking van deze verordening
                    te laten vallen.Artikel 2. Voorzieningen van openbaar nutIn de omschrijving van
                    de voorzieningen van openbaar nut is, gelet op de vigerende jurisprudentie, de
                    aanleg van rioolwaterzuiveringsinstallaties niet opgenomen. Dergelijke
                    inrichtingen worden – vanwege het doel van deze werken – niet gerekend tot die
                    werken welke nodig zijn voor het in exploitatie brengen van gronden.Als
                    voorzieningen van openbaar nut worden verder aangemerkt het uitvoeren van
                    bodemonderzoek en -sanering, voorzover dit betrekking heeft op de ondergrond van
                    voorzieningen van openbaar nut en voorzover de daarmee verband houdende kosten
                    niet op een andere wijze kunnen worden verhaald. Hierbij moet met name worden
                    gedacht aan het verhaal van kosten bodemsanering, zoals onder meer is bepaald in
                    de Wet bodembescherming.Ingeval kostenverhaal op derden echter niet (geheel)
                    mogelijk is, is het redelijk om de ten laste van de gemeente blijvende
                    nettokosten te verhalen via een gemeentelijke en particuliere
                    grondexploitatie.Dit geldt ook voor de maatregelen die op basis van de vigerende
                    milieuwetgeving nodig zijn voor de realisatie van bestemmingsplannen. Gedacht
                    moet worden aan het treffen van geluidwerende voorzieningen, maar ook aan het
                    verwijderen van bedrijvigheid die stankoverlast of andersoortige hinder
                    veroorzaakt.Ten slotte is aangegeven dat ook werken die als zogenaamde
                    ‘bovenwijkse voorzieningen’ worden beschouwd, kunnen worden aangemerkt als
                    voorzieningen van openbaar nut, voorzover deze werken direct danwel indirect
                    baat opleveren voor de in het exploitatiegebied liggende onroerende zaken.De
                    kosten van bovenwijkse voorzieningen worden in de regel via een fondsopslag in
                    de kostprijs verwerkt. Het is daarbij van belang dat een dergelijke omslag van
                    kosten steeds op een juiste wijze beleidsmatig wordt onderbouwd. Dit kan, indien
                    de gemeente beschikt over een structuurplan, reeds geschieden bij de
                    vaststelling van het structuurplan. De beleidsmatige onderbouwing kan echter
                    zonder bezwaren tevens plaatsvinden op basis van een beleidsnota, waarbij de
                    toerekening van de kosten van bovenwijkse voorzieningen over de diverse
                    toekomstige en eventuele bestaande bestemmingsplannen wordt onderbouwd.Afdeling
                    II: Exploitatie op initiatief van de gemeenteArtikel 3. Uitvoering van
                    voorzieningen van openbaar nutHoewel het sluiten van een exploitatieovereenkomst
                    nimmer zal kunnen en mogen worden afgedwongen, wordt in dit artikel bepaald dat
                    de eerdergenoemde voorzieningen van openbaar nut alleen door of met medewerking
                    van de gemeente kunnen worden aangelegd. Het primaat met betrekking tot de
                    aanleg van voorzieningen van openbaar nut ligt derhalve bij de gemeente.In
                    sommige gevallen zal een particuliere exploitant in staat en bereid kunnen zijn
                    tot het zelfstandig treffen van dergelijke voorzieningen van openbaar nut op de
                    gronden die in eigendom zijn van de exploitant.Aangezien het daarbij steeds gaat
                    om openbare voorzieningen, zal deze particuliere uitvoering alleen dan mogelijk
                    zijn, indien garanties aanwezig zijn omtrent met name de kwaliteit van de
                    uitvoering. De door de gemeente te stellen kwaliteitseisen zullen overeen moeten
                    komen met die eisen welke zij zichzelf steeds stelt bij de aanleg van dergelijke
