<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR75131_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Roerdalen houdende regels omtrent gemeentelijke monumenten Monumentenverordening 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roerdalen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roerdalen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-163989.html">Gemeenteblad 2016, 163989</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=84">art. 84 Gemw</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">art. 149 Gemw</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005181&amp;artikel=1">art. 1 lid m Wonw</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0027464&amp;artikel=6.2">art. 6.2 lid 1 Bor</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0027464&amp;artikel=6.2">art. 6.2 lid 2 Bor</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004471&amp;artikel=15">art. 15 lid 1 MW</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-06-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 1, 2, 3, 6, 9</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/11/10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Wonen en leefomgeving</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Roerdalen houdende regels omtrent gemeentelijke monumenten Monumentenverordening 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Monumentenverordening 2010</titel></kop><structuurtekst><al>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN </al><al>Artikel 1. Begripsbepalingen</al><al> Deze verordening verstaat onder:</al><al>1. monumenten: a. alle zaken die van algemeen belang zijn wegens hun
                            schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische
                            waarde; b. terreinen die van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige
                            zaken als bedoeld onder a. </al><al>2. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn vermeld de
                            overeenkomstig deze verordening beschermde monu-menten. </al><al>3. beschermde gemeentelijke monumenten: onroerende monumenten, die
                            overeenkomstig de bepalingen van deze verordening op de gemeentelijke
                            monumentenlijst zijn geplaatst. </al><al>4. beschermde rijksmonumenten: onroerende monumenten die zijn
                            ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet vastgestelde registers. </al><al>5. kerkelijke monumenten: onroerende monumenten die eigendom zijn van
                            een kerkgenootschap, kerkelijke ge-meente of parochie of van een
                            kerkelijke instelling en die uitsluitend of voor een over-wegend deel
                            worden gebruikt voor de uitoefening van de eredienst. </al><al>6. Monumentencommissie: de door de raad ingestelde commissie, als
                            bedoeld in artikel 2 van de Verordening op de Omgevingscommissie MER
                            2016.</al><al>7. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid,
                            of 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al>8. vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artkel 2.1, eerste
                            lid of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al>9. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. </al><al/><al>HOOFDSTUK 2. De MONUMENTENCOMMISSIE </al><al/><al>Artikel 2. Monumentencommissie</al><al>[vervallen]</al><al/><al> HOOFDSTUK 3. BESCHERMDE GEMEENTELIJKE MONUMENTEN </al><al>Artikel 3. De gemeentelijke monumentenlijst</al><al>1. Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek van
                            belanghebbenden, besluiten onroerende monumenten als beschermd monument
                            op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. </al><al>2. Burgemeester en wethouders besluiten over plaatsing van
                            onroerende</al><al>monumenten op de gemeentelijke monumentenlijst, nadat de
                            Omgevingscommissie MER en de eigenaar zijn gehoord. In spoedeisende
                            gevallen kunnen zij hiervan afwijken.</al><al>3. Burgemeester en wethouders nemen met betrekking tot kerkelijke
                            monumenten geen beslissing tot plaatsing op de gemeentelijke
                            monumentenlijst dan na overleg met de eigenaar.</al><al> 4. Burgemeester en wethouders nemen binnen acht weken nadat de</al><al>Omgevingscommissie MER is gehoord, een beslissing als bedoeld in het
                            tweede lid. Zij maken hun beslissing zo spoedig mogelijk bekend aan
                            degenen die als eigenaren en anderszins zakelijk gerechtigden in de
                            kadastrale legger bekend staan, aan de ingeschreven hypothecaire
                            schuldeisers en indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker.</al><al> 5. Burgemeester en wethouders maken de plaatsing op de gemeentelijke
                            monumenten-lijst op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend. </al><al>6. De gemeentelijke monumentenlijst geeft de plaatselijke aanduiding
                            aan, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van
                            het monument. </al><al>7. Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve of op verzoek van
                            belanghebbenden in de gemeentelijke monumentenlijst wijzigingen
                            aanbrengen. Indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en
                            wethouders van ondergeschikte betekenis is of als de wijziging betreft
                            het doorhalen van de inschrijving van een monument dat is teniet gegaan,
                            blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, leden 2 en 3
                            achterwege. </al><al>8. Monumenten die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in
                            artikel 6 van de Mo-numentenwet of die zijn geplaatst op een lijst van
                            monumenten, op grond van een mo-numentenverordening van de provincie
                            Limburg, worden door burgemeester en wet-houders niet op de
                            gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. </al><al>9. Monumenten die na plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst
                            worden inge-schreven in het monumentenregister als bedoeld in artikel 6
                            van de Monumentenwet worden geacht niet meer op de gemeentelijke
                            monumentenlijst te zijn geplaatst. </al><al/><al>Artikel 4. De gemeentelijke monumentenlijst ligt ter gemeentesecretarie
                            voor een ieder ter inzage. </al><al/><al>Artikel 5. Wijziging van beschermde gemeentelijke monumenten</al><al> 1. Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen,
                            te vernielen of af te breken. </al><al>2. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: </al><al>a. een beschermd gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te
                            verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; </al><al>b. een beschermd gemeentelijk monument te herstellen of te gebruiken of