                    voorzieningen. Wel zijn garanties nodig in de vorm van tijdige uitvoering,
                    kwaliteitseisen, garantieregeling in geval van wanprestatie, overdracht van
                    voorzieningen van openbaar nut aan gemeente, etc. Dergelijke aanvullende eisen
                    zijn opgenomen in artikel 7, vierde lid van deze verordening.De uitvoering van
                    openbare voorzieningen door de exploitant zal niet betekenen dat geen financiële
                    bijdrage aan de gemeente is verschuldigd. Ook indien wordt gekomen tot het zelf
                    uitvoeren van bepaalde werken, is het redelijk dat alsnog een financiële
                    bijdrage wordt verleend in de kosten van onder meer planvoorbereiding, ambtelijk
                    apparaat, bovenwijkse voorzieningen alsmede in de (extra) kosten van
                    voorbereiding en toezicht. In het derde lid van dit artikel alsmede in artikel
                    8, derde lid is hiervoor een regeling opgenomen.Artikel 4. Vaststelling
                    kostenverhaalsbesluitKostenverhaal bij bouwgrondexploitatie is in de meeste
                    gevallen aan de orde bij de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan. In de
                    meeste gevallen gaat de gemeente ervan uit alle gronden in een dergelijk plan te
                    zullen verwerven. Deze gronden zullen vervolgens bouwrijp worden gemaakt en
                    worden uitgegeven.Steeds meer wordt, vaak pas lopende de realisatie van een
                    bestemmingsplan, duidelijk dat niet alle gronden in eigendom zullen kunnen
                    worden verkregen.Ter voorkoming van problemen met betrekking tot het kunnen
                    uitvoeren van kostenverhaal (bijv. voorzieningen zijn reeds twee jaar geleden
                    getroffen) alsmede in belang der rechtszekerheid is de bepaling opgenomen dat
                    voordat met de uitvoering van werken wordt begonnen, door de gemeenteraad wordt
                    bepaald volgens welke strategie de te maken kosten worden verhaald.Daarbij wordt
                    aangegeven via een kostenbegroting welke voorzieningen worden getroffen alsmede
                    wat de omvang zal zijn van het gebied dat door deze voorzieningen zal worden
                    gebaat. In sommige gevallen kan dit baatgebied afwijken van het gebied zoals dat
                    is bepaald via de gangbare exploitatieopzet.Belangrijk bij het nemen van een
                    kostenverhaalsbesluit is de strategie die toegepast zal gaan worden bij het
                    verhaal van kosten. Uitgangspunt zal daarbij blijven dat de gemeente de voorkeur
                    uitspreekt voor het zelf aankopen en vervolgens uitgeven van deze gronden. Mocht
                    dit niet lukken, dan zullen de particuliere exploitanten in eerste instantie een
                    exploitatieovereenkomst voorgelegd krijgen, waarmee op basis van
                    wilsovereenstemming tot kostenverhaal kan worden gekomen.Mocht men hiertoe niet
                    bereid zijn, dan zal in het besluit worden aangegeven dat aanvullend
                    kostenverhaal via baatbelasting kan plaatsvinden. Onder baatbelasting wordt in
                    deze verordening verstaan: de baatbelasting (nieuwe stijl) die ter vervanging
                    van de tot 1 januari 1995 geldende baat- en bouwgrondbelasting de in de
                    Gemeentewet is opgenomen (zie artikel 222 van de Gemeentewet zoals dat luidt na
                    de inwerkingtreding van de Invoeringswet van de wet materiële
                    belastingbepalingen Gemeentewet (Stb. 1994, 420)). Hiermee zal dan tevens zijn
                    voldaan aan de in artikel 222 Gemeentewet opgenomen verplichting tot het
                    vaststellen van een bekostigingsbesluit.Het kostenverhaalsbesluit wordt
                    bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 Gemeentewet.Op grond van artikel 2, sub
                    c. maakt de kostenbegroting onderdeel uit van het kostenverhaalsbesluit. In de
                    praktijk is het niet in alle gevallen mogelijk de begrotingscijfers ten tijde
                    van de vaststelling van het kostenverhaalsbesluit geheel gereed te hebben. Om
                    deze reden is onder c. bepaald dat de kostenbegroting ook later kan worden
                    vastgesteld. In dat geval dient de kostenbegroting nog afzonderlijk te worden
                    bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet.Artikel 5. De
                    kostenbegrotingIn de kostenbegroting zijn de kosten en opbrengsten verband
                    houdende met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van
                    gronden opgenomen. Benadrukt is dat er een directe relatie aanwezig dient te
                    zijn tussen de verschillende kosten- en opbrengstelementen en het
                    exploitatiegebied. Gezien de diversiteit van de werken en werkzaamheden is het
                    niet mogelijk een limitatieve opsomming van de met de medewerking verband
                    houdende kosten te geven. Dit zal van geval tot geval kunnen verschillen. De
                    wijze van toerekening zal plaatsvinden op basis van de baat die alle in het
                    exploitatiegebied opgenomen onroerende zaken zullen hebben van de te treffen
                    voorzieningen van openbaar nut. Dit geldt derhalve zowel voor de gronden die
                    bestemd zijn voor gemeentelijke gronduitgifte, als de gronden die bestemd zijn
                    voor particuliere exploitatie. De mate van baat kan daarbij onderling variëren
                    als gevolg van verschillen in ligging, bestemming en objectieve
                    gebruiksmogelijkheid van de desbetreffende onroerende zaak. Het uitgangspunt bij
                    de opstelling van de kostenbegroting zal steeds zijn, dat het totale gebied door
                    de gemeente in exploitatie zal worden gebracht. Hiermee wordt de afstemming
                    bereikt met de uitgangspunten die zijn neergelegd in de gemeentelijke
                    exploitatieopzet. Belangrijk zal daarbij zijn of de laatstgenoemde
                    exploitatieopzet voldoende rekening heeft gehouden met de verschillen in baat
                    tussen de gebate onroerende zaken. Wij verwijzen hierbij naar het gestelde in
                    artikel 13 van de verordening.Opgemerkt wordt dat de in artikel 5 opgenomen
                    eisen gelden voor zowel een kostenbegroting behorende bij een
                    kostenverhaalsbesluit, als een begroting die naar aanleiding van een aanvraag om
                    medewerking (gebaseerd op afdeling III van de Exploitatieverordening) wordt
                    vastgesteld.Uitgangspunt voor de opstelling van de kostenbegroting is dat de
                    inbrengwaarde van alle gebate onroerende zaken en de gronden bestemd voor de
                    aanleg van voorzieningen van openbaar nut, in de kostenbegroting wordt
                    opgenomen. Deze inbrengwaarde kan daarmee ook betrekking hebben op onroerende
                    zaken die wel door de voorzieningen gebaat worden maar niet als gevolg van die
                    voorzieningen geschikt worden voor bebouwing. Hierbij kan bijvoorbeeld worden
                    gedacht aan bestaande te handhaven bebouwing binnen een exploitatiegebied.Op
                    grond van het gestelde in het vierde lid wordt bereikt dat de inbrengwaarde van
                    deze gronden niet in de kostenbegroting behoeft te worden opgenomen.De
                    aanduiding ‘geschikt worden voor bebouwing’ is afkomstig van de tot 1 januari
                    1995 geldende bouwgrondbelasting en maakte onderdeel uit van de drie voor deze
                    belastingen bestaande rechtsgronden (nl. het geschikt worden voor bebouwing, het