                            te laten gebruiken op een dusdanige wijze waardoor het wordt ontsierd of
                            in gevaar gebracht.</al><al/><al> Artikel 6. Vergunning</al><al> 1. Een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 4.2 Besluit
                            omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 5 en de
                            daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in drievoud
                            ingediend. </al><al>2. Op ontvankelijke aanvragen is de uitgebreide voorbereidingsprocedure
                            (paragraaf 3.3) van de Wabo van toepassing. </al><al>3. Een ieder kan zijn zienswijze over een in behandeling genomen
                            aanvraag naar voren brengen. </al><al>4. Het bevoegd gezag zendt binnen 1 week een afschrift van de
                            ontvankelijke aanvraag om een vergunning voor een gemeentelijk</al><al>monument aan de Omgevingscommissie MER voor advies.</al><al>5. Binnen 8 weken na de datum van verzending van het afschrift brengt
                            de</al><al>Omgevingscommissie MER schriftelijk haar advies uit aan het
                            college.</al><al>6. Een vergunning blijft buiten werking totdat de beroepstermijn is
                            verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. </al><al>7. Burgemeester en wethouder kunnen aan een vergunning voorschriften
                            verbinden in het belang van de monumentenzorg. </al><al>8. De vergunning kan voor bepaalde tijd worden verleend. </al><al/><al>Artikel 7. Kerkelijke monumenten</al><al> Het bevoegd gezag neemt met betrekking tot een kerkelijk monument geen
                            beslissing op grond van deze verordening dan in overeenstemming met de
                            eigenaar, in-dien en voor zover het betreft een beslissing, waarbij
                            wezenlijke belangen van de gods-dienstuitoefening in dat monument in het
                            geding zijn. </al><al/><al>Artikel 8. Intrekken vergunning Het bevoegd gezag kan de vergunning
                            intrekken als: </al><al>a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige
                            opgave is ver-leend; </al><al>b. blijkt dat de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden
                            voorschriften niet na-leeft; </al><al>c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig
                            hebben gewij-zigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te
                            wegen. </al><al/><al>HOOFDSTUK 4. BESCHERMDE RIJKSMONUMENTEN </al><al>Artikel 9. Aanvraag</al><al/><al> 1. Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van de aanvraag om
                            vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de Omgevingscommissie
                            MER.</al><al/><al>2. De Omgevingscommissie MER adviseert schriftelijk over de aanvraag
                            binnen twee maanden na de datum van verzending van het afschrift.</al><al/><al>3. Bij overschrijding van de in lid 2 genoemde termijn wordt de
                            Omgevingscommissie MER geacht geadviseerd te hebben.</al><al/><al>HOOFDSTUK 5. SCHADEVERGOEDING </al><al/><al>Artikel 10. Schadevergoeding</al><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van: </al><al>a. de weigering van burgemeester en wethouders wijziging aan te brengen
                            in de gemeentelijke monumentenlijst; </al><al>b. de weigering van het bevoegd gezag een vergunning tot wijziging,
                            afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument te verlenen; </al><al>c. voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning tot
                            wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument; schade
                            lijdt of zal lijden die redelijkerwijze niet of niet geheel tot zijn
                            last behoort te blij-ven, kent de gemeenteraad hem op zijn verzoek een
                            naar billijkheid te bepalen schade-vergoeding toe.</al><al/><al> HOOFDSTUK 6. STRAFBEPALINGEN </al><al/><al>Artikel 11. Strafbaarstelling</al><al>1. Hij die handelt in strijd met artikel 5 van deze verordening wordt
                            gestraft met een geld-boete van de tweede categorie. </al><al/><al>2. Overtreding van artikel 5 van deze verordening kan bovendien worden
                            gestraft met </al><al/><al>3. openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al><al/><al>HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN </al><al/><al>Artikel 12. Opsporing </al><al>1. De opsporing van de in artikel 11 strafbaar gestelde feiten is, naast
                            de in artikel 141 van het Wetboek van Strafverordening genoemde
                            opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en
                            wethouders met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn
                            belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn
                            vermeld. </al><al/><al>2. Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit
                            vereist, wordt hierbij de last verstrekt al dan niet besloten ruimten en
                            plaatsen, met uitzondering van woningen desnoods tegen de wil van de
                            rechthebbende, bewoner of gebruiker te betreden, aan hen die en voor
                            zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het toezicht op de
                            na-leving van deze verordening. </al><al/><al>Artikel 13. Inwerkingtreding</al><al>1. Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke
                            monumenten treedt zij in werking op de derde dag na die waarop zij is
                            bekend gemaakt.</al><al/><al>2. Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                            rijksmonumenten treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in
                            artikel 15, lid 2 van de Monumentenwet. </al><al/><al>3. De wijzigingen in deze verordeningen, zoals verwerkt in de
                            verordening en bij besluit van de raad van 24 mei 2010 vastgesteld,
                            treden in werking op het tijdstip waarop de Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht in werking treedt.</al><al/><al>Overgangsregeling</al><al>Ontvankelijke aanvragen om vergunning als bedoeld in artikel 5 die zijn
                            ingediend voor de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening worden
                            afgehandeld volgens het recht zoals dat gold voor het tijdstip waarop
                            artikel 2.2 van de Wabo in werking is getreden. </al><al/><al>Artikel 14. Titel</al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Monumentenverordening 2010".
                        </al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 24 mei
                        2007,</ondertekening><ondertekening> laatstelijk gewijzigd in de gemeenteraad van 1 juli 2010. </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>