                    beter geschikt worden voor bebouwing alsmede het in een voordeligere positie
                    komen te verkeren van onroerende zaken als gevolg van de te treffen
                    voorzieningen).Naast de toepassing in de grondexploitatie is de
                    Exploitatieverordening eveneens van toepassing op het verhaal van kosten van
                    baatopleverende voorzieningen die geen onderdeel uitmaken van de
                    grondexploitatie. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om de herinrichting van
                    centrumgebieden of de aanleg van riolering in het buitengebied. In het vijfde
                    lid is bepaald dat de inbrengwaarde van de gebate objecten niet in de
                    kostenbegroting behoeft te worden opgenomen, indien de te treffen voorzieningen
                    in hoofdzaak niet gericht zijn op het geschikt maken voor bebouwing van
                    onroerende zaken. Wel is het mogelijk de inbrengwaarde van de tot voorzieningen
                    van openbaar nut bestemde gronden in de begroting op te nemen.De toepassing van
                    het vierde en vijfde lid kan met zich meebrengen dat de in de beide artikelleden
                    beschreven situaties zich gelijktijdig kunnen voordoen. Dit zal het geval zijn,
                    indien er sprake is van bijvoorbeeld de aanleg van niet tot de grondexploitatie
                    behorende voorzieningen voor onder meer bestaande bebouwing.Artikel 6. Grondslag
                    voor toerekening baatOm de aansluiting te verkrijgen met de systematiek van
                    vaststelling van de kostprijs bij gronduitgifte is gekozen voor de rekeneenheid
                    van de vierkante meter grondoppervlakte van de gebate onroerende zaken (zowel
                    bebouwd als onbebouwd). Met toepassing van lig¬gings-, bestemmings- en
                    gebruiksfactoren is het mogelijk in nagenoeg alle gevallen te komen tot een
                    verantwoorde baatomslag ter bepaling van de omvang van de
                    exploitatiebij¬drage.Ingeval de grondoppervlaktemethode in bepaalde gevallen
                    niet tegemoet komt aan de aanwezige baatverschillen, biedt de verordening de
                    mogelijkheid tot vaststelling van een afwijkende grondslag.Artikel 7. Inhoud
                    exploitatieovereenkomstIn dit artikel wordt ervan uitgegaan, dat in navolging
                    van het reeds genomen kostenverhaalsbesluit, het sluiten van een
                    exploitatieovereenkomst als eerste en centrale methode van kostenverhaal is aan
                    te merken.Wij willen duidelijk benadrukken dat het sluiten van een
                    exploitatieovereenkomst – evenals iedere andere overeenkomst – is gebaseerd op
                    wilsovereenstemming. Dit betekent, dat een exploitant niet kan worden verplicht
                    tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst. De bevoegdheid tot het aangaan
                    van een exploitatieovereenkomst ligt bij de gemeenteraad.Hoewel de
                    kostenbegroting later kan worden vastgesteld, dient in alle gevallen de in een
                    overeenkomst opgenomen exploitatiebijdrage te worden vastgesteld op basis van de
                    kostenbegroting. Om deze reden is in artikel 7, tweede lid bepaald dat de
                    gemeenteraad pas kan besluiten tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst,
                    nadat de desbetreffende kostenbegroting is vastgesteld.Gezien het bepaalde in
                    artikel 10, eerste lid van de Exploitatieverordening geldt deze voorwaarde ook
                    ingeval de overeenkomst tot stand komt op basis van een aanvraag.Indien wordt
                    overgegaan tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst, bevat artikel 7 een
                    aantal voorwaarden waaraan deze overeenkomst in alle gevallen moet voldoen.
                    Naast de vaststelling van een financiële bijdrage is in voorkomende gevallen de
                    bepaling opgenomen dat gronden die bestemd zijn als ondergrond voor
                    voorzieningen van openbaar nut, via deze overeenkomst worden afgestaan aan de
                    gemeente. In de situatie dat er sprake is van een overdracht van gronden, is in
                    het eerste lid de bepaling opgenomen dat van de overeenkomst een notariële akte
                    wordt opgemaakt.In het vierde lid zijn aanvullende bepalingen opgenomen, die
                    kunnen worden toegepast indien de werken geheel of gedeeltelijk worden
                    uitgevoerd door de particuliere exploitant.Artikel 8. Vaststelling
                    exploitatiebijdrageEssentieel bij de vaststelling van de financiële bijdrage is
                    het feit dat overeenkomstig artikel 5, tweede lid de kostentoerekening is
                    opgesteld, met het uitgangspunt dat het totale exploitatiegebied door de
                    gemeente in zijn geheel in exploitatie zal worden gebracht.Dit betekent, dat in
                    de kostenbegroting gerekend wordt met een gemiddelde prijs van de inbrengwaarde
                    van alle gronden (ook die van de particuliere eigenaren). Op deze wijze komt een
                    gemiddelde kostprijs tot stand, die daarna – waar nodig – zal worden
                    gecorrigeerd voor verschillen in ligging, etc.Het zal duidelijk zijn dat de
                    particuliere exploitant op deze prijs de waarde van de hem toebehorende gronden
                    (zowel ten behoeve van de exploitatie als ten behoeve van de aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut) in mindering zal mogen brengen. Omdat deze
                    vermindering kan afwijken van de eerdergenoemde gemiddelde grondinbrengprijs, is
                    een regeling nodig voor bindende vaststelling van deze inbrengwaarde.In het
                    derde lid is bepaald op welke wijze de financiële bijdrage wordt vastgesteld,
                    indien de exploitant overgaat tot het geheel of gedeeltelijk zelf uitvoeren van
                    voorzieningen van openbaar nut. In een dergelijke situatie blijft de financiële
                    bijdrage in de regel beperkt tot de kosten die de gemeente maakt of zal maken in
                    verband met de planuitvoering, -voorbereiding en -toezicht, maar ook met
                    betrekking tot voorzieningen die voor het totale plan gelden danwel een
                    bovenwijks karakter hebben. De omslag van deze voor rekening van de gemeente
                    blijvende kosten vindt plaats overeenkomstig de in artikel 5 en 6 beschreven
                    methode, onder verrekening van de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak
                    van exploitant behorende gronden. Daarnaast vindt een vermindering plaats van de
                    daarin opgenomen kosten voor voorzieningen, voorzover deze voorzieningen door de
                    exploitant worden gerealiseerd.Als gevolg van de het bepaalde in artikel 5,
                    vierde en vijfde lid dient de wijze van berekening van de exploitatiebijdrage in
                    die situaties dienovereenkomstig te worden aangepast. Aan artikel 8 is een
                    vierde lid toegevoegd, waarin is bepaald dat, indien de in artikel 5, vierde
                    en/of vijfde lid beschreven situatie toepassing heeft verkregen, de wijze van
                    berekening van de bijdrage wordt gehandhaafd, met dien verstande dat de
                    correctie van de inbrengwaarde is beperkt tot de gronden die bestemd zijn voor
                    het treffen van voorzieningen en door de exploitant aan de gemeente in eigendom
                    worden afgestaan.Afdeling III: Exploitatie op verzoek van exploitantArtikel 9.
                    De aanvraagNaast het door de gemeente zelf treffen van voorzieningen van
                    openbaar nut kan het voorkomen dat een particuliere exploitant de gemeente
                    verzoekt tot het treffen van voorzieningen. Vaak zullen dit dan incidentele op
                    zichzelf staande voorzieningen zijn, die specifiek betrekking hebben op de
                    onroerende zaak van een of enkele exploitanten.Gedacht moet hierbij bijvoorbeeld
                    worden aan de situatie waarin een tuincentrum de gemeente verzoekt op basis van
                    artikel 19 WRO mee te werken aan de uitbreiding van de winkelruimte door middel
                    van een wijziging van een bestemmingsplan. In dergelijke gevallen kan het
                    voorkomen dat van gemeentewege wordt gewezen op de noodzaak van uitbreiding van
                    parkeergelegenheid en bijvoorbeeld de aanleg van een in- en uitvoegstrook vanaf
                    de openbare weg. Dergelijke voorzieningen kunnen onder de werking van afdeling
                    III van deze verordening worden gebracht.In het derde lid van dit artikel is de
                    bepaling opgenomen dat, indien een aanvraag voor een bouwvergunning (eventueel
                    gecombineerd met een verzoek om vrijstelling ex artikel 19 WRO) wordt ingediend
                    waarbij in geval van verlenen van een vrijstelling c.q. bouwvergunning van
                    gemeentewege voorzieningen van openbaar nut moeten worden uitgevoerd, dit
                    voordat over de bouwaanvraag wordt beslist, aan de aanvrager bekend wordt
                    gemaakt.De aanvrager zal daarbij een raming ontvangen van de door de gemeente te
                    maken kosten. Aan de hand van deze gegevens is aanvrager in staat voorafgaand
                    aan de beslissing over de bouwaanvraag, een financiële afweging te maken van de
                    aan deze exploitatie verbonden kosten. De aanvrager wordt op dat moment in staat
                    gesteld alsnog een aanvraag in te dienen tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst.Artikel 10. Beslissing op de aanvraagAangegeven is dat
                    de medewerking tot het treffen van voorzieningen alleen kan worden verleend door
                    middel van het sluiten van een overeenkomst op basis van artikel 7 van de
                    verordening.Daarnaast is een viertal facultatieve gronden opgenomen, waaronder
                    de medewerking kan worden geweigerd. Tevens is een mogelijkheid tot aanhouding
                    van de aanvraag opgenomen in gevallen waarin de procedure van de
                    vaststelling/goedkeuring van een onderliggend bestemmingsplan nog niet is
                    afgerond.Tenslotte is de bepaling opgenomen, dat, ingeval een aanvraag is
                    ontvangen voor een gebied waarvoor reeds een kostenverhaalsbesluit is genomen
                    door de gemeenteraad, laatstgenoemd besluit aan de exploitant bekend wordt
                    gemaakt.Deze bekendmaking zal mede inhouden, dat de gemeenteraad reeds eerder
                    heeft aangegeven dat de onderhavige onroerende zaak wordt gebaat door het
                    treffen van voorzieningen van openbaar nut en het om die reden gerechtvaardigd
                    is dienaangaande kostenverhaal toe te passen. Derhalve zou ook zonder het
                    insturen van een aanvraag de gemeente reeds op eigen initiatief zijn gekomen met
                    een exploitatieovereenkomst.Een en ander betekent, dat de reeds voorgenomen
                    aanbieding van een ontwerpexploitatieovereenkomst direct kan
                    plaatsvinden.Afdeling IV: Relatie gronduitgifte en andere
                    kostenverhaalsinstrumentenArtikel 11. Relatie baatbelastingIn het eerste lid
                    wordt uit een oogpunt van rechtszekerheid aangegeven, dat in een te sluiten
                    exploitatieovereenkomst de bepaling wordt opgenomen dat met betrekking tot de
                    uitvoering van die werken geen aanvullend fiscaal verhaal zal plaatsvinden. Een
                    dergelijke bepaling is niet in strijd met de Grondwet (i.c. privilegeverbod bij
                    belastingen), omdat de wijze van toerekening via exploitatieovereenkomst
                    overeenstemt met de wijze van toerekening bij een eventueel toe te passen
                    fiscaal verhaal.Aan de andere kant is het uit een oogpunt van rechtszekerheid
                    gewenst dat, indien een exploitant niet bereid is tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst, hem wordt medegedeeld dat overeenkomstig het eerder
                    genomen kostenverhaalsbesluit door de gemeenteraad over kan worden gegaan tot
                    het instellen van een baatbelasting.Artikel 12. Relatie andere
                    overeenkomstenSteeds meer komt het voor dat door de gemeente overeenkomsten
                    worden gesloten met meerdere marktpartijen tot samenwerking in een bepaald
                    project. We spreken dan van een publiek-private samenwerking (PPS).Dergelijke
                    overeenkomsten omvatten naast elementen van kostenverhaal van voorzieningen van
                    openbaar nut vaak nog totaal andere elementen. Ter voorkoming van onnodig
                    complexe contracten worden deze elementen vaak alle tezamen in één overeenkomst
                    opgenomen.In dit artikel is bepaald dat het sluiten van dergelijke
                    overeenkomsten geen bezwaar behoeft op te leveren, mits de vaststelling van de
                    door exploitant verschuldigde exploitatiebijdrage maar geschiedt op basis van
                    het gestelde in deze exploitatieverordening.Artikel 13. Relatie gemeentelijke
                    bouwgrondexploitatieOp basis van dit artikel wordt aangegeven dat de wijze van
                    toerekening van de kosten van voorzieningen van openbaar nut, zoals opgenomen in
                    deze verordening, zo veel mogelijk zal worden toegepast bij de
                    kostprijsberekening bij gemeentelijke gronduitgifte. In beginsel is de methodiek
                    van ‘baattoerekening’ zoals beschreven in de artikelen 5 en 6 van de
                    verordening, te onderscheiden van de methodiek van berekening van de
                    gronduitgifteprijzen, indien wordt overgegaan tot gemeentelijke
                    grondexploitatie. Uit een oogpunt van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid is het
                    van uitermate groot belang, dat het verhaal van kosten via de gemeentelijke
                    gronduitgifte is afgestemd op het niveau van kostenverhaal via toepassing van de
                    exploitatieverordening c.q. via een baatbelasting.Dit betekent niet, dat de
                    gronduitgifteprijs gelijk behoeft te zijn aan de brutofinanciële bijdrage zoals
                    bepaald in artikel 8 van de verordening.Laatstgenoemde prijs is naast de hoogte
                    van de kostprijs afhankelijk van de economische marktsituatie, aanwezige
                    concurrentieverschillen, etc.Afdeling V: Overgangs- en slotbepalingenArtikel 14.
                    Uitvoering verordeningDe bevoegdheid tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst, ongeacht of dit geschiedt op initiatief van de gemeente
                    of van de exploitant, berust in beginsel bij de gemeenteraad. Via dit artikel
                    wordt de mogelijkheid geboden deze bevoegdheid over te dragen aan Burgemeester
                    en Wethouders.Een uitzondering wordt daarbij gemaakt voor de vaststelling van
                    het kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4 van de verordening. De
                    besluitvorming met betrekking tot de te voeren grond- en kostenverhaalsstrategie
                    behoort bij uitstek toe aan het beleidsbepalende orgaan i.c. de gemeenteraad.
                    Daarnaast moet erop worden gewezen dat het kostenverhaalsbesluit tevens de
                    functie vervult van het zogenoemde ‘bekostigingsbesluit’ als voorwaarde voor de
                    invoering van een baatbelasting. De bevoegdheid tot vaststelling van het
                    bekostigingsbesluit is op grond van de wettelijke bepalingen voorbehouden aan de
                    gemeenteraad.Bepaald is dat de gemeenteraad terzake de over te dragen
                    bevoegdheden beleidsregels kan vaststellen.Artikel 15. OvergangsbepalingenDe
                    overgangsbepaling in het eerste lid is bedoeld voor die situaties waarbij op het
                    moment van inwerkingtreding van de exploitatieverordening reeds een aanvang is
                    gemaakt met de uitvoering van voorzieningen van openbaar nut. Artikel 4 gaat
                    ervan uit dat het nemen van een kostenverhaalsbesluit moet plaatsvinden voordat
                    met de aanleg van voorzieningen van openbaar nut wordt aangevangen.Bepaald is
                    dat de verordening ook van toepassing is in exploitatiegebieden waarin op de
                    datum van inwerkingtreding de te treffen voorzieningen van openbaar nut niet
                    zijn voltooid, en voor welke gebieden geen kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld
                    in artikel 4 is genomen. Hetzelfde geldt voor exploitatiegebieden waarvoor geen
                    kostenverhaalsbesluit maar, indien de voorheen geldende exploitatieverordening
                    daarin voorzag, een afzonderlijke kostenbegroting (op grond van het in de
                    voorheen geldende verordening opgenomen overgangsrecht) is vastgesteld.De
                    toepassing van de bepaling in het eerste lid zal bijvoorbeeld aan de orde zijn
                    in exploitatiegebieden ten behoeve waarvan vóór de datum van inwerkingtreding
                    van de verordening een bekostigingsbesluit (zoals bedoeld in artikel 222 van de
                    Gemeentewet) ten behoeve van een mogelijk in te stellen baatbelasting is
                    vastgesteld.Daarnaast voorziet de bepaling in het eerste lid erin, dat de
                    verordening ook kan worden toegepast voor in uitvoering zijnde
                    exploitatiegebieden waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van de
                    verordening niet reeds een bekostigingsbesluit was vastgesteld.Om in dergelijke
                    situaties (bij het ontbreken van een kostenverhaalsbesluit of afzonderlijke
                    kostenbegroting) toch te kunnen komen tot het aangaan van een
                    exploitatieovereenkomst, is bepaald dat de regels van deze verordening op een zo
                    veel mogelijk aan deze afwijking aan¬gepaste wijze van toepassing zijn. Hierbij
                    geldt in ieder geval, dat de hoogte van de in de overeenkomst op te nemen
                    bijdrage wordt bepaald op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                    kostenbegroting die voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen. In navolging op
                    het gestelde in artikel 4, eerste lid dient ook de vast te stellen
                    kostenbegroting bekend te worden gemaakt overeenkomstig artikel 139
                    Gemeentewet.In het tweede lid is bepaald dat de exploitatieverordening zoals
                    deze gold voor de inwerkingtreding van de onderhavige verordening, van
                    toepassing blijft voor exploitatiegebieden waarvoor eerder een
                    kostenverhaalsbesluit of, voorzover (het overgangsrecht van) de voorheen
                    geldende verordening daarin voorzag, een afzonderlijke kostenbegroting is
                    vastgesteld.Dit heeft tot gevolg dat op basis van dergelijke
                    kostenverhaalsbesluiten of afzonderlijke kostenbegrotingen te sluiten
                    overeenkomsten worden gebaseerd op de bepalingen zoals opgenomen in de voorheen
                    geldende exploitatieverordening. De duur van de toepassing is bepaald tot twee
                    jaren nadat de getroffen en/of te treffen voorzieningen van openbaar nut geheel
                    zijn voltooid. Deze termijn komt overeen met de termijn waarbinnen uiterlijk tot
                    een baatbelasting zoals bedoeld in artikel 222 van de Gemeentewet, dient te
                    worden besloten.Ten aanzien van voor de datum van inwerkingtreding van de
                    onderhavige exploitatieverordening ontvangen aanvragen tot het verlenen van
                    medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden, waarop niet voor de
                    inwerkingtreding is beslist, is voor de behandeling van de aanvraag de
                    exploitatieverordening zoals deze gold voor de inwerkingtreding van de
                    onderhavige verordening, van toepassing. De duur van de toepassing is bepaald
                    totdat op de aanvraag is beslist. In het geval de beslissing leidt tot het
                    treffen van voorzieningen, is de duur van de toepassing bepaald tot twee jaren
                    nadat de te treffen voorzieningen geheel zijn voltooid. Ook in dat geval geldt
                    dat een op basis van een zodanige aanvraag te sluiten overeenkomst wordt
                    gebaseerd op de bepalingen zoals opgenomen in de voorheen geldende
                    exploitatieverordening.Behoort bij raadsbesluit van 7 september 2000.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